"Ball Players" in het National Archeological Museum in Athene.Giovanni (CC-SA 2.0)

Voetbal in de Oudheid: feit of fabel?

Het WK voetbal in Rusland nadert stilaan zijn hoogtepunt, al is voor ons Belgen de kans verkeken op de wereldtitel. De Fransen bleken in de halve finale met 1-0 net te sterk voor onze Rode Duivels. Spijtig, al staat zaterdag wel nog de kleine finale op het programma, met de derde plaats als inzet. Met de overwinning op Brazilië schreef onze nationale ploeg trouwens alvast voetbalgeschiedenis, daar is iedereen het over eens. Maar over geschiedenis gesproken: waar en wanneer is voetbal eigenlijk ontstaan? Voor zover bekend kwam het voetbal zoals wij dat kennen pas door de standaardisering van de spelregels in de tweede helft van de 19de eeuw in Groot-Brittannië tot stand. In het oude China, Griekenland en Rome zouden echter reeds vroege vormen van voetbal bestaan hebben, zo is onder meer te lezen op de website van de FIFA, de wereldvoetbalbond. Voetbal in de oudheid: feit of fabel? Tijd om de geschiedenis van het voetbal in te duiken en ons te verdiepen in deze populaire sport, die ook de inspiratie vormde voor één van de bekendste wetenschappelijke artikels over de oudheid.

De vroegste geschiedenis: het oude China

Over de oorsprong van het voetbal heerst heel wat onduidelijkheid, maar de eerste balspelen dateren al van 3000 jaar geleden. Met name in China bestond reeds vanaf de 3de eeuw v.C. een balspel, Tsu-chu of cuju -letterlijk: “met de voet tegen een bal schieten”- genaamd, waarbij een leren, met veren of haren gevulde bal in een doel getrapt moest worden. Dit behendigheidsspel, dat in 2004 door de FIFA officieel erkend werd als de bakermat van het moderne voetbal, maakte oorspronkelijk deel uit van de training van soldaten, maar werd al snel opgepikt als tijdverdrijf door zowel de hogere als lagere klassen. Het werd gespeeld op een rechthoekig veld, met twee teams bestaande uit zes spelers en met aan weerszijden zes putten. Tijdens de Han-dynastie (206 v.C.-222 n.C., dus ongeveer ten tijde van het hellenisme en de vroege Keizertijd) verspreidde het spelletje zich over heel China en tijdens de daaropvolgende eeuwen groeide cuju zelfs uit tot een professionele sport, waarbij voortaan gespeeld werd met een met lucht gevulde bal en twee netten als doel.

Schilderij van Du Jin uit de Ming-dynastie, waarop te zien is hoe dames in elegante gewaden Cuju spelen

Vanaf de 10de eeuw ontstonden in de grote steden ook clubs, waar cuju onderricht werd, en werd een jaarlijks nationaal kampioenschap (Shan Yue Zheng Sai) georganiseerd. In het keizerlijk paleis werden ook geregeld wedstrijden gehouden tussen professioneel getrainde spelers op speciaal daarvoor voorziene speelvelden (Zhu Qiu). Deze vonden niet enkel plaats om de keizer en zijn entourage te vermaken, maar ook om belangrijke gelegenheden zoals de verjaardag van de keizer luister bij te zetten. Ook vrouwen namen overigens deel aan het spel, want op een schilderij daterend uit de Ming-dynastie (circa 1400-1500) zien we enkele hofdames, gekleed in elegante gewaden, een bal heen en weer trappen.

Een bijzondere archeologische vondst

Cover van FIFA News met de grafsteen van Gaius Laberius

Ook bij de Grieken en Romeinen waren balspelen populair, vooral in latere tijden. De oudste afbeelding van een voetbalspeler zou zelfs te vinden zijn op een Romeinse grafsteen uit de 1ste of 2de eeuw n.C., die gevonden werd in het Kroatische dorpje Sinj, niet ver van Split. In 1969 haalde deze grafsteen zelfs de voorpagina van het ‘FIFA News’-magazine met de kop ‘Archaeology and football‘. Volgens het bijhorend artikel, dat zich baseerde op de bevindingen van Josip Britvić, een lokale amateurarcheoloog, zou de grafsteen het bewijs zijn dat een vroege vorm van voetbal reeds van oudsher gespeeld werd in Dalmatië, het huidige Kroatië. Op de grafsteen is inderdaad een jongen afgebeeld met een bal met zeshoekige vlakken in zijn handen. Volgens het bijhorende opschrift stierf het jongetje, dat Gaius Laberius heette, reeds op zevenjarige leeftijd, tot groot verdriet van zijn moeder (TM 185762). Of dit betekent dat de oorsprong van het voetbal inderdaad in Kroatië moet worden gezocht, zoals Britvić beweert, laat het artikel in het midden, maar de grafsteen is om deze reden wel één van de attracties van Sinj en heeft zelfs een eigen Twitter-account (@GaiusLaberius).

Griekse postzegel gemaakt voor het WK 1994 met afbeelding van de Episkyros-speler

Gezien de grootte van de bal wordt de grafsteen door onderzoekers echter eerder in verband gebracht met harpastum, een balspel dat bijzonder populair was in het hele Romeinse Rijk en zich vermoedelijk ontwikkelde uit phaininda of episkyros, twee Griekse balsporten die in ploeg gespeeld werden. Ook deze werden in het verleden overigens beschouwd als voorlopers van het moderne voetbal, voornamelijk op grond van de afbeelding van een episkyros-speler op een Attische vaas uit de 4de eeuw v.C. Het gaat hier om een jonge atleet, die als onderdeel van zijn training een bal laat balanceren op zijn opgetrokken rechterdijbeen, een houding die doet denken aan die van een voetbalspeler. Geen wonder dus dat deze “Maradona” in 1994 op Griekse postzegels prijkte als voorouder van een moderne voetbalspeler.

Balspelen, goed voor de gezondheid?

Al waren balspelen dus wel degelijk populair in de Griekse wereld, niet enkel bij kinderen (zowel jongens als meisjes), maar ook bij atleten als onderdeel van hun training, toch tonen de schaarse geschreven bronnen aan dat de bal bij dergelijke spelen niet werd getrapt, maar gegooid. Sterker nog, de bekende Grieks-Romeinse arts Galenus raadde in de 2de eeuw n.C. in zijn werk ‘Oefeningen met de kleine bal’ balspelen zelfs aan als de ideale sport voor een gezond lichaam, want “het harde gooien van een bal over een vrij lange afstand, waarbij de benen weinig of zelfs helemaal niet gebruikt worden, oefent het bovenste gedeelte van het lichaam. Het zo ver mogelijk gooien van een bal na een lange, snelle loop, waarvoor weinig worpen nodig zijn, oefent het onderlichaam” (De parvae pilae exercitu 4).

De Grieks-Romeinse arts Galenus schreef een volledig werk over oefeningen met de kleine bal: De parvae pilae exercitu

In de Romeinse wereld genoten balspelen overigens een bijzonder grote populariteit, niet alleen bij de gewone bevolking, maar ook bij vooraanstaande politici en keizers zoals Caligula. Onder de ruim 10 000 teksten die werden teruggevonden in Pompeï, de stad die in 79 n.C. bedolven werd door de uitbarsting van de Vesuvius, vinden we onder meer het volgende opschrift: Epaphra philicrepus non est (“Epaphra is niet goed in balspelen”; TM 524723). Niet alleen op straat, maar ook in de publieke badhuizen werd overigens geregeld gebald, zoals blijkt uit archeologische vondsten in Pompeï en Herculaneum en uit de geschreven bronnen. Daarbij kon het er hevig aan toegaan: in de Digesta, een verzameling geschriften van Romeinse rechtsgeleerden, wordt melding gemaakt van een jonge slaaf die door één van de spelers ruw uit de weg werd geduwd en daarbij zijn been brak (9.2.52.4). Een andere slaaf had nog minder geluk: hij kwam om het leven tijdens een scheerbeurt omdat de barbier getroffen werd door een verdwaalde bal (9.2.11). Cave pilam, “Pas op voor de bal!”, het weerklonk ongetwijfeld regelmatig in de straten van Rome…

Apopudobalia – apo-wat?

Toen in 1996 het eerste deel verscheen van Der Neue Pauly, Enzyklopädie der Antike (één van de belangrijkste naslagwerken voor de klassieke oudheid), stelden heel wat historici zich vragen bij de bijdrage ‘Apopudobalia’, geschreven door de jonge Duitse academicus Mischa Meier. Hierin wordt immers een antieke vorm van voetbal, gekend uit de Grieks-Romeinse oudheid, beschreven, evenals de bronnen waarin deze sport vermeld wordt. Bestond voetbal in de oudheid dan toch? Het duurde echter niet lang voordat een artikel verscheen in The Petronian Society Newsletter 28 (1998), waarin niet minder dan zes fouten geïdentificeerd werden door de auteurs, waaronder de spelling van de Griekse auteur Achilles Tatius als Achilleus Taktikos en de datering van enkele bronnen. Een vervolgartikel van de hand van Werner Hübner in de volgende editie van The Petronian Society Newsletter maakte echter snel duidelijk dat Meier de naam van de Griekse auteur met opzet verkeerd had geschreven, want het artikel was als grapje bedoeld en dus van begin tot eind verzonnen (tot zelfs de twee bibliografische referenties toe: “A. Pila” verwijst naar bal in het Latijn en “B. Pedes” naar voeten, samen dus voetbal). Door tijdsnood en publicatiedruk was het fictieve artikel (in het Duits ‘U-Boot’) echter onopgemerkt gebleven en in druk verschenen. Gevraagd naar de reden waarom hij het artikel had verzonnen, zei Meier in een online interview in 2010:

Es war ein spontaner Einfall.

Al snel kwam aan het licht dat het artikel “nur ein lustiger Scherz war”, maar het grapje had Meier duur te staan kunnen komen: de uitgeverij dreigde er in eerste instantie mee alle drukken terug te laten roepen en de kosten op hem te verhalen, maar zag hier vanaf toen bleek dat de meeste onderzoekers het grapje wel konden waarderen. Voor wie het zich trouwens afvraagt: het artikel is ondertussen beroemd geworden en de auteur, Mischa Meier, is professor oude geschiedenis aan de universiteit van Tübingen. Eind goed, al goed!

Meer lezen?

W. Behringer, Kulturgeschichte des Sports: vom antiken Olympia bis ins 21. Jahrhundert, München 2012.
H.A. Harris, Sport in Greece and Rome, New York 1972, p. 75-111.
M. Meier, “Scherzeinträge in Lexika: Von Steinläusen und Kurschatten“, spiegel.de, 7 maart 2010.
S. Remijsen en W. Clarysse, “Balspelen” en “Sport in het oude China”, http://ancientolympics.arts.kuleuven.be.

Coverfoto: “Ball Players”, een marmeren reliëf uit het National Archeological Museum in Athene, foto genomen door Giovanni (CC-SA 2.0) op Wikimedia.

Sofie Waebens studeerde in 2005 af als licentiate in de Geschiedenis en is sinds 2008 verbonden als (post)doctoraal onderzoeker aan de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis. In het kader van haar doctoraat bestudeerde ze grafopschriften van soldaten en hun families in Romeins Egypte en in andere regio’s van het Romeinse Rijk. Tot haar voornaamste onderzoeksdomeinen behoren Romeinse epigrafie, het Romeinse leger en de invloed van corruptie in de samenleving.

Geef een reactie