Athene Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/athene/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Athene Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/athene/ 32 32 136391722 De vergeten dichters van Alexander de Grote https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/#respond Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2800 Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

Tijdens zijn veldtocht omringde Alexander de Grote zich doelbewust met dichters, in de hoop zijn daden literair te laten vereeuwigen. Helaas blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over, al zijn er gelukkig nog de namen van enkele van deze auteurs overgeleverd, zodat ze niet helemaal vergeten worden.

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

In de Griekse geschiedenis – en eigenlijk ook daarbuiten – behoort de onderneming van Alexander de Grote ongetwijfeld tot de meest epische daden. In de geschiedschrijving heeft Alexander dan ook een blijvende indruk nagelaten, maar zijn naam is, merkwaardig genoeg, aan geen enkel epos verbonden. En dat terwijl Alexander zelf wel degelijk moeite deed om te verzekeren dat zijn daden bezongen zouden worden. Verschillende bronnen vermelden namelijk dat hij een groep dichters meenam op zijn expeditie naar het Oosten, die hij bovendien rijkelijk beloonde. Sommigen van hen zijn nauwelijks bekend (Choerilos van Iasos, Agis van Argos, Pranikos of Pierion) maar Alexander wist ook beroemde figuren aan te trekken, zoals de redenaar Anaximenes van Lampsakos en de filosoof Pyrrho van Elis. Opmerkelijk genoeg blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over.

Choerilus van Iasos

Van de dichters die Alexander op zijn tocht naar het Oosten vergezelden, is Choerilos van Iasos ongetwijfeld de bekendste. Hij wordt genoemd door Horatius en vele andere auteurs, maar zijn reputatie is ronduit slecht: Choerilos geldt als de slechtste dichter uit de Griekse Oudheid. Van zijn werk is bijna niets bewaard gebleven, maar er circuleren tal van anekdotes over hem.

Detail van het beroemde Alexandermozaïek uit de 2de -1ste eeuw v.C., afkomstig uit de exedra van de ‘Casa del Fauno’ in Pompeï

Volgens Horatius (Brief aan Augustus, vv. 232-234) zou Alexander hem met een gouden munt hebben beloond voor elke vers die hij over hem schreef. Andere bronnen vertellen echter een ander verhaal: Alexander beloofde een munt voor elke goede vers, maar een klap voor elke slechte vers – en omdat de slechte verzen talrijker waren, zou Choerilos zijn dood hebben gevonden onder de slagen van de koning.

Deze laatste versie van het verhaal is waarschijnlijk een later verzinsel, want Choerilos lijkt Alexander te hebben overleefd: hij schreef namelijk een werk met de titel Lamiaka. Van dat gedicht is alleen de titel overgeleverd, maar het moet een epos zijn geweest over de Lamische Oorlog (322 v.C.), waarin de Atheners zich tegen de Macedoniërs keerden om hun onafhankelijkheid te herwinnen. Mogelijk componeerde Choerilos het gedicht om de daden van de Macedonische generaal Antipater te verheerlijken, zoals hij eerder voor Alexander had gedaan.

Anaximenes van Lampsakos

Er wordt ook een gedicht over Alexander toegeschreven aan Anaximenes van Lampsakos, de beroemde redenaar en geschiedschrijver van Philippos II en Alexander. Ook over hem is een amusante anekdote overgeleverd. Toen Alexander Troje bezocht en het graf van Achilles zag, greep hij de gelegenheid aan om de roem van Achilles en van zijn dichter, Homerus, te prijzen. Anaximenes was daarbij aanwezig en riep, om hem te vleien, dat hij ook Alexanders glorie onsterfelijk zou maken. Maar Alexander kapte hem meteen af met de woorden:

Ik zou liever Homerus’ Thersites zijn dan jouw Achilles!

Een soortgelijk verhaal wordt trouwens ook over Choerilos van Iasos verteld. De geograaf Pausanias (2de eeuw n.C.) twijfelde of Anaximenes werkelijk zo’n werk had geschreven, maar daar is waarschijnlijk geen reden toe.

Agis van Argos

Twee van de belangrijkste geschiedschrijvers van Alexander, Curtius Rufus en Arrianus, noemen nog een andere dichter: Agis van Argos. Agis wordt beschreven als een van Alexanders meest schaamteloze vleiers. Volgens de bronnen steunde hij de koning vooral tijdens het debat over de proskynesis (προσκύνησις) – een Perzisch gebruik waarbij men zich diep voor de heerser boog. Voor de meeste Grieken was dit ondenkbaar, omdat het neerkwam op de vergoddelijking van een levende vorst. De bronnen zijn dan ook zeer kritisch over Alexanders overname van dit gebruik, dat vaak wordt gezien als het begin van de ontsporing van zijn macht.

Titelpagina voor een 17de eeuwse uitgave van Curtius Rufus’ ‘Historia(e) Alexandri Magni’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Curtius Rufus bijzonder harde woorden heeft voor Agis: hij noemt hem een “slecht dichter”, die alleen nog wordt overtroffen door Choerilos – of beter gezegd, Choerilos is de enige die voor hem moet onderdoen. Blijkbaar speelde Agis gretig in op Alexanders grootheidswaanzin, door in zijn gedicht te beschrijven hoe Herakles, Dionysos en de Dioskouren (Castor en Pollux) Alexander opwachtten om hun plaats aan hem af te staan.

Agis was bovendien buitengewoon jaloers. Volgens Plutarchus (1ste-2de eeuw n.C.) zou hij, toen hij zag hoe Alexander een hofnar rijkelijk beloond had, hebben uitgeroepen:

Ik vind het verachtelijk om te zien hoe de zonen van Zeus zulke onwaardige vleiers waarderen: zoals Herakles bepaalde Kekropen waardeert, en Dionysos zich omringt met Silenen, zo laat ook jij je vleien door dit soort narren!

Die uitval bevat natuurlijk ook verborgen lof, want ze gaat ervan uit dat Alexander een rechtstreekse afstammeling van Zeus was, en bijgevolg gelijk aan Herakles of Dionysos. Toch is het beeld van Agis bijna grotesk: hij bekritiseert Alexanders slechte smaak en gebrek aan oordeel, zonder te beseffen dat hij zelf het meest aan vleierij schuldig is.

Pranikos of Pierion en andere dichters

Plutarchus vertelt ook een anekdote over nog een andere dichter die Alexander vergezelde, wiens naam in twee vormen is overgeleverd: Pranikos of Pierion. Het verhaal speelt zich af tijdens het banket waarop Alexander zijn vriend en bevelhebber Clitus (de Zwarte, Κλεῖτος ὁ Μέλας) doodde. Toen iedereen al dronken was, werden enkele verzen van deze dichter voorgedragen. De verzen in kwestie waren geschreven om generaals te bespotten die door de “barbaren” waren verslagen. Alexander – en natuurlijk ook zijn vleiers – leek deze verzen bijzonder geestig te vinden, maar de oudere gasten voelden zich beledigd door zo’n gebrek aan respect. Vooral Clitus verhief zijn stem tegen Alexander en, aangewakkerd door de wijn, liep de situatie al snel uit de hand, tot Alexander hem uiteindelijk met eigen hand doodde.

De bronnen noemen ook andere dichters, onder wie een obscure Aischrion van Samos (of van Mytilene). Tot Alexanders vleiers behoorde ook een zekere Cleon van Sicilië, die mogelijk een dichter was. Sommige auteurs vermelden zelfs dat de sceptische filosoof Pyrrho van Elis door Alexander zou zijn beloond voor een gedicht dat hij ter ere van hem schreef.

Het verdwijnen van poëzie over Alexander

Uit de bronnen blijkt duidelijk dat Alexander veel aandacht en middelen besteedde om zichzelf te omringen met dichters die zijn onderneming konden vereeuwigen. Zijn doel was wellicht een dichter te vinden die hem kon bezingen zoals Homerus Achilles had bezongen. Misschien wilde hij zich ook laten vergelijken met Herakles, de stamvader van de Macedonische dynastie, met wie hij ook in de kunst vaak wordt geassocieerd. Daarnaast identificeerde Alexander zich met Dionysos, in wie hij een soort voorganger zag van omwille van zijn eigen veldtochten, vooral van die naar Azië.

Alexander de Grote met de leeuwenhuid van Herakles, detail van de zogenaamde “Alexander-sarcofaag”; afkomstig uit Sidon uit de late 4de eeuw v.C.

Toch bereikte Alexander zijn doel niet. Niets van de poëzie die voor hem werd geschreven, is bewaard gebleven. Misschien had hij niet de juiste dichters gekozen door een tekort aan persoonlijk inzicht – of had hij gewoon pech. De omstandigheden van zijn korte leven bieden echter een geloofwaardige verklaring voor dit gemis. In tegenstelling tot wat later gebeurde bij keizer Augustus of bij de Ptolemeïsche dynastie, stierf Alexander op het hoogtepunt van zijn succes, zonder de kans om een periode van vrede mee te maken. In zo’n rustigere tijd had hij misschien een literaire kring kunnen vormen die hem passend zou verheerlijken. De anekdote over Pranikos of Pierion suggereert dat dit soort poëzie soms ook tijdens veldtochten zelf werd gecomponeerd en vervolgens voorgedragen werd tijdens banketten.

Het volledig verdwijnen van deze poëzie lijkt samen te hangen met het overwegend negatieve oordeel dat de antieke bronnen over deze dichters delen. Choerilos geldt als de slechtste dichter van Griekenland, Agis komt vlak na hem, en ook in de anekdotes over Anaximenes en Pranikos of Pierion klinkt eenzelfde oordeel. Maar waren Alexanders dichters werkelijk zo slecht? Helaas kunnen we, zonder ook maar enig overgeleverd fragment, dit oordeel van de Antieken noch bevestigen, noch weerleggen. We kunnen alleen maar hopen dat ze zich niet hebben vergist.

Verder lezen

Het materiaal over Alexander de Grote in de Hellenistische poëzie wordt uitvoerig besproken door Silvia Barbantani, “‘His σῆμα are both continents’. Alexander the Great in Hellenistic Poetry”, in Studi ellenistici 31 (2017), 51–127.

De fragmenten van Choerilus van Iasos zijn verzameld en geanalyseerd door Marco Pelucchi, Cherilo di Iaso, Testimonianze, frammenti, fortuna, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022.

Over de zogenaamde “slechtste dichters” uit de oudheid zie Marco Pelucchi, “Pessimi poetae: On Philodemus, Ancient Tradition, and Selection Criteria”, in N. Bruno, M. Filosa, G. Marinelli (red.), Fragmented Memory: Omission, Selection, and Loss in Ancient and Medieval Literature and History, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022, 27–54.

Coverfoto: Het schilderij ‘Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero’ van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze (CC BY 4.0)

[De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/feed/ 0 2800
Twee Schotse zussen op jacht naar manuscripten in Sinaï https://www.oudegeschiedenis.be/28/12/2025/twee-schotse-zussen-op-jacht-naar-manuscripten-in-sinai/ https://www.oudegeschiedenis.be/28/12/2025/twee-schotse-zussen-op-jacht-naar-manuscripten-in-sinai/#respond Sun, 28 Dec 2025 18:36:29 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2770 De zussen Agnes Smith Lewis en Margaret Dunlop Gibson in Sinaï

Het Katharinaklooster in Sinaï kent een rijke manuscriptentraditie met teksten zoals de Codex Sinaiticus. Centraal in deze blogpost staan de Schotse tweelingzussen Agnes Smith Lewis en Margaret Dunlop Gibson, die eind 19de eeuw baanbrekend werk verrichtten in de ontdekking, documentatie en publicatie van vroege Syrische en Aramese bijbelhandschriften.

Het bericht Twee Schotse zussen op jacht naar manuscripten in Sinaï van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
De zussen Agnes Smith Lewis en Margaret Dunlop Gibson in Sinaï

Kort na 550 n.C. liet keizer Justinianus een klooster bouwen in de buurt van de berg Horeb in Sinaï, waar Mozes meer dan 2000 jaar eerder van Jahweh in het brandend braambos de Wet der Tien Tafelen (de 10 geboden) had ontvangen. De plaats was toen al een paar eeuwen heilig en werd bewoond door tientallen eremijten, die vaak door de Bedoeïenen werden lastig gevallen en daarom de keizer hadden verzocht om een versterkte woonplaats voor hen te bouwen. Dit klooster, heden UNESCO Werelderfgoed, is zo goed als ongeschonden bewaard en wordt vandaag nog steeds bewoond door Griekse monniken. In de 10de eeuw werden de relikwieën van de heilige Katharina, die in Alexandrië was terechtgesteld tijdens de grote vervolging van keizer Diocletianus in 307 n.C., naar dit klooster overgebracht, en hiervan getuigt de naam Katharinaklooster (ook wel gekend als het Sinaï-klooster of Sint-Catharinaklooster).

Het Katharinaklooster

Het Katharinaklooster in Sinaï

Al vanaf de 4de eeuw n.C. was de heilige berg van Mozes een aantrekkingspunt voor pelgrims die van Jeruzalem naar Egypte gingen en de 3000 treden van de boeteweg tot boven de berg wilden beklimmen. Bij hun tocht konden ze ook de rots bezoeken waaruit Mozes water had doen ontspringen en de kapel op het plateau waar Jahweh was verschenen aan Elias. In latere tijden kwamen ook Syrische, Arabische en Georgische monniken zich hier vestigen. Het ging wel steeds om orthodoxen, voor wie Christus twee naturen bezit, een goddelijke en een menselijke, die op mysterieuze wijze met mekaar vermengd zijn, niet om miafysieten, voor wie Christus maar één god-menselijke natuur heeft, die op mysterieuze wijze is samengesteld. Het Katharinaklooster was een orthodoxe Griekse enclave in het miafysitische, Koptische en later Islamitische en Arabische Egypte. Wel is er in de 11de eeuw ook een kleine moskee gebouwd binnen de kloostermuren. Van de 17de tot de 19de eeuw werd het klooster vaak door de Russische tsaar begiftigd met geschenken.

Icoon ‘De geestelijke ladder’ uit het Katharinaklooster, gemaakt in de 12de eeuw

Het klooster bevat heel wat prachtige mozaïeken, fresco’s en iconen, verspreid over vele eeuwen, maar is toch vooral beroemd om zijn bibliotheek met honderden handschriften in het Grieks (meer dan 2000), Syrisch (300), christelijk Arabisch (700), Georgisch (100) en Slavisch (40), sommige rijkelijk verlucht. Het beroemdste manuscript van de bibliotheek is ongetwijfeld de ‘Codex Sinaiticus’ [TM 62315], met een volledige tekst van het Oude en het Nieuwe Testament, uit de 4de eeuw n.C., één van de drie basisteksten voor onze kennis van de Griekse bijbel.

De meer dan 400 perkamentbladen van 34 op 38 centimeter zijn telkens beschreven in vier kolommen in zeer regelmatige hoofdletters, alle woorden zonder spatie aan mekaar (scriptio continua). Het grootste deel van de codex werd door de Duitse geleerde Konstantin von Tischendorf in de periode 1844-1859 “geleend” en meegenomen naar Duitsland. Een veertigtal folio’s bleven in Leipzig, maar het grootste deel bood hij aan als geschenk aan de Russische tsaar Alexander II, één van de sponsors van het klooster. De lening werd een schenking en de codex bleef achter in Sint-Petersburg.

In 1933 verkocht de Sovjet-regering van Stalin de codex aan het British Museum voor 100 000 pond. Later, in 1975, ontdekte men in het klooster een geheime bergplaats, met daarin onder andere een twintigtal folio’s van de codex, zodat de monniken toch nog een stukje van het manuscript hebben. Een reconstructie van de hele codex , waarbij de verschillende instituten voorbeeldig hebben samengewerkt, kan je nu gelukkig online consulteren.

Een ingebonden versie van de Codex Sinaiticus uit de British Library

De Schotse tweelingzussen Smith

In 1866 sterft onverwacht de Schotse miljonair John Smith. Hij laat een tweeling achter, Agnes (later Smith Lewis) en Margaret (later Dunlop Gibson), twee dochters van 23 jaar. De meisjes hadden onderricht gekregen van hun vader (want hun moeder stierf kort na de geboorte). Ze zijn gelovige presbyterianen (calvinisten) en trots op hun Schotse afkomst en accent. Ze spreken wel vloeiend Frans, Duits en Italiaans en hebben met hun vader een flink deel van Europa gezien. In het spoor van hun overleden vader plannen ze een grote reis, naar Egypte en het Heilige Land, zonder mannelijke begeleider, wat nogal wat wenkbrauwen doet rijzen. Ze varen de Nijl op, over de cataract van Aswan – er was toen nog geen dam – helemaal tot Aboe Simbel, enkele maanden voor de opening van het Suezkanaal. Daarna bezoeken ze ook nog Jeruzalem, een tegenvaller wegens al die orthodoxe en katholieke rituelen. Ze vertrekken in december 1868 en blijven een heel jaar in het Nabije Oosten.

De gezamenlijke woonst van de twee zussen Smith, Castlebrae in Cambridge

Bij hun terugkeer vestigen ze zich in Londen. Agnes publiceert in 1870 een reisverslag, dat goed wordt ontvangen, en ook twee romans. Ze studeren ook Grieks, oud en modern, en in 1883 ondernemen ze een reis naar Griekenland, opnieuw met hun tweetjes. Margaret huwt nog datzelfde jaar, en Agnes gaat voor het eerst alleen op stap, naar Cyprus en Caïro, waar ondertussen de Engelsen de controle hebben verworven. Drie jaar later sterft Margarets man en de zussen worden herenigd. Het huwelijk van Agnes met de rijke en energieke Samuel Lewis in 1887 maakt hieraan geen einde, want na de wittebroodsweken trekt Margaret in bij het echtpaar in Cambridge, waar ze een imposant huis laten bouwen en belangrijke gasten ontvangen, want professor Lewis was een socialite (een man uit de Britse bovenklasse of society).

Door de onverwachte dood van Lewis in 1891 zijn de zusters echter weer op elkaar aangewezen, voor de rest van hun leven. Dankzij Lewis is Agnes nu ook geïnteresseerd in antieke kunstobjecten en manuscripten en heeft ze ook Syrisch gestudeerd – “niet zo moeilijk als je Hebreeuws en Arabisch kent” – want in die taal zijn bijbelvertalingen bewaard uit een heel vroege tijd. Hier speelt de kennismaking met Rendell Harris, een Quaker, een rol. Deze geleerde, eerst hoogleraar in wiskunde, later in Hebreeuws en Syrisch, had namelijk in het Katharinaklooster een Syrisch manuscript ontdekt met de apologie van Aristides, een Atheense auteur – en later heilige – die zich in de 2de eeuw n.C. tot het christendom had bekeerd [TM 115189]. Het werk wordt vermeld in de kerkgeschiedenis van Eusebius (eerste helft 4de eeuw), maar de echtheid ervan werd betwijfeld tot Rendell Harris deze Syrische vertaling publiceerde.

Agnes Smith Lewis (links) en haar tweelingzus Margaret Dunlop Gibson (rechts)© Westminster College, Cambridge

Agnes Smith Lewis (links) en haar tweelingzus Margaret Dunlop Gibson (rechts)

Syrische manuscripten

In 1892 trekken de zussen dus naar Sinaï met als doel de vele Syrische manuscripten die Rendell Harris niet had kunnen inkijken te bestuderen en te fotograferen. Ze sleuren een enorm fototoestel mee op hun tocht, waarvan het laatste deel op kamelen, en kunnen aanbevelingsbrieven voorleggen van de universiteit van Cambridge (voor de bisschop die permissie moet geven voor hun bezoek) en van Rendell Harris, die in het klooster vrienden had gemaakt onder de monniken. Weinig mensen geloofden dat twee vrouwen tot het klooster zouden worden toegelaten waar von Tisschendorf de boel verpest had door zijn optreden 25 jaar voordien. Maar ze slagen erin het vertrouwen te winnen van vader Galakteon, de bibliothecaris, en inzage te krijgen in de oude Syrische manuscripten.

Palimpsest uit de Sinaïtisch-Syrische codex© Westminster College, Cambridge

Palimpsest uit de Sinaïtisch-Syrische codex

Eén manuscript bevatte de levens van vrouwelijke heiligen [TM 117947], maar was geschreven op perkamentbladen die waren afgewassen. Onder de heiligenlevens, waarvan sommige – bijvoorbeeld over hoe een vrouwelijke heilige erin slaagt haar maagdelijkheid te bewaren tussen de hoeren – nogal pikant, herkende Agnes een evangelietekst in twee kolommen [TM 117850]. Deze palimpsest was duidelijk heel oud, want de heiligenlevens zijn gedateerd in 698 n.C. en de onderliggende evangelies waren duidelijk eeuwen ouder. Ze fotografeerde meer dan 300 pagina’s van dit manuscript en op de foto’s was, bij hun terugkeer in Cambridge, de onderliggende tekst behoorlijk goed te lezen. Het ging om een heel vroege Syrische vertaling, waarvan tot dan toe slechts één kopie was bewaard.

Alle andere Syrische evangelies bevatten de zogenaamde Pesjitta-vertaling, die pas later tot stand kwam. Zo ontbreekt in het Sinaï-manuscript het einde van het Marcusevangelie met de verschijning van de verrezen Jezus aan Maria Magdalena, zoals ook in twee heel oude Griekse vertalingen. Marcus eindigt met de vrouwen die verbijsterd bij het graf staan. Wellicht zijn die laatste woorden in Marcus een latere toevoeging aan het oudste evangelie, maar voor de diepgelovige zussen was de afwezigheid geen probleem (de andere evangelies vulden dit wel aan), maar vooral een bewijs voor de vroege datum van hun vondst.

In 1893 zijn ze terug in Sinaï, in het gezelschap van Rendell Harris en twee professoren die gespecialiseerd zijn in het Syrisch (vrouwen kunnen in Cambridge nog geen academische posities krijgen en zelfs geen universitair diploma behalen) om het origineel helemaal te ontcijferen en te fotograferen. Deze expeditie eindigt in geruzie, maar toch slagen ze erin om gezamenlijk de tekst te publiceren eind 1894. Het wordt een succes, ook al omdat er voor de journalisten een mooi verhaal aan vasthangt over de vrouwelijke ontdekkers van het manuscript.

Meer manuscripten en palimpsesten

Tijdens hun vele reizen kochten de zussen ook her en der manuscripten. In 1896 kwamen ze terug met een aantal Hebreeuwse teksten, die ze aanvankelijk niet als bijzonder belangwekkend beschouwden. Ze toonden ze aan Solomon Schechter, een orthodoxe Jood maar toch ook een vriend des huizes, en die identificeerde één fragment als het Hebreeuwse origineel van de Wijsheid van Jezus Sirach (ook bekend als Ecclesiasticus). Dit boek was tot dan toe alleen in het Grieks bewaard en daarom als niet authentiek afgewezen door de Joodse en protestantse theologen. Dit zette Schechter ertoe aan om in Caïro te zoeken naar de herkomst van die Hebreeuwse fragmenten. Hierbij stootte hij op de genizah in de synagoge van Oud-Caïro, een bewaarplaats van oude manuscripten die niet mochten worden vernietigd omdat de naam van Jahweh erin voorkwam (of kon voorkomen). Schechter verkreeg de hele collectie, meer dan 400 000 handschriften en gedrukte boeken, en nam die mee naar Cambridge, waar ze nu nog druk bezocht en bestudeerd wordt door Joodse geleerden. De helft van de teksten is nu trouwens online beschikbaar en biedt een ongelooflijk inzicht in het Middeleeuwse Caïro, en niet alleen de Joodse gemeenschap in de stad.

De Codex Climaci Rescriptus

Tijdens zo’n reis kochten de zussen in Caïro nog een ander manuscript, dat achteraf ook uit het Katharinaklooster afkomstig bleek, de ‘Codex Climaci Rescriptus’ [TM 140662]. In dit werk beschrijft Johannes, een abt van het klooster, hoe de menselijke ziel door ascese opgaat naar God, langs een ladder (klimax in het Grieks, scala in het Latijn, vandaar de titel van het werk ‘Scala Paradisi’) van de aarde naar de hemel. Heel wat gelovigen slagen niet en worden door de duivels naar de hel gesleept, zoals afgebeeld op het beroemde icoon uit het Katharinaklooster [zie afbeelding hierboven]. De codex bevat een Syrische vertaling van de Griekse tekst, die men kan dateren in de 9de of 10de eeuw, en werd in 1909 door Agnes Smith-Lewis uitgegeven.

De 146 folio’s van de codex zijn nagenoeg allemaal geschreven over een tiental uitgewiste oudere teksten, deels in het Grieks, maar vooral in het christelijk Palestijns Aramees. Deze vorm van Aramees-Syrisch was een later stadium van de taal (of het dialect) die door Christus zelf gesproken werd. De oudere teksten dateren uit de 5de of 6de eeuw en werden dus drie of vier eeuwen later herbruikt voor het ascetisch traktaat van Johannes. Agnes had vlug ook dat schrift en die taal geleerd en zorgde voor een eerste uitgave van deze voor haar bijzonder belangwekkende evangelies in de taal van de heiland zelf (hoewel ze wel realiseerde dat het ging om vertalingen van de Griekse basistekst).

Een palimpsest lezen is niet eenvoudig omdat het onderliggende schrift grotendeels is uitgewist en dan, na eeuwen, toch weer gedeeltelijk zichtbaar wordt. De paleografen uit de 19de en vroege 20ste eeuw gebruikten chemische stoffen om het schrift beter zichtbaar te maken en die beschadigden vaak het perkament, in dit geval echter zonder veel erg.

De manuscripten vandaag

Het door de zussen Smith gestichte Westminster College in Cambridge

Na de dood van de zussen in 1920 (Margaret) en 1926 (Agnes) werden ze begraven bij hun kortstondige echtgenoten. Hun manuscripten hadden ze nagelaten aan het door hen gestichte Westminster College, een college speciaal bedoeld voor de opleiding van presbyteriaanse geestelijken. Hoewel de zussen in Cambridge nooit een diploma – vrouwen waren uitgesloten tot 1948 – konden behalen, kregen ze wel eredoctoraten aan de universiteiten van Halle, Heidelberg, Dublin en St Andrews.

Tot verbijstering van mijn collega’s uit Cambridge heeft het college in 2009 het manuscript van de Codex Climaci Rescriptus laten veilen bij Sotheby’s. Voor ongeveer een half miljoen pond kwam het zo in handen van de familie Green, die het schonk aan het door hen opgerichte Museum of the Bible in Washington. Daar kan het nu bewonderd worden, en is het ook online gedeeltelijk beschikbaar. In een voorbeeldige internationale samenwerking tussen Cambridge, Washington en Sinaï worden nu de christelijke Palestijnse teksten stilaan opnieuw uitgegeven. Met de fotografische middelen waarover men heden beschikt, komt men, een eeuw na de pioniersarbeid van Agnes Smith Lewis – die dit zeker zou hebben geapprecieerd – toch weer een stukje verder. Het Latijnse motto boven de deur van het huis van de tweelingzussen Smith, Castlebrae in Cambridge, luidde niet voor niets: lampada tradam (“ik zal de fakkel doorgeven”).

Meer lezen

Dunlop Gibson, Margaret, How the Codex was Found: A Narrative of Two Visits to Sinai, from Mrs. Lewis’s Journals 1892-1893, Cambridge, 1893.

Soskice, Janet. The Sisters of Sinai: How Two Lady Adventurers Discovered the Hidden Gospels, New York, 2009.

Smith Lewis, Agnes. Apocrypha Syriaca. The Protevangelium Jacobi and transitus Mariae, with texts from the Septuagint, the Corân, the Peshiṭta, and from a Syriac hymn in a Syro-Arabic palimpsest of the fifth and other centuries, Londen, 1902.

Whigham Price, Alan. The Ladies of Castlebrae, Gloucester, 1985.

De bijzondere reisfoto’s van de zussen Smith zijn te bekijken op de website van de Cambridge Digital Library.

Coverafbeelding: Adaptatie van een dia waarop de zussen Smith met hun gezelschap uit Cambridge (en een lokale gids?) aan het rusten zijn tijdens hun reis in de Sinaï-woestijn, gedigitaliseerd door de Cambridge University Library Special Collections.

Het bericht Twee Schotse zussen op jacht naar manuscripten in Sinaï van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/28/12/2025/twee-schotse-zussen-op-jacht-naar-manuscripten-in-sinai/feed/ 0 2770
Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/#respond Sun, 05 Jan 2025 18:38:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2658 Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren. Detail uit Rafaëls De school van Athene (1509-1511)

De fragmenten van Hieronymus van Rhodos, een peripatetische filosoof uit de 3e eeuw v.Chr., waarvan slechts delen via latere auteurs zijn overgeleverd, leren ons heel wat biografische gegevens over verschillende Griekse filosofen. Voorbeelden zoals de bigamie van Socrates, de slavernij van Phaedo en Thales’ voorspelling van een olijvenoogst illustreren hoe hij historische verhalen gebruikte om morele en filosofische lessen te benadrukken, hoewel de fragmentarische overlevering uitdagingen biedt voor reconstructie en interpretatie.

Het bericht Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren. Detail uit Rafaëls De school van Athene (1509-1511)

Slechts een klein deel van klassieke literatuur is volledig bewaard aan ons overgeleverd. De werken van Homerus, Plato en Vergilius zijn uitzonderingen. De werken van quasi alle andere auteurs zijn grotendeels verloren gegaan. Toch kunnen we ons nog steeds een beeld vormen van hun werk dankzij fragmenten die door latere auteurs werden bewaard. Een goed voorbeeld hiervan is Hieronymus van Rhodos, een peripatetische filosoof uit de 3de eeuw v.C., dankzij wie er niet alleen mythes, historische en biografische fragmenten over bijvoorbeeld Herakles en Alexander de Grote zijn bewaard, maar ook biografische gegevens van bekende en minder bekende Griekse filosofen.

Literatuur in fragmenten

“Fragmenten” van klassieke literatuur kunnen verschillende vormen aannemen. Soms gaat het om papyri die delen bevatten van een anders verloren geacht werk. Dit noemt men fragmenten uit de directe traditie. Veel vaker zijn fragmenten echter citaten, allusies, samenvattingen en verwijzingen van latere auteurs, bewaard in Middeleeuwse handschriften of papyri. Dit noemen we fragmenten uit de indirecte traditie.

Het onderzoek naar fragmenten uit de indirecte traditie brengt specifieke problemen met zich mee. De auteurs die deze fragmenten aanhalen, hadden meestal niet als doel het werk van antieke auteurs te bewaren, maar gebruikten deze teksten voor hun eigen doeleinden. Ze manipuleerden of veranderden de teksten, soms zelfs door hen te vervalsen. Omdat citaten vaak uit het hoofd werden overgenomen, waren fouten en vergissingen niet ongewoon.

Bovendien beperkten de auteurs zich meestal tot geselecteerde aspecten die hen interesseerden, zonder context of uitleg over het oorspronkelijke doel van de informatie. Daarom vereist de studie van fragmentaire literatuur een grondige analyse van de bronnen, de werkwijze van de auteur en citatiepraktijken om de betrouwbaarheid en selectiecriteria te begrijpen. Dit soort problemen komt vaak voor bij het bestuderen van de Oudgriekse geschiedschrijving en filosofie. Hieronymus van Rhodos biedt een perfect voorbeeld van dit type literatuur.

Oxford Papyrology (2022). P.Oxy. LII 3656
Fragment van P. Oxy. 3656 (een rol uit Oxyrhynchus, een oude Egyptische stad beroemd om de duizenden papyri die daar zijn opgegraven) dateert uit de 2de à 3de eeuw n.C. en bevat een fragment van Hieronymus over een leerlinge van Plato

Het leven en werk van Hieronymus van Rhodos

Buste van Aristoteles, de grondlegger van de peripatetische school, waar Hieronymus toebehoort

Hieronymus van Rhodos was een filosoof die leefde in de 3de eeuw v.C. die behoorde tot de Peripatos, de leerschool opgericht door Aristoteles. Afgezien van een zeventigtal fragmenten is van Hieronymus’ werk niets overgeleverd. Deze fragmenten zijn voornamelijk overgeleverd door auteurs uit latere eeuwen, vooral uit de periode van de Romeinse keizertijd, zoals Plutarchus, Athenaeus en Diogenes Laërtius.

De verzamelde fragmenten van Hieronymus tonen een brede interesse. In deze teksten behandelt hij niet enkel filosofie, maar ook vele andere disciplines, wat kenmerkend is voor de Peripatetische School sinds Aristoteles. Er zijn fragmenten van expliciet filosofisch karakter die zich richten op het identificeren van het “hoogste goed”, terwijl andere zich bezighouden met onderwerpen zoals biografie, geschiedenis, mythologie, literatuur, retorica en geleerdheid. Veel fragmenten bevatten anekdotes over belangrijke figuren uit het verleden, waaronder filosofen, dichters en politici.

De fragmenten van Hieronymus zijn vaak raadselachtig. Bestaande bronnen bieden slechts summiere informatie, waardoor het niet altijd duidelijk is in welke context Hieronymus bepaalde onderwerpen behandelde. Vooral zijn uitgebreid gebruik van anekdotes roept de vraag op welke rol biografie en anekdotes speelden in zijn filosofische werk.

De bigamie van Socrates

Dit manuscript (een pagina uit de codex van Venetië, Biblioteca Nazionale Marciana, Gr. Z 447) bevat de Deipnosophisten van Athenaeus, een werk rijk aan citaten uit verloren werken

Hieronymus is een van de auteurs – samen met Aristoteles en andere peripatetici – die overleveren dat Socrates twee echtgenotes had en dat hij met beiden kinderen verwekte. De historische achtergrond van dit verhaal is moeilijk te achterhalen, aangezien alle bronnen fragmentarisch en tegenstrijdig met elkaar zijn; dit betreft zelfs de identiteit van de twee vrouwen. Ook onder de moderne geleerden zijn de meningen verdeeld: sommigen ontkennen de historische waarde van het verhaal, terwijl anderen er elementen van waarheid in zien.

Het fragment van Hieronymus [nr. 53 in de laatste verzameling, uitgegeven door S.A. White] wordt, mits kleine variaties, aangehaald door Athenaeus en Diogenes Laërtius, beiden auteurs uit de 2de-3de eeuw n.C. Volgens deze bronnen verwees Hieronymus naar een Atheens decreet dat het toestond om met twee vrouwen te trouwen en kinderen met beiden te krijgen met als doel de bevolking te herstellen.

Hieronymus lijkt met dit verhaal een apologie voor Socrates te bieden: hij probeert een ethische en juridische basis te geven aan de bigamie van Socrates, wellicht om hem te verdedigen tegen mogelijke vormen van schandaal. Hoewel het onduidelijk is of dit decreet echt heeft bestaan (in Athene was het altijd toegestaan om kinderen te hebben met een andere vrouw dan de echtgenote), is het zeker dat Hieronymus een positieve houding aannam ten opzichte van Socrates.

‘Socrates, zijn twee vrouwen en Alcibiades’, een schilderij van de Nederlandse schilder Reyer Jacobsz. van Blommendael (1660-1670) waarop zowel Xanthippe als Myrto – een naam overgeleverd door Athenaeus en Diogenes Laërtius – zijn afgebeeld

Slavernij van Phaedo van Elis

Een andere benadering vinden we in een fragment over Phaedo van Elis, een leerling van Socrates [nr. 54 White, via Diogenes Laërtius]. Hier beschuldigt Hieronymus Phaedo ervan een slaaf geweest te zijn. Sommige andere tradities stellen dat Phaedo van nobele afkomst was en tot slaaf werd gemaakt na de val van zijn stad. Hieronymus gebruikte deze informatie mogelijks om Phaedo in diskrediet te brengen als filosoof.

Het fragment is afkomstig uit het werk getiteld Περὶ ἐποχῆς, waar de term epochè verwijst naar de “opschorting van het oordeel”, volgens de terminologie van de sceptische filosofische school. Hoewel het werk verloren is gegaan, is het aannemelijk dat Hieronymus zich daarin tegen het scepticisme uitsprak. Phaedo kan genoemd zijn vanwege zijn connectie met Pyrrho van Elis, de grondlegger van het antieke scepticisme. Dit fragment laat zien hoe biografische elementen geïntegreerd konden worden in filosofische werken. Misschien werd ook het fragment over de bigamie van Socrates in deze context aangehaald?

Thales en de olijven

De filosoof Thales van Milete, afgebeeld op een mozaïek

Hieronymus vermeldt ook een anekdote over Thales van Milete [nr. 47 White, via Diogenes Laërtius]. Thales voorspelde een overvloedige olijvenoogst door gebruik te maken van zijn astronomische kennis. Bijgevolg huurde hij voor een lage prijs alle olijfpersen in de regio en maakte hier later een fortuin mee. De anekdote draagt een duidelijke morele boodschap over het nut van filosofie en wetenschap. Het verhaal werd mogelijk verzonnen als weerwoord tegen het idee dat filosofie nutteloos zou zijn. Thales blijkt ook de hoofdpersoon te zijn in een andere anekdote die door Plato wordt overgeleverd. In deze anekdote was Thales zo begeesterd met het observeren van de hemel dat hij tijdens het wandelen in een put viel en zichzelf dusdanig belachelijk maakte dat zelfs een Thracische slavin in de buurt haar lach niet kon bedwingen.

Het fragment van Hieronymus is afkomstig uit een werk getiteld Τά σποράδην ὑπομνήματα (Losse aantekeningen). Dit lijkt geen strikt filosofisch traktaat te zijn, maar eerder een verzameling diverse materialen, waaronder anekdotes over filosofen.

Pericles en de pedagogen

Buste van Perikles, protagonist van een anekdote geciteerd door Hieronymus

Pericles komt voor in een anekdote over onderwijs [nr. 31 White, overgeleverd in een Middeleeuwse bloemlezing]. Hieronymus benadrukt het belang van het zorgvuldig kiezen van pedagogen (de leraren voor kinderen van gegoede afkomst), een taak die vaak zonder zorg werd uitgevoerd. Hij bekritiseert vooral de gewoonte om niet-Griekse pedagogen in te huren, wat – naar zijn mening – negatieve gevolgen had voor de ethische en taalkundige vorming van kinderen. In deze context citeert hij een geestige opmerking van Perikles. Toen de Atheense strateeg een slaaf uit een olijfboom zag vallen en zijn been breken, riep hij spottend uit:

“Daar is weer een nieuwe pedagoog voor onze kinderen!”

Conclusie

Dit citaat maakt duidelijk dat Hieronymus de gewoonte had om anekdotes te gebruiken in theoretische contexten. We kunnen waarschijnlijk aannemen dat ook zijn andere anekdotes op gelijkaardige wijze tot stand kwamen. Helaas is in de meeste gevallen de oorspronkelijke context volledig verloren gegaan en kunnen we deze alleen hypothetisch reconstrueren. De auteurs die de fragmenten hebben overgeleverd waren vaak meer geïnteresseerd in anekdotes en biografische verhalen dan in de speculatieve onderdelen van de werken. Maar dankzij de vergelijking tussen Hieronymus’ verschillende fragmenten en de studie van andere bronnen over dezelfde zaken, is het nog steeds mogelijk een idee te krijgen van Hieronymus’ werk en de rol die biografie en anekdotes speelden in zijn filosofische werk.

Verder lezen

Steven A. White heeft de testimonia en fragmenten van Hieronymus van Rhodos verzameld, in het Engels vertaald en van commentaar voorzien in W.W. Fortenbaugh en S.A. White (reds.), Lyco of Troas and Hieronymus of Rhodes. Text, Translation, and Discussion (New Brunswick, New Jersey/Londen: Transaction, 2004). Hetzelfde volume bevat enkele essays over belangrijke aspecten van de biografie, het werk en de filosofie van Hieronymus.

Over de bigamie van Socrates biedt Jules Labarbe’s artikel “Les compagnes de Socrate” (L’Antiquité Classique, 67, 1998) interessante inzichten.

Coverafbeelding: Adaptatie van Rafaëls ‘De school van Athene’ (1509-1511), waarbij Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren vanop Wikimedia (PD)

[Deze tekst is oorspronkelijk geschreven in het Italiaans. De vertaling naar het Nederlands is uitgevoerd met de hulp van ChatGPT. De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/feed/ 0 2658
Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/#respond Sun, 17 Nov 2024 16:24:08 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2625 Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. In dit artikel bieden we een overzicht van het panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners.

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
In this world nothing can be said to be certain, except death and taxes”. De gevleugelde woorden van Benjamin Franklin worden bevestigd door documenten die in 1789 nog niemand kon lezen. Sumerische en Egyptische teksten uit het 3de millennium v.C. tonen hoe staten al bij het begin van de geschiedenis inkomsten verzamelden. Alle overheden, huidige en historische, staan op dat vlak voor gelijkaardige uitdagingen. De oplossingen kunnen echter sterk uiteenlopen.

Sumerische kwitantie voor stro uit de 21ste eeuw v.C.

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. Fiscale hervormingen vormen tevens het onderwerp van mijn nieuwe postdoctorale project ‘FARE‘. Naar aanleiding daarvan bied ik u graag een panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners. Hopelijk maakt dat uw volgende aangifte net iets minder pijnlijk, of voelt u zich op zijn minst een beetje verbonden met uw antieke lotgenoten.

“The thunder of world history”

Fiscaliteit doet misschien niet spontaan veel harten sneller slaan (althans niet van degenen die braaf het verschuldigde betalen). Waarom zouden we ons moeten interesseren voor fiscale geschiedenis? Joseph Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de 20ste eeuw, verwoordde het als volgt:

“The spirit of a people, its cultural level, its social structure, the deeds its policy may prepare — all this and more is written in its fiscal history, stripped of all phrases. He who knows how to listen to its message here discerns the thunder of world history more clearly than anywhere else.” (Crisis of the Tax State, 1918)

Het “gedonder van de wereldgeschiedenis” dus! Dat klinkt behoorlijk dramatisch, maar belastingen en hun organisatie bieden inderdaad een schat aan informatie over sociale, economische en politieke geschiedenis. Omdat belastingen een constante zijn doorheen de geschiedenis is een historisch perspectief ook relevant voor de organisatie van onze fiscaliteit, en de antieken kunnen ons een en ander leren over hoe of misschien vooral hoe niet belastingen te organiseren.

Enkele misverstanden over belastingen in de Oudheid

Deze munt van keizer Caligula (37–41 n.C.) verwijst naar zijn afschaffing van een verkoopsbelasting. De voorzijde toont — misschien met enig gevoel voor ironie — de vrijheidsmuts

Antieke heersers worden al te gemakkelijk voorgesteld als hebzuchtige tirannen. Echter, zoals keizer Tiberius opmerkte, is het in het belang van een “herder” om zijn schapen te scheren en niet te villen. De documentaire bronnen uit veel gebieden tonen dat antieke staten op binnenlands vlak stabiele boven maximale inkomsten verkozen. Autocratische regimes beloven bovendien vaak een lager belastingtarief om te compenseren voor een gebrek aan vrijheid. Dat idee gaat al terug tot de Franse filosoof Montesquieu en lijkt haar bevestiging te vinden in de lagere belastingtarieven in het Perzische en Romeinse Rijk. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat deze staten minder in oorlogsvoering moesten investeren. Maar het is misschien geen toeval dat Finland met een van de hoogste belastingen ter wereld steevast op nummer 1 eindigt in het World Happiness Report.

Een ander misverstand is dat antieke economieën “primitief” waren en grotendeels gebaseerd op ruilhandel. Niets is minder waar, en antieke staten begonnen al vroeg belastingen te innen in edelmetaal. In Babylonië vinden we in de ‘Ur-III’-periode (late 3de millennium v.C.) al een belasting op vee in zilver, en in Egypte een gelijkaardige taks geïnd van vissers in het 2de millennium v.C. In de loop van het 1ste millennium v.C. wonnen belastingen in cash echt aan belang doorheen het hele Middellandse Zeegebied en Mesopotamië.

Een lappendeken aan verschillende belastingen

De basis van de meeste hedendaagse staatsfinanciën is de algemene inkomstenbelasting. Ondanks indrukwekkende bureaucratieën had geen enkele antieke staat daarvoor de infrastructuur en de informatie. Om die reden werd er ook vaak een beroep gedaan op lokale elites zoals priesters en op belastingpachters. Aangezien alle antieke beschavingen landbouwsamenlevingen waren, hadden de meeste staten een vorm van belasting op het land. Vaak ging het om 10% van de oogst, maar bijvoorbeeld in Ptolemaeïsch Egypte lag het (variabele) tarief veel hoger. Land dat toebehoorde aan invloedrijke tempels werd vaak minder belast, in Babylonië onder de Perzen bijvoorbeeld maar aan 3%. Degenen wiens hoofdberoep een ambacht of een dienst was, waren doorgaans onderworpen aan een professionele taks. Ook op dat vlak liepen de modaliteiten uiteen, maar de hoogst bekende belasting was die in de Griekse stad Byzantion, waar bepaalde groepen een derde van hun inkomsten moesten afdragen.

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honingNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honing

In de Oudheid kende men geen algemene btw, maar wel verkoopstaksen, die uiteraard werden doorgerekend aan de klant. Die belastingen konden zowel algemene markt-taksen als specifieke belastingen zijn, bijvoorbeeld op de verkoop van gladiatoren in het Romeinse Rijk. Wie een huis kocht of een ander contract wilde laten registreren, betaalde op veel plaatsen een vorm van registratierechten. Zij die producten wilden invoeren of uitvoeren, een activiteit die makkelijk te controleren viel, waren quasi overal onderhevig aan douane- en tolheffingen. Dit soort taksen was in vredestijd de belangrijkste bron van inkomsten voor zowel de Griekse stadstaten als de vroeg-Romeinse Republiek. Zo vermeldt Strabo de spreekwoordelijke domheid van de inwoners van Cumae, die pas 300 jaar na de stichting van de stad douanerechten verpachtten:

[…] κατέσχεν οὖν δόξα ὡς ὀψὲ ᾐσθημένων ὅτι ἐπὶ θαλάττῃ πόλιν οἰκοῖεν. (Strabo XIII, 3, 6)
[…] aldus kregen ze de reputatie een volk te zijn dat pas laat doorhad in een stad bij de zee te wonen.

Een type taks dat vandaag omstreden is, en bijvoorbeeld een groot twistpunt vormt in de Belgische regeringsvorming, is de vermogensbelasting. In de Oudheid was het echter een courante praktijk om hogere defensie-uitgaven te compenseren door vermogens aan te spreken. Zo hieven vele Griekse steden in oorlogstijd de zogenaamde eisphora, en de Romeinen in de Republiek het tributum, beide enkel betaald door zij die een bepaald vermogen bezaten. Ook het antieke China kende in de 2de en 1ste eeuw v.C. een vermogensbelasting. Een gerelateerde praktijk is het innen van successierechten, zoals de vicesima hereditatum (“5% van de erfenis”) ingevoerd door keizer Augustus.

Taksen: een heel karwei

Met 833 mogelijke codes lijkt het invullen van de Belgische belastingaangifte misschien veel werk. Maar het kan erger: in de Oudheid moesten veel inwoners fysiek werk verrichten voor de staat. Vooral in het oude nabije oosten en in Egypte vinden we diverse vormen van corvee (waar ons woord ‘karwei’ van afgeleid is), maar ook de Inca’s, Azteken en de oude Chinezen kenden deze praktijk. In België verdween elke vorm van verplichte arbeid met de opschorting van de militaire dienstplicht in 1992. Naast militaire dienst werd corvee vaak gebruikt voor de cultivatie van staatsland, voor publieke bouwwerken (zoals piramides), en vooral voor het onderhoud van het irrigatiesysteem, waar de hele bevolking baat bij had. Na verloop van tijd konden deze verplichtingen worden afgekocht met zilver of geld. In Mesopotamië werd dit al gangbaar in het 2de millennium v.C., wat suggereert dat deze regio al vroeg een echte arbeidsmarkt had.

Reliëf voor de bouw van een tempel in Lagash (ca. 2500 v.C.). Links houdt koning Ur-Nanshe een typische corveemand voor het dragen van aarde boven zijn hoofd

“No taxation without representation?”

Geen belasting zonder vertegenwoordiging was de slagzin van de Amerikaanse revolutie. Ook in de Oudheid speelden taksen vaak een rol in het uitbreken van opstanden, in het bijzonder wanneer de legitimiteit van de veroveraars om te belasten in twijfel getrokken werd. Voorbeelden zijn legio: de vele revoltes in het Perzische rijk, de grote Thebaanse opstand tegen de Ptolemaeën, de Makkabese opstand tegen de Seleuciden, revoltes tegen de Romeinse overheersing, enz. Sommige regimes, zoals het Perzische rijk of de Delisch-Attische Zeebond verbloemden tribuutbetalingen dan ook als “vrijwillige” giften.

Ionische Grieken brengen giften naar de Perzische koning in deze scène uit de Apadana in Persepolis (eerste helft 5de eeuw v.C.)

Taksen kunnen een teken van onderwerping en uitsluiting zijn, zoals ook het geval was bij de beruchte Joodse taks onder de Romeinen. Anderzijds kon het betalen van belastingen net bijdragen tot het vormen van een gemeenschap en lidmaatschap ervan uitdrukken. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk voor slaven: zij betaalden nergens zelf belastingen, maar de opbrengst van hun arbeid werd belast. In het oude Rome werden sommige taksen, zoals successierechten, enkel van burgers geheven. Lange tijd dacht men dat de Grieken directe belastingen als een teken van tirannie zagen, maar intussen is het duidelijk dat de steden hun burgers wel degelijk belastten. Wel is het zo dat de Atheners publieke goederen in ruil verwachtten, en dat ze veel meer inspraak hadden dan de onderdanen van de grote rijken.

Belastingvrijstelling: een tweesnijdend zwaard

In andere gevallen was het belastingvrijstelling die bijdroeg tot het definiëren van de gemeenschap. In Sparta was er een onderscheid tussen de Spartaanse burgers die militaire dienst leverden en de heloten die belastingen betaalden. Volgens Herodotus waren de inwoners van het Perzische kerngebied vrijgesteld van belastingen. De Romeinse Republiek schafte in 167 v.C. het tributum af, waardoor de belastingdruk verschoof van de burgers in Italië naar de inwoners van de nieuwe provincies. Onderzoekers hebben recent gewezen op de schaduwkant van deze vrijstelling. Omdat de staat en de elites de bijdragen van de burgers niet langer nodig hadden, verloren deze ook hun onderhandelingspositie en na verloop van tijd hun politieke inspraak.

Na de overwinning op de Macedonische koning Perseus in 167 v.C. (hier afgebeeld door Jean-François Pierre Peyron) schafte Rome de voornaamste belasting voor haar burgers af

Andere vrijstellingen werden toegekend als beloning of om machtige groepen aan de staat te binden. Niet zelden ging het daarbij om priesters, en in onze contreien waren bijvoorbeeld druïden vrijgesteld van belastingen. Taksen en vrijstellingen worden vaak gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden (social engineering). In een wel heel driest voorbeeld betaalden ongehuwde vrouwen tussen de 15 en 30 jaar oud in het oude China een tijdlang het vijfvoudige voor de hoofdelijke belasting. Met hetzelfde doel had het Romeinse keizerrijk het ius trium liberorum, dat bepaalde vrijstellingen toekende aan ouders van 3 of meer kinderen. In Ptolemaeïsch Egypte waren er dan weer uitzonderingen voor leraars, winnaars in de spelen, sportcoaches en acteurs. Die groepen hadden allemaal een sterke band met de Griekse cultuur, maar Egyptische priesters genoten ook privileges. Winnaars in de spelen kregen ook elders in de Griekse wereld belastingvrijstelling.

Belastingontduiking: een antieke sport?

Papyrus met aangifte tegen de voller Leon voor het ontwijken van de beroepsbelasting (227 v.C.)

Er wordt wel eens gezegd dat belastingontwijking (legaal) of -ontduiking (illegaal) een nationale sport is in België. Hoewel Plato het betalen van belastingen als een kenmerk van de rechtvaardige man beschrijft, en Jezus aanried om de keizer te geven wat de keizer toekwam, proberen mensen al belastingen te ontwijken zo lang als ze geïnd worden, zoals de klacht van de belastingpachter Athenagoras tegen de voller Leon [TM 43303] aantoont. In het bijzonder de papyri uit Egypte staan bol van de listen om belastingen te ontwijken. De Ptolemaeïsche Hierokles, een serie-overtreder, vroeg bijvoorbeeld aan zijn connecties om “brieven te schrijven naar de douanepost, zodat ze hem genereus behandelen” [TM 2386] en de Romeinse wever Tryphon [TM Arch 249] bleef lustig weefgetouwen bijkopen jaren nadat hij omwille van zijn slechtziendheid van belastingen was vrijgesteld. Overtreders moesten wel oppassen voor informanten, die tot een derde van de boete konden opstrijken.

Het waren overigens niet alleen belastingbetalers die achterpoortjes zochten. Een brief van de Romeinse consuls aan de Griekse stad Oropos uit het jaar 73 v.C. toont hoe sommige belastingpachters wel erg creatief met de fiscale wetgeving omgingen. Enkele jaren voordien had de generaal Sulla tempelland in de omgeving van de stad vrijgesteld van belastingen. Toch probeerden de pachters taksen te innen van de tempel van Amphiaraus. Hun argument? Technisch gezien was Amphiaraus een held, en geen volwaardige god. In dit geval besliste de Romeinse staat, op advies van onder andere Cicero, in het voordeel van de priesters. Maar ook in de Oudheid was het dus belangrijk om de kleine lettertjes te kennen!

Lees meer

Girardin, M. (ed.), Fiscalités antiques. Aux origines de l’administration provinciale romaine, Rome, 2023.
Monson, M. and Scheidel, S. (eds.),  Fiscal Regimes and the Political Economy of Premodern States, Cambridge, 2015.
Valk, J. and Soto Marín, I. (eds.), Ancient Taxation: The Mechanics of Extraction in Comparative Perspective, New York, 2021.

Coverfoto: Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier, afkomstig van Wikimedia [CC0 1.0]

Dit project is gefinancierd onder de Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA)

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/feed/ 0 2625
Hieronymus van Rhodos: een peripateticus tussen mythe en geschiedenis https://www.oudegeschiedenis.be/07/01/2024/hieronymus-van-rhodos-een-peripateticus-tussen-mythe-en-geschiedenis/ https://www.oudegeschiedenis.be/07/01/2024/hieronymus-van-rhodos-een-peripateticus-tussen-mythe-en-geschiedenis/#respond Sun, 07 Jan 2024 15:30:50 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2580 Fresco van 'De school van Aristoteles' in de Maarten Luther Universiteit in Halle-Wittenberg van de hand van Gustav Adolph Spangenberg (1883-1888)

Iedereen weet wie Aristoteles was, maar de geschiedenis van zijn Peripatetische School, na zijn dood, is minder bekend. Van de peripateticus Hieronymus van Rhodos zijn weinig biografische gegevens bewaard, maar de 70 van hem overgeleverde fragmenten geven een verrassende versie van de mythe van Tithonus en een alternatieve beschrijving van het uiterlijk van Herakles.

Het bericht Hieronymus van Rhodos: een peripateticus tussen mythe en geschiedenis van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Fresco van 'De school van Aristoteles' in de Maarten Luther Universiteit in Halle-Wittenberg van de hand van Gustav Adolph Spangenberg (1883-1888)

Iedereen weet wie Aristoteles was, maar de geschiedenis van zijn Peripatetische School, na zijn dood, is minder bekend. Zoals ook het geval was met Plato en zijn Academie, lijkt geen van Aristoteles’ leerlingen – denk bijvoorbeeld aan Theophrastus, Eudemus of Strato – dezelfde talenten te hebben gehad als de meester of een vergelijkbare invloed te hebben uitgeoefend op de latere traditie. Het zou echter onterecht zijn deze figuren te onderschatten. Hun onderzoek zette dat van Aristoteles immers voort op verschillende kennisgebieden, van de filosofie tot de filosofie en van de zoölogie tot de biografie.

Wie was Hieronymus?

Hieronymus, over wie het hier zal gaan, is een van de vele obscure peripatetici die leefden in de Hellenistische periode. Hij was afkomstig uit Rhodos en leefde in de 3de eeuw v.C., voornamelijk in Athene. Er is weinig geweten over zijn leven en bovendien is zijn werk verloren gegaan met uitzondering van zo’n 70 ‘fragmenten’: letterlijke citaten en parafrases uit zijn literaire productie in de werken van latere auteurs van wie de werken wel bewaard zijn gebleven in de Middeleeuwse manuscripten of antieke papyri. Hoewel vandaag nauwelijks nog iemand hem kent, was Hieronymus toch een van de meest illustere peripatetische filosofen van zijn tijd en bleef zijn faam zelfs na zijn dood doorleven: Strabo (1ste eeuw v.C.- 1ste eeuw n.C.) rekende hem nog steeds tot de beroemde burgers van Rhodos; Cicero en Plutarchus vermeldden hem met appreciatie als filosoof; Dionysius van Halicarnassus (1ste eeuw v.C.) waardeerde hem als literair criticus.

Van Hieronymus zijn, in tegenstelling tot de grondlegger van de Peripatetische School, deze Aristoteles, geen afbeeldingen bewaard

In de fragmenten van Hieronymus vinden we de uitgebreide interesses weerspiegeld die de Peripatetische School al sinds Aristoteles kenmerkten. Zo zijn er heel wat filosofische fragmenten, waarin Hieronymus zich bezighoudt met de definitie van het hoogste goed en een theorie van de woede presenteert (lang voor de Stoïcijnse filosoof Seneca dit deed in zijn De ira). De meeste fragmenten gaan echter over andere onderwerpen: biografie, geschiedenis, mythologie, literatuur, filologie, eruditie, … Opvallend vaak neemt Hieronymus bepaalde standpunten in, die we elders in de traditie niet terugvinden. Van opmerkelijk belang zijn hierbij de mythologische fragmenten en de historisch-biografische fragmenten. Drie hiervan, die me bijzonder interessant lijken, wil ik hier onder de aandacht brengen.

De mythe van Tithonus

Een fragment van Hieronymus (F 46 White, in enkele commentaren op de ‘Ilias’ bewaard) gaat over de mythe van Eos (de godin van de dageraad) en Tithonus (een Trojaanse prins). De bekendste versie van de mythe, die heel waarschijnlijk ook de oorspronkelijke is en die al geattesteerd is in de Homerische ‘Hymne aan Aphrodite’, alsook bij Mimnermus en Sappho, gaat als volgt: Eos werd zo verliefd op Tithonus dat ze aan Zeus de onsterfelijkheid voor haar geliefde vroeg en verkreeg. Alles ging goed totdat Tithonus oud begon te worden. Eos was namelijk vergeten om naast onsterfelijkheid ook eeuwige jeugd aan Zeus te vragen. In het begin verjoeg Eos Tithonus uit het huwelijksbed, maar ze bleef voor hem zorgen. Toen Tithonus echter steeds ouder en zwakker werd, walgde Eos van hem en sloot hem op in een grot.

De mythe van Eos en Tithonus afgebeeld op een Attische roodfigurige ‘kylix’

Bij Hieronymus vinden we echter een ander einde van het verhaal. Toen Tithonus zo oud en zwak was geworden dat het leven voor hem ondraaglijk was geworden, vroeg hij Eos hem te doden om hem verdere pijn te besparen. De godin bedacht echter een list: ze veranderde hem in een cicade, zodat zij voor altijd zijn stem kon blijven horen. Deze versie van de mythe, met wat we een happy ending zouden kunnen beschouwen, is duidelijk het resultaat van een latere adaptatie en modificatie. In het begin gaf de mythe vooral uitdrukking aan de angst voor ouderdom en maakte het de onmogelijkheid voor een mens duidelijk om te kunnen genieten van de goddelijke privileges zoals eeuwige gezondheid en onsterfelijkheid. Een heel triest verhaal dus. In de door Hieronymus overgeleverde versie verklaart de mythe van Tithonus in plaats daarvan de oorsprong van het prachtige lied van de cicaden, waarin voor hem de stem van Tithonos en de liefde van Eos eeuwig voortleven. Het werd zo één van de vele etiologische verhalen die voornamelijk in de Hellenistische tijd heel populair waren, die vaak op traditionele mythes gebaseerd waren en deze op een aangename manier herwerkten.

Het uiterlijk van Herakles 

Het verhaal van Tithonus is niet het enige geval waarin Hieronymus een bijzondere versie van een mythe bewaard heeft. In een ander fragment (F 44A White, overgeleverd door Clemens van Alexandrië, een christelijke auteur die leefde in de 2de eeuw .C.) geeft hij een zeer buitengewone beschrijving van Herakles, die wordt beschreven als “kort, met warrig haar en sterk”. Deze versie is erg vreemd, omdat Herakles over het algemeen heel anders wordt beschreven. Een collega van Hieronymus, de peripateticus Dicaearchus, noemde Herakles bijvoorbeeld “lang en slank” en “met lang haar”.

Herakles tegen Antaios op de Euphronius-krater uit het Louvre

Ook in andere bronnen werd Herakles helemaal niet als “kort” beschreven. Pythagoras had zijn lichaamslengte zelfs als uitzonderlijk lang berekend op basis van het feit dat zijn voeten, waarmee hij het stadion van Olympia had afgemeten, veel groter waren dan die van een gewone man. De enige parallel voor het verhaal van Hieronymus is te vinden bij de dichter Pindarus, waar Herakles wordt beschreven als “klein van gestalte” maar wel “onverwoestbaar van geest”. Ook het detail van het “warrige haar” is erg vreemd. Op vazen wordt Herakles meestal afgebeeld met heel net haar, in tegenstelling tot zijn barbaarse tegenstanders, zoals bijvoorbeeld op de beroemde Euphronius-krater in het Louvre.

Tegen de algemene traditie in zou Herakles, de zoon van Zeus van Alkmene, de held van de twaalf werken, volgens Hieronymus dus … een kort, gedrongen mannetje met ongekamd haar zijn geweest! Hieronymus’ beschrijving lijkt best negatief. Hoe kunnen we dit verklaren? Misschien heeft dit te maken met het ‘euhemerisme’, een stroming in de interpretatie van mythes die in de Hellenistische tijd wijdverspreid was en vooral door Euhemerus van Messene (4de eeuw v.C.) toegepast werd: volgens hem waren de goden slechts mensen die later vergoddelijkt werden. Als er dus een verband was tussen deze stroming en ons fragment, dan was de functie van de benadrukking van Herakles’ gebreken (of, als we het voorzichtiger willen formuleren, in ieder geval zijn onvolkomenheden) wellicht om zijn menselijke en sterfelijke oorsprong te onderstrepen en te “bewijzen”.

Het seksleven van Alexander de Grote

Hieronymus toonde dezelfde belangstelling voor uitzonderlijke en nauwelijks geattesteerde tradities ook in niet-mythologische fragmenten. Opmerkelijk is hier een fragment (F 30 White, bewaard door Athenaeus, een auteur die in de 2de eeuw n.C. leefde) over Alexander de Grote, waarin zonder enig bijkomend detail wordt beweerd dat Alexander er niet toe in staat was om seksuele relaties te hebben.

Deze bijzonderheid wordt voor het eerst vermeld in Hieronymus en heeft zo goed als geen invloed gehad op de overlevering over de koning. Nergens anders vinden we immers hetzelfde detail. Andere bronnen vermoeden dat Alexander wel eens homoseksueel zou kunnen zijn geweest. De daardoor veroorzaakte onmogelijkheid om kinderen te verwekken zou bijgevolg de basis kunnen vormen van ons verhaal. Zo staat bijvoorbeeld in een andere anekdote te lezen hoe Alexanders moeder Olympias zelfs probeerde de jonge Alexander naar bed te krijgen met de mooie Thessalische hetaere Kallixena, maar ze slaagde er niet in. Hieronymus’ kritiek lijkt echter van een andere strekking te zijn geweest. Hij zinspeelde misschien op erectiestoornissen die Alexander door overmatig wijngebruik af en toe gehad zou kunnen hebben. Hieronymus schreef namelijk ook een traktaat over dronkenschap en buitensporig drankgebruik, thema’s die vaak worden aangetroffen in de historiografie over Alexander. Het lijkt daarom een plausibele verklaring te zijn dat hij een verband legde tussen deze twee problemen van de koning.

De bekendste afbeelding van Alexander de Grote, een detail uit de Slag bij Issus, op een mozaïekvloer die momenteel in het museum van Napels te bezichtigen is

Het belang van Hieronymus’ overlevering

Hieronymus’ belangstelling voor zowel mythe als geschiedenis is op zich niet verrassend, ook omdat het onderscheid tussen mythe en geschiedenis in het Griekse denken niet zo vastomlijnd was. Wat wel opvalt, is het feit dat zijn naam in verband wordt gebracht met mythische en historische verhalen die zeer zeldzaam zijn in de overlevering. Dit kan deels te wijten zijn aan de latere overlevering, die zich toegespitst kan hebben op de meest uitzonderlijke aspecten in zijn werk. Dit lijkt echter niet de enige verklaring te zijn. Dergelijke obscure varianten van verhalen moeten inderdaad een rol hebben gespeeld in het werk van Hieronymus, ook al kunnen we niet meer achterhalen in welke mate.

We kunnen slechts betreuren dat Hieronymus’ werk bijna volledig verloren is gegaan en alleen bewaard is gebleven in fragmenten, die vaak obscuur, dubbelzinnig en moeilijk te begrijpen zijn. Toch geven deze fragmenten ons een idee van zijn mythologisch-historische studies. Zijn vaak bizarre en buitengewone versies verschaffen ons inzicht in wetenschappelijke en literaire debatten die we anders misschien niet zouden verwachten en waarvan ons de achterliggende redenen en de tendensen bij een eerste lectuur meestal ontgaan. Die zullen er echter wel vaak geweest zijn. Alleen de zorgvuldige studie van de fragmenten, de context waarin ze worden geciteerd of geparafraseerd en de parallelle traditie over elk onderwerp maken het mogelijk Hieronymus’ verhalen in hun context te plaatsen en hun betekenis te begrijpen, of op zijn minst enkele plausibele interpretaties te kunnen formuleren.

Verder lezen

De testimonia en fragmenten van Hieronymus van Rhodos zijn verzameld, vertaald en becommentarieerd door S.A. White in W.W. Fortenbaugh - S.A. White (reds.), Lyco of Troas and Hieronymus of Rhodes. Text, Translation, and Discussion, Londen/New York 2004. In dezelfde bundel kan men een aantal essays vinden die belangrijke aspecten van Hieronymus’ biografie, filosofie en werk bespreken.

Voor de haardracht van Herakles, vooral in de figuratieve kunsten, is nuttige lectuur E.A. Mackay, “The Hairstyle of Herakles,” in A.J. Clark - J. Gaunt (reds.), Essays in Honor of Dietrich von Bothmer, Amsterdam 2002, pp. 203-210.

Over het seksleven van Alexander de Grote en de bronnen hierover kan men de volgende studies lezen: D. Ogden, “Alexander’s Sex Life,” in W. Heckel – L. A. Tritle (eds.). Alexander the Great. A New History, Malden (Mass.)/Oxford/Chichester 2009, pp. 203–217 en S. Müller, “The Sexuality of the Argeads,” in K.R. Moore (red.), The Routledge Companion to the Reception of Ancient Greek and Roman Sexuality, Londen/New York 2023, pp. 212-228.

Coverafbeelding: de fresco ‘The School of Aristotle’, geschilderd door Gustav Adolph Spangenberg in de Maarten Luther Universiteit in Halle-Wittenberg, vanop Wikimedia (Public Domain)

[Deze tekst werd oorspronkelijk in het Italiaans geschreven. Een eerste Nederlandse versie werd door DeepL gemaakt die dan grondig herwerkt werd. De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn hulp en Ide François voor het proeflezen.] 

Het bericht Hieronymus van Rhodos: een peripateticus tussen mythe en geschiedenis van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/07/01/2024/hieronymus-van-rhodos-een-peripateticus-tussen-mythe-en-geschiedenis/feed/ 0 2580
Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/ https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/#respond Sun, 08 Oct 2023 16:25:24 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2472

In onze reeks 'Quis est?' beschrijven we minder bekende figuren uit de Oudheid, zoals deze Sostratos van Aegina? Is deze handelaar, die zowel bij Herodotus als in teksten uit Italië en Egypte wordt vermeld, de rijkste aller Grieken?

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Vorige week pakte de krant De Standaard uit met de test “bent u rijk?”, en voegde daar de boude bewering aan toe dat je “met 2 miljoen tegenwoordig niets bent”. Zorgen over de groeiende ongelijkheid klinken steeds luider, maar tegelijk blijven lijstjes van rijke mensen populair, en kunnen we de capriolen van ’s werelds meest welvarende persoon, Elon Musk, bijna in real time volgen. Hoewel hun invloed misschien wel groter is dan ooit, zijn superrijken niet alleen een hedendaags fenomeen, en ook over hun historische voorgangers doen vaak allerlei straffe verhalen de ronde, waaronder ook over een zeker Sostratos van Aegina.

Het lot van Crassus, in de zestiende-eeuwse verbeelding

Een andere persoon die wel eens omschreven wordt als de rijkste man in de wereldgeschiedenis is Mansa Musa, de veertiende-eeuwse heerser over het koninkrijk Mali. Op bedevaart naar Mekka zou hij in Caïro zoveel goud uitgedeeld hebben, dat de goudprijs en daarmee de hele economie crashte. In Rome was er de fabelachtige rijkdom van Marcus Licinius Crassus, de triumvir die een groot fortuin vergaarde via speculatie op de vastgoedmarkt. De Parthen waren zich welbewust van ’s mans reputatie, en nadat hij sneuvelde in de slag bij Carrhae (53 v.C.) goten ze volgens de overlevering gesmolten goud in zijn mond. De Griekse steden waren meer egalitair, en het is minder duidelijk wie de rijkste aller Hellenen geweest zou kunnen zijn. Eén man heeft echter een sterke claim, als we tenminste Herodotus mogen geloven. En andere bronnen voor die Sostratos van Aegina suggereren inderdaad dat zijn beschrijving op waargebeurde feiten gebaseerd is.

De reputatie van Sostratos (en die van Herodotus)

Haast terloops, als deel van een verhaal over de Samiërs, merkt de geschiedschrijver Herodotus op dat geen enkele handelaar ooit meer inkomsten vergaarde dan een zekere Sostratos uit Aegina, de zoon van Laodamas:

“ἀπονοστήσαντες οὗτοι ὀπίσω μέγιστα δὴ Ἑλλήνων πάντων τῶν ἡμεῖς ἀτρεκείην ἴδμεν ἐκ φορτίων ἐκέρδησαν, μετά γε Σώστρατον τὸν Λαοδάμαντος Αἰγινήτην: τούτῳ γὰρ οὐκ οἷά τε ἐστὶ ἐρίσαι ἄλλον.”

“Naar huis teruggekeerd, haalden zij [sc. de Samiërs] de meeste winst uit hun vracht van alle Grieken waarover we zekerheid hebben, behalve dan Sostratos, zoon van Laodamas, uit Aegina: met hem kan geen enkel ander wedijveren.” (Historiae 4, 152)

Herodotus, de Griekse geschiedschrijver

Aldus vervoegde Sostratos de selecte groep van Griekse handelaars die bij naam vereeuwigd werden in de literaire bronnen. De Griekse upper class had, net als de Romeinse senatoriale elite, namelijk geen al te hoge pet op van handelaars, en voelde niet vaak de behoefte om hun verwezenlijkingen te vereeuwigen. Desalniettemin suggereert Herodotus’ opmerking dat zijn publiek goed genoeg wist over wie hij het had, aangezien hij geen enkel detail over Sostratos’ activiteiten vermeldt. Gelukkig voor ons is Sostratos (of zijn familie) een van die gevallen waar de literaire en documentaire bronnen elkaar aanvullen. Uit die laatste categorie blijkt een uitgebreid handelsnetwerk, dat zich uitstrekte doorheen het Middellandse Zeegebied. Tegelijk bevestigen deze teksten de geloofwaardigheid van de “vader van de geschiedschrijving”, waar zowel antieke als moderne historici wel eens aan durven twijfelen.

Aegina in de 6de eeuw v.C.

Zesde-eeuwse stater van Aegina met de schilpad

Sostratos’ thuisregio Aegina was een eiland in de Saronische golf, tussen Attica en de Peloponnesos, een strategische locatie om aan handel te doen. Het was dan ook een welvarende gemeenschap, die in de 6de eeuw v.C. belangrijker was dan het nabijgelegen Athene. De Aeginese stater met de bekende schildpad was een van de eerste munten in de Griekse wereld, en andere steden volgden de muntstandaard van Aegina voor het slaan van hun eigen munten. Handelaars als Sostratos speelden hierin een aanzienlijke rol. Aan het einde van de 6de eeuw v.C. bouwde de stad een monumentale tempel voor Aphaea, nog steeds een populaire bezienswaardigheid, en een heiligdom voor Apollo. Sommige onderzoekers willen hier ook de hand van Sostratos in zien, en twee sokkels voor standbeelden dragen inderdaad een inscriptie die verwijst naar iemand met die naam. Na de Perzische oorlogen verloor Aegina aan belang ten voordele van grote rivaal Athene.

Sostratos in Italië

Sostratos zou misschien voor altijd een semi-legendarische figuur gebleven zijn, als de ontdekking van een intrigerende inscriptie in het Etruskische Gravisca daar geen verandering in had gebracht. Het gaat om een stenen anker, gewijd aan een godheid, zoals dat wel vaker gebeurde onder zeelieden als dank voor een veilige zeereis. De tekst is simpel en slechts gedeeltelijk bewaard, maar in al zijn kortheid bijzonder significant:

ΑΠΟΛΟΝΟΣ ΑΙΓΙΝΑΤΑ ΕΜΙ ΣΟΣΤΡΑΤΟΣ ΕΠΟΙΗΣΕ ΗΟ

“Ik behoor toe aan Apollo van Aegina. Sostratos, zoon van … heeft mij gemaakt”

Het anker van SostratosWikimedia

Het anker van Sostratos

De tekst dateert naar alle waarschijnlijkheid uit de late 6de eeuw v.C., en de combinatie van de naam Sostratos met de godheid uit Aegina maken het zeer waarschijnlijk dat het hier om de handelaar van Herodotus gaat. Bovendien liep het in Gravisca, de haven van de welvarende stad Tarquinia, vol met handelaars. De Etruskische steden waren belangrijke handelspartners voor de Grieken en hun havens waren levendige en kosmopolitische plaatsen met ruimte voor vreemde, niet-Etruskische goden.

Ook in Pyrgi, de haven van dat andere Etruskische centrum Caere, werd een dedicatie gevonden die mogelijk aan Sostratos toegeschreven kan worden. Met welke producten Sostratos zijn fortuin vergaarde, weten we niet zeker, maar tientallen beschilderde Attische vazen met het merkteken “So” (= So(stratos)?) suggereren dat hij de grootste invoerder van aardewerk van zijn tijd was. Belangrijker nog was hun inhoud: Griekse wijn. Hoewel de Etrusken zelf aan viticultuur deden, en hun wijn zelfs exporteerden naar Gallië, verkoos de elite het Griekse product van hogere kwaliteit. Dat ligt vandaag wel even anders: grote delen van Etrurië maken nu deel uit van Toscane, wereldberoemd voor haar Chianti en Brunello. De Etrusken importeerden verder olijfolie, allerlei metalen, luxeproducten zoals ivoor, en slaven. Mogelijk handelde Sostratos ook in sommige van deze goederen.

Sostratos in Egypte?

Sostratos’ activiteiten in Etrurië zouden op zichzelf al indrukwekkend geweest zijn, maar enkele vondsten uit het Egyptische Naukratis zouden er op kunnen wijzen dat zijn netwerk echt het hele Middellandse zeegebied omspande. Naukratis was een belangrijke handelspost in het noorden van Egypte, op dat moment deel van het Perzische rijk (we schrijven enkele decennia vòòr de grote confrontatie tussen dat rijk en de Griekse steden). Net als Gravisca was het een multicultureel emporium, maar Naukratis had een meer uitgesproken Grieks karakter. Het was geen kolonie van een enkele polis, maar een gemeenschap onderhouden met de steun van twaalf verschillende Griekse steden, waaronder Aegina, Sostratos’ thuisstad.

Schaal gewijd door een Sostratos in Naukratis

Enkele dedicaties die op de site teruggevonden zijn, zouden kunnen wijzen op de betrokkenheid van Sostratos en zijn familie: verschillende potten dragen er wijdingen aan Aphrodite Aphrodite van een Sostratos en een Leodamas (een variant van de naam van Sostratos’ vader bij Herodotus, Laodamas). Aphrodite had geen corresponderende tempel op Aegina zoals Apollo, maar speelde in het algemeen een belangrijke rol als beschermster van zeereizigers. Als Aphrodite Euploia kon ze de golven bedwingen en haar adepten een veilige vaart garanderen, en handelaars schreven soms hun commerciële successen aan haar tussenkomst toe.

Ook in Egypte importeerden Grieken hun veelgeprezen wijn, maar het grote geld viel eerder te rapen met het doorverkopen van Egyptische producten zoals graan, linnen en papyrus in de Griekse wereld. Er zijn echter enkele bezwaren tegen de interpretatie dat het hier om de Sostratos van Herodotus zou gaan: Leodamas wordt geïdentificeerd als zijnde afkomstig van de stad Teos, en de dedicatie door Sostratos gebruikt het alfabet van het eiland Chios. Het zou natuurlijk om een bijzonder internationale familie kunnen gaan, en misschien heeft Sostratos zijn graffiti niet zelf geschreven, maar voorzichtigheid is hier toch geboden.

Eén steenrijke Sostratos, of toch meerdere Sostratoi?

Sostratos was geen zeldzame naam in de Oudheid, en sommige onderzoekers betwijfelen dat al deze bronnen verwijzen naar een en dezelfde man, de Sostratos van Herodotus. Anderen kiezen een middenweg, en reconstrueren een familie van handelaars eerder dan één individu. Zowel beroepen als namen werden inderdaad vaak doorgegeven van vader (of grootvader) op zoon. Het blijft moeilijk om alle elementen hard te maken, in het bijzonder de Egyptische connectie, maar zeker het anker voor Apollo van Aegina uit Gravisca spreekt in het voordeel van de betrouwbaarheid van Herodotus. Bovendien kennen we andere handelaars, met veel ongebruikelijkere namen, die sporen achterlieten in zowel Etrurië als Naukratis, zoals een zekere Lethaios en een meneer Hyblesios. We kunnen dus terecht spreken van een geconnecteerde en mobiele wereld, waarin internationale handelaars aanzienlijke fortuinen verdienden. En de terloopse manier waarop Herodotus Sostratos van Aegina vermeldt, leert ons dat zijn succes fabelachtig geweest moet zijn.

Lees meer

Gill, D.W.J., ‘Positivism, Pots and Long-Distance Trade’, in I. Morris (ed.), Classical Greece: Ancient Histories and Modern Archaeologies, Cambridge, 1994, 99–107.
Hornblower, S., ‘Personal Names and the Study of the Ancient Historians’, Proceedings of the British Academy 104 (2000), 129–143.
Johnston, A., ‘Trading Families?’, in R.W.V. Catling and F. Marchand (eds.), Onomatologos. Studies in Greek Personal Names presented to Elaine Matthews, Oxford, 2010, 470–478.
Schweizer, B., ‘Zwischen Naukratis und Gravisca: Händler im Mittelmeerraum des 7. und 6. Jhs. v. Chr.’, in M. Fitzenreiter (ed.), Das Heilige und die Ware: Zum Spannungsfeld von Religion und Ökonomie, London, 2007, 307–324.

Coverafbeelding: adaptatie van een foto van een zwartfigurige vaas (kylix) uit de 6de eeuw v.C. met daarop Dionysus op een schip tussen de druiven en dolfijnen, via de afbeelding ‘Kylix Dionysus on a ship between dolphins’ vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0 DEED).

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/feed/ 0 2472
Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/#respond Sat, 23 Oct 2021 15:42:30 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2056

Avidius Cassius, een Romeinse generaal die met zijn leger in opstand kwam tegen keizer Marcus Aurelius 175 n.C., was mogelijk een slachtoffer van 'fake news' in de Oudheid. Speelde ook keizerin Faustina een rol in deze revolte? Lees het in onze 'fact check' over deze Avidius Cassius.

Het bericht Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news van Bram Fauconnier verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Sinds de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in 2016 zijn de thema’s fake news en desinformatie niet meer weg te denken in de media. De coronacrisis heeft de discussie nog verder scherp gesteld. Misleidende informatie, vervalste nieuwsberichten en samenzweringstheorieën tieren welig op sociale media en lijken in staat om hele samenlevingen te ontwrichten. De schaal waarop fake news vandaag verspreid wordt, is uiteraard zonder precedent, maar toch konden valse berichten ook in premoderne samenlevingen grote gevolgen hebben. Deze blogpost gaat over een opmerkelijk voorbeeld uit het Romeinse Rijk van de 2de eeuw n.C.: de opstand van de Romeinse bevelhebber Avidius Cassius tegen keizer Marcus Aurelius.

Avidius Cassius

Buste van de Romeinse keizer Marcus Aurelius

Avidius Cassius was een van de voornaamste legeraanvoerders van keizer Marcus Aurelius, die regeerde van 161 tot 180 n.C. Cassius’ familie was afkomstig uit Syrië en zou zelfs afstammen van het Seleucidische vorstenhuis uit de Hellenistische periode. De familie is een mooi voorbeeld van de romanisering van provinciale elites en hun integratie in het rijksbestuur. Zijn vader, Avidius Heliodorus, had al hoge functies vervuld onder Hadrianus en Antoninus Pius, de voorgangers van Marcus Aurelius. Avidius Cassius scheerde nog hogere toppen. Als generaal boekte hij grote militaire successen in de oorlog tegen de Parthen en in 166 n.C. bekleedde hij het consulaat, het hoogste politieke ambt in Rome. Enkele jaren later werd hem een uitzonderlijk oppercommando over het hele oostelijke gedeelte van het rijk toegekend. Onder zijn leiding werd een potentieel gevaarlijke opstand van de lokale bevolking in Nijldelta neergeslagen. Marcus Aurelius moet een groot vertrouwen hebben gehad in deze capabele generaal.

Campagne

Buste van Tiberius Claudius Pompeianus, schoonzoon van Marcus Aurelius

In 175 n.C. voerde Marcus Aurelius campagne aan de Donau tegen de Marcomannen en de Jazygen, confederaties van “barbaarse” stammen die de Romeinse grenzen bedreigden. In het voorjaar werd hij echter zwaar ziek. Wat er vervolgens gebeurde, is niet helemaal duidelijk. De historicus Cassius Dio, die zo’n 40 jaar na de feiten schreef, beweerde dat keizerin Faustina radeloos werd door de ziekte van haar man. Uit schrik om opzij geschoven te worden door politieke rivalen – men denkt hierbij vooral aan de machtige schoonzoon van de keizer, Claudius Pompeianus – zou zij Avidius Cassius een brief geschreven hebben met de vraag om na de dood van de keizer met haar te trouwen en de troon te bestijgen. Een andere bron uit de late vierde eeuw, de zogenaamde ‘Historia Augusta’, probeert dat te weerleggen door een brief van Faustina aan Marcus Aurelius te citeren, waarin zij een zware straf voor de opstandige generaal eist. Die brief is echter geheel fictief en pleit Faustina dus niet vrij. Heeft Faustina dan toch een rol gespeeld in de opstand? We zullen het nooit zeker weten.

Opstand

Ook over het daadwerkelijke begin van de opstand heerst er onzekerheid. Volgens Dio kreeg Avidius Cassius kort na de brief van Faustina het valse bericht dat de keizer overleden was “en hij eiste onmiddellijk de troon op, zonder na te gaan of het bericht juist was”. In hedendaagse termen: Cassius zou het hebben nagelaten een degelijke fact check uit te voeren. Volgens de ‘Historia Augusta’ zou Cassius echter zélf het valse gerucht verspreid hebben, om zo de steun van de troepen te krijgen. Hoe het ook zij, Cassius kwam in opstand en bijna alle oostelijke provincies, inclusief de zeven legioenen die er gelegerd waren, schaarden zich achter hem. Snel werd het duidelijk dat de keizer nog leefde, maar er was nu geen weg meer terug. Herodes Atticus, een miljonair uit Athene die goede banden had met het keizerlijke hof en met Avidius Cassius, zou de opstandige generaal een brief hebben gestuurd die slechts uit één woord bestond: “emanes”, “je bent gestoord!”

Buste van keizerin Faustina (Minor)

In het legerkamp van Marcus Aurelius aan de Donau sloeg het nieuws van de opstand in als een bom. Volgens Dio was de intussen herstelde keizer diepbedroefd dat zijn vriend zich tegen hem had gekeerd. Hij staakte zijn campagnes tegen de Jazygen en trok op naar het oosten om de opstand neer te slaan. Het kwam echter niet tot een veldslag. Avidius Cassius werd, amper drie maanden na het begin van de opstand, door twee van zijn officieren om het leven gebracht. Marcus Aurelius trok vervolgens door de oostelijke provincies om zijn gezag te herstellen. De keizer toonde zich vergevingsgezind: zware represailles bleven uit en de correspondentie van Avidius Cassius werd verbrand om duidelijk te maken dat het hoofdstuk afgesloten was. Faustina stierf enkele maanden later en werd door haar man met alle égards begraven. Volgens Dio stierf ze aan jicht of pleegde ze zelfmoord om straf voor haar betrokkenheid in de opstand te vermijden. Net als haar brief aan Cassius is dat laatste mogelijk een verzinsel.

Mysteries?

Er blijven nog veel vraagtekens. Herodes Atticus lijkt een punt te hebben gehad toen hij Avidius Cassius gestoord noemde, want hij maakte met zijn opstand amper kans om Rome in te nemen en keizer te worden. De westelijke legioenen waren veel talrijker en ze zouden ook nooit de kant van Cassius hebben gekozen als de keizer daadwerkelijk gestorven zou zijn. Het commando zou in dat geval zijn overgenomen door Claudius Pompeianus, de rechterhand en schoonzoon van de keizer. Wat bezielde Avidius Cassius dan? Klopt het beeld van Dio dat de opstand in feite een ‘ongeluk’ was, ingegeven door misleidende informatie van Faustina en fake news over de dood van de keizer? Voorzichtigheid is geboden, want Dio was een bewonderaar van Marcus Aurelius en hij stelde zijn regeerperiode voor als stabiel en harmonieus. Het paste dus in zijn narratief om de opstand af te schilderen als een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Recent onderzoek geeft een andere verklaring voor de opstand. Cassius zou nooit hebben geprobeerd om de nieuwe keizer van het hele Romeinse Rijk te worden, maar eerder een soort separatistische koers hebben gevaren. Met zijn opstand zou hij zijn uitzonderlijke machtspositie in het oosten een permanent karakter hebben willen geven door zich uit te roepen tot een soort keizer van het Oosten. Het lijkt er bovendien op dat er voorheen al veel ontevredenheid was in de oostelijke provincies tegenover het beleid van Marcus Aurelius. Zijn oorlogen aan de Donau werden immers gefinancierd met zware belastingen, waarvan de rijke oostelijke provincies een groot deel moesten ophoesten. Dat zou mede verklaren waarom Cassius op korte tijd zowat het hele Oosten aan zijn kant kreeg. De opstand van Cassius zou op die manier een voorloper zijn geweest van de opstanden in de 3de eeuw n.C., toen onder meer de stadstaat Palmyra zich met een groot deel van de oostelijke provincies afscheurde. Het valse bericht over de dood van Marcus Aurelius zou in dat scenario slechts een aanleiding zijn geweest voor de opstand, geen oorzaak. Dat scenario pleit bovendien Faustina vrij, want zij had niets te winnen bij een separatistische revolte.

Kaart van de Opstand van Avidius Cassius in 175 n.C.

Conclusie

Het verhaal van de opstand van Cassius illustreert een belangrijk verschil tussen heden en verleden. Vandaag vormt de snelheid waarmee vals nieuws verspreid wordt een probleem, en fact checking wordt bemoeilijkt door de enorme hoeveelheid informatie. In de Oudheid lag het probleem net bij de trage communicatie. Het duurde weken om een bericht van de ene naar de andere kant van het rijk te brengen. Een snelle fact check was daardoor onmogelijk. Eenmaal geruchten over de dood van de keizer de ronde deden, moest Avidius Cassius snel handelen om zijn politieke rivalen aan het hof voor te zijn en zijn positie in het Oosten te handhaven. Cassius gokte verkeerd en kwam noodlottig aan zijn einde. We kunnen ons alleen maar afvragen wat er gebeurd zou zijn als Marcus Aurelius daadwerkelijk gestorven was…

Meer lezen?

Cassius Dio, Romeinse geschiedenis, 72. 22-29. (samengevat in de 11de eeuw door de Byzantijnse geleerde Johannes Xiphilinus)

Historia Augusta, Avidius Cassius

Philostratus, Levens van de sofisten, 563 (over de brief van Herodes Atticus aan Avidius Cassius)

Kemezis, A. (2021), ‘Avoiding the Eastern Question: Avidius Cassius and the Antonine Succession in Cassius Dio’, in: J.M. Madsen en C.H. Lange, Cassius Dio the Historian: Methods and Approaches, Leiden, p. 195-222.

Levick, B. Faustina I and II: Imperial Women of the Golden Age, New York, 2014.

Coverafbeelding: adaptatie van de 3D-sketch “Equestrian Statue of Marcus Aurelius” van leifchri92 op Sketchfab (CC BY 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news van Bram Fauconnier verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/feed/ 0 2056
Quis est? Diagoras van Rhodos, stamvader van een roemrijk geslacht van Olympiërs https://www.oudegeschiedenis.be/25/07/2021/quis-est-diagoras-van-rhodos-stamvader-van-een-roemrijk-geslacht-van-olympiers/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/07/2021/quis-est-diagoras-van-rhodos-stamvader-van-een-roemrijk-geslacht-van-olympiers/#respond Sun, 25 Jul 2021 17:50:29 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2001

Naar aanleiding van de start van de Olympische Spelen in Tokio (verplaatst van 2020 naar 2021) gaan we in een nieuwe aflevering van onze 'Quis est?'-reeks op zoek naar het levensverhaal van één van de beroemdste atleten uit de Oudheid, Diagoras van Rhodos. In Rhodos zelf zijn er nog veel sporen te vinden van deze Olympiër en zijn nazaten, maar hoe succesvol was Diagoras tijdens en na zijn sportieve carrière?

Het bericht Quis est? Diagoras van Rhodos, stamvader van een roemrijk geslacht van Olympiërs van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Toeristen op weg naar het strand in Rhodos, het Griekse eiland in de Egeïsche Zee, kijken wel eens vreemd op wanneer ze in het midden van één van de drukste rotondes de – hierboven afgebeelde – standbeeldengroep van drie mannen zien. Je komt er voorbij wanneer je vanaf het noordelijkste punt van de havenstad (de zogenaamde speerpunt vanuit bovenaanzicht) de kustweg neemt in zuidoostelijke richting naar de Acropolis en het daar vlakbij gelegen stadion (waar de lokale Spelen werden gehouden). In dat uiterste noorden van het eiland ligt nog een andere publieke trekpleister: het publieke aquarium. In tegenstelling tot het miezerige moderne beeld dat zich voor dat gebouw bevindt en dat de locatie van de beroemde Kolossus van Rhodos zou moeten aanduiden – een andere verkeerde moderne interpretatie beschreef de plaatsing ervan als wijdbeens over de haveningang, waar nu twee zuilen met herten erop staan – springt de standbeeldengroep van de drie figuren meteen in het oog. Erop afgebeeld staat immers de bekende Diagoras van Rhodos, die door twee van zijn zonen wordt gedragen. Als je dichterbij gaat lees je op de sokkel een inscriptie in het (moderne) Grieks: ΤΟ ΣΥΜΠΛΕΓΜΑ ΤΟΥ ΘΡΙΑΜΒΟΥ ΤΟΥ ΔΙΑΓΟΡΑ (“De beeldengroep van de triomf van Diagoras”). Maar wie was deze bekende inwoner van het antieke Rhodos en van welke triomf is dit beeld ook nog in onze tijd het symbool?

Afkomst

Topografische kaart van Rhodos, de hoofdstad van de eilandengroep Dodekanesos (letterlijk: de twaalf eilanden), met Ialysos aan de noordwestkust van het eiland

Dankzij verschillende (geschreven) bronnen kunnen we de levensloop van Diagoras vrij nauwkeurig reconstrueren, al doen er soms verschillende interpretaties over zijn leven de ronde. Hij werd vermoedelijk geboren rond de eeuwwisseling van de 6de naar de 5de eeuw v.C. Zoals zoveel van de ons uit de (literaire) teksten bekende personen uit de Oudheid behoorde hij tot een aristocratische familie, afkomstig van Ialysos, één van de drie Dorische poleis (de andere zijn Lindos en Kamiros) aan de noordwestkust van Rhodos. Zijn vader Damagetos behoorde tot het geslacht van de Eratidai, teruggaand op een koninklijke afstamming, namelijk die van koning Eratos van Argos (en eveneens via zijn overgrootmoeder van Aristomenes van Messene). Vermoedelijk was hij een lokale heerser (of machtige magistraat) in dit gebied van het eiland, wiens gelijknamige grootvader door Pausanias in zijn ‘Beschrijving van Griekenland’ (Hellados Periegesis) als Basileus van Ialysos wordt omschreven (Paus. 4.24.2-3).

Tom Gheldof | OUDE GESCHIEDENIS

Gereconstrueerde stamboom van Diagoras van Rhodos

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een machtige en invloedrijke familie zoals die van de Eratiden of Diagoriden naast een koninklijke, ook nog een mythologische afkomst claimt. Voor de mythische stamvader worden zowel de Griekse god Hermes (in de scholia: Schol. ad Pind. Ol. 7, inscr. a + c) als Herakles – die dan ook meteen teruggaat op diens vader, de oppergod Zeus – genoemd. De Heraklidische afstamming via diens zoon Tlepolemos (in Homerusʼ Ilias de leider die de drie Rhodische gebieden had samengebracht en de fiere Rhodiërs aanvoerde in de Trojaanse Oorlog) wordt uitgebreid beschreven in één van de vele Pindarische Oden, namelijk de Zevende Olympische, geschreven voor Diagoras van Rhodos.

Zevende Olympische Ode

Buste van de Griekse dichter Pindarus

Pindarus was een Griekse dichter uit de buurt van Thebe die zich in de 5de eeuw v.C. specialiseerde in Epinikia, overwinningsliederen op bestelling ter ere van een winnaar van de Panhelleense Spelen (de grand slam van de vier grootste Griekse Spelen, ook wel de Kransspelen genoemd naar de prijs voor de winnaar). Van de 45 bewaarde Pindarische Oden zijn er 14 voor winnaars van de Olympische Spelen (naast 12 Pythische, 11 Nemeïsche en 8 Isthmische Oden). In deze lofzangen prijst de dichter niet alleen de overwinning van een atleet en diens palmares, maar linkt hij dit ook aan mythologische, religieuze en historische gebeurtenissen uit het verleden en het heden.

De Zevende Olympische Ode werd gecomponeerd na de overwinning van Diagoras in het boksen (pygmachia of de vuistkamp) op de 79ste Olympiade in 464 v.C. Naast de hierboven reeds aangehaalde (mythologische) afstamming van Diagoras en nog enkele andere uitwijdingen, somt Pindarus ook op poëtische wijze de eerder behaalde overwinningen van de periodonikes (een eretitel voor een atleet die erin slaagden in een vierjaarlijkse cyclus of periodos alle vier de Panhelleense Spelen te winnen) op (Pind. O. 7.15-17 & 80-86):

εὐθυμάχαν ὄφρα πελώριον ἄνδρα παρ’ Ἀλφεῷ στεφανωσάμενον
αἰνέσω πυγμᾶς ἄποινα
καὶ παρὰ Κασταλίᾳ

τῶν ἄνθεσι Διαγόρας
ἐστεφανώσατο δίς, κλεινᾷ τ’ ἐν Ἰσθμῷ τετράκις εὐτυχέων,
Νεμέᾳ τ’ ἄλλαν ἐπ’ ἄλλα, καὶ κρανααῖς ἐν Ἀθάναις.
ὅ τ’ ἐνἌργει χαλκὸς ἔγνω νιν, τά τ’ ἐν Ἀρκαδίᾳ
ἔργα καὶ Θήβαις, ἀγῶνές τ’ ἔννομοι
Βοιωτίων,
Πέλλανα τ’ Αἴγινά τε νικῶνθ’ ἑξάκις. ἐν Μεγάροισίν τ’ οὐχ ἕτερον λιθίνα
ψᾶφος ἔχει λόγον.

Een reus in open gevecht wil ik prijzen. Hij won
de krans bij Alpheios’ oevers,
kampprijs in het boksen, en
bij Kastalia

Hier werd Diagoras
tweemaal bekranst met lover, op de beroemde
Isthmos won hij viermaal,
eenmaal in Nemea en later nog eens, en ook in het rotsige Athene.
Het bronzen schild van Argos kent hem, hem kennen de trofeeën
van Arkadië en Thebe, de spelen die bij wet geregeld zijn,
bij de Boiotiërs
en ook Pellene. In Aigina won hij
zesmaal. De stenen zegetafels
spreken in Megara geen andere taal. (vertaling P. Lateur)

Deze ode zou volgens een ander scholion (FGrH 515 F 18), een fragment toegeschreven aan de lokale kroniekschrijver Gorgon van Rhodos, in gouden letters zijn aangebracht op de tempel van Athena in Lindos.

Sportieve carrière

We kunnen dus in grote lijnen de sportieve carrière van deze professionele bokser uit een aristocratische familie reconstrueren. Diagoras werd waarschijnlijk al van jongs af aan getraind in deze gevaarlijke gevechtssport. Het boksen gebeurde (net zoals de andere sporten op de Griekse Spelen) naakt, maar de boksers bonden wel leren banden, later gewatteerd met wol, verschillende keren rond hun vuisten om hun knokkels te beschermen bij het slaan. Aangezien er nog geen gewichtsklassen bestonden, kunnen we vermoeden dat Diagoras fors gebouwd en zeer krachtig moet zijn geweest. Pindarus noemt hem in zijn Olympische Ode ook een εὐθυμάχης, mogelijk verwijzend naar zijn open, rechtopstaande en eerlijke stijl van boksen waarbij hij geen slagen zou hebben ontweken.

Griekse boksers afgebeeld op een zwartfigurige terracotta amfoor

Zijn palmares als bokser met zegekransen in de Panhelleense Spelen en overwinningen bij lokale spelen, waarschijnlijk tussen 480 en 464 v.C., ziet eruit als volgt:

  • 1 x Olympische Spelen
  • 1 x Pythische Spelen
  • 4 x Isthmische Spelen
  • Meerdere x Nemeïsche Spelen
  • 1 x Panathenaeën in Athene
  • + overwinningen in lokale spelen van Argos, Arcadië, Thebe, Boeotië, Pellana, 6 x in Aegina en 6 x in Megara

Nageslacht

Diagoras beroemde zich niet alleen op de (politieke) faam van zijn voorvaderen, maar hij was zelf ook een progenitor of stamvader die een roemrijk nageslacht van Olympiërs stichtte. Zonen die in de (sportieve) voetsporen van hun vader treden is natuurlijk van alle tijden en ook in onze moderne tijd kennen we verschillende voorbeelden van dynastieën in de sport, denk maar aan onze eigen Eddy en zoon Axel Merckx in het wielrennen, nationale en internationale voetballers die hun vader volgen (de Italiaanse Maldini-familie zit intussen al aan drie generaties) of succesvolle broers en zussen (bijvoorbeeld de Williams-zussen in het tennis).

Standbeeld van twee pankratiasten

Geen van allen komt echter in de buurt van de Diagoriden: alledrie de zonen van Diagoras wonnen een Olympische olijfkrans. Damagetos in het pankration (een combinatie van worstelen en boksen), Akousilaos in het worstelen en de jongste, Dorieus in zowel het boksen als het pankration. Qua overwinningen overtrof deze veelzijdige vechtsporter zijn vader zelfs nog, want hij was meervoudig periodonikes. Op de Olympische Spelen won hij het pankration in 432, 428 en 424 v.C. Daarnaast won hij ook meerdere malen op de Pythische Spelen en maar liefst 7 maal op de Nemeïsche en 8 maal op de Isthmische Spelen (zijn volledige palmares werd aangetroffen op een inscriptie in Olympia: IvO 153).

Ook twee kleinzonen van Diagoras triomfeerden in Olympia. Peisirodos, de zoon van Diagoras’ dochter Pherenike en zijn neef Eukles, zoon van Kallipateira (de andere dochter van Diagoras) traden allebei in de voetsporen van hun grootvader met een overwinning in het Olympische boksen. Pausanias vertelt hierover een bekende anecdote waarin Kallipateira (of Pherenike vanwege de verwarring door de waarschijnlijk gelijktijdige overwinningen van beide neven bij de mannen- en jongenscategorie) bij deze overwinning aanwezig was naast de ring, verkleed als mannelijke trainer. Dat was namelijk verboden – net zoals er andere (religieuze) regels golden in Olympia – voor getrouwde vrouwen. Nadat ze werd betrapt toen ze hierbij haar kleren verloor, werd ze niet gestraft, uit respect voor haar familie met zovele Olympische winnaars. Nadien werd wel ingevoerd dat ook de trainers enkel nog naakt de kampen mochten bijwonen (Paus. 5.6.7-8):

κατὰ δὲ τὴν ἐς Ὀλυμπίαν ὁδόν, πρὶν ἢ διαβῆναι τὸν Ἀλφειόν, ἔστιν ὄρος ἐκ Σκιλλοῦντος ἐρχομένῳ πέτραις ὑψηλαῖς ἀπότομον: ὀνομάζεται δὲ Τυπαῖον τὸ ὄρος. κατὰ τούτου τὰς γυναῖκας Ἠλείοις ἐστὶν ὠθεῖν νόμος, ἢν φωραθῶσιν ἐς τὸν ἀγῶνα ἐλθοῦσαι τὸν Ὀλυμπικὸν ἢ καὶ ὅλως ἐν ταῖς ἀπειρημέναις σφίσιν ἡμέραις διαβᾶσαι τὸν Ἀλφειόν. οὐ μὴν οὐδὲ ἁλῶναι λέγουσιν οὐδεμίαν, ὅτι μὴ Καλλιπάτειραν μόνην: εἰσὶ δὲ οἳ τὴν αὐτὴν ταύτην Φερενίκην καὶ οὐ Καλλιπάτειραν καλοῦσιν. αὕτη προαποθανόντος αὐτῇ τοῦ ἀνδρός, ἐξεικάσασα αὑτὴν τὰ πάντα ἀνδρὶ γυμναστῇ, ἤγαγεν ἐς Ὀλυμπίαν τὸν υἱὸν μαχούμενον: νικῶντος δὲ τοῦ Πεισιρόδου, τὸ ἔρυμα ἐν ᾧ τοὺς γυμναστὰς ἔχουσιν ἀπειλημμένους, τοῦτο ὑπερπηδῶσα ἡ Καλλιπάτειρα ἐγυμνώθη. φωραθείσης δὲ ὅτι εἴη γυνή, ταύτην ἀφιᾶσιν ἀζήμιον καὶ τῷ πατρὶ καὶ ἀδελφοῖς αὐτῆς καὶ τῷ παιδὶ αἰδῶ νέμοντες -ὑπῆρχον δὴ ἅπασιν αὐτοῖς Ὀλυμπικαὶ νῖκαι-, ἐποίησαν δὲ νόμον ἐς τὸ ἔπειτα ἐπὶ τοῖς γυμνασταῖς γυμνοὺς σφᾶς ἐς τὸν ἀγῶνα ἐσέρχεσθαι.

Als je vanaf Skillous de weg naar Olympia neemt, komt, voordat je de Alpheios oversteekt, een steile berg met hoge rotsen. Die berg heet Typaion. Er is een wet bij de Eliërs dat daar vrouwen vanaf gegooid worden die betrapt zijn op een bezoek aan de Olympische spelen of zelfs op dagen dat het hen verboden is de Alpheios hebben overgestoken. Er zou echter geen enkele vrouw betrapt zijn behalve Kallipateira. Anderen noemen haar niet Kallipateira, maar Pherenike. Na de dood van haar echtgenoot had zij zich helemaal als trainer vermomd en bracht ze haar zoon naar Olympia om aan de wedstrijden mee te doen. Toen Kallipateira bij de overwinning van Peisidoros over de omheining sprong, waarbinnen de trainers afgezonderd werden gehouden, raakte ze ontbloot. Zo werd ontdekt dat ze een vrouw was, maar uit respect voor haar vader, broers en zoon, die allemaal Olympische winnaars waren, lieten ze haar ongestraft gaan. Wel werd een wet gemaakt dat gymnasten voortaan naakt het strijdperk moesten betreden. (vertaling P. Burgersdijk)

Print van James Barry (omstreeks 1800) met de overwinning van de Diagoriden

Diezelfde Pausanias bezocht op zijn tocht door Griekenland ook de site van Olympia in Elis en zag daar in de Altis, het ommuurde heilige domein gewijd aan Zeus, standbeelden voor Diagoras en zijn nageslacht naast die van andere Olympische winnaars staan. Het beeld van de pater familias zelf was gemaakt door de bekende beeldhouwer Kallikles, die ook het beeld van Zeus in Megara heeft gemaakt (Paus. 6.7.2).

© Alienor.org, Le Musée d'Angoulême

Reliëfsculptuur van de Franse beeldhouwer Raoul Verlet die de dood van Diagoras afbeeldde (1883)

En zo komen we opnieuw bij de beeldvorming waarvan het standbeeld in Rhodos de moderne interpretatie is. Ook die gaat terug op een verhaal dat door Pausanias, maar ook door andere auteurs zoals Plutarchus en zelfs Cicero (in diens Tusculanae Disputationes) wordt gedeeld. Na de overwinning van Diagoras’ zonen Akousilaos en Damagetos (waarschijnlijk tijdens de 83ste Olympiade in 448 v.C.) werd hij door zonen gedragen, toegejuicht door de Griekse toeschouwers en kreeg hij van een Spartaan te horen (Cic. Tusc. 1.46.111): “Morere, Diagora, non enim in caelum ascensurus es” (Sterf nu maar, Diagoras, want je zal immers niet verder opstijgen naar de hemel). Hiermee bedoelde hij dat Diagoras het hoogtepunt van zijn leven al had meegemaakt, al zouden later natuurlijk nog zijn kleinzonen voor nieuwe overwinningen zorgen. Of Diagoras die nog heeft meegemaakt is niet bekend. In sommige versies van dit verhaal, bijvoorbeeld bij Aulus Gellius, sterft hij namelijk meteen na het horen van deze woorden (NA, 3.15.3). Het beeld van Diagoras die in de lucht wordt getild door zijn beide zonen bood kunstenaars in latere tijden dan ook genoeg inspiratie om de familie van de Diagoriden als Olympische winnaars te vereeuwigen.

Sport en Politiek

De verwevenheid tussen sport en politiek is er altijd al geweest, van de Griekse vorsten en Homerische helden die deelnamen aan de lijkspelen voor Patroklos in de Ilias tot de deelname van tirannen en keizers (waaronder keizer Nero) aan de Olympische en andere Panhelleense Spelen. Een overwinning kon daarbij dienen als goede propaganda, zeker wanneer de winnaar ook nog eens in een besteld epinikion uitvoerig werd opgehemeld. Daarvoor hoefden sommige aristocraten (zoals de Sicilische tirannen en Alcibiades) niet eens zelf deel te nemen. In de wagenrennen konden ze als eigenaar een menner inhuren, maar kregen zij toch de krans bij een overwinning. Later werden ook de steeds professionelere atleten (die niet alleen aan de Panhelleense Spelen deelnamen, maar vaak een heel circuit van festivals afschuimden) vorstelijk beloond wanneer ze voor hun geboorteplaats een overwinning behaalden of kregen ze zelfs het ereburgerschap van een andere stad aangeboden.

In tegenstelling tot enkele andere illustere atleten weten we niet of Diagoras – in navolging van zijn (koninklijke) voorvaderen – ook een politieke functie uitoefende in Rhodos. Een voorbeeld hiervan was Milo van Croton, een succesvol worstelaar die na zijn carrière een belangrijke politieke rol speelde in zijn geboortestad en met succes zijn leger aanvoerde in de oorlog tegen Sybaris op het einde van de 6de eeuw v.C. Andere succesvolle atleten uit deze periode werden na hun dood dan weer geheroïseerd en leefden op die manier voort. In latere perioden (mogelijk door de toenemende professionalisering) werden de eerbewijzen aan zulke atleten vaker tijdens hun carrière uitgedeeld, bijvoorbeeld in de vorm van burgerrecht of het lidmaatschap van de boulè of stadsraad. Toch kennen we ook een heleboel atleten waarvan we geen gegevens hebben over een publieke carrière. De misschien wel beste Olympiër uit de Oudheid en afkomstig uit dezelfde stad als Diagoras illustreert dit. Leonidas van Rhodos won zo maar even 12 individuele Olympische titels door in vier opeenvolgende Olympiades (164-152 v.C.) telkens de drie loopnummers te winnen. Toch kennen we Leonidas uitsluitend dankzij een vermelding bij Pausanias die hem als beroemdste loper betitelt.

De zonen van Diagoras namen wel een actievere rol binnen de politiek van Rhodos op zich. Vooral Dorieus kennen we uit verschillende bronnen (Thuc. 8.39.1-43.2) als één van de leidende figuren in de politieke gebeurtenissen op het einde van de 5de eeuw v.C. Hij en zijn familie keerden zich tegen de Atheense invloed op Rhodos (in de achtergrond van de Peloponnesische Oorlog) en na zijn verbanning vluchtte Dorieus naar de Griekse kolonie Thourioi in Italië. Daar kreeg hij in 412 v.C. als nauarchos het bevel over enkele schepen en vervoegde hij daarmee de Spartaanse vloot. Het daaropvolgende jaar kon hij terugkeren naar Rhodos waar hij met behulp van de Spartanen een oligarchisch regime instelde. Toch was zijn lijdensweg nog niet ten einde toen hij door de Atheners gevangen werd genomen, maar – opnieuw – dankzij zijn roem als atleet en zijn afkomst werd hij vrijgelaten zonder losgeld (Paus. 6.7.4-6). In 395 v.C. werden de Diagoriden en hun aanhangers uiteindelijk verdreven van de controle over Rhodos door een nieuwe staatsgreep, nadat ook de Spartanen zich tegen hen hadden gekeerd (Hell.Oxy. 15.2-3). Dat ook de kleinzoon van Diagoras, Peisirodos, mogelijk een politieke rol – hij kreeg net zoals zijn oom het burgerrecht van Thourioi – speelde, blijkt mogelijk uit zijn naamgeving waarin de aspiratie om Rhodos opnieuw te verenigen (voltooid na de samenvoeging van de drie steden tot een stadstaat Rhodos bij het synoikisme van 408 v.C.) zou zitten vervat.

Schilderij ‘Diagoras porté en triomphe par ses fils’ van de Franse kunstschilder Auguste Vinchon (1814)

Receptie

Logo van voetbalclub Diagoras F.C.

Dat Diagoras nog niet is vergeten in Rhodos blijkt niet alleen uit het standbeeld dat van hem en zijn twee zonen opgetrokken is. Ook de lokale luchthaven en een plaatselijke voetbalclub, Diagoras FC (opgericht in 1905), werden naar de beroemde atleet genoemd. Het logo van de club refereert eveneens naar de iconografie van de opgetilde vader en zijn zonen als Olympische winnaars. In tegenstelling tot bij andere atleten is Diagoras’ faam vooral terug te brengen op het grootbrengen van een even roemrijk nageslacht van Olympiërs. Of hij dat bewust deed of niet – trainde hij bijvoorbeeld zijn eigen (klein)zonen – kunnen we niet direct afleiden, maar het indirecte bewijs zoals de mondelinge traditie en de standbeelden in Olympia, doen vermoeden van wel. Zijn eigen roem (en die van zijn vaderstad Rhodos) straalde af op zijn nageslacht, maar de overwinningen van hen versterkten evenzeer zijn beeld als stamvader van de succesvolle atletendynastie van de Diagoriden.

Toch is het verhaal van Diagoras nog niet helemaal ten einde. In 2018 dook in de Griekse en Turkse media ineens het verhaal op van de graftombe van Diagoras. De piramidevormige tombe was al eerder gevonden in het Turkse Turgut (vlak bij de badplaats Marmaris in de provincie Muğla) en werd door lokale inwoners beschouwd als de rustplaats van een lokale heilige.

Er is wel een connectie tussen deze plaats in het uiterste zuidwesten van Turkije en Rhodos, want in vogelvlucht is het uiterste noorden van het Griekse eiland slechts ongeveer 50 kilometer verwijderd van de Turkse vindplaats. Daarnaast werden er ook enkele inscripties gevonden die verwijzen naar inwoners van Rhodos, waaronder één [TM 868213] die in de jaren 50 door het bekende Franse epigrafistenkoppel Jeanne en Louis Robert werd uitgegeven (Bullétin épigraphique 212a in de Revue des Études Grecques 68). In het funeraire epigram wordt gesproken over een mannelijke krijger met de naam Diagoras en zijn vrouw Aristomacha. Zij dateren de inscriptie ten vroegste in de Hellenistische periode, dus het lijkt twijfelachtig of het hier effectief over het graf van de beroemde bokser gaat. Tenzij het hier natuurlijk over de zoveelste nazaat (genoemd naar de beroemde stamvader) van het roemrijke geslacht zou gaan…

Lees meer

Burgersdijk, P. (2011), Pausanias: Beschrijving van Griekenland, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam
Lateur, P. (1999), Pindaros: Zegezangen, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam
Nicholson, N. (2018), ‘When Athletic Victory and Fatherhood Did Mix: The Commemoration of Diagoras of Rhodes’, Bulletin of the Institute of Classical Studies 61, p. 42–63
Pouilloux, J. (1970), ‘Callianax, gendre de Diagoras de Rhodes, à propos de la VIIe. Olympique de Pindare’, Revue de philologie 44, p. 206-214
Remijsen, S. & Clarysse, W., Ancient Olympics [http://ancientolympics.arts.kuleuven.be/]
Van Nijf, O. &  Williamson, C., Connected Contests, Ancient Athletes Online database [https://connectedcontests.webhosting.rug.nl/]

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Statue Diagoras Monument’ van Texas1980 op Wikimapia (CC BY-SA 3.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Quis est? Diagoras van Rhodos, stamvader van een roemrijk geslacht van Olympiërs van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/07/2021/quis-est-diagoras-van-rhodos-stamvader-van-een-roemrijk-geslacht-van-olympiers/feed/ 0 2001
Horrorverhalen uit de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/#comments Sat, 31 Oct 2020 16:05:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1739 Theatermaskers Myra

Halloween is het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror en een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo kennen we scènes uit de 'Mostellaria', een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, met geesten en komen (verboden) geestoproepingen ook voor in het Oude Testament en bij Ammianus Marcellinus. In deze blogpost gaan we dieper in op twee horrorverhalen uit de antieke literatuur: de 'Gouden Ezel' van Apuleius en een spookverhaal uit een brief van Plinius de Jongere.

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theatermaskers Myra

“De meest barmhartige zaak ter wereld”, aldus 20ste-eeuws fictieschrijver H. P. Lovecraft, “is het onvermogen van de menselijke geest om al zijn inhoud met elkaar te verbinden. We leven op een vredig eiland van onwetendheid te midden van de zwarte zeeën van de oneindigheid, en het is nooit zo bedoeld dat we ver zouden reizen.”

Halloween staat voor de deur, het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror. Of het nu gaat om een bloedstollende roman van Stephen King, een slasher-film waarin de ingewanden en de ledematen lustig in het rond vliegen, of meer psychologische horrorfilms en -series zoals ‘Paranormal Activity‘ (2007) of ‘The Haunting of Bly Manor’ (2020), velen onder ons genieten toch minstens één avond van een potje lekker griezelen. Een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo bevat de ‘Mostellaria‘, een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, een amusante scène waarin de slaaf Tranio probeert zijn meester van diens huis na wanbeheer weg te houden door te beweren dat het huis vervloekt is en een geest nu door het gebouw rondwaart.

Het ouijabord zoals wij het kennen. Dit exemplaar werd omstreeks 1890 gemaakt door de Kennard Novelty Company in Baltimore, de bedenkers van het moderne ouijabord

Bij Plautus gaat het duidelijk om een fictief verhaal, maar hekserij, geesten en necromantie (het opwekken van de doden) werden in de Oudheid wel degelijk au sérieux genomen. Het Oude Testament veroordeelt nadrukkelijk het ondervragen van geesten en het oproepen van doden (Deuteronomium 18:11). De straf voor necromantie is steniging (Leviticus 20:27). De Romeinen voorzagen in de Late Oudheid eveneens de doodstraf voor diegenen die op kerkhoven lijken onteerden of geesten opriepen, zo leren we bij Ammianus Marcellinus (9.12.14). De historicus verhaalt verder (29.1.29-38) hoe een groep samenzweerders keizer Valens (364-378 n.C.) ten val wilde brengen. Om zich te vergewissen van het succes van hun complot, besloten ze beroep te doen op een ouijabord avant la lettre, dat bediend werd met een soort pendel. Net zoals het vandaag gebeurt, diende een vraag gesteld te worden aan het bord. Een hogere macht – bij ons gaat het veelal om geesten of demonen – zou de vraag dan beantwoorden door de pendel te laten bewegen over bepaalde letters. In dit geval werkte het bord echter misleidend: de samenzweerders zagen de letters “Theod” verschijnen en kraaiden victorie, gezien hun kandidaat Theodorus heette. Helaas voor hen zou het Theodosius zijn die Valens opvolgde en moesten ze na het uitlekken van het complot voor de rechtbank gaan uitleggen wat ze precies mispeuterd hadden. Ze werden quasi allen gewurgd.

In de volgende secties zullen we dieper ingaan op twee opvallende horrorverhalen uit de antieke literatuur.

Heksen en zombies in Apuleius

De ‘Gouden Ezel‘ van Apuleius, een roman over de onfortuinlijke Lucius die door magie in een ezel veranderd wordt, bevat heel wat horrormateriaal. Neem nu het verhaal van de handelaar Aristomenes. Op een dag liep Aristomenes een dorpsgenoot en vriend van hem, Sokrates genaamd, in het stadje Hypata in Thessalië tegen het lijf. De arme Sokrates zag er niet uit: bleek, graatmager en slechts bedekt door een schamele mantel zat hij erbij als een bedelaar. Aristomenes informeerde hem dat iedereen thuis in Aigion ervan uitging dat hij overleden was; de begrafenis was al achter de rug en de ouders van zijn vrouw waren reeds op zoek naar een nieuwe partner. De man kon aanvankelijk alleen maar jammeren hoe wreed het lot hem behandeld had en weigerde te bewegen, maar uiteindelijk wist Aristomenes hem mee naar een badhuis te loodsen en vestigde hij zich met hem in een herberg. Daar vertelde Sokrates na een goed glas wijn wat hem overkomen was.
Hij was onderweg nabij Larissa overvallen door struikrovers. Beroofd van zijn hebben en houden, stopte hij bij de herberg van een zekere Meroë, omschreven als “oud, maar zéér aantrekkelijk”. Meroë behandelde hem met de grootste vriendelijkheid, en voor Sokrates het wist, lag hij met de vrouw in bed, niet in staat haar avances te weerstaan. Deze ene schanddaad zou zijn lot echter bezegelen, want hij raakte niet weg van Meroë. Hij gaf haar uiteindelijk zijn kleren, zijn beetje resterende geld, zowat alles tot hij eruit zag als het zielige creatuur dat Aristomenes in Hypata tegen het lijf gelopen was. Verontwaardigd beschuldigde die hem ervan dat hij de avances van “een lederachtige hoer” verkoos boven zijn eigen haard en kinderen, maar bij deze woorden maande Sokrates hem aan tot stilte. Meroë was immers een heks, die zeker wraak zou nemen voor dergelijke beledigingen.

De opsomming van haar misdaden begint relatief onschuldig. Een aantal buren waar ze ruzie mee had, veranderde ze in dieren. Eén gruwelijk detail: een minnaar die overspel pleegde, transformeerde ze in een bever, gezien de bever wanneer hij uit angst probeert weg te vluchten “zich bevrijdt door het afsnijden van zijn eigen genitaliën”. Toen de dorpelingen de heks wilden stenigen, voerde ze “necromantische rituelen uit in een gracht” en sloot ze hen allen op in hun eigen huizen – zelfs door de muren breken lukte niet – tot ze zwoeren haar niet te vervolgen en dat ze haar zouden beschermen tegen eenieder die zou proberen haar kwaad te berokkenen. De leider teleporteerde ze echter naar een andere stad, met huis en al. Aristomenes begon nu wel wat bezorgd te raken. Als de heks bovennatuurlijke gaven bezat, zou ze hen misschien kunnen horen. De mannen besloten dus naar bed te gaan. Aristomenes sloot de deur, vergrendelde die en schoof uit voorzorg ook zijn bed tegen de deur. Lang staarde hij in angst naar de deur, maar uiteindelijk, zo rond middernacht, overmande slaap hem.

Twee gemaskerde vrouwen op bezoek bij een heks op een Romeinse mozaïek uit de Villa del Cicerone in Pompeii

Zodra hij indommelde, werd de deur met een enorm geweld ingebeukt. Het bed waar Aristomenes op lag, begaf het, landde op hem, en terwijl hij daar – zo dacht hij – verstopt lag, zag hij twee oude vrouwtjes de kamer binnentreden, één met een lamp in de hand, de ander met een spons en een getrokken zwaard. Degene met het zwaard bleek Meroë te zijn, die haar zus Panthia vertelde hoe Sokrates haar had proberen ontvluchten. Daarna richtte ze haar ogen op Artistomenes. Ook hij moest eraan geloven: hij zou spijt krijgen van zijn gebrek aan respect tegenover haar en zijn nieuwsgierigheid. Panthia stelde voor hem te verscheuren zoals de Bacchanten hun prooi of op zijn minst zijn genitaliën af te hakken. Meroë besloot hem voorlopig echter te sparen, iemand moest Sokrates immers kunnen begraven. Met die woorden draaide Meroë Sokrates’ hoofd opzij en stak ze het zwaard tot aan het handvat door zijn nek. Het bloed ving ze op in een leren flacon. Daarna reikte ze met haar hand in de gapende wonde en voelde ze rond tot ze het hart van de man te pakken had. Ze rukte het uit zijn lichaam waarna de laatste ademteug van Sokrates uit de afzichtelijke nekwonde opborrelde. Panthia duwde daarna een spons tegen de wonde en sprak een cryptische spreuk uit die de spons oplegde via een rivier terug te keren. De dames keerden zich nu naar Aristomenes. Ze wierpen het bed van hem af, trokken hun rokken op en urineerden op zijn gezicht terwijl hij naakt op de grond lag.

De zussen stapten daarna de deur uit. Als bij wonder vloog die terug in zijn hengsels en zat het slot er opnieuw op, alsof er niets gebeurd was. Aristomenes bleef echter verstijfd op de grond liggen. Wat zou men immers denken, wanneer ze Sokrates daar vonden, de keel overgesneden? De verdenking zou onmiddellijk op hem vallen. De straf voor een dergelijke moord was kruisiging. De handelaar besloot het dus op een lopen te zetten. Hij raapte zijn spullen bijeen, wist na veel moeite de deur te ontgrendelen en benaderde de portier van de herberg om de deur voor hem te openen. Deze weigerde echter gezien het nog nacht was en hij vroeg zich daarnaast af waarom Aristomenes in zo’n haast op dit uur wilde vertrekken. Hij had de keel van zijn reisgezel toch niet overgesneden en zocht nu toch niet snel te vluchten? Bij het horen van die woorden, vluchtte Aristomenes in paniek terug naar zijn kamer. Ten einde raad en zonder uitweg besloot hij de hand aan zichzelf te leggen. Hij maakte een touw los dat in de frame van zijn bed gedraaid zat, hing het vast aan een balk, stak zijn hoofd door de strop en sprong van zijn bed. Het touw, oud en doorrot, brak echter en hij viel neer op de levenloze lichaam van zijn vriend.

Op dat moment stormde de portier binnen. “Waar ben je, jij die zich in het midden van de nacht zo enorm hard haastte, en nu snurkend in je dekens gewikkeld ligt!” Aristomenes lag helemaal niet op Sokrates, maar gewoon in zijn eigen bed! Daarnaast sprong bij het helse lawaai niemand minder op dan Sokrates. “Geen wonder dat gasten dergelijke herbergiers verachten”, zei hij. Blijkbaar was hij rustig aan het slapen, tot de kerel hun kamer binnenbrak, wellicht – zo dacht hij – om hen te bestelen. Opgelucht stond ook Aristomenes op. “Kijk, mijn meest betrouwbare portier, dit is de gezel, mijn vader, mijn broeder, waarvan jij mij gisteren valselijk beticht hebt dat ik hem vermoord zou hebben!” Hij omhelsde Sokrates, maar die deinsde terug door de stank van urine op Aristomenes’ gezicht. Met een kwinkslag maakte de handelaar zich ervan af en hij stelde voor dat ze maar best gauw op pad gingen.

Op de weg keek Aristomenes nog eens goed naar zijn vriend. “Je bent gek”, zei hij tegen zichzelf, “na je in bekers wijn begraven te hebben, had je een zware nachtmerrie. Zie, Sokrates is gezond en wel, ongedeerd. Waar is de wonde, de spons? En waar is uiteindelijk dat litteken, zo diep en zo vers?” Hij keerde zich vervolgens naar zijn vriend en beaamde de medische wijsheid dat buitensporig eten en drinken leidt tot kwade dromen. Hij kon het bloed nog op zijn huid voelen! Sokrates lachte hem uit. Het was uiteindelijk geen bloed maar urine die Aristomenes gevoeld had. Toch had Sokrates zelf ook bizar gedroomd; zijn keel was overgesneden en zijn hart was eruit getrokken, en ja, zelfs nu voelde hij zich nog slap en stond hij onvast op zijn benen. Wat hij nodig had, was een goede maaltijd. Sokrates at z’n eten met een bijzondere gulzigheid op en zijn reisgenoot merkte hoe de man bleker en magerder leek te worden. Na het eten klaagde Sokrates dat hij een ondraaglijke dorst leed. Gelukkig was nabij een riviertje. De mannen begaven zich naar de stroom, Sokrates zette zich klaar om te drinken. Maar nog voor zijn lippen het water raakten, ging de afschuwelijke wonde in zijn nek open en rolde de spons eruit met een beetje bloed, recht de rivier in. Het lijk dreigde mee in het water te tuimelen, maar nog net kon Aristomenes een voet vastgrijpen en zijn vriend wegsleuren. In shock begroef hij hem daarna zo goed als hij kon. De handelaar besluit zijn verhaal met de volgende woorden:

“Ikzelf, in paniek en extreem bevreesd voor mijn leven, ben weggevlucht door afgelegen en verlaten wildernissen, en alsof een moord op mijn geweten drukte, na mijn thuisland en mijn huis in de steek gelaten te hebben, woon ik nu in Aetolië en ben ik hertrouwd”.

Het spookt in Athene

Hoewel het voorgaande verhaal zeer waarschijnlijk gebaseerd is op andere verhalen die circuleerden in de Romeinse samenleving, blijft het literaire fictie. Het volgende verhaal is des te opvallender omdat de auteur, Plinius de Jongere, het voorstelt als een waargebeurd verhaal. Plinius was niet de minste: hij kwam uit een gegoede familie, werd gepromoveerd tot de senatorenstand en zou het schoppen tot gouverneur van Bithynië en Pontus. In een brief aan een collega-senator vertelt hij het volgende:

Er stond in Athene een villa met een slechte reputatie. Al wie erin ging wonen, was immers gedoemd om binnen de kortste keren te sterven. Het gerucht ging dat er ’s nachts vreemde dingen gebeurden. Eerst kon in de verte het geklingel van ijzer gehoord worden. Daarna volgde het rammelen van kettingen. Dichter en dichter kwam het geluid, tot de geest van een oude man verscheen, een afgrijselijke, uitgemergelde gedaante met lang haar en lange baard en met ketens rond zijn armen en benen gewikkeld, waar hij opnieuw en opnieuw mee bleef schudden. Dit beangstigende schouwspel bracht de inwoners vele slapeloze nachten, en ook op andere momenten van de dag konden ze de herinnering aan de geest niet loslaten. Uiteindelijk werden ze ziek door uitputting en vonden ze al snel een ellendige dood. Het huis werd verlaten en de autoriteiten besloten dat het huis niet langer verkocht mocht worden, niet wetende wat voor vloek er op het pand lag.

Op een dag bezocht een zekere Athenodoros, een filosoof, de stad en zag hij dat het huis verhuurd werd aan een erg lage prijs. Verwonderd over de lage huur kreeg hij uiteindelijk het verhaal te horen van wat er in het huis plaatsgevonden had. Dat maakte de man bijzonder nieuwsgierig. Hij besloot dus het huis in te trekken om te zien of de geruchten klopten. Hij liet zijn personeel een kamer voor hem klaarmaken in de voorkant van het huis en droeg hen op zich naar de binnenste kamers terug te trekken. Zelf zette hij zich in de kamer aan tafel met wat schrijftafeltjes, een pen en een olielamp. Hij was immers vastbesloten wakker te blijven en zocht afleiding om de gedachte aan de verschijning niet te veel door zijn hoofd te laten spoken. Aanvankelijk was het stil. Na verloop van tijd klonk in de verte echter het geklingel van ijzer en het gerammel van ketens. De filosoof hield zijn ogen op zijn werk gericht en stopte zijn oren toe. Het geluid werd luider en luider, tot het niet langer van buiten klonk, maar in de kamer zelf. Athenodoros draaide het hoofd en zag daar inderdaad de geest van de oude man staan.

Het huis “Den Noodt Gods”, een voormalig nonnenklooster te Brugge waar de geesten van twee jonge geliefden zouden rondwaren

De geest wenkte hem, maar Athendoros hield zijn hand omhoog alsof hij hem wilde vragen even te wachten, en richtte zich weer op zijn schrijfwerk. Nu begon de geest met zijn ketens vlak boven het hoofd van de filosoof te rammelen. Athenodoros keek op en zag de geest hem opnieuw wenken. Ditmaal nam hij zijn olielamp en volgde hij de oude man. Langzaam stappend, alsof het gewicht van de ketens hem tegenhield, strompelde de geest richting de binnenkoer van de villa. Daar aangekomen, verdween hij, even plots als hij verschenen was. De filosoof markeerde de plaats waar de geest gestopt was en ging slapen. De volgende dag lichtte hij de autoriteiten in en vroeg hij hen de binnenkoer om te spitten. Zij stuurden een ploeg en inderdaad, in de aarde werd een geraamte gevonden met ketens errond gewikkeld. De beenderen werden uitgegraven en kregen een publieke begrafenis. De geest werd niet meer gezien.

Opvallend aan dit verhaal is hoe hard het gelijkt op het soort horrorverhalen dat nog steeds circuleert in onze samenleving. Een vervloekt huis, een geest die geen rust kan vinden, de inwoners die tot waanzin gedreven worden. Laat ons echter hopen dat het inderdaad slechts om hersenspinsels gaat van onze overactieve geesten. En kijkt u deze avond misschien toch maar eerst eens onder bed voor het slapengaan. Gewoon, voor de zekerheid.

Meer lezen:

Felton, D., Haunted Greece and Rome: Ghost Stories from Classical Antiquity, Austin, 1999.
Frangoulidis, S. A., ‘Cui Videbor Veri Similia Dicere Proferens Vera?: Aristomenes and the Witches in Apuleius’ Tale of Aristomenes’, The Classical Journal 94.4 (1999), p. 375-391.
Ogden, D., Greek and Roman Necromancy, Princeton, 2001.

Cover: adaptatie van afbeelding ‘Myra Theater Masks’ op Vici.org door © Livius.org (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/feed/ 1 1739
Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/#respond Wed, 22 Apr 2020 14:55:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1505 Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen door Corona. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Wij bieden daarom alvast een (niet-exhaustief) overzicht van de digitale alternatieven om de Oudheid virtueel te beleven. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen!

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen. Corona, oftewel COVID-19, de pandemie die veroorzaakt is door een coronavirus, heeft ervoor gezorgd dat de afgelopen weken bijna alle musea en toeristische sites wereldwijd hun deuren hebben moeten sluiten en dat toerisme op dit moment bijna volledig tot stilstand is gekomen. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Gelukkig zijn er nog alternatieven om de Oudheid op een andere manier te beleven, namelijk virtueel. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen.

Hieronder bieden we een (niet-exhaustief) overzicht van de musea, archeologische sites en games die via allerlei toepassingen (bijvoorbeeld online tentoonstellingen, 3D-wandelingen of virtual reality [VR] of augmented reality [AR]) erin slagen om de Oudheid virtueel tot leven te laten komen. Historische films, boeken, strips of gezelschapspellen hebben we hierdoor niet opgenomen in deze verzameling, maar zijn natuurlijk ook absolute aanraders voor iemand met interesse in de Oudheid. Voor de coronacrisis bestonden er al een aantal virtuele verzamelingen waarvoor je je huis niet moest uitkomen, maar in de huidige periode worden bijna dagelijks nog nieuwe initiatieven genomen door zowel kleine als grote culturele organisaties uit de GLAM-sector (Galleries, Libraries, Archives & Museums) of de entertainmentwereld.

Lage Landen

Beginnen doen we in eigen land, waar verschillende musea hun best hebben gedaan om een alternatieve beleving van hun collecties en/of (tijdelijke) tentoonstellingen mogelijk te maken. Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is het grootste oudheidkundig museum van ons land en had al voor de verplichte sluiting van niet-essentiële sectoren in ons land werk gemaakt van hun online aanwezigheid. Op hun website kon je bijvoorbeeld al terecht voor een video-overzicht van afgelopen tentoonstellingen, maar vind je ook een link naar het Exploratorium, een website waar je hun uitgebreide collectie kan doorzoeken en ook themamappen kan raadplegen. Een deel van de collectie – zo’n 10 000 van de in totaal ongeveer 170 000 objecten – kan je ook raadplegen via de erfgoeddatabank voor Limburg en Vlaams-Brabant: Erfgoedplus. Wegens de voorlopige sluiting van de tijdelijke tentoonstelling ‘Dacia Felix’ over het roemrijke verleden van Roemenië stelt het museum ook hun gratis audiotours online ter beschikking. Daarop kan je verschillende topstukken uit de tijdelijke expositie ontdekken in woord en beeld, naast uitleg over 50 unieke objecten uit de eigen collectie. Voor de nieuwe tentoonstelling ‘Oog in oog met de Romeinen’ werkt het museum samen met acteur Jelle De Beule en kan je de expo ook virtueel beleven dankzij enkele educatieve video’s.

Het Exploratorium, een website waar je de collectie van het Gallo-Romeins museum van Tongeren kan doorzoeken en themamappen kan raadplegen

Ook het recent geopende Teseum van Tongeren in dezelfde buurt blijft momenteel ontoegankelijk voor het publiek. Naast de schatkamer herbergt dit museum ook een archeologische site waar de 2000 jaar oude sporen van de Romeinse bouwwerken nog werden aangetroffen. Onderstaande video biedt alvast een virtuele inkijk in deze site met de originele muren en funderingen van de Limburgse stad.

Het Romeins Archeologisch Museum (RAM) van Oudenburg is jammer genoeg ook tijdelijk gesloten, waardoor de tentoonstelling ‘Roma Intima’ over het intieme leven in het Oude Rome (gebaseerd op het gelijknamige boek van classicus Bert Gevaert en uroloog Johan Mattelaer) momenteel ook niet te bezoeken valt. Van de permanente collectie is ook wel een deel digitaal te bezichtigen via de website van Erfgoedinzicht, dat het erfgoed in Vlaanderen verzamelt.

Het Provinciaal Archeocentrum in Velzeke is het Gallo-Romeins museum van Oost-Vlaanderen. In de deelgemeente van Zottegem kan je normaal gezien onder meer de Romeinse invloed in de provincie Oost-Vlaanderen bestuderen. Hun tijdelijke tentoonstelling ‘Landschap Door.grond’ schetst een beeld over de relatie tussen de mens en het landschap in Zuid-Oost-Vlaanderen aan de hand van grootschalig archeologisch onderzoek van de afgelopen 10 jaar. In afwachting van de heropening krijg je via onderstaande video (en de maquette uit het museum) wel al een beeld van de weg in Leeuwergem waarlangs verschillende Romeinse huizen werden opgegraven.

Het Brusselse Museum Kunst & Geschiedenis (het vroegere KMKG) in het Jubelpark is vooral bekend voor de uitgebreide collectie van Egyptische objecten (waarvan een deel mummies). Deze collectie werd recent al toegankelijk gemaakt via een mobiele applicatie waarbij een vijftigtal stukken in woord en beeld worden voorgesteld. Daarnaast is de permanente collectie, waaronder de meer dan 5000 oudheidkundige objecten, ook te doorzoeken via de online museumcatalogus Carmentis.

In Wallonië, in de gemeente Malagne, kan je in normale tijden het Archéoparc van Rochefort bezoeken. Dat is een Gallo-Romeins landelijk domein waar naast opgravingen en reconstructies ook aan experimentele archeologie wordt gedaan. Een voorbeeld hiervan kan je zien in de video waarin het mogelijke gebruik van een vallus wordt gedemonstreerd, een Gallo-Romeinse oogstmachine.

Het Musée royal de Mariemont, een museum in de Henegouwse gemeente Morlanwelz, heeft een uitgebreide collectie van oudheidkundige objecten, waarvan een groot deel Egyptische kunst, maar eveneens talrijke Griekse en Romeinse beelden. Ook delen van deze collectie zijn via audiogidsen te bekijken en beluisteren, onder meer eentje gewijd aan de recente expositie ‘De lin et de laine’, over textiel uit het Egypte van het 1ste millennium (v.C.).

De Archéosite van Aubechies-Beloeil ligt ook in Henegouwen. Daar krijg je in het archeologische park (en bijhorend museum) een rondleiding die begint in het oude Neolithicum begint (rond 5000 v.C.) en eindigt met de Romeinse periode (3de eeuw n.C.). Hier worden ook vaak evenementen georganiseerd in het teken van re-enactment, zoals tijdens het weekend van de experimentele archeologie. Gladiatorengevechten en soldatenmarsen kleuren dan deze dagen, maar in deze periode is het nog onduidelijk of dit wel zal kunnen doorgaan in 2020. Gelukkig is er nog videomateriaal van de voorbije edities om dit te kunnen (her)beleven.

Musée Archéologique in Aarlen, de hoofdstad van de provincie Luxemburg, is eveneens een Belgisch museum met een uitgebreide Gallo-Romeinse collectie. Deze bevat onder meer een heleboel grafmonumenten, maar ook een collectie keramiek en glazen. Elke maand wordt op de website van het museum een object daarvan in de kijker gezet.

De mobiele applicatie van Via Belgica laat toe om augmented reality te gebruiken bij sommige sites

Nederland telt ook een heel aantal musea met een focus op de Oudheid. Het Allard Piersonmuseum in Amsterdam beheert de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, waaronder een groot deel oudheidkundige voorwerpen. Deze zijn al digitaal samengebracht in een beeldbank, later dit jaar komt er ook nog een digitale toepassing bij om zelf aan de slag te gaan met de collectie. In het openluchtmuseum Archeon in Alphen aan den Rijn kan je delen van het park virtueel bezoeken vanuit de lucht, waaronder ook het gedeelte dat is gewijd aan de Romeinse tijd.

In Heerlen kan je normaal gezien het schitterend bewaard en gerestaureerd badhuis bezoeken, maar in deze tijd zal je het moeten stellen met een audiotour over de Romeinse vondsten uit de Zuid-Limburgse stad. Nog in Zuid-Limburg kan je het initiatief van de ‘Via Belgica’ volgen, de enigszins ahistorische benaming van de Romeinse heirbaan die van Frankrijk tot Duitsland liep en de Belgische en Nederlandse provincie Limburg doorkruist. Als je van wandelen en fietsen houdt – wat je gelukkig nog mag doen – kan je de mobiele applicatie downloaden en zelf een route samenstellen, zelfs gekruid met een vleugje augmented reality.

Museum Het Valkhof in Nijmegen werkte een mooi online aanbod voor thuis uit met interessante podcasts over de museumcollectie en houdt de komende weken verschillende live rondleidingen op Facebook. In de eerste aflevering word je alvast door de Romeinse collectie gegidst.

Tot slot heeft het bekende Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, het nationale archeologiemuseum van Nederland, een partnerschap met Google afgesloten waardoor je als bezoeker ook virtueel (via Street View) kan ronddwalen door het volledige museum. Op die manier krijg je een eersteklas zicht op de verschillende afdelingen van het Oude Egypte (met ook een online tentoonstelling van de hoogtepunten), het Oude Nabije Oosten of Griekenland en Rome en kan je de collectie van bijvoorbeeld de Etruskische objecten uitgebreid bewonderen. Daarnaast kan je ook van thuis uit een (betalende) online rondleiding met museumgids volgen.

West-Romeinse Rijk

Ook in de rest van wat ten tijde van de Romeinen onder het West-Romeinse Rijk viel, kan je heden ten dage heel wat musea of archeologische sites in een virtuele vorm bezoeken. Het bekendste museum van Frankrijk bijvoorbeeld, het Louvre in Parijs, biedt enkele online bezoeken aan, waaronder eentje aan de zeer ruime Egyptische collectie. Daarnaast is het ook mogelijk om het museum in een volledige 360° in virtual reality te doorzoeken. Een andere ervaring (naast een databank met daarin al hun gedigitaliseerde objecten) biedt het Altes Museum, één van de vele museumpartners uit de wereld die samenwerken met een ander platform van Google, Arts & Culture. Daarop kan je voor het Berlijnse museum maar liefst zeven online exposities bezoeken, waaronder eentje met de tongue-in-cheek titel: ‘When Cleo met Julius … by rolling herself up in a carpet‘. Ook het Pergamonmuseum in de Duitse hoofdstad opent virtueel zijn deuren, hetgeen je bijvoorbeeld toelaat om in te zoomen op de details van de friezen van het Pergamonaltaar. De mobiele applicatie van Google laat ook toe om enkele van deze exposities in virtual reality te beleven. Datzelfde gebeurt ook bij het Londense British Museum, die naast een eigen online collectie, ook op hetzelfde platform een online expositie over religie in het Egypte na de farao’s aanbieden. Het Museo Arqueológico Nacional (MAN) in Madrid gaat zelfs nog een stap verder en ontwikkelde een eigen applicatie (die ook op het web beschikbaar is), waarbij je zaal per zaal kan binnenwandelen en verder onbeperkt inzoomen op de vele archeologische objecten uit de Oudheid die in de vitrines liggen en onder meer de geschiedenis van de provincie Hispania vertellen.

Ook in Italië (en vooral haar hoofdstad) bestonden al verschillende initiatieven om de Oudheid op een virtuele manier tastbaar te maken, denk maar aan een 3D-bezoek aan het hedendaagse Rome of Rome Reborn, een ervaring in virtual reality die de stad rond 320 n.C. nabouwt. Dat laatste project – al begonnen in de jaren 90 van de vorige eeuw – maakt het ook mogelijk om met een VR-bril (zoals de Oculus Rift) over de Romeinse hoofdstad te vliegen, een waarlijk unieke ervaring.

Met de recente ontdekkingen van nieuwe huizen en de vele andere restauraties in Pompeï en Herculaneum in het achterhoofd, is een virtueel bezoek aan beide steden zeker de moeite waard. Je hebt zelfs de keuze tussen bijvoorbeeld een geleide wandeling van Pompeï op YouTube – van meer dan 5 uur, maar wel in 4K! – of ook een zelfgekozen pad via Google Street View. Voor Herculaneum kan je dan weer een volledige 360°-ervaring beleven.

En als je toch liever in de gesloten ruimte van een museum de schatten van beide steden bekijkt, kan je altijd terecht op de online tentoonstelling van het nationaal archeologisch museum van Napels over de stillevens van oud-Romeinse aristocraten uit Pompeï en Herculaneum.

8 musea uit de hoofdstad verenigden zich recent ook om een virtuele tour (in het Italiaans of het Engels) te kunnen aanbieden en het gaat niet om de minste:

  • Musei Capitolini
  • Museo dell’Ara Pacis
  • Museo Napoleonico
  • Mercati di Traiano – Museo dei Fori Imperiali
  • Casino Nobile di Villa Torlonia
  • Centrale Montemartini
  • Museo delle Mura
  • Museo di Roma

Je kan tentoongestelde objecten bekijken of krijgt meer informatie erover, maar evengoed navigeer je door de musea zoals op Google Streetview. Ook wanneer er video of audio beschikbaar is, kan je dit aanklikken. Mogelijk sluiten in de toekomst nog meer musea uit Rome zich aan bij dit project en kan je als bezoeker nog meer collecties van thuis uit ontdekken.

Oost-Romeinse Rijk

Ook in het oosten van het Romeinse Rijk valt veel te beleven online. In Griekenland alleen al bieden verschillende musea hun verzamelingen aan in virtuele vorm. In de hoofdstad Athene kan je op bezoek bij onder meer het Benaki Museum of Greek Culture voor een 360°-tour, het Museum of Cycladic Art (via Google), het nationaal Archeologisch Museum (met een uitgebreide online collectie) en niet te vergeten natuurlijk, het vernieuwde Acropolis Museum. Het bekendste museum van Griekenland heeft naast een eigen pagina op Google Arts & Culture, ook een volledige website met digitale toepassingen voor educatieve doeleinden. Daarop kan je bijvoorbeeld een virtuele – en volledige – representatie van de Parthenonfriezen bewonderen. Recent investeerde de regering van het land ook in een website met zoekplatform, Search Culture, waarop in totaal meer dan 400 000 items zijn verzameld uit 67 collecties (waaronder musea, archieven, culturele stichtingen en dus ook oudheidkundige objecten uit allerlei plaatsen). Tot slot is er ook een nieuwe applicatie waarbij je een volledige virtuele tour kan maken op de Acropolis en kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten.

De Acropolis Virtual Tour waarmee je kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten

In Macedonië – of Noord-Macedonië zoals het land sinds kort wordt genoemd – was er al het project Macedonia From Above, waarbij verschillende musea en historische sites in 360°-perspectief te bezichtigen zijn. De virtuele tour brengt je bijvoorbeeld ook langs Stobi, een oorspronkelijke Paeonische nederzetting die in de 3e eeuw v.C. door Antigonus Gonatas en Philippus V bij Macedonië werd ingelijfd, en die in 168 v.C. onder Romeins gezag kwam. Een Romeins theater en het paleis van keizer Theodosius I zijn hiervan de zichtbare getuigen.

Het huidige Syrië was als Romeinse provincie onder dezelfde naam bekend, maar heeft natuurlijk ook uitgebreid historisch erfgoed van eerdere en latere periodes. Jammer genoeg zijn de voorbije jaren verschillende van deze sites ten prooi gevallen aan verschillende groeperingen die er vernietigingen hebben aangebracht. Het ‘Syrian Heritage Archive’-project (in samenwerking met het Berlijnse Staatliche Museen) probeert dat ook om dit erfgoed ten minste digitaal te bewaren. Op de website kan je dan navigeren op de kaart van de verschillende erfgoedsites en vind je ook meer informatie (in woord en beeld) over de overblijfselen van de Oudheid in het land. Buurland Libanon is dan op zijn beurt de nieuwste toevoeging aan het ‘Reborn’-project: Baalbek Reborn presenteert de antieke site van Heliopolis met de monumenten uit de Romeinse periode in VR en via zogenaamde flyovers, prachtige video’s waarbij je in vogelvlucht de stad te zien krijgt.

Voor het antieke Turkije bestaat zelfs een volledige website waarbij een dertigtal sites (waaronder steden als Efeze, Milete en Laodikeia) volledig in 3D werden ingescand. KU Leuven, onze eigenste universiteit, heeft al sinds 1990 een archeologisch project lopen op de antieke site van Sagalassos (in Pisidië, in het zuidwesten van Turkije). De onderzoeksgroep archeologie (eerst onder leiding van professor emeritus Marc Waelkens, intussen opgevolgd door professor Jeroen Poblome) begeeft zich – normaal gezien toch – jaarlijks in de zomer naar daar voor een nieuwe opgravingscampagne. Unieke vondsten zoals een kolossaal beeld van keizer Hadrianus, maar ook verschillende delen van de antieke stad uit meerdere periodes, bijvoorbeeld een laathellenistische Dorische tempel, de bovenste en lagere agora of het Nymphaeum van Antoninus Pius, zijn nu te bezichtigen (of zelfs na te bouwen) via de 3D-modellen op Sketchfab. Daarnaast is ook de tentoonstelling ‘Meanwhile in the Mountains: Sagalassos’ die momenteel in het Yapi Kredi Cultural Centre in Istanboel staat volledig virtueel, met de mogelijkheid tot VR, te bezoeken: een aanrader!

Egypte & de rest van de wereld

Ook in Egypte en de rest van de wereld zijn er allerhande initiatieven om in deze periode – en hopelijk nadien – digitaal de Oudheid (en andere historische periodes) in beeld te brengen. Het Egyptische minsterie van toerisme besloot om de dagelijkse lichtshow op plateau van Gizeh aan te passen aan COVID-19 en liet boodschappen zoals “Experience Egypt from Home. Stay Home. Stay Safe.” in het Engels en Arabisch op de piramides projecteren. Bovendien lieten ze het slechte nieuws dat de opening van het Grand Egyptian Museum in Caïro nog tot 2021 op zich zou laten wachten, volgen op het goede nieuws dat verschillende toeristische trekpleisters in digitale vorm te bezoeken zouden zijn. Blikvangers hierbij zijn het graf van Meresanch III (de nicht en vrouw van farao Chefren), het graf van Menna (een hooggeplaatste Egyptische functionaris uit de 18de dynastie) en het rode klooster van Sohag (gesticht in het begin van de 4de eeuw n.C. door de heilige woestijnvader Pischoi). Ook het graf van Ramses VI uit de Vallei der Koningen is op deze manier te bezoeken (en daarbij kan je proberen om de verschillende graffiti met zijn naam die Dryton, een Griekse officier uit de 2de eeuw v.C. uit de regio van Thebe, hier als toerist heeft achtergelaten). Elke virtuele ervaring bevat gedetailleerde 3D-beelden waarmee gebruikers kunnen “wandelen” door op hotspots langs de verdiepingen van de structuren te klikken.

Ook in de Verenigde Staten bieden meerdere musea hun collectie digitaal aan. Het bekende Metropolitan Museum (‘The Met’) uit New York bezit ook een hele schare antiquiteiten uit de Oudheid. De historische tijdlijn op de website van Google Arts & Culture maakt het mogelijk om chronologisch door hun collectie van Egyptische, maar ook Grieks-Romeinse objecten te scrollen. Hetzelfde kan je doen voor het J. Paul Getty Museum in Los Angeles, dat eveneens over een uitgebreide collectie Griekse, Romeinse en Etruskische beelden en vazen beschikt, bovendien tentoongesteld in een replica van de ‘Villa dei Papiri’ in Herculaneum.

Ook in andere continenten vinden we musea die (gedeeltelijk) gewijd zijn aan de Oudheid en hun collectie digitaal openstellen. Het befaamde Hermitage Museum van Sint-Petersburg doet dat door alle zalen van het grote Russische museumcomplex (waaronder enkele tientallen in het teken van Griekse of Romeinse kunst) virtueel te laten bezoeken. Ook het Braziliaanse Museu Nacional in Rio de Janeiro, dat in 2018 een zware brand te verwerken kreeg, werd opgenomen in het Arts & Culture-project. Daardoor zijn een heleboel hoogtepunten uit hun oudheidkundige collectie (Egyptische mummies, maar ook Griekse kunst of fresco’s uit Pompeï) nog in digitale vorm bewaard gebleven en kan dit mogelijk waardevol blijken bij een eventuele restauratie van de gevonden resten van deze collectie.

Games over de Oudheid

Ook games bieden enorme mogelijkheden om de Oudheid digitaal te recreëren, denk maar aan de reeks Assassins Creed, waarvan een game (‘Origins’) zich afspeelde in Ptolemaeïsch Egypte, en een andere (Odyssey) het Griekenland ten tijde van de Peloponnesische Oorlog opnieuw tot leven bracht. De ontwikkelaars van deze reeks (Ubisoft) staken enorm veel tijd in het zo realistisch mogelijk nabootsen van de historische setting (bijvoorbeeld de gebouwen, maar ook klederdracht). Hierdoor brachten ze voor beide games ook een ‘Discovery Mode’ uit, die door leerkrachten geschiedenis, maar ook door classici kan worden gebruikt om op een educatieve manier deze periodes uit de Oudheid te onderwijzen.

Ook VR en AR hebben het potentieel om ooit (in games of in educatieve applicaties) een meerwaarde te creëren, maar dit hangt natuurlijk sterk samen met de technologische ontwikkelingen. De laatste jaren hebben bepaalde toepassingen (zoals een VR-bril of mobiele AR-applicaties) dankzij hun goedkopere ontwikkeling en prijs meer en meer aan populariteit gewonnen, maar de definitieve doorbraak hiervan laat momenteel toch nog even op zich wachten.

Alleen nog digitale cultuur?

We leven momenteel in onzekere tijden, maar het lijkt toch niet uitgesloten dat we weldra opnieuw in staat zullen zijn om te reizen. Dat zou dan ook betekenen dat we opnieuw (oudheidkundige) musea en sites ter plaatse kunnen gaan bewonderen, iets dat voorlopig – in onze ogen althans – niet kan vervangen worden door de digitale of virtuele alternatieven. Het is natuurlijk wel toe te juichen dat meer en meer culturele organisaties – ook in België, echter wel met wat achterstand op vele (rijkere) buitenlandse organisaties – hun collecties, zowel objecten als onderzoek, digitaal ter beschikking stellen. Dit laat namelijk een meer democratische toegang tot bijvoorbeeld de Oudheid toe (hoewel dit natuurlijk ook sterk afhankelijk is van al dan niet toegang tot technologie) en initiatieven zoals Google Arts & Culture zorgen voor een lagere instapdrempel bij online tentoonstellingen opgebouwd rond specifieke thema’s of collecties. Toch kijken we al uit naar het moment waarop we opnieuw in Rome kunnen rondstruinen langs de vele bezienswaardigheden, in Griekenland kunnen rondtrekken van Sparta tot Athene of in Egypte nogmaals alle Grieks-Romeinse tempels kunnen bezichtigen. Tot dan behelpen we onszelf maar met elke week minstens eenmaal een van de hierboven opgesomde alternatieven virtueel te bezoeken…

10/04/2021: deze blogpost werd geüpdatet met enkele recente toevoegingen van virtuele activiteiten uit onder meer het GRM, de Nederlandse musea, de virtuele tours van de Acropolis en de Romeinse musea en het ‘Baalbek Reborn’-project.

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/feed/ 0 1505