Obesus Etruscus

‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië?

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. Ze spraken en schreven een taal die niet verwant is met de vele Italische talen die hun buren spraken, en die tot op vandaag nog steeds niet helemaal ontcijferd is. We kennen de Etrusken dan ook vooral via de geschriften van de Grieken en de Romeinen over hen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe “anders” dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun “vreemde” gewoonten. Dit alles maakt dat er een zweem van mysterie over de Etrusken hangt, die aanleiding geeft tot fascinatie enerzijds, maar ook vele vergezochte theorieën en misverstanden anderzijds. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus‘.

De Etrusken

De 6de-eeuwse ‘sarcofaag van de echtgenoten’: de Etrusken op het hoogtepunt van hun macht

De Etrusken bewoonden stadstaten in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Ze vormden een culturele, maar niet altijd een politieke eenheid. Over de oorsprong van de Etrusken bestond er al in de oudheid veel discussie: omwille van hun vreemde taal en de duidelijk zichtbare oosterse invloeden konden sommigen maar moeilijk geloven dat het volk autochtoon was. De meest invloedrijke theorie was die van Herodotus, die schreef dat de Etrusken oorspronkelijk geëmigreerde Lydiërs waren. Ook sommige moderne onderzoekers hangen deze these aan. Andere hypotheses noemen de Alpen, Centraal-Europa of Thessalië (of aliens, in bepaalde, liever te vermijden, regionen van het wereldwijde web). Al verschillende keren trachtten wetenschappers de kwestie op te lossen via DNA-onderzoek, maar de resultaten wijzen telkens in een andere richting (maar nooit naar aliens).

Wat er ook van zij, de Etrusken waren eeuwenlang een macht om rekening mee te houden in het Middellandse Zeegebied. In het bijzonder van de 7de tot de eerste helft van de 5de eeuw v.C. kenden de steden een grote bloei. Vernieuwingen in de landbouw, ontginning van bodemrijkdommen en de resulterende ambachtelijke productie maakten op hun beurt een intensieve lange-afstandshandel mogelijk, waar de Etrusken gretig van profiteerden. Hun welvaart werd in latere tijden legendarisch. Tot de slag bij Cumae (474 v.C.) beheersten de Etrusken en hun Carthaagse bondgenoten de westelijke Middellandse Zee, en ook over land deden de stadstaten aan expansie. Vanaf de 4de eeuw botsten ze echter op de territoriale aspiraties van het groeiende Rome, waaraan ze in de loop van de volgende anderhalve eeuw een voor een ten prooi vielen. Langzaamaan verdween ook de Etruskische cultuur, en de inwoners van Etrurië assimileerden met de Romeinen.

Notoire feestvierders

De fabelachtige rijkdom van de Etrusken leverde hen ook de reputatie van feestvarkens op. Volgens Diodorus Siculus waren de oogsten in Etrurië zo overvloedig, dat de Etrusken niet een-, maar tweemaal daags een overdadig banket konden organiseren. Aangezien de Etrusken ook grote handelaars waren, kwamen er naast de lokale landbouwproducten ook allerlei exotische spijzen op tafel. Theopompus geeft een levendige beschrijving van hoe het er volgens hem aan toeging bij zo’n luxueus banket: er werden grote hoeveelheden wijn geconsumeerd – niet alleen door de mannen, maar ook door de vrouwen! -, waarop het geheel ontaardde in een orgie waarbij de Etrusken het met iedereen deden: hun vrouwen, prostituees, maar het liefst van al met jongemannen, en dat “terwijl de lampen nog aan waren”!

Een typische banketscène uit de Tomba della Nave: de slaven zijn weliswaar naakt, maar de vrouwen kunnen bezwaarlijk losbandig genoemd worden

Schilderingen in Etruskische graven beelden ook zulke banketten af, evenwel zonder de seksuele escapades, die misschien wel het resultaat waren van de levendige verbeelding van Theopompus of zijn informanten. Wel komen we wel degelijk vrouwen tegen in deze banketscènes, een groot contrast met de Griekse wereld, waar het leven van de elitevrouw zich grotendeels in het vrouwenvertrek afspeelde. Deze relatieve vrijheid leverde de Etruskische vrouw een slechte reputatie op bij de Grieken en de Romeinen. Entertainment kon tijdens de maaltijd natuurlijk ook niet ontbreken, en de Etrusken staan bekend om hun voorliefde voor muziek. Veel afbeeldingen van banketten tonen dansers en muzikanten: vooral blazers, maar ook snaarinstrumenten en percussie zijn vertegenwoordigd. Sommige muurschilderingen tonen ook het typisch Griekse drankspel kottabos.

Muzikanten begeleiden een banket in de Tomba della Leopardi

De ‘obesus etruscus’

De sarcofaag van Lars Pulena, een voorname inwoner van Tarquinia

 

In de ogen van de Romeinen, die steeds op hun hoede waren voor luxuria, kon er uit zulke schranspartijen natuurlijk niets goeds voortkomen. De echte of vermeende Etruskische hang naar luxe en de daaruit voortkomende decadentie zorgde voor een beeld van een zwak, ‘ontmand’ volk. Tegen de 1ste eeuw v.C. kwam daar nog een gerelateerd stereotype bij: dat van de zwaarlijvige Etrusk. Catullus voert in zijn 39ste Ode, waarin hij het sociale gedrag van een Romeinse man hekelt, de ‘obesus Etruscus’ op. Vergilius heeft het op zijn beurt dan weer over de ‘pinguis Tyrrhenus’, de vette Tyrrheen (een andere benaming voor de Etrusken). De context is echter niet per se negatief: hij beschrijft een religieuze ceremonie, waar de Etrusken beroemd om waren, en later in hetzelfde gedicht wordt ook de vruchtbare bodem als pinguis omschreven. Het is Vergilius dus eerder te doen om de overvloed van het Italiaanse land.

De zogenaamde ‘sarcofago dell’obeso’ in het Museo Archeologico Nazionale di Firenze

20ste-eeuwse historici verbonden deze opmerkingen met bepaalde Etruskische sarcofagen, waarop de overledene eerder corpulent afgebeeld werd. Deze beelden dateren echter van het einde van de vierde tot het midden van de 2de eeuw, honderd jaar voor Catullus en Vergilius actief waren. De sculpturen worden vaak gecontrasteerd met de klassieke Grieks-Romeinse kunst, die eerder afkerig stond tegenover het afbeelden van imperfecties. Het gaat altijd om mannen, vaak van middelbare leeftijd en voormalige magistraten of priesters. De twee poëtische Romeinse passages, die uit een heel andere tijd en context stammen, worden vaak gecombineerd met deze objecten om het beeld te creëren van de ongezonde, decadante Etrusk: zo verwijst men bijvoorbeeld naar deze sarcofaag als de ‘Sarcofago dell’Obeso’, naar de opmerking van Catullus.

De Etruskische levensstijl

Zijn er redenen om aan te nemen dat de Etrusken er een ongezonde levensstijl op nahielden? Archeologische en iconografische bronnen tonen inderdaad de ontwikkeling van een banketcultuur als deel van de identiteit van de opkomende aristocratie vanaf de zogenaamde oriëntaliserende periode (700-575 v.C.). De elite benadrukte op deze manier haar rijkdom en economische macht, wat in het Engels mooi omschreven wordt als ‘conspicuous consumption’. Tijdens zulke banketten werd er volop vlees en wijn geconsumeerd, en de aristocraten die eraan deelnamen, letten daarbij allicht niet al te veel op hun lijn. Zij waren echter zeker niet representatief voor de Etruskische bevolking als geheel. Bovendien werden ook lang niet alle Etruskische aristocraten uit de Hellenistische periode op een mollige manier vereeuwigd. In andere kunstvormen werden Etrusken evenmin als zwaarlijvig voorgesteld.

Mannen en vrouwen liggen samen aan in deze banketscène uit de Tomba dei Leopardi

Het dieet van de gemiddelde Etrusk zag er naar alle waarschijnlijkheid heel anders uit dan de beroemde aristocratische exploten. Archeologisch onderzoek bevestigt de belangrijke rol van graanproducten, en ook peulvruchten als bonen en linzen werden regelmatig gegeten. Net als in de rest van het Middellandse zeegebied, speelde de olijf eveneens een belangrijke rol in het Etruskische dieet. Er zijn ook sporen van veeteelt gevonden, en in de loop van het eerste millennium v.C. werd met name het fokken van varkens en het houden van pluimvee alsmaar belangrijker. Analyse van beenderen en tanden toont echter aan dat de meeste Etrusken grotendeels vegetarisch aten. Het nuttigen van vlees bleef voor hen waarschijnlijk beperkt tot religieuze en andere ceremonies. In de kuststeden behoorden uiteraard ook vis en schaaldieren tot het dieet.

Dit reliëf uit het graf met de toepasselijke naam Tomba della Caccia e Pesca beeldt onder andere vissers af

Sarcofagen: ideologie en artistieke trends

Octodrachme van Ptolemaios III

De iconografische voorstellingen van ‘obese’ Etrusken zijn dus al bij al beperkt: het gaat enkel om mannen, afgebeeld op sarcofagen en urnes tijdens de Hellenistische periode. Veel van deze werken vertonen stilistische gelijkenissen die suggereren dat ze in een beperkt aantal werkplaatsen gemaakt werden, bijvoorbeeld in Chiusi. Eerdere monumenten uit dezelfde stad beeldden daarentegen sterk geïdealiseerde lichamen af. Het is weinig waarschijnlijk dat de inwoners van Chiusi doorheen de tijd plots massaal bijkwamen. De afbeelding van het Etruskische lichaam had dus meer te maken met culturele conventies. De link met de ‘conspicuous consumption’ en de overvloeds-ideologie van de Etruskische elite is dan snel gelegd. Aangezien deze monumenten typisch zijn voor de Hellenistische periode, zien sommige onderzoekers een verband met de afbeelding van de Ptolemaeïsche koningen uit Egypte (305-30 v.C.), in wier ideologie overvloed eveneens een grote rol speelde. De eerste Etruskische voorbeelden dateren echter al uit de late 4de eeuw. Het gaat om kostelijke kunstwerken, met veel oog voor detail vervaardigd in opdracht van vooraanstaande families; mogelijk gaat het hierbij om een waarheidsgetrouwe afbeelding van deze prominente personen, voor wie een corpulent lichaam welvaart en gezondheid uitstraalde. Vanaf de 3de eeuw werden zulke afbeeldingen dan een echte trend.

Romeinse stereotypes

Een Romein die dezelfde beelden zag, interpreteerde de signalen waarschijnlijk heel anders dan de Etrusken zelf. Maar de oorsprong van de Romeinse conceptie van de ‘vette Etrusk’ hangt eerder samen met het algemene beeld van decadentie dat de Romeinse auteurs van de Etrusken ophangen. Zo schrijft Posidonius dat de Etrusken vroeger een mannelijk en krijgshaftig volk waren, maar de Etrusken van zijn tijd hun dagen doorbrachten met drinken en ‘onmannelijk’ vermaak. De Etrusken van de 1ste eeuw v.C. waren inderdaad niet meer zo machtig als hun voorouders. Voor de Romeinen lag de oorzaak daarvan in de rijkdom van de oorspronkelijke Etrusken, die hen week en decadent maakte, en uiteindelijk tot hun verval leidde. Deze schrijvers wilden Rome behoeden voor hetzelfde lot. Ze problematiseerden aldus gewoontes die onwenselijk zijn in een Romeinse context, zoals de ongetwijfeld overvloedige banketten. Voor de Etruskische elite was dit echter een manier om sociale banden aan te halen binnen en buiten de gemeenschap. Zelfs tussen deze buurvolkeren was interculturele communicatie dus niet vanzelfsprekend. De Romeinse bronnen vertellen ons tot op zekere hoogte iets over de Etruskische realiteit, maar weerspiegelen vooral de waarden van de Romeinse elite. De moraliserende schrijvers waren overigens niet bijzonder succesvol in hun missie: vandaag associëren we vooral de Romeinen met overvloedige banketten en orgieën!

Lees meer

Becker, H., ‘Luxuria prolapso est: Etruscan Wealth and Decadence’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 293-304.
Briquel, D., La civilsation étrusque, Parijs, 1999. (In het bijzonder de sectie ‘Usages scandaleux aux yeux des Grecs’)
Colivicchi, F., ‘Banqueting and Food’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 207-220.
Kistler, E., ‘Feasts. Wine and Society in the eight-sixth centuries BCE’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 195-206.
Korenjak, M., ‘The Etruscans in Ancient Literature’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 35-52.
Turfa, J. M., ’The Obesus Etruscus: Can the Trope be True?’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 321-336.

Wie niet genoeg kan krijgen van de fascinerende Etruskische beschaving, kan vanaf dinsdag 19 februari terecht bij de collegereeks georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) Vlaams-Brabant. Meer informatie via Nico Dogaer of op Facebook.

Coverfoto: foto van sculptuur van een Etruskische sarcofaag van een ‘obesus Etruscus’ uit het Boston Museum of Fine Arts (Public Domain)

Geef een reactie