overspel in de papyri

Valentijn in Egypte: overspel in de papyri

In 2017 pakte het weekblad Flair uit met een onthutsend artikel: uit een wereldwijde bevraging (door datingsite Victoria Milan) bleek dat 38% van de vrouwen en 36% van de mannen Valentijn liever zouden doorbrengen met hun minnaar dan met hun vaste partner. Maar liefst 21% van de bevraagden gaven aan Valentijn bij voorkeur te willen vieren met hun minnaar én partner. Verontrustende resultaten, maar Flair heeft altijd gelijk. Wij grijpen deze feestdag van de liefde graag aan voor een korte uiteenzetting over overspel in de papyri.

De vele duizenden papyri die de tand des tijds hebben doorstaan in het droge klimaat van Egypte bieden een geprivilegieerde inkijk in de dagdagelijkse realiteit van de Egyptische oudheid. De meeste papyrusteksten die tot ons zijn gekomen zijn nooit bestemd geweest voor een ruim publiek, maar alleen voor beperkt gebruik: brieven, contracten, gerechtsstukken, kwitanties, rekeningen en dergelijke meer, niet zo verschillend van wat je vandaag aantreft in de prullenmand. De schrijvers van deze papyrusteksten hadden echter nooit kunnen bevroeden dat beschaving de mens op een dag zo ver zou drijven deze papyri uit hun prullenmand op te diepen en letter voor letter te ontcijferen om de arme stakkers hun diepste geheimen te ontfutselen. Dit voyeurisme heeft zich vandaag ontwikkeld tot een wetenschappelijke discipline, druk beoefend door Leuvense oudheidkundigen. Maar bieden deze papyri ook een inkijk in de slaapkamer van onze voorouders? Wat vertellen de papyri over overspel?

#MeToo

We beginnen onze reis in het Nieuwe Rijk, iets langer dan 3000 jaar geleden. Overspel met gehuwde vrouwen bekleedt een prominente plaats in een aantal klachten uit de Ramessidentijd, hoofdzakelijk afkomstig uit de arbeidersnederzetting Deir el-Medina, nabij de Vallei der Koningen. Een goed voorbeeld van zulke klacht is Papyrus Salt 124 (= P. BM 10055), waarin een zekere Amennacht zijn dorpsgenoot Paneb van allerhande kwaad beschuldigt ten overstaan van de vizier (de eerste minister zeg maar). Paneb werd niet alleen beschuldigd van diefstal, omkoping en geweld, maar ook van onkuise handelingen met een hele resem vrouwen:

Paneb had seks met de dorpsbewoonster Tuy, die de vrouw is van de werkman Qenna; hij had seks met Hul, die samen is met Pendwau; hij had seks met de dorpsbewoonster Hul, die samen is met Hesysunebef (…) en wanneer hij seks had gehad met Hul, had hij seks met Webchet, haar dochter; en Aapehty, zijn zoon, had eveneens seks met Webchet.

Paneb maakte het dus wel erg bont. Mogelijk was hierbij machtsmisbruik in het spel: Paneb was opzichter van de werken aan het koningsgraf in de Vallei der Koningen en had als dusdanig heel wat invloed in het arbeidersdorp Deir el-Medina. #MeToo in het oude Egypte?

Deir el-Medina

Het voorbeeld van womanizer Paneb mag natuurlijk niet veralgemeend worden. Een heel andere kijk op huwelijkstrouw vinden we in P. Leiden I 371, eveneens uit de Ramessidische periode. In deze brief van een man aan zijn overleden echtgenote – zulke brieven schreven Egyptenaren wel vaker – benadrukt de eerste herhaaldelijk dat hij zijn vrouw altijd trouw is gebleven, zowel voor als na haar dood. Misschien brengt deze geste de romantische zielen onder ons in vervoering, maar recent onderzoek door Lana Troy stelt vraagtekens bij de traditionele romantische interpretatie van deze papyrus. Volgens Troy beschuldigt de schrijver van P. Leiden I 371 de geest van zijn dierbare van onheil: ofschoon hij altijd zo goed voor zijn vrouw heeft gezorgd, valt zij hem lastig vanuit het dodenrijk.

De wijze raad van Anchsjesjonqy

 Vooraleer we kijken naar documentaire papyri uit latere periodes, kan het interessant zijn om even stil te staan bij referenties naar overspel in literaire papyri. Een eerste verwijzing naar overspel vinden we in het Dodenboek, een verzameling van funeraire teksten die sinds het Nieuwe Rijk gebruikt wordt om doden te begeleiden tijdens hun tocht door de onderwereld en occasioneel ook om de mummie van Imhotep tot leven te wekken. In de zogenaamde ‘Negatieve confessie’, uitgesproken door de overledenen wanneer zij voor de dodengod Osiris verschijnen en hun hart door Anubis wordt gewogen, geven de doden een opsomming van allerhande stoute zaken waaraan zij zich nooit hebben bezondigd: zij hebben niet gemoord, niet gestolen, niet gelogen, niemand pijn gedaan, niemand doen wenen … én zij zijn niet vreemdgegaan. Als hun hart rechtvaardig blijkt, mogen zij in de onderwereld blijven wonen; zo niet, worden zij opgegeten door de nijlpaardleeuwkrokodil Amemet (kan je het horen?), een onplezierige tweede dood.

Het wegen van het hart in het Dodenboek van Any (P. BM 10470, ca. 1250 v.C.)

Al even gruwelijk is het ‘Verhaal van de twee broers’, bewaard op Papyrus D’Orbiney (P. BM 10183). Deze vertelling gaat – ja hoor! – over twee broers, Anubis en Bata, die eerst eensgezind samen land bewerkten, maar spoedig in een ruzie verwikkeld raakten om een vrouw. Toen de echtgenote van Anubis hem op een dag kwam vertellen dat zijn jongere broer Bata haar had proberen verleiden, besloot Anubis zijn broer te vermoorden. Bata kon ternauwernood ontsnappen door een schietgebedje tot de zonnegod te richten, die een meer vol krokodillen tussen de twee broers tevoorschijn toverde. Dit bood Bata de gelegenheid om zich te verdedigen: allereerst verzekerde hij zijn broer van zijn eerlijkheid door zijn eigen edele delen af te snijden en in het water te werpen en vervolgens legde hij uit dat hij zijn schoonzus helemaal niet had proberen versieren, maar zijn schoonzus hem! Toen zij was afgewezen, had de listige vrouw het verhaal omgedraaid in de hoop dat haar echtgenoot zich op Bata zou wreken. Toen Anubis dat vernomen had, keerde hij onmiddellijk naar huis terug, doodde hij zijn echtgenote en wierp hij haar voor de honden. Het verhaal gaat nog even verder, maar uiteindelijk werden Bata en Anubis koning en kroonprins en leefden zij nog lang en gelukkig.

Ook de zogeheten Egyptische wijsheidsteksten bieden een interessante blik op morele concepties rond overspel in het oude Egypte. De ‘Leer van Anchsjesjonqy’ (P. BM 10508 e.a.) kan dienen als voorbeeld. Deze lange reeks van raadgevingen van de gevangen priester Anchsjesjonqy aan zijn zoon, aldus het kaderverhaal, bevat niet alleen belangrijk huwelijksadvies van algemene aard (bv. “degene die zich schaamt voor seks met zijn vrouw zal geen kinderen krijgen”), maar verwijst ook meerdere malen naar overspel. Bij momenten zijn de raadgevingen best geestig: “huw niet met een vrouw wier echtgenoot nog leeft, opdat je jezelf geen vijand zou maken”, “indien je je vrouw met haar minnaar aantreft, troost jezelf dan eveneens met een (nieuwe) bruid”, of “als een vrouw geen zorg draagt voor het bezit van haar echtgenoot, heeft zij een andere man in gedachten”. Waarschuwingen zoals “degene die een gehuwde vrouw liefheeft zal gedood worden op haar deurdrempel” of “degene die een gehuwde vrouw neemt op haar bed, zijn vrouw zal genomen worden op de grond” zijn veel minder grappig: zij getuigen van moord en verkrachting als vorm van eerwraak. In het algemeen is de wijze raad van Anchsjesjonqy weinig vrouwvriendelijk.

God, geld en seks

De talrijke papyri uit Ptolemaeïsch Egypte bevatten ook interessante gegevens. Een eerste belangrijke groep van teksten in dit kader zijn de tempeleden: deze eden, overigens een uitvinding van vroegere datum, werden gezworen in heiligdommen in de naam van de goden en houden doorgaans verband met rechtszaken en disputen. Zij werden neergeschreven op potscherven (ostraca), die eveneens deel uitmaken van het papyrologische werkveld. Meer dan twintig van deze eden betreffen huwelijksproblemen en verschillende van deze teksten refereren naar overspel. Zo zwoer bijvoorbeeld een zekere Taminis omstreeks het einde van de 2de eeuw v.C. in Djeme (op de oostelijke oever van Thebe): “Sinds mijn huwelijk met jou tot op vandaag heb ik jou niet bestolen, heb ik jou niet beroofd, heb ik niets in het geheim gedaan, voor meer dan 20 zilverlingen; ik heb niet met een (andere) man geslapen tijdens ons huwelijk” (O. BM 31940 = O. Tempeleide 7). Wanneer je dit corpus van teksten van naderbij bekijkt, valt het op dat het overgrote deel van deze eden met betrekking tot overspel gezworen worden door vrouwen. Opnieuw een teken van vrouwonvriendelijkheid? Ja en neen: onderzoekers hebben gewezen op een nauwe band tussen deze eden en bepalingen in het Egyptische huwelijksrecht. Een echtscheiding zonder grondige reden kon een man een bomvol geld kosten; kon hij echter aantonen dat zijn vrouw hem ontrouw was geweest of oneerlijk was geweest over de financiële huishouding, was hij veel minder geld aan zijn echtgenote verschuldigd. Het eisen van een tempeleed was een goede manier om dit te bewijzen. Mannen konden hun vrouw wel beter niet in het wilde weg van ontrouw beschuldigden: als zij uiteindelijk de eed durfden zweren en aldus hun onschuld bewezen, moest hun echtgenoot een boete betalen. “Waarom lieg je dan niet gewoon?”, vraag je je vandaag af. Het antwoord is eenvoudig: de goden in wier naam je meineed had gezworen en in wie de Egyptenaren hartstochtelijk geloofden, konden je op allerlei vreselijke manieren straffen.

De reglementen van religieuze verenigingen vormen een tweede belangrijke bron van informatie. Het reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille Dem. I 29, 223 v.C.) bestraft overspel met de echtgenote van een ander lid van de vereniging met uitsluiting uit de associatie en een boete van 2 kite zilver: op zich niet onoverkomelijk als je weet dat dit bedrag overeenstemt met zo’n 12 daglonen en dat je vier keer zwaarder werd beboet als je een ander lid van de vereniging vertelde dat hij lepra had, terwijl dat niet waar was. In de ‘associatie van de krokodil’ in Tebtynis was het wel opletten geblazen: daar betaalde je in geval van overspel 300 deben of 3000 kite (P. Prague, 137 v.C.). Het is moeilijk om de precieze waarde van deze geldsom in te schatten, vanwege de instabiliteit van het Ptolemeïsche monetaire systeem in deze periode, maar in ieder geval lijkt het om een aanzienlijk bedrag te gaan: voor 300 deben kon je in deze vereniging even goed driemaal je overste slaan of drie collega’s van lepra beschuldigen. Misschien was de krokodillenclub recentelijk opgeschrikt door een schandaaltje?

Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.)F. De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d'après les documents démotiques

Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.)

Crimes passionnels

De laatste papyrus die hier de revue zal passeren, dateert uit de late 4de eeuw n.C. BGU IV 1024 is een fragment uit een juridisch handboek, dat drie samenvattingen van moordprocessen bevat. De eerste zaak betreft een man die zijn echtgenote op heterdaad betrapte met een minnaar; laatstgenoemde kon vluchten, maar de vrouw werd door haar man neergestoken. De tweede zaak, “tegen iemand die zijn vriendin te graag ziet”, lijkt sterk op de eerste, maar in dit geval zijn de man en de overspelige vrouw niet gehuwd. De derde zaak, tot slot, gaat over de moord op een prostituee door een jaloerse Alexandrijnse senator. Deze ‘crimes passionnels’ herinneren aan de Ptolemaeïsche petities van de tweelingzussen in het Memphitische Serapeum, die al eens besproken werden op deze blog: de moeder van deze meisjes had haar minnaar gevraagd om haar echtgenoot uit de weg te ruimen. Het lot van de eerste man uit het juridische handboek is onbekend. In de tweede zaak gold de liefde als verzachtende omstandigheid en werd de moordenaar ‘slechts’ veroordeeld tot levenslange dwangarbeid in de mijnen. De Alexandrijnse senator op zijn beurt kon op minder clementie rekenen: de rechter koos partij voor de prostituee, een meelijwekkend wezen dat gedwongen werd haar lichaam te verkopen, en veroordeelde de senator, die zijn stand ten schande had gemaakt, tot de dood. Ook vandaag nog wordt liefdeswaanzin in sommige rechtssystemen ingeroepen als verzachtende omstandigheid in moordzaken. In België is dit gegeven in 1997 uit de wet geschrapt. Toch nog niet helemaal gerust? Dan moet je maar Valentijn vieren met je eigen partner!

Lees meer

Christopher Eyre, ‘Crime and Adultery in Ancient Egypt’, The Journal of Egyptian Archaeology 70 (1984), p. 92-105.

Françoise De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d’après les documents démotiques (Bibliothèque d’étude de l’Institut français d’archéologie orientale 46). Caïro, 1972.

James Keenan, ‘Roman Criminal Law in a Berlin Papyrus Codex (BGU IV 1024-1027), Archiv für Papyrusforschung 35 (1989), p. 15-23.

Sandra Lippert, S., Einführung in die altägyptische Rechtsgeschichte (2de editie), Berlin, 2012.

Lana Troy, ‘How to treat a lady: Reflections on the ‘notorious’ P. Leiden I 371’, in Rune Nyord & Kim Ryholt (edd.), Lotus and Laurel: Studies on Egyptian Language and Religion in Honour of Paul John Frandsen, Kopenhagen, 2015, p. 403-418.

Coverfoto: adaptatie van schilderij ‘Cleopatra’ door Alexandre Cabanel op Wikimedia (CC0) en de afbeelding ‘Turin Erotic Papyrus Scene’ op Wikimedia (Public Domain)

Geef een reactie