Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte

De Egyptenaren drinken wijn gemaakt van gerst, want zij kennen de wijnstok niet. (Herodotus, Historiai II, 77).

Hoewel Herodotus het gevarieerde Egyptische alcoholassortiment hier oneer aandoet, maakt zijn opvatting wel duidelijk hoezeer Egypte in de Oudheid met bier geassocieerd werd. Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, was de nationale drank van het oude Egypte het gerstenat dat ook in onze contreien zo geliefd was, en nog steeds is. Die voorliefde werd duidelijk niet gedeeld door de klassieke auteurs. Volgens Plinius de Oudere was bier weliswaar zeer geschikt als gelaatsbehandeling, maar zeker niet voor consumptie. De latere keizer Julianus Apostata verkoos duidelijk ook wijn: in een gedicht prijst hij de druivendrank als ‘nectar-geurend’, terwijl bier wordt afgedaan als ‘naar geiten ruikend’. Geld, daarentegen, stinkt niet, moeten de Ptolemaeïsche koningen gedacht hebben, want nadat zij Egypte veroverden en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie. 

Een drank voor goden, levenden en doden

Het belang van bier voor de Egyptische cultuur, maatschappij en economie kan nauwelijks onderschat worden. In feite was er in Egypte al grootschalige bierproductie voor er farao’s waren: de eerste grote brouwinstallaties dateren uit het 4de millennium v.C. Zo werd in Hierakonpolis een pre-dynastische brouwerij ontdekt die minstens 400 liter bier per keer kon verwerken. Ook in Egyptische offers en rituelen speelde bier een cruciale rol. Meer nog, in de Egyptische mythologie had de mensheid er zelfs haar voortbestaan aan te danken. Op een dag wantrouwde de zonnegod Ra het menselijke geslacht namelijk zozeer dat hij besloot om zijn dochter Sechmet dan wel Hathor – afhankelijk van de versie – op strafexpeditie te sturen. De godin ging echter zo fel te keer dat Ra vreesde dat er geen mensen meer zouden overblijven. Hij besliste dan om de aarde te bedekken met een rood bier. Hathor/Sechmet verwarde het bier met bloed, werd dronken en viel in slaap; de mensheid was gered. Ieder jaar werd deze verlossing in Egypte gevierd met het ‘festival van de dronkenschap’, waarbij de bevolking zich op eenzelfde wijze tegoed deed aan copieuze hoeveelheden bier en wijn, op kosten van de staat. Vooral Hathor werd met bier geassocieerd, als de uitvindster ervan en als ‘meesteres van de dronkenschap’, maar ze deelde deze bevoegdheid met tal van andere mindere godinnen, zoals Menqet en Tenenet.

De antieke Egyptenaren hielden wel van een feestje, getuige deze scène uit het graf van Nebamun

Ook op gewone dagen deden Egyptische stervelingen zich maar al te graag tegoed aan het alcoholhoudende brouwsel. Mensen van alle geslachten en leeftijden dronken bier, van ‘s morgens tot ‘s avonds. Zo weten we uit rekeningen op papyrus dat bier ook deel uitmaakte van het ontbijt. Het Egyptische bier was dan ook voedzaam en calorierijk, minder gefilterd en steriel dan het heldere commerciële drankje waar wij aan gewend zijn. Daarnaast was het zonder twijfel veiliger om te drinken dan water dat rechtstreeks uit de Nijl gehaald werd, en komen we bier eveneens tegen als ingrediënt in medische recepten. Naast de levenden, hadden ook de doden behoefte aan bier. De drank was steevast deel van de offers die gebracht werden aan de overledenen. Het buitengewoon interessante graf van de hogepriester Petosiris uit Hermopolis toont een scène waarin de overledene een spel speelt met een vriend “totdat hij zichzelf verfrist in de bierkamer”, aldus de legende.

Deze Syrische huurling hield zoveel van het Egyptische bier dat hij zich al drinkend op zijn grafstèle liet afbeelden

Overdaad schaadt

In deze vermaningsbrief wordt een beambte met de toepasselijke naam Dionysios terechtgewezen door zijn superieur. Op het einde lezen we “Als je denkt dat het leuk is om de dronkaard uit te hangen en tegelijk bescherming te genieten, dan heb je nog niet aan morgen gedacht!”

In het dagelijkse leven werd er weliswaar veel bier geconsumeerd, maar dronkenschap werd niet op prijs gesteld. Demotische wijsheidsteksten waarschuwen voor de gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Ook wetten hielden hier rekening mee: in Alexandrië was gedronken hebben een verzwarende omstandigheid bij een misdaad. In de papyri wordt er ook wel eens geklaagd over de gevolgen van dronkenschap. Zo verhaalt een amusante petitie hoe een beneveld gezelschap trachtte in te breken in een kroeg, teneinde zich verder tegoed te doen aan de alcoholvoorraad van de uitbater. In het bijzonder staatsbeambten werd vaak overmatig alcoholgebruik aangewreven. Vooral lagere ambtenaren worden door hun oversten gewezen op de gevolgen van hun drankgebruik, maar ook de hooggeplaatste strategos, de provinciegouverneur, werd ervan beticht zijn werkbezoek aan een tempel al drinkend door te brengen. Dat deze beschuldigingen niet uit de lucht gegrepen zijn, leert ons een rekening voor een goederentransport, waarin er een budget voorzien is voor “bier voor de douanebeambten”.

De Ptolemaeïsche bierindustrie

Met de komst van de Grieken verloor Egypte dus geenszins zijn voorliefde voor bier, en de bierindustrie bleef dan ook een bloeiende economische sector. De basiselementen van het brouwproces waren dezelfde als vandaag: gerst werd eerst gemout, waarop de bekomen suikers door fermentatie met behulp van gist werden omgezet in alcohol. Het grootste verschil met hedendaags bier was de afwezigheid van hop. Dit beïnvloedde niet alleen de smaak, maar vooral ook de houdbaarheid: Egyptisch bier kon hooguit een week bewaard worden. In de papyri vinden we tal van variëteiten, gaande van bekend in de oren klinkend ‘zoet bier’ of ‘donker bier’ tot het mysterieuze ‘ijzeren bier’ en het dure ‘Siutbier’ (een bijzondere lokale variëteit, de Ptolemaeïsche Westvleteren?). De god Ptah  – of eerder: zijn priesters – gaf dan weer de voorkeur aan ‘zwaar bier’.

In afbeeldingen werd het brouwen van bier vaak geassocieerd met het bakken van brood, waarvoor ook graan en gist gebruikt werd

Aangezien gerst vrij beschikbaar was in Egypte, en er behalve aardewerken potten voor de rest niets nodig was, konden mensen allicht thuis bier brouwen. Desalniettemin had bijna elk Egyptisch dorp zijn eigen professionele brouwers, in tegenstelling tot wijnverkopers, die we enkel in de grote centra tegenkomen. Deze brouwers waren verenigd in beroepsassociaties, zoals de ambachten en gilden uit latere tijden. In de bierindustrie waren opvallend veel vrouwen actief, meer dan in andere traditioneel vrouwelijke beroepen zoals textielproductie. Het beroep van brouwer werd ook vaak doorgegeven van de ouders aan hun kinderen. Brouwers verkochten hun bier vaak zelf, en het Griekse woord voor brouwerij, zytopolion (ζυτοπώλιον), betekent letterlijk ‘bierwinkel’. Het gerstenat werd echter ook op tal van andere plaatsen verkocht: naast bars, schonken bijvoorbeeld ook de baden en bordelen van Ptolemaeïsch Egypte bier.

Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vrouwen speelden een belangrijke rol in de Egyptische bierindustrie. Links zien we hoe het bier gefilterd wordt; rechts plaatst een man een lemen stop op een bierkruik

De bierbelasting

Zo’n lucratieve branche ontsnapte uiteraard niet aan de aandacht van de Ptolemaeïsche administratie. Brouwers en bierverkopers waren onderworpen aan de zutera (ζυτηρά). Uit takslijsten weten we dat deze belasting tot de meest significante staatsinkomsten op dorpsniveau behoorde. Zoals de meeste belastingen werd ook de bierbelasting verpacht aan private ondernemers (zie ook de inkomsten uit het zogenaamde ‘oliemonopolie‘). Elk jaar vond er een veiling plaats, waar mensen konden bieden op de staatsinkomsten uit de bierindustrie van het dorp. Als de uiteindelijke inkomsten hoger bleken dan het gedane bod, maakte de pachter winst. In het tegengestelde geval moest hij of zij het verschil bijpassen.

Omwille van de lage kostprijs van bier betaalden de brouwers hun belasting grotendeels in brons, eerder dan in het meer kostbare zilver

In de praktijk was de pachter van de Ptolemaeïsche bierbelasting vaak zelf brouwer. Vanuit ons modern perspectief lijkt zo’n situatie de deur wagenwijd open te zetten voor misbruik en fraude. Vanuit het standpunt van de oudheid is het echter een perfect logische evolutie: het waren net de mensen die werkzaam waren in de bierindustrie die over de nodige informatie beschikten om de belastinginning vlot te laten verlopen. Er traden dan ook vooral problemen op wanneer een buitenstaander het contract pachtte. De machtige ‘ambachtsgilden’ waren niet gesteld op inmenging van buitenaf. Natuurlijk oefende ook de staat controle uit: de eigenlijke inning van de belastingen gebeurde door staatsbeambten, en van de pachters werd verwacht dat ze borgen stelden, mensen die beloofden om de staat te vergoeden indien de pachters hun verantwoordelijkheden niet nakwamen. Dat gebeurde ook regelmatig, en dit kon nare gevolgen hebben voor de borgen: in sommige gevallen werd hun huis openbaar verkocht.

Staatsgraan voor de brouwers

Ptolemaeïsche belastingpachters hadden niet alleen een financiële verantwoordelijkheid, maar waren ook betrokken bij de supervisie van de sectoren die onderworpen waren aan ‘hun’ belasting. In het geval van de bierindustrie hielden ze zich bezig met het verdelen van staatsgraan aan de brouwers. Dat zit zo: traditioneel werden ambachtslieden in Egypte door de overheid of door andere grote instellingen zoals tempels of grote landerijen van grondstoffen voorzien. De ambachtsman was zo verzekerd van zijn levensonderhoud, en kon in de tijd die overbleef voor eigen rekening werken.

In eerdere periodes werd Egyptisch bier ook van emmertarwe gemaakt, maar in de Ptolemaeïsche periode vinden we enkel gerst

De Ptolemaeën behielden een deel van dat systeem: de staatsgraanschuren leverden op maandelijkse basis gerst aan de brouwers. In tegenstelling tot vroegere tijden moeten we dat echter niet zien als een vorm van staatssubsidie. De Ptolemaeën lieten de brouwers immers betalen voor hun gerst!

Het systeem was voor de staat een handige manier om een deel van haar inkomen in natura – de oogstbelasting werd in graan betaald – om te zetten in cash. Maar ook de brouwers hadden voordeel bij deze werkwijze: zij waren immers verzekerd van een stabiele graanvoorziening. Hoewel er een vrije markt was voor gerst, functioneerde die in de Oudheid uiteraard niet zo vlot als vandaag, en het zou de brouwers behoorlijk wat tijd en geld kosten om tot overeenkomsten met individuele boeren te komen. En geld, dat hadden ze natuurlijk al nodig om hun belastingen te betalen!

Coverfoto: adaptatie van een foto van het object ‘Painted wooden model group: four figures preparing food and beer’ in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

Meer lezen?

Clarysse, W., ‘Use and Abuse of Beer and Wine in Graeco-Roman Egypt’, in K. Geus and K. Zimmerman (eds.), Studia Phoenicia XVI. Punica – Lybica –Ptolemaica. Festschrift für W. Huß (Orientalia Lovaniensia analecta 104), Leuven, Paris and Sterling, 2001, 159-166.

Drexhage, H.-J., ‘Bierproduzenten und Bierhändler in der papyrologischen Überlieferung’, MBAH 16.2 (1997), 32-39.

Geller, J., ‘From prehistory to history: beer in Egypt’, in R. Friedman and B. Adams (eds), The followers of Horus: studies dedicated to Michael Allen Hoffman, Oxford, 1992, 19-26.

Leitz, C., ‘Das Menu-Lied: eine Anleitung zum Bierbrauen für Hathor in 18 Schritten’, in R. Jasnow and G. Widmer (eds.), Illuminating Osiris: Egyptological studies in honor of Mark Smith, Atlanta, 2017, 221-237.

Samuel, D., ‘Brewing and Baking’, in P. T. Nicholson and I. Shaw (eds.), Ancient Egyptian materials and technology, Cambridge, 2000, 537-576,

Thompson, D. J., ‘The Ptolemaic Ethnos’, in V. Gabrielsen and C. A. Thomsen (eds.), Private Associations and the Public Sphere. Proceedings of a Symposium heldat the Royal Danish Academy of Sciences and Letters, 9-11 September 2010 (Scientia Danica. Series H, Humanistica, 8 vol. 9), Copenhagen, 2015, 301-313.

Geef een reactie