Asterix en de race naar de laars

De visie van Verreth: ‘Asterix en de race door de laars’

De stripreeks Astérix, voor de eerste keer verschenen in het tijdschrift Pilote in het najaar van 1959, was de creatie van René Goscinny en Albert Uderzo. Na de dood van Goscinny in 1977 ging Uderzo alleen verder, tot hij in 2009 op 82-jarige leeftijd zijn 34ste en laatste Asterix-album afwerkte. De toekomst van de succesrijke reeks was een tijdje onduidelijk, maar er werd een nieuw team gevonden, namelijk tekenaar Didier Conrad, scenarist Jean-Yves Ferri en inkleurder Thierry Mébarki, die in 2013 (nummer 35) ‘Asterix bij de Picten’, in 2015 (36) ‘De papyrus van Caesar’ en nu in 2017 (37) ‘Asterix en de race door de laars’ (‘Astérix et la Transitalique’) uitbrachten. Over het eerste van deze albums was ik niet direct enthousiast, het tweede was qua verhaal al wat beter en aan het meest recente Asterix-album heb ik gelukkig opnieuw van het begin tot het einde veel plezier beleefd.

cover van 'Asterix en de race door de laars'

De cover van ‘Asterix en de race door de laars’

Het verhaal

Het verhaal op zich is relatief simpel (en doet soms wel denken aan ‘Asterix en de ronde van Gallia’ uit 1963): de Romeinse senator Lactus Bifidus is verantwoordelijk voor het onderhoud van de beroemde Romeinse wegen, maar hij heeft het merendeel van de fondsen verduisterd om zich met zijn echtgenote Mozzarella de hele tijd in orgieën te kunnen storten. Hij probeert dan ook de aandacht af te leiden door een wagenrace te organiseren doorheen heel Italië, van Modicia (Monza) in het noorden tot Neapolis (Napoli) in het zuiden, ‘open voor wagenmenners uit de hele wereld (inclusief barbaren)’. Een ‘handlezeres’ heeft Obelix voorspeld dat hij een groot auriga of ‘racewagenmenner’ zal worden, zodat hij per se wil meedoen, ook al moet hij zich daarvoor ‘omscholen’. Een groot deel van het kijkplezier zijn dan ook de vele wagenmenners uit alle hoeken van de wereld in hun nationale klederdrachten, met soms opmerkelijke wagens getrokken door kamelen of zebra’s, terwijl de Helvetiërs met een slee afkomen en de wagen van de Lusitaniërs steeds in panne staat.

Historische referenties

Opvallend is ook dat vele talen grafisch elk op een andere manier worden weergegeven: de prinsessen Hasjeohfer en Europalahfer uit ‘het verre koninkrijk Koush’ ten zuiden van Egypte spreken een soort beeldschrift dat aan hiërogliefen doet denken. De Goten krijgen Gotische letters, de Grieken het bekende pseudo-Griekse schrift met hoekige letters en de Sarmaten een schrift met letters in spiegelschrift die het Cyrillisch dienen te evoceren (terwijl ze zweren ‘bij Marx‘ in plaats van ‘bij Mars‘). De (Deense) Kimbren Zerøgluten en Betäkärøten schrijven elke ‘a’ met een trema en elke ‘o’ wordt vervangen door een ø. De Britten Madmax en Ecotax worden dan weer gekarakteriseerd door vertaalde uitdrukkingen zoals ‘oerosdrek’ (bullshit), ‘genadige goedheid’ (goodness gracious) of ‘Werkelijk, het is!’. Ook in Latijnse opschriften wordt de ‘U’ veelal weergegeven door een ‘V’. Het is ondertussen duidelijk dat ook de persoonsnamen – zoals gewoonlijk in de reeks – een heleboel grapjes bevatten (vaak van de hand van de Nederlandse vertaler Frits van der Heide); vermeldenswaard zijn bijvoorbeeld nog de senator Thermocumulus, de tandarts Kiesmatrix, de wagenverkoper Krukaspoelix en zijn bevallige verkoopster Cabrioletta, de familie Tiramisus, de Romeinse wagenmenners Coronavirus en Bacillus, de Belg (?) Ambetanterix, de Noormannen Senotaf en Dekaf, en de vrouw Dolcevita.

prent 'Asterix en de race door de laars'

Prent uit ‘Asterix en de race door de laars’

Een andere vaste waarde zijn anachronismen en ‘politieke’ uitspraken over bijvoorbeeld onverantwoord rijgedrag, parkeerproblemen (‘alleen de bewoners mogen hun wagens in het historische centrum parkeren’) en vervelende sportjournalisten. Wanneer Obelix merkt dat Bacillus omgekocht wordt, vertelt hij dat pas veel later aan Asterix, want “ik dacht dat zoiets normaal was in de sport”. Een inwoner van Venexia merkt op dat zijn stad niet wegzinkt, maar dat ‘het water in de lagune stijgt. Het klimaat is niet meer wat het was.’ Ook beroemdheden als Leonardo da Vinci, de Mona Lisa, Luciano Pavarotti (de waard die ‘Nessundorma’ zingt), Alain Prost (de wagenmenner Coronavirus alias de Siciliaan Testus Sterone) en Silvio Berlusconi (de steenrijke garum-fabrikant Cresus (!) Lupus) passeren de revue, en Coronavirus verzaakt aan zijn villa in Capri met de woorden “Capri fini”, naar de hit ‘Capri, c’est fini’ van Hervé Villard uit 1966.

Toponymie

Elke stad waar de race passeert, wordt gekarakteriseerd door een bezienswaardigheid of door een typisch Italiaans gerecht: Modicia (Monza) is bekend om zijn Grand Prix-circuit; in Parma proeven ze van de gelijknamige ham; in Florentia (Firenze) bewonderen ze ‘de moderne architectuur en de beelden’ en in de buurt van Pisae (Pisa) ziet een dronken Obelix ‘een toren die scheef staat’; in Sena Iulia (Sienna) levert deze race het idee voor de toekomstige Palio-race in het centrum van de stad, en proeven Asterix en Obelix voor het eerst ‘de pastae – die komt uit het oosten’; in Tibur (Tivoli) eten ze ‘pinsae van Neapolis’, platte koeken van tarwedeeg (sc. pizza’s), maar zonder tomatensaus, want een voetnoot leert ons dat de tomaat ‘pas xvii eeuwen later in Europa geïntroduceerd wordt’. Alomtegenwoordig in het verhaal is ook de vissaus of garum van het merk Lupus, die de hoofdsponsor is van de race.

Op historisch vlak is het opmerkelijk dat Italië -zeer terecht- wordt voorgesteld als een amalgaam van volkeren die de Romeinen niet allemaal even gunstig gezind zijn. De Bondgenotenoorlog van 91-88 v.C is duidelijk nog niet helemaal verteerd: ‘Net als in Gallië wonen er in Italië veel verschillende volken: Venetianen, Etrusken, Umbriërs, Osken, Messapiërs, Apuliërs… en Caesar kan ze nauwelijks de baas’. Veelbetekenend is ook een reclamebord met de boodschap ‘V komt nv in Vmbrië. Voor vw veiligheid pacificeert het Romeinse leger hier de regio’, terwijl ‘onverzettelijke Umbriërs’ helpen om het Romeinse team te verslaan.

Het besluit van Herbert

De tekeningen zijn zeer gedetailleerd en bevatten veel leuke grapjes voor wie de moeite doet rustig rond te kijken. Zo vind je in het album bijvoorbeeld een mijlpaal met een pijl naar Rome in beide richtingen, want iedereen weet dat alle wegen naar Rome leiden (pl. 1 & 44); een soldaat die drie prentjes lang op de achtergrond lastig gevallen wordt door een vlinder (pl. 3); het boek ‘Caesar, De Gallische Oorlog’ dat in aanbieding staat (pl. 5) (tegelijk een verwijzing naar de vorige strip); een mijlpaal naar de stad Oderzo (pl. 17), maar ongetwijfeld ook een knipoog naar de striptekenaar Uderzo.

Ik heb wel de wenkbrauwen gefronst bij het lezen van het toponiem ‘Venexia’ in plaats van het verwachte Venetiae (een stad die overigens waarschijnlijk pas in de 5de-6de eeuw n.C. gesticht is) en Noormannen zijn geen ‘Normandiërs’, Het is ook maar de vraag of het parcours van de race (ca. 780 km) effectief in vijf dagen kan worden afgelegd, vooral omdat de bestaande Romeinse wegen niet altijd gevolgd worden: Florentia ligt niet op de weg tussen Parma en Sena Iulia, en ook Tibur ligt niet op de weg naar Neapolis, terwijl Umbria eigenlijk helemaal niet op het parcours ligt. Over het algemeen zit het verhaal echter behoorlijk in elkaar en wordt de lezer de hele tijd verblijd door een stortvloed aan visuele en verbale grapjes

Geef een reactie