architectuur KarnaktempelMax Pixel

Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte

Ptolemaeïsch Egypte (332 v.C.-30 v.C.) kwam tot stand nadat Alexander de Grote in 332 v.C. het land had bevrijd van de Perzen, en generaal Ptolemaios de troon besteeg na het uitsterven van de Argeadische dynastie. Nadien immigreerden heel wat Grieken naar Egypte, waardoor er een multiculturele maatschappij ontstond. Daarin leefden Grieken en Egyptenaren met elkaar samen en werd zowel de Griekse als Egyptische taal in officiële en private context gebruikt. Er zijn uit deze periode relatief veel private papyrusarchieven, door een archiefeigenaar samengebracht, bewaard – we kennen er momenteel 319 – die een belangrijke bron vormen voor onze kennis over het dagelijkse leven uit deze periode. Zo kennen we uit het archief van Osoroeris enkele papyri die de basis vormen van het Hermias-proces, de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte.

Archief van Osoroeris

Het tweetalige archief (Egyptisch-Grieks) van Osoroeris, zoon van Horos, is daar één van. Horos en zijn zoon Osoroeris behoorden tot een familie van Thebaanse choachieten, dodenpriesters die verantwoordelijk waren voor de voorbereiding van de begrafenis, de opslag van de mummie, het inrichten van het graf en het uitvoeren van de rituelen van de dodencultus. De choachieten waren werkzaam op de westelijke Thebaanse oever met onder meer de Vallei der Koningen, maar waar ook gewone mensen werden begraven. De choachieten hadden eveneens een huis op de oostelijke oever, dichtbij de Karnaktempel, waar ze mummies tijdelijk in onderbrachten. P. Survey 48 is een procesverslag bewaard op papyrus en dateert van 11 december 117 v.C. Deze papyrus maakte samen met vijf andere papyri uit het archief (P. Survey 7, 8, 11, 42 en 44) deel uit van het zogenaamde Hermias-proces, een rechtszaak die zich afspeelde in de periode 125-117 v.C. in Thebe.

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachietenP.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten, p. 9

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachieten

De rechtszaak gaat om het Thebaanse huis van de choachieten (A op het kaartje), dat gelegen is op de oostoever van de Nijl en waar de dodenpriesters hun mummies opsloegen. Het huis behoorde oorspronkelijk toe aan een zekere Ptolemaios, die tijdens een grote revolte in de regio in 205 v.C. uit zijn huis wegvluchtte. Deze revolte was een inheemse rebellie, die vanuit Nubië gestuurd werd. Vele Grieken, onder wie dus Ptolemaios, moesten noodgedwongen Thebe verlaten. Ptolemaios’ huis werd vervolgens ingenomen door de rebellen en verkocht aan de hoogste bieder. Tussen 153 en 146 v.C. werd het huis geleidelijk aan opgekocht door een groep choachieten. Het oorspronkelijke huis was al lang vervallen tot een ruïne en de choachieten waren net begonnen met de heropbouw, toen Hermias naar Thebe kwam. Hij was de zoon van de oorspronkelijke eigenaar Ptolemaios en een Griekse officier die gelegerd was in Ombos, 165 km ten zuiden van Thebe. Hermias claimde het huis en ondernam heel wat pogingen om het terug in zijn bezit te krijgen. Deze waren allemaal tevergeefs, want na zeven pogingen kwam de rechter tot het besluit dat Hermias geen enkel bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was en dus verloor de officier het proces. Deze laatste beslissing is samen met informatie over de voorgaande rechtszaken bijgehouden op de papyrus P. Survey 48, die door papyrologen als één van de belangrijkste juridische papyri wordt beschouwd.

De verschillende fases van het Hermias-proces

Zes papyri hebben betrekking op het proces: drie Demotische (Oud-Egypische) kopieën van verkoopcontracten en drie Griekse procesakten. In het proces kunnen we zeven fases of pogingen van Hermias onderscheiden om zijn huis terug te krijgen. De vraag is wie er nu precies wordt aangeklaagd bij al deze pogingen. In de meeste gevallen zijn dit de toenmalige eigenaars, de choachieten dus, meestal omschreven als “Horos (de vader van Osoroeris) en de zijnen”, maar soms heeft Hermias ook andere mensen aangeklaagd, zoals een van de vorige eigenaars, die een deel van het huis aan de choachieten verkocht had.

Hermias zond een aantal verschillende petities om het huis terug te krijgen. Er bestonden namelijk verschillende soorten aanklachten, die, om niet altijd duidelijke redenen, door elkaar gebruikt werden. Een enteuxis (ἔντευξις) is een petitie die gericht was aan de koning, waarin ook de functionarissen (bv. strategos of epistates) vermeld werden die zich in werkelijkheid bezighielden met de zaak, aangezien de koning dit in de meeste gevallen niet zelf kon doen. Een petitie kon daarnaast ook rechtstreeks gericht zijn aan deze beambten, namelijk via een prosangelma (προσάγγελμα) of hypomnema (ὑπόμνημα). Een prosangelma was een korte beschrijving van een onwettige daad, meestal gericht aan de politiechef. De hypomnemata werden vaak persoonlijk overhandigd en toegelicht, en hadden een meer plechtige en strakke structuur. We vernemen in één geval in detail hoe Hermias zijn aanklacht indiende. In de Thebais werd er door Griekse rechters (de chrematistai) een “vaas” (angeion) speciaal bestemd voor petities, die in 148/147 v.C. en opnieuw in 127 v.C. ter beschikking werd gesteld in de stad Ptolemais (ten noorden van Thebe) en in 126/125 v.C. in Diospolis Magna (oostelijk Thebe). Hermias maakte dan ook dankbaar gebruik van deze mogelijkheid en dropte één van zijn aanklachten in deze vaas.

Naast de aanklachten beschikken we voor de Hermias-zaak ook over drie Griekse procesakten (P. Survey 42, 44, 48), die betrekking hebben op drie van de zeven pogingen of fases.

Fase Aanklacht Griekse Procesakte?
Fase 1 Enteuxis-petitie tegen één van de verkopers /
Fase 2 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 3 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 4 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 42
Fase 5 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 44
Fase 6 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 7 Verzoek aan de strategos P. Survey 48

Verloop van het proces

In de eerste fase klaagde Hermias Lobais aan met een enteuxis-petitie bij de rechtbank van de chrematistai, een rechtbank met Griekse rechters, door de koning ingericht. Lobais was één van de personages die het huis aan de choachieten had verkocht. Hermias dacht waarschijnlijk dat hij snel de zaak zou winnen door zich rechtstreeks tot één van de verkopers te richten. Er was namelijk geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de chrematistai. Wanneer Hermias’ aanklacht tegen Lobais door de chrematistai teniet werd gedaan, kon hij dus alleen nog maar andere mensen aanklagen. Hermias heeft zich dan maar tegen de toenmalige eigenaars, de choachieten, gericht. Bij de tweede en derde poging zond Hermias een hypomnema-petitie aan de strategos van de Thebais tegen de choachieten. De strategos was verantwoordelijk voor het civiele, militaire en administratieve aspect van één of meerdere gouwen (provincies). Maar ook de strategos kon Hermias niet verder helpen, waardoor hij zich opnieuw tot andere functionarissen richtte.

Kaart Egypte met ligging Thebe

In de vierde fase zond Hermias dan maar een enteuxis-petitie aan de epistates Herakleides, die aan het hoofd stond van de Perithebaanse gouw (provincie). Deze aanklacht leidde tot een proces waarvan P. Survey 42 de procesakte is. Helaas voor Hermias werd zijn aanklacht afgewezen. In de volgende fase zond hij opnieuw een enteuxis aan de epistates Ptolemaios van de Perithebaanse gouw, die leidde tot een rechtszaak waarin zijn aanklacht opnieuw werd afgewezen (zie procesakte P. Survey 44). Bij zijn voorlaatste poging diende Hermias opnieuw een hypomnema in, ditmaal bij de epistrategos, die op zijn beurt de zaak doorschoof naar de strategos. De epistrategos stond aan het hoofd van een groot deel van Egypte, inclusief de zuidelijke regio van de Thebais en was dus één van de belangrijkste ambtenaren van het land. Maar ook deze poging leidde voor Hermias niet tot het verhoopte resultaat. Tot slot, in de laatste fase, zond Hermias opnieuw een verzoek naar de strategos Hermias, die de zaak op zijn beurt doorverwees naar de epistates van de Perithebaans gouw Herakleides. Dit leidde tot een rechtszaak met op 11 november 117 v.C. het verdict dat de aanklacht van Hermias werd afgewezen. Deze laatste fase is genotuleerd op de papyrus P. Survey 48. De belangrijkste reden waarom de zaak zo lang aansleepte, is voornamelijk omdat de choachieten bij elke poging van Hermias naar de overkant van de Nijl gingen en gewoon wachtten totdat Hermias weer naar zijn garnizoen ging. Tot 119 v.C. kwamen de choachieten zelfs bij geen enkele aanklacht opdagen.

Besluit van het proces

Vooral de laatste fase van het proces is belangrijk voor onze kennis van de werking van het juridische apparaat in Ptolemaeïsch Egypte. De choachieten hadden eigenlijk al van in het begin een advocaat, maar Hermias had er geen tot aan de laatste rechtszaak. In de laatste fase hebben beide advocaten hun pleidooi mogen houden, die zorgvuldig genoteerd werden. Aangezien Hermias geen bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was, terwijl de choachieten drie koopcontracten als bewijsstukken konden aanvoeren, moest de advocaat van Hermias heel creatief zijn om zijn zaak sterk te maken. Hij verwijst om te beginnen naar de eerste poging van Hermias, waarin hij een rechtszaak aanspande tegen Lobais, een van de mensen die het huis aan de choachieten had verkocht. Lobais had verklaard dat zij het huis niet rechtmatig bezat toen ze het verkocht aan de choachieten. De advocaat van Hermias meldde ook dat de contracten die de choachieten voorlegden (P. Survey 7, 8, 11), niet geregistreerd waren en dus niet rechtsgeldig konden zijn. Hiertegen bracht de advocaat van de choachieten in dat Hermias zelf tijdens die eerste fase had toegegeven dat de verkoop had plaatsgevonden en dat Hermias zich bovendien niet over de huidige eigenaars heen tot één van de verkopers had mogen richten.

Grafstèle van een choachietS. S harpe, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, pl. 57

Grafstèle van een choachiet

Een ander belangrijk argument van de advocaat van Hermias, was dat de choachieten het huis gebruikten om mummies op te slaan vooraleer die begraven werden in de necropool. Volgens Hermias’ advocaat was dit een daad van vervuiling en een schanddaad tegen de goden, want het huis bevond zich dicht bij de dromoi (toegangswegen) van Hera en Demeter. Dit is inderdaad zo volgens het Griekse recht, maar niet volgens het Egyptisch recht, en de choachieten vallen helaas voor Hermias onder het Egyptisch recht. Dit kwam door het koninklijke prostagma (verordening), dat een jaar eerder (in 118 v.C.) werd uitgevaardigd, waardoor de taal van het bewijsmateriaal bepalend werd voor de bevoegdheid van de rechtbank. De advocaat van Hermias had in zijn pleidooi over de opslag van de mummies eveneens een fout gemaakt door de choachieten “taricheutai” te noemen, dat zijn de balsemers, die van lagere rang waren dan de choachieten. Al deze argumenten van Hermias’ advocaat hielden dus weinig steek.

Het laatste argument dat de advocaat van de choachieten aanhaalde, was een prostagma (een koninklijke verordening) over bezit. Zoals vermeld, verklaarde Lobais in de eerste fase dat ze het huis niet rechtmatig in haar bezit had, toen ze het verkocht aan de choachieten. Wel, nu gaf de advocaat van de choachieten aan dat dit “bezit” toch gelegitimeerd werd dankzij dat prostagma over bezit, dat er gekomen was na tijden van burgeroorlog waarin veel onroerend goed zonder eigenaar kwam te staan: in die gevallen kwam het onroerend goed dan in handen van degene die het later in bezit had genomen. De advocaat van de choachieten wees er dan ook op dat zijn cliënten dus niet eens de verkoopcontracten zouden moeten voorleggen, want dat het huis sowieso in hun bezit was, dankzij het prostagma. Bijgevolg werd in het vonnis de aanklacht van Hermias afgewezen en kwam er een einde aan een lange reeks van klachten en processen.

Belang voor de papyrologie

Wat is nu het belang van het proces? Het Hermias-proces heeft hoogstwaarschijnlijk veel publieksaandacht getrokken. Aan de Egyptische kant stond een groep priesters met wie veel mensen die zich wilden laten begraven in de Thebaanse necropool ooit in contact zouden komen, en aan de Griekse kant stond een belangrijke militair. Het is ook interessant om vast te stellen dat Hermias telkens naar een verschillende instantie kon gaan met zijn grieven en verschillende soorten aanklachten door elkaar kon gebruiken. Dankzij het proces hebben we een beter inzicht in de werking van de verscheidene juridische instellingen die tegelijkertijd actief waren in Egypte. Hermias zal hoogstwaarschijnlijk gehoopt hebben op een makkelijke overwinning, aangezien hij als Griekse militair toch veel aanzien had, maar helaas voor hem hadden de autoriteiten alleen oog voor de juridische aspecten van de zaak. Tot slot was het proces zeker ook relevant voor gelijkaardige rechtszaken. Hermias zal ongetwijfeld niet de enige geweest zijn wiens huis was ingepalmd na de grote revolte. We moeten tot slot toch wel toegeven dat Hermias een enorm doorzettingsvermogen had en de choachieten maar een beetje flauwtjes zaten te wachten tot het allemaal voorbij was.

Lees meer

P.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten 2de eeuw v.Chr., Handboekje en catalogus bij de tentoonstelling ingericht ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het Papyrologisch instituut 21-25 januari 1985, Leiden, 1985.

P.W. Pestman, The archive of the Theban choachytes (second century B.C.): a survey of the Demotic and Greek papyri contained in the archive, Leuven, 1993.

S. S​​harpe, ‘A Tablet in the Museum at York’, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, 2de ed., Londen, 1855, pl. 57.

S.P. Vleeming, ‘The office of a choachytes in the Theban area’, Hundred-gated Thebes: acts of a colloquium on Thebes and the Theban area in the Graeco-Roman period (P. L. Bat. 27), Leiden, 1995.

 

Coverafbeelding: adaptatie van de foto ‘Architecture Karnak Temple Luxor Travel Egypt’ op de website Max Pixel (CC0 1.0)

Lauren Dogaer studeerde in 2018 af als master in de Geschiedenis van de Oudheid. Haar interesse gaat voornamelijk uit naar papyrologie en Ptolemaeïsch Egypte. Momenteel volg ze de masteropleiding Archeologie: Egyptologie.

Geef een reactie