Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadzjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië. De Oxus -vandaag bekend als de Amu Darya- bevloeit de regio, en reeds in het 3de millennium v.C. ontstonden agrarische gemeenschappen rond de vruchtbare oases gecreëerd door de rivier.

Het huidige verhaal speelt zich echter af in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers. Alexanders epische veroveringstocht van het Perzische Rijk en India (334-326 v.C.) leidde hem onder andere naar Baktrië, dat uiteindelijk deel ging uitmaken van zijn rijk. Vermoedelijk hadden de Perzen reeds Grieken gesetteld in de regio: gedwongen verhuizingen waren in de Oudheid een populaire strategie om opstandige bevolkingsgroepen te pacificeren. Alexander liet op zijn beurt eveneens Griekse en Macedonische soldaten achter om de orde te handhaven. Na de dood van Alexander in 323 v.C. verdeelden zijn generaals het rijk al snel onder elkaar, en zo kwam Baktrië aan het eind van 4de eeuw v.C. in handen van de Seleuciden, die opnieuw een influx van Grieken en Macedoniërs stimuleerden. Een goede 50 jaar later (ca. 250 v.C.) deed de provinciegouverneur Diodotos een gooi naar de macht, en Baktrië scheurde zich af als onafhankelijk staat, die een eeuw lang geregeerd zou worden door Grieks-Macedonische koningen, alvorens veroverd te worden door steppenomaden (de Dothraki van de Oudheid) in de late 2de eeuw v.C.

Graeco-Baktrische Rijk ca. 180 v.C. Succesvolle veroveringen breidden het rijk enorm uit

De Graeco-Baktrische samenleving was een multiculturele samenleving bij uitstek, waar Baktrische, Perzische, Griekse en Indiase invloeden door elkaar vloeiden op politiek, cultureel en religieus vlak. Omdat Baktrië echter zo ver verwijderd lag van Middellandse Zeegebied, hadden weinig antieke auteurs aandacht voor de geschiedenis van het koninkrijk. Bijgevolg zijn we hier slecht over geïnformeerd, en de recente oorlogen in Afghanistan maken dat het gebied ontoegankelijk is voor archeologen. Voor de meeste Graeco-Baktrische koningen zijn de munten die ze sloegen het enige bewijs dat ze ooit geleefd hebben, en munten vormen dan ook de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

De onderstaande munt, een zilveren tetradrachme uit mijn persoonlijke collectie, werd geslagen door één zo’n koning: Antimachos I, die in de eerste helft van de 2de eeuw v.C. regeerde. De exacte herkomst van Antimachos is niet bekend. Sommige onderzoekers claimen dat hij een verwant is van de Diodotos die Baktrië van het Seleucidenrijk afscheurde, anderen houden vol dat hij een lid was van de Euthydemiden, de dynastie die de Diodotiden opvolgde. Uitzonderlijk bestaat voor deze koning nog een andere historische bron die zijn bestaan bevestigt, namelijk een belastingkwitantie op leer die de naam van de koning en twee mederegenten vermeldt.

Zilveren tetradrachme van Antimachos I, geslagen in Pushkalavati ca. 174-165 v.C.

Op de voorzijde van de munt staat het portret van de koning, die een ietwat grappige hoed draagt, een zogenaamde kausia. Deze kausia was typisch Macedonisch, en was misschien bedoeld om aan zijn onderdanen te tonen dat hij wel degelijk een Macedoniër was, en dus in de traditie van Alexander de Grote stond. Het portret van de koning is met grote kunde gegraveerd, en hij toont een mysterieuze, quasi Mona Lisa-achtige glimlach. Onder numismaten staat de Graeco-Baktrische muntslag bekend om haar uitstekende portretkunst, die quasi ongeëvenaard is in de numismatische geschiedenis. Op de keerzijde van de munt staat Poseidon, best bekend als zeegod. Dit is enigszins enigmatisch, gezien Baktrië ver van de zee lag. Sommige onderzoekers zagen in Poseidon een symbool voor de Oxus die door Baktrië stroomde, of zelfs voor een scheepsslag op de Oxus. Een andere denkpiste houdt rekening met het feit dat Poseidon ook verantwoordelijk was voor aardbevingen, die veelvuldig voorkomen in de regio. De legende, tot slot, luidt ΒΑΣΙΛΕΩΣ ΘΕΟΥ ΑΝΤΙΜΑΧΟΥ, wat zoveel betekent als ‘Van koning Antimachos, god’. Deze munten zijn de eerste attestatie van een Graeco-Baktrische koning die zichzelf een god noemt, en impliceren de start van een dynastieke cultus. Hoewel we voor de rest zo goed als niets weten over Antimachos, lijkt bescheidenheid alleszins geen belangrijke karaktertrek geweest te zijn.

Bibliografie

Holt, F.L., Thundering Zeus. The Making of Hellenistic Bactria, Berkeley, Los Angeles en Londen, 1999.

Hoover, O.D., Handbook of Coins of Bactria and Ancient India, Lancaster (Pennsylvania) en Londen, 2013.

Narain, A.K., The Indo-Greeks, Oxford, 1957.

Tarn, W.W., The Greeks in Bactria and India, 2de editie, Cambridge, 1951.

Coverfoto: adaptatie van “Silver_tetradrachm,_Greek_Bactrian,_Antimachos_I,_174-165_BC”, door Classical Numismatic Group, Inc., op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Geef een reactie