Pompeï, waar de liefde zoet is, maar de lust regeert

Het Italië van de late republiek en de vroege keizertijd roept vaak het beeld op van verheven redenaars die plechtig staan te declameren in met onberispelijk wit marmer versierde steden. Wie over het Forum Romanum wandelt, of Cicero ter hand neemt, krijgt inderdaad deze indruk. Ook de keurige achttiende- en negentiende-eeuwse historici geloofden erg in dit geïdealiseerde beeld van de Romeinse beschaving. De herontdekking van Pompeï, de provinciestad die in 79 n.C. bedolven werd door de uitbarsting van de Vesuvius, maakte abrupt een einde aan deze illusies. De spectaculaire vondsten maakten in heel Europa een groot enthousiasme voor de oudheid los, en Pompeï werd een vaste stopplaats op de ‘Grand Tour’ (die goede oude tijd toen twintigers hun opleiding op reis genoten en niet in de aula), maar niet alle ontdekkingen werden op evenveel gejuich onthaald.

Straat met opstapstenen in Pompeï

De goed bewaarde huizen, winkels, tavernes en tempels bleken namelijk onder de graffiti te zitten, achtergelaten door gewone Romeinen. Deze boodschappen, geschilderd op of gekerfd in binnen- en buitenmuren, spreken rechtstreeks tot de moderne mens. Alleen blijken ze allesbehalve verheven. Naast advertenties, aankondigingen en graffiti van het type “Marcus was hier”, wemelt het in Pompeï namelijk van de beledigingen, scatologische leuzen en expliciete seksuele afbeeldingen. Sommige van deze graffiti en fresco’s bleken zo aanstootgevend dat ze opnieuw overpleisterd werden en pas recent weer aan het licht kwamen.

Grafitti in het Teatro Piccolo

Vandaag kunnen we de schat aan informatie over de dagelijkse leefwereld van de modale Romein beter naar waarde schatten. Ook het brede publiek geraakt meer en meer vertrouwd met hoe het er in het dagelijkse Romeinse leven aan toe ging, dankzij tv-series als Rome die er niet voor terugdeinzen om het oude Rome in al haar ruwheid ten toon te spreiden. Hieronder volgt een greep uit het fascinerende materiaal dat Pompeï rijk is. In totaal werden er meer dan 10 000 teksten teruggevonden. Al in de oudheid schreef iemand “Het verbaast me, muur, dat je nog niet ingestort bent; jij, die zoveel geleuter van schrijvers moet dragen.”

Verkiezingen: politieke slogans en fake news

Hoewel het Romeinse rijk zeker geen democratie in de moderne zin was, vonden er in de steden jaarlijks lokale verkiezingen plaats. En bij verkiezingen horen campagnes, dat was in de oudheid niet anders. In Pompeï nam dit de vorm aan van publieke aanbevelingen door derden, omdat het kandidaten verboden was actief campagne te voeren. In grote rode of zwarte letters schreven professionals namens inwoners van de stad dat ze deze of gene kandidaat steunden voor een bepaalde functie, bijvoorbeeld “omdat hij een goede man is” of “omdat hij het ambt waard is”. Deze mensen waren vaak familieleden, buren of cliënten van de kandidaat; maar ook invloedrijke beroepsgroepen of cultusgemeenschappen, zoals de Isis-vereerders, maakten hun voorkeur wereldkundig. De ‘toeschouwers bij de spelen’ steunden dan weer een zekere Priscus, die allicht in het verleden spelen liet organiseren of waarvan men hoopte dat hij het zou doen.

Verkiezingspropaganda op de muren van Pompeï

Hoewel kandidaten zelf geen actieve campagne mochten voeren, zien we in sommige gevallen ook verkiezingsbeloftes, overgebracht door hun aanhangers: zo zal Gaius Julius Polybius “goed brood brengen” en Brutius Balbus “de publieke kas redden”. Het campagneteam van Polybius bleek trouwens bijzonder actief: er zijn niet minder dan 58 programmata in zijn naam teruggevonden. Of de kandidaten zich uiteindelijk aan hun beloftes hielden, zullen we nooit weten. Maar niets menselijks was de Pompeianen vreemd, dus vermoedelijk ook niet het breken van verkiezingsbeloftes. De inwoners van de stad hadden trouwens hun eigen idee over wat er met de stadsinkomsten moest gebeuren: “Ik vind dat de gemeentekas verdeeld moet worden, want onze kas heeft groot geld”.

Ook het verspreiden van ‘fake news’, bijzonder actueel, was een gangbare praktijk in de Pompeiaanse verkiezingsstrijd. Dit is althans een mogelijke interpretatie van de verkiezingsaanbevelingen door sociaal minder wenselijke groepen. Wat te denken van de steun van “degenen die tot laat in de nacht doordrinken”, “de dieven” of “de voortvluchtige slaven”? Waarschijnlijk werden deze boodschappen achtergelaten door tegenkandidaten of hun aanhangers. Op de man spelen blijkt dus een universele politieke strategie.

De zoete, maar vooral vleselijke liefde

Fresco uit het huis van Venus & Mars

Nog zo’n universele bekommernis is de liefde. Tweeduizend jaar later kunnen we ons nog perfect herkennen in de gevoelens, verlangens en frustraties van de Pompeianen. De bekendste graffiti uit Pompeï zijn dan ook degene die de liefdesperikelen van haar inwoners verhalen. Sommige van die boodschappen zijn heel eenvoudig, zoals “Rufus houdt van Cornelia Helena” of “Daphnicus was hier met zijn Felicula”. Anderen kalkten heuse poëzie neer, inclusief metrum: “Leve al wie liefheeft! Weg met hem, die het liefhebben niet kent! En wie het liefhebben verbiedt, dubbel weg ermee!” Bijzonder mooi is het relaas van een meisje dat ongeduldig is om haar geliefde te zien: “Als jij het vuur van de liefde voelde branden, ezeldrijver, dan zou je je wel harder haasten om Venus te zien. Ik ben verliefd op een charmante jongen. Komaan, spoor de ezels aan, ik smeek je. Je hebt al gedronken, komaan! Grijp de teugels en sla erop. Breng me naar Pompeï, waar de liefde zoet is.” Wie zei er dat Romeinen niet romantisch konden zijn?

Pompeï’s muren waren ook getuige van onbeantwoorde liefde: “Wrede Lalagus, die mij niet liefheeft” of “Marcellus houdt van Praenestina, maar het kan haar niets schelen.” Poëtischer uitgedrukt wordt dat “Geliefden zijn als bijen: ze leiden een honingzoet leven. Ik zou het willen!” Een bijzonder teleurgestelde geliefde verklaart “de ribben van Venus te willen breken”, want “als zij mijn tere borst kan doorboren, waarom kan ik dan niet haar hoofd inslaan met een knuppel”.

Fresco met een erotische scène

De liefde kon in Pompeï dan wel zoet zijn, de uitdrukking ervan gebeurde toch vooral in vleselijke termen. Wie in Napels reeds het ‘gabinetto segreto’ bezocht, weet dat de Pompeianen wel van wanten wisten. Literaire meesterwerken als “Amplicatus, Icarus naait je in de kont” (2375) of “Methe zuigt” (4434) zouden niet misstaan op een eenentwintigste- eeuwse wc-deur. Ook de boodschap “Spes, mooi van karakter, 8 as” laat weinig aan de verbeelding over. Overigens kon men in de eerste eeuw voor 8 as nauwelijks meer dan enkele broden kopen, dus ook anderen als “goedkoop” bestempelen is van alle tijden. We vernemen ook dat Iucundus “slecht wipt” en dat Euplia “het deed met tweeduizend mooie mannen”. De gladiator Celadus is niet alleen trots op zijn overwinningen in de arena: hij benadrukt in vijf verschillende graffiti hoezeer “de meisjes om hem zuchten” en dat hij de “meester van de meisjes” is.

Een deel van deze teksten werd in de buurt van het bordeel aangetroffen, maar eigenlijk is de hele stad bedekt met dit soort obsceniteiten. Denk daar maar eens aan bij uw volgende bezoek aan Romeinse ruïnes! Reactie tegen al deze schunnigheid bleef ook in de oudheid niet uit. Iemand liet de toepasselijke boodschap “Sodom Gomora” achter. In het zogenaamde huis van de moralist lezen we dan weer: “Houd je wellustige expressies en je verleidelijke oogjes weg van andermans vrouw; laat de gepaste zedigheid op je gelaat te vinden zijn!”

Voor sfeer en gezelligheid, een vijf

De Romeinen in Pompeï hadden geen TripAdvisor of Yelp, maar dat weerhield hen er niet van hun mening achter te laten, op een zeer directe manier. Zo liet de schatbewaarder van keizer Nero de boodschap “Vergif!” achter, waarschijnlijk verwijzend naar het geserveerde eten. Ook de Pompeiaanse drank moest het ontgelden: “Reiziger, in Pompeï eet je brood, maar drinken doe je in Nuceria!” Nuceria was een ander stadje in Campania, dat een levendige rivaliteit met Pompeï uitvocht. Zo’n twintig jaar voor de Vesuvius de regio onder de as bedolf, vond er een serieus incident plaats in het amfitheater van Pompeï. Tacitus vertelt ons dat het over en weer scanderen van beledigende leuzen (“typisch voor zulke wanordelijke provinciesteden”) danig uit de hand liep: al snel begon men met stenen te gooien en uiteindelijk werden er zelfs zwaarden getrokken, met vele gewonden en zelfs doden tot gevolg. Ook hooliganisme is dus van alle tijden.

Thermopolium van Asellina, een restaurant waar kant-en-klare maaltijden konden worden gekocht

Ook niet-Nucerianen klaagden wel eens over de kwaliteit van de drank. Zo kraste een bezoeker van een herberg: “Hopelijk komen je leugens je duur te staan, waard. Je verkoopt water en drinkt zelf onversneden wijn!” Andere Pompeiaanse aanbevelingen vinden we vandaag minder snel op TripAdvisor terug, bijvoorbeeld “Vraag in Nuceria bij de Romeinse Poort in het district van Venus (de prostitutiebuurt) naar Novellia Primigenia.” Een bordeelbezoeker treedt hem bij: “Phoebus, parfumhandelaar, heeft hier uitstekend geneukt.” ‘Excusez le mot’, maar Romeinen waren nu eenmaal niet zo fijnzinnig, noch politiek correct.

Reisadvies voor Pompeï

Hopelijk laat deze kennismaking met de modale Romeinen u, lezer, niet al te gedesillusioneerd achter. Ze blijken in grote mate dezelfde bezorgdheden gedeeld te hebben als wij: de liefde, verkiezingen, een dak boven het hoofd, voedsel en drank. Ze drukten deze wel in iets explicietere termen uit dan we vandaag gewoon zijn. Maar misschien moeten we niet al te streng zijn. Tenslotte, welk beeld zou een toekomstige archeologe of historicus zich vormen van onze maatschappij, louter gebaseerd op graffiti en andere snelle krabbels?

De graffiti uit Pompeï, nu eens humoristisch, soms ontroerend, maar steevast interessant, vormen een ware goudmijn voor historici en linguïsten. Maar ze laten ons ook op onze honger zitten. We vangen slechts een kleine glimp op van het leven van deze mensen. Leefden Rufus en Cornelia nog lang en gelukkig? Vond die arme Marcellus uiteindelijk de liefde? En kreeg de eigenaar van de verdwenen bronzen pot, waar hij een beloning voor uitloofde, zijn bezit ooit terug? We zullen het nooit weten, maar laat dat ons er niet van weerhouden te genieten van deze momentopnames uit het Romeinse leven.

Wie niet genoeg kan krijgen van de graffiti uit Pompeï, kan zeker zijn gading vinden bij Vincent Hunink, ‘Bedolven door de Vesuvius: Pompeï in 1000 graffiti’ of op de website van Pompeiana.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Ruins of Pompeii with the Vesuvius’ van ElfQrin op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Nico Dogaer studeerde in 2015 af als master in de geschiedenis van de oudheid. Sindsdien is hij verbonden aan de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis. Zijn interesse gaat vooral uit naar de multiculturele samenleving en de socio-economische geschiedenis van Grieks-Romeins Egypte. Momenteel werkt hij als FWO-aspirant aan een doctoraat over de rol van de staat in de Ptolemaeïsche handel en nijverheid.

Geef een reactie