zilver Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/zilver/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Fri, 17 Jan 2025 14:12:19 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png zilver Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/zilver/ 32 32 136391722 Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/#respond Sun, 17 Nov 2024 16:24:08 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2625 Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. In dit artikel bieden we een overzicht van het panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners.

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
In this world nothing can be said to be certain, except death and taxes”. De gevleugelde woorden van Benjamin Franklin worden bevestigd door documenten die in 1789 nog niemand kon lezen. Sumerische en Egyptische teksten uit het 3de millennium v.C. tonen hoe staten al bij het begin van de geschiedenis inkomsten verzamelden. Alle overheden, huidige en historische, staan op dat vlak voor gelijkaardige uitdagingen. De oplossingen kunnen echter sterk uiteenlopen.

Sumerische kwitantie voor stro uit de 21ste eeuw v.C.

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. Fiscale hervormingen vormen tevens het onderwerp van mijn nieuwe postdoctorale project ‘FARE‘. Naar aanleiding daarvan bied ik u graag een panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners. Hopelijk maakt dat uw volgende aangifte net iets minder pijnlijk, of voelt u zich op zijn minst een beetje verbonden met uw antieke lotgenoten.

“The thunder of world history”

Fiscaliteit doet misschien niet spontaan veel harten sneller slaan (althans niet van degenen die braaf het verschuldigde betalen). Waarom zouden we ons moeten interesseren voor fiscale geschiedenis? Joseph Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de 20ste eeuw, verwoordde het als volgt:

“The spirit of a people, its cultural level, its social structure, the deeds its policy may prepare — all this and more is written in its fiscal history, stripped of all phrases. He who knows how to listen to its message here discerns the thunder of world history more clearly than anywhere else.” (Crisis of the Tax State, 1918)

Het “gedonder van de wereldgeschiedenis” dus! Dat klinkt behoorlijk dramatisch, maar belastingen en hun organisatie bieden inderdaad een schat aan informatie over sociale, economische en politieke geschiedenis. Omdat belastingen een constante zijn doorheen de geschiedenis is een historisch perspectief ook relevant voor de organisatie van onze fiscaliteit, en de antieken kunnen ons een en ander leren over hoe of misschien vooral hoe niet belastingen te organiseren.

Enkele misverstanden over belastingen in de Oudheid

Deze munt van keizer Caligula (37–41 n.C.) verwijst naar zijn afschaffing van een verkoopsbelasting. De voorzijde toont — misschien met enig gevoel voor ironie — de vrijheidsmuts

Antieke heersers worden al te gemakkelijk voorgesteld als hebzuchtige tirannen. Echter, zoals keizer Tiberius opmerkte, is het in het belang van een “herder” om zijn schapen te scheren en niet te villen. De documentaire bronnen uit veel gebieden tonen dat antieke staten op binnenlands vlak stabiele boven maximale inkomsten verkozen. Autocratische regimes beloven bovendien vaak een lager belastingtarief om te compenseren voor een gebrek aan vrijheid. Dat idee gaat al terug tot de Franse filosoof Montesquieu en lijkt haar bevestiging te vinden in de lagere belastingtarieven in het Perzische en Romeinse Rijk. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat deze staten minder in oorlogsvoering moesten investeren. Maar het is misschien geen toeval dat Finland met een van de hoogste belastingen ter wereld steevast op nummer 1 eindigt in het World Happiness Report.

Een ander misverstand is dat antieke economieën “primitief” waren en grotendeels gebaseerd op ruilhandel. Niets is minder waar, en antieke staten begonnen al vroeg belastingen te innen in edelmetaal. In Babylonië vinden we in de ‘Ur-III’-periode (late 3de millennium v.C.) al een belasting op vee in zilver, en in Egypte een gelijkaardige taks geïnd van vissers in het 2de millennium v.C. In de loop van het 1ste millennium v.C. wonnen belastingen in cash echt aan belang doorheen het hele Middellandse Zeegebied en Mesopotamië.

Een lappendeken aan verschillende belastingen

De basis van de meeste hedendaagse staatsfinanciën is de algemene inkomstenbelasting. Ondanks indrukwekkende bureaucratieën had geen enkele antieke staat daarvoor de infrastructuur en de informatie. Om die reden werd er ook vaak een beroep gedaan op lokale elites zoals priesters en op belastingpachters. Aangezien alle antieke beschavingen landbouwsamenlevingen waren, hadden de meeste staten een vorm van belasting op het land. Vaak ging het om 10% van de oogst, maar bijvoorbeeld in Ptolemaeïsch Egypte lag het (variabele) tarief veel hoger. Land dat toebehoorde aan invloedrijke tempels werd vaak minder belast, in Babylonië onder de Perzen bijvoorbeeld maar aan 3%. Degenen wiens hoofdberoep een ambacht of een dienst was, waren doorgaans onderworpen aan een professionele taks. Ook op dat vlak liepen de modaliteiten uiteen, maar de hoogst bekende belasting was die in de Griekse stad Byzantion, waar bepaalde groepen een derde van hun inkomsten moesten afdragen.

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honingNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honing

In de Oudheid kende men geen algemene btw, maar wel verkoopstaksen, die uiteraard werden doorgerekend aan de klant. Die belastingen konden zowel algemene markt-taksen als specifieke belastingen zijn, bijvoorbeeld op de verkoop van gladiatoren in het Romeinse Rijk. Wie een huis kocht of een ander contract wilde laten registreren, betaalde op veel plaatsen een vorm van registratierechten. Zij die producten wilden invoeren of uitvoeren, een activiteit die makkelijk te controleren viel, waren quasi overal onderhevig aan douane- en tolheffingen. Dit soort taksen was in vredestijd de belangrijkste bron van inkomsten voor zowel de Griekse stadstaten als de vroeg-Romeinse Republiek. Zo vermeldt Strabo de spreekwoordelijke domheid van de inwoners van Cumae, die pas 300 jaar na de stichting van de stad douanerechten verpachtten:

[…] κατέσχεν οὖν δόξα ὡς ὀψὲ ᾐσθημένων ὅτι ἐπὶ θαλάττῃ πόλιν οἰκοῖεν. (Strabo XIII, 3, 6)
[…] aldus kregen ze de reputatie een volk te zijn dat pas laat doorhad in een stad bij de zee te wonen.

Een type taks dat vandaag omstreden is, en bijvoorbeeld een groot twistpunt vormt in de Belgische regeringsvorming, is de vermogensbelasting. In de Oudheid was het echter een courante praktijk om hogere defensie-uitgaven te compenseren door vermogens aan te spreken. Zo hieven vele Griekse steden in oorlogstijd de zogenaamde eisphora, en de Romeinen in de Republiek het tributum, beide enkel betaald door zij die een bepaald vermogen bezaten. Ook het antieke China kende in de 2de en 1ste eeuw v.C. een vermogensbelasting. Een gerelateerde praktijk is het innen van successierechten, zoals de vicesima hereditatum (“5% van de erfenis”) ingevoerd door keizer Augustus.

Taksen: een heel karwei

Met 833 mogelijke codes lijkt het invullen van de Belgische belastingaangifte misschien veel werk. Maar het kan erger: in de Oudheid moesten veel inwoners fysiek werk verrichten voor de staat. Vooral in het oude nabije oosten en in Egypte vinden we diverse vormen van corvee (waar ons woord ‘karwei’ van afgeleid is), maar ook de Inca’s, Azteken en de oude Chinezen kenden deze praktijk. In België verdween elke vorm van verplichte arbeid met de opschorting van de militaire dienstplicht in 1992. Naast militaire dienst werd corvee vaak gebruikt voor de cultivatie van staatsland, voor publieke bouwwerken (zoals piramides), en vooral voor het onderhoud van het irrigatiesysteem, waar de hele bevolking baat bij had. Na verloop van tijd konden deze verplichtingen worden afgekocht met zilver of geld. In Mesopotamië werd dit al gangbaar in het 2de millennium v.C., wat suggereert dat deze regio al vroeg een echte arbeidsmarkt had.

Reliëf voor de bouw van een tempel in Lagash (ca. 2500 v.C.). Links houdt koning Ur-Nanshe een typische corveemand voor het dragen van aarde boven zijn hoofd

“No taxation without representation?”

Geen belasting zonder vertegenwoordiging was de slagzin van de Amerikaanse revolutie. Ook in de Oudheid speelden taksen vaak een rol in het uitbreken van opstanden, in het bijzonder wanneer de legitimiteit van de veroveraars om te belasten in twijfel getrokken werd. Voorbeelden zijn legio: de vele revoltes in het Perzische rijk, de grote Thebaanse opstand tegen de Ptolemaeën, de Makkabese opstand tegen de Seleuciden, revoltes tegen de Romeinse overheersing, enz. Sommige regimes, zoals het Perzische rijk of de Delisch-Attische Zeebond verbloemden tribuutbetalingen dan ook als “vrijwillige” giften.

Ionische Grieken brengen giften naar de Perzische koning in deze scène uit de Apadana in Persepolis (eerste helft 5de eeuw v.C.)

Taksen kunnen een teken van onderwerping en uitsluiting zijn, zoals ook het geval was bij de beruchte Joodse taks onder de Romeinen. Anderzijds kon het betalen van belastingen net bijdragen tot het vormen van een gemeenschap en lidmaatschap ervan uitdrukken. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk voor slaven: zij betaalden nergens zelf belastingen, maar de opbrengst van hun arbeid werd belast. In het oude Rome werden sommige taksen, zoals successierechten, enkel van burgers geheven. Lange tijd dacht men dat de Grieken directe belastingen als een teken van tirannie zagen, maar intussen is het duidelijk dat de steden hun burgers wel degelijk belastten. Wel is het zo dat de Atheners publieke goederen in ruil verwachtten, en dat ze veel meer inspraak hadden dan de onderdanen van de grote rijken.

Belastingvrijstelling: een tweesnijdend zwaard

In andere gevallen was het belastingvrijstelling die bijdroeg tot het definiëren van de gemeenschap. In Sparta was er een onderscheid tussen de Spartaanse burgers die militaire dienst leverden en de heloten die belastingen betaalden. Volgens Herodotus waren de inwoners van het Perzische kerngebied vrijgesteld van belastingen. De Romeinse Republiek schafte in 167 v.C. het tributum af, waardoor de belastingdruk verschoof van de burgers in Italië naar de inwoners van de nieuwe provincies. Onderzoekers hebben recent gewezen op de schaduwkant van deze vrijstelling. Omdat de staat en de elites de bijdragen van de burgers niet langer nodig hadden, verloren deze ook hun onderhandelingspositie en na verloop van tijd hun politieke inspraak.

Na de overwinning op de Macedonische koning Perseus in 167 v.C. (hier afgebeeld door Jean-François Pierre Peyron) schafte Rome de voornaamste belasting voor haar burgers af

Andere vrijstellingen werden toegekend als beloning of om machtige groepen aan de staat te binden. Niet zelden ging het daarbij om priesters, en in onze contreien waren bijvoorbeeld druïden vrijgesteld van belastingen. Taksen en vrijstellingen worden vaak gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden (social engineering). In een wel heel driest voorbeeld betaalden ongehuwde vrouwen tussen de 15 en 30 jaar oud in het oude China een tijdlang het vijfvoudige voor de hoofdelijke belasting. Met hetzelfde doel had het Romeinse keizerrijk het ius trium liberorum, dat bepaalde vrijstellingen toekende aan ouders van 3 of meer kinderen. In Ptolemaeïsch Egypte waren er dan weer uitzonderingen voor leraars, winnaars in de spelen, sportcoaches en acteurs. Die groepen hadden allemaal een sterke band met de Griekse cultuur, maar Egyptische priesters genoten ook privileges. Winnaars in de spelen kregen ook elders in de Griekse wereld belastingvrijstelling.

Belastingontduiking: een antieke sport?

Papyrus met aangifte tegen de voller Leon voor het ontwijken van de beroepsbelasting (227 v.C.)

Er wordt wel eens gezegd dat belastingontwijking (legaal) of -ontduiking (illegaal) een nationale sport is in België. Hoewel Plato het betalen van belastingen als een kenmerk van de rechtvaardige man beschrijft, en Jezus aanried om de keizer te geven wat de keizer toekwam, proberen mensen al belastingen te ontwijken zo lang als ze geïnd worden, zoals de klacht van de belastingpachter Athenagoras tegen de voller Leon [TM 43303] aantoont. In het bijzonder de papyri uit Egypte staan bol van de listen om belastingen te ontwijken. De Ptolemaeïsche Hierokles, een serie-overtreder, vroeg bijvoorbeeld aan zijn connecties om “brieven te schrijven naar de douanepost, zodat ze hem genereus behandelen” [TM 2386] en de Romeinse wever Tryphon [TM Arch 249] bleef lustig weefgetouwen bijkopen jaren nadat hij omwille van zijn slechtziendheid van belastingen was vrijgesteld. Overtreders moesten wel oppassen voor informanten, die tot een derde van de boete konden opstrijken.

Het waren overigens niet alleen belastingbetalers die achterpoortjes zochten. Een brief van de Romeinse consuls aan de Griekse stad Oropos uit het jaar 73 v.C. toont hoe sommige belastingpachters wel erg creatief met de fiscale wetgeving omgingen. Enkele jaren voordien had de generaal Sulla tempelland in de omgeving van de stad vrijgesteld van belastingen. Toch probeerden de pachters taksen te innen van de tempel van Amphiaraus. Hun argument? Technisch gezien was Amphiaraus een held, en geen volwaardige god. In dit geval besliste de Romeinse staat, op advies van onder andere Cicero, in het voordeel van de priesters. Maar ook in de Oudheid was het dus belangrijk om de kleine lettertjes te kennen!

Lees meer

Girardin, M. (ed.), Fiscalités antiques. Aux origines de l’administration provinciale romaine, Rome, 2023.
Monson, M. and Scheidel, S. (eds.),  Fiscal Regimes and the Political Economy of Premodern States, Cambridge, 2015.
Valk, J. and Soto Marín, I. (eds.), Ancient Taxation: The Mechanics of Extraction in Comparative Perspective, New York, 2021.

Coverfoto: Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier, afkomstig van Wikimedia [CC0 1.0]

Dit project is gefinancierd onder de Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA)

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/feed/ 0 2625
Monetair populisme nu en in de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/#comments Fri, 16 Mar 2018 16:00:56 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=253 Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid jammer genoeg zelden geraadpleegd. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid zelden geraadpleegd. Begrijpelijk – zou je zeggen – want de economieën uit beide tijdvakken zijn immers niet met elkaar te vergelijken. Maar langs de andere kant ook weer jammer, want parallellen zijn er wel degelijk, evenals antieke voorbeelden die geen navolging verdienen. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Kredietcrisis

Neem nu de recente kredietcrisis. Begonnen in 2007 met de stagnerende huizenprijzen in de Verenigde Staten, spreidde deze zich als een olievlek uit over de financiële markten en veroorzaakte een wereldwijde economische depressie. De meest spectaculaire elementen waren het omvallen van de Amerikaanse bank Lehman Brothers en het dreigende staatsbankroet van Griekenland. Nicolas Sarkozy en Angela Merkel dachten de crisis in de Eurozone te lijf te moeten gaan met onder andere een belasting op transacties in de financiële sector. Door aan- en verkoop van waardepapieren aan een taks te onderwerpen, zouden de banken gaan meebetalen aan de crisis die, in de ogen van de Frans-Duitse tandem, juist zij hadden veroorzaakt. Bovendien zou een dergelijke belasting de “verderfelijke” invloed van speculanten op de beurskoersen afremmen. Tot slot zouden de extra belastingopbrengsten de lidstaten met hun noodlijdende begrotingen bepaald niet ongelegen komen.

Sarkozy en Merkel op een congres in Marseille in 2011

Onder kenners was het van meet af aan duidelijk dat een beurstransactietaks nooit het beoogde effect zou kunnen sorteren. Want, indien de beurshandel zich al niet zou verplaatsten naar Amerika en/of Azië, zou de belasting toch zeker in de tarieven van de banken worden doorgerekend en aldus op de beleggers worden afgewenteld. Particulieren en pensioenfondsen zouden uiteindelijk het gelag gaan betalen en de samenleving zou worden verrijkt met de zoveelste Kriegs- und Krisensteuer die waarschijnlijk nooit meer zou worden afgeschaft. Ook was het zonneklaar dat de maatregel voorbij ging aan de oorzaken van de crisis en dat de verantwoordelijke politici een behoorlijk pak boter op hun hoofd hadden. Immers, enerzijds was het toezicht op banken en andere financiële instellingen ondanks de waarschuwingen die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw stelselmatig waren afgegeven, ernstig tekortgeschoten. Anderzijds was het de torenhoge staatsschuld in de diverse landen van met name Europa die de crisis zo’n vlucht had doen nemen. Het meest frappante aan het voorstel was echter wel de wijze waarop de protagonisten schaamteloos inspeelden op de onderbuikgevoelens in de maatschappij om zo de aandacht van hun falende geldpolitiek af te leiden. De electoraal oninteressante en toch al niet populaire banken en speculanten kregen de zwartepiet toegeschoven, terwijl het rupsje-nimmer-zat namens de overheid er weer een nieuwe inkomstenbron bij zou krijgen.

Monetaire hervormingen van Diocletianus

Argenteus met opschrift “DIOCLETIANUS AUG(USTUS)”. Op de keerzijde vier tetrarchen
in offerscène met opschrift “VIRTUS MILITUM” (soldatendeugd)

Niet zozeer de oorzaken van de crisis, maar wel de zinloosheid van het bestrijdingsmiddel alsmede het populisme waarmee dit aan het grote publiek werd gepresenteerd doet denken aan de monetaire crisis die het Romeinse Rijk aan het begin van de 4de eeuw van onze jaartelling teisterde. Voorafgaand aan de crisis was met de troonsbestijging van Gaius Aurelius Valerius Diocletianus in 284 n.C. net weer een periode van relatieve rust en voorspoed aangebroken. Deze visionaire staatsman bracht eenheid en stabiliteit terug in het rijk. Voorbij leek het “tijdperk van ijzer en roest” (235-284 n.C.), dat gekenmerkt werd door interne strubbelingen, externe dreiging en een economische en culturele neergang. Hij was de stichter van de tetrarchie (Grieks: tettares, vier en archein, heersen), de regeringsvorm waarin twee seniorkeizers (augusti) telkens twee juniorkeizers (caesares) kozen om zich door hen na twintig jaar te laten vervangen. Diocletianus, ook bekend vanwege zijn christenvervolgingen, voerde een nieuwe administratieve indeling in en reorganiseerde het leger. Ook op het fiscale en economische vlak bracht hij ingrijpende hervormingen tot stand. Op het monetaire vlak was hij, zoals zal blijken, minder getalenteerd.

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Veruit de belangrijkste munt doorheen de Grieks-Romeinse oudheid was de zilvermunt. Steeds hield haar waarde verband met de hoeveelheid edelmetaal die zij bevatte. Gedurende de keizertijd nam het zilvergehalte gestaag af, van rond 97% ten tijde van de eerste keizers tot zo’n 3% tegen het jaar 272 n.C. (zie grafiek hiernaast). De collectieve lasten, voornamelijk soldij (stipendium) en andere militaire uitgaven, namen exponentieel toe, niet alleen door de talloze campagnes en burgeroorlogen, maar ook omdat de soldaten alsmaar meer en hogere beloningen verlangden (zie tabel hieronder). Romes (potentiële) vijanden moesten steeds vaker middels immense sommen goud en zilver tot bedaren worden gebracht. Daarbovenop kwamen gelduitdelingen aan het volk (congiaria), peperdure spelen (circenses) en dito bouwprogramma’s die sommige keizers zich meenden te kunnen permitteren.

[Stipendium van Romeinse soldaten]

Periode Sestertiën Denariën
Tot 89 900 225
89 – 202 1200 300
202 – 212 1600 400
Vanaf 212 2400 600

 

Eén van de 4 overblijvende fragmenten van Diocletianus’ prijzenedict, bewaard in een kerk in het Griekse Geraki

 

In 294 n.C. voerden Diocletianus en de zijnen onder meer een munt met 92% zilver in. Zij probeerden zo het vertrouwen in het monetaire systeem te herstellen. Deze argenteus was op den duur echter niet houdbaar en in september 301 n.C. verdubbelden de tetrarchen de nominale waarde ervan zonder gewicht of gehalte te wijzigen. Gevolg was een inflatie die alle vorige in de schaduw stelde. Drie maanden later zag een edict (edictum de pretiis rerum venalium) het licht waarin voor een hele reeks aan goederen en diensten maximumprijzen werden vastgesteld. Naast het feit dat op (het aanzetten tot) overtredingen en hamsteren de doodstraf stond, is het interessantste aspect van dit prijzenedict de considerans (praefatio). Daarin kregen de handelaren de schuld van de economische misère. Deze “ongecontroleerde waanzinnigen” en “gewetenlozen” hadden enkel hun “grenzeloze en uitzinnige hebzucht” voor ogen en organiseerden een “stormloop op winst en profijt zonder mededogen voor de mensheid”. Het edict had niet het gewenste effect, omdat genoemde goederen en diensten simpelweg van de officiële markten verdwenen. Wellicht al in 305 n.C., het jaar van Diocletianus’ abdicatie, raakte het in onbruik.

fragment van het in steen gekapte prijsedict (gegoten kopie uit het Berlijnse Pergamonmuseum)

Naar een beurstransactietaks?

Zou de moderne kredietcrisis anders zijn aangepakt als de monetaire crisis uit het begin van de 4de eeuw n.C van tevoren zou zijn bestudeerd? Of is dat laatste juist wel gebeurd en heeft de handelwijze van Diocletianus en de zijnen, in casu het bestrijden van een crisis met onzinnige maatregelen en daarmee ook nog goed weg komen, als bron van inspiratie gefungeerd? We zullen het nooit weten. Gelukkig is een beurstransactietaks niet in heel Europa ingevoerd. Slechts enkele landen, waaronder Frankrijk, hebben voor een dergelijke belasting gekozen. Voor Duitsland zal de positie van Frankfurt als belangrijk internationaal financieel centrum een reden zijn geweest om zulks niet te doen.

Overigens is een beurstransactietaks op zichzelf de moeite van het overwegen waard. Het is immers niet in te zien waarom financiële transacties verschoond zouden moeten blijven nu niet-financiële worden getroffen met omzetbelasting, accijnzen en andere bijzondere verbruiksbelastingen. Ook het feit dat de handel in financiële producten de reële handel met een veelvoud overtreft, pleit voor een dergelijke belasting. Haar invoering zou echter het resultaat van een principiële heroverweging van het fiscale stelsel moeten zijn in plaats van een paniekreactie op een crisis. Daarnaast dient er een oplossing te komen voor het “buitenlandlek” (de beurzen in Amerika en/of Azië) en moeten andere belastingen overeenkomstig worden verlaagd. Laat ons niet vergeten dat overtaxation een serieus gevaar is voor elke samenleving. Wellicht zou je zelfs kunnen stellen dat deze factor mede een rol heeft gespeeld bij de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de 5de eeuw n.C. Voorwaar, zeker geen voorbeeld dat navolging verdient …

Coverfoto: remix van een foto door Sebastian Zwez op Wikimedia (CC-BY 3.0 DE) en de foto ‘Diocletian bust’ van Giovanni Dall’Orto op Wikimedia (licensed with Attribution)

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/feed/ 1 253