vissers Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/vissers/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Fri, 17 Jan 2025 14:12:19 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png vissers Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/vissers/ 32 32 136391722 Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/#respond Sun, 17 Nov 2024 16:24:08 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2625 Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. In dit artikel bieden we een overzicht van het panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners.

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
In this world nothing can be said to be certain, except death and taxes”. De gevleugelde woorden van Benjamin Franklin worden bevestigd door documenten die in 1789 nog niemand kon lezen. Sumerische en Egyptische teksten uit het 3de millennium v.C. tonen hoe staten al bij het begin van de geschiedenis inkomsten verzamelden. Alle overheden, huidige en historische, staan op dat vlak voor gelijkaardige uitdagingen. De oplossingen kunnen echter sterk uiteenlopen.

Sumerische kwitantie voor stro uit de 21ste eeuw v.C.

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. Fiscale hervormingen vormen tevens het onderwerp van mijn nieuwe postdoctorale project ‘FARE‘. Naar aanleiding daarvan bied ik u graag een panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners. Hopelijk maakt dat uw volgende aangifte net iets minder pijnlijk, of voelt u zich op zijn minst een beetje verbonden met uw antieke lotgenoten.

“The thunder of world history”

Fiscaliteit doet misschien niet spontaan veel harten sneller slaan (althans niet van degenen die braaf het verschuldigde betalen). Waarom zouden we ons moeten interesseren voor fiscale geschiedenis? Joseph Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de 20ste eeuw, verwoordde het als volgt:

“The spirit of a people, its cultural level, its social structure, the deeds its policy may prepare — all this and more is written in its fiscal history, stripped of all phrases. He who knows how to listen to its message here discerns the thunder of world history more clearly than anywhere else.” (Crisis of the Tax State, 1918)

Het “gedonder van de wereldgeschiedenis” dus! Dat klinkt behoorlijk dramatisch, maar belastingen en hun organisatie bieden inderdaad een schat aan informatie over sociale, economische en politieke geschiedenis. Omdat belastingen een constante zijn doorheen de geschiedenis is een historisch perspectief ook relevant voor de organisatie van onze fiscaliteit, en de antieken kunnen ons een en ander leren over hoe of misschien vooral hoe niet belastingen te organiseren.

Enkele misverstanden over belastingen in de Oudheid

Deze munt van keizer Caligula (37–41 n.C.) verwijst naar zijn afschaffing van een verkoopsbelasting. De voorzijde toont — misschien met enig gevoel voor ironie — de vrijheidsmuts

Antieke heersers worden al te gemakkelijk voorgesteld als hebzuchtige tirannen. Echter, zoals keizer Tiberius opmerkte, is het in het belang van een “herder” om zijn schapen te scheren en niet te villen. De documentaire bronnen uit veel gebieden tonen dat antieke staten op binnenlands vlak stabiele boven maximale inkomsten verkozen. Autocratische regimes beloven bovendien vaak een lager belastingtarief om te compenseren voor een gebrek aan vrijheid. Dat idee gaat al terug tot de Franse filosoof Montesquieu en lijkt haar bevestiging te vinden in de lagere belastingtarieven in het Perzische en Romeinse Rijk. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat deze staten minder in oorlogsvoering moesten investeren. Maar het is misschien geen toeval dat Finland met een van de hoogste belastingen ter wereld steevast op nummer 1 eindigt in het World Happiness Report.

Een ander misverstand is dat antieke economieën “primitief” waren en grotendeels gebaseerd op ruilhandel. Niets is minder waar, en antieke staten begonnen al vroeg belastingen te innen in edelmetaal. In Babylonië vinden we in de ‘Ur-III’-periode (late 3de millennium v.C.) al een belasting op vee in zilver, en in Egypte een gelijkaardige taks geïnd van vissers in het 2de millennium v.C. In de loop van het 1ste millennium v.C. wonnen belastingen in cash echt aan belang doorheen het hele Middellandse Zeegebied en Mesopotamië.

Een lappendeken aan verschillende belastingen

De basis van de meeste hedendaagse staatsfinanciën is de algemene inkomstenbelasting. Ondanks indrukwekkende bureaucratieën had geen enkele antieke staat daarvoor de infrastructuur en de informatie. Om die reden werd er ook vaak een beroep gedaan op lokale elites zoals priesters en op belastingpachters. Aangezien alle antieke beschavingen landbouwsamenlevingen waren, hadden de meeste staten een vorm van belasting op het land. Vaak ging het om 10% van de oogst, maar bijvoorbeeld in Ptolemaeïsch Egypte lag het (variabele) tarief veel hoger. Land dat toebehoorde aan invloedrijke tempels werd vaak minder belast, in Babylonië onder de Perzen bijvoorbeeld maar aan 3%. Degenen wiens hoofdberoep een ambacht of een dienst was, waren doorgaans onderworpen aan een professionele taks. Ook op dat vlak liepen de modaliteiten uiteen, maar de hoogst bekende belasting was die in de Griekse stad Byzantion, waar bepaalde groepen een derde van hun inkomsten moesten afdragen.

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honingNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honing

In de Oudheid kende men geen algemene btw, maar wel verkoopstaksen, die uiteraard werden doorgerekend aan de klant. Die belastingen konden zowel algemene markt-taksen als specifieke belastingen zijn, bijvoorbeeld op de verkoop van gladiatoren in het Romeinse Rijk. Wie een huis kocht of een ander contract wilde laten registreren, betaalde op veel plaatsen een vorm van registratierechten. Zij die producten wilden invoeren of uitvoeren, een activiteit die makkelijk te controleren viel, waren quasi overal onderhevig aan douane- en tolheffingen. Dit soort taksen was in vredestijd de belangrijkste bron van inkomsten voor zowel de Griekse stadstaten als de vroeg-Romeinse Republiek. Zo vermeldt Strabo de spreekwoordelijke domheid van de inwoners van Cumae, die pas 300 jaar na de stichting van de stad douanerechten verpachtten:

[…] κατέσχεν οὖν δόξα ὡς ὀψὲ ᾐσθημένων ὅτι ἐπὶ θαλάττῃ πόλιν οἰκοῖεν. (Strabo XIII, 3, 6)
[…] aldus kregen ze de reputatie een volk te zijn dat pas laat doorhad in een stad bij de zee te wonen.

Een type taks dat vandaag omstreden is, en bijvoorbeeld een groot twistpunt vormt in de Belgische regeringsvorming, is de vermogensbelasting. In de Oudheid was het echter een courante praktijk om hogere defensie-uitgaven te compenseren door vermogens aan te spreken. Zo hieven vele Griekse steden in oorlogstijd de zogenaamde eisphora, en de Romeinen in de Republiek het tributum, beide enkel betaald door zij die een bepaald vermogen bezaten. Ook het antieke China kende in de 2de en 1ste eeuw v.C. een vermogensbelasting. Een gerelateerde praktijk is het innen van successierechten, zoals de vicesima hereditatum (“5% van de erfenis”) ingevoerd door keizer Augustus.

Taksen: een heel karwei

Met 833 mogelijke codes lijkt het invullen van de Belgische belastingaangifte misschien veel werk. Maar het kan erger: in de Oudheid moesten veel inwoners fysiek werk verrichten voor de staat. Vooral in het oude nabije oosten en in Egypte vinden we diverse vormen van corvee (waar ons woord ‘karwei’ van afgeleid is), maar ook de Inca’s, Azteken en de oude Chinezen kenden deze praktijk. In België verdween elke vorm van verplichte arbeid met de opschorting van de militaire dienstplicht in 1992. Naast militaire dienst werd corvee vaak gebruikt voor de cultivatie van staatsland, voor publieke bouwwerken (zoals piramides), en vooral voor het onderhoud van het irrigatiesysteem, waar de hele bevolking baat bij had. Na verloop van tijd konden deze verplichtingen worden afgekocht met zilver of geld. In Mesopotamië werd dit al gangbaar in het 2de millennium v.C., wat suggereert dat deze regio al vroeg een echte arbeidsmarkt had.

Reliëf voor de bouw van een tempel in Lagash (ca. 2500 v.C.). Links houdt koning Ur-Nanshe een typische corveemand voor het dragen van aarde boven zijn hoofd

“No taxation without representation?”

Geen belasting zonder vertegenwoordiging was de slagzin van de Amerikaanse revolutie. Ook in de Oudheid speelden taksen vaak een rol in het uitbreken van opstanden, in het bijzonder wanneer de legitimiteit van de veroveraars om te belasten in twijfel getrokken werd. Voorbeelden zijn legio: de vele revoltes in het Perzische rijk, de grote Thebaanse opstand tegen de Ptolemaeën, de Makkabese opstand tegen de Seleuciden, revoltes tegen de Romeinse overheersing, enz. Sommige regimes, zoals het Perzische rijk of de Delisch-Attische Zeebond verbloemden tribuutbetalingen dan ook als “vrijwillige” giften.

Ionische Grieken brengen giften naar de Perzische koning in deze scène uit de Apadana in Persepolis (eerste helft 5de eeuw v.C.)

Taksen kunnen een teken van onderwerping en uitsluiting zijn, zoals ook het geval was bij de beruchte Joodse taks onder de Romeinen. Anderzijds kon het betalen van belastingen net bijdragen tot het vormen van een gemeenschap en lidmaatschap ervan uitdrukken. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk voor slaven: zij betaalden nergens zelf belastingen, maar de opbrengst van hun arbeid werd belast. In het oude Rome werden sommige taksen, zoals successierechten, enkel van burgers geheven. Lange tijd dacht men dat de Grieken directe belastingen als een teken van tirannie zagen, maar intussen is het duidelijk dat de steden hun burgers wel degelijk belastten. Wel is het zo dat de Atheners publieke goederen in ruil verwachtten, en dat ze veel meer inspraak hadden dan de onderdanen van de grote rijken.

Belastingvrijstelling: een tweesnijdend zwaard

In andere gevallen was het belastingvrijstelling die bijdroeg tot het definiëren van de gemeenschap. In Sparta was er een onderscheid tussen de Spartaanse burgers die militaire dienst leverden en de heloten die belastingen betaalden. Volgens Herodotus waren de inwoners van het Perzische kerngebied vrijgesteld van belastingen. De Romeinse Republiek schafte in 167 v.C. het tributum af, waardoor de belastingdruk verschoof van de burgers in Italië naar de inwoners van de nieuwe provincies. Onderzoekers hebben recent gewezen op de schaduwkant van deze vrijstelling. Omdat de staat en de elites de bijdragen van de burgers niet langer nodig hadden, verloren deze ook hun onderhandelingspositie en na verloop van tijd hun politieke inspraak.

Na de overwinning op de Macedonische koning Perseus in 167 v.C. (hier afgebeeld door Jean-François Pierre Peyron) schafte Rome de voornaamste belasting voor haar burgers af

Andere vrijstellingen werden toegekend als beloning of om machtige groepen aan de staat te binden. Niet zelden ging het daarbij om priesters, en in onze contreien waren bijvoorbeeld druïden vrijgesteld van belastingen. Taksen en vrijstellingen worden vaak gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden (social engineering). In een wel heel driest voorbeeld betaalden ongehuwde vrouwen tussen de 15 en 30 jaar oud in het oude China een tijdlang het vijfvoudige voor de hoofdelijke belasting. Met hetzelfde doel had het Romeinse keizerrijk het ius trium liberorum, dat bepaalde vrijstellingen toekende aan ouders van 3 of meer kinderen. In Ptolemaeïsch Egypte waren er dan weer uitzonderingen voor leraars, winnaars in de spelen, sportcoaches en acteurs. Die groepen hadden allemaal een sterke band met de Griekse cultuur, maar Egyptische priesters genoten ook privileges. Winnaars in de spelen kregen ook elders in de Griekse wereld belastingvrijstelling.

Belastingontduiking: een antieke sport?

Papyrus met aangifte tegen de voller Leon voor het ontwijken van de beroepsbelasting (227 v.C.)

Er wordt wel eens gezegd dat belastingontwijking (legaal) of -ontduiking (illegaal) een nationale sport is in België. Hoewel Plato het betalen van belastingen als een kenmerk van de rechtvaardige man beschrijft, en Jezus aanried om de keizer te geven wat de keizer toekwam, proberen mensen al belastingen te ontwijken zo lang als ze geïnd worden, zoals de klacht van de belastingpachter Athenagoras tegen de voller Leon [TM 43303] aantoont. In het bijzonder de papyri uit Egypte staan bol van de listen om belastingen te ontwijken. De Ptolemaeïsche Hierokles, een serie-overtreder, vroeg bijvoorbeeld aan zijn connecties om “brieven te schrijven naar de douanepost, zodat ze hem genereus behandelen” [TM 2386] en de Romeinse wever Tryphon [TM Arch 249] bleef lustig weefgetouwen bijkopen jaren nadat hij omwille van zijn slechtziendheid van belastingen was vrijgesteld. Overtreders moesten wel oppassen voor informanten, die tot een derde van de boete konden opstrijken.

Het waren overigens niet alleen belastingbetalers die achterpoortjes zochten. Een brief van de Romeinse consuls aan de Griekse stad Oropos uit het jaar 73 v.C. toont hoe sommige belastingpachters wel erg creatief met de fiscale wetgeving omgingen. Enkele jaren voordien had de generaal Sulla tempelland in de omgeving van de stad vrijgesteld van belastingen. Toch probeerden de pachters taksen te innen van de tempel van Amphiaraus. Hun argument? Technisch gezien was Amphiaraus een held, en geen volwaardige god. In dit geval besliste de Romeinse staat, op advies van onder andere Cicero, in het voordeel van de priesters. Maar ook in de Oudheid was het dus belangrijk om de kleine lettertjes te kennen!

Lees meer

Girardin, M. (ed.), Fiscalités antiques. Aux origines de l’administration provinciale romaine, Rome, 2023.
Monson, M. and Scheidel, S. (eds.),  Fiscal Regimes and the Political Economy of Premodern States, Cambridge, 2015.
Valk, J. and Soto Marín, I. (eds.), Ancient Taxation: The Mechanics of Extraction in Comparative Perspective, New York, 2021.

Coverfoto: Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier, afkomstig van Wikimedia [CC0 1.0]

Dit project is gefinancierd onder de Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA)

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/feed/ 0 2625
‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/ https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/#respond Mon, 18 Feb 2019 14:53:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1257 Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe "anders" dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun "vreemde" gewoonten. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus’.

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. Ze spraken en schreven een taal die niet verwant is met de vele Italische talen die hun buren spraken, en die tot op vandaag nog steeds niet helemaal ontcijferd is. We kennen de Etrusken dan ook vooral via de geschriften van de Grieken en de Romeinen over hen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe “anders” dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun “vreemde” gewoonten. Dit alles maakt dat er een zweem van mysterie over de Etrusken hangt, die aanleiding geeft tot fascinatie enerzijds, maar ook vele vergezochte theorieën en misverstanden anderzijds. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus‘.

De Etrusken

De 6de-eeuwse ‘sarcofaag van de echtgenoten’: de Etrusken op het hoogtepunt van hun macht

De Etrusken bewoonden stadstaten in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Ze vormden een culturele, maar niet altijd een politieke eenheid. Over de oorsprong van de Etrusken bestond er al in de oudheid veel discussie: omwille van hun vreemde taal en de duidelijk zichtbare oosterse invloeden konden sommigen maar moeilijk geloven dat het volk autochtoon was. De meest invloedrijke theorie was die van Herodotus, die schreef dat de Etrusken oorspronkelijk geëmigreerde Lydiërs waren. Ook sommige moderne onderzoekers hangen deze these aan. Andere hypotheses noemen de Alpen, Centraal-Europa of Thessalië (of aliens, in bepaalde, liever te vermijden, regionen van het wereldwijde web). Al verschillende keren trachtten wetenschappers de kwestie op te lossen via DNA-onderzoek, maar de resultaten wijzen telkens in een andere richting (maar nooit naar aliens).

Wat er ook van zij, de Etrusken waren eeuwenlang een macht om rekening mee te houden in het Middellandse Zeegebied. In het bijzonder van de 7de tot de eerste helft van de 5de eeuw v.C. kenden de steden een grote bloei. Vernieuwingen in de landbouw, ontginning van bodemrijkdommen en de resulterende ambachtelijke productie maakten op hun beurt een intensieve lange-afstandshandel mogelijk, waar de Etrusken gretig van profiteerden. Hun welvaart werd in latere tijden legendarisch. Tot de slag bij Cumae (474 v.C.) beheersten de Etrusken en hun Carthaagse bondgenoten de westelijke Middellandse Zee, en ook over land deden de stadstaten aan expansie. Vanaf de 4de eeuw botsten ze echter op de territoriale aspiraties van het groeiende Rome, waaraan ze in de loop van de volgende anderhalve eeuw een voor een ten prooi vielen. Langzaamaan verdween ook de Etruskische cultuur, en de inwoners van Etrurië assimileerden met de Romeinen.

Notoire feestvierders

De fabelachtige rijkdom van de Etrusken leverde hen ook de reputatie van feestvarkens op. Volgens Diodorus Siculus waren de oogsten in Etrurië zo overvloedig, dat de Etrusken niet een-, maar tweemaal daags een overdadig banket konden organiseren. Aangezien de Etrusken ook grote handelaars waren, kwamen er naast de lokale landbouwproducten ook allerlei exotische spijzen op tafel. Theopompus geeft een levendige beschrijving van hoe het er volgens hem aan toeging bij zo’n luxueus banket: er werden grote hoeveelheden wijn geconsumeerd – niet alleen door de mannen, maar ook door de vrouwen! -, waarop het geheel ontaardde in een orgie waarbij de Etrusken het met iedereen deden: hun vrouwen, prostituees, maar het liefst van al met jongemannen, en dat “terwijl de lampen nog aan waren”!

Een typische banketscène uit de Tomba della Nave: de slaven zijn weliswaar naakt, maar de vrouwen kunnen bezwaarlijk losbandig genoemd worden

Schilderingen in Etruskische graven beelden ook zulke banketten af, evenwel zonder de seksuele escapades, die misschien wel het resultaat waren van de levendige verbeelding van Theopompus of zijn informanten. Wel komen we wel degelijk vrouwen tegen in deze banketscènes, een groot contrast met de Griekse wereld, waar het leven van de elitevrouw zich grotendeels in het vrouwenvertrek afspeelde. Deze relatieve vrijheid leverde de Etruskische vrouw een slechte reputatie op bij de Grieken en de Romeinen. Entertainment kon tijdens de maaltijd natuurlijk ook niet ontbreken, en de Etrusken staan bekend om hun voorliefde voor muziek. Veel afbeeldingen van banketten tonen dansers en muzikanten: vooral blazers, maar ook snaarinstrumenten en percussie zijn vertegenwoordigd. Sommige muurschilderingen tonen ook het typisch Griekse drankspel kottabos.

Muzikanten begeleiden een banket in de Tomba della Leopardi

De ‘obesus etruscus’

De sarcofaag van Lars Pulena, een voorname inwoner van Tarquinia

 

In de ogen van de Romeinen, die steeds op hun hoede waren voor luxuria, kon er uit zulke schranspartijen natuurlijk niets goeds voortkomen. De echte of vermeende Etruskische hang naar luxe en de daaruit voortkomende decadentie zorgde voor een beeld van een zwak, ‘ontmand’ volk. Tegen de 1ste eeuw v.C. kwam daar nog een gerelateerd stereotype bij: dat van de zwaarlijvige Etrusk. Catullus voert in zijn 39ste Ode, waarin hij het sociale gedrag van een Romeinse man hekelt, de ‘obesus Etruscus’ op. Vergilius heeft het op zijn beurt dan weer over de ‘pinguis Tyrrhenus’, de vette Tyrrheen (een andere benaming voor de Etrusken). De context is echter niet per se negatief: hij beschrijft een religieuze ceremonie, waar de Etrusken beroemd om waren, en later in hetzelfde gedicht wordt ook de vruchtbare bodem als pinguis omschreven. Het is Vergilius dus eerder te doen om de overvloed van het Italiaanse land.

De zogenaamde ‘sarcofago dell’obeso’ in het Museo Archeologico Nazionale di Firenze

20ste-eeuwse historici verbonden deze opmerkingen met bepaalde Etruskische sarcofagen, waarop de overledene eerder corpulent afgebeeld werd. Deze beelden dateren echter van het einde van de vierde tot het midden van de 2de eeuw, honderd jaar voor Catullus en Vergilius actief waren. De sculpturen worden vaak gecontrasteerd met de klassieke Grieks-Romeinse kunst, die eerder afkerig stond tegenover het afbeelden van imperfecties. Het gaat altijd om mannen, vaak van middelbare leeftijd en voormalige magistraten of priesters. De twee poëtische Romeinse passages, die uit een heel andere tijd en context stammen, worden vaak gecombineerd met deze objecten om het beeld te creëren van de ongezonde, decadante Etrusk: zo verwijst men bijvoorbeeld naar deze sarcofaag als de ‘Sarcofago dell’Obeso’, naar de opmerking van Catullus.

De Etruskische levensstijl

Zijn er redenen om aan te nemen dat de Etrusken er een ongezonde levensstijl op nahielden? Archeologische en iconografische bronnen tonen inderdaad de ontwikkeling van een banketcultuur als deel van de identiteit van de opkomende aristocratie vanaf de zogenaamde oriëntaliserende periode (700-575 v.C.). De elite benadrukte op deze manier haar rijkdom en economische macht, wat in het Engels mooi omschreven wordt als ‘conspicuous consumption’. Tijdens zulke banketten werd er volop vlees en wijn geconsumeerd, en de aristocraten die eraan deelnamen, letten daarbij allicht niet al te veel op hun lijn. Zij waren echter zeker niet representatief voor de Etruskische bevolking als geheel. Bovendien werden ook lang niet alle Etruskische aristocraten uit de Hellenistische periode op een mollige manier vereeuwigd. In andere kunstvormen werden Etrusken evenmin als zwaarlijvig voorgesteld.

Mannen en vrouwen liggen samen aan in deze banketscène uit de Tomba dei Leopardi

Het dieet van de gemiddelde Etrusk zag er naar alle waarschijnlijkheid heel anders uit dan de beroemde aristocratische exploten. Archeologisch onderzoek bevestigt de belangrijke rol van graanproducten, en ook peulvruchten als bonen en linzen werden regelmatig gegeten. Net als in de rest van het Middellandse zeegebied, speelde de olijf eveneens een belangrijke rol in het Etruskische dieet. Er zijn ook sporen van veeteelt gevonden, en in de loop van het eerste millennium v.C. werd met name het fokken van varkens en het houden van pluimvee alsmaar belangrijker. Analyse van beenderen en tanden toont echter aan dat de meeste Etrusken grotendeels vegetarisch aten. Het nuttigen van vlees bleef voor hen waarschijnlijk beperkt tot religieuze en andere ceremonies. In de kuststeden behoorden uiteraard ook vis en schaaldieren tot het dieet.

Dit reliëf uit het graf met de toepasselijke naam Tomba della Caccia e Pesca beeldt onder andere vissers af

Sarcofagen: ideologie en artistieke trends

Octodrachme van Ptolemaios III

De iconografische voorstellingen van ‘obese’ Etrusken zijn dus al bij al beperkt: het gaat enkel om mannen, afgebeeld op sarcofagen en urnes tijdens de Hellenistische periode. Veel van deze werken vertonen stilistische gelijkenissen die suggereren dat ze in een beperkt aantal werkplaatsen gemaakt werden, bijvoorbeeld in Chiusi. Eerdere monumenten uit dezelfde stad beeldden daarentegen sterk geïdealiseerde lichamen af. Het is weinig waarschijnlijk dat de inwoners van Chiusi doorheen de tijd plots massaal bijkwamen. De afbeelding van het Etruskische lichaam had dus meer te maken met culturele conventies. De link met de ‘conspicuous consumption’ en de overvloeds-ideologie van de Etruskische elite is dan snel gelegd. Aangezien deze monumenten typisch zijn voor de Hellenistische periode, zien sommige onderzoekers een verband met de afbeelding van de Ptolemaeïsche koningen uit Egypte (305-30 v.C.), in wier ideologie overvloed eveneens een grote rol speelde. De eerste Etruskische voorbeelden dateren echter al uit de late 4de eeuw. Het gaat om kostelijke kunstwerken, met veel oog voor detail vervaardigd in opdracht van vooraanstaande families; mogelijk gaat het hierbij om een waarheidsgetrouwe afbeelding van deze prominente personen, voor wie een corpulent lichaam welvaart en gezondheid uitstraalde. Vanaf de 3de eeuw werden zulke afbeeldingen dan een echte trend.

Romeinse stereotypes

Een Romein die dezelfde beelden zag, interpreteerde de signalen waarschijnlijk heel anders dan de Etrusken zelf. Maar de oorsprong van de Romeinse conceptie van de ‘vette Etrusk’ hangt eerder samen met het algemene beeld van decadentie dat de Romeinse auteurs van de Etrusken ophangen. Zo schrijft Posidonius dat de Etrusken vroeger een mannelijk en krijgshaftig volk waren, maar de Etrusken van zijn tijd hun dagen doorbrachten met drinken en ‘onmannelijk’ vermaak. De Etrusken van de 1ste eeuw v.C. waren inderdaad niet meer zo machtig als hun voorouders. Voor de Romeinen lag de oorzaak daarvan in de rijkdom van de oorspronkelijke Etrusken, die hen week en decadent maakte, en uiteindelijk tot hun verval leidde. Deze schrijvers wilden Rome behoeden voor hetzelfde lot. Ze problematiseerden aldus gewoontes die onwenselijk zijn in een Romeinse context, zoals de ongetwijfeld overvloedige banketten. Voor de Etruskische elite was dit echter een manier om sociale banden aan te halen binnen en buiten de gemeenschap. Zelfs tussen deze buurvolkeren was interculturele communicatie dus niet vanzelfsprekend. De Romeinse bronnen vertellen ons tot op zekere hoogte iets over de Etruskische realiteit, maar weerspiegelen vooral de waarden van de Romeinse elite. De moraliserende schrijvers waren overigens niet bijzonder succesvol in hun missie: vandaag associëren we vooral de Romeinen met overvloedige banketten en orgieën!

Lees meer

Becker, H., ‘Luxuria prolapso est: Etruscan Wealth and Decadence’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 293-304.
Briquel, D., La civilsation étrusque, Parijs, 1999. (In het bijzonder de sectie ‘Usages scandaleux aux yeux des Grecs’)
Colivicchi, F., ‘Banqueting and Food’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 207-220.
Kistler, E., ‘Feasts. Wine and Society in the eight-sixth centuries BCE’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 195-206.
Korenjak, M., ‘The Etruscans in Ancient Literature’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 35-52.
Turfa, J. M., ’The Obesus Etruscus: Can the Trope be True?’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 321-336.

Wie niet genoeg kan krijgen van de fascinerende Etruskische beschaving, kan vanaf dinsdag 19 februari terecht bij de collegereeks georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) Vlaams-Brabant. Meer informatie via Nico Dogaer of op Facebook.

Coverfoto: foto van sculptuur van een Etruskische sarcofaag van een ‘obesus Etruscus’ uit het Boston Museum of Fine Arts (Public Domain)

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/feed/ 0 1257