Oskisch

Oskisch: What’s in a name?

Al eens gehoord over het Oskisch? Deze Italische taal werd genoemd naar de Osken (Osci), een volk dat in het zuiden van Italië leefde omstreeks de 5de eeuw v.C. Hoewel de taal sterk verwant is met het Latijn, verdween ze, onder druk van datzelfde Latijn, waarschijnlijk op het einde van de 1ste eeuw n.C. Gelukkig zijn er naast een aantal inscripties -bijvoorbeeld in Pompeii- ook nog heel wat taalkundige overblijfselen van het Oskisch te vinden. Zo ook bijvoorbeeld in de Romeinse naamgeving, die we in dit artikel willen bekijken vanuit een Oskisch standpunt.

Oorsprong

Oskisch is een Indo-Europese taal die als Italische taal (samen met het Umbrisch) tot de Sabellische taalfamilie behoort. De taal werd meestal van rechts naar links geschreven en kon naast in een inheems Oskisch-Umbrisch alfabet (gebaseerd op het Etruskisch), zowel in het Griekse als het Latijnse alfabet worden weergegeven. Geografisch gezien was Osci –ook bekend onder de naam Opici of Opikoi in het Grieks- een verzamelnaam voor enkele volkeren die in het 1ste  millennium v.C. in de zuidelijke Italiaanse provincie Campania leefden. Het Oskisch als taal werd vanaf de 5de eeuw v.C. voornamelijk gesproken door de Samnieten en de Osken, die zuidelijker leefden in steden zoals Capua, Cumae en Napels. Na de Samnitische Oorlogen (343-290 v.C.) werden deze volkeren door de Romeinen onderworpen en raakte het Oskisch steeds meer in verdrukking door het Latijn. Desalniettemin verliep deze overgang zeker op het platteland veel trager dan in de steden en werd het Oskisch ook op verschillende wijzen geassimileerd met het Latijn. Sporen daarvan treffen we nog steeds aan in literatuur (bijvoorbeeld bij Varro, Cicero en Ennius), in opschriften en bij plaats- en persoonsnamen.

Inscripties

Wanneer we het volledige corpus van Oskische inscripties willen bestuderen, dienen we op dit moment iets meer dan 1000 bekende attestaties van teksten te bekijken. De database Trismegistos, die informatie over alle teksten uit de Oudheid tussen ruwweg 800 v.C. en 800 n.C. verzamelt, kent op het moment van schrijven 1169 verschillende attestaties van teksten in het Oskisch (opgelet: dit is een een vertekend aantal, waarbij een heel aantal Oskische teksten waarvan het schrift ongespecificeerd als Italisch staat aangeduid in de database, nog moeten worden bijgerekend). Hierbij dienen we eveneens op te merken dat een groot deel van deze teksten als opschrift op het zogenaamde instrumentum domesticum (huishoudelijke producten zoals tegels of vazen) werden aangebracht. Dit gaat dan in de meeste gevallen om eenzelfde markering die de pottenbakker die de producten fabriceerde markeerde. Daarnaast zijn er ook een heel deel seriële munten die hetzelfde opschrift delen, die deze cijfers vertekenen. Naar unieke opschriften zullen een 500-tal Oskische teksten dichter bij de waarheid liggen.

 

 

 

 

 

Van deze teksten zijn de meeste afkomstig uit de regio Latium et Campania, voornamelijk dankzij de overblijfselen uit Pompeii  –for obvious reasons– en meer dan 70% is gemaakt van aardewerk. Chronologisch zijn deze teksten moeilijker te rangschikken, want niet alle teksten zijn absoluut gedateerd en deze zorgen dus voor afwijkingen in de grafiek. Toch kunnen we stellen dat de vroegste teksten dateren uit de 5de eeuw v.C. en de laatst gekende uit de 1ste eeuw n.C.

Naamgeving

Het bekende Romeinse naamgevingssysteem van de tria nomina gaat terug op een Etruskisch gebruik. Zij maakten gebruik van familienamen die overgeërfd werden door hun nakomelingen, in tegenstelling tot andere mediterraanse culturen waarbij het binomiale systeem bestond uit een voornaam en een patroniem (de aanduiding van de vadersnaam). Hoewel ook de Romeinen vaak gebruik maakten van zo’n filiatie -denk maar aan de aanduiding f(ilius), zoon van, op bijvoorbeeld grafinscripties- werd hun praenomen of voornaam gevolgd door een erfelijk nomen gentilicium, een familienaam die verwees naar de gens waartoe de persoon in kwestie behoorde. Een latere ontwikkeling was de toevoeging van de bijnamen, vaak als enkele bijnaam of cognomen, maar soms ook als tweede bijnaam of agnomen -bijvoorbeeld wegens een bijzondere verdienste, denk maar aan de befaamde Publius Cornelius Scipio die het agnomen Africanus kreeg na Hannibal te verslaan bij de veldslag van Zama in 202 v.C.- waardoor een Romeinse naam ook uit vier componenten kon bestaan.

Het Oskische naamgevingssysteem maakte eveneens gebruik van deze Italische variant van erfelijke familienamen. Vaak treffen we een praenomen aan, gevolgd door een gentilicium. In bepaalde gevallen worden deze dan ook nog eens gevolgd door een patroniem (of dit kan wegens een gemis aan een filiatie-aanduiding ook de voormalige eigenaar aanduiden bij een slavennaam) of door een bijnaam (die zeldzaam zijn en dan nog voornamelijk in het latere Noord-Oskische corpus met Latijns alfabet voorkomen). Hoe de naam voorkomt en met hoeveel naamcomponenten hangt daarnaast ook sterk af van het genre van inscriptie (publiek of privaat), persoonlijke voorkeur of het al dan niet volledige karakter van de overgeleverde inscriptie.

Voor Oskische namen hebben we te maken met een dominantie van mannelijke namen. Vrouwelijke namen zijn zeldzaam, waarschijnlijk door het geringe aantal overgeleverde Oskische grafinscripties, het epigrafische genre bij uitstek waarbij vaak ook vrouwelijke namen te vinden zijn. Oskische voornamen en gentilicia eindigen vaak op -is of -iis, een vorm die in het Latijns vaak –ius wordt. Natuurlijk vinden we verschillen tussen het Noord- en Centraal-Oskisch en het Zuid-Oskisch. Het eerste is geschreven in een inheems Oskisch alfabet (sinistrograad of van rechts naar links) of in het Latijns alfabet (dextrograad of van links naar rechts), dat na de Samnitische Oorlogen voornamelijk in de regio’s Campania en Samnium voorkomt. Het Zuid-Oskische corpus werd geschreven in het Griekse alfabet (eveneens dextrograad) en is voornamelijk afkomstig uit de zuidelijkere regio’s Lucania, Bruttium en Messina.

De verdeling van deze namen met de verschillende naamcomponenten ziet eruit als volgt:

[Tabel gebaseerd op K. McDonald (2012)]

elementen Noord- en Centraal-Oskisch: 637 namen Zuid-Oskisch: 133 namen
4 17 1
3 200 20
2 258 60
 1 162 52

Zoals eerder al aangehaald komen cognomina voornamelijk voor bij Oskische namen geschreven in het Latijnse alfabet. De grote groep van namen die uit één naamcomponent bestaan zijn dan weer genregebonden: in defixiones of vervloekingstabletten -die trouwens ook procentueel gezien de meerderheid van de Oskische namen overgeleverd hebben- komen deze massaal voor.

Oskische namen

Een complete lijst van Oskische praenomina en gentilicia opsommen zou ons hier te ver leiden en het is bovendien ook niet altijd duidelijk in welke mate een naam die in het Latijn of Oskisch voorkomt uit die taal afkomstig is (of eventueel teruggaat op een proto-Italische stam). Wederzijdse beïnvloeding zorgde er daarnaast voor dat Latijnse namen opduiken in het Oskisch en Oskische namen ook in andere talen werden opgenomen. Een exotisch voorbeeld hiervan is een funeraire inscriptie (TM 47467) die nabij de Egyptische stad Alexandria werd gevonden en gedateerd wordt tussen 199 en 30 v.C.

Μαραῖος Βακείου | Μαμερτῖνος.

“Maraeus, zoon van Baceius, een Mamertinus”

Hoewel deze persoon duidelijk het Griekse naamgevingssysteem volgt (een naam plus een patroniem of vadersnaam), duidt het toegevoegde ethnikon of plaats van origine op een Oskische afkomst. De Mamertijnen waren een volk van huurlingen die gebaseerd waren in Campania en wier naam verwees naar de Oskische oorlogsgod Mamers (het equivalent van de Romeinse god Mars). Maraeus is een geattesteerde Oskische voornaam die slechts in enkele gevallen als Maraios in het Grieks voorkomt en waarvan de Oskische stam Marahii(s) of Marahis is. Het digitale Lexicon of Greek Personal Names (LGPN) kent slechts 9 andere gevallen waarin deze naam in het Grieks voorkomt, maar toch raakte deze Oskische voornaam via het Grieks verspreid tot in Egypte.

Andere Oskische namen die voornamelijk ook voorkomen op dedicatieopschriften worden nadien hergebruikt in het Latijn. Zo komt de Oskische naam Viíbis ook ter sprake bij Livius in zijn Ab Urbe Condita (XXVII,15) waarin hij de Campanische ambassadeur Vibius Virius (het gentilicium is overgenomen van het Oskische Víríiis) vermeldt. De naam Statiís, een van oorsprong Oskische voornaam waarvan we als dragers onder meer enkele Samnitische notabelen kennen, werd bij de Romeinen later als slavennaam Statius gebruikt, mogelijk wegens de lage komaf van inwoners die met die naam vanuit het Oskische platteland naar Rome kwamen. Een moeilijk geval nog vormt de naam Nium(p)sis: sommige onderzoekers zien hierin het equivalent van de Griekse naam Numfios of Numpsios, maar het is eerder waarschijnlijk dat de naam teruggaat op het Latijnse Numerius of een Etruskische voorganger hiervan.

Ook in de numismatiek zien we een heleboel voorbeelden van Oskische namen, sommigen ook in het Oskische alfabet. Zo lezen we op de achterzijde van een zilveren denarius geslagen ten tijde van de Bondgenotenoorlog de naam van Gaius Papius Mutilus in het Oskisch (van rechts naar links) vermeld als C. PAAPI. C. (en op de voorzijde MUTIL). Deze Samnitische generaal van nobele afkomst vocht met de zuidelijke rebellen tegen het Romeinse leger en behaalde roemrijke successen in verschillende veldslagen. Om deze te herdenken liet de Marsische Confederatie munten slaan met zijn naam erop.

Griekse invloed?

Tot slot kunnen we ons nog afvragen of de beïnvloeding van andere talen ook het Oskische naamgevingssysteem zelf veranderde. Sommige onderzoekers probeerden dit aan te tonen aan de hand van het Zuid-Oskische corpus met Griekse alfabet. Volgens hen zou de invloed van de hellenisering in de zuidelijke Italische regio’s ook de Oskische naamgeving hebben beïnvloed. Toch lijken hun argumenten hiervoor (het voorkomen van volledig gehelleniseerde Oskische namen, de volgorde waarin de naamcomponenten voorkomen en het voorkomen van namen bestaande uit slechts één naamcomponent) makkelijk kunnen worden weerlegd. Zo kunnen die laatste namen met één naamcomponent door de epigrafische praktijk bijvoorbeeld vaker voorkomen in bepaalde genres, berust de omgekeerde volgorde met een patroniem tussen praenomen en gentilicium vaak op een verkeerde lezing of interpretatie en zijn er amper voorbeelden van volledig gehelleniseerde Oskische namen. Natuurlijk moeten we ons bewust zijn van de caveats bij het Oskische tekstcorpus, zoals daar zijn: het beperkt aantal inscripties, de ongelijke verdeling tussen bepaalde regio’s en de slechte bewaring of overlevering van sommige opschriften. Toch kunnen we vermoeden dat de Oskische naamgeving, hoewel sterk beïnvloed door het Latijn en het Grieks na periodes van oorlog en invasies, zijn Italische eigenheid heeft kunnen behouden. Ondanks de assimilatie van Griekse en Latijnse namen (en het opnemen van Oskische namen in andere talen) bleef het Oskische naamgevingssysteem met de erfelijke gentilicia bewaard tot de periode waarin de taal verdween.

Meer lezen?

N. Zair (2016), Oscan in the Greek Alphabet, Cambridge University Press.

K. McDonald (2015), Oscan in Southern Italy and Sicily: Evaluating Language Contact in a Fragmentary Corpus, Cambridge University Press.

K. McDonald (2012) “Do Personal Names in South Oscan show influence from Greek?” in T. Meißner (ed.), Personal Names in the Western Roman World, Studies in Classical and Comparative Onomastics 1, Berlijn, pp. 41-58.

Coverfoto: © The Trustees of the British Museum

Tom Gheldof behaalde een master in de Geschiedenis van de Oudheid aan KU Leuven. Nadien behaalde hij onder meer nog een diploma journalistiek en startte hij als wetenschappelijk onderzoeker op het Trismegistos-project aan zijn alma mater. Momenteel werkt hij als coördinator van projecten in het domein van de Digital Humanities en beheert hij als webmaster deze website over Oude Geschiedenis. Zijn interesses variëren van sport in de Oudheid tot het Nachleben van diezelfde periode.

Geef een reactie