Romeinen Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/romeinen/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 12 Oct 2025 14:03:51 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Romeinen Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/romeinen/ 32 32 136391722 Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/#respond Sun, 12 Oct 2025 14:02:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2718 De bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten

Ook in de Oudheid konden belastingbetalers zich beroepen op bewijsmateriaal: uit duizenden papyri en ostraca uit Grieks-Romeins Egypte blijkt dat belastingkwitanties een belangrijk middel vormden om burgers te beschermen tegen fraude en misbruik. Ze tonen aan dat onderdanen niet louter passieve slachtoffers waren van een zwaar belastingsysteem, maar ook rechten konden laten gelden. In dit artikel wordt geschetst hoe deze kwitanties functioneerden, van Ptolemaeïsch Egypte tot zelfs Bactrië en Babylonië, en wat ze onthullen over administratieve continuïteit en de ideologie van redelijkheid bij antieke heersers. Zelfs in een wereld zonder digitale archieven gold: wie zijn bonnetje bijhield, stond sterker.

Het bericht Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
De zomer brengt in België niet enkel vakantie, maar ook het moment waarop de belastingaangifte ingediend moest worden. Traditioneel gaat dat gepaard met heel wat papierwerk, wat al eens tot frustratie kan leiden. Maar die bureaucratie heeft ook een positieve kant: het papierwerk kan namelijk gebruikt worden om aan te tonen dat aan alle verplichtingen voldaan is. In de Oudheid was dat niet anders. We stellen ons de onderdanen van de antieke heersers al te makkelijk voor als hulpeloze slachtoffers van scrupuleuze belastinginners, die gebukt gingen onder zware fiscale verplichtingen. Dit was echter niet noodzakelijk het geval. Zeker, onze bronnen tonen dat ambtsmisbruik geen uitzondering was, maar er was op zijn minst een ideologie die de nadruk legde op redelijkheid, en individuen stonden niet machteloos. Het meest directe bewijs hiervoor wordt geleverd door de papyri en ostraca uit Grieks-Romeins Egypte. In het bijzonder de belastingkwitanties die aan de betalers werden uitgedeeld, wijzen op een zekere mate van bescherming.

Antieke belastingbetalers: onderdrukt en overbelast?

De Romeinse keizer Tiberius op een zilveren denarius

We moeten ons uiteraard geen illusies maken over de zwaarte van belastingen in de Oudheid, maar het blijft niettemin onduidelijk wat de belastingdruk was in antieke samenlevingen. In ieder geval erkenden de heersers over het algemeen het feit dat overdreven zware belastingen op lange termijn contraproductief werkten. Het bekendste voorbeeld zijn de woorden die Suetonius toeschrijft aan Tiberius. De keizer vermaande enkele van zijn gouverneurs als volgt: “een goede herder moet zijn schapen scheren, niet villen.” Meer dan een millennium eerder vinden we de redenering nog explicieter terug in Egypte, in de zogenaamde Loyalist Teaching:

Overweldig de boer niet met belastingen, laat hem het goed hebben en hij zal er het volgende jaar nog steeds voor je zijn.

Soortgelijke opvattingen zijn overal in de antieke wereld terug te vinden, van Babylonische wijsheidsliteratuur tot de Arthashâstra in het India van de 4de eeuw v.C. Dat dit niet alleen theoretische overwegingen waren, blijkt het duidelijkst uit de documentaire teksten uit Egypte, inclusief edicten en officiële correspondentie waarin werd vastgelegd wie wat moest bijdragen en waarin ambtenaren die misbruik maakten van hun positie met straffen werden bedreigd.

Belastingkwitanties als bescherming van betalers in Hellenistisch Egypte

Op 25 artabas na heeft Ptolemaios zoon van Harpsalis ons niets toegerekend voor de half-artaba belasting, omdat jij geen kwitantie genomen hebt, aangezien je niks serieus neemt. [P. Tebt. 3 768; TM 7848]

Misstanden tegenover belastingbetalers kwamen wel degelijk voor in Egypte, maar de situatie kon verholpen worden, althans als de betaler eraan gedacht had om een kwitantie mee naar huis te nemen. Met meer dan 2000 gepubliceerde exemplaren vormen belastingkwitanties het meest voorkomende type tekst uit de Ptolemaeïsche periode, en dat aantal neemt nog toe onder de Romeinen. De Ptolemaeïsche kwitanties komen grotendeels uit Opper-Egypte, waar ze op ostraca geschreven werden.

Andere teksten maken echter duidelijk dat het om een algemeen gebruik ging; ook elders in Egypte deelden de autoriteiten zulke bewijsstukken uit. Aangezien er soms verschillende kwitanties op hetzelfde object aangebracht werden, was het waarschijnlijk de betaler zelf die een ostracon, papyrus of houten tabletje meebracht. De meeste betalers waren onderworpen aan een hele reeks belastingen, en in het gemiddelde huishouden zouden er dus verschillende kwitanties terug te vinden geweest zijn, wat interessante vragen oproept over de geletterdheid van de Egyptische bevolking.

Ptolemaeïsche kwitantie voor de belasting op wijngaarden

Kwitantie voor de oogstbelasting uit de 6de eeuw v.C.

Hoewel ze pas vanaf de Ptolemaeïsche periode in grote aantallen bewaard gebleven zijn, kende men in Egypte al eerder belastingkwitanties, ten laatste vanaf de 7de eeuw v.C. De Ptolemaeën namen in dit geval dus een bestaande praktijk over en ze breidden het gebruik ervan uit. Dit hoeft niet te verbazen: contact met de belastingbetalers was een zaak van de lokale administratie, en op dit niveau was de continuïteit het grootst. Kwitanties uit een archief dat toebehoorde aan een zekere Teos (een Thebaanse dodenpriester of choachiet) en diens vrouw Thabis, daterend uit de overgangsperiode tussen de Perzen en de Ptolemaeën (4de eeuw v.C.), tonen bovendien vormelijke continuïteit met de vorige periodes. Na verloop van tijd ontwikkelde zich een specifieke Ptolemaeïsche vorm van belastingkwitanties, waaronder ook exemplaren die in het Grieks waren opgesteld.

Documenten ten dienste van de bevolking

Het citaat in de vorige sectie toonde reeds dat de kwitanties door de belastingbetalers werden bijgehouden als bewijsstukken. Zonder konden gewetenloze beambten hen twee keer laten betalen. Er zijn meerdere gevallen bekend waarin zulke functionarissen kwitanties aan de betalers probeerden te ontfutselen, hetzij onder valse voorwendselen, hetzij door ze gewoon te stelen, om zo meer geld af te kunnen troggelen van hun slachtoffers.

Takskwitantie in het Demotisch en het Aramees

Gelukkig schetsen andere teksten een positiever beeld van het gebruik van kwitanties. Eén betaler uit de vroeg-Romeinse periode verwijst nog terug naar kwitanties uit de tijd van Cleopatra VII, decennia eerder, en de kwitanties bleven dus zelfs geldig over de regimewissel heen. De meeste Ptolemaeïsche kwitanties werden geschreven in het Demotisch of het Grieks, maar er zijn ook een handvol Aramese exemplaren bewaard. Dit toont nog maar eens aan dat ze bedoeld waren om de belastingbetalers van dienst te zijn, aangezien het Aramees geen officiële taal was van de Ptolemaeïsche staat, maar een minderheidstaal van bepaalde gemeenschappen.

De Ptolemaeën boden deze dienst gratis aan, in tegenstelling tot de Romeinen, die de bevolking lieten betalen – mensen laten betalen voor het betalen van hun belastingen kan misschien nog een creatieve manier zijn om het gat in de begroting te verkleinen – voor hun belastingkwitanties.

Bescherming van belastingbetalers elders in de Hellenistische wereld

Het feit dat Ptolemaeïsche belastingkwitanties verder bouwden op een bestaand gebruik betekent daarom niet dat het om een exclusief Egyptisch fenomeen ging. Wel is het zo dat alledaagse documenten zoals kwitanties over het algemeen op vergankelijke materialen geschreven werden, die we voornamelijk nog in Egypte terugvinden, dankzij de bijzondere klimatologische omstandigheden.  Maar bij toeval is er een kwitantie uit de 2de eeuw v.C. op dierenhuid bewaard gebleven uit Bactrië, in het huidige Afghanistan. Verschillende van de vermelde formules en ambtenaren zijn ook bekend in Egypte, een illustratie van de verwevenheid van de Hellenistische wereld.

Bactrische belastingskwitantie op dierenhuid uit de 2de eeuw v.C.

Uit het Hellenistische Babylonië zijn weliswaar geen kwitanties bewaard gebleven, maar er zijn wel grote hoeveelheden zegels gevonden met daarop vermeldingen van belastingen. De documenten waaraan ze ooit waren bevestigd, zijn verloren gegaan. Sommige daarvan waren mogelijk belastingkwitanties, en net als in Egypte zijn er voorbeelden van zulke teksten bekend uit de Neobabylonische en Perzische periodes, maar dit is geenszins zeker. In ieder geval dienden de zegels op zichzelf ook als bewijs van de vervulling van bepaalde verplichtingen. Dit illustreert dat er in verschillende antieke samenlevingen verschillende methoden konden worden gebruikt om belastingbetalers te beschermen. Die laatsten waren dus geenszins passieve en uitgebuite onderdanen die weerloos waren tegen misbruik door staatsambtenaren.

Lees meer

Depauw, M., The Archive of Teos and Thabis from Early Ptolemaic Thebes, Turnhout, 2000.
Muhs, B., Tax Receipts, Taxpayers and Taxes in Early Ptolemaic Thebes, Chicago, 2005.
Jakobsson, J. and Glenn, S., ‘New Research on the Bactrian Tax-receipt’, Ancient History Bulletin 32 (2018), 61–71.
van Oppen de Ruiter, B. F. and Wallenfels, R. (eds.), Hellenistic Sealings & Archives: Proceedings of the Edfu Connection, an International Conference, Turnhout, 2021.

Coverafbeelding: adaptatie van een beschilderd tafereel van een veekeuring door Nebamoen (een klerk en graanteller in het befaamde tempelcomplex van Thebe rond 1350 v.C.) uit diens grafcomplex, bewaard in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Een Engelstalige versie van deze blogpost werd eerder gepubliceerd op de website van het project FARE (FiscAl Reform in Egypt: From the Achaemenids to the Ptolemies)]

 

Het bericht Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/feed/ 0 2718
Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Horrorverhalen uit de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/#comments Sat, 31 Oct 2020 16:05:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1739 Theatermaskers Myra

Halloween is het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror en een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo kennen we scènes uit de 'Mostellaria', een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, met geesten en komen (verboden) geestoproepingen ook voor in het Oude Testament en bij Ammianus Marcellinus. In deze blogpost gaan we dieper in op twee horrorverhalen uit de antieke literatuur: de 'Gouden Ezel' van Apuleius en een spookverhaal uit een brief van Plinius de Jongere.

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theatermaskers Myra

“De meest barmhartige zaak ter wereld”, aldus 20ste-eeuws fictieschrijver H. P. Lovecraft, “is het onvermogen van de menselijke geest om al zijn inhoud met elkaar te verbinden. We leven op een vredig eiland van onwetendheid te midden van de zwarte zeeën van de oneindigheid, en het is nooit zo bedoeld dat we ver zouden reizen.”

Halloween staat voor de deur, het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror. Of het nu gaat om een bloedstollende roman van Stephen King, een slasher-film waarin de ingewanden en de ledematen lustig in het rond vliegen, of meer psychologische horrorfilms en -series zoals ‘Paranormal Activity‘ (2007) of ‘The Haunting of Bly Manor’ (2020), velen onder ons genieten toch minstens één avond van een potje lekker griezelen. Een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo bevat de ‘Mostellaria‘, een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, een amusante scène waarin de slaaf Tranio probeert zijn meester van diens huis na wanbeheer weg te houden door te beweren dat het huis vervloekt is en een geest nu door het gebouw rondwaart.

Het ouijabord zoals wij het kennen. Dit exemplaar werd omstreeks 1890 gemaakt door de Kennard Novelty Company in Baltimore, de bedenkers van het moderne ouijabord

Bij Plautus gaat het duidelijk om een fictief verhaal, maar hekserij, geesten en necromantie (het opwekken van de doden) werden in de Oudheid wel degelijk au sérieux genomen. Het Oude Testament veroordeelt nadrukkelijk het ondervragen van geesten en het oproepen van doden (Deuteronomium 18:11). De straf voor necromantie is steniging (Leviticus 20:27). De Romeinen voorzagen in de Late Oudheid eveneens de doodstraf voor diegenen die op kerkhoven lijken onteerden of geesten opriepen, zo leren we bij Ammianus Marcellinus (9.12.14). De historicus verhaalt verder (29.1.29-38) hoe een groep samenzweerders keizer Valens (364-378 n.C.) ten val wilde brengen. Om zich te vergewissen van het succes van hun complot, besloten ze beroep te doen op een ouijabord avant la lettre, dat bediend werd met een soort pendel. Net zoals het vandaag gebeurt, diende een vraag gesteld te worden aan het bord. Een hogere macht – bij ons gaat het veelal om geesten of demonen – zou de vraag dan beantwoorden door de pendel te laten bewegen over bepaalde letters. In dit geval werkte het bord echter misleidend: de samenzweerders zagen de letters “Theod” verschijnen en kraaiden victorie, gezien hun kandidaat Theodorus heette. Helaas voor hen zou het Theodosius zijn die Valens opvolgde en moesten ze na het uitlekken van het complot voor de rechtbank gaan uitleggen wat ze precies mispeuterd hadden. Ze werden quasi allen gewurgd.

In de volgende secties zullen we dieper ingaan op twee opvallende horrorverhalen uit de antieke literatuur.

Heksen en zombies in Apuleius

De ‘Gouden Ezel‘ van Apuleius, een roman over de onfortuinlijke Lucius die door magie in een ezel veranderd wordt, bevat heel wat horrormateriaal. Neem nu het verhaal van de handelaar Aristomenes. Op een dag liep Aristomenes een dorpsgenoot en vriend van hem, Sokrates genaamd, in het stadje Hypata in Thessalië tegen het lijf. De arme Sokrates zag er niet uit: bleek, graatmager en slechts bedekt door een schamele mantel zat hij erbij als een bedelaar. Aristomenes informeerde hem dat iedereen thuis in Aigion ervan uitging dat hij overleden was; de begrafenis was al achter de rug en de ouders van zijn vrouw waren reeds op zoek naar een nieuwe partner. De man kon aanvankelijk alleen maar jammeren hoe wreed het lot hem behandeld had en weigerde te bewegen, maar uiteindelijk wist Aristomenes hem mee naar een badhuis te loodsen en vestigde hij zich met hem in een herberg. Daar vertelde Sokrates na een goed glas wijn wat hem overkomen was.
Hij was onderweg nabij Larissa overvallen door struikrovers. Beroofd van zijn hebben en houden, stopte hij bij de herberg van een zekere Meroë, omschreven als “oud, maar zéér aantrekkelijk”. Meroë behandelde hem met de grootste vriendelijkheid, en voor Sokrates het wist, lag hij met de vrouw in bed, niet in staat haar avances te weerstaan. Deze ene schanddaad zou zijn lot echter bezegelen, want hij raakte niet weg van Meroë. Hij gaf haar uiteindelijk zijn kleren, zijn beetje resterende geld, zowat alles tot hij eruit zag als het zielige creatuur dat Aristomenes in Hypata tegen het lijf gelopen was. Verontwaardigd beschuldigde die hem ervan dat hij de avances van “een lederachtige hoer” verkoos boven zijn eigen haard en kinderen, maar bij deze woorden maande Sokrates hem aan tot stilte. Meroë was immers een heks, die zeker wraak zou nemen voor dergelijke beledigingen.

De opsomming van haar misdaden begint relatief onschuldig. Een aantal buren waar ze ruzie mee had, veranderde ze in dieren. Eén gruwelijk detail: een minnaar die overspel pleegde, transformeerde ze in een bever, gezien de bever wanneer hij uit angst probeert weg te vluchten “zich bevrijdt door het afsnijden van zijn eigen genitaliën”. Toen de dorpelingen de heks wilden stenigen, voerde ze “necromantische rituelen uit in een gracht” en sloot ze hen allen op in hun eigen huizen – zelfs door de muren breken lukte niet – tot ze zwoeren haar niet te vervolgen en dat ze haar zouden beschermen tegen eenieder die zou proberen haar kwaad te berokkenen. De leider teleporteerde ze echter naar een andere stad, met huis en al. Aristomenes begon nu wel wat bezorgd te raken. Als de heks bovennatuurlijke gaven bezat, zou ze hen misschien kunnen horen. De mannen besloten dus naar bed te gaan. Aristomenes sloot de deur, vergrendelde die en schoof uit voorzorg ook zijn bed tegen de deur. Lang staarde hij in angst naar de deur, maar uiteindelijk, zo rond middernacht, overmande slaap hem.

Twee gemaskerde vrouwen op bezoek bij een heks op een Romeinse mozaïek uit de Villa del Cicerone in Pompeii

Zodra hij indommelde, werd de deur met een enorm geweld ingebeukt. Het bed waar Aristomenes op lag, begaf het, landde op hem, en terwijl hij daar – zo dacht hij – verstopt lag, zag hij twee oude vrouwtjes de kamer binnentreden, één met een lamp in de hand, de ander met een spons en een getrokken zwaard. Degene met het zwaard bleek Meroë te zijn, die haar zus Panthia vertelde hoe Sokrates haar had proberen ontvluchten. Daarna richtte ze haar ogen op Artistomenes. Ook hij moest eraan geloven: hij zou spijt krijgen van zijn gebrek aan respect tegenover haar en zijn nieuwsgierigheid. Panthia stelde voor hem te verscheuren zoals de Bacchanten hun prooi of op zijn minst zijn genitaliën af te hakken. Meroë besloot hem voorlopig echter te sparen, iemand moest Sokrates immers kunnen begraven. Met die woorden draaide Meroë Sokrates’ hoofd opzij en stak ze het zwaard tot aan het handvat door zijn nek. Het bloed ving ze op in een leren flacon. Daarna reikte ze met haar hand in de gapende wonde en voelde ze rond tot ze het hart van de man te pakken had. Ze rukte het uit zijn lichaam waarna de laatste ademteug van Sokrates uit de afzichtelijke nekwonde opborrelde. Panthia duwde daarna een spons tegen de wonde en sprak een cryptische spreuk uit die de spons oplegde via een rivier terug te keren. De dames keerden zich nu naar Aristomenes. Ze wierpen het bed van hem af, trokken hun rokken op en urineerden op zijn gezicht terwijl hij naakt op de grond lag.

De zussen stapten daarna de deur uit. Als bij wonder vloog die terug in zijn hengsels en zat het slot er opnieuw op, alsof er niets gebeurd was. Aristomenes bleef echter verstijfd op de grond liggen. Wat zou men immers denken, wanneer ze Sokrates daar vonden, de keel overgesneden? De verdenking zou onmiddellijk op hem vallen. De straf voor een dergelijke moord was kruisiging. De handelaar besloot het dus op een lopen te zetten. Hij raapte zijn spullen bijeen, wist na veel moeite de deur te ontgrendelen en benaderde de portier van de herberg om de deur voor hem te openen. Deze weigerde echter gezien het nog nacht was en hij vroeg zich daarnaast af waarom Aristomenes in zo’n haast op dit uur wilde vertrekken. Hij had de keel van zijn reisgezel toch niet overgesneden en zocht nu toch niet snel te vluchten? Bij het horen van die woorden, vluchtte Aristomenes in paniek terug naar zijn kamer. Ten einde raad en zonder uitweg besloot hij de hand aan zichzelf te leggen. Hij maakte een touw los dat in de frame van zijn bed gedraaid zat, hing het vast aan een balk, stak zijn hoofd door de strop en sprong van zijn bed. Het touw, oud en doorrot, brak echter en hij viel neer op de levenloze lichaam van zijn vriend.

Op dat moment stormde de portier binnen. “Waar ben je, jij die zich in het midden van de nacht zo enorm hard haastte, en nu snurkend in je dekens gewikkeld ligt!” Aristomenes lag helemaal niet op Sokrates, maar gewoon in zijn eigen bed! Daarnaast sprong bij het helse lawaai niemand minder op dan Sokrates. “Geen wonder dat gasten dergelijke herbergiers verachten”, zei hij. Blijkbaar was hij rustig aan het slapen, tot de kerel hun kamer binnenbrak, wellicht – zo dacht hij – om hen te bestelen. Opgelucht stond ook Aristomenes op. “Kijk, mijn meest betrouwbare portier, dit is de gezel, mijn vader, mijn broeder, waarvan jij mij gisteren valselijk beticht hebt dat ik hem vermoord zou hebben!” Hij omhelsde Sokrates, maar die deinsde terug door de stank van urine op Aristomenes’ gezicht. Met een kwinkslag maakte de handelaar zich ervan af en hij stelde voor dat ze maar best gauw op pad gingen.

Op de weg keek Aristomenes nog eens goed naar zijn vriend. “Je bent gek”, zei hij tegen zichzelf, “na je in bekers wijn begraven te hebben, had je een zware nachtmerrie. Zie, Sokrates is gezond en wel, ongedeerd. Waar is de wonde, de spons? En waar is uiteindelijk dat litteken, zo diep en zo vers?” Hij keerde zich vervolgens naar zijn vriend en beaamde de medische wijsheid dat buitensporig eten en drinken leidt tot kwade dromen. Hij kon het bloed nog op zijn huid voelen! Sokrates lachte hem uit. Het was uiteindelijk geen bloed maar urine die Aristomenes gevoeld had. Toch had Sokrates zelf ook bizar gedroomd; zijn keel was overgesneden en zijn hart was eruit getrokken, en ja, zelfs nu voelde hij zich nog slap en stond hij onvast op zijn benen. Wat hij nodig had, was een goede maaltijd. Sokrates at z’n eten met een bijzondere gulzigheid op en zijn reisgenoot merkte hoe de man bleker en magerder leek te worden. Na het eten klaagde Sokrates dat hij een ondraaglijke dorst leed. Gelukkig was nabij een riviertje. De mannen begaven zich naar de stroom, Sokrates zette zich klaar om te drinken. Maar nog voor zijn lippen het water raakten, ging de afschuwelijke wonde in zijn nek open en rolde de spons eruit met een beetje bloed, recht de rivier in. Het lijk dreigde mee in het water te tuimelen, maar nog net kon Aristomenes een voet vastgrijpen en zijn vriend wegsleuren. In shock begroef hij hem daarna zo goed als hij kon. De handelaar besluit zijn verhaal met de volgende woorden:

“Ikzelf, in paniek en extreem bevreesd voor mijn leven, ben weggevlucht door afgelegen en verlaten wildernissen, en alsof een moord op mijn geweten drukte, na mijn thuisland en mijn huis in de steek gelaten te hebben, woon ik nu in Aetolië en ben ik hertrouwd”.

Het spookt in Athene

Hoewel het voorgaande verhaal zeer waarschijnlijk gebaseerd is op andere verhalen die circuleerden in de Romeinse samenleving, blijft het literaire fictie. Het volgende verhaal is des te opvallender omdat de auteur, Plinius de Jongere, het voorstelt als een waargebeurd verhaal. Plinius was niet de minste: hij kwam uit een gegoede familie, werd gepromoveerd tot de senatorenstand en zou het schoppen tot gouverneur van Bithynië en Pontus. In een brief aan een collega-senator vertelt hij het volgende:

Er stond in Athene een villa met een slechte reputatie. Al wie erin ging wonen, was immers gedoemd om binnen de kortste keren te sterven. Het gerucht ging dat er ’s nachts vreemde dingen gebeurden. Eerst kon in de verte het geklingel van ijzer gehoord worden. Daarna volgde het rammelen van kettingen. Dichter en dichter kwam het geluid, tot de geest van een oude man verscheen, een afgrijselijke, uitgemergelde gedaante met lang haar en lange baard en met ketens rond zijn armen en benen gewikkeld, waar hij opnieuw en opnieuw mee bleef schudden. Dit beangstigende schouwspel bracht de inwoners vele slapeloze nachten, en ook op andere momenten van de dag konden ze de herinnering aan de geest niet loslaten. Uiteindelijk werden ze ziek door uitputting en vonden ze al snel een ellendige dood. Het huis werd verlaten en de autoriteiten besloten dat het huis niet langer verkocht mocht worden, niet wetende wat voor vloek er op het pand lag.

Op een dag bezocht een zekere Athenodoros, een filosoof, de stad en zag hij dat het huis verhuurd werd aan een erg lage prijs. Verwonderd over de lage huur kreeg hij uiteindelijk het verhaal te horen van wat er in het huis plaatsgevonden had. Dat maakte de man bijzonder nieuwsgierig. Hij besloot dus het huis in te trekken om te zien of de geruchten klopten. Hij liet zijn personeel een kamer voor hem klaarmaken in de voorkant van het huis en droeg hen op zich naar de binnenste kamers terug te trekken. Zelf zette hij zich in de kamer aan tafel met wat schrijftafeltjes, een pen en een olielamp. Hij was immers vastbesloten wakker te blijven en zocht afleiding om de gedachte aan de verschijning niet te veel door zijn hoofd te laten spoken. Aanvankelijk was het stil. Na verloop van tijd klonk in de verte echter het geklingel van ijzer en het gerammel van ketens. De filosoof hield zijn ogen op zijn werk gericht en stopte zijn oren toe. Het geluid werd luider en luider, tot het niet langer van buiten klonk, maar in de kamer zelf. Athenodoros draaide het hoofd en zag daar inderdaad de geest van de oude man staan.

Het huis “Den Noodt Gods”, een voormalig nonnenklooster te Brugge waar de geesten van twee jonge geliefden zouden rondwaren

De geest wenkte hem, maar Athendoros hield zijn hand omhoog alsof hij hem wilde vragen even te wachten, en richtte zich weer op zijn schrijfwerk. Nu begon de geest met zijn ketens vlak boven het hoofd van de filosoof te rammelen. Athenodoros keek op en zag de geest hem opnieuw wenken. Ditmaal nam hij zijn olielamp en volgde hij de oude man. Langzaam stappend, alsof het gewicht van de ketens hem tegenhield, strompelde de geest richting de binnenkoer van de villa. Daar aangekomen, verdween hij, even plots als hij verschenen was. De filosoof markeerde de plaats waar de geest gestopt was en ging slapen. De volgende dag lichtte hij de autoriteiten in en vroeg hij hen de binnenkoer om te spitten. Zij stuurden een ploeg en inderdaad, in de aarde werd een geraamte gevonden met ketens errond gewikkeld. De beenderen werden uitgegraven en kregen een publieke begrafenis. De geest werd niet meer gezien.

Opvallend aan dit verhaal is hoe hard het gelijkt op het soort horrorverhalen dat nog steeds circuleert in onze samenleving. Een vervloekt huis, een geest die geen rust kan vinden, de inwoners die tot waanzin gedreven worden. Laat ons echter hopen dat het inderdaad slechts om hersenspinsels gaat van onze overactieve geesten. En kijkt u deze avond misschien toch maar eerst eens onder bed voor het slapengaan. Gewoon, voor de zekerheid.

Meer lezen:

Felton, D., Haunted Greece and Rome: Ghost Stories from Classical Antiquity, Austin, 1999.
Frangoulidis, S. A., ‘Cui Videbor Veri Similia Dicere Proferens Vera?: Aristomenes and the Witches in Apuleius’ Tale of Aristomenes’, The Classical Journal 94.4 (1999), p. 375-391.
Ogden, D., Greek and Roman Necromancy, Princeton, 2001.

Cover: adaptatie van afbeelding ‘Myra Theater Masks’ op Vici.org door © Livius.org (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/feed/ 1 1739
Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/#respond Wed, 22 Apr 2020 14:55:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1505 Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen door Corona. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Wij bieden daarom alvast een (niet-exhaustief) overzicht van de digitale alternatieven om de Oudheid virtueel te beleven. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen!

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen. Corona, oftewel COVID-19, de pandemie die veroorzaakt is door een coronavirus, heeft ervoor gezorgd dat de afgelopen weken bijna alle musea en toeristische sites wereldwijd hun deuren hebben moeten sluiten en dat toerisme op dit moment bijna volledig tot stilstand is gekomen. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Gelukkig zijn er nog alternatieven om de Oudheid op een andere manier te beleven, namelijk virtueel. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen.

Hieronder bieden we een (niet-exhaustief) overzicht van de musea, archeologische sites en games die via allerlei toepassingen (bijvoorbeeld online tentoonstellingen, 3D-wandelingen of virtual reality [VR] of augmented reality [AR]) erin slagen om de Oudheid virtueel tot leven te laten komen. Historische films, boeken, strips of gezelschapspellen hebben we hierdoor niet opgenomen in deze verzameling, maar zijn natuurlijk ook absolute aanraders voor iemand met interesse in de Oudheid. Voor de coronacrisis bestonden er al een aantal virtuele verzamelingen waarvoor je je huis niet moest uitkomen, maar in de huidige periode worden bijna dagelijks nog nieuwe initiatieven genomen door zowel kleine als grote culturele organisaties uit de GLAM-sector (Galleries, Libraries, Archives & Museums) of de entertainmentwereld.

Lage Landen

Beginnen doen we in eigen land, waar verschillende musea hun best hebben gedaan om een alternatieve beleving van hun collecties en/of (tijdelijke) tentoonstellingen mogelijk te maken. Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is het grootste oudheidkundig museum van ons land en had al voor de verplichte sluiting van niet-essentiële sectoren in ons land werk gemaakt van hun online aanwezigheid. Op hun website kon je bijvoorbeeld al terecht voor een video-overzicht van afgelopen tentoonstellingen, maar vind je ook een link naar het Exploratorium, een website waar je hun uitgebreide collectie kan doorzoeken en ook themamappen kan raadplegen. Een deel van de collectie – zo’n 10 000 van de in totaal ongeveer 170 000 objecten – kan je ook raadplegen via de erfgoeddatabank voor Limburg en Vlaams-Brabant: Erfgoedplus. Wegens de voorlopige sluiting van de tijdelijke tentoonstelling ‘Dacia Felix’ over het roemrijke verleden van Roemenië stelt het museum ook hun gratis audiotours online ter beschikking. Daarop kan je verschillende topstukken uit de tijdelijke expositie ontdekken in woord en beeld, naast uitleg over 50 unieke objecten uit de eigen collectie. Voor de nieuwe tentoonstelling ‘Oog in oog met de Romeinen’ werkt het museum samen met acteur Jelle De Beule en kan je de expo ook virtueel beleven dankzij enkele educatieve video’s.

Het Exploratorium, een website waar je de collectie van het Gallo-Romeins museum van Tongeren kan doorzoeken en themamappen kan raadplegen

Ook het recent geopende Teseum van Tongeren in dezelfde buurt blijft momenteel ontoegankelijk voor het publiek. Naast de schatkamer herbergt dit museum ook een archeologische site waar de 2000 jaar oude sporen van de Romeinse bouwwerken nog werden aangetroffen. Onderstaande video biedt alvast een virtuele inkijk in deze site met de originele muren en funderingen van de Limburgse stad.

Het Romeins Archeologisch Museum (RAM) van Oudenburg is jammer genoeg ook tijdelijk gesloten, waardoor de tentoonstelling ‘Roma Intima’ over het intieme leven in het Oude Rome (gebaseerd op het gelijknamige boek van classicus Bert Gevaert en uroloog Johan Mattelaer) momenteel ook niet te bezoeken valt. Van de permanente collectie is ook wel een deel digitaal te bezichtigen via de website van Erfgoedinzicht, dat het erfgoed in Vlaanderen verzamelt.

Het Provinciaal Archeocentrum in Velzeke is het Gallo-Romeins museum van Oost-Vlaanderen. In de deelgemeente van Zottegem kan je normaal gezien onder meer de Romeinse invloed in de provincie Oost-Vlaanderen bestuderen. Hun tijdelijke tentoonstelling ‘Landschap Door.grond’ schetst een beeld over de relatie tussen de mens en het landschap in Zuid-Oost-Vlaanderen aan de hand van grootschalig archeologisch onderzoek van de afgelopen 10 jaar. In afwachting van de heropening krijg je via onderstaande video (en de maquette uit het museum) wel al een beeld van de weg in Leeuwergem waarlangs verschillende Romeinse huizen werden opgegraven.

Het Brusselse Museum Kunst & Geschiedenis (het vroegere KMKG) in het Jubelpark is vooral bekend voor de uitgebreide collectie van Egyptische objecten (waarvan een deel mummies). Deze collectie werd recent al toegankelijk gemaakt via een mobiele applicatie waarbij een vijftigtal stukken in woord en beeld worden voorgesteld. Daarnaast is de permanente collectie, waaronder de meer dan 5000 oudheidkundige objecten, ook te doorzoeken via de online museumcatalogus Carmentis.

In Wallonië, in de gemeente Malagne, kan je in normale tijden het Archéoparc van Rochefort bezoeken. Dat is een Gallo-Romeins landelijk domein waar naast opgravingen en reconstructies ook aan experimentele archeologie wordt gedaan. Een voorbeeld hiervan kan je zien in de video waarin het mogelijke gebruik van een vallus wordt gedemonstreerd, een Gallo-Romeinse oogstmachine.

Het Musée royal de Mariemont, een museum in de Henegouwse gemeente Morlanwelz, heeft een uitgebreide collectie van oudheidkundige objecten, waarvan een groot deel Egyptische kunst, maar eveneens talrijke Griekse en Romeinse beelden. Ook delen van deze collectie zijn via audiogidsen te bekijken en beluisteren, onder meer eentje gewijd aan de recente expositie ‘De lin et de laine’, over textiel uit het Egypte van het 1ste millennium (v.C.).

De Archéosite van Aubechies-Beloeil ligt ook in Henegouwen. Daar krijg je in het archeologische park (en bijhorend museum) een rondleiding die begint in het oude Neolithicum begint (rond 5000 v.C.) en eindigt met de Romeinse periode (3de eeuw n.C.). Hier worden ook vaak evenementen georganiseerd in het teken van re-enactment, zoals tijdens het weekend van de experimentele archeologie. Gladiatorengevechten en soldatenmarsen kleuren dan deze dagen, maar in deze periode is het nog onduidelijk of dit wel zal kunnen doorgaan in 2020. Gelukkig is er nog videomateriaal van de voorbije edities om dit te kunnen (her)beleven.

Musée Archéologique in Aarlen, de hoofdstad van de provincie Luxemburg, is eveneens een Belgisch museum met een uitgebreide Gallo-Romeinse collectie. Deze bevat onder meer een heleboel grafmonumenten, maar ook een collectie keramiek en glazen. Elke maand wordt op de website van het museum een object daarvan in de kijker gezet.

De mobiele applicatie van Via Belgica laat toe om augmented reality te gebruiken bij sommige sites

Nederland telt ook een heel aantal musea met een focus op de Oudheid. Het Allard Piersonmuseum in Amsterdam beheert de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, waaronder een groot deel oudheidkundige voorwerpen. Deze zijn al digitaal samengebracht in een beeldbank, later dit jaar komt er ook nog een digitale toepassing bij om zelf aan de slag te gaan met de collectie. In het openluchtmuseum Archeon in Alphen aan den Rijn kan je delen van het park virtueel bezoeken vanuit de lucht, waaronder ook het gedeelte dat is gewijd aan de Romeinse tijd.

In Heerlen kan je normaal gezien het schitterend bewaard en gerestaureerd badhuis bezoeken, maar in deze tijd zal je het moeten stellen met een audiotour over de Romeinse vondsten uit de Zuid-Limburgse stad. Nog in Zuid-Limburg kan je het initiatief van de ‘Via Belgica’ volgen, de enigszins ahistorische benaming van de Romeinse heirbaan die van Frankrijk tot Duitsland liep en de Belgische en Nederlandse provincie Limburg doorkruist. Als je van wandelen en fietsen houdt – wat je gelukkig nog mag doen – kan je de mobiele applicatie downloaden en zelf een route samenstellen, zelfs gekruid met een vleugje augmented reality.

Museum Het Valkhof in Nijmegen werkte een mooi online aanbod voor thuis uit met interessante podcasts over de museumcollectie en houdt de komende weken verschillende live rondleidingen op Facebook. In de eerste aflevering word je alvast door de Romeinse collectie gegidst.

Tot slot heeft het bekende Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, het nationale archeologiemuseum van Nederland, een partnerschap met Google afgesloten waardoor je als bezoeker ook virtueel (via Street View) kan ronddwalen door het volledige museum. Op die manier krijg je een eersteklas zicht op de verschillende afdelingen van het Oude Egypte (met ook een online tentoonstelling van de hoogtepunten), het Oude Nabije Oosten of Griekenland en Rome en kan je de collectie van bijvoorbeeld de Etruskische objecten uitgebreid bewonderen. Daarnaast kan je ook van thuis uit een (betalende) online rondleiding met museumgids volgen.

West-Romeinse Rijk

Ook in de rest van wat ten tijde van de Romeinen onder het West-Romeinse Rijk viel, kan je heden ten dage heel wat musea of archeologische sites in een virtuele vorm bezoeken. Het bekendste museum van Frankrijk bijvoorbeeld, het Louvre in Parijs, biedt enkele online bezoeken aan, waaronder eentje aan de zeer ruime Egyptische collectie. Daarnaast is het ook mogelijk om het museum in een volledige 360° in virtual reality te doorzoeken. Een andere ervaring (naast een databank met daarin al hun gedigitaliseerde objecten) biedt het Altes Museum, één van de vele museumpartners uit de wereld die samenwerken met een ander platform van Google, Arts & Culture. Daarop kan je voor het Berlijnse museum maar liefst zeven online exposities bezoeken, waaronder eentje met de tongue-in-cheek titel: ‘When Cleo met Julius … by rolling herself up in a carpet‘. Ook het Pergamonmuseum in de Duitse hoofdstad opent virtueel zijn deuren, hetgeen je bijvoorbeeld toelaat om in te zoomen op de details van de friezen van het Pergamonaltaar. De mobiele applicatie van Google laat ook toe om enkele van deze exposities in virtual reality te beleven. Datzelfde gebeurt ook bij het Londense British Museum, die naast een eigen online collectie, ook op hetzelfde platform een online expositie over religie in het Egypte na de farao’s aanbieden. Het Museo Arqueológico Nacional (MAN) in Madrid gaat zelfs nog een stap verder en ontwikkelde een eigen applicatie (die ook op het web beschikbaar is), waarbij je zaal per zaal kan binnenwandelen en verder onbeperkt inzoomen op de vele archeologische objecten uit de Oudheid die in de vitrines liggen en onder meer de geschiedenis van de provincie Hispania vertellen.

Ook in Italië (en vooral haar hoofdstad) bestonden al verschillende initiatieven om de Oudheid op een virtuele manier tastbaar te maken, denk maar aan een 3D-bezoek aan het hedendaagse Rome of Rome Reborn, een ervaring in virtual reality die de stad rond 320 n.C. nabouwt. Dat laatste project – al begonnen in de jaren 90 van de vorige eeuw – maakt het ook mogelijk om met een VR-bril (zoals de Oculus Rift) over de Romeinse hoofdstad te vliegen, een waarlijk unieke ervaring.

Met de recente ontdekkingen van nieuwe huizen en de vele andere restauraties in Pompeï en Herculaneum in het achterhoofd, is een virtueel bezoek aan beide steden zeker de moeite waard. Je hebt zelfs de keuze tussen bijvoorbeeld een geleide wandeling van Pompeï op YouTube – van meer dan 5 uur, maar wel in 4K! – of ook een zelfgekozen pad via Google Street View. Voor Herculaneum kan je dan weer een volledige 360°-ervaring beleven.

En als je toch liever in de gesloten ruimte van een museum de schatten van beide steden bekijkt, kan je altijd terecht op de online tentoonstelling van het nationaal archeologisch museum van Napels over de stillevens van oud-Romeinse aristocraten uit Pompeï en Herculaneum.

8 musea uit de hoofdstad verenigden zich recent ook om een virtuele tour (in het Italiaans of het Engels) te kunnen aanbieden en het gaat niet om de minste:

  • Musei Capitolini
  • Museo dell’Ara Pacis
  • Museo Napoleonico
  • Mercati di Traiano – Museo dei Fori Imperiali
  • Casino Nobile di Villa Torlonia
  • Centrale Montemartini
  • Museo delle Mura
  • Museo di Roma

Je kan tentoongestelde objecten bekijken of krijgt meer informatie erover, maar evengoed navigeer je door de musea zoals op Google Streetview. Ook wanneer er video of audio beschikbaar is, kan je dit aanklikken. Mogelijk sluiten in de toekomst nog meer musea uit Rome zich aan bij dit project en kan je als bezoeker nog meer collecties van thuis uit ontdekken.

Oost-Romeinse Rijk

Ook in het oosten van het Romeinse Rijk valt veel te beleven online. In Griekenland alleen al bieden verschillende musea hun verzamelingen aan in virtuele vorm. In de hoofdstad Athene kan je op bezoek bij onder meer het Benaki Museum of Greek Culture voor een 360°-tour, het Museum of Cycladic Art (via Google), het nationaal Archeologisch Museum (met een uitgebreide online collectie) en niet te vergeten natuurlijk, het vernieuwde Acropolis Museum. Het bekendste museum van Griekenland heeft naast een eigen pagina op Google Arts & Culture, ook een volledige website met digitale toepassingen voor educatieve doeleinden. Daarop kan je bijvoorbeeld een virtuele – en volledige – representatie van de Parthenonfriezen bewonderen. Recent investeerde de regering van het land ook in een website met zoekplatform, Search Culture, waarop in totaal meer dan 400 000 items zijn verzameld uit 67 collecties (waaronder musea, archieven, culturele stichtingen en dus ook oudheidkundige objecten uit allerlei plaatsen). Tot slot is er ook een nieuwe applicatie waarbij je een volledige virtuele tour kan maken op de Acropolis en kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten.

De Acropolis Virtual Tour waarmee je kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten

In Macedonië – of Noord-Macedonië zoals het land sinds kort wordt genoemd – was er al het project Macedonia From Above, waarbij verschillende musea en historische sites in 360°-perspectief te bezichtigen zijn. De virtuele tour brengt je bijvoorbeeld ook langs Stobi, een oorspronkelijke Paeonische nederzetting die in de 3e eeuw v.C. door Antigonus Gonatas en Philippus V bij Macedonië werd ingelijfd, en die in 168 v.C. onder Romeins gezag kwam. Een Romeins theater en het paleis van keizer Theodosius I zijn hiervan de zichtbare getuigen.

Het huidige Syrië was als Romeinse provincie onder dezelfde naam bekend, maar heeft natuurlijk ook uitgebreid historisch erfgoed van eerdere en latere periodes. Jammer genoeg zijn de voorbije jaren verschillende van deze sites ten prooi gevallen aan verschillende groeperingen die er vernietigingen hebben aangebracht. Het ‘Syrian Heritage Archive’-project (in samenwerking met het Berlijnse Staatliche Museen) probeert dat ook om dit erfgoed ten minste digitaal te bewaren. Op de website kan je dan navigeren op de kaart van de verschillende erfgoedsites en vind je ook meer informatie (in woord en beeld) over de overblijfselen van de Oudheid in het land. Buurland Libanon is dan op zijn beurt de nieuwste toevoeging aan het ‘Reborn’-project: Baalbek Reborn presenteert de antieke site van Heliopolis met de monumenten uit de Romeinse periode in VR en via zogenaamde flyovers, prachtige video’s waarbij je in vogelvlucht de stad te zien krijgt.

Voor het antieke Turkije bestaat zelfs een volledige website waarbij een dertigtal sites (waaronder steden als Efeze, Milete en Laodikeia) volledig in 3D werden ingescand. KU Leuven, onze eigenste universiteit, heeft al sinds 1990 een archeologisch project lopen op de antieke site van Sagalassos (in Pisidië, in het zuidwesten van Turkije). De onderzoeksgroep archeologie (eerst onder leiding van professor emeritus Marc Waelkens, intussen opgevolgd door professor Jeroen Poblome) begeeft zich – normaal gezien toch – jaarlijks in de zomer naar daar voor een nieuwe opgravingscampagne. Unieke vondsten zoals een kolossaal beeld van keizer Hadrianus, maar ook verschillende delen van de antieke stad uit meerdere periodes, bijvoorbeeld een laathellenistische Dorische tempel, de bovenste en lagere agora of het Nymphaeum van Antoninus Pius, zijn nu te bezichtigen (of zelfs na te bouwen) via de 3D-modellen op Sketchfab. Daarnaast is ook de tentoonstelling ‘Meanwhile in the Mountains: Sagalassos’ die momenteel in het Yapi Kredi Cultural Centre in Istanboel staat volledig virtueel, met de mogelijkheid tot VR, te bezoeken: een aanrader!

Egypte & de rest van de wereld

Ook in Egypte en de rest van de wereld zijn er allerhande initiatieven om in deze periode – en hopelijk nadien – digitaal de Oudheid (en andere historische periodes) in beeld te brengen. Het Egyptische minsterie van toerisme besloot om de dagelijkse lichtshow op plateau van Gizeh aan te passen aan COVID-19 en liet boodschappen zoals “Experience Egypt from Home. Stay Home. Stay Safe.” in het Engels en Arabisch op de piramides projecteren. Bovendien lieten ze het slechte nieuws dat de opening van het Grand Egyptian Museum in Caïro nog tot 2021 op zich zou laten wachten, volgen op het goede nieuws dat verschillende toeristische trekpleisters in digitale vorm te bezoeken zouden zijn. Blikvangers hierbij zijn het graf van Meresanch III (de nicht en vrouw van farao Chefren), het graf van Menna (een hooggeplaatste Egyptische functionaris uit de 18de dynastie) en het rode klooster van Sohag (gesticht in het begin van de 4de eeuw n.C. door de heilige woestijnvader Pischoi). Ook het graf van Ramses VI uit de Vallei der Koningen is op deze manier te bezoeken (en daarbij kan je proberen om de verschillende graffiti met zijn naam die Dryton, een Griekse officier uit de 2de eeuw v.C. uit de regio van Thebe, hier als toerist heeft achtergelaten). Elke virtuele ervaring bevat gedetailleerde 3D-beelden waarmee gebruikers kunnen “wandelen” door op hotspots langs de verdiepingen van de structuren te klikken.

Ook in de Verenigde Staten bieden meerdere musea hun collectie digitaal aan. Het bekende Metropolitan Museum (‘The Met’) uit New York bezit ook een hele schare antiquiteiten uit de Oudheid. De historische tijdlijn op de website van Google Arts & Culture maakt het mogelijk om chronologisch door hun collectie van Egyptische, maar ook Grieks-Romeinse objecten te scrollen. Hetzelfde kan je doen voor het J. Paul Getty Museum in Los Angeles, dat eveneens over een uitgebreide collectie Griekse, Romeinse en Etruskische beelden en vazen beschikt, bovendien tentoongesteld in een replica van de ‘Villa dei Papiri’ in Herculaneum.

Ook in andere continenten vinden we musea die (gedeeltelijk) gewijd zijn aan de Oudheid en hun collectie digitaal openstellen. Het befaamde Hermitage Museum van Sint-Petersburg doet dat door alle zalen van het grote Russische museumcomplex (waaronder enkele tientallen in het teken van Griekse of Romeinse kunst) virtueel te laten bezoeken. Ook het Braziliaanse Museu Nacional in Rio de Janeiro, dat in 2018 een zware brand te verwerken kreeg, werd opgenomen in het Arts & Culture-project. Daardoor zijn een heleboel hoogtepunten uit hun oudheidkundige collectie (Egyptische mummies, maar ook Griekse kunst of fresco’s uit Pompeï) nog in digitale vorm bewaard gebleven en kan dit mogelijk waardevol blijken bij een eventuele restauratie van de gevonden resten van deze collectie.

Games over de Oudheid

Ook games bieden enorme mogelijkheden om de Oudheid digitaal te recreëren, denk maar aan de reeks Assassins Creed, waarvan een game (‘Origins’) zich afspeelde in Ptolemaeïsch Egypte, en een andere (Odyssey) het Griekenland ten tijde van de Peloponnesische Oorlog opnieuw tot leven bracht. De ontwikkelaars van deze reeks (Ubisoft) staken enorm veel tijd in het zo realistisch mogelijk nabootsen van de historische setting (bijvoorbeeld de gebouwen, maar ook klederdracht). Hierdoor brachten ze voor beide games ook een ‘Discovery Mode’ uit, die door leerkrachten geschiedenis, maar ook door classici kan worden gebruikt om op een educatieve manier deze periodes uit de Oudheid te onderwijzen.

Ook VR en AR hebben het potentieel om ooit (in games of in educatieve applicaties) een meerwaarde te creëren, maar dit hangt natuurlijk sterk samen met de technologische ontwikkelingen. De laatste jaren hebben bepaalde toepassingen (zoals een VR-bril of mobiele AR-applicaties) dankzij hun goedkopere ontwikkeling en prijs meer en meer aan populariteit gewonnen, maar de definitieve doorbraak hiervan laat momenteel toch nog even op zich wachten.

Alleen nog digitale cultuur?

We leven momenteel in onzekere tijden, maar het lijkt toch niet uitgesloten dat we weldra opnieuw in staat zullen zijn om te reizen. Dat zou dan ook betekenen dat we opnieuw (oudheidkundige) musea en sites ter plaatse kunnen gaan bewonderen, iets dat voorlopig – in onze ogen althans – niet kan vervangen worden door de digitale of virtuele alternatieven. Het is natuurlijk wel toe te juichen dat meer en meer culturele organisaties – ook in België, echter wel met wat achterstand op vele (rijkere) buitenlandse organisaties – hun collecties, zowel objecten als onderzoek, digitaal ter beschikking stellen. Dit laat namelijk een meer democratische toegang tot bijvoorbeeld de Oudheid toe (hoewel dit natuurlijk ook sterk afhankelijk is van al dan niet toegang tot technologie) en initiatieven zoals Google Arts & Culture zorgen voor een lagere instapdrempel bij online tentoonstellingen opgebouwd rond specifieke thema’s of collecties. Toch kijken we al uit naar het moment waarop we opnieuw in Rome kunnen rondstruinen langs de vele bezienswaardigheden, in Griekenland kunnen rondtrekken van Sparta tot Athene of in Egypte nogmaals alle Grieks-Romeinse tempels kunnen bezichtigen. Tot dan behelpen we onszelf maar met elke week minstens eenmaal een van de hierboven opgesomde alternatieven virtueel te bezoeken…

10/04/2021: deze blogpost werd geüpdatet met enkele recente toevoegingen van virtuele activiteiten uit onder meer het GRM, de Nederlandse musea, de virtuele tours van de Acropolis en de Romeinse musea en het ‘Baalbek Reborn’-project.

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/feed/ 0 1505
‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/ https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/#respond Mon, 18 Feb 2019 14:53:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1257 Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe "anders" dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun "vreemde" gewoonten. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus’.

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. Ze spraken en schreven een taal die niet verwant is met de vele Italische talen die hun buren spraken, en die tot op vandaag nog steeds niet helemaal ontcijferd is. We kennen de Etrusken dan ook vooral via de geschriften van de Grieken en de Romeinen over hen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe “anders” dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun “vreemde” gewoonten. Dit alles maakt dat er een zweem van mysterie over de Etrusken hangt, die aanleiding geeft tot fascinatie enerzijds, maar ook vele vergezochte theorieën en misverstanden anderzijds. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus‘.

De Etrusken

De 6de-eeuwse ‘sarcofaag van de echtgenoten’: de Etrusken op het hoogtepunt van hun macht

De Etrusken bewoonden stadstaten in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Ze vormden een culturele, maar niet altijd een politieke eenheid. Over de oorsprong van de Etrusken bestond er al in de oudheid veel discussie: omwille van hun vreemde taal en de duidelijk zichtbare oosterse invloeden konden sommigen maar moeilijk geloven dat het volk autochtoon was. De meest invloedrijke theorie was die van Herodotus, die schreef dat de Etrusken oorspronkelijk geëmigreerde Lydiërs waren. Ook sommige moderne onderzoekers hangen deze these aan. Andere hypotheses noemen de Alpen, Centraal-Europa of Thessalië (of aliens, in bepaalde, liever te vermijden, regionen van het wereldwijde web). Al verschillende keren trachtten wetenschappers de kwestie op te lossen via DNA-onderzoek, maar de resultaten wijzen telkens in een andere richting (maar nooit naar aliens).

Wat er ook van zij, de Etrusken waren eeuwenlang een macht om rekening mee te houden in het Middellandse Zeegebied. In het bijzonder van de 7de tot de eerste helft van de 5de eeuw v.C. kenden de steden een grote bloei. Vernieuwingen in de landbouw, ontginning van bodemrijkdommen en de resulterende ambachtelijke productie maakten op hun beurt een intensieve lange-afstandshandel mogelijk, waar de Etrusken gretig van profiteerden. Hun welvaart werd in latere tijden legendarisch. Tot de slag bij Cumae (474 v.C.) beheersten de Etrusken en hun Carthaagse bondgenoten de westelijke Middellandse Zee, en ook over land deden de stadstaten aan expansie. Vanaf de 4de eeuw botsten ze echter op de territoriale aspiraties van het groeiende Rome, waaraan ze in de loop van de volgende anderhalve eeuw een voor een ten prooi vielen. Langzaamaan verdween ook de Etruskische cultuur, en de inwoners van Etrurië assimileerden met de Romeinen.

Notoire feestvierders

De fabelachtige rijkdom van de Etrusken leverde hen ook de reputatie van feestvarkens op. Volgens Diodorus Siculus waren de oogsten in Etrurië zo overvloedig, dat de Etrusken niet een-, maar tweemaal daags een overdadig banket konden organiseren. Aangezien de Etrusken ook grote handelaars waren, kwamen er naast de lokale landbouwproducten ook allerlei exotische spijzen op tafel. Theopompus geeft een levendige beschrijving van hoe het er volgens hem aan toeging bij zo’n luxueus banket: er werden grote hoeveelheden wijn geconsumeerd – niet alleen door de mannen, maar ook door de vrouwen! -, waarop het geheel ontaardde in een orgie waarbij de Etrusken het met iedereen deden: hun vrouwen, prostituees, maar het liefst van al met jongemannen, en dat “terwijl de lampen nog aan waren”!

Een typische banketscène uit de Tomba della Nave: de slaven zijn weliswaar naakt, maar de vrouwen kunnen bezwaarlijk losbandig genoemd worden

Schilderingen in Etruskische graven beelden ook zulke banketten af, evenwel zonder de seksuele escapades, die misschien wel het resultaat waren van de levendige verbeelding van Theopompus of zijn informanten. Wel komen we wel degelijk vrouwen tegen in deze banketscènes, een groot contrast met de Griekse wereld, waar het leven van de elitevrouw zich grotendeels in het vrouwenvertrek afspeelde. Deze relatieve vrijheid leverde de Etruskische vrouw een slechte reputatie op bij de Grieken en de Romeinen. Entertainment kon tijdens de maaltijd natuurlijk ook niet ontbreken, en de Etrusken staan bekend om hun voorliefde voor muziek. Veel afbeeldingen van banketten tonen dansers en muzikanten: vooral blazers, maar ook snaarinstrumenten en percussie zijn vertegenwoordigd. Sommige muurschilderingen tonen ook het typisch Griekse drankspel kottabos.

Muzikanten begeleiden een banket in de Tomba della Leopardi

De ‘obesus etruscus’

De sarcofaag van Lars Pulena, een voorname inwoner van Tarquinia

 

In de ogen van de Romeinen, die steeds op hun hoede waren voor luxuria, kon er uit zulke schranspartijen natuurlijk niets goeds voortkomen. De echte of vermeende Etruskische hang naar luxe en de daaruit voortkomende decadentie zorgde voor een beeld van een zwak, ‘ontmand’ volk. Tegen de 1ste eeuw v.C. kwam daar nog een gerelateerd stereotype bij: dat van de zwaarlijvige Etrusk. Catullus voert in zijn 39ste Ode, waarin hij het sociale gedrag van een Romeinse man hekelt, de ‘obesus Etruscus’ op. Vergilius heeft het op zijn beurt dan weer over de ‘pinguis Tyrrhenus’, de vette Tyrrheen (een andere benaming voor de Etrusken). De context is echter niet per se negatief: hij beschrijft een religieuze ceremonie, waar de Etrusken beroemd om waren, en later in hetzelfde gedicht wordt ook de vruchtbare bodem als pinguis omschreven. Het is Vergilius dus eerder te doen om de overvloed van het Italiaanse land.

De zogenaamde ‘sarcofago dell’obeso’ in het Museo Archeologico Nazionale di Firenze

20ste-eeuwse historici verbonden deze opmerkingen met bepaalde Etruskische sarcofagen, waarop de overledene eerder corpulent afgebeeld werd. Deze beelden dateren echter van het einde van de vierde tot het midden van de 2de eeuw, honderd jaar voor Catullus en Vergilius actief waren. De sculpturen worden vaak gecontrasteerd met de klassieke Grieks-Romeinse kunst, die eerder afkerig stond tegenover het afbeelden van imperfecties. Het gaat altijd om mannen, vaak van middelbare leeftijd en voormalige magistraten of priesters. De twee poëtische Romeinse passages, die uit een heel andere tijd en context stammen, worden vaak gecombineerd met deze objecten om het beeld te creëren van de ongezonde, decadante Etrusk: zo verwijst men bijvoorbeeld naar deze sarcofaag als de ‘Sarcofago dell’Obeso’, naar de opmerking van Catullus.

De Etruskische levensstijl

Zijn er redenen om aan te nemen dat de Etrusken er een ongezonde levensstijl op nahielden? Archeologische en iconografische bronnen tonen inderdaad de ontwikkeling van een banketcultuur als deel van de identiteit van de opkomende aristocratie vanaf de zogenaamde oriëntaliserende periode (700-575 v.C.). De elite benadrukte op deze manier haar rijkdom en economische macht, wat in het Engels mooi omschreven wordt als ‘conspicuous consumption’. Tijdens zulke banketten werd er volop vlees en wijn geconsumeerd, en de aristocraten die eraan deelnamen, letten daarbij allicht niet al te veel op hun lijn. Zij waren echter zeker niet representatief voor de Etruskische bevolking als geheel. Bovendien werden ook lang niet alle Etruskische aristocraten uit de Hellenistische periode op een mollige manier vereeuwigd. In andere kunstvormen werden Etrusken evenmin als zwaarlijvig voorgesteld.

Mannen en vrouwen liggen samen aan in deze banketscène uit de Tomba dei Leopardi

Het dieet van de gemiddelde Etrusk zag er naar alle waarschijnlijkheid heel anders uit dan de beroemde aristocratische exploten. Archeologisch onderzoek bevestigt de belangrijke rol van graanproducten, en ook peulvruchten als bonen en linzen werden regelmatig gegeten. Net als in de rest van het Middellandse zeegebied, speelde de olijf eveneens een belangrijke rol in het Etruskische dieet. Er zijn ook sporen van veeteelt gevonden, en in de loop van het eerste millennium v.C. werd met name het fokken van varkens en het houden van pluimvee alsmaar belangrijker. Analyse van beenderen en tanden toont echter aan dat de meeste Etrusken grotendeels vegetarisch aten. Het nuttigen van vlees bleef voor hen waarschijnlijk beperkt tot religieuze en andere ceremonies. In de kuststeden behoorden uiteraard ook vis en schaaldieren tot het dieet.

Dit reliëf uit het graf met de toepasselijke naam Tomba della Caccia e Pesca beeldt onder andere vissers af

Sarcofagen: ideologie en artistieke trends

Octodrachme van Ptolemaios III

De iconografische voorstellingen van ‘obese’ Etrusken zijn dus al bij al beperkt: het gaat enkel om mannen, afgebeeld op sarcofagen en urnes tijdens de Hellenistische periode. Veel van deze werken vertonen stilistische gelijkenissen die suggereren dat ze in een beperkt aantal werkplaatsen gemaakt werden, bijvoorbeeld in Chiusi. Eerdere monumenten uit dezelfde stad beeldden daarentegen sterk geïdealiseerde lichamen af. Het is weinig waarschijnlijk dat de inwoners van Chiusi doorheen de tijd plots massaal bijkwamen. De afbeelding van het Etruskische lichaam had dus meer te maken met culturele conventies. De link met de ‘conspicuous consumption’ en de overvloeds-ideologie van de Etruskische elite is dan snel gelegd. Aangezien deze monumenten typisch zijn voor de Hellenistische periode, zien sommige onderzoekers een verband met de afbeelding van de Ptolemaeïsche koningen uit Egypte (305-30 v.C.), in wier ideologie overvloed eveneens een grote rol speelde. De eerste Etruskische voorbeelden dateren echter al uit de late 4de eeuw. Het gaat om kostelijke kunstwerken, met veel oog voor detail vervaardigd in opdracht van vooraanstaande families; mogelijk gaat het hierbij om een waarheidsgetrouwe afbeelding van deze prominente personen, voor wie een corpulent lichaam welvaart en gezondheid uitstraalde. Vanaf de 3de eeuw werden zulke afbeeldingen dan een echte trend.

Romeinse stereotypes

Een Romein die dezelfde beelden zag, interpreteerde de signalen waarschijnlijk heel anders dan de Etrusken zelf. Maar de oorsprong van de Romeinse conceptie van de ‘vette Etrusk’ hangt eerder samen met het algemene beeld van decadentie dat de Romeinse auteurs van de Etrusken ophangen. Zo schrijft Posidonius dat de Etrusken vroeger een mannelijk en krijgshaftig volk waren, maar de Etrusken van zijn tijd hun dagen doorbrachten met drinken en ‘onmannelijk’ vermaak. De Etrusken van de 1ste eeuw v.C. waren inderdaad niet meer zo machtig als hun voorouders. Voor de Romeinen lag de oorzaak daarvan in de rijkdom van de oorspronkelijke Etrusken, die hen week en decadent maakte, en uiteindelijk tot hun verval leidde. Deze schrijvers wilden Rome behoeden voor hetzelfde lot. Ze problematiseerden aldus gewoontes die onwenselijk zijn in een Romeinse context, zoals de ongetwijfeld overvloedige banketten. Voor de Etruskische elite was dit echter een manier om sociale banden aan te halen binnen en buiten de gemeenschap. Zelfs tussen deze buurvolkeren was interculturele communicatie dus niet vanzelfsprekend. De Romeinse bronnen vertellen ons tot op zekere hoogte iets over de Etruskische realiteit, maar weerspiegelen vooral de waarden van de Romeinse elite. De moraliserende schrijvers waren overigens niet bijzonder succesvol in hun missie: vandaag associëren we vooral de Romeinen met overvloedige banketten en orgieën!

Lees meer

Becker, H., ‘Luxuria prolapso est: Etruscan Wealth and Decadence’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 293-304.
Briquel, D., La civilsation étrusque, Parijs, 1999. (In het bijzonder de sectie ‘Usages scandaleux aux yeux des Grecs’)
Colivicchi, F., ‘Banqueting and Food’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 207-220.
Kistler, E., ‘Feasts. Wine and Society in the eight-sixth centuries BCE’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 195-206.
Korenjak, M., ‘The Etruscans in Ancient Literature’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 35-52.
Turfa, J. M., ’The Obesus Etruscus: Can the Trope be True?’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 321-336.

Wie niet genoeg kan krijgen van de fascinerende Etruskische beschaving, kan vanaf dinsdag 19 februari terecht bij de collegereeks georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) Vlaams-Brabant. Meer informatie via Nico Dogaer of op Facebook.

Coverfoto: foto van sculptuur van een Etruskische sarcofaag van een ‘obesus Etruscus’ uit het Boston Museum of Fine Arts (Public Domain)

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/feed/ 0 1257
Voetbal in de Oudheid: feit of fabel? https://www.oudegeschiedenis.be/13/07/2018/voetbal-in-de-oudheid-feit-of-fabel/ https://www.oudegeschiedenis.be/13/07/2018/voetbal-in-de-oudheid-feit-of-fabel/#respond Fri, 13 Jul 2018 15:35:24 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=945 "Ball Players" in het National Archeological Museum in Athene.

Waar en wanneer is voetbal eigenlijk ontstaan? Voor zover bekend kwam het voetbal zoals wij dat kennen pas door de standaardisering van de spelregels in de tweede helft van de 19de eeuw in Groot-Brittannië tot stand. In het oude China, Griekenland en Rome zouden echter reeds vroege vormen van voetbal bestaan hebben. Voetbal in de Oudheid: feit of fabel?

Het bericht Voetbal in de Oudheid: feit of fabel? van Sofie Waebens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
"Ball Players" in het National Archeological Museum in Athene.

Het WK voetbal in Rusland nadert stilaan zijn hoogtepunt, al is voor ons Belgen de kans verkeken op de wereldtitel. De Fransen bleken in de halve finale met 1-0 net te sterk voor onze Rode Duivels. Spijtig, al staat zaterdag wel nog de kleine finale op het programma, met de derde plaats als inzet. Met de overwinning op Brazilië schreef onze nationale ploeg trouwens alvast voetbalgeschiedenis, daar is iedereen het over eens. Maar over geschiedenis gesproken: waar en wanneer is voetbal eigenlijk ontstaan? Voor zover bekend kwam het voetbal zoals wij dat kennen pas door de standaardisering van de spelregels in de tweede helft van de 19de eeuw in Groot-Brittannië tot stand. In het oude China, Griekenland en Rome zouden echter reeds vroege vormen van voetbal bestaan hebben, zo is onder meer te lezen op de website van de FIFA, de wereldvoetbalbond. Voetbal in de Oudheid: feit of fabel? Tijd om de geschiedenis van het voetbal in te duiken en ons te verdiepen in deze populaire sport, die ook de inspiratie vormde voor één van de bekendste wetenschappelijke artikels over de Oudheid.

De vroegste geschiedenis: het oude China

Over de oorsprong van het voetbal heerst heel wat onduidelijkheid, maar de eerste balspelen dateren al van 3000 jaar geleden. Met name in China bestond reeds vanaf de 3de eeuw v.C. een balspel, Tsu-chu of cuju -letterlijk: “met de voet tegen een bal schieten”- genaamd, waarbij een leren, met veren of haren gevulde bal in een doel getrapt moest worden. Dit behendigheidsspel, dat in 2004 door de FIFA officieel erkend werd als de bakermat van het moderne voetbal, maakte oorspronkelijk deel uit van de training van soldaten, maar werd al snel opgepikt als tijdverdrijf door zowel de hogere als lagere klassen. Het werd gespeeld op een rechthoekig veld, met twee teams bestaande uit zes spelers en met aan weerszijden zes putten. Tijdens de Han-dynastie (206 v.C.-222 n.C., dus ongeveer ten tijde van het hellenisme en de vroege Keizertijd) verspreidde het spelletje zich over heel China en tijdens de daaropvolgende eeuwen groeide cuju zelfs uit tot een professionele sport, waarbij voortaan gespeeld werd met een met lucht gevulde bal en twee netten als doel.

Schilderij van Du Jin uit de Ming-dynastie, waarop te zien is hoe dames in elegante gewaden Cuju spelen

Vanaf de 10de eeuw ontstonden in de grote steden ook clubs, waar cuju onderricht werd, en werd een jaarlijks nationaal kampioenschap (Shan Yue Zheng Sai) georganiseerd. In het keizerlijk paleis werden ook geregeld wedstrijden gehouden tussen professioneel getrainde spelers op speciaal daarvoor voorziene speelvelden (Zhu Qiu). Deze vonden niet enkel plaats om de keizer en zijn entourage te vermaken, maar ook om belangrijke gelegenheden zoals de verjaardag van de keizer luister bij te zetten. Ook vrouwen namen overigens deel aan het spel, want op een schilderij daterend uit de Ming-dynastie (circa 1400-1500) zien we enkele hofdames, gekleed in elegante gewaden, een bal heen en weer trappen.

Een bijzondere archeologische vondst

Cover van FIFA News met de grafsteen van Gaius Laberius

Ook bij de Grieken en Romeinen waren balspelen populair, vooral in latere tijden. De oudste afbeelding van een voetbalspeler zou zelfs te vinden zijn op een Romeinse grafsteen uit de 1ste of 2de eeuw n.C., die gevonden werd in het Kroatische dorpje Sinj, niet ver van Split. In 1969 haalde deze grafsteen zelfs de voorpagina van het ‘FIFA News’-magazine met de kop ‘Archaeology and football‘. Volgens het bijhorend artikel, dat zich baseerde op de bevindingen van Josip Britvić, een lokale amateurarcheoloog, zou de grafsteen het bewijs zijn dat een vroege vorm van voetbal reeds van oudsher gespeeld werd in Dalmatië, het huidige Kroatië. Op de grafsteen is inderdaad een jongen afgebeeld met een bal met zeshoekige vlakken in zijn handen. Volgens het bijhorende opschrift stierf het jongetje, dat Gaius Laberius heette, reeds op zevenjarige leeftijd, tot groot verdriet van zijn moeder (TM 185762). Of dit betekent dat de oorsprong van het voetbal inderdaad in Kroatië moet worden gezocht, zoals Britvić beweert, laat het artikel in het midden, maar de grafsteen is om deze reden wel één van de attracties van Sinj en heeft zelfs een eigen Twitter-account (@GaiusLaberius).

Gezien de grootte van de bal wordt de grafsteen door onderzoekers echter eerder in verband gebracht met harpastum, een balspel dat bijzonder populair was in het hele Romeinse Rijk en zich vermoedelijk ontwikkelde uit phaininda of episkyros, twee Griekse balsporten die in ploeg gespeeld werden. Ook deze werden in het verleden overigens beschouwd als voorlopers van het moderne voetbal, voornamelijk op grond van de afbeelding van een episkyros-speler op een Attische vaas uit de 4de eeuw v.C. Het gaat hier om een jonge atleet, die als onderdeel van zijn training een bal laat balanceren op zijn opgetrokken rechterdijbeen, een houding die doet denken aan die van een voetbalspeler. Geen wonder dus dat deze “Maradona” in 1994 op Griekse postzegels prijkte als voorouder van een moderne voetbalspeler.

Griekse postzegel gemaakt voor het WK 1994 met afbeelding van de Episkyros-speler

Balspelen, goed voor de gezondheid?

De Grieks-Romeinse arts Galenus schreef een volledig werk over oefeningen met de kleine bal: De parvae pilae exercitu

Al waren balspelen dus wel degelijk populair in de Griekse wereld, niet enkel bij kinderen (zowel jongens als meisjes), maar ook bij atleten als onderdeel van hun training, toch tonen de schaarse geschreven bronnen aan dat de bal bij dergelijke spelen niet werd getrapt, maar gegooid. Sterker nog, de bekende Grieks-Romeinse arts Galenus raadde in de 2de eeuw n.C. in zijn werk ‘Oefeningen met de kleine bal’ balspelen zelfs aan als de ideale sport voor een gezond lichaam, want “het harde gooien van een bal over een vrij lange afstand, waarbij de benen weinig of zelfs helemaal niet gebruikt worden, oefent het bovenste gedeelte van het lichaam. Het zo ver mogelijk gooien van een bal na een lange, snelle loop, waarvoor weinig worpen nodig zijn, oefent het onderlichaam” (De parvae pilae exercitu 4).

In de Romeinse wereld genoten balspelen overigens een bijzonder grote populariteit, niet alleen bij de gewone bevolking, maar ook bij vooraanstaande politici en keizers zoals Caligula. Onder de ruim 10 000 teksten die werden teruggevonden in Pompeï, de stad die in 79 n.C. bedolven werd door de uitbarsting van de Vesuvius, vinden we onder meer het volgende opschrift: Epaphra philicrepus non est (“Epaphra is niet goed in balspelen”; TM 524723). Niet alleen op straat, maar ook in de publieke badhuizen werd overigens geregeld gebald, zoals blijkt uit archeologische vondsten in Pompeï en Herculaneum en uit de geschreven bronnen. Daarbij kon het er hevig aan toegaan: in de Digesta, een verzameling geschriften van Romeinse rechtsgeleerden, wordt melding gemaakt van een jonge slaaf die door één van de spelers ruw uit de weg werd geduwd en daarbij zijn been brak (9.2.52.4). Een andere slaaf had nog minder geluk: hij kwam om het leven tijdens een scheerbeurt omdat de barbier getroffen werd door een verdwaalde bal (9.2.11). Cave pilam, “Pas op voor de bal!”, het weerklonk ongetwijfeld regelmatig in de straten van Rome…

Apopudobalia – apo-wat?

Toen in 1996 het eerste deel verscheen van Der Neue Pauly, Enzyklopädie der Antike (één van de belangrijkste naslagwerken voor de Klassieke Oudheid), stelden heel wat historici zich vragen bij de bijdrage ‘Apopudobalia’, geschreven door de jonge Duitse academicus Mischa Meier. Hierin wordt immers een antieke vorm van voetbal, gekend uit de Grieks-Romeinse Oudheid, beschreven, evenals de bronnen waarin deze sport vermeld wordt. Bestond voetbal in de Oudheid dan toch? Het duurde echter niet lang voordat een artikel verscheen in The Petronian Society Newsletter 28 (1998), waarin niet minder dan zes fouten geïdentificeerd werden door de auteurs, waaronder de spelling van de Griekse auteur Achilles Tatius als Achilleus Taktikos en de datering van enkele bronnen. Een vervolgartikel van de hand van Werner Hübner in de volgende editie van The Petronian Society Newsletter maakte echter snel duidelijk dat Meier de naam van de Griekse auteur met opzet verkeerd had geschreven, want het artikel was als grapje bedoeld en dus van begin tot eind verzonnen (tot zelfs de twee bibliografische referenties toe: “A. Pila” verwijst naar bal in het Latijn en “B. Pedes” naar voeten, samen dus voetbal). Door tijdsnood en publicatiedruk was het fictieve artikel (in het Duits ‘U-Boot’) echter onopgemerkt gebleven en in druk verschenen. Gevraagd naar de reden waarom hij het artikel had verzonnen, zei Meier in een online interview in 2010:

Es war ein spontaner Einfall.

Al snel kwam aan het licht dat het artikel “nur ein lustiger Scherz war”, maar het grapje had Meier duur te staan kunnen komen: de uitgeverij dreigde er in eerste instantie mee alle drukken terug te laten roepen en de kosten op hem te verhalen, maar zag hier vanaf toen bleek dat de meeste onderzoekers het grapje wel konden waarderen. Voor wie het zich trouwens afvraagt: het artikel is ondertussen beroemd geworden en de auteur, Mischa Meier, is professor oude geschiedenis aan de universiteit van Tübingen. Eind goed, al goed!

Meer lezen?

W. Behringer, Kulturgeschichte des Sports: vom antiken Olympia bis ins 21. Jahrhundert, München 2012.
H.A. Harris, Sport in Greece and Rome, New York 1972, p. 75-111.
M. Meier, “Scherzeinträge in Lexika: Von Steinläusen und Kurschatten“, spiegel.de, 7 maart 2010.
S. Remijsen en W. Clarysse, “Balspelen” en “Sport in het oude China”, http://ancientolympics.arts.kuleuven.be.

Coverfoto: “Ball Players”, een marmeren reliëf uit het National Archeological Museum in Athene, foto genomen door Giovanni (CC-SA 2.0) op Wikimedia.

Het bericht Voetbal in de Oudheid: feit of fabel? van Sofie Waebens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/13/07/2018/voetbal-in-de-oudheid-feit-of-fabel/feed/ 0 945