Middellandse Zee Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/middellandse-zee/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 20 Mar 2021 13:46:34 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Middellandse Zee Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/middellandse-zee/ 32 32 136391722 In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/#respond Fri, 21 Feb 2020 16:37:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1434

Het toerisme in Egypte beleefde vooral hoogdagen na de verovering door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel "binnenlandse" als "buitenlandse" reizen. In dit artikel gaan we in het spoor van Herodotus op zoek naar de typische plaatsen die werden aangedaan door keizers, soldaten, ambassadeurs of andere beambten.

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Met de geplande opening van het Grand Egyptian Museum in het vooruitzicht prijkt Egypte bovenaan menig lijstje met “top # plaatsen om te bezoeken in 2020”. De toeristische sector is erg belangrijk voor het land, en na enkele moeilijke jaren neemt het aantal bezoekers weer gestaag toe. Het rijke Egyptische verleden spreekt al veel langer tot de verbeelding van reizigers. Deze fascinatie gaat al terug tot in de Oudheid. Het toerisme beleefde vooral hoogdagen na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel “binnenlandse” als “buitenlandse” reizen. Verplaatsingen van de eerste soort behelsden vaak een bezoek aan een tempel in het kader van een pelgrimage. Uitheemse bezoekers waren doorgaans soldaten, ambassadeurs, of beambten die in staatsdienst in het land waren. Ook Romeinse keizers bezochten de provincie Aegyptus. De grootste keizerlijke toerist was zonder twijfel Hadrianus, die meer dan de helft van zijn regeerperiode onderweg was. Anderen reisden uit interesse: volgens Tacitus bezocht Germanicus Egypte “om de antiquiteiten te zien” (“cognoscendae antiquitatis“).

Naar aanleiding van zijn bezoek liet Hadrianus deze munt met verpersoonlijking van Egypte slaan. De figuur houdt een Egyptisch sistrum vast, en links ontwaren we een ibis, het heilige dier van Thoth.

Toerisme in Egypte: een lange geschiedenis

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in SaqqaraNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in Saqqara

Ook voor Egypte deel werd van de Grieks-Romeinse wereld werd er natuurlijk druk gereisd. Vanaf het Oude Rijk vinden we inscripties van passanten in de regio van het eerste cataract (het huidige Sehel-eiland). De eerste graffiti achtergelaten door ‘toeristen’ dateren uit de 18de en de 19de Dynastie: de kapellen rond de trappenpiramide van Djoser in Saqqara zijn bezaaid met inscripties van schrijvers die hun bewondering voor de site uitdrukken.

Vanaf de Late Tijd (664-332 v.C.) vonden meer en meer Grieken hun weg naar Egypte. Al in 591 v.C. kerfden Griekse huurlingen een boodschap in het linkerbeen van een beeld van Ramses II in Abu Simbel. Andere toeristen kwamen met vredelievendere bedoelingen: enkele illustere voorbeelden zijn de Atheense staatsman Solon, de wiskundigen Thales en Pythagoras en de filosoof Plato. De bekendste toerist was de historicus Herodotus, die zeer onder de indruk was: “Nergens zijn er zoveel wonderlijke zaken, noch zijn er ergens ter wereld zoveel werken van onbeschrijfelijke grootheid te zien.” Latere Grieks-Romeinse toeristen bekeken Egypte door de lens van deze voorgangers: ze hadden respect voor de oude Egyptische cultuur, maar tegelijk bleef het land ook exotisch en ‘barbaars’. Sommige graffiti van bezoekers gebruiken zo het woord “historeo“, “ik onderzoek”, een rechtstreekse verwijzing naar het werk van Herodotus.

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.

De tempel van Abu SimbelNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Abu Simbel

Bruisend Alexandrië

Halve drachme van de Romeinse keizer Antoninus Pius met de pharos en tetradrachme van de keizer Commodus met de pharos en een zeilschip

In de Grieks-Romeinse periode bereikten de meeste reizigers Egypte per boot, via de kosmopolitische havenstad Alexandrië. Bij het naderen van de kust werden ze begroet door een van de spectaculairste bouwwerken uit de oudheid: de pharos, een vuurtoren die meer dan 100 meter boven de zee oprees. De stad was niet alleen een belangrijk commercieel centrum, maar ook de intellectuele hoofdstad van het Middellandse Zeegebied. Bezoekers konden zich er vergapen aan spectaculaire sites die vandaag verdwenen zijn onder de moderne bebouwing. In het rijkversierde Mouseion en de bibliotheek kon men de grote geleerden van die tijd aan het werk zien. Het grote Serapeum, een van de beroemdste heidense tempels uit de Oudheid, was een andere populaire bezienswaardigheid. Gedistingeerde gasten werden ontvangen op het spectaculaire koninklijke paleis.

Alexandrië kende ook Egyptische elementen, zoals de “Cleopatra’s Needles” nu in Londen en New York

Het mausoleum van Alexander de Grote in de stad ontwikkelde zich tot een waar bedevaartsoord. In 48 v.C. kwam Julius Caesar het lichaam eer bewijzen, en hij werd daarin nagevolgd door talrijke latere keizers. Ook zijn adoptiefzoon Augustus bezocht het graf, en zou volgens kwatongen (Cassius Dio) een stukje van de neus van Alexander afgebroken hebben. Gevraagd of hij daarnaast de tombes van de Ptolemaeën wilde bezoeken, zou hij geantwoord hebben dat hij “een koning wilde zien, niet gewoon wat lijken”. De Hellenistische koningen zelf toonden zich ook niet altijd even respectvol tegenover de doden: aanvankelijk lag Alexander in een gouden sarcofaag, maar die werd door Ptolemaios X omgesmolten en vervangen door een glazen exemplaar.

De Grand Tour van het faraonische verleden

Veel reizigers trokken van Alexandrië naar het zuiden om met eigen ogen de monumenten uit de faraonische tijd te bekijken. De eerste attractie die men tegenkwam was Heliopolis. De lokale priesters genoten de reputatie bijzonder geleerd te zijn, en de stad trok dan ook veel filosofen aan. Vandaag blijft er van Heliopolis niet veel over: de monumenten zijn gebruikt als steengroeve voor de aanleg van Caïro. Hetzelfde lot viel de oorspronkelijke hoofdstad Memphis te beurt, een andere populaire stopplaats. Van de beroemde Ptah-tempel en het paleis van Apries zijn slechts schamele ruïnes overgebleven.

Tot de weinige overblijfselen die vandaag nog in Memphis zelf te bezichtigen vallen, behoort dit kolossale beeld van farao Ramses II

Andere trekpleisters in de buurt hebben de tand des tijds beter doorstaan. Een van de hoogtepunten van elke reis naar Egypte, toen zowel als nu, zijn de piramides van Gizeh. De antieke auteurs maakten daarbij dezelfde bedenkingen als menig moderne toerist; terwijl Diodorus zich verwondert over hun grootte en vakmanschap, veroordeelt Herodotus het morele karakter van mannen die zoveel middelen aanwendden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Over Cheops beweert hij dat hij zelfs zijn eigen dochter prostitueerde om fondsen te werven. In de Romeinse periode werd ook de sfinx, die tot de regering van keizer Nero onder het zand begraven lag, drukbezocht. Ingekerfde gedichten vergelijken de vredige Egyptische sfinx met diens wrede Griekse tegenhanger uit het verhaal van Oedipus.

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bijNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bij

Alvorens te arriveren in de religieuze hoofdstad Thebe, deden sommige bezoekers Hermopolis aan. Ter hoogte van deze stad verdronk de onfortuinlijke Antinoüs, de minnaar van keizer Hadrianus, tijdens een boottocht op de Nijl. Anderen stopten bij de dodentempel van Seti I in Abydos, bij de Grieken bekend als het Memnoneion.  In de Romeinse periode trok de plaats veel pelgrims aan; de tempel huisvestte toen een gerenommeerd orakel van de god Bes.

De tempel van Seti I in Abydos

De grootste concentratie aan faraonische monumenten vond men toen ook al terug in Thebe, het moderne Luxor. Al in de Romeinse periode leefde het – enigszins overdreven – beeld van het honderd-poortige Thebe als één groot openluchtmuseum. Net als vandaag stroomden er vele bezoekers samen aan de tempels van Karnak en Luxor, maar de populairste trekpleisters bevonden zich op de westoever van de Nijl. De absolute topattractie waren twee standbeelden van farao Amenhotep III, de zogenaamde ‘Kolossen van Memnon’. Griekse en Romeinse bezoekers dachten dat de sculpturen de Ethiopische held Memnon uit de Trojaanse Oorlog afbeeldden. Als gevolg van een aardbeving produceerde een van de beelden geluid bij het opkomen van de zon. Dit werd geïnterpreteerd als het zingen van Memnon naar zijn moeder Eos, de godin van de dageraad. De beelden zijn bezaaid met graffiti, waaronder een gedicht van de dichteres Julia Balbilla, die keizer Hadrianus vergezelde. Sinds de 3de eeuw n.C. is het beeld opgehouden met zingen, maar de sculpturen staan er nog steeds. Sterker nog, bij recente opgravingen werden fragmenten van meer beelden teruggevonden!

De Kolossen van Memnon vandaagNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Kolossen van Memnon vandaag

De moderne trekpleister Vallei der Koningen kreeg in de Oudheid eveneens veel bezoekers over de vloer. Grieken en Romeinen lieten meer dan 2000 graffiti achter in de tombes van de farao’s. Sommige bezoekers kennen we uit andere bronnen: papyrologen zijn bijvoorbeeld bijzonder enthousiast over de graffiti van Dryton, wiens levensloop goed gekend is via zijn papyrusarchief. Het is onduidelijk of de Grieks-Romeinse bezoekers begrepen wat ze zagen. De graffiti drukken in de eerste plaats bewondering uit. De populairste attractie was het graf van Ramses VI, waar we graffiti aantreffen van bezoekers uit het hele Middellandse Zeegebied. Uit sommige van deze inscripties blijkt dat de reizigers in kwestie dachten dat het de tombe van Memnon was, aan wie ook de Kolossen werden gelinkt. Deze obsessie voor de Homerische held Memnon (zie ook het ‘Memnoneion’ van Abydos) roept de vraag op in hoeverre de Grieks-Romeinse bezoekers echt in het faraonische verleden geïnteresseerd waren, dan wel vooral op zoek gingen naar echo’s van hun eigen tradities.

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VINico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VI

Echte fanatiekelingen zoals Strabo reisden na Thebe nog verder door naar het zuiden, naar het eiland Elephantine. Naast de grote Khnum-tempel oefende vooral de eerste cataract een grote aantrekkingskracht uit. Volgens Herodotus was dit de bron van de Nijl. Seneca en Strabo beschrijven het spektakel dat werd opgevoerd door de onverschrokken veermannen, die zich met boot en al in de stroomversnelling storten. De redenaar Aelius Aristides beweert er zelfs aan deelgenomen te hebben. Vandaag is het “oorverdovende gebrul” van de cataract evenwel het zwijgen opgelegd door de bouw van de nabijgelegen dam. Ook de Isis-tempel op het eiland Philae verwelkomde talrijke pelgrims en toeristen, die vele graffiti achterlieten.

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaarNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaar

Off the beaten track: krokodillen voederen in de Fayoem

Het Qarun-meer waarnaar de regio Fayoem genoemd is, via het Koptische phiom of “het meer”

Sommige reizigers bezochten naast de faraonische overblijfselen ook een meer recent ontwikkeld gebied: de Fayoem. Het droogleggen en in cultivatie brengen van grote delen van deze regio was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Ptolemaeïsche dynastie, die deze krachttoer ook graag etaleerde aan buitenlandse ambassadeurs. De papyri uit de Fayoem tonen dat zulke bezoeken nauwkeurig georkestreerd werden. Vooral Zenon, de manager van een groot landgoed, krijgt duidelijke instructies: hij moet de nederzettingen en de tempels voor de koning tonen, net als de wegen en de dijken, en bovenal benadrukken hoe nieuw alles is. In een andere brief wordt hem opgedragen om zo snel mogelijk strijdwagens en pakdieren in orde te maken voor ambassadeurs van Paerisades II, koning van Cimmerisch Bosporus, en uit Argos. Zenon wordt aangemaand om zich te haasten: op het moment dat de brief geschreven werd, was het schip net uitgevaren! Op het programma stond meestal ook een bezoek aan enkele faraonische overblijfselen, vooral het zogenaamde ‘Labyrint van Hawara’, het complex rond de dodentempel van Amenemhat III. Volgens Herodotus overtrof deze constructie zelfs de piramides.

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom OmboNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom Ombo

Ook toeristen die op zoek waren naar een bijzondere ervaring kwamen in de Fayoem aan hun trekken. In Krokodilopolis werd de god Sobek vereerd in de vorm van een heilige krokodil. De lokale priesters voederden het dier met brood, vlees en wijn meegebracht door bezoekers. Strabo’s beschrijving doet haast denken aan een malafide dolfinarium: nauwelijks heeft de krokodil het voedsel naar binnen gewerkt, of er staat al een nieuwe bezoeker klaar; de priesters snellen ernaartoe, vangen het dier, en stoppen hem opnieuw offers toe. Een brief bewaard op papyrus bevestigt dat deze praktijk een vast deel uitmaakte van de tour voor buitenlandse bezoekers: een beambte wordt opgedragen alles in gereedheid te brengen voor het bezoek van een Romeinse senator, inclusief “de gebruikelijke hapjes voor de krokodillen”. Een andere Romeinse ambassadeur kwam op een minder aangename manier in aanraking met de Egyptische dierenculten. Diodorus verhaalt hoe hij met eigen ogen aanschouwde hoe een menigte de doodstraf eiste voor een Romein die per ongeluk een kat had gedood. Ook toen loonde het dus om reisadvies in te winnen over de lokale gewoonten!

Lees meer

Casson, L., Travel in the Ancient World, Baltimore, 1994.

Meeus, A., ‘Life Portraits: Royals and People in a Globalizing World’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Medford, 2019, 89-99.

Rosenmeyer, P. A., The Language of Ruins: Greek and Latin Inscriptions on the Memnon Colossus (2018).

Rutherford, I. C., ‘Travel and Pilgrimage’, in C. Riggs (ed.), The Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, 701-716.

Van ‘t Dack, E., Reizen, expedities en emigratie uit Italië naar Ptolemaeïsch Egypte, Brussel, 1980.

Coverfoto: adaptatie van afbeelding ‘Le Sphynx apres les déblaiements et les deux grandes pyramides / Bonfils’ op Wikimedia (Public Domain) & ‘buste beroemde Griekse Herodotus’ op Pixabay

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1434
Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/#respond Fri, 12 Apr 2019 15:49:21 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1295 Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de 'Afrikaanse keizer'. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om "fake news", dan wel om een slimme strategie gaat.

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de ‘Afrikaanse keizer’. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om “fake news”, dan wel om een slimme strategie gaat.

In 193 n.C. was het Romeinse Rijk in een diepe crisis verwikkeld. De Praetoriaanse Garde had de heersende keizer, Pertinax, na enkele maanden regering van kant gemaakt, in reactie op diens pogingen om de discipline van de keizerlijke lijfwacht weer op te krikken. De Praetorianen verkochten de keizertitel per opbod: Didius Julianus, eerder nog de prefect van Gallia Belgica, wist de veiling te winnen met een belofte van 25 000 sestertii (ongeveer 1,6 kilogram goud) per soldaat. De Romeinse legioenen die in de provincies gelegerd waren, lieten zo’n schandelijke verkoop echter niet over hun kant gaan en al snel kwamen drie commandanten openlijk in opstand: Clodius Albinus in Britannia, Septimius Severus aan de Donau en Pescennius Niger in het Oosten. Severus marcheerde terstond naar Rome als ‘wreker van Pertinax’. Didius Julianus trachtte nog enige weerstand te bieden, maar werd uiteindelijk, net als zijn voorganger, door de eigen troepen geëxecuteerd. De Senaat in Rome had weinig andere keuze dan Severus’ keizerschap te ratificeren: de nieuwe Severische dynastie was een feit. Na zijn troonsbestijging vocht de kersverse keizer eerst nog een bittere burgeroorlog uit met Pescennius Niger, daarna met zijn co-keizer Clodius Albinus.

Pertinax, Didius Julianus, Pescennius Niger, Clodius Albinus & Septimius Severus; de 5 keizers uit het vijfkeizerjaar 193

De keizerlijke zelfadoptie

Gezien de precaire basis voor zijn macht – militaire staatsgrepen waren op dat moment nog steeds eerder uitzonderlijk in het Romeinse Keizerrijk – diende Septimius Severus op zoek te gaan naar legitimiteit. Hij koos ervoor zichzelf te associëren met het illustere geslacht van de Antonijnen, in het bijzonder met de keizer-filosoof Marcus Aurelius. Deze associatie ging zeer ver. Via een knap staaltje ‘mentale gymnastiek’ adopteerde Septimius Severus zichzelf in 195 n.C. als zoon van Marcus Aurelius, die vijftien jaar eerder overleden was. De gehate Commodus, bekend als de megalomane keizer uit Gladiator, werd, als natuurlijke zoon van Marcus Aurelius, vergoddelijkt, en Caracalla, de oudste zoon van Septimius Severus, kreeg de nieuwe naam Marcus Aurelius Antoninus. Severus’ tijdsgenoten dachten er het hunne van. Zo feliciteerde de senator Auspex de keizer dat hij eindelijk “een vader gevonden had”, een sarcastische opmerking die zinspeelde op de weinig indrukwekkende afstamming van de keizer.

“Zo vader, zo zoon”

De keizerlijke zelfadoptie vond in het bijzonder haar weerslag in de portretkunst. Zowel de standbeelden als de muntportretten van Septimius Severus waren erop gericht de keizer te associëren met Marcus Aurelius. Opvallend is de ‘filosofische baard’ van Marcus Aurelius die ook verschijnt bij het heersersportret van Septimius Severus. De onderstaande munten, respectievelijk geslagen in Alexandrië en Antiochië, tonen enerzijds Septimius Severus, anderzijds Marcus Aurelius. De gelijkenissen tussen de twee portretten zijn dermate groot, dat het zonder muntlegendes quasi onmogelijk zou zijn hen te onderscheiden.

Tetradrachme van Septimius Severus, geslagen in Alexandrië in 195/6 n.C. (CNG, auction 105, lot 614)

Tetradrachme van Marcus Aurelius, geslagen in Antiochië in 176/7 n.C. (CNG, e-auction 379, lot 317)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een knap staaltje beeldmanipulatie? Fake news? Naar onze normen misschien wel, maar Romeinse (keizerlijke) portretten waren er niet noodzakelijk op gericht “de werkelijkheid” weer te geven. Eerder hadden ze een symbolische functie: zowel de stijl als de attributen drukten bepaalde boodschappen uit, bijvoorbeeld dat de keizer een succesvol militair was, dat de keizer op harmonieuze wijze regeerde, et cetera. In dit geval benadrukte het heersersportret van Septimius Severus de – weliswaar fictieve – band met Marcus Aurelius, en hield het portret ook de belofte in dat de keizer naar het voorbeeld van zijn adoptiefvader zou heersen.

Bibliografie

Baharal, D., ‘Portraits of the Emperor L. Septimius Severus (193-211 A.D.) as an Expression of his Propaganda’, Latomus 48, 1989, p. 566-580.

Birley, A., The African Emperor: Septimius Severus, 1971, London.

King, C., ‘Roman Portraiture: Images of Power’, in G. M. Paul & M. Ierardi (eds.), Roman Coins and Public Life under the Empire: E. Togo Salmon Papers II, 1999, p. 123-136.

McCann, A.M., The Portraits of Septimius Severus (A.D. 193–211), 1968, Rome.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Libya 5458 Leptis Magna Luca Galuzzi 2007.jpg’ genomen door Luca Galuzzi – www.galuzzi.it vanop Wikimedia (CC BY-SA 2.5)

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/feed/ 0 1295
‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/ https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/#respond Mon, 18 Feb 2019 14:53:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1257 Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe "anders" dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun "vreemde" gewoonten. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus’.

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. Ze spraken en schreven een taal die niet verwant is met de vele Italische talen die hun buren spraken, en die tot op vandaag nog steeds niet helemaal ontcijferd is. We kennen de Etrusken dan ook vooral via de geschriften van de Grieken en de Romeinen over hen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe “anders” dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun “vreemde” gewoonten. Dit alles maakt dat er een zweem van mysterie over de Etrusken hangt, die aanleiding geeft tot fascinatie enerzijds, maar ook vele vergezochte theorieën en misverstanden anderzijds. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus‘.

De Etrusken

De 6de-eeuwse ‘sarcofaag van de echtgenoten’: de Etrusken op het hoogtepunt van hun macht

De Etrusken bewoonden stadstaten in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Ze vormden een culturele, maar niet altijd een politieke eenheid. Over de oorsprong van de Etrusken bestond er al in de oudheid veel discussie: omwille van hun vreemde taal en de duidelijk zichtbare oosterse invloeden konden sommigen maar moeilijk geloven dat het volk autochtoon was. De meest invloedrijke theorie was die van Herodotus, die schreef dat de Etrusken oorspronkelijk geëmigreerde Lydiërs waren. Ook sommige moderne onderzoekers hangen deze these aan. Andere hypotheses noemen de Alpen, Centraal-Europa of Thessalië (of aliens, in bepaalde, liever te vermijden, regionen van het wereldwijde web). Al verschillende keren trachtten wetenschappers de kwestie op te lossen via DNA-onderzoek, maar de resultaten wijzen telkens in een andere richting (maar nooit naar aliens).

Wat er ook van zij, de Etrusken waren eeuwenlang een macht om rekening mee te houden in het Middellandse Zeegebied. In het bijzonder van de 7de tot de eerste helft van de 5de eeuw v.C. kenden de steden een grote bloei. Vernieuwingen in de landbouw, ontginning van bodemrijkdommen en de resulterende ambachtelijke productie maakten op hun beurt een intensieve lange-afstandshandel mogelijk, waar de Etrusken gretig van profiteerden. Hun welvaart werd in latere tijden legendarisch. Tot de slag bij Cumae (474 v.C.) beheersten de Etrusken en hun Carthaagse bondgenoten de westelijke Middellandse Zee, en ook over land deden de stadstaten aan expansie. Vanaf de 4de eeuw botsten ze echter op de territoriale aspiraties van het groeiende Rome, waaraan ze in de loop van de volgende anderhalve eeuw een voor een ten prooi vielen. Langzaamaan verdween ook de Etruskische cultuur, en de inwoners van Etrurië assimileerden met de Romeinen.

Notoire feestvierders

De fabelachtige rijkdom van de Etrusken leverde hen ook de reputatie van feestvarkens op. Volgens Diodorus Siculus waren de oogsten in Etrurië zo overvloedig, dat de Etrusken niet een-, maar tweemaal daags een overdadig banket konden organiseren. Aangezien de Etrusken ook grote handelaars waren, kwamen er naast de lokale landbouwproducten ook allerlei exotische spijzen op tafel. Theopompus geeft een levendige beschrijving van hoe het er volgens hem aan toeging bij zo’n luxueus banket: er werden grote hoeveelheden wijn geconsumeerd – niet alleen door de mannen, maar ook door de vrouwen! -, waarop het geheel ontaardde in een orgie waarbij de Etrusken het met iedereen deden: hun vrouwen, prostituees, maar het liefst van al met jongemannen, en dat “terwijl de lampen nog aan waren”!

Een typische banketscène uit de Tomba della Nave: de slaven zijn weliswaar naakt, maar de vrouwen kunnen bezwaarlijk losbandig genoemd worden

Schilderingen in Etruskische graven beelden ook zulke banketten af, evenwel zonder de seksuele escapades, die misschien wel het resultaat waren van de levendige verbeelding van Theopompus of zijn informanten. Wel komen we wel degelijk vrouwen tegen in deze banketscènes, een groot contrast met de Griekse wereld, waar het leven van de elitevrouw zich grotendeels in het vrouwenvertrek afspeelde. Deze relatieve vrijheid leverde de Etruskische vrouw een slechte reputatie op bij de Grieken en de Romeinen. Entertainment kon tijdens de maaltijd natuurlijk ook niet ontbreken, en de Etrusken staan bekend om hun voorliefde voor muziek. Veel afbeeldingen van banketten tonen dansers en muzikanten: vooral blazers, maar ook snaarinstrumenten en percussie zijn vertegenwoordigd. Sommige muurschilderingen tonen ook het typisch Griekse drankspel kottabos.

Muzikanten begeleiden een banket in de Tomba della Leopardi

De ‘obesus etruscus’

De sarcofaag van Lars Pulena, een voorname inwoner van Tarquinia

 

In de ogen van de Romeinen, die steeds op hun hoede waren voor luxuria, kon er uit zulke schranspartijen natuurlijk niets goeds voortkomen. De echte of vermeende Etruskische hang naar luxe en de daaruit voortkomende decadentie zorgde voor een beeld van een zwak, ‘ontmand’ volk. Tegen de 1ste eeuw v.C. kwam daar nog een gerelateerd stereotype bij: dat van de zwaarlijvige Etrusk. Catullus voert in zijn 39ste Ode, waarin hij het sociale gedrag van een Romeinse man hekelt, de ‘obesus Etruscus’ op. Vergilius heeft het op zijn beurt dan weer over de ‘pinguis Tyrrhenus’, de vette Tyrrheen (een andere benaming voor de Etrusken). De context is echter niet per se negatief: hij beschrijft een religieuze ceremonie, waar de Etrusken beroemd om waren, en later in hetzelfde gedicht wordt ook de vruchtbare bodem als pinguis omschreven. Het is Vergilius dus eerder te doen om de overvloed van het Italiaanse land.

De zogenaamde ‘sarcofago dell’obeso’ in het Museo Archeologico Nazionale di Firenze

20ste-eeuwse historici verbonden deze opmerkingen met bepaalde Etruskische sarcofagen, waarop de overledene eerder corpulent afgebeeld werd. Deze beelden dateren echter van het einde van de vierde tot het midden van de 2de eeuw, honderd jaar voor Catullus en Vergilius actief waren. De sculpturen worden vaak gecontrasteerd met de klassieke Grieks-Romeinse kunst, die eerder afkerig stond tegenover het afbeelden van imperfecties. Het gaat altijd om mannen, vaak van middelbare leeftijd en voormalige magistraten of priesters. De twee poëtische Romeinse passages, die uit een heel andere tijd en context stammen, worden vaak gecombineerd met deze objecten om het beeld te creëren van de ongezonde, decadante Etrusk: zo verwijst men bijvoorbeeld naar deze sarcofaag als de ‘Sarcofago dell’Obeso’, naar de opmerking van Catullus.

De Etruskische levensstijl

Zijn er redenen om aan te nemen dat de Etrusken er een ongezonde levensstijl op nahielden? Archeologische en iconografische bronnen tonen inderdaad de ontwikkeling van een banketcultuur als deel van de identiteit van de opkomende aristocratie vanaf de zogenaamde oriëntaliserende periode (700-575 v.C.). De elite benadrukte op deze manier haar rijkdom en economische macht, wat in het Engels mooi omschreven wordt als ‘conspicuous consumption’. Tijdens zulke banketten werd er volop vlees en wijn geconsumeerd, en de aristocraten die eraan deelnamen, letten daarbij allicht niet al te veel op hun lijn. Zij waren echter zeker niet representatief voor de Etruskische bevolking als geheel. Bovendien werden ook lang niet alle Etruskische aristocraten uit de Hellenistische periode op een mollige manier vereeuwigd. In andere kunstvormen werden Etrusken evenmin als zwaarlijvig voorgesteld.

Mannen en vrouwen liggen samen aan in deze banketscène uit de Tomba dei Leopardi

Het dieet van de gemiddelde Etrusk zag er naar alle waarschijnlijkheid heel anders uit dan de beroemde aristocratische exploten. Archeologisch onderzoek bevestigt de belangrijke rol van graanproducten, en ook peulvruchten als bonen en linzen werden regelmatig gegeten. Net als in de rest van het Middellandse zeegebied, speelde de olijf eveneens een belangrijke rol in het Etruskische dieet. Er zijn ook sporen van veeteelt gevonden, en in de loop van het eerste millennium v.C. werd met name het fokken van varkens en het houden van pluimvee alsmaar belangrijker. Analyse van beenderen en tanden toont echter aan dat de meeste Etrusken grotendeels vegetarisch aten. Het nuttigen van vlees bleef voor hen waarschijnlijk beperkt tot religieuze en andere ceremonies. In de kuststeden behoorden uiteraard ook vis en schaaldieren tot het dieet.

Dit reliëf uit het graf met de toepasselijke naam Tomba della Caccia e Pesca beeldt onder andere vissers af

Sarcofagen: ideologie en artistieke trends

Octodrachme van Ptolemaios III

De iconografische voorstellingen van ‘obese’ Etrusken zijn dus al bij al beperkt: het gaat enkel om mannen, afgebeeld op sarcofagen en urnes tijdens de Hellenistische periode. Veel van deze werken vertonen stilistische gelijkenissen die suggereren dat ze in een beperkt aantal werkplaatsen gemaakt werden, bijvoorbeeld in Chiusi. Eerdere monumenten uit dezelfde stad beeldden daarentegen sterk geïdealiseerde lichamen af. Het is weinig waarschijnlijk dat de inwoners van Chiusi doorheen de tijd plots massaal bijkwamen. De afbeelding van het Etruskische lichaam had dus meer te maken met culturele conventies. De link met de ‘conspicuous consumption’ en de overvloeds-ideologie van de Etruskische elite is dan snel gelegd. Aangezien deze monumenten typisch zijn voor de Hellenistische periode, zien sommige onderzoekers een verband met de afbeelding van de Ptolemaeïsche koningen uit Egypte (305-30 v.C.), in wier ideologie overvloed eveneens een grote rol speelde. De eerste Etruskische voorbeelden dateren echter al uit de late 4de eeuw. Het gaat om kostelijke kunstwerken, met veel oog voor detail vervaardigd in opdracht van vooraanstaande families; mogelijk gaat het hierbij om een waarheidsgetrouwe afbeelding van deze prominente personen, voor wie een corpulent lichaam welvaart en gezondheid uitstraalde. Vanaf de 3de eeuw werden zulke afbeeldingen dan een echte trend.

Romeinse stereotypes

Een Romein die dezelfde beelden zag, interpreteerde de signalen waarschijnlijk heel anders dan de Etrusken zelf. Maar de oorsprong van de Romeinse conceptie van de ‘vette Etrusk’ hangt eerder samen met het algemene beeld van decadentie dat de Romeinse auteurs van de Etrusken ophangen. Zo schrijft Posidonius dat de Etrusken vroeger een mannelijk en krijgshaftig volk waren, maar de Etrusken van zijn tijd hun dagen doorbrachten met drinken en ‘onmannelijk’ vermaak. De Etrusken van de 1ste eeuw v.C. waren inderdaad niet meer zo machtig als hun voorouders. Voor de Romeinen lag de oorzaak daarvan in de rijkdom van de oorspronkelijke Etrusken, die hen week en decadent maakte, en uiteindelijk tot hun verval leidde. Deze schrijvers wilden Rome behoeden voor hetzelfde lot. Ze problematiseerden aldus gewoontes die onwenselijk zijn in een Romeinse context, zoals de ongetwijfeld overvloedige banketten. Voor de Etruskische elite was dit echter een manier om sociale banden aan te halen binnen en buiten de gemeenschap. Zelfs tussen deze buurvolkeren was interculturele communicatie dus niet vanzelfsprekend. De Romeinse bronnen vertellen ons tot op zekere hoogte iets over de Etruskische realiteit, maar weerspiegelen vooral de waarden van de Romeinse elite. De moraliserende schrijvers waren overigens niet bijzonder succesvol in hun missie: vandaag associëren we vooral de Romeinen met overvloedige banketten en orgieën!

Lees meer

Becker, H., ‘Luxuria prolapso est: Etruscan Wealth and Decadence’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 293-304.
Briquel, D., La civilsation étrusque, Parijs, 1999. (In het bijzonder de sectie ‘Usages scandaleux aux yeux des Grecs’)
Colivicchi, F., ‘Banqueting and Food’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 207-220.
Kistler, E., ‘Feasts. Wine and Society in the eight-sixth centuries BCE’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 195-206.
Korenjak, M., ‘The Etruscans in Ancient Literature’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 35-52.
Turfa, J. M., ’The Obesus Etruscus: Can the Trope be True?’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 321-336.

Wie niet genoeg kan krijgen van de fascinerende Etruskische beschaving, kan vanaf dinsdag 19 februari terecht bij de collegereeks georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) Vlaams-Brabant. Meer informatie via Nico Dogaer of op Facebook.

Coverfoto: foto van sculptuur van een Etruskische sarcofaag van een ‘obesus Etruscus’ uit het Boston Museum of Fine Arts (Public Domain)

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/feed/ 0 1257
Quis est? Seneb, meester der dwergen https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/#respond Thu, 17 Jan 2019 09:02:56 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1181 Seneb

In onze nieuwe rubriek 'Quis est?' gaan we op zoek naar minder bekende figuren uit de Oudheid die het toch verdienen om enige biografische bekendheid te genieten. Als eerste markante figuur bespreken we de Egyptenaar Seneb, meester der dwergen.

Het bericht Quis est? Seneb, meester der dwergen van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Seneb

Tyrion Lannister, Mini-Me, Willow en nog vele andere fantasy-personages van kleine gestalte zijn geliefde verschijningen in moderne films en tv-series. De fascinatie voor personen met dwerggroei is echter niet nieuw, en lijkt al eeuwen ingebed te zijn in culturen over de hele wereld. De narren uit de middeleeuwen zegt u? Inderdaad, maar probeer nog maar eens een paar millennia vroeger. Reeds in de vroegste dynastische tijden van Egypte kennen we attestaties van dwergen die speciale aandacht kregen omwille van hun lengte. Hoewel deze aandacht in het oude Egypte meestal (zeer) positief van aard was, evolueerde de mentaliteit van de rest van de Middellandse Zee-wereld naar een fascinatie die in het beste geval zorgde voor marginalisering, en in het slechtste geval voor vernedering en pijn. De rol die dwergen aan middeleeuwse hoven zouden spelen, is een reflectie van de grote aantallen dwerg-entertainers die (al dan niet vrijwillig) te gast waren bij de Hellenistische koningen. Deze periode zullen we misschien een andere keer belichten, maar vandaag zullen we het hebben over een tijd waarin het goed was om dwerg te zijn, het Egyptische Oude Rijk. Hier komen we Seneb tegen, een dwerg met een hoge rang, die de nogal mysterieuze titel ‘Meester der dwergen’ draagt.


Trailer van Ron Howards’ film ‘Willow’ (1988) met Warwick Davis die de hoofdrol van de gelijknamige dwerg vertolkt

De mastaba van Seneb

Kalkstenen beeld van Seneb en zijn vrouw Senetites

Seneb is een oude bekende van de egyptologen, zijn graf werd al in 1926 ontdekt door Hermann Junker, archeoloog van het Duits Archeologisch Instituut in Caïro. Hoewel de tombe jammer genoeg ontdaan was van de meeste kostbaarheden, inclusief het lichaam van de eigenaar, bleven er genoeg aanwijzingen achter om het leven van Seneb voor een groot stuk te reconstrueren. Het allerbekendste stuk uit het graf is het kalkstenen beeld van Seneb, zijn vrouw Senetites, en twee van hun drie kinderen. Hier valt meteen op hoe de kunstenaar de compositie heeft uitgebalanceerd zonder de dwerggroei van zijn onderwerp te karikaturiseren. De Egyptische kunst kende immers een hang naar symmetrie, die in dit geval moeilijk te bereiken was door de verschillende proporties van man en vrouw. De beeldhouwer had hier echter een elegante oplossing voor: Seneb wordt afgebeeld in de houding van een schrijver, zittend naast zijn vrouw die eveneens rechtop zit. Als de echtgenoten dezelfde houding zouden hebben aangenomen, zouden Seneb’s benen over de rand van het blok gebungeld hebben, bepaald niet waardig voor een hoffunctionaris. In de plaats daarvan zit de dwerg in kleermakerszit, en staan twee van zijn kinderen waar zijn benen zouden zijn als hij een doorsnee lengte had gehad. Op deze manier wordt de compositie weer evenwichtig, en dit levert een mooi familietafereel op. Een tweede beeld van Seneb zou uit elkaar gevallen zijn toen de tombe geopend werd, maar Junker attesteerde dat het de dwerg afbeeldde met een wandelstaf en scepter in zijn handen. Verder zijn gelukkig een groot deel van de muurschilderingen eveneens bewaard, die Seneb afbeelden terwijl hij zijn dagelijkse bezigheden verricht.

Het graf zelf bevindt zich in de westelijke begraafplaats van de necropolis in Gizeh, en zou gebouwd zijn tijdens de regering van farao Djedefre (4de dynastie, ca. 2520 v.C.) of van farao Shepseskaf (5de dynastie). De mastaba bevindt zich dus niet ver van de piramide van Cheops. In de buurt van Senebs tombe ligt een graf van een andere dwerg met hoge hoftitels, Perniankhu, van wie men vermoedt dat hij de vader van Seneb zou kunnen zijn.

De mastaba van Seneb werd ontdekt in de westelijke begraafplaats van de necropolis in Gizeh

Nu we weten waar we onze informatie halen en over welke tijd we eigenlijk spreken, kunnen we overgaan naar de hamvraag: wie was Seneb eigenlijk? Waarom was hij zo belangrijk? En is dat uitzonderlijk op deze plaats en in deze periode?

De officiële titels van Seneb vormen een goed vertrekpunt, twintig in totaal. De titel “Meester der dwergen” haalden we al eens aan, maar hij was ook “Opzichter van de jwḥw” (waarschijnlijk de verzorgers van de dieren van de koninklijke hofhouding), “Opzichter van de wevers van het paleis”, evenals de priesterlijke functies “Priester van Wadjet” en “Priester van de grote stier die aan het hoofd staat van Sṯpt en van de stier Mrḥw”. Het totaalbeeld dat naar voren komt is dat Seneb stevig ingebed was in de werking van het koninklijke paleis, met taken die vooral betrekking hadden tot het koninklijk linnen en de koninklijke huisdieren. Zijn titel “Meester van de dwergen” suggereert dat er wel meer dwergen werkzaam waren in het paleis, die waarschijnlijk moesten rapporteren aan Seneb.

Het belang van de meester der dwergen aan het hof lijkt behoorlijk groot te zijn. Hij wordt afgebeeld terwijl hij deelneemt aan de begrafenissen van (waarschijnlijk) Cheops en zijn opvolger Djedefre. Deze functies hadden de dwerg klaarblijkelijk ook geen windeieren gelegd, want de muren van zijn mastaba vertellen ons dat hij enkele duizenden stuks vee bezat en verschillende paleizen. We zien Seneb dan ook afgebeeld terwijl hij zijn bezittingen inspecteert, en de kasboeken ontvangt. Naast zijn functies aan het hof was Seneb dus ook een zakenman in eigen naam, die een landgoed bestuurde met een behoorlijke omvang. Het succes van de dwerg wordt eveneens weerspiegeld in zijn huwelijk met een vrouw uit een familie van hoge rang, die zelf het priesterschap van Neith en Hathor bekleedde.

Bes wordt vaak afgebeeld als een schrikwekkende dwerg

Het geprivilegieerde leven van Seneb is fijn om te lezen, maar verrassend voor de meeste historici. De meeste periodes uit de menselijke geschiedenis kenden bepaald geen mildheid voor personen met dwerggroei, en het oude Egypte vormt duidelijk een uitzondering op deze regel. Dit kan verklaard worden door verschillende factoren, waarvan de vermeende link tussen dwergen en goden de belangrijkste is. Dwerggoden maakten deel uit van het Egyptische pantheon sinds pre-dynastische tijden, en onder hen was Bes degene die het uitdrukkelijkst met de vermeende magische krachten van dwergen verbonden was.

Bes kent waarschijnlijk zijn wortels in pre-dynastische tijden, en is verbonden met oerkrachten die een grote invloed hebben op elk menselijk leven, zoals seks, geboorte en vruchtbaarheid. Hij is naar Egyptische normen een zeer ondubbelzinnige god, die instaat voor de bescherming van vrouwen wanneer ze op hun kwetsbaarst zijn, tijdens de geboorte. Met zijn opzettelijk lelijke uiterlijk joeg de dwerggod kwade demonen weg die aangetrokken werden door de strijd op leven en dood die de bevallende vrouw moest leveren. Duizenden kleine Bes-amuletjes werden al opgegraven in funeraire contexten, en werden vaak door vrouwen gedragen. De populariteit van Bes groeide vooral tijdens het Middenrijk, met een absolute piek in de Ptolemeïsche periode. Ook in het Oude Rijk, de periode waarin Seneb leefde, werden dwergen in verband gebracht met Bes. Hen werden krachten toegedicht die gelijkaardig waren aan die van de god, en men dacht dat hun aanwezigheid geluk bracht.

Deksteen van Djeho

Deksteen van Djeho (Cairo CG 29307)

Seneb was niet de enige dwerg die een mooi leven leidde in het Oude Rijk. Al in de de 1ste dynastie verkozen farao’s om dwergen dicht bij hun eigen tombe te laten begraven, in graven waar belangrijke leden uit de koninklijke hofhouding begraven werden. Tijdens de regering van koning Cheops wordt in een document uit het recent ontdekte Wadi el-Jarf gewag gemaakt van een dwerg, die waarschijnlijk een voorganger van Seneb was en ten minste deels dezelfde titels droeg. Uit de 6de dynastie kennen we Chnoemhotep, die de eer had om te dansen bij de begrafenissen van de Apis- en Mnevisstieren. We kennen nauwelijks namen van mannelijke religieuze dansers uit drieduizend jaar Egyptische geschiedenis, maar Chnoemhotep kennen we wel bij naam, net als Djeho (30ste dynastie), die 2000 jaar na zijn voorganger nog steeds danste voor de heilige stieren. Djeho kennen we vooral van de prachtige deksteen van zijn sarcofaag, die gekenmerkt wordt door een verbluffend realisme.

Eveneens in de 6de dynastie wordt gewag gemaakt van een dwerg uit Punt door koning Pepi II in een brief aan zijn zoon Harchoef, die naar Elephantine wordt gestuurd om de “dansende dwerg” te gaan ophalen. Pepi benadrukt in zijn brief dat zijn zoon er absoluut op moet letten dat de dwerg niets overkomt, want hij wil niets liever dan hem ontmoeten.

En nadien?

De (zeer) geprivilegieerde positie van dwergen aan het hof van de Egyptische farao taande vanaf het Middenrijk, maar de reputatie als geluksbrenger verloren dwergen nog lang niet. Tot ver in de Hellenistische periode bleven dwergen, net als hun goddelijke tegenhanger Bes, graag geziene gasten. Dwergen evolueerden naar een functie als entertainer, en specialiseerden zich als boksers, dansers, worstelaars, en andere takken van het publieke entertainment. De Romeinse keizers, die maar wat graag met de luxe van het oosten concurreerden, zochten ook actief naar dwergen om aan het hof te komen werken als professionele entertainers, een gebruik dat zich zou doorzetten tot ver in de Nieuwe tijd aan de Europese hoven.

Coverfoto: adaptatie van foto ‘Seneb, a dwarf with his family. Reproduction, 1934, of a pho Wellcome V0007440.jpg’ door Wellcome Images op Wikimedia (CC BY 4.0)

Het bericht Quis est? Seneb, meester der dwergen van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/feed/ 0 1181
Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/#respond Tue, 20 Feb 2018 13:52:09 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=627

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië en daar vormen munten de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadzjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië. De Oxus – vandaag bekend als de Amu Darya – bevloeit de regio, en reeds in het 3de millennium v.C. ontstonden agrarische gemeenschappen rond de vruchtbare oases gecreëerd door de rivier.

Het huidige verhaal speelt zich echter af in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers. Alexanders epische veroveringstocht van het Perzische Rijk en India (334-326 v.C.) leidde hem onder andere naar Baktrië, dat uiteindelijk deel ging uitmaken van zijn rijk. Vermoedelijk hadden de Perzen reeds Grieken gesetteld in de regio: gedwongen verhuizingen waren in de Oudheid een populaire strategie om opstandige bevolkingsgroepen te pacificeren. Alexander liet op zijn beurt eveneens Griekse en Macedonische soldaten achter om de orde te handhaven. Na de dood van Alexander in 323 v.C. verdeelden zijn generaals het rijk al snel onder elkaar, en zo kwam Baktrië aan het eind van 4de eeuw v.C. in handen van de Seleuciden, die opnieuw een influx van Grieken en Macedoniërs stimuleerden. Een goede 50 jaar later (ca. 250 v.C.) deed de provinciegouverneur Diodotos een gooi naar de macht, en Baktrië scheurde zich af als onafhankelijk staat, die een eeuw lang geregeerd zou worden door Grieks-Macedonische koningen, alvorens veroverd te worden door steppenomaden (de Dothraki van de Oudheid) in de late 2de eeuw v.C.

Graeco-Baktrische Rijk ca. 180 v.C. Succesvolle veroveringen breidden het rijk enorm uit

De Graeco-Baktrische samenleving was een multiculturele samenleving bij uitstek, waar Baktrische, Perzische, Griekse en Indiase invloeden door elkaar vloeiden op politiek, cultureel en religieus vlak. Omdat Baktrië echter zo ver verwijderd lag van Middellandse Zeegebied, hadden weinig antieke auteurs aandacht voor de geschiedenis van het koninkrijk. Bijgevolg zijn we hier slecht over geïnformeerd, en de recente oorlogen in Afghanistan maken dat het gebied ontoegankelijk is voor archeologen. Voor de meeste Graeco-Baktrische koningen zijn de munten die ze sloegen het enige bewijs dat ze ooit geleefd hebben, en munten vormen dan ook de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

De onderstaande munt, een zilveren tetradrachme uit mijn persoonlijke collectie, werd geslagen door één zo’n koning: Antimachos I, die in de eerste helft van de 2de eeuw v.C. regeerde. De exacte herkomst van Antimachos is niet bekend. Sommige onderzoekers claimen dat hij een verwant is van de Diodotos die Baktrië van het Seleucidenrijk afscheurde, anderen houden vol dat hij een lid was van de Euthydemiden, de dynastie die de Diodotiden opvolgde. Uitzonderlijk bestaat voor deze koning nog een andere historische bron die zijn bestaan bevestigt, namelijk een belastingkwitantie op leer die de naam van de koning en twee mederegenten vermeldt.

Zilveren tetradrachme van Antimachos I, geslagen in Pushkalavati ca. 174-165 v.C.

Op de voorzijde van de munt staat het portret van de koning, die een ietwat grappige hoed draagt, een zogenaamde kausia. Deze kausia was typisch Macedonisch, en was misschien bedoeld om aan zijn onderdanen te tonen dat hij wel degelijk een Macedoniër was, en dus in de traditie van Alexander de Grote stond. Het portret van de koning is met grote kunde gegraveerd, en hij toont een mysterieuze, quasi Mona Lisa-achtige glimlach. Onder numismaten staat de Graeco-Baktrische muntslag bekend om haar uitstekende portretkunst, die quasi ongeëvenaard is in de numismatische geschiedenis. Op de keerzijde van de munt staat Poseidon, best bekend als zeegod. Dit is enigszins enigmatisch, gezien Baktrië ver van de zee lag. Sommige onderzoekers zagen in Poseidon een symbool voor de Oxus die door Baktrië stroomde, of zelfs voor een scheepsslag op de Oxus. Een andere denkpiste houdt rekening met het feit dat Poseidon ook verantwoordelijk was voor aardbevingen, die veelvuldig voorkomen in de regio. De legende, tot slot, luidt ΒΑΣΙΛΕΩΣ ΘΕΟΥ ΑΝΤΙΜΑΧΟΥ, wat zoveel betekent als ‘Van koning Antimachos, god’. Deze munten zijn de eerste attestatie van een Graeco-Baktrische koning die zichzelf een god noemt, en impliceren de start van een dynastieke cultus. Hoewel we voor de rest zo goed als niets weten over Antimachos, lijkt bescheidenheid alleszins geen belangrijke karaktertrek geweest te zijn.

Bibliografie

Holt, F.L., Thundering Zeus. The Making of Hellenistic Bactria, Berkeley, Los Angeles en Londen, 1999.

Hoover, O.D., Handbook of Coins of Bactria and Ancient India, Lancaster (Pennsylvania) en Londen, 2013.

Narain, A.K., The Indo-Greeks, Oxford, 1957.

Tarn, W.W., The Greeks in Bactria and India, 2de editie, Cambridge, 1951.

Coverfoto: adaptatie van “Silver_tetradrachm,_Greek_Bactrian,_Antimachos_I,_174-165_BC”, door Classical Numismatic Group, Inc., op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/feed/ 0 627
Knokken in Knossos: labyrint als bijl of doolhof https://www.oudegeschiedenis.be/17/10/2017/knokken-in-knossos-labyrint-als-bijl-of-doolhof/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/10/2017/knokken-in-knossos-labyrint-als-bijl-of-doolhof/#respond Tue, 17 Oct 2017 14:09:51 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=27 Labyrint_Theseus&Minotauros

In veel Europese talen vormde het Oudgriekse woord λαβύρινθος de basis van onze modern woord voor een type doolhof met slechts één bewandelbaar pad, namelijk een 'labyrint'. Of verwijst het woord eerder naar een Griekse bijl?

Het bericht Knokken in Knossos: labyrint als bijl of doolhof van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Labyrint_Theseus&Minotauros

In veel Europese talen vormde het Oudgriekse woord λαβύρινθος de basis van ons moderne woord voor een type doolhof met slechts één bewandelbaar pad, namelijk een ‘labyrint’. Oorspronkelijk betekende λαβύρινθος waarschijnlijk zoiets als ‘huis van de λάβρυς’. Die λάβρυς was in oorsprong mogelijk een gestileerde weergave van een vlinder, maar zou verkeerd geïnterpreteerd zijn als een bijl met een dubbel blad, vandaar dat λάβρυς in het klassieke Grieks ‘bijl’ betekende. Die vlinder of later bijl was een religieus en/of politiek symbool in de pre-Griekse maatschappij, die ongeveer van 2600 tot 1200 v.C. vlindebestond op Kreta. Deze beschaving wordt vaak de ‘Minoïsche’ beschaving genoemd, naar de mythologische koning Minos die heerste vanuit zijn paleis in Knossos op Kreta. Later werd de Minoïsche beschaving overvleugeld door de Griekstalige ‘Myceense’ beschaving (genoemd naar de invloedrijkste stad van die tijd, Mycene).

Betekenis

De betekenis van ‘doolhof’ die het woord λαβύρινθος al sinds het klassieke Grieks en ook in de moderne talen heeft, is ontleend aan de mythe van de Minotaurus, die door koning Minos van Kreta in een doolhof werd opgesloten. Het monster werd volgens de mythe uiteindelijk verslagen door de Atheense prins Theseus, die geholpen werd door Minos’ dochter Ariadne.  De uitgang op –ινθος suggereert dat het woord ontleend is aan een taal die voor de komst van de Grieken in Griekenland werd gesproken. In het Grieks, dat de taal van de invallers -de knokkers in Knossos- was, werd dit woord overgenomen, net als vele andere woorden met een gelijkaardige uitgang.

Voorbeeld van een getuigenis op een kleitablet

Deze ontlening duikt al op in een kleitablet dat uitgerekend in datzelfde Knossos werd gevonden en dateert van ongeveer 1400 v.C. Het tablet -met de weinig poëtische naam KN Gg 702– maakt melding van een schenking en werd opgesteld in het Grieks van die tijd, dat nog niet met het huidige Griekse alfabet werd geschreven, maar met een lettergrepenalfabet dat nu bekendstaat onder de naam ‘lineair B’. Doordat dit alfabet alleen open lettergrepen kende en er tamelijk exotisch uitziet naar westerse normen, kan het soms een beetje op Japans lijken. Onder de afbeelding van het tablet volgen een transcriptie, een omzetting naar klassiek “alfabetisch” Grieks en een vertaling. In de transcriptie worden de woorden gescheiden door een spatie en elke lettergreep (en dus elk teken) binnen hetzelfde woord wordt gescheiden door een koppelteken.

KN Gg 701, lineair B tablet

Transcriptie:

« pa-si   te-o-i   me-ri   *209VAS 1

da-pu2-ri-to-jo   po-ti-ni-ja   me-ri   *209VAS 1 »

Omzetting naar klassiek Grieks:

πᾶσι θεοῖ’ι (= θεοῖσι) μέλι   ἀμφορεύς  αʹ

λαβυρίνθοιο πότνιϳα (=ποτνίᾳ) μέλι   ἀμφορεύς  αʹ

Vertaling:

« voor alle goden honing 1 AMFOOR

voor de meesteres van het labyrint honing 1 AMFOOR »

Interpretatie van het tablet: Ariadne of godin?

De amfoor waarvan sprake is, werd op het tablet getekend, zoals vaker gebeurt met inhoudsmaten, voorwerpen en dergelijke. Zo bestonden er gestandaardiseerde tekeningen (ideogrammen of logogrammen genoemd) voor man, vrouw, hengst, merrie, zwaard, et cetera. Deze tekeningen worden in de transcriptie weergegeven met een Latijnse afkorting in hoofdletters (in dit geval ‘VAS’ voor een amfoor).

Zoals dat altijd het geval is bij alle lineair B-tabletten, diende ook dit tablet voor het bijhouden van administratie in het paleis waar het gevonden werd, in dit geval dus het paleis van Knossos. De tabletten werden oorspronkelijk niet gebakken, zodat de tekst terug uitgewist kon worden om het later te hergebruiken, maar sommigen werden per ongeluk gebakken toen het paleis waarin ze zich bevonden afbrandde en verlaten werd. De notitie op dergelijke tabletten dateert dus steevast van het jaar waarin het paleis afbrandde.

Welke godin bedoeld wordt met da-pu2-ri-to-jo po-ti-ni-ja is onduidelijk. Er zijn al verschillende godinnen voorgesteld en zelfs Ariadne is geopperd als ‘meesteres van het labyrint’. De term ‘labyrint’ zou zelfs kunnen slaan op het koninklijk paleis van Knossos dat, zo blijkt uit opgravingen, een zeer ingewikkelde structuur heeft en misschien zelfs de historische basis vormde voor het mythologische labyrint van de Minotaurus.

Eigenaardige spelling

Wanneer we meer in detail naar de tekst op het tablet kijken, zijn er toch wel wat eigenaardigheden in de spelling te vinden. Die hebben deels te maken met de eigenheid van het lettergrepenalfabet, dat bijvoorbeeld geen twee opeenvolgende medeklinkers kon noteren, terwijl het Grieks wel veel woorden kent met twee of meer opeenvolgende medeklinkers. Het alfabet is immers overgenomen van de pre-Griekse bevolking en het alfabet was waarschijnlijk meer op maat van hun taal gesneden. Via het lineair B kunnen we dus ook een glimp opvangen van de taal of talen die gesproken werd(en) in het pre-Griekse Griekenland.

De spelling da-pu2-ri-to-jo in verband brengen met λαβύρινθος vraagt wel wat verbeelding, maar is zeker te onderbouwen. De spelling da voor λα kent parallellen in andere talen van het Middellandse Zeegebied. Zo wisselt het Latijn in de woorden olere (ruiken) en odor (geur) ook de ‘l’ en de ‘d’. De redenen hiervoor zijn voorlopig nog niet helemaal duidelijk. De spelling pu voor βυ heeft alweer te maken met de beperkingen van het lineair B, dat geen onderscheid maakt tussen een ‘b’ en een ‘p’. Het teken dat wordt weergegeven als pu2 is overigens niet het enige teken dat pu weergeeft, vandaar de ‘2’ in de transcriptie om het te onderscheiden van andere tekens. Ook in dit woord wordt θ bij gebrek aan beter gespeld als ’t’. De genitiefuitgang o-jo kan vreemd lijken voor iemand die de klassieke genitiefuitgang –ου gewend is, maar dit is gewoon een oudere genitiefvorm, die overigens nog terug te vinden is bij Homerus, gespeld als –οιο.

Labyrint als doolhof

Hoe we de term ‘labyrint’ in dit kleitablet moeten interpreteren, blijft dus voer voor discussie. In het klassieke Grieks en ook in het Latijn kreeg het woord de betekenis van doolhof en dat is ook de betekenis die in de moderne talen bleef doorwerken, mede door de mythe rond de Minotaurus die in het labyrint in Knossos opgesloten werd. Eén van de bekendste grafische weergaven van een dergelijk labyrint is teruggevonden op een graffito in Pompeï, hieronder afgebeeld. De Latijnse tekst erbij verduidelijkt dat het om een labyrint gaat:

Graffito uit Pompeï over de Minotaurus

LABYRINTHUS HIC • HABITAT MINOTAURUS

of in vertaling: “Labyrint, hier woont de Minotaurus.”

Selecte bibliografie

Chadwick, J. (1961), The decipherment of Linear B. The Cambridge University Press: Londen.

Householder, F. (1961), Early Greek –j-. In: Glotta 39/179.

Palmer, L. (1961), Mycenaeans and Minoans. Faber and Faber: Londen.

http://minoan.deaditerranean.com/linear-b-transliterations/

Coverfoto: adaptatie van de ‘Theseus Mosaic’ uit het Kunsthistorisches Museum Wien op Google Arts and Culture (Public Domain)

Het bericht Knokken in Knossos: labyrint als bijl of doolhof van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/10/2017/knokken-in-knossos-labyrint-als-bijl-of-doolhof/feed/ 0 27