Mesopotamië Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/mesopotamie/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Fri, 17 Jan 2025 14:12:19 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Mesopotamië Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/mesopotamie/ 32 32 136391722 Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/#respond Sun, 17 Nov 2024 16:24:08 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2625 Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. In dit artikel bieden we een overzicht van het panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners.

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
In this world nothing can be said to be certain, except death and taxes”. De gevleugelde woorden van Benjamin Franklin worden bevestigd door documenten die in 1789 nog niemand kon lezen. Sumerische en Egyptische teksten uit het 3de millennium v.C. tonen hoe staten al bij het begin van de geschiedenis inkomsten verzamelden. Alle overheden, huidige en historische, staan op dat vlak voor gelijkaardige uitdagingen. De oplossingen kunnen echter sterk uiteenlopen.

Sumerische kwitantie voor stro uit de 21ste eeuw v.C.

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. Fiscale hervormingen vormen tevens het onderwerp van mijn nieuwe postdoctorale project ‘FARE‘. Naar aanleiding daarvan bied ik u graag een panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners. Hopelijk maakt dat uw volgende aangifte net iets minder pijnlijk, of voelt u zich op zijn minst een beetje verbonden met uw antieke lotgenoten.

“The thunder of world history”

Fiscaliteit doet misschien niet spontaan veel harten sneller slaan (althans niet van degenen die braaf het verschuldigde betalen). Waarom zouden we ons moeten interesseren voor fiscale geschiedenis? Joseph Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de 20ste eeuw, verwoordde het als volgt:

“The spirit of a people, its cultural level, its social structure, the deeds its policy may prepare — all this and more is written in its fiscal history, stripped of all phrases. He who knows how to listen to its message here discerns the thunder of world history more clearly than anywhere else.” (Crisis of the Tax State, 1918)

Het “gedonder van de wereldgeschiedenis” dus! Dat klinkt behoorlijk dramatisch, maar belastingen en hun organisatie bieden inderdaad een schat aan informatie over sociale, economische en politieke geschiedenis. Omdat belastingen een constante zijn doorheen de geschiedenis is een historisch perspectief ook relevant voor de organisatie van onze fiscaliteit, en de antieken kunnen ons een en ander leren over hoe of misschien vooral hoe niet belastingen te organiseren.

Enkele misverstanden over belastingen in de Oudheid

Deze munt van keizer Caligula (37–41 n.C.) verwijst naar zijn afschaffing van een verkoopsbelasting. De voorzijde toont — misschien met enig gevoel voor ironie — de vrijheidsmuts

Antieke heersers worden al te gemakkelijk voorgesteld als hebzuchtige tirannen. Echter, zoals keizer Tiberius opmerkte, is het in het belang van een “herder” om zijn schapen te scheren en niet te villen. De documentaire bronnen uit veel gebieden tonen dat antieke staten op binnenlands vlak stabiele boven maximale inkomsten verkozen. Autocratische regimes beloven bovendien vaak een lager belastingtarief om te compenseren voor een gebrek aan vrijheid. Dat idee gaat al terug tot de Franse filosoof Montesquieu en lijkt haar bevestiging te vinden in de lagere belastingtarieven in het Perzische en Romeinse Rijk. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat deze staten minder in oorlogsvoering moesten investeren. Maar het is misschien geen toeval dat Finland met een van de hoogste belastingen ter wereld steevast op nummer 1 eindigt in het World Happiness Report.

Een ander misverstand is dat antieke economieën “primitief” waren en grotendeels gebaseerd op ruilhandel. Niets is minder waar, en antieke staten begonnen al vroeg belastingen te innen in edelmetaal. In Babylonië vinden we in de ‘Ur-III’-periode (late 3de millennium v.C.) al een belasting op vee in zilver, en in Egypte een gelijkaardige taks geïnd van vissers in het 2de millennium v.C. In de loop van het 1ste millennium v.C. wonnen belastingen in cash echt aan belang doorheen het hele Middellandse Zeegebied en Mesopotamië.

Een lappendeken aan verschillende belastingen

De basis van de meeste hedendaagse staatsfinanciën is de algemene inkomstenbelasting. Ondanks indrukwekkende bureaucratieën had geen enkele antieke staat daarvoor de infrastructuur en de informatie. Om die reden werd er ook vaak een beroep gedaan op lokale elites zoals priesters en op belastingpachters. Aangezien alle antieke beschavingen landbouwsamenlevingen waren, hadden de meeste staten een vorm van belasting op het land. Vaak ging het om 10% van de oogst, maar bijvoorbeeld in Ptolemaeïsch Egypte lag het (variabele) tarief veel hoger. Land dat toebehoorde aan invloedrijke tempels werd vaak minder belast, in Babylonië onder de Perzen bijvoorbeeld maar aan 3%. Degenen wiens hoofdberoep een ambacht of een dienst was, waren doorgaans onderworpen aan een professionele taks. Ook op dat vlak liepen de modaliteiten uiteen, maar de hoogst bekende belasting was die in de Griekse stad Byzantion, waar bepaalde groepen een derde van hun inkomsten moesten afdragen.

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honingNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honing

In de Oudheid kende men geen algemene btw, maar wel verkoopstaksen, die uiteraard werden doorgerekend aan de klant. Die belastingen konden zowel algemene markt-taksen als specifieke belastingen zijn, bijvoorbeeld op de verkoop van gladiatoren in het Romeinse Rijk. Wie een huis kocht of een ander contract wilde laten registreren, betaalde op veel plaatsen een vorm van registratierechten. Zij die producten wilden invoeren of uitvoeren, een activiteit die makkelijk te controleren viel, waren quasi overal onderhevig aan douane- en tolheffingen. Dit soort taksen was in vredestijd de belangrijkste bron van inkomsten voor zowel de Griekse stadstaten als de vroeg-Romeinse Republiek. Zo vermeldt Strabo de spreekwoordelijke domheid van de inwoners van Cumae, die pas 300 jaar na de stichting van de stad douanerechten verpachtten:

[…] κατέσχεν οὖν δόξα ὡς ὀψὲ ᾐσθημένων ὅτι ἐπὶ θαλάττῃ πόλιν οἰκοῖεν. (Strabo XIII, 3, 6)
[…] aldus kregen ze de reputatie een volk te zijn dat pas laat doorhad in een stad bij de zee te wonen.

Een type taks dat vandaag omstreden is, en bijvoorbeeld een groot twistpunt vormt in de Belgische regeringsvorming, is de vermogensbelasting. In de Oudheid was het echter een courante praktijk om hogere defensie-uitgaven te compenseren door vermogens aan te spreken. Zo hieven vele Griekse steden in oorlogstijd de zogenaamde eisphora, en de Romeinen in de Republiek het tributum, beide enkel betaald door zij die een bepaald vermogen bezaten. Ook het antieke China kende in de 2de en 1ste eeuw v.C. een vermogensbelasting. Een gerelateerde praktijk is het innen van successierechten, zoals de vicesima hereditatum (“5% van de erfenis”) ingevoerd door keizer Augustus.

Taksen: een heel karwei

Met 833 mogelijke codes lijkt het invullen van de Belgische belastingaangifte misschien veel werk. Maar het kan erger: in de Oudheid moesten veel inwoners fysiek werk verrichten voor de staat. Vooral in het oude nabije oosten en in Egypte vinden we diverse vormen van corvee (waar ons woord ‘karwei’ van afgeleid is), maar ook de Inca’s, Azteken en de oude Chinezen kenden deze praktijk. In België verdween elke vorm van verplichte arbeid met de opschorting van de militaire dienstplicht in 1992. Naast militaire dienst werd corvee vaak gebruikt voor de cultivatie van staatsland, voor publieke bouwwerken (zoals piramides), en vooral voor het onderhoud van het irrigatiesysteem, waar de hele bevolking baat bij had. Na verloop van tijd konden deze verplichtingen worden afgekocht met zilver of geld. In Mesopotamië werd dit al gangbaar in het 2de millennium v.C., wat suggereert dat deze regio al vroeg een echte arbeidsmarkt had.

Reliëf voor de bouw van een tempel in Lagash (ca. 2500 v.C.). Links houdt koning Ur-Nanshe een typische corveemand voor het dragen van aarde boven zijn hoofd

“No taxation without representation?”

Geen belasting zonder vertegenwoordiging was de slagzin van de Amerikaanse revolutie. Ook in de Oudheid speelden taksen vaak een rol in het uitbreken van opstanden, in het bijzonder wanneer de legitimiteit van de veroveraars om te belasten in twijfel getrokken werd. Voorbeelden zijn legio: de vele revoltes in het Perzische rijk, de grote Thebaanse opstand tegen de Ptolemaeën, de Makkabese opstand tegen de Seleuciden, revoltes tegen de Romeinse overheersing, enz. Sommige regimes, zoals het Perzische rijk of de Delisch-Attische Zeebond verbloemden tribuutbetalingen dan ook als “vrijwillige” giften.

Ionische Grieken brengen giften naar de Perzische koning in deze scène uit de Apadana in Persepolis (eerste helft 5de eeuw v.C.)

Taksen kunnen een teken van onderwerping en uitsluiting zijn, zoals ook het geval was bij de beruchte Joodse taks onder de Romeinen. Anderzijds kon het betalen van belastingen net bijdragen tot het vormen van een gemeenschap en lidmaatschap ervan uitdrukken. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk voor slaven: zij betaalden nergens zelf belastingen, maar de opbrengst van hun arbeid werd belast. In het oude Rome werden sommige taksen, zoals successierechten, enkel van burgers geheven. Lange tijd dacht men dat de Grieken directe belastingen als een teken van tirannie zagen, maar intussen is het duidelijk dat de steden hun burgers wel degelijk belastten. Wel is het zo dat de Atheners publieke goederen in ruil verwachtten, en dat ze veel meer inspraak hadden dan de onderdanen van de grote rijken.

Belastingvrijstelling: een tweesnijdend zwaard

In andere gevallen was het belastingvrijstelling die bijdroeg tot het definiëren van de gemeenschap. In Sparta was er een onderscheid tussen de Spartaanse burgers die militaire dienst leverden en de heloten die belastingen betaalden. Volgens Herodotus waren de inwoners van het Perzische kerngebied vrijgesteld van belastingen. De Romeinse Republiek schafte in 167 v.C. het tributum af, waardoor de belastingdruk verschoof van de burgers in Italië naar de inwoners van de nieuwe provincies. Onderzoekers hebben recent gewezen op de schaduwkant van deze vrijstelling. Omdat de staat en de elites de bijdragen van de burgers niet langer nodig hadden, verloren deze ook hun onderhandelingspositie en na verloop van tijd hun politieke inspraak.

Na de overwinning op de Macedonische koning Perseus in 167 v.C. (hier afgebeeld door Jean-François Pierre Peyron) schafte Rome de voornaamste belasting voor haar burgers af

Andere vrijstellingen werden toegekend als beloning of om machtige groepen aan de staat te binden. Niet zelden ging het daarbij om priesters, en in onze contreien waren bijvoorbeeld druïden vrijgesteld van belastingen. Taksen en vrijstellingen worden vaak gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden (social engineering). In een wel heel driest voorbeeld betaalden ongehuwde vrouwen tussen de 15 en 30 jaar oud in het oude China een tijdlang het vijfvoudige voor de hoofdelijke belasting. Met hetzelfde doel had het Romeinse keizerrijk het ius trium liberorum, dat bepaalde vrijstellingen toekende aan ouders van 3 of meer kinderen. In Ptolemaeïsch Egypte waren er dan weer uitzonderingen voor leraars, winnaars in de spelen, sportcoaches en acteurs. Die groepen hadden allemaal een sterke band met de Griekse cultuur, maar Egyptische priesters genoten ook privileges. Winnaars in de spelen kregen ook elders in de Griekse wereld belastingvrijstelling.

Belastingontduiking: een antieke sport?

Papyrus met aangifte tegen de voller Leon voor het ontwijken van de beroepsbelasting (227 v.C.)

Er wordt wel eens gezegd dat belastingontwijking (legaal) of -ontduiking (illegaal) een nationale sport is in België. Hoewel Plato het betalen van belastingen als een kenmerk van de rechtvaardige man beschrijft, en Jezus aanried om de keizer te geven wat de keizer toekwam, proberen mensen al belastingen te ontwijken zo lang als ze geïnd worden, zoals de klacht van de belastingpachter Athenagoras tegen de voller Leon [TM 43303] aantoont. In het bijzonder de papyri uit Egypte staan bol van de listen om belastingen te ontwijken. De Ptolemaeïsche Hierokles, een serie-overtreder, vroeg bijvoorbeeld aan zijn connecties om “brieven te schrijven naar de douanepost, zodat ze hem genereus behandelen” [TM 2386] en de Romeinse wever Tryphon [TM Arch 249] bleef lustig weefgetouwen bijkopen jaren nadat hij omwille van zijn slechtziendheid van belastingen was vrijgesteld. Overtreders moesten wel oppassen voor informanten, die tot een derde van de boete konden opstrijken.

Het waren overigens niet alleen belastingbetalers die achterpoortjes zochten. Een brief van de Romeinse consuls aan de Griekse stad Oropos uit het jaar 73 v.C. toont hoe sommige belastingpachters wel erg creatief met de fiscale wetgeving omgingen. Enkele jaren voordien had de generaal Sulla tempelland in de omgeving van de stad vrijgesteld van belastingen. Toch probeerden de pachters taksen te innen van de tempel van Amphiaraus. Hun argument? Technisch gezien was Amphiaraus een held, en geen volwaardige god. In dit geval besliste de Romeinse staat, op advies van onder andere Cicero, in het voordeel van de priesters. Maar ook in de Oudheid was het dus belangrijk om de kleine lettertjes te kennen!

Lees meer

Girardin, M. (ed.), Fiscalités antiques. Aux origines de l’administration provinciale romaine, Rome, 2023.
Monson, M. and Scheidel, S. (eds.),  Fiscal Regimes and the Political Economy of Premodern States, Cambridge, 2015.
Valk, J. and Soto Marín, I. (eds.), Ancient Taxation: The Mechanics of Extraction in Comparative Perspective, New York, 2021.

Coverfoto: Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier, afkomstig van Wikimedia [CC0 1.0]

Dit project is gefinancierd onder de Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA)

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/feed/ 0 2625
Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/#respond Sat, 26 Mar 2022 16:51:18 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2265

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. De daaropvolgende twee eeuwen, na de intreden van Alexander de Grote, viel het gebied onder de Grieks-Macedonische heerschappij met het 'Huis van Seleucus'. In dit artikel lees je meer over deze minder gekende episode uit de wereldgeschiedenis.

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. Sinds millennia golden de inwoners van deze regio – waarvan het grootste gedeelte in het huidige Irak ligt – als dé koplopers binnen de evolutie van de mensheid richting een gevestigde en ontwikkelde samenleving. Zij waren de eerste landbouwers, de eerste stedenbouwers, de eerste schrijvers…

Het Babylon van de Westerse fantasiewereld met de mythische Hangende Tuinen op de voorgrond en de al even legendarische Toren van Babel op de achtergrond, op een illustratie uit de 19de eeuw

De relatief jonge Griekse stadstaten konden op dat moment niet anders dan zich verwonderen over het verreikende verleden en de eeuwenoude tradities van dit trotse volk. Verhalen over quasi-legendarische monarchen zoals de koningin Semiramis en geruchten over kolossale, bovenmenselijke bouwcomplexen zoals de ‘Hangende Tuinen’ van Babylon deden hun intrede in de Griekse fantasiewereld. Tevens begonnen de Mesopotamiërs dankzij de handel steeds meer te weten te komen over de poleis in het Westen. Er lag echter nog meer in het verschiet voor de relatie tussen deze twee culturen: ze geraakten nauw met elkaar vervlochten voor meer dan 200 jaar. Na de komst van Alexander de Grote in 331 v.C. zag het Tweestromenland immers zijn Perzische meester vertrekken en kwam er een Helleense in de plaats. Wat volgde was namelijk een periode van Grieks-Macedonische overheersing gedurende twee eeuwen.

De aankomst van de Hellenen en de strijd om Mesopotamië

Na de klinkende overwinning van Alexander op de Perzen nabij Gaugamela op 1 oktober 331 v.C., lag de weg naar Babylonië voor de Grieks-Macedonische troepen open. De intrede van de wereldveroveraar in de belangrijkste stad van de regio, het legendarische Babylon, was volgens de Griekse bronnen een grandioze gelegenheid. Onder het gejuich van de inwoners marcheerden de falanxen zonder weerstand plechtig een stad binnen die nog geen paar jaar daarvoor slechts het voorwerp was van hun wildste dromen:

ἤδη τε οὐ πόρρω Βαβυλῶνος ἦν καὶ δύναμιν ξυντεταγμένην ὡς ἐς μάχην ἦγε, καὶ οἱ Βαβυλώνιοι πανδημεὶ ἀπήντων αὐτῷ ξὺν ἱερεῦσί τε σφῶν καὶ ἄρχουσι, δῶρά τε ὡς ἕκαστοι φέροντες καὶ τὴν πόλιν ἐνδιδόντες καὶ τὴν ἄκραν καὶ τὰ χρήματα. Ἀλέξανδρος δὲ παρελθὼν εἰς τὴν Βαβυλῶνα τὰ ἱερὰ, ἃ Ξέρξης καθεῖλεν, ἀνοικοδομεῖν προσέταξε Βαβυλωνίοις, τά τε ἄλλα καὶ τοῦ Βήλου τὸ ἱερόν, ὃν μάλιστα θεῶν τιμῶσι Βαβυλώνιοι.

“Hij (Alexander) bevond zich reeds in de buurt van Babylon en voerde een legermacht aan, klaargemaakt voor de strijd, toen de Babyloniërs massaal samen met hun priesters en leiders hem tegemoet traden, geschenken met zich meedroegen en de stad, de burcht en de schatkist overhandigden. Nadat Alexander was aangekomen in Babylon beval hij voor de Babyloniërs het herstel van de heiligdommen die Xerxes had verwoest, met name de tempel van Bel, die de Babyloniërs het meest van al de goden eren.” (Arrianus, Anabasis Alexandri, 3.16.3-4)

De intrede van Alexander in Babylon op het gelijknamige schilderij van de Franse schilder Charles Le Brun uit de collectie van het Louvre

Alexander had grootse plannen met Babylon: de stad diende het centrum te worden van zijn wereldrijk. De Macedoniër stierf echter op 32-jarige leeftijd in 323 v.C. alvorens zijn beoogde hoofdstad te kunnen uitbouwen. De ongelukkige gevolgen van zijn voortijdige dood zijn inmiddels goed gekend: de generaals en vrienden van de koning vlogen terstond elkaar naar de keel om de heerschappij over het reusachtige imperium. Een van de zwaarst getroffen gebieden was Mesopotamië. Het Tweestromenland gold immers als een van de rijkste regio’s uit West-Azië en was bijgevolg onmisbaar voor de ambitieuze generaals met hun geldverslindende oorlogen. Bovendien was Mesopotamië door diens centrale ligging in West-Azië van groot strategisch belang. De diadochen die ervan droomden Azië te bedwingen, konden dit onmogelijk verwezenlijken zonder zichzelf eerst stevig in het zadel te plaatsen van het Tweestromenland.

Buste van Seleucus I Nicator

Deze streek werd in de eerste plaats de inzet van een bloedig conflict tussen Antigonos I Monophthalmos en Seleucus I Nicator dat jaren aansleepte. Seleucus was onder Alexander de Grote de commandant van het elitekorps van de zogenaamde “Zilverschilden” (Hypaspistai) en na het Verdrag van Triparadeisos (321 v.C.) verkreeg hij het gouverneurschap over Babylonië. In 316 v.C. verdreef de machtige Antigonos de jonge generaal uit zijn provincie. Deze zou later in 312 v.C. met een kleine schare volgelingen en de steun van Ptolemaeus I terugkeren en wist het land tussen de Tigris en de Eufraat weer te bemachtigen. Dat de inwoners van dit gebied het zwaar te verduren hadden gedurende dit conflict wordt duidelijk uit enkele inheemse bronnen zoals de ‘Diadochenkroniek’, een beschadigd kleitablet dat spreekt over “gejammer en rouw in het land”. Seleucus kwam uiteindelijk als overwinnaar uit de bus en verdreef Antigonos naar het westen.

Seleucus consolideert zijn macht: de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris

Hoewel de oorlogen tussen de opvolgers bleven aanhouden, keerde na Antigonos’ verdrijving de rust terug naar het land tussen de Tigris en de Eufraat. Seleucus kon zich nu meer richten op de uitbouw van zijn heerschappij in dit gebied. Hij kroonde zichzelf tot koning in het jaar 305 v.C. en ging over tot een uitgebreid kolonisatiebeleid waarbij talrijke Grieks-Macedonische nederzettingen doorheen Azië het levenslicht zagen. Om de macht van het nieuwe regime duidelijk te maken, gingen de nieuwe steden veelal de naam van de vorst dragen of van één van diens familieleden. Deze stichtingen dienden in de eerste plaats om de Seleucidische macht te consolideren in de zopas veroverde gebieden.

Archeologische kaart van Seleucië-aan-de-Tigris

De belangrijkste stad die de nieuwe koning liet bouwen in het Tweetromenland was Seleucië (Seleukeia) aan de oever van de Tigris (ook wel Seleucië-aan-de-Tigris genoemd). Seleucië zou gedurende de Hellenistische periode uitgroeien tot een van de meest vooraanstaande steden. De muur van de stad zou een gebied van zo’n 550 hectaren omarmen. Moderne schattingen leggen het inwonersaantal vast op zo’n 100 000 met daarbij nog een afhankelijke bevolking van 400 000 inwoners in het omliggende gebied, een enorm aantal in de antieke wereld. Seleucië had voornamelijk haar rijkdom te danken aan haar gunstige ligging, namelijk op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. De stad controleerde namelijk in de eerste plaats de lucratieve handel die via de oostelijke landweg vanuit Bactrië (het huidige Afghanistan) en Noord-Iran kwam. Daarnaast waakte de stad over de binnenstroom van goederen vanuit Indië en Arabië via de Perzische Golf.

Een populaire opvatting van vroeger was dat met het ontstaan van Seleucië de doodsteek aan Babylon werd toegebracht. De gehele bevolking – op een paar priesters na – zou een nieuw onderkomen hebben gezocht in de Griekse hoofdstad. De antieke auteurs beschreven al hoe het eens zo magnifieke centrum van de Babylonische beschaving door de stichting van Seleucië ontaardde in een dodenstad:

καὶ γὰρ ἐκεῖνος καὶ οἱ μετ᾽ αὐτὸν ἅπαντες περὶ ταύτην ἐσπούδασαν τὴν πόλιν καὶ τὸ βασίλειον ἐνταῦθα μετήνεγκαν: καὶ δὴ καὶ νῦν ἡ μὲν γέγονε Βαβυλῶνος μείζων ἡ δ᾽ ἔρημος ἡ πολλή, ὥστ᾽ ἐπ᾽ αὐτῆς μὴ ἂν ὀκνῆσαί τινα εἰπεῖν ὅπερ ἔφη τις τῶν κωμικῶν ἐπὶ τῶν Μαγαλοπολιτῶν τῶν ἐν Ἀρκαδίᾳ ‘ἐρημία μεγάλη ‘στὶν ἡ Μεγάλη πόλις.

“Hij (Seleucus) en al zijn opvolgers legden zich toe op (de uitbouw van) Seleucië en verhuisden naar daar hun paleis. Inderdaad is deze (Seleucië) op het moment groter dan Babylon, thans zo verlaten dat men hierdoor niet zou aarzelen te stellen dat wat een blijspeldichter ooit zei over Megalopolis uit Arcadië: ‘de grote stad is een grote woestijn’.”  (Strabo, 16.1.5)

Uit onderzoek van de kleitabletten blijkt echter dat dit niet helemaal klopt. Deze bronnen tonen aan hoe Babylon onder het Seleucidische bewind nog steeds een drukke stad was. Ze had weliswaar op het internationale toneel haar politiek belang verloren, maar dit betekende geenszins haar ruïnering. Meer nog, Babylon bleef doorheen de Hellenistische periode het belangrijkste religieuze centrum van het Tweestromenland dat zelfs het respect afdwong van de Seleucidische koning.

Mesopotamië in de 3de eeuw v.C.

De ‘Ptolemaeus III Kroniek’, een spijkerschrifttablet uit het British Museum (BCHP 11 = BM 34428)

Nadat de verwoestende Diadochenoorlogen zich hadden verplaatst naar het Westen in het begin van de 3de eeuw v.C. brak er in Mesopotamië een relatief vredevolle periode aan. Deze rust hield aan voor de rest van de eeuw buiten twee korte, gewelddadige intermezzo’s. Eerst was er de Derde Syrische Oorlog (246 v.C. – 241 v.C.). Hoewel – zoals de naam doet vermoeden – dit conflict in de eerste plaats werd uitgevochten in Syrië, informeert de zogenaamde “Ptolemaeus III Kroniek” (een Mesopotamisch spijkerschrifttablet) ons dat de Ptolemaeïsche legers zelfs tot in Babylon waren doorgedrongen. Het vredesverdrag dat de oorlog beëindigde, liet echter het Tweestromenland in Seleucidische handen.

Later werd de rust nogmaals verstoord na de troonsbestijging van Antiochus III. Toen kwam in 222 v.C. de satraap van Medië (huidige Noord-Iran), Molon, in opstand tegen het centrale gezag. Deze rebel stak het Zagrosgebergte over om het Tweestromenland in te lijven. Hij zou uiteindelijk verslagen worden door de rechtmatige vorst, maar de opschudding moet groot zijn geweest. Zo blijkt uit Polybius dat Seleucië-aan-de-Tigris met Molon had meegewerkt (V.54). Antiochus III stelde zich echter mild op tegenover de inwoners van de kolonie en nam genoegen met de betaling van een relatief kleine geldboete voor het verraad.

Ondanks deze twee korte opschuddingen en mogelijk nog een economische crisis in de late jaren 270 en vroege jaren 260 v.C. floreerden de aloude steden van de Mesopotamische beschaving. Vooral de zuidelijke centra verrijkten zich dankzij de intensifiërende internationale handel onder de Seleuciden. Deze bloei in het zuiden liet zich vooral merken in Uruk waar twee nieuwe grote tempelcomplexen verrezen. Tevens in het Noorden profiteerden enkele steden zoals Mari, Nineveh en Arslan-Tash van de hervonden stabiliteit onder het ‘Huis van Seleucus’. In de Hellenistische periode werd het economische zwaartepunt van het land vooral de Diyala-regio ten oosten van de Tigris (deels op instigatie van de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris). Het archeologische onderzoek laat zien hoe er aldaar in het Hellenistische tijdperk vijftien keer meer bebouwing was dan in de Perzische periode. Enkel Ur vertoont tekens van achteruitgang, maar dit is in de eerste plaats te wijten aan de verandering van de koers van de Eufraat: de stad werd afgezonderd van de levensader die haar rijkdom waarborgde.

Kaart van het oude Mesopotamië met de belangrijkste steden

Het doek valt: het einde van de Seleuciden in Mesopotamië

In de 2de eeuw v.C. werd de handhaving van het centrale gezag in Mesopotamië steeds moeilijker. Niet alleen begonnen steeds meer generaals en gouverneurs in opstand te komen en dynastieke conflicten het rijk te teisteren, maar eveneens doemde er een agressieve, nieuwe vijand op vanuit het Oosten: de Parthen. Dit volk had reeds in c. 250 v.C. in Noord-Iran een onafhankelijk koninkrijk gesticht in voormalig Seleucidisch territorium, maar het duurde tot de 2de eeuw vooraleer ze een grote bedreiging gingen vormen voor de dynastie. Rond 140 v.C. begonnen de Parthen zich resoluut toe te leggen op de verovering van het Tweestromenland.

Tetradrachme van Antiochus VII Euergetes Sidetes

Tijdens deze strijd heerste er een tijdlang anarchie tussen de Tigris en de Eufraat. Zowel de Parthen als de Seleuciden slaagden er niet meteen in de streek onder controle te krijgen. Uit dit vacuüm ontstonden enkele kortstondige koninkrijkjes, geregeerd door voormalige Seleucidische functionarissen of lokale heersers. Mettertijd werd de greep van de Parthen echter steeds sterker. Koning Antiochus VII Sidetes (138 – 129 v.C.) ondernam nog een laatste poging om alsnog in het Tweestromenland het Seleucidische gezag te herstellen. Aanvankelijk was zijn veldtocht tegen de Parthen een succes, maar de vorst bleek niet opgewassen tegen de gecoördineerde tegenaanval van zijn vijand. Hij stierf in 129 v.C. tijdens deze campagne. Hiermee was het doek gevallen, de Seleucidische dynastie was definitief verdreven uit Mesopotamië. Op die manier kwam de 200-jarige Grieks-Macedonische overheersing dus aan haar einde.

Conclusie

Na de dood van Alexander en een jarenlang bloedig conflict met Antigonos Monophthalmos kwam Seleucus aan de macht in het Tweestromenland op het einde van de 4de eeuw v.C. Zijn dynastie consolideerde haar gezag via de stichting van enkele belangrijke kolonies zoals Seleucië-aan-de-Tigris. Dit beleid zorgde niet voor de teloorgang van de inheemse steden. Meer nog, de archeologie toont aan hoe de meeste Mesopotamische nederzettingen gedurende de 3de eeuw v.C. weer gingen bloeien. In de 2de eeuw v.C. ging het echter bergafwaarts voor de Seleuciden in Mesopotamië door aanhoudende interne crisissen. Van deze kwetsbare situatie ging een nieuwe vijand uit het Oosten ten volle profiteren: de Parthen. Het ‘Huis van Seleucus’ bleek in het Tweestromenland niet bestand tegen dit Noord-Iraanse koninkrijk: de Parthen zouden de streek inpalmen en er meer dan drie eeuwen de scepter zwaaien. Ondertussen verviel het eens zo machtige Seleucidische imperium tot een lokaal Syrisch koninkrijkje dat de speelbal werd van buitenlandse mogendheden en uiteindelijk in 63 v.C. werd veroverd door de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus.

Lees meer

Aperghis, G., The Seleukid Royal Economy: The Finances and Financial Administration of the Seleukid Empire, 2004.
Boiy, T., Babylon: De echte Stad en de Mythe, 2010.
Capdetrey, L., Le pouvoir séleucide: territoire, administration, finances d’un royaume hellénistique (312-129 avant J.-C.), 2007.
Grayson, A., Assyrian and Babylonian Chronicles, 1975.
Kosmin, P., Time and its Adversaries in the Seleucid Empire, 2018.
Roux, G., Ancient Iraq, 1993 (1964).
Sherwin-White, S., “Aspects of Seleucid Royal Ideology: The Cylinder of Antiochus I from Borsippa”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 111, 1991, pp. 71-86.
Sherwin-White, S. & Kuhrt, A., From Samarkhand to Sardis: A New Approach to the Seleucid Empire, 1993.
Sherwin-White, S., “Seleucid Babylonia: a case-study for the installation and development of Greek rule”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
van der Spek, R., “The Babylonian City”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
Wheatley, P., “Antigonus Monophthalmus in Babylonia, 310-308 B. C.”, Journal of Near Eastern Studies, Vol. 61, 2002, pp. 39-47.
Wiesehöfer, J., La Persia antica, vert. naar Italiaans A. Cristofori, 2003 (1999).

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeeldingen ‘Mesopotamia 9 October 2020’ van NASA World View op Wikimedia (PD) & ‘Seleuco I Nicatore’ uit het ‘National Archaeological Museum of Naples (inv. nr. 5590)’ op Wikimedia (CC BY-SA 2.0 IT)

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/feed/ 0 2265