graan Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/graan/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png graan Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/graan/ 32 32 136391722 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/#respond Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2841 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte!

Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele ‘pink tax’: economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft ook vandaag een actueel thema. Minder bekend is de rol van belastingen in dat verhaal, zowel nu als in het verleden. Aan de hand van fiscale documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte laat deze bijdrage zien hoe economisch actieve vrouwen in de Oudheid belast werden en welke inzichten dat biedt in hun economische positie.

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele “pink tax” is er duidelijk nog een hele weg te gaan voor de economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Minder bekend is de rol van belastingen in dit verband, pas vrij recent het onderwerp van onderzoek. Deze blogpost zal dieper ingaan op de verschillende ontwikkelingen van taksen die ook door vrouwen die economisch actief waren in de Oudheid werden betaald, met een focus op Egypte.

Fresco van een jonge vrouw uit Pompeï

Hoewel hedendaagse belastingregels zelden expliciet één geslacht bevoordelen, leiden de toepassing van de regels en hun wisselwerking met de bredere socio-economische realiteit vaak wel tot verschillen. Bijvoorbeeld, de gezamenlijke belastingaangifte van gehuwden – enkel wettelijk verplicht in België en de Democratische Republiek Congo – leidt weliswaar vaak tot een lagere totale belastingdruk, maar doorgaans ten koste van een hoger gemiddeld tarief voor de “secundaire” verdiener, in veel gevallen de echtgenote. Dit is niet alleen relevant voor de gendergelijkheid, maar ook voor de economische productiviteit, aangezien het vrouwen kan ontmoedigen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Zulke kwesties zijn ook relevant voor de Oudheid, en fiscale teksten zijn een belangrijke maar onderbenutte bron voor het bestuderen van de economische activiteiten van antieke vrouwen. Hieronder gebeurt dit aan de hand van zulke documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte, vaak beschouwd als één van de betere plaatsen om een vrouw te zijn in de Oudheid.

Vrouwen in Hellenistisch Egypte

Mummieportret van een vrouw uit Hawara

Die relatief goede positie hadden de Egyptische vrouwen vooral te danken aan hun sterke juridische status. Vrouwen genoten volledige eigendomsrechten over hun roerende en onroerende goederen, mannen en vrouwen erfden op gelijke voet (met uitzondering van de oudste zoon, die een groter deel ontving dan zowel zijn broers als zijn zussen), vrouwen konden petities indienen bij de autoriteiten, en ze konden zelf de scheiding aanvragen. Anderzijds werd het beheer van het gezinsvermogen na het huwelijk vaak aan de echtgenoot toevertrouwd. Bovendien hadden vrouwen geen toegang tot militaire en bestuurlijke functies, met uitzondering van de Ptolemaeïsche koninginnen die bekend stonden om hun actieve politieke en economische rol.

Er waren natuurlijk ook aanzienlijke verschillen in de situatie van individuele vrouwen, die te maken hadden met rijkdom, klasse, leeftijd en andere factoren. Dit hing onder meer samen met het dubbele rechtssysteem: Egyptische vrouwen handelden volledig onafhankelijk, maar Griekse vrouwen hadden voor juridische transacties een voogd (kyrios) nodig, meestal haar echtgenoot of een mannelijk familielid. Paradoxaal genoeg betekent dit dat Egyptische vrouwen die zich introuwden in een Griekse familie er sociaal gezien op vooruitgingen, terwijl haar situatie er naar onze moderne maatstaven op achteruitging. Helaas geven de fiscale teksten zelden inzicht in de exacte positie van de betrokken vrouwen.

Vrouwen van tel: de hoofdelijke belasting

De basis voor het heffen van belastingen in Egypte was de census, waarin het (meestal mannelijke) gezinshoofd een centrale rol speelde. Door de bevolking te tellen, verzamelden de Ptolemaeën de nodige gegevens voor het heffen van de zoutbelasting, een algemene hoofdelijke taks die door het grootste deel van de bevolking betaald moest worden (en die dus niets met de zoutsector te maken had). Ook vrouwen waren deze belasting verschuldigd, aan de helft van het bedrag dat mannen moesten betalen. Het betalen van zo’n belasting kon gezien worden als een graadmeter voor het behoren tot de gemeenschap.

In de late Hellenistische en in de Romeinse periode werd de voornaamste hoofdelijke belasting enkel door mannen betaald, wat gepaard ging met een verslechtering van de juridische positie van vrouwen. Bewijsmateriaal voor de voorafgaande Perzische periode is beperkter, maar er is een hoofdbelastingachtige bijdrage aan de tempel van Jahweh in Elephantine bekend, waarvoor vrouwen hetzelfde bedrag betaalden als mannen [TM 48746]. In dit geval zou de ogenschijnlijke gelijkheid echter door de specifieke Joodse context verklaard kunnen worden: het boek Exodus vermeldt een kopgeld dat door elk individu betaald diende te worden als afkoop voor hun leven.

Register met betalingen voor de zouttaks [TM 44391]

Verkoopstaksen

Als we de antieke auteurs moeten geloven, was de plaats van de vrouw aan de haard, maar in werkelijkheid werkten vele vrouwen buitenshuis. In dit verband merkt Herodotus op dat in Egypte “vrouwen naar de markt gaan en handeldrijven, terwijl mannen thuisblijven en weven”. Deze opmerkelijke bewering wordt in zekere mate bevestigd door het fiscale bewijsmateriaal: de weversbelasting werd doorgaans door mannen betaald, terwijl vrouwelijke betalers van de beroepsbelasting vaak verkoopsters waren. De belangrijkste bron voor die beroepsbelasting vermeldt betalingen door een kaasverkoopster en een broodverkoopster, naast een koeienhoedster [TM 5804]. De gerelateerde belasting voor de bewaking van werkplaatsen werd bovendien betaald door een groenteverkoopster, die dus haar eigen winkel had [TM 7771].

We vinden vooral veel vrouwen onder de bierverkopers die de bierbelasting betaalden. Er is wel eens gesuggereerd dat dit verband hield met bordelen, maar onze voornaamste bron voor deze belasting beschrijft slechts één van de dertien vrouwen als prostituee, en dergelijke beweringen zijn een voorbeeld van de problematische seksualisering van vrouwelijke arbeid [TM 1894]. De betrokkenheid van vrouwen bij de handel strekte zich bovendien uit tot de lucratieve olie-industrie. Olie was onder de Ptolemaeën een “staatsmonopolie” en de verkoop ervan was onderworpen aan competitieve overheidscontracten. Vooral in stedelijke contexten komen we veel vrouwen tegen: in de hoofdstad van de Arsinoïtische gouw waren 32 van de 48 bekende olieverkopers vrouwen [TM 7514].

Marktscène uit het graf van Ipy

Ook vandaag vinden we in het globale Zuiden bovenmatig veel vrouwen onder de marktkramers. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke activiteiten vaak zwaarder worden belast dan andere ondernemingen, omdat lokale overheden bij gebrek aan betrouwbare gegevens gebruikmaken van een vereenvoudigd belastingstelsel dat uitgaat van een “verondersteld inkomen”.

Beeld van de brouwster InpusheshiNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Beeld van de brouwster Inpusheshi

Het is best mogelijk dat het Egyptische systeem op een gelijkaardige manier functioneerde, maar gegevens hierover ontbreken. Hoewel we in veel beroepen occasioneel vrouwen aantreffen (bijvoorbeeld als schoenmakers, bakkers, badhuisbeheerders, wevers, artiesten, balsemers, enz.), werden ze wel degelijk geconfronteerd met structurele hindernissen. Dit komt het duidelijkst tot uiting in het lidmaatschap van beroepsverenigingen, die grotendeels uit mannen bestonden. Anderzijds aarzelde de staat niet om vrouwen in te schakelen als tussenpersonen voor de inning van belastingen in sectoren waar zij een bijzonder belangrijke rol speelden. Zo bestaat het archief van de brouwster Taembes uit bankbetalingen namens haar door verscheidene mannen, wat erop wijst dat zij de pachter was van de dorpsbierbelasting [TM archive 371]. Dit zou haar autoriteit hebben verleend over haar mannelijke collega’s.

De wolbelasting: de dunne grens tussen huishouden en commercie

De voor ons meest interessante taks is de zogenaamde “wolbelasting”, die tegen een laag vast tarief werd betaald, enkel door vrouwen, maar niet door alle vrouwen. Ongeveer één op de drie was eraan onderhevig, hoogstwaarschijnlijk omdat ze sponnen. Het spinnen van garen om aan de vraag voor de antieke textielindustrie te voldoen vereiste een enorme hoeveelheid arbeid. Het grootste deel hiervan werd verricht door vrouwen die deeltijds thuis sponnen, aangezien spinnen gemakkelijk te combineren viel met huishoudelijke taken. Zulke taken zijn belangrijk als economische activiteit op zich en als vereiste voor andere vormen van productie, maar komen zelden terug in fiscale en andere officiële statistieken. Het feit dat de Ptolemaeën ervoor kozen om het spinnen binnen het huishouden in geld te belasten, impliceert dat de vrouwen een zeker inkomen uit dit werk haalden. Met andere woorden, hoewel dit werk thuis werd verricht, werd het garen niet (alleen) gebruikt voor de productie van kleding voor het huishouden. We moeten dus voorzichtig zijn om geen al te scherp onderscheid te maken tussen “huishoudelijke” en “commerciële” activiteiten.

3D-weergave van een Griekse vaas met spinnende vrouwen (Metropolitan Museum of Art)

Belastingen op het vermogen van vrouwen

Een laatste categorie belastingen verraadt de misschien wel belangrijkste economische rol van vrouwen: het bezit van onroerend goed. We vinden vrouwen terug onder de betalers van overdrachtsbelasting, successierechten en eigendomsbelasting. De eigendommen waarvoor zij betaalden, bestonden voornamelijk uit huizen en grond, maar omvatten ook uiteenlopende zaken als duivenhokken.

Maquette van een portiek en tuin

Kwantitatieve gegevens zijn schaars, maar in één huis-aan-huisregister was 16% van de woningen in het bezit van een vrouw. In beter gedocumenteerde Romeins-Egyptische dorpen lag het percentage vrouwelijk eigendom tussen de 20 en 30%. Opvallend genoeg worden vrouwen zelden genoemd als betalers van de oogstbelasting op de velden die zij bezaten. Dit kan erop wijzen dat hun echtgenoten het beheer van de eigendommen op zich namen, maar het zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat de meeste van de kwitanties afkomstig zijn uit Opper-Egypte, waar de pachters en niet de eigenaars van de grond verantwoordelijk waren voor de betaling van deze bijdrage. Dit suggereert wel dat vrouwen zelden de belangrijkste verrichters van landbouwwerk waren. Vrouwen haalden vaak inkomsten uit hun eigendom door het aanbieden van leningen. Dit weten we niet uit fiscale documenten, maar uit leenovereenkomsten, aangezien de rente die zij ontvingen niet werd belast, behalve in het geval van registratiekosten voor contracten wanneer de bedragen bijzonder hoog waren.

Een mannenwereld … met mogelijkheden voor vrouwen

Uit de papyri blijkt duidelijk dat Hellenistisch Egypte een patriarchale samenleving was, maar vrouwen waren geenszins veroordeeld tot een leven binnenshuis. Vooral voor vrouwen aan de lagere kant van het sociale spectrum zou dit sowieso nauwelijks haalbaar zijn geweest. We zien dat ze werkzaam waren als handelaars en in mindere mate als ambachtsvrouwen, en ze betaalden belastingen net als hun mannelijke collega’s. In sectoren waar ze bijzonder goed vertegenwoordigd waren, met name de bierindustrie, konden ze bovendien optreden als belastingpachters. Tot een derde van de vrouwen haalde een aanvullend inkomen uit het spinnen van garen en betaalde de wolbelasting, die alleen aan vrouwen werd opgelegd. Vrouwen uit de midden- en hogere klasse bezaten een niet te verwaarlozen deel van het Egyptische onroerend goed en haalden inkomsten uit het uitlenen van geld en graan. Het is dus duidelijk dat Hellenistisch Egypte kansen bood aan vrouwen die bereid en in staat waren deze te grijpen.

Lees meer

Clarysse, W. and Thompson, D.J., Counting the People in Hellenistic Egypt, Cambridge, 2006.

Dogaer, N., ‘Spun and Fleeced? Spinning, the Wool Tax, and Gendered Labour in the Ptolemaic Textile Industry’, Archiv für Papyrusforschung und verwandte Gebiete 69.2 (2023), 353–370.

Joshi, A., Kangave, J. and van den Boogaard, V., ‘Furthering a Feminist Fiscal Agenda: Engendering Tax and Development’, Development Policy Review 43.3 (2025) (https://doi.org/10.1111/dpr.70005).

OECD, Tax Policy and Gender Equality: A Stocktake of Country Approaches, Paris, 2022.

Schentuleit, M., ‘Gender Issues: Women to the Fore’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Hoboken NJ, 2019, 347–360.

Coverfoto: adaptatie van de 2D-weergave van een afbeelding op een vaas, een ‘Terracotta lekythos (oil flask)’, uit de collectie van The Metropolitan Museum of Art (Public Domain).

[Een Engelstalige versie van deze blogpost werd eerder gepubliceerd op de website van het project FARE (FiscAl Reform in Egypt: From the Achaemenids to the Ptolemies)]

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/feed/ 0 2841
Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/ https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/#respond Sun, 08 Oct 2023 16:25:24 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2472

In onze reeks 'Quis est?' beschrijven we minder bekende figuren uit de Oudheid, zoals deze Sostratos van Aegina? Is deze handelaar, die zowel bij Herodotus als in teksten uit Italië en Egypte wordt vermeld, de rijkste aller Grieken?

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Vorige week pakte de krant De Standaard uit met de test “bent u rijk?”, en voegde daar de boude bewering aan toe dat je “met 2 miljoen tegenwoordig niets bent”. Zorgen over de groeiende ongelijkheid klinken steeds luider, maar tegelijk blijven lijstjes van rijke mensen populair, en kunnen we de capriolen van ’s werelds meest welvarende persoon, Elon Musk, bijna in real time volgen. Hoewel hun invloed misschien wel groter is dan ooit, zijn superrijken niet alleen een hedendaags fenomeen, en ook over hun historische voorgangers doen vaak allerlei straffe verhalen de ronde, waaronder ook over een zeker Sostratos van Aegina.

Het lot van Crassus, in de zestiende-eeuwse verbeelding

Een andere persoon die wel eens omschreven wordt als de rijkste man in de wereldgeschiedenis is Mansa Musa, de veertiende-eeuwse heerser over het koninkrijk Mali. Op bedevaart naar Mekka zou hij in Caïro zoveel goud uitgedeeld hebben, dat de goudprijs en daarmee de hele economie crashte. In Rome was er de fabelachtige rijkdom van Marcus Licinius Crassus, de triumvir die een groot fortuin vergaarde via speculatie op de vastgoedmarkt. De Parthen waren zich welbewust van ’s mans reputatie, en nadat hij sneuvelde in de slag bij Carrhae (53 v.C.) goten ze volgens de overlevering gesmolten goud in zijn mond. De Griekse steden waren meer egalitair, en het is minder duidelijk wie de rijkste aller Hellenen geweest zou kunnen zijn. Eén man heeft echter een sterke claim, als we tenminste Herodotus mogen geloven. En andere bronnen voor die Sostratos van Aegina suggereren inderdaad dat zijn beschrijving op waargebeurde feiten gebaseerd is.

De reputatie van Sostratos (en die van Herodotus)

Haast terloops, als deel van een verhaal over de Samiërs, merkt de geschiedschrijver Herodotus op dat geen enkele handelaar ooit meer inkomsten vergaarde dan een zekere Sostratos uit Aegina, de zoon van Laodamas:

“ἀπονοστήσαντες οὗτοι ὀπίσω μέγιστα δὴ Ἑλλήνων πάντων τῶν ἡμεῖς ἀτρεκείην ἴδμεν ἐκ φορτίων ἐκέρδησαν, μετά γε Σώστρατον τὸν Λαοδάμαντος Αἰγινήτην: τούτῳ γὰρ οὐκ οἷά τε ἐστὶ ἐρίσαι ἄλλον.”

“Naar huis teruggekeerd, haalden zij [sc. de Samiërs] de meeste winst uit hun vracht van alle Grieken waarover we zekerheid hebben, behalve dan Sostratos, zoon van Laodamas, uit Aegina: met hem kan geen enkel ander wedijveren.” (Historiae 4, 152)

Herodotus, de Griekse geschiedschrijver

Aldus vervoegde Sostratos de selecte groep van Griekse handelaars die bij naam vereeuwigd werden in de literaire bronnen. De Griekse upper class had, net als de Romeinse senatoriale elite, namelijk geen al te hoge pet op van handelaars, en voelde niet vaak de behoefte om hun verwezenlijkingen te vereeuwigen. Desalniettemin suggereert Herodotus’ opmerking dat zijn publiek goed genoeg wist over wie hij het had, aangezien hij geen enkel detail over Sostratos’ activiteiten vermeldt. Gelukkig voor ons is Sostratos (of zijn familie) een van die gevallen waar de literaire en documentaire bronnen elkaar aanvullen. Uit die laatste categorie blijkt een uitgebreid handelsnetwerk, dat zich uitstrekte doorheen het Middellandse Zeegebied. Tegelijk bevestigen deze teksten de geloofwaardigheid van de “vader van de geschiedschrijving”, waar zowel antieke als moderne historici wel eens aan durven twijfelen.

Aegina in de 6de eeuw v.C.

Zesde-eeuwse stater van Aegina met de schilpad

Sostratos’ thuisregio Aegina was een eiland in de Saronische golf, tussen Attica en de Peloponnesos, een strategische locatie om aan handel te doen. Het was dan ook een welvarende gemeenschap, die in de 6de eeuw v.C. belangrijker was dan het nabijgelegen Athene. De Aeginese stater met de bekende schildpad was een van de eerste munten in de Griekse wereld, en andere steden volgden de muntstandaard van Aegina voor het slaan van hun eigen munten. Handelaars als Sostratos speelden hierin een aanzienlijke rol. Aan het einde van de 6de eeuw v.C. bouwde de stad een monumentale tempel voor Aphaea, nog steeds een populaire bezienswaardigheid, en een heiligdom voor Apollo. Sommige onderzoekers willen hier ook de hand van Sostratos in zien, en twee sokkels voor standbeelden dragen inderdaad een inscriptie die verwijst naar iemand met die naam. Na de Perzische oorlogen verloor Aegina aan belang ten voordele van grote rivaal Athene.

Sostratos in Italië

Sostratos zou misschien voor altijd een semi-legendarische figuur gebleven zijn, als de ontdekking van een intrigerende inscriptie in het Etruskische Gravisca daar geen verandering in had gebracht. Het gaat om een stenen anker, gewijd aan een godheid, zoals dat wel vaker gebeurde onder zeelieden als dank voor een veilige zeereis. De tekst is simpel en slechts gedeeltelijk bewaard, maar in al zijn kortheid bijzonder significant:

ΑΠΟΛΟΝΟΣ ΑΙΓΙΝΑΤΑ ΕΜΙ ΣΟΣΤΡΑΤΟΣ ΕΠΟΙΗΣΕ ΗΟ

“Ik behoor toe aan Apollo van Aegina. Sostratos, zoon van … heeft mij gemaakt”

Het anker van SostratosWikimedia

Het anker van Sostratos

De tekst dateert naar alle waarschijnlijkheid uit de late 6de eeuw v.C., en de combinatie van de naam Sostratos met de godheid uit Aegina maken het zeer waarschijnlijk dat het hier om de handelaar van Herodotus gaat. Bovendien liep het in Gravisca, de haven van de welvarende stad Tarquinia, vol met handelaars. De Etruskische steden waren belangrijke handelspartners voor de Grieken en hun havens waren levendige en kosmopolitische plaatsen met ruimte voor vreemde, niet-Etruskische goden.

Ook in Pyrgi, de haven van dat andere Etruskische centrum Caere, werd een dedicatie gevonden die mogelijk aan Sostratos toegeschreven kan worden. Met welke producten Sostratos zijn fortuin vergaarde, weten we niet zeker, maar tientallen beschilderde Attische vazen met het merkteken “So” (= So(stratos)?) suggereren dat hij de grootste invoerder van aardewerk van zijn tijd was. Belangrijker nog was hun inhoud: Griekse wijn. Hoewel de Etrusken zelf aan viticultuur deden, en hun wijn zelfs exporteerden naar Gallië, verkoos de elite het Griekse product van hogere kwaliteit. Dat ligt vandaag wel even anders: grote delen van Etrurië maken nu deel uit van Toscane, wereldberoemd voor haar Chianti en Brunello. De Etrusken importeerden verder olijfolie, allerlei metalen, luxeproducten zoals ivoor, en slaven. Mogelijk handelde Sostratos ook in sommige van deze goederen.

Sostratos in Egypte?

Sostratos’ activiteiten in Etrurië zouden op zichzelf al indrukwekkend geweest zijn, maar enkele vondsten uit het Egyptische Naukratis zouden er op kunnen wijzen dat zijn netwerk echt het hele Middellandse zeegebied omspande. Naukratis was een belangrijke handelspost in het noorden van Egypte, op dat moment deel van het Perzische rijk (we schrijven enkele decennia vòòr de grote confrontatie tussen dat rijk en de Griekse steden). Net als Gravisca was het een multicultureel emporium, maar Naukratis had een meer uitgesproken Grieks karakter. Het was geen kolonie van een enkele polis, maar een gemeenschap onderhouden met de steun van twaalf verschillende Griekse steden, waaronder Aegina, Sostratos’ thuisstad.

Schaal gewijd door een Sostratos in Naukratis

Enkele dedicaties die op de site teruggevonden zijn, zouden kunnen wijzen op de betrokkenheid van Sostratos en zijn familie: verschillende potten dragen er wijdingen aan Aphrodite Aphrodite van een Sostratos en een Leodamas (een variant van de naam van Sostratos’ vader bij Herodotus, Laodamas). Aphrodite had geen corresponderende tempel op Aegina zoals Apollo, maar speelde in het algemeen een belangrijke rol als beschermster van zeereizigers. Als Aphrodite Euploia kon ze de golven bedwingen en haar adepten een veilige vaart garanderen, en handelaars schreven soms hun commerciële successen aan haar tussenkomst toe.

Ook in Egypte importeerden Grieken hun veelgeprezen wijn, maar het grote geld viel eerder te rapen met het doorverkopen van Egyptische producten zoals graan, linnen en papyrus in de Griekse wereld. Er zijn echter enkele bezwaren tegen de interpretatie dat het hier om de Sostratos van Herodotus zou gaan: Leodamas wordt geïdentificeerd als zijnde afkomstig van de stad Teos, en de dedicatie door Sostratos gebruikt het alfabet van het eiland Chios. Het zou natuurlijk om een bijzonder internationale familie kunnen gaan, en misschien heeft Sostratos zijn graffiti niet zelf geschreven, maar voorzichtigheid is hier toch geboden.

Eén steenrijke Sostratos, of toch meerdere Sostratoi?

Sostratos was geen zeldzame naam in de Oudheid, en sommige onderzoekers betwijfelen dat al deze bronnen verwijzen naar een en dezelfde man, de Sostratos van Herodotus. Anderen kiezen een middenweg, en reconstrueren een familie van handelaars eerder dan één individu. Zowel beroepen als namen werden inderdaad vaak doorgegeven van vader (of grootvader) op zoon. Het blijft moeilijk om alle elementen hard te maken, in het bijzonder de Egyptische connectie, maar zeker het anker voor Apollo van Aegina uit Gravisca spreekt in het voordeel van de betrouwbaarheid van Herodotus. Bovendien kennen we andere handelaars, met veel ongebruikelijkere namen, die sporen achterlieten in zowel Etrurië als Naukratis, zoals een zekere Lethaios en een meneer Hyblesios. We kunnen dus terecht spreken van een geconnecteerde en mobiele wereld, waarin internationale handelaars aanzienlijke fortuinen verdienden. En de terloopse manier waarop Herodotus Sostratos van Aegina vermeldt, leert ons dat zijn succes fabelachtig geweest moet zijn.

Lees meer

Gill, D.W.J., ‘Positivism, Pots and Long-Distance Trade’, in I. Morris (ed.), Classical Greece: Ancient Histories and Modern Archaeologies, Cambridge, 1994, 99–107.
Hornblower, S., ‘Personal Names and the Study of the Ancient Historians’, Proceedings of the British Academy 104 (2000), 129–143.
Johnston, A., ‘Trading Families?’, in R.W.V. Catling and F. Marchand (eds.), Onomatologos. Studies in Greek Personal Names presented to Elaine Matthews, Oxford, 2010, 470–478.
Schweizer, B., ‘Zwischen Naukratis und Gravisca: Händler im Mittelmeerraum des 7. und 6. Jhs. v. Chr.’, in M. Fitzenreiter (ed.), Das Heilige und die Ware: Zum Spannungsfeld von Religion und Ökonomie, London, 2007, 307–324.

Coverafbeelding: adaptatie van een foto van een zwartfigurige vaas (kylix) uit de 6de eeuw v.C. met daarop Dionysus op een schip tussen de druiven en dolfijnen, via de afbeelding ‘Kylix Dionysus on a ship between dolphins’ vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0 DEED).

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/feed/ 0 2472
Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/#comments Tue, 21 Nov 2017 14:41:22 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=387 cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de 'assassins' uit de titel. Lees hier onze review.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar ons geliefde Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de ‘assassins‘ uit de titel. In dit spel bestuurt de speler Bayek, een Egyptenaar uit Siwa die op zijn zoektocht naar wraak verwikkeld geraakt in de samenzwering van de ‘Orde van de antieken’ (in ‘Assassin’s Creed’-termen: de proto-tempeliers). Deze groepering bespeelt achter de schermen de Ptolemaeïsche dynastie en tracht Egypte in haar macht te krijgen. En passant mengt Bayek zich zo in de burgeroorlog tussen Cleopatra VII (dé Cleopatra) en haar broer Ptolemaios XIII. Voer dus voor een spectaculair verhaal rond historische personages, inclusief Romeinse publiekslievelingen Pompeius en Caesar, tegen de achtergrond van de nadagen van Ptolemaeïsch Egypte.

Visuele pracht

Het moet gezegd worden dat ontwikkelaar Ubisoft dat Egypte op een prachtige manier in beeld gebracht heeft. De game is een ware lust voor het oog en bij het verkennen van de enorme speelwereld is het moeilijk om soms niet even stil te blijven staan om al dat moois in je op te nemen. Bij het exploreren van de talrijke tombes werpt Bayeks toorts indrukwekkende schaduwen, de Nijl produceert prachtige reflecties en het stof waait mooi op bij het doorkruisen van de woestijn. De makers hebben de wereld met een groot oog voor detail gereconstrueerd, gaande van de vele gebouwen en papyri die voorzien zijn van geloofwaardig uitziende (maar niet altijd betekenisvolle) Griekse of Egyptische tekst, tot het typische gebruik van littekens in persoonsbeschrijvingen.

De wereld leeft ook. Er is voortdurend bedrijvigheid: mensen wandelen over straat, bakken brood, maken standbeelden, oogsten graan, weven kleding, enzovoort. In de tempels worden rituelen uitgevoerd en in de necropolen zijn mummificeerders aan het werk. Spelers zijn getuige van mooie scènes uit het alledaagse Egypte, van religieuze processies tot symposia, vaak geheel onverwacht. Het spel kent ook een dag-en-nacht-cyclus, die belangrijke implicaties heeft. Zo is het verstandiger om moeilijke missies uit te stellen tot na zonsondergang, omdat wachters en rovers dan slapen.

Visuele pracht: het meer van Mareotis bij nacht

Ptolemaeïsch Egypte

Het Oude Egypte is altijd een populaire periode geweest voor schrijvers, filmmakers en andere entertainers, wat soms tot een stereotiep en statisch beeld van Egypte leidt, doorspekt met fantasierijke elementen. Gelukkig zijn de makers van Assassin’s Creed niet in deze val getrapt: het Egypte dat we te zien krijgen is duidelijk Ptolemaeïsch. De Griekse invloed is sterk aanwezig, van de staatsbeambten en architectuur tot de kleding en de geteelde gewassen. Mythologische passages komen weliswaar voor (zoals de heroïsche strijd met Apophis vanop de zonnebark van Ra), maar worden goed gekaderd als droom of hallucinatie. Het spel toont ook een besef van de ouderdom en de gelaagdheid van de Egyptische geschiedenis. Het hoofdpersonage geeft bijvoorbeeld aan bepaalde hiëroglyfische teksten niet te kunnen lezen omdat ze te oud zijn.

Het einde van de Egyptische beschaving: Letopolis verdwijnt onder het zand

De 1ste eeuw v.C. wordt duidelijk neergezet als de laatste fase en de ondergang van deze grote beschaving. Dit is merkbaar in de verhalen die verteld worden. In één van de eerste side quests, die te maken heeft met de verkoop van valse kattenmummies aan toeristen, wordt er bijvoorbeeld gealludeerd op de spanning tussen het behouden van religieuze tradities en de nood aan financiële middelen. Anderzijds wordt deze sfeer ook visueel opgewekt: Egypte is bezaaid met ruïnes, steden zijn al deels opgeslokt door het woestijnzand of liggen onder water, en ook de piramides, symbolen van de luister van weleer, beginnen reeds tekenen van verval te vertonen.

Memphis, gedomineerd door de centrale tempel van Ptah

Het spel speelt zich grotendeels af in Neder-Egypte, het noordelijke deel van het land dat gedomineerd wordt door de Nijldelta. Enerzijds zou het technisch moeilijk zijn om ook het grotere Opper-Egypte op te nemen, aangezien de hele spelwereld te doorkruisen valt zonder ooit één laadscherm tegen te komen, anderzijds houdt dit ook inhoudelijk steek. Het zuiden, en in het bijzonder Thebe, had namelijk erg geleden onder de onlusten in het begin van de 1ste eeuw v.C., en de belangrijkste politiek-militaire gebeurtenissen speelden zich in deze periode in het noorden af. De kaart is natuurlijk erg gecomprimeerd -je kan van in Alexandrië de piramides zien liggen-, maar de voornaamste Neder-Egyptische plaatsen zijn vertegenwoordigd.

Alexandrië: een Griekse stad

Sommige van deze plaatsen, in het bijzonder Alexandrië, zijn slecht gedocumenteerd en niet of nauwelijks opgegraven. Dit geeft de makers van het spel de nodige vrijheid, en hoewel ze zich wel in grote lijnen baseren op de wetenschappelijke kennis, hebben ze die vrijheid ook aangewend om de plaatsen een duidelijk eigen karakter te geven. Het contrast tussen de nieuwe hoofdstad Alexandrië en het oude centrum Memphis is bijvoorbeeld groot. Waar Alexandrië duidelijk een Griekse stad is, aangelegd op basis van een rasterpatroon en bijna volledig gehuld in marmer, maakt Memphis, dat gedomineerd wordt door de tempel van Ptah en het oude paleis van Apries, een veel sterkere Egyptische indruk. In het geval van de Fayoum-oase is het het bekende meer dat uitvergroot wordt en het landschap van de regio bepaalt. Ook de beroemde Ptolemaeïsche gebouwen zijn vertegenwoordigd. Zo kan je in Alexandrië de bibliotheek bezoeken of de pharos beklimmen, en in Memphis een blik werpen op de Apis-stier.

Bayek, de laatste Medjay

Het hoofdpersonage Bayek is een zogenaamde ‘Medjay’. Historisch gezien waren dit een soort paramilitaire elitetroepen die oorspronkelijk uit Nubië kwamen en ten tijde van het Nieuwe Rijk (ca. 1550 – 1070 v.C.) eerst als huurlingen dienstdeden, en later evolueerden naar een soort politiemacht. In deze hoedanigheid voerden ze verkenningsmissies uit, patrouilleerden ze langs de woestijnroutes, en stonden ze in voor de bewaking van plaatsen die strategisch belangrijk waren voor de farao. Na het Nieuwe Rijk verdwijnen deze troepen in de plooien van de geschiedenis. Ubisoft heeft ze echter opnieuw opgevist en er een totaal nieuwe invulling aan gegeven: Bayek is een soort sheriff, die verantwoordelijk is voor de openbare orde in Egypte en het welzijn van haar inwoners.

Historisch gezien slaat dit nergens op, maar het werkt wel als protagonist, want plots heeft heel Egypte een reden om Bayek ter hulp te roepen. Dit biedt een kader voor veel van de traditionele side quests die Assassin’s Creed rijk is. Veel van deze problemen zouden zo uit de talrijk bewaarde Ptolemaeïsche petities kunnen komen: dieren die problemen veroorzaken op de akkers, inhalige belastinginners, corrupte priesters, soldaten die zich misdragen, enzovoort. Andere missies zijn unieker en verhalen minder bekende maar daarom niet minder interessante episodes uit die tijd. Een mooi voorbeeld is het dispuut tussen Eudoros en Aristo over een werk over de Nijl, mogelijk ’s werelds eerste plagiaatzaak. Of Bayek deze moeilijkheden aanpakt als een Ptolemaeïsche Rambo of voor een iets subtielere oplossing kiest, wordt geheel aan de speler overgelaten.

Bayek van Siwa: sluipmoordenaar en kattenliefhebber

De Ptolemaeën: genadeloze despoten

Het Egypte van ‘Assassin’s Creed: Origins’ is geen leuke plaats om in te leven. Het beleid van Ptolemaios XIII, de 13-jarige kind-koning, wordt als zeer repressief voorgesteld. Militair machtsvertoon en -misbruik zijn schering en inslag en Ptolemaios’ belastingen zuigen iedereen tot de laatste drachme uit. Een reeks missies rond Sais draait bijvoorbeeld rond overijverige belastinginners die de regio terroriseren. De oplossing voor dit probleem is uiteraard -wat had u dan verwacht?- om de heren ambtenaren een kopje kleiner te maken. Het gros van deze belastingen moet in het spel door Egyptenaren betaald worden, maar in realiteit was er geen sprake van zulke structurele discriminatie door de overheid.

Het treurige lot van Mefkat

‘Assassin’s Creed: Origins’ is een donkerdere game dan zijn voorgangers. Moord en geweld hebben altijd centraal gestaan in de reeks en de tempeliers waren in het verleden ook bepaald geen lieverdjes, maar in dit spel maken ze het wel erg bont. Vrouwen en kinderen worden niet gespaard. Door het veelvuldige gebruik van humor wordt het echter geen al te zware ervaring. Ptolemaeïsch Egypte had het ook effectief moeilijk te verduren in de 1ste eeuw v.C., het was een tijd van interne strijd en de druk van het opdrukkende Rome werd alsmaar voelbaarder. Maar het spel gaat soms wel erg ver, zoals in het geval van het dorp Mefkat, dat helemaal platgebrand werd en waarvan de inwoners gekruisigd werden. In videospellen is er natuurlijk minder ruimte voor nuance en het Ptolemaeïsche regime levert overtuigende bad guys.

Bekender dan Ptolemaios is zijn koninklijke zus/echtgenote/rivale Cleopatra VII. Als een van de meest tot de verbeelding sprekende figuren uit de oudheid is zij al talloze malen afgebeeld. Helaas behoort ‘Assassin’s Creeds’-versie van haar niet tot de betere. Wanneer Bayek voor het eerst aan Cleopatra wordt voorgesteld, maakt ze een zeer oriëntaals-despotische indruk: hij wordt geïnstrueerd te buigen en haar vooral niet in de ogen te kijken. Deze Cleopatra is immer schaars gekleed, houdt van feesten, en verklaart dat ze met eenieder wil slapen, als die maar akkoord gaat om de volgende ochtend geëxecuteerd te worden. Als kers op de taart vraagt ze vervolgens naar de opiumpijp (die pas veel later werd uitgevonden). Dit beeld is gebaseerd op latere karakteriseringen die voortgingen op lasterlijke Romeinse bronnen. Er is geen reden om aan te nemen dat ze zo’n losbandig leven leidde, al zorgt dat natuurlijk wel voor een extravagant personage. Er wordt ook wel gealludeerd op haar politiek talent en haar talenkennis. Hoewel het spel haar Griekse achtergrond erkent, wordt er toch gekozen voor een sterk Egyptische iconografie: ze draagt de typisch Egyptische regalia in plaats van de Griekse diadeem.

Cleopatra, een oriëntaalse verschijning

Waarheidsgetrouwe speelwereld

Over het algemeen hebben de ontwikkelaars van het spel echter hun best gedaan om Egypte authentiek te laten overkomen, en globaal gezien zijn ze daar ook in geslaagd. De dialogen zijn in het Engels, maar af en toe worden er Egyptische woorden gebruikt: ‘seni’ (broer, ook metaforisch), ‘neb’ (meester) en ‘nek’ (door Bayek gebruikt in plaats van ‘fuck’). In Alexandrië en Karanis kan je zelfs hele gesprekken in het Grieks opvangen, en in sommige dorpen kan je Egyptisch horen. Ook de kleding van de mensen is overtuigend weergegeven, gaande van eenvoudige linnen kledingstukken op het platteland tot geverfde wollen outfits in Alexandrië. De kleren die het hoofdpersonage tot zijn beschikking heeft, zijn uiteraard bewust anachronistisch of exotisch; hetzelfde geldt voor zijn wapens.

Niet alleen de mensen, maar ook de Egyptische fauna en flora zijn accuraat gereconstrueerd. Wie een duik wil nemen in de Nijl tussen de lotussen en het papyrusriet kan maar beter uitkijken voor de krokodillen en de nijlpaarden. Een betere optie vormen de typisch Egyptische rieten boten die overal te vinden zijn. Op het land kan je jagen op intussen uitgestorven soorten als de gazelle en de oryx, tussen de dadelpalmen, tamarisken en acacia’s, bomen die echt in Egypte terug te vinden waren. De gewassen die op de akkers groeien, vooral graan, vlas en sla, zou je in de Ptolemaeïsche tijd ook kunnen tegenkomen, net als de wijn- en de olijfgaarden. Wie goed zoekt, vindt papaver, dat in Egypte op beperkte schaal verbouwd werd voor de productie van olie en opium.

Deze gewassen zijn ook terug te vinden op de vele markten die de steden en dorpen in ‘Assassin’s Creed: Origins’ rijk zijn. Het dieet van de gemiddelde Griek en Egyptenaar bestond inderdaad vooral uit groenten, brood en vis, zoals de game het afbeeldt. De meeste van de producten die je op de markt vindt, zou je ook in Ptolemaeïsch Egypte kunnen aantreffen: sla, komkommers, dadels, druiven, perziken, allerlei soorten peulvruchten, honing, brood, vis, olie, papyrus, keramiek, textiel, en zelfs vlees. Appels, peren en citrusvruchten zijn dan weer meer iets van de Romeinse tijd, en in het bijzonder mango’s en oranje wortels zijn toch wel erg anachronistisch.

Ook de gebouwen zouden niet misstaan in de echte Ptolemaeëntijd: de huizen zijn veelal van ongebakken kleisteen, en die van de hogere klassen zijn geschilderd in hellenistische stijl. Deze versieringen zijn geïnspireerd op bewaarde voorbeelden uit de oudheid. Wie bijvoorbeeld de ‘Vault of Splendors’ vindt, herkent onmiddellijk de erotische fresco’s uit Pompeï. Hetzelfde geldt voor de talrijk aanwezige standbeelden en de mummieportretten. Tempels zijn doorgaans gebaseerd op nog bestaande structuren of andere historische informatie, en ze zijn volledig in kleur weergegeven. Het landschap is bezaaid met typisch Egyptische infrastructuur als de sjadoefs (een soort hefboom die gebruikt werd voor irrigatie) en de kegelvormige duiventillen. Duiven werden in Egypte niet alleen gehouden voor hun vlees, maar vooral voor de mest die ze produceren.

Karakteristieke bouwwerken: Egyptische duiventillen

Onvermijdelijk kruipen er in een spel van deze schaal ook wat schoonheidsfoutjes. De uitrusting van de Ptolemaeïsche soldaten is bijvoorbeeld een mengelmoes van Griekse en Romeinse elementen, de nomarches wordt voorgesteld als een belangrijke beambte terwijl diens rol in de Ptolemaeïsche periode eigenlijk overgenomen was door de strategos, en ook met namen gebeuren er soms vreemde dingen. Zo worden Griekse namen soms verlatijnst (Apollodorus in plaats van Apollodoros) en Latijnse namen als Grieks voorgesteld (een Griek die Klaudios heet, wat eigenlijk het Latijnse Claudius is). Een andere taalkundige slordigheid is het gebruik van ‘phylakitai’, het meervoud van ‘phylakites’ (politiebeambte) voor zowel het enkelvoud als het meervoud. Op zich niet zo erg, ware het niet dat een belangrijk personage de hele tijd ‘the phylakitai’ genoemd wordt. Een klassieker is het toeschrijven van strijdwagens aan de Ptolemaeën. Ook de alomtegenwoordigheid van paarden is een beetje overdreven, maar het is niet aan te raden om de enorme spelwereld te voet af te leggen. Een laatste ergernis is het voorkomen van arena’s in Ptolemaeïsch Egypte. Hoewel ze organisch in het verhaal passen, had Ubisoft deze vorm van Romeins entertainment misschien toch beter gespaard voor een game in de Romeinse tijd (wij bij Oude Geschiedenis hopen althans vurig dat ze deze periode ook zullen aandoen).

De arena van Krokodilopolis, nota bene in een Egyptische tempel

De Ptolemaeïsche samenleving: een koloniale fictie

Problematischer is echter de manier waarop omgegaan wordt met de Ptolemaeïsche samenleving. Ook hier zijn er een aantal zaken die de makers goed aanvoelen, zoals de sociale spanningen en het belang van de traditionele priesterelite. Waar ze echter de bal misslaan, is in de afbeelding van de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren. Culture en etnische diversiteit in de Oudheid is vandaag een gevoelig thema, getuige de controverse rond enkele tweets van oud-historica Mary Beard.

Eerst het goede nieuws. Ptolemaeïsch Egypte wordt doorheen het spel terecht als divers voorgesteld. Er worden allerlei talen gesproken, en de meeste mensen maken een Zuid-Europese/Noord-Afrikaanse indruk, zoals te verwachten valt in Neder-Egypte. Ook donkerdere en lichtere huidskleuren zijn vertegenwoordigd, zonder te vervallen in een fantasie van een ‘blank’ of een ‘zwart’ Egypte. Er is aandacht voor ‘gemengde’ huwelijken (als daar nog van gesproken kan worden na drie eeuwen van intense contacten) en het spel maakt op sommige momenten mooi duidelijk dat identiteit een flou gegeven was. Zo ontmoeten we de wagenmenner Claridas, die voorheen de Egyptische naam Sennefer droeg, maar deze in een Griekse veranderde om zijn perspectieven in Alexandrië te verbeteren. Het aannemen van een Griekse identiteit werd inderdaad geassocieerd met sociale vooruitgang. Alleen hoefde dat niet zulke verregaande gevolgen te hebben als het spel suggereert. Claridas zou zijn oude goden helemaal niet hebben hoeven afzweren. De antieke religies waren niet exclusief, en Egyptische goden waren populair onder Grieken.

Die polarisatie kenmerkt de omgang tussen Grieken en Egyptenaren doorheen het spel. Ze staan elkaar voortdurend naar het leven. Grieken kleineren de Egyptenaren die dan weer onafgebroken klagen over discriminatie. Het komt zelfs tot etnisch geïnspireerde moordpartijen. In realiteit zijn onze aanwijzingen voor zulke spanningen zeer beperkt. Het is overigens ook onduidelijk hoe ‘Assassin’s Creed’ deze identiteiten invult: soms gebeurt dat op nationalistische gronden (“our country”), soms op culturele (“our gods”) en sporadisch zelfs op raciale (“look at the colour of your skin”). Huidskleur in het bijzonder zou een gebrekkige manier geweest zijn om Grieken van Egyptenaren te onderscheiden.

Het meest uitgesproken zijn de spanningen in de Fayoem, waar een ronduit koloniale situatie wordt voorgesteld. Grieken declameren er over de vooruitgang die zij willen brengen en hoe de achterlijke Egyptenaren zich daartegen verzetten. Egyptenaren worden gedwongen om te verhuizen en ze moeten hun inkopen in aparte winkels doen, zodat er een ware segregatie ontstaat. Op een gegeven moment wordt Egypte zelfs tegengesteld aan Griekenland, terwijl de Ptolemaeën van de 1ste eeuw v.C. helemaal niets meer met het Griekse “thuisland” te maken hadden. Grieken hadden daarnaast ook veel respect voor de oude Egyptische cultuur.

Vanuit het standpunt van een videospel is deze keuze natuurlijk begrijpelijk. Een stereotiepe koloniale situatie is herkenbaar voor de spelers, en het zorgt voor overtuigende slechteriken. Desalniettemin is het toch een beetje een gemiste kans om een vreedzame (maar fragiele) episode van multiculturalisme weer te geven. Zeker tegen de 1ste eeuw v.C. was het onderscheid tussen Grieken en Egyptenaren meer een kwestie van sociale klasse dan van etniciteit. Veel inwoners werden geboren in Egypte, zagen er qua uiterlijk ongeveer hetzelfde uit en kwamen uit een gemengd Grieks-Egyptisch milieu. De influx van Grieken na de verovering door Alexander bleef immers beperkt tot een eerder bescheiden aantal mannen. In realiteit waren de Griekse en Egyptische identiteit niet exclusief. Tal van mensen hadden zowel een Griekse als een Egyptische naam. Mocht onze wagenmenner in het echte Ptolemaeïsche Egypte geleefd hebben, dan zou hij bekend gestaan hebben als Claridas alias Sennefer.

Verdict

‘Assassin’s Creed: Origins’ biedt een mooi beeld van hoe Ptolemaeïsch Egypte eruit gezien kan hebben. De makers hebben Egypte met veel oog voor detail gereconstrueerd en er is duidelijk veel onderzoek aan voorafgegaan. Historisch gezien vormt de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren wel een struikelblok, maar vanuit een narratief standpunt zijn de genomen keuzes begrijpelijk. Het blijft natuurlijk een videospel en geen geschiedenisboek. Ook als game is Origins zeker geslaagd. In het bijzonder de gevechten zijn uitdagender dan die in vorige spellen uit de reeks en alles is erg knap visueel vormgegeven. Spelers herleven de grote gebeurtenissen uit de 1ste eeuw v.C., maar kunnen ook genieten van kleinere, amusante verhalen. Voor wie al dit moois wil ontdekken zonder virtuele tegenstanders aan zijn speer te rijgen, komt er binnenkort een Discovery Mode, die spelers toelaat Ptolemaeïsch Egypte te verkennen zonder bloedvergieten. Kortom, voor liefhebbers van historisch geïnspireerde actie is ‘Assassin’s Creed: Origins’ zeker een aanrader.

Disclaimer: deze post is gebaseerd op een spelervaring tot en met de verhaalmissie ‘The Crocodile’s Jaws’.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 1 387