farao Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/farao/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 12 Jan 2022 17:58:23 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png farao Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/farao/ 32 32 136391722 Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/ https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/#respond Wed, 29 Dec 2021 16:42:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2145

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte, van de piramideteksten bij farao Oenas tot sarcofaagteksten in het Middenrijk en papyrusteksten zoals het Dodenboek in het Nieuwe Rijk. Ook in de Grieks-Romeinse periode waren er nog zulke funeraire teksten in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de 'Documenten van het Ademen'.

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte. Deze teksten, die ervoor moesten zorgen dat je na de dood kon verder leven in het hiernamaals, werden eerst geschreven op de binnenkant van de piramides uit het Oude Rijk. Vervolgens kregen ze een nieuwe drager, want vanaf het Middenrijk kwamen ze voor op sarcofagen en vanaf het Nieuwe Rijk op papyri, als het zogenaamde Dodenboek. Voor de meeste onderzoekers stopt deze lange geschiedenis van de funeraire teksten met het Dodenboek, maar ook in de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) waren de teksten nog in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de ‘Documenten van het Ademen’.

De evolutie in een paar woorden

Het startpunt ligt bij farao Oenas (ca. 2367-2347 v.C.) in de 5de dynastie. Zijn piramide in Saqqara bevat het oudste corpus van funeraire en religieuze teksten en de wanden van zijn grafkamer staan vol met hiëroglyfische teksten, de zogenaamde piramideteksten. Het zijn spreuken die Oenas moesten helpen om goed in het hiernamaals te kunnen leven. Aangezien de teksten vol typische “kopieerfouten” staan, wordt er doorgaans van uitgegaan dat het om reeds bestaande teksten gaat, die op de wanden van de piramide gekopieerd werden. De belangrijkste functie van de teksten was om de niet-materiële elementen van de mens samen te brengen. Naast het fysieke lichaam, bevatte de mens volgens de Egyptenaren een ba (de individuele levenskracht) en een ka (de persoonlijkheid of de ziel). De ka maakte het verschil tussen een levend en een dood lichaam, terwijl de ba iemand tot een individu maakte. Wanneer iemand stierf werden de ba en de ka van het lichaam gescheiden. Als deze persoon wilde verder leven in het hiernamaals moesten zijn ba en ka herenigd worden tot een akh. De piramideteksten hadden tot doel deze vereniging te vereenvoudigen. Dankzij de teksten in zijn grafkamer kon Oenas dus een akh worden. De piramideteksten komen voor in 10 koninklijke graven uit het Oude Rijk. Naast de piramide van Oenas bevatten ook de volgende piramides deze funeraire teksten: Teti, Pepi I, Ankhesenpepi II (een vrouw van Pepi I), Merenre, Pepi II, Neith (een vrouw van Pepi II), Iput II (een vrouw van Pepi II), Wedjebetni (een vrouw van Pepi II) uit de 6de dynastie (ca. 2347-2216 v.C.) en Ibi uit de 8ste dynastie (ca. 2216-2134 v.C.).

De binnenkant van de piramida van farao Oenas

Vanaf het Middenrijk (ca. 2040-1783 v.C.) werden de teksten niet meer op piramides geschreven maar kwamen ze voor op sarcofagen. Ook de naam van de funeraire literatuur veranderde naar sarcofaagteksten. Deze evolutie begon al op het einde van het Oude Rijk en in de Eerste Tussentijd (ca. 2216-2040 v.C.) maar kende zijn hoogtepunt in het Middenrijk. Aangezien de teksten nu op lijkkisten geschreven werden, bevonden ze zich al dichter bij het lichaam. Hierdoor ging de vereniging van de ba en de ka in een akh nog vlotter. De sarcofaagspreuken zijn afgeleid en gekopieerd van de piramideteksten, maar er ontstonden ook nieuwe composities. Het belangrijkste verschil met de piramideteksten is dat de sarcofaagteksten ook voor privépersonen konden gebruikt worden, terwijl de piramideteksten alleen voor koningen waren.

Voorbeeld van een sarcofaagtekst op de doodskist van Khnumnakht uit het Middenrijk

De derde fase van de evolutie voltrok zich in het Nieuwe Rijk (ca. 1550-1070 v.C.), wanneer de funeraire literatuur op papyrusrollen werd geschreven. De naam voor de literatuur in het Nieuwe Rijk is het Dodenboek. Ook hier werden de spreuken afgeleid van piramide- en sarcofaagteksten, maar daarnaast werden er nieuwe composities geschreven. De term ‘Dodenboek’ is eigenlijk heel misleidend, want de Dodenboekteksten konden ook in graven voorkomen. Zo zijn de meeste graven in de Vallei der Koningen gedecoreerd met Dodenboekteksten om de farao te helpen in het hiernamaals te geraken. Het gaat ook niet om een standaardversie die gekopieerd werd. Het is een corpus van spreuken die in verschillende combinaties konden voorkomen, waarbij soms vignetten werden toegevoegd die bij een bepaalde spreuk hoorden. Het Dodenboek bleef in omloop tot in de Grieks-Romeinse periode en betreft bijgevolg het genre van funeraire literatuur dat het langste in gebruik was.

Documenten van het Ademen

In de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) ontstond er een nieuw genre funeraire literatuur, de ‘Documenten van het Ademen’. Ze verschenen in verschillende vormen in de multiculturele samenleving van Grieks-Romeins Thebe en vervingen geleidelijk aan het Dodenboek. Ze kunnen gezien worden als de opvolgers van de piramideteksten, de sarcofaagteksten en het Dodenboek. De teksten werden aan de overledene meegegeven als grafgift. Ze werden mee ingezwachteld met de mummie en ook hier hebben de teksten als functie een soort aanbevelingsbrief te zijn voor de overledene in het hiernamaals. Ze moesten de overledenen een tweede leven “vrij van zorgen” geven en ervoor zorgen dat de overledene voor eeuwig en altijd kon ademen. De funeraire teksten uit de Grieks-Romeinse tijd kenden een grote diversiteit en verschillende soorten teksten konden op één papyrus gecombineerd worden. De composities zijn geschreven in het hiëratisch, een cursieve vorm van hiërogliefen. De taal van de documenten is gebaseerd op het klassieke Middelegyptisch met invloed van het Laat-Egyptisch en het Demotisch.

Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft (P. Louvre N. 3284)

Ze zullen Osiris naar het binnenste van het grote meer van Chonsoe brengen. Nadat hij zijn hart heeft gegrepen, zullen ze het document van het ademen, dat aan de binnen- en buitenkant is beschreven, omzwachtelen met koninklijk linnen, geplaatst zijnde onder zijn linkerarm in de buurt van zijn hart. Het overige van de omzwachteling zal erbuiten worden gedaan. Indien deze papyrusrol voor hem wordt gebruikt, dan zal hij samen met de ba’s en de goden voor eeuwig en altijd ademen.

Tweede Document van het Ademen (BM EA10110)

Deze tekst bevat de laatste paragraaf van het zogenaamde ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ en toont aan dat het in de buurt van het hart moest ingezwachteld worden. Dit in tegenstelling tot het ‘Eerste’ en ‘Tweede Document van het Ademen’ die respectievelijk onder het hoofd en onder de voeten van de mummie geplaatst moesten worden. Er bestaan bijgevolg drie verschillende ‘Documenten van het Ademen’ en allen hebben ze een andere inhoud. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ lijkt iets ouder te zijn (Ptolemaeïsch tot Vroeg-Romeins) dan de andere twee composities die eerder in de Late Ptolemaeïentijd verschenen en nog voorkwamen tot in de Romeinse periode. Vanaf de eerste eeuw na Christus ontstonden er ook Demotische ‘Documenten van het Ademen’, de zogenaamde “paspoorten voor het hiernamaals”. Deze teksten waren doorgaans korter dan hun hiëratische tegenhangers. Deze papyri werden ook op de mummie geplaatst, maar daarnaast werden ze ook teruggevonden op tempelmuren, sarcofagen, lijkkisten, ostraca, linnen, enzovoort.

Het slotvignet met de Hathor-koe op het graf

Naast de drie soorten ‘Documenten van het Ademen’ waren er ook verkorte versies in omloop. Verder konden de verscheidene paragrafen in de teksten weggelaten of omgewisseld worden en konden er extra paragrafen aan toegevoegd worden. Sommige documenten bevatten ook iconografie, alhoewel dit geen vereiste was. De iconografie van het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ is in de meeste gevallen redelijk gestandaardiseerd. De meeste teksten bevatten meerdere vignetten of afbeeldingen. Het openingsvignet geeft doorgaans de introductie van de overledene aan de god Osiris weer. Een ander veel voorkomend type vignet is het ‘wegen van het hart’. Deze iconografie stamt af van hoofdstuk 125 van het Dodenboek, de zogenaamde ‘negatieve confessie’ en toont hoe het hart van de overledene op een weegschaal wordt gelegd en wordt afgewogen tegen de Maät-veer (de rechtvaardigheid). Als de weegschaal in balans is, heeft de overledene een goed leven geleid en mag hij of zij de onderwereld betreden. Als dit niet het geval is, wordt de overledene verscheurd door de verslindster, een monster dat doorgaans aanwezig is op het vignet. Het eindvignet toont de Hathor-koe op het graf van de overledene. Meestal wordt er wierook geofferd aan de godin Hathor. Er was geen directe relatie tussen de iconografie en de inhoud van de tekst. De afbeeldingen op de papyri voegen iets toe aan de compositie, eerder dan de inhoud van de tekst te illustreren.

Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd geschreven door de god Thoth in naam van Isis. De inhoud van de tekst legt de nadruk op de toegang van de overledene tot de onderwereld en de mogelijkheid om voor eeuwig en altijd vrij te kunnen ademen.

Introductie van de overledene aan de god Osiris (BM EA9995,1)

Een heel interessant gegeven aan deze documenten is dat ze steeds geschreven zijn voor een overledene en dat de naam en titels van deze eigenaar op het document werden geschreven. Hierdoor kunnen we reconstrueren wie zo een document meekreeg en welke functie deze persoon had. De eigenaren behoorden tot tempelpersoneel werkzaam in verschillende Thebaanse culten. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd voornamelijk meegegeven aan overledenen die tot de hoge clerus van Amon-Ra behoorden en dus tijdens hun leven werkzaam waren in de tempel van Karnak. Een bekend voorbeeld betreft de priester Horos, eigenaar van de ‘Joseph Smith papyri’. De twee meest voorkomende titels zijn ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ en ‘sistrum-speelster van Amon-Ra’. De eigenaren van deze teksten konden niet alleen verbonden worden aan de cultus van Amon-Ra, maar bijvoorbeeld ook aan de cultussen van Montoe van Hermonthis (Armant) en de god Chonsoe, die een tempel had binnen het Karnak-complex. De meeste priesters waren niet verbonden aan één cultus, maar konden verschillende goden tegelijkertijd dienen. De weergave van de verscheidene priestertitels in de documenten toont aan dat in dezelfde funeraire papyrus verschillende combinaties van titels kunnen voorkomen. Zo kan iemand in de eerste lijn van de papyrus ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ zijn en enkele lijnen verderop alleen ‘godsvader’. Daarnaast konden er later in de tekst titels voorkomen die niet in de introductie van de overledene aanwezig waren. Naast de titels, werd de filiatie van de overledene doorgaans meegegeven. Vaak werden zowel de moeder als de vader weergegeven, en in enkele uitzonderlijke gevallen zien we een hele stamboom. In andere gevallen hebben we alleen de naam van de moeder of de vader, en soms helemaal geen filiatie. De vader van de overledene kan geïntroduceerd worden door de titel ‘mi nn‘, oftewel van dezelfde rang. Hiermee wordt bedoeld dat de vader tot dezelfde priesterklasse behoorde en dus naar alle waarschijnlijkheid ook een heleboel titels bezat, maar dat in het funeraire document ervoor gekozen werd om enkel de rang van de priester aan te duiden.

Funeraire composities in de Grieks-Romeinse periode

Zoals vaak het geval is met papyri kennen we van de meeste funeraire teksten die vandaag in verscheidene musea verspreid zijn, geen oorspronkelijke archeologische context. Eén graf in de Thebaanse necropool vormt de grote uitzondering, de zogenaamde Soter-tombe. Dit graf, beter bekend als Thebaanse Tombe 33, ligt in de al-Khukha necropool, net naast het Assasif in de buurt van de dodentempel van koningin Hatsjepsoet (Deir el-Bahari). Het graf werd net zoals zovele graven in de Thebaanse necropool hergebruikt in de Grieks-Romeinse periode. Eén van de mensen die hier in een later stadium in begraven werd was Soter, vandaar de naam van de tombe. Hij en zijn familieleden kregen enkele ‘Documenten van het Ademen’ mee. Waarschijnlijk zijn er een twintigtal documenten afkomstig uit dit graf. Naast het ‘Eerste Document van het Ademen’ en het ‘Tweede Document van het Ademen’ verkregen de overledenen, die hier begraven werden, ook late versies van het Dodenboek en een versie van het ‘Boek van het Doorlopen van de Eeuwigheid’, een andere funeraire compositie uit de Grieks-Romeinse tijd. De funeraire literatuur uit deze periode is wel degelijk nog heel bruisend. Vaak wordt het afgedaan als minderwaardig omdat de composities vergeleken worden met de Dodenboeken uit het Nieuw Rijk, die doorgaans als veel kwalitatiever en gedetailleerder beschouwd worden. Hoewel de ‘Documenten van het Ademen’ dan stilistisch minder mooi mogen zijn, vormen ze wel het bewijs dat een typische faraonische traditie nog steeds gevolgd werd en dat er zelfs nieuwe composities werden geschreven in verschillende vormen en combinaties. De creativiteit van de Thebaanse clerus die deze documenten ontwikkelde, vierde dus hoogtij tot ver in de Romeinse periode.

Meer lezen

Coenen, M. & J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek 5, Leuven, 1995.
Coenen, M., ‘Owners of Documents of Breathing Made by Isis’, Chronique d’Egypte 79: 157-158, 2004, 59-72.
Herbin, F.R., Books of Breathing and Related Texts, London, 2008.
Herbin, F.R., Le livre de parcourir l’éternité, OLA 58, Leuven, 1994.
Mosher, M., ‘Theban and Memphite Book of the Dead Traditions in the Late Period’, Journal of the American Research Center in Egypt 29, 1992, p. 143-172.
Smith, M., Traversing Eternity: Texts for the afterlife from Ptolemaic and Roman Egypt, Oxford, 2009.

Coverafbeelding: Adaptatie van een funeraire papyrus met daarop het ‘Boek van het Ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris’ uit het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/feed/ 0 2145
Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/#respond Wed, 25 Mar 2020 14:57:22 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1052 Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De uitspraak (van Arrianus) als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Wij bieden hier een kleine greep uit het aanbod.

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De titel van dit stukje is ontleend aan een uitspraak van de Griekse historicus Lucius Flavius Arrianus (89? – na 145/146 n.C.), die in zijn Anabasis Alexandri (I, 12, 2) de volgende uitspraak doet:

[…] οὐδὲ ἐξηνέχθη ἐς ἀνθρώπους τὰ Ἀλεξάνδρου ἔργα ἐπαξίως, οὔτ᾽ οὖν καταλογάδην, οὔτε τις ἐν μέτρῳ ἐποίησεν: ἀλλ᾽ οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος […]
[…] en de daden van Alexander werden niet op een passende manier bekendgemaakt bij de mensen, in proza noch in verzen vertelde iemand erover: Alexander werd zelfs niet in een lied bezongen […]

In deze passage zet Arrianus eigenlijk de reden uiteen waarom hij schrijft over Alexander de Grote: volgens hem zijn diens daden nog niet goed in een historisch werk besproken. Hij laat Alexander zichzelf ook vergelijken met Achilles, die gelukkig Homerus had om beroemd te worden. Het spreekt voor zich dat Arrianus graag de rol van Homerus vervult voor Alexander. De uitspraak als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Een kleine greep uit het aanbod:

Vermeldingen

1. Rock en metal

In de rockmuziek wordt Alexander vermeld in het nummer Hush Hush Hush van Paula Cole uit 1996. Het werd gecoverd door Annie Lennox op het album Possibilities van jazzmuzikant Herbie Hancock uit 2005. Het nummer gaat over een jongeman die sterft aan aids:

Cruel joke you waited so long to show
The one that you wanted wasn’t a girl
All your life you kept it hidden inside
Now when you step
You stumble
You die

In de volgende strofe wordt een vergelijking gemaakt met twee verschillende historische figuren:

Oh maybe next time
You’ll be Henry the 8th
Wake up tomorrow, Alexander the Great
Open your eyes in a new life again
Oh maybe next time
You’ll be given a chance (Lyrics.com)

Hendrik VIII, die naast zijn huwelijken met achtereenvolgens Catharina van Aragon, Anna Boleyn, Jane Seymour, Anna van Kleef, Catharina Howard en Catharina Parr ook de tijd vond om zich bezig te houden met een aantal maîtresses, wordt hier als prototype van de heteroseksuele man genomen. Alexander de Grote wordt hier als tegenpool gebruikt: hoewel de huidige problematiek rond homorechten de oude Grieken totaal vreemd was en Alexander tegelijk getrouwd was met drie oosterse prinsessen en een bastaardzoon had bij een minnares, wordt in deze tekst toch vooral gedacht aan de relatie die Alexander waarschijnlijk had met zijn vriend Hephaistion.

Een andere, meer terloopse vermelding van Alexander de Grote vinden we in het nummer Circus of Heaven uit 1978, van de Engelse rockband Yes. In het nummer, waarin een reeks visioenen beschreven wordt, komt op een bepaald moment de Oudheid in beeld:

Then there above their heads just as vivid as life
Each vision transported multitudes inventing light
Grecian galleons, the sack of Troy, to the Gardens of Babylon
A play of millions roared along
The gigantic dreams of Alexander the Great
Civil wars where brothers fought and killed their friendship with hate
All seen by Zeus performing scenes in the magical way
The day the circus came to town
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier vooral vernoemd omwille van zijn veroveringen en zijn ambitie het Westen en het Oosten in één rijk samen te brengen. Hij is bovendien de enige historische figuur die in deze strofe bij naam wordt genoemd.

Een laatste vermelding van Alexander de Grote in de rockmuziek is te vinden in Mine van de Australische band Hoodoo Gurus uit 1996.

I want for nothing,
Yeah, I got it all.
I’m a superhuman
And I’m ten feet tall.
I’m truly perfect
In every way
And, like Alexander,
I feel great!
(Lyrics.com)

Hier wordt vooral gespeeld met de bijnaam The Great, een fenomeen dat ook nog zal opduiken in de rap- en hiphopmuziek. (cf. infra)

Voor de fans van het iets zwaardere werk is er in deze categorie Alice Cooper. In You’re a Movie uit 1981 worden pretentieuze gedachten van een legeraanvoerder verwoord. De eerste strofe gaat als volgt:

I fearlessly walk into battle
With a shine on my boots and my teeth
Never flinch, never blink, never rattle
My blood is like ice underneath
Oh, I’m the reincarnation of Patton
And I’ve got Hannibal’s heart in my chest
God told me I would have rivalled
Alexander the Great at his best
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier genoemd in een rijtje van drie grote namen. Hoewel hij als derde genoemd wordt, is de volgorde climactisch en lijkt hij dus de nummer één boven Patton en Hannibal.

 

2. Folk

Ook in de folkmuziek heeft Alexander een kleine plaats gekregen en niet bij de minste artiest: Woody Guthrie, één van de invloedrijkste exponenten van het genre, heeft het over hem in The Many and the Few, een nummer uit de jaren 40 dat pas in 1999 werd uitgebracht. Het heeft de Joodse geschiedenis en vooral de opeenvolgende onderdrukkers (de “Few” uit de titel) van de Joden (de “Many”) als thema. Ook Alexander de Grote passeert de revue:

My name is Alexander the Great
More than half of this wide world is mine
Come stand around, my servants all
I’m wrapped on my bed here to die

Ook hier wordt Alexander gepresenteerd als de grote veroveraar, hoewel hij hier niet echt positief in beeld lijkt te komen, in een rijtje onderdrukkers van het Joodse volk. Toch brengt hij het er vanuit een Joods oogpunt beter van af dan Antiochus IV Epiphanes (ca. 215 – 164 v.C.), over wie de volgende strofe luidt:

As the King of Syria and Palestine
Antiochus the Fourth, you’ll stand
To kill the Jews if they refuse
To worship our idols and gods
(Lyrics.com)

Een ander folknummer waarin Alexander in verband gebracht wordt met een grote veldheer uit een recenter verleden dan de Oudheid, is Bony on the Isle of St. Helena van de Amerikaanse folkband Uncle Earl. Het nummer gaat over de heimwee van de naar Sint-Helena verbannen Napoleon Bonaparte (de “Bony” uit de titel) en verscheen in 2007 niet toevallig op hun album Waterloo, Tennessee, samen met een nummer over hetzelfde thema dat de titel Buonaparte meekreeg. In Bony on the Isle of St. Helena wordt Napoleon vergeleken met die andere grote veldheer uit het verleden, Alexander:

No more in St. Cloud he’ll be seen in such splendor.
Or go on with his wars like the great Alexander.
He sees his victories and how fleeting they all were.
While his eyes are on the waves that surround St. Helena.
(Metrolyrics.com)

 

3. Rap en hiphop

Alexander krijgt opvallend veel vermeldingen in een genre waarin we dat misschien minder zouden verwachten, namelijk de hiphopmuziek. Een aantal passages werken de vermelding verder uit, anderen zijn dan weer puur gericht op het laten vallen van de naam, soms zelfs bijna alleen om het rijm te doen kloppen of puur omwille van de klank.

Een eerste tekst waarin de vermelding van Alexander nog wat uitgewerkt wordt, is I Can van Nas, uit 2003. In het nummer, waarin “Don’t do drugs, stay in school” de voornaamste boodschap aan zwarte jongeren is, wordt in een kort historisch overzichtje geschetst hoe het zover is kunnen komen met de Amerikaanse zwarte jeugd:

Be, be, ‘fore we came to this country
We were kings and queens, never porch monkeys
It was empires in Africa called Kush
Timbuktu, where every race came to get books
To learn from black teachers who taught Greeks and Romans
Asian Arabs and gave them gold when
Gold was converted to money it all changed
Money then became empowerment for Europeans
The Persian military invaded
They learned about the gold, the teachings and everything sacred
Africa was almost robbed naked
Slavery was money, so they began making slave ships
Egypt was the place that Alexander the Great went
He was so shocked at the mountains with black faces
Shot up they nose to impose what basically
Still goes on today, you see?
(Lyrics.com)

Ook hier wordt Alexander neergezet als een onderdrukker. De ironie wil dat hij in Egypte eigenlijk ontvangen werd als de man die Egypte bevrijdde van het Perzische juk, dus dit beeld klopt niet, maar past wel in het plaatje van blanke onderdrukking dat Nas wil schetsen.

Een vermelding van Alexander de Grote vinden we ook bij de bij ons onbekende Ierse rapper Rejjie Snow. In het nummer Pink Flower uit 2017, dat gaat over zijn moeilijke jeugd, is de vermelding van Alexander de Grote niet toevallig, aangezien Snows echte naam Alexander Anyaegbunam is. Dat het over hemzelf gaat, lijdt geen twijfel, want hij vermeldt in één adem ook zijn geboortedatum:

I was born with a vision, Alexander the Great
And that fake love creeping like the cancer I born
June 27th, 1993, I came on
With them black fists high and them blisters in it
(Lyrics.com)

Een meer uitgewerkte en inhoudelijk relevantere vermelding van onze bekendste Macedonische koning vinden we in Chase That (Ambition) van de Amerikaanse rapper Lecrae uit 2011. In een nummer dat gaat over de ijdelheid van zijn eigen ambitie vergelijkt hij zijn eigen veroveringsdrang met die van Alexander de Grote:

All I wanted was doom.
The same kind Alexander the Great felt when the earth ran out of room.
He conquered all he could, but yet he’s feelin’ consumed.
By this neverending quest for glory he couldn’t fuel.

Op het einde van het nummer vergelijkt hij dat ijdel najagen van eigen glorie zelfs met de val van Lucifer:

But history repeats itself, evil’s what it is.
‘Cause Lucifer was cast away for doing what I did.
Created by the God who spoke the earth into existence,
Instead of chasing the Father’s glory, he was chasin’ his.
(Lyrics.com)

Nog steeds in het hiphopgenre zijn er nog een paar meer uitgewerkte verwijzingen naar Alexander de Grote te vinden, telkens met een andere focus. In Nature of the Threat uit 1996 schildert de Amerikaanse rapper Ras Kass een overzicht van de menselijke geschiedenis vanaf ongeveer 20.000 v.C. tot vandaag in een nummer dat bijna 8 minuten duurt. Hij kadert deze geschiedenis, die qua realia overigens vrij accuraat en de moeite van het beluisteren of zelfs lezen waard is, in een bredere visie waarin de onderdrukking van zwarten centraal staat. Ook Alexander de Grote passeert in die zin de revue:

The Hellenistic Era, Alexander the Great
Conquers all the way to India leavin’ four successor states
By the Fifth century B.C., R.O.M.E
Succeeds to be the conqueror of Egypt and Greece
(Genius.com)

De “four successor states” waarvan sprake zijn uiteraard de delen waarin Alexanders rijk uiteenviel toen hij stierf en die in handen vielen van verschillende van zijn generaals, namelijk Egypte, Hellas, Thracië en het Perzische Rijk. Er is hier sprake van vier staten, maar de onderstaande kaart toont dat de geopolitieke situatie in de Oudheid complexer was dan Ras Kass in het korte bestek van zijn tekst laat uitschijnen.

Kaart van de diadochenrijken (300 v.C.)

Ook een hiphopgroep waarmee Ras Kass al samenwerkingen aanging, Jedi Mind Tricks, bestaande uit rappers Vinnie Paz en Jus Allah en dj/producer DJ Kwestion, heeft een nummer waarin Alexander de Grote een vermelding krijgt. Het nummer Saviorself begint immers met deze regels:

Yeah, I built with Alexander the Great
He told the Persians they should stay gone
Then he told me about the Oracle of Amon
He gave me no clue, where it is (Genius.com)

In deze paar regels wordt melding gemaakt van het feit dat Alexander de Perzische overheersing van Egypte beëindigde. Bovendien wordt er ook verwezen naar zijn bezoek aan het orakel van Zeus-Amon vlakbij de Siwa-oase. Alexander bracht in 332 v.C. een bezoek aan dit orakel na zijn verovering van Egypte. Daar werd hij naar verluidt door de lokale priester verwelkomd in het Grieks. De priester wou hem aanspreken met ὦ παιδίον, “mijn zoon”, maar hij zou er ὦ παῖ Διός, “zoon van Zeus” van gemaakt hebben. Alexander zou dit dan opgevat hebben als een goddelijk teken dat hij van goddelijke afkomst was.

Een aantal andere vermeldingen van Alexander in de hiphopmuziek zijn zeer terloops, vaak beperkt tot de naam, zonder dat er echt een inhoudelijke functie te bespeuren valt, waarschijnlijk onder invloed van het nogal associatieve karakter van rapmuziek. We zetten ze hier op een rijtje:

Fu-Schnickens – La Schmoove (1992)

Not Alexander but considered to be Great
Great, but, like the Grape Ape
(Lyrics.com)

E-40 – The Element of Surprise (1998):

Buying yellow clusters instead of counterfeit dope
Alexander the Great, macadamia nut, chief rockin’ soap
No rebate, no refunds
(Lyrics.com)

Flipmode Squad (een rapperscollectief met onder anderen Rampage) – Run for Cover (1998):

Rampage Alexander the Great (Lyrics.com)

Chico & CoolwaddaWild ‘n tha West (2001):

I’m Alexander the Great 38 (Lyrics.com)

Raekwon – Robbery (2003):

They call me Alexander Sean the Great
‘cause ya bitch said she love the way the dick talk all in the cake
 (Lyrics.com)

Andre Nickatina & Equipto – Rap Candy Bars (2006):

Alexander the Grape, section eight (Genius.com)

Nummers over Alexander de Grote

Naast vermeldingen in nummers met een ander of breder thema, zijn er ook nummers die in hun geheel gewijd zijn aan Alexander de Grote. Een korte zoektocht leverde een tiental nummers op, waarvan we hier een overzicht geven. Alle nummers dragen als titel Alexander the Great.

1. Iron Maiden (1986)

Het bekendste nummer in deze serie, zeker bij metalheads, is Alexander the Great van de Britse metalband Iron Maiden. Overigens zijn is de metalmuziek het ruimst bedeeld met volledige nummers over Alexander de Grote: ook de Belgische powermetalband Iron Mask (met Alexander the Great), de Amerikaanse deathmetallers van Nile (met Iskander D’hul Karnon) en het Oostenrijkse Serenity, dat zich toelegt op het genre van de symfonisch powermetal (met Age of Glory) hebben een nummer aan Alexander de Grote gewijd. In dit bestek zou een volledige bespreking van al deze teksten echter te veel ruimte in beslag nemen, maar dit wordt zeker nog vervolgd. We concentreren ons daarom op het nummer van Iron Maiden. We laten hier de volledige tekst volgen, met per deel een korte bespreking.

My son ask for thyself another Kingdom, for that which I leave is too small for thee

Dit is een bijna letterlijke vertaling van de woorden die Philippus II van Macedonië tot zijn zoon gezegd zou hebben volgens ‘Het leven van Alexander’ van Plutarchus van Chaeronea (ca. 46 – ca. 120 n.C.), die het zesde kapittel van dat werk, dat gaat over hoe Alexander het paard Bucephalus temt, afsluit met deze woorden: “ὦ παῖ” φάναι, “ζήτει σεαυτῷ βασιλείαν ἴσην· Μακεδονία γάρ σ’ οὐ χωρεῖ.”  “Mijn zoon,” zei hij, “zoek voor jezelf eenzelfde koninkrijk, want Macedonië heeft niet genoeg plaats voor jou.”

Near to the east
In a part of ancient Greece
In an ancient land called Macedonia
Was born a son
To Philip of Macedon
The legend his name was Alexander

In deze strofe worden de antieke en de moderne geopolitieke toestand met elkaar vermengd: Macedonië was in de Oudheid geen deel van Griekenland, omdat Griekenland om te beginnen geen politieke eenheid was. Het huidige Macedonië ligt iets noordelijker dan het antieke Macedonië, dat grotendeels overeenkomt met de huidige Griekse provincie Macedonië. In die zin is Macedonië dus wel een deel van Griekenland. De strijd om de naam “Macedonië” sleept al lang aan en het feit dat het antieke Macedonië voor het grootste deel in de huidige Griekse provincie ligt en niet in het land Macedonië, is één van de voornaamste argumenten van de Grieken om de naam Macedonië niet te erkennen. Pas begin 2019 kwam er (nipt) een compromis om het buurland van Griekenland de naam Noord-Macedonië te laten dragen.

At the age of nineteen
He became the Macedon King
And he swore to free all of Asia Minor

Alexander werd inderdaad op zijn negentiende koning van Macedonië, na de nogal verdachte dood van zijn vader. Hij zette de voorbereiding van de militaire campagne tegen het Perzische rijk, die begonnen was door zijn vader, verder.

By the Aegean Sea
In 334 B.C.
He utterly beat the armies of Persia

Dit was in de Slag bij de Granikosrivier, die inderdaad in 334 v.C. plaatsvond. De grote nederlaag voor de Perzen die hier vermeld wordt, lijkt eerder te wijzen naar de Slag bij Issos. Beide veldslagen lijken hier te zijn samengenomen. Hierna volgt het refrein:

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
Became a legend ‘mongst mortal men

Na dit refrein volgt een strofe waarin de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen:

King Darius the third
Defeated fled Persia

Volgens Arrianus vluchtte Darius inderdaad halsoverkop van het slagveld weg, met achterlating van zijn mantel, schild, vrouw en kinderen. Symbolisch laat hij dus achtereenvolgens zijn koninklijke waardigheid, militaire eer en de toekomst van zijn koningshuis achter. Het achterlaten van een schild moet overigens niet onderschat worden, want in Griekse ogen was dit een grote schande, zoals blijkt uit een fameuze uitspraak van een Spartaanse moeder tot haar zoon: ἢ τὰν ἢ ἐπὶ τᾶς, “[keer terug] ofwel met je [schild] ofwel op je [schild]” en een scandaleus epigram van de huurling-dichter Archilochos van Paros:

ἀσπίδι μὲν Σαΐων τις ἀγάλλεται, ἣν παρὰ θάμνωι,
ἔντος ἀμώμητον, κάλλιπον οὐκ ἐθέλων·
αὐτὸν δ’ ἐξεσάωσα. τί μοι μέλει ἀσπὶς ἐκείνη;
ἐρρέτω· ἐξαῦτις κτήσομαι οὐ κακίω.

Een of andere Saiër verheugt zich met mijn schild, dat ik bij een bosje
tegen mijn zin achterliet, een schitterend wapen.
Ik heb mezelf gered. Wat kan dat schild me schelen?
Naar de maan ermee: ik zal er opnieuw een kopen, niet slechter [dan het vorige].

Het epigram is naar Griekse normen scandaleus omdat de dichter er ronduit voor uitkomt dat hij zijn eigen hachje gered heeft en daarvoor zijn schild moest achterlaten. Hij gaat zelfs nog een stap verder door zich af te vragen “wat dat schild hem interesseert” en er dan ἐρρέτω (“foert” of vrijer maar dichter bij de bedoelde betekenisnuance: “fuck it“) aan toe te voegen.

The Scythians fell by the river Jaxartes

Alexander versloeg de Scythen inderdaad bij de Jaxartes, nu de Syr Darja, in 329 v.C. De slag vond waarschijnlijk plaats vlakbij Tasjkent, de huidige hoofdstad van Oezbekistan, op een plaats waar de grenzen van Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Kazachstan elkaar raken.

Then Egypt fell to the Macedon King as well

Dit gebeurde in 332 v.C. Alexander zorgde er op die manier voor dat Egypte niet meer onder Perzisch gezag viel. De chronologische volgorde van de verschillende veldslagen wordt in het nummer dus niet gerespecteerd. Alexanders generaal Ptolemaios werd na de dood van Alexander in 323 v.C. satraap van Egypte en zou dat blijven tot hij zichzelf in 304 v.C. tot farao van Egypte uitriep. Daarmee stichtte hij de naar hem genoemde Ptolemeïsche dynastie die de laatste en langst regerende dynastie van farao’s zou zijn, totdat de laatste farao, Cleopatra VII – u weet wel, dé Cleopatra-  in 31 v.C. door Octavianus, de latere keizer Augustus, verslagen werd bij Actium en in de nasleep van de zeeslag zelfmoord pleegde.

And he founded the city called Alexandria

Alexander stichtte inderdaad deze stad in de Nijldelta, maar hij stichtte ook vele gelijknamige steden verspreid over het enorme rijk dat hij in zijn leven veroverde. Het Egyptische Alexandrië is echter het bekendste, mede door zijn legendarische bibliotheek.

By the Tigris river
He met King Darius again
And crushed him again in the battle of Arbela

De Slag bij Arbela, beter bekend als de Slag bij Gaugamela, was de definitieve genadeklap voor Darius III en vond plaats in 331 v.C.

Entering Babylon
And Susa, treasures he found
Took Persepolis the capital of Persia

Babylon, Susa en Persepolis waren residentiesteden van de Perzische koningen, die met hun hof tussen deze steden rondtrokken. Dit had het voordeel dat de koning, die in Perzië een absolute heerser was in de meest letterlijke betekenis van het woord, op verschillende momenten dicht bij de verschillende delen van zijn enorme rijk was en zo sneller bereikt kon worden voor dringende berichten.

Hierna volgt opnieuw het refrein en een volgende strofe:

A Phrygian King had bound a chariot yoke
And Alexander cut the ‘Gordian knot’
And legend said that who untied the knot
He would become the master of Asia

Deze beschrijving klopt: in Gordium hakte Alexander de later spreekwoordelijk geworden Gordiaanse knoop door, die door de Frygische koning Midas ter ere van zijn vader Gordias rond de disselboom van een strijdwagen was gebonden.

Hellenism he spread far and wide
The Macedonian learned mind
Their culture was a western way of life
He paved the way for Christianity

Deze thesen zijn overtrokken, maar hebben wel degelijk een zekere basis. Alexander legde met zijn veroveringen de basis voor wat men later het hellenisme zou noemen, een bloeiperiode voor Griekse literatuur en wetenschap die we vooral kennen uit Alexandrië, met zijn bibliotheek en de rijke literaire en wetenschappelijke erfenis die die naliet. “The Macedonian learned mind” was dan ook eerder een “Alexandrian learned mind” die grotendeels dateert van de regeerperiode van de Ptolemaeën, Alexanders opvolgers in Egypte. Om te stellen dat hun cultuur een “western way of life” was, is echter een stap te ver: de dominante taal van de hoge cultuur werd inderdaad het (westerse) Grieks, maar dat wil niet zeggen dat lokale culturen onderdrukt of uitgeroeid werden, integendeel zelfs. Het feit dat Grieks over een enorm territorium de lingua franca werd en zelfs dominant bleef tegenover het Latijn na de Romeinse veroveringen in het Oosten, legde in zekere zin de basis voor het christendom. Veel mensen kenden immers wat Grieks en het is dan ook geen toeval dat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven werd om zoveel mogelijk mensen te bereiken met de Blijde Boodschap. Volledige Latijnse vertalingen werden pas ondernomen in een periode waarin de kennis van het Grieks in het Westen van het Romeinse Rijk begon te tanen.

Marching on, marching on
The battle weary marching side by side
Alexander’s army line by line
They wouldn’t follow him to India
Tired of the combat, pain and the glory

Als het van Alexander zelf had afgehangen, zouden zijn veroveringen niet gestopt zijn aan de Indus. Zijn leger, dat hem trouw gevolgd had sinds het begin, wilde echter niet meer mee. Hij moest zich dus noodgedwongen gaan bezighouden met het organiseren van het enorme rijk dat hij veroverd had.

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
He died of fever in Babylon

Alexander stierf inderdaad in Babylon na een korte ziekte met koortsverschijnselen. Dit gebeurde naar verluidt niet lang nadat hij in de rivier was gaan baden en mogelijk was er een oorzakelijk verband tussen dit bad en zijn overlijden. Het is echter moeilijk om op basis van de antieke bronnen de exacte ziekte te bepalen waaraan hij overleed, een probleem dat wel vaker opduikt bij pathologische beschrijvingen in de Oudheid. De beschrijving van de pest in Athene bij Thucydides is een notoire uitzondering op die regel.

Andere nummers, met dezelfde titel Alexander the Great, zijn van de volgende artiesten. Ondanks herhaalde pogingen kon de auteur van dit stukje echter niet aan de teksten ervoor komen. Alle hulp hierbij is dan ook welkom. We zetten de uitvoerders even op een rijtje:

  • Strawbs (1996)
  • Aegean Voices (1996)
  • Greg Osby en Joe Lovano (1999)
  • Manos Hadjikakis (1999)
  • Bond (2000)
  • Vinnie Moore (2001)
  • Saxophone Summit (2004)
  • Manowar (2004)
  • Holy Family (2015)

2. Caetano Veloso (1998)

Voor de aardigheid geven we ook nog”Alexandre” mee, van de Braziliaanse artiest Caetano Veloso. Het nummer verscheen op zijn album ‘Livro‘ uit 1998. Deze muziek behoort tot het genre van de MBP, wat staat voor Música popular brasileira, een mix van typisch Braziliaanse muziekstijlen zoals samba en baião, gecombineerd met niet-Braziliaanse jazz-, rock- en andere invloeden. We laten hier de Portugese tekst volgen. Net zoals het nummer van Iron Maiden gaat het ook hier over een soort modern “chanson de geste”. Veel elementen komen aan bod: het temmen van Bucephalus (Ele escolheu seu cavalo Por parecer indomável // E pôs-lhe o nome Bucéfalo ao domina-lo), het feit dat Aristoteles Alexanders leraar was (Ele ensinou o jovem Alexandre a sentir filosofia), de relatie met Hephaistion (compleet met de vaak gemaakte vergelijking met Patroklos), de slag bij Chaeronea, waarin Alexander de cavalerie leidde en een ongeziene slachting aanrichtte in de rangen van de Thebaanse Heilige Schare (Na grande batalha de Queronéia, Alexandre destruía // A esquadra Sagrada de Tebas, chamada e Invencível), zijn kroning op twintigjarige leeftijd en zijn vroegtijdige dood. Één beschouwing vat een genuanceerde visie op Alexander de Grote samen:

Foi generoso e malvado, magnânimo e cruel

“Hij was genereus en slecht, grootmoedig en wreed.”

3. Iskander (album van Supersister)

We sluiten dit overzicht af met een conceptalbum, dat in 1973 werd uitgebracht door de Nederlandse progressieverockband Supersister. Het album Iskander gaat volledig over Alexander de Grote. De titel is de oosterse versie van de naam Alexander. De oorspronkelijke lp bevat de volgende nummers, waarvan de titels veelzeggend zijn:

  • Introduction
  • Dareios the Emperor
  • Alexander
  • Confrontation Of The Armies
  • The Battle
  • Bagoas
  • Roxane
  • Babylon
  • Looking Back (The Moral Of Herodotus)

Aangezien de weinige tekst in de grotendeels instrumentale nummers weinig specifiek is in verwijzingen naar Alexander de Grote (bijvoorbeeld in Dareios the Emperor en Alexander), heeft een bespreking van de tekst zoals bij de andere hierboven genoemde nummers in dit bestek weinig zin. De muziek is echter wel sfeervol te noemen, hoewel het album destijds niet zo succesvol was als gehoopt omdat de fans niet konden wennen aan het nieuwe, meer bij jazz aanleunende geluid van het album. De band ging een jaar later mede daardoor uit elkaar.

Selecte bibliografie

https://en.wikipedia.org/wiki/Cultural_depictions_of_Alexander_the_Great#Music

Claudia Hattendorff, Peter von Möllendorff, Alexander Rubel, Wolfgang Will: Alexander. In: Peter von Möllendorff, Annette Simonis, Linda Simonis (Hrsg.): Historische Gestalten der Antike. Rezeption in Literatur, Kunst und Musik (= Der Neue Pauly. Supplemente. Band 8). Metzler, Stuttgart/Weimar 2013.

Coverfoto: bestand ‘Transparent Alexander The Great Png – Iron Maiden Alexander The Great’ op KindPNG door Nathalie C (non-commercial use)

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/feed/ 0 1052
In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/#respond Fri, 21 Feb 2020 16:37:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1434

Het toerisme in Egypte beleefde vooral hoogdagen na de verovering door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel "binnenlandse" als "buitenlandse" reizen. In dit artikel gaan we in het spoor van Herodotus op zoek naar de typische plaatsen die werden aangedaan door keizers, soldaten, ambassadeurs of andere beambten.

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Met de geplande opening van het Grand Egyptian Museum in het vooruitzicht prijkt Egypte bovenaan menig lijstje met “top # plaatsen om te bezoeken in 2020”. De toeristische sector is erg belangrijk voor het land, en na enkele moeilijke jaren neemt het aantal bezoekers weer gestaag toe. Het rijke Egyptische verleden spreekt al veel langer tot de verbeelding van reizigers. Deze fascinatie gaat al terug tot in de Oudheid. Het toerisme beleefde vooral hoogdagen na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel “binnenlandse” als “buitenlandse” reizen. Verplaatsingen van de eerste soort behelsden vaak een bezoek aan een tempel in het kader van een pelgrimage. Uitheemse bezoekers waren doorgaans soldaten, ambassadeurs, of beambten die in staatsdienst in het land waren. Ook Romeinse keizers bezochten de provincie Aegyptus. De grootste keizerlijke toerist was zonder twijfel Hadrianus, die meer dan de helft van zijn regeerperiode onderweg was. Anderen reisden uit interesse: volgens Tacitus bezocht Germanicus Egypte “om de antiquiteiten te zien” (“cognoscendae antiquitatis“).

Naar aanleiding van zijn bezoek liet Hadrianus deze munt met verpersoonlijking van Egypte slaan. De figuur houdt een Egyptisch sistrum vast, en links ontwaren we een ibis, het heilige dier van Thoth.

Toerisme in Egypte: een lange geschiedenis

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in SaqqaraNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in Saqqara

Ook voor Egypte deel werd van de Grieks-Romeinse wereld werd er natuurlijk druk gereisd. Vanaf het Oude Rijk vinden we inscripties van passanten in de regio van het eerste cataract (het huidige Sehel-eiland). De eerste graffiti achtergelaten door ‘toeristen’ dateren uit de 18de en de 19de Dynastie: de kapellen rond de trappenpiramide van Djoser in Saqqara zijn bezaaid met inscripties van schrijvers die hun bewondering voor de site uitdrukken.

Vanaf de Late Tijd (664-332 v.C.) vonden meer en meer Grieken hun weg naar Egypte. Al in 591 v.C. kerfden Griekse huurlingen een boodschap in het linkerbeen van een beeld van Ramses II in Abu Simbel. Andere toeristen kwamen met vredelievendere bedoelingen: enkele illustere voorbeelden zijn de Atheense staatsman Solon, de wiskundigen Thales en Pythagoras en de filosoof Plato. De bekendste toerist was de historicus Herodotus, die zeer onder de indruk was: “Nergens zijn er zoveel wonderlijke zaken, noch zijn er ergens ter wereld zoveel werken van onbeschrijfelijke grootheid te zien.” Latere Grieks-Romeinse toeristen bekeken Egypte door de lens van deze voorgangers: ze hadden respect voor de oude Egyptische cultuur, maar tegelijk bleef het land ook exotisch en ‘barbaars’. Sommige graffiti van bezoekers gebruiken zo het woord “historeo“, “ik onderzoek”, een rechtstreekse verwijzing naar het werk van Herodotus.

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.

De tempel van Abu SimbelNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Abu Simbel

Bruisend Alexandrië

Halve drachme van de Romeinse keizer Antoninus Pius met de pharos en tetradrachme van de keizer Commodus met de pharos en een zeilschip

In de Grieks-Romeinse periode bereikten de meeste reizigers Egypte per boot, via de kosmopolitische havenstad Alexandrië. Bij het naderen van de kust werden ze begroet door een van de spectaculairste bouwwerken uit de oudheid: de pharos, een vuurtoren die meer dan 100 meter boven de zee oprees. De stad was niet alleen een belangrijk commercieel centrum, maar ook de intellectuele hoofdstad van het Middellandse Zeegebied. Bezoekers konden zich er vergapen aan spectaculaire sites die vandaag verdwenen zijn onder de moderne bebouwing. In het rijkversierde Mouseion en de bibliotheek kon men de grote geleerden van die tijd aan het werk zien. Het grote Serapeum, een van de beroemdste heidense tempels uit de Oudheid, was een andere populaire bezienswaardigheid. Gedistingeerde gasten werden ontvangen op het spectaculaire koninklijke paleis.

Alexandrië kende ook Egyptische elementen, zoals de “Cleopatra’s Needles” nu in Londen en New York

Het mausoleum van Alexander de Grote in de stad ontwikkelde zich tot een waar bedevaartsoord. In 48 v.C. kwam Julius Caesar het lichaam eer bewijzen, en hij werd daarin nagevolgd door talrijke latere keizers. Ook zijn adoptiefzoon Augustus bezocht het graf, en zou volgens kwatongen (Cassius Dio) een stukje van de neus van Alexander afgebroken hebben. Gevraagd of hij daarnaast de tombes van de Ptolemaeën wilde bezoeken, zou hij geantwoord hebben dat hij “een koning wilde zien, niet gewoon wat lijken”. De Hellenistische koningen zelf toonden zich ook niet altijd even respectvol tegenover de doden: aanvankelijk lag Alexander in een gouden sarcofaag, maar die werd door Ptolemaios X omgesmolten en vervangen door een glazen exemplaar.

De Grand Tour van het faraonische verleden

Veel reizigers trokken van Alexandrië naar het zuiden om met eigen ogen de monumenten uit de faraonische tijd te bekijken. De eerste attractie die men tegenkwam was Heliopolis. De lokale priesters genoten de reputatie bijzonder geleerd te zijn, en de stad trok dan ook veel filosofen aan. Vandaag blijft er van Heliopolis niet veel over: de monumenten zijn gebruikt als steengroeve voor de aanleg van Caïro. Hetzelfde lot viel de oorspronkelijke hoofdstad Memphis te beurt, een andere populaire stopplaats. Van de beroemde Ptah-tempel en het paleis van Apries zijn slechts schamele ruïnes overgebleven.

Tot de weinige overblijfselen die vandaag nog in Memphis zelf te bezichtigen vallen, behoort dit kolossale beeld van farao Ramses II

Andere trekpleisters in de buurt hebben de tand des tijds beter doorstaan. Een van de hoogtepunten van elke reis naar Egypte, toen zowel als nu, zijn de piramides van Gizeh. De antieke auteurs maakten daarbij dezelfde bedenkingen als menig moderne toerist; terwijl Diodorus zich verwondert over hun grootte en vakmanschap, veroordeelt Herodotus het morele karakter van mannen die zoveel middelen aanwendden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Over Cheops beweert hij dat hij zelfs zijn eigen dochter prostitueerde om fondsen te werven. In de Romeinse periode werd ook de sfinx, die tot de regering van keizer Nero onder het zand begraven lag, drukbezocht. Ingekerfde gedichten vergelijken de vredige Egyptische sfinx met diens wrede Griekse tegenhanger uit het verhaal van Oedipus.

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bijNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bij

Alvorens te arriveren in de religieuze hoofdstad Thebe, deden sommige bezoekers Hermopolis aan. Ter hoogte van deze stad verdronk de onfortuinlijke Antinoüs, de minnaar van keizer Hadrianus, tijdens een boottocht op de Nijl. Anderen stopten bij de dodentempel van Seti I in Abydos, bij de Grieken bekend als het Memnoneion.  In de Romeinse periode trok de plaats veel pelgrims aan; de tempel huisvestte toen een gerenommeerd orakel van de god Bes.

De tempel van Seti I in Abydos

De grootste concentratie aan faraonische monumenten vond men toen ook al terug in Thebe, het moderne Luxor. Al in de Romeinse periode leefde het – enigszins overdreven – beeld van het honderd-poortige Thebe als één groot openluchtmuseum. Net als vandaag stroomden er vele bezoekers samen aan de tempels van Karnak en Luxor, maar de populairste trekpleisters bevonden zich op de westoever van de Nijl. De absolute topattractie waren twee standbeelden van farao Amenhotep III, de zogenaamde ‘Kolossen van Memnon’. Griekse en Romeinse bezoekers dachten dat de sculpturen de Ethiopische held Memnon uit de Trojaanse Oorlog afbeeldden. Als gevolg van een aardbeving produceerde een van de beelden geluid bij het opkomen van de zon. Dit werd geïnterpreteerd als het zingen van Memnon naar zijn moeder Eos, de godin van de dageraad. De beelden zijn bezaaid met graffiti, waaronder een gedicht van de dichteres Julia Balbilla, die keizer Hadrianus vergezelde. Sinds de 3de eeuw n.C. is het beeld opgehouden met zingen, maar de sculpturen staan er nog steeds. Sterker nog, bij recente opgravingen werden fragmenten van meer beelden teruggevonden!

De Kolossen van Memnon vandaagNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Kolossen van Memnon vandaag

De moderne trekpleister Vallei der Koningen kreeg in de Oudheid eveneens veel bezoekers over de vloer. Grieken en Romeinen lieten meer dan 2000 graffiti achter in de tombes van de farao’s. Sommige bezoekers kennen we uit andere bronnen: papyrologen zijn bijvoorbeeld bijzonder enthousiast over de graffiti van Dryton, wiens levensloop goed gekend is via zijn papyrusarchief. Het is onduidelijk of de Grieks-Romeinse bezoekers begrepen wat ze zagen. De graffiti drukken in de eerste plaats bewondering uit. De populairste attractie was het graf van Ramses VI, waar we graffiti aantreffen van bezoekers uit het hele Middellandse Zeegebied. Uit sommige van deze inscripties blijkt dat de reizigers in kwestie dachten dat het de tombe van Memnon was, aan wie ook de Kolossen werden gelinkt. Deze obsessie voor de Homerische held Memnon (zie ook het ‘Memnoneion’ van Abydos) roept de vraag op in hoeverre de Grieks-Romeinse bezoekers echt in het faraonische verleden geïnteresseerd waren, dan wel vooral op zoek gingen naar echo’s van hun eigen tradities.

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VINico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VI

Echte fanatiekelingen zoals Strabo reisden na Thebe nog verder door naar het zuiden, naar het eiland Elephantine. Naast de grote Khnum-tempel oefende vooral de eerste cataract een grote aantrekkingskracht uit. Volgens Herodotus was dit de bron van de Nijl. Seneca en Strabo beschrijven het spektakel dat werd opgevoerd door de onverschrokken veermannen, die zich met boot en al in de stroomversnelling storten. De redenaar Aelius Aristides beweert er zelfs aan deelgenomen te hebben. Vandaag is het “oorverdovende gebrul” van de cataract evenwel het zwijgen opgelegd door de bouw van de nabijgelegen dam. Ook de Isis-tempel op het eiland Philae verwelkomde talrijke pelgrims en toeristen, die vele graffiti achterlieten.

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaarNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaar

Off the beaten track: krokodillen voederen in de Fayoem

Het Qarun-meer waarnaar de regio Fayoem genoemd is, via het Koptische phiom of “het meer”

Sommige reizigers bezochten naast de faraonische overblijfselen ook een meer recent ontwikkeld gebied: de Fayoem. Het droogleggen en in cultivatie brengen van grote delen van deze regio was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Ptolemaeïsche dynastie, die deze krachttoer ook graag etaleerde aan buitenlandse ambassadeurs. De papyri uit de Fayoem tonen dat zulke bezoeken nauwkeurig georkestreerd werden. Vooral Zenon, de manager van een groot landgoed, krijgt duidelijke instructies: hij moet de nederzettingen en de tempels voor de koning tonen, net als de wegen en de dijken, en bovenal benadrukken hoe nieuw alles is. In een andere brief wordt hem opgedragen om zo snel mogelijk strijdwagens en pakdieren in orde te maken voor ambassadeurs van Paerisades II, koning van Cimmerisch Bosporus, en uit Argos. Zenon wordt aangemaand om zich te haasten: op het moment dat de brief geschreven werd, was het schip net uitgevaren! Op het programma stond meestal ook een bezoek aan enkele faraonische overblijfselen, vooral het zogenaamde ‘Labyrint van Hawara’, het complex rond de dodentempel van Amenemhat III. Volgens Herodotus overtrof deze constructie zelfs de piramides.

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom OmboNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom Ombo

Ook toeristen die op zoek waren naar een bijzondere ervaring kwamen in de Fayoem aan hun trekken. In Krokodilopolis werd de god Sobek vereerd in de vorm van een heilige krokodil. De lokale priesters voederden het dier met brood, vlees en wijn meegebracht door bezoekers. Strabo’s beschrijving doet haast denken aan een malafide dolfinarium: nauwelijks heeft de krokodil het voedsel naar binnen gewerkt, of er staat al een nieuwe bezoeker klaar; de priesters snellen ernaartoe, vangen het dier, en stoppen hem opnieuw offers toe. Een brief bewaard op papyrus bevestigt dat deze praktijk een vast deel uitmaakte van de tour voor buitenlandse bezoekers: een beambte wordt opgedragen alles in gereedheid te brengen voor het bezoek van een Romeinse senator, inclusief “de gebruikelijke hapjes voor de krokodillen”. Een andere Romeinse ambassadeur kwam op een minder aangename manier in aanraking met de Egyptische dierenculten. Diodorus verhaalt hoe hij met eigen ogen aanschouwde hoe een menigte de doodstraf eiste voor een Romein die per ongeluk een kat had gedood. Ook toen loonde het dus om reisadvies in te winnen over de lokale gewoonten!

Lees meer

Casson, L., Travel in the Ancient World, Baltimore, 1994.

Meeus, A., ‘Life Portraits: Royals and People in a Globalizing World’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Medford, 2019, 89-99.

Rosenmeyer, P. A., The Language of Ruins: Greek and Latin Inscriptions on the Memnon Colossus (2018).

Rutherford, I. C., ‘Travel and Pilgrimage’, in C. Riggs (ed.), The Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, 701-716.

Van ‘t Dack, E., Reizen, expedities en emigratie uit Italië naar Ptolemaeïsch Egypte, Brussel, 1980.

Coverfoto: adaptatie van afbeelding ‘Le Sphynx apres les déblaiements et les deux grandes pyramides / Bonfils’ op Wikimedia (Public Domain) & ‘buste beroemde Griekse Herodotus’ op Pixabay

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1434
Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/#respond Thu, 30 May 2019 14:50:07 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1316

Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, werd Egypte in de Oudheid meer met bier geassocieerd. Nadat de Ptolemaeïsche koningen Egypte hadden veroverd en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie, onder andere door het opleggen van een bier- of brouwersbelasting.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De Egyptenaren drinken wijn gemaakt van gerst, want zij kennen de wijnstok niet. (Herodotus, Historiai II, 77).

Hoewel Herodotus het gevarieerde Egyptische alcoholassortiment hier oneer aandoet, maakt zijn opvatting wel duidelijk hoezeer Egypte in de Oudheid met bier geassocieerd werd. Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, was de nationale drank van het oude Egypte het gerstenat dat ook in onze contreien zo geliefd was, en nog steeds is. Die voorliefde werd duidelijk niet gedeeld door de klassieke auteurs. Volgens Plinius de Oudere was bier weliswaar zeer geschikt als gelaatsbehandeling, maar zeker niet voor consumptie. De latere keizer Julianus Apostata verkoos duidelijk ook wijn: in een gedicht prijst hij de druivendrank als ‘nectar-geurend’, terwijl bier wordt afgedaan als ‘naar geiten ruikend’. Geld, daarentegen, stinkt niet, moeten de Ptolemaeïsche koningen gedacht hebben, want nadat zij Egypte veroverden en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie. 

Een drank voor goden, levenden en doden

Het belang van bier voor de Egyptische cultuur, maatschappij en economie kan nauwelijks onderschat worden. In feite was er in Egypte al grootschalige bierproductie voor er farao’s waren: de eerste grote brouwinstallaties dateren uit het 4de millennium v.C. Zo werd in Hierakonpolis een pre-dynastische brouwerij ontdekt die minstens 400 liter bier per keer kon verwerken. Ook in Egyptische offers en rituelen speelde bier een cruciale rol. Meer nog, in de Egyptische mythologie had de mensheid er zelfs haar voortbestaan aan te danken. Op een dag wantrouwde de zonnegod Ra het menselijke geslacht namelijk zozeer dat hij besloot om zijn dochter Sechmet dan wel Hathor – afhankelijk van de versie – op strafexpeditie te sturen. De godin ging echter zo fel te keer dat Ra vreesde dat er geen mensen meer zouden overblijven. Hij besliste dan om de aarde te bedekken met een rood bier. Hathor/Sechmet verwarde het bier met bloed, werd dronken en viel in slaap; de mensheid was gered. Ieder jaar werd deze verlossing in Egypte gevierd met het ‘festival van de dronkenschap’, waarbij de bevolking zich op eenzelfde wijze tegoed deed aan copieuze hoeveelheden bier en wijn, op kosten van de staat. Vooral Hathor werd met bier geassocieerd, als de uitvindster ervan en als ‘meesteres van de dronkenschap’, maar ze deelde deze bevoegdheid met tal van andere mindere godinnen, zoals Menqet en Tenenet.

De antieke Egyptenaren hielden wel van een feestje, getuige deze scène uit het graf van Nebamun

Ook op gewone dagen deden Egyptische stervelingen zich maar al te graag tegoed aan het alcoholhoudende brouwsel. Mensen van alle geslachten en leeftijden dronken bier, van ’s morgens tot ’s avonds. Zo weten we uit rekeningen op papyrus dat bier ook deel uitmaakte van het ontbijt. Het Egyptische bier was dan ook voedzaam en calorierijk, minder gefilterd en steriel dan het heldere commerciële drankje waar wij aan gewend zijn. Daarnaast was het zonder twijfel veiliger om te drinken dan water dat rechtstreeks uit de Nijl gehaald werd, en komen we bier eveneens tegen als ingrediënt in medische recepten. Naast de levenden, hadden ook de doden behoefte aan bier. De drank was steevast deel van de offers die gebracht werden aan de overledenen. Het buitengewoon interessante graf van de hogepriester Petosiris uit Hermopolis toont een scène waarin de overledene een spel speelt met een vriend “totdat hij zichzelf verfrist in de bierkamer”, aldus de legende.

Deze Syrische huurling hield zoveel van het Egyptische bier dat hij zich al drinkend op zijn grafstèle liet afbeelden

Overdaad schaadt

In deze vermaningsbrief wordt een beambte met de toepasselijke naam Dionysios terechtgewezen door zijn superieur. Op het einde lezen we “Als je denkt dat het leuk is om de dronkaard uit te hangen en tegelijk bescherming te genieten, dan heb je nog niet aan morgen gedacht!”

In het dagelijkse leven werd er weliswaar veel bier geconsumeerd, maar dronkenschap werd niet op prijs gesteld. Demotische wijsheidsteksten waarschuwen voor de gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Ook wetten hielden hier rekening mee: in Alexandrië was gedronken hebben een verzwarende omstandigheid bij een misdaad. In de papyri wordt er ook wel eens geklaagd over de gevolgen van dronkenschap. Zo verhaalt een amusante petitie hoe een beneveld gezelschap trachtte in te breken in een kroeg, teneinde zich verder tegoed te doen aan de alcoholvoorraad van de uitbater. In het bijzonder staatsbeambten werd vaak overmatig alcoholgebruik aangewreven. Vooral lagere ambtenaren worden door hun oversten gewezen op de gevolgen van hun drankgebruik, maar ook de hooggeplaatste strategos, de provinciegouverneur, werd ervan beticht zijn werkbezoek aan een tempel al drinkend door te brengen. Dat deze beschuldigingen niet uit de lucht gegrepen zijn, leert ons een rekening voor een goederentransport, waarin er een budget voorzien is voor “bier voor de douanebeambten”.

De Ptolemaeïsche bierindustrie

Met de komst van de Grieken verloor Egypte dus geenszins zijn voorliefde voor bier, en de bierindustrie bleef dan ook een bloeiende economische sector. De basiselementen van het brouwproces waren dezelfde als vandaag: gerst werd eerst gemout, waarop de bekomen suikers door fermentatie met behulp van gist werden omgezet in alcohol. Het grootste verschil met hedendaags bier was de afwezigheid van hop. Dit beïnvloedde niet alleen de smaak, maar vooral ook de houdbaarheid: Egyptisch bier kon hooguit een week bewaard worden. In de papyri vinden we tal van variëteiten, gaande van bekend in de oren klinkend ‘zoet bier’ of ‘donker bier’ tot het mysterieuze ‘ijzeren bier’ en het dure ‘Siutbier’ (een bijzondere lokale variëteit, de Ptolemaeïsche Westvleteren?). De god Ptah  – of eerder: zijn priesters – gaf dan weer de voorkeur aan ‘zwaar bier’.

In afbeeldingen werd het brouwen van bier vaak geassocieerd met het bakken van brood, waarvoor ook graan en gist gebruikt werd

Aangezien gerst vrij beschikbaar was in Egypte, en er behalve aardewerken potten voor de rest niets nodig was, konden mensen allicht thuis bier brouwen. Desalniettemin had bijna elk Egyptisch dorp zijn eigen professionele brouwers, in tegenstelling tot wijnverkopers, die we enkel in de grote centra tegenkomen. Deze brouwers waren verenigd in beroepsassociaties, zoals de ambachten en gilden uit latere tijden. In de bierindustrie waren opvallend veel vrouwen actief, meer dan in andere traditioneel vrouwelijke beroepen zoals textielproductie. Het beroep van brouwer werd ook vaak doorgegeven van de ouders aan hun kinderen. Brouwers verkochten hun bier vaak zelf, en het Griekse woord voor brouwerij, zytopolion (ζυτοπώλιον), betekent letterlijk ‘bierwinkel’. Het gerstenat werd echter ook op tal van andere plaatsen verkocht: naast bars, schonken bijvoorbeeld ook de baden en bordelen van Ptolemaeïsch Egypte bier.

Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vrouwen speelden een belangrijke rol in de Egyptische bierindustrie. Links zien we hoe het bier gefilterd wordt; rechts plaatst een man een lemen stop op een bierkruik

De bierbelasting

Zo’n lucratieve branche ontsnapte uiteraard niet aan de aandacht van de Ptolemaeïsche administratie. Brouwers en bierverkopers waren onderworpen aan de zutera (ζυτηρά). Uit takslijsten weten we dat deze belasting tot de meest significante staatsinkomsten op dorpsniveau behoorde. Zoals de meeste belastingen werd ook de bierbelasting verpacht aan private ondernemers (zie ook de inkomsten uit het zogenaamde ‘oliemonopolie‘). Elk jaar vond er een veiling plaats, waar mensen konden bieden op de staatsinkomsten uit de bierindustrie van het dorp. Als de uiteindelijke inkomsten hoger bleken dan het gedane bod, maakte de pachter winst. In het tegengestelde geval moest hij of zij het verschil bijpassen.

Omwille van de lage kostprijs van bier betaalden de brouwers hun belasting grotendeels in brons, eerder dan in het meer kostbare zilver

In de praktijk was de pachter van de Ptolemaeïsche bierbelasting vaak zelf brouwer. Vanuit ons modern perspectief lijkt zo’n situatie de deur wagenwijd open te zetten voor misbruik en fraude. Vanuit het standpunt van de oudheid is het echter een perfect logische evolutie: het waren net de mensen die werkzaam waren in de bierindustrie die over de nodige informatie beschikten om de belastinginning vlot te laten verlopen. Er traden dan ook vooral problemen op wanneer een buitenstaander het contract pachtte. De machtige ‘ambachtsgilden’ waren niet gesteld op inmenging van buitenaf. Natuurlijk oefende ook de staat controle uit: de eigenlijke inning van de belastingen gebeurde door staatsbeambten, en van de pachters werd verwacht dat ze borgen stelden, mensen die beloofden om de staat te vergoeden indien de pachters hun verantwoordelijkheden niet nakwamen. Dat gebeurde ook regelmatig, en dit kon nare gevolgen hebben voor de borgen: in sommige gevallen werd hun huis openbaar verkocht.

Staatsgraan voor de brouwers

Ptolemaeïsche belastingpachters hadden niet alleen een financiële verantwoordelijkheid, maar waren ook betrokken bij de supervisie van de sectoren die onderworpen waren aan ‘hun’ belasting. In het geval van de bierindustrie hielden ze zich bezig met het verdelen van staatsgraan aan de brouwers. Dat zit zo: traditioneel werden ambachtslieden in Egypte door de overheid of door andere grote instellingen zoals tempels of grote landerijen van grondstoffen voorzien. De ambachtsman was zo verzekerd van zijn levensonderhoud, en kon in de tijd die overbleef voor eigen rekening werken.

In eerdere periodes werd Egyptisch bier ook van emmertarwe gemaakt, maar in de Ptolemaeïsche periode vinden we enkel gerst

De Ptolemaeën behielden een deel van dat systeem: de staatsgraanschuren leverden op maandelijkse basis gerst aan de brouwers. In tegenstelling tot vroegere tijden moeten we dat echter niet zien als een vorm van staatssubsidie. De Ptolemaeën lieten de brouwers immers betalen voor hun gerst!

Het systeem was voor de staat een handige manier om een deel van haar inkomen in natura – de oogstbelasting werd in graan betaald – om te zetten in cash. Maar ook de brouwers hadden voordeel bij deze werkwijze: zij waren immers verzekerd van een stabiele graanvoorziening. Hoewel er een vrije markt was voor gerst, functioneerde die in de Oudheid uiteraard niet zo vlot als vandaag, en het zou de brouwers behoorlijk wat tijd en geld kosten om tot overeenkomsten met individuele boeren te komen. En geld, dat hadden ze natuurlijk al nodig om hun belastingen te betalen!

Coverfoto: adaptatie van een foto van het object ‘Painted wooden model group: four figures preparing food and beer’ in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

Meer lezen?

Clarysse, W., ‘Use and Abuse of Beer and Wine in Graeco-Roman Egypt’, in K. Geus and K. Zimmerman (eds.), Studia Phoenicia XVI. Punica – Lybica –Ptolemaica. Festschrift für W. Huß (Orientalia Lovaniensia analecta 104), Leuven, Paris and Sterling, 2001, 159-166.

Drexhage, H.-J., ‘Bierproduzenten und Bierhändler in der papyrologischen Überlieferung’, MBAH 16.2 (1997), 32-39.

Geller, J., ‘From prehistory to history: beer in Egypt’, in R. Friedman and B. Adams (eds), The followers of Horus: studies dedicated to Michael Allen Hoffman, Oxford, 1992, 19-26.

Leitz, C., ‘Das Menu-Lied: eine Anleitung zum Bierbrauen für Hathor in 18 Schritten’, in R. Jasnow and G. Widmer (eds.), Illuminating Osiris: Egyptological studies in honor of Mark Smith, Atlanta, 2017, 221-237.

Samuel, D., ‘Brewing and Baking’, in P. T. Nicholson and I. Shaw (eds.), Ancient Egyptian materials and technology, Cambridge, 2000, 537-576,

Thompson, D. J., ‘The Ptolemaic Ethnos’, in V. Gabrielsen and C. A. Thomsen (eds.), Private Associations and the Public Sphere. Proceedings of a Symposium heldat the Royal Danish Academy of Sciences and Letters, 9-11 September 2010 (Scientia Danica. Series H, Humanistica, 8 vol. 9), Copenhagen, 2015, 301-313.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 1316