Delisch-Attische Zeebond Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/delisch-attische-zeebond/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Fri, 17 Jan 2025 14:12:19 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Delisch-Attische Zeebond Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/delisch-attische-zeebond/ 32 32 136391722 Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/#respond Sun, 17 Nov 2024 16:24:08 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2625 Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. In dit artikel bieden we een overzicht van het panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners.

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
In this world nothing can be said to be certain, except death and taxes”. De gevleugelde woorden van Benjamin Franklin worden bevestigd door documenten die in 1789 nog niemand kon lezen. Sumerische en Egyptische teksten uit het 3de millennium v.C. tonen hoe staten al bij het begin van de geschiedenis inkomsten verzamelden. Alle overheden, huidige en historische, staan op dat vlak voor gelijkaardige uitdagingen. De oplossingen kunnen echter sterk uiteenlopen.

Sumerische kwitantie voor stro uit de 21ste eeuw v.C.

Antieke fiscaliteit is een specialiteit van onze Leuvense onderzoekseenheid, en eerder kon u op deze blog al bijdragen lezen over belastingen op bier, olie, begrafenissen en prostitutie. Fiscale hervormingen vormen tevens het onderwerp van mijn nieuwe postdoctorale project ‘FARE‘. Naar aanleiding daarvan bied ik u graag een panorama van diverse antieke belastingen, hun inning en ontduiking, en wat ze ons vertellen over antieke staten en hun inwoners. Hopelijk maakt dat uw volgende aangifte net iets minder pijnlijk, of voelt u zich op zijn minst een beetje verbonden met uw antieke lotgenoten.

“The thunder of world history”

Fiscaliteit doet misschien niet spontaan veel harten sneller slaan (althans niet van degenen die braaf het verschuldigde betalen). Waarom zouden we ons moeten interesseren voor fiscale geschiedenis? Joseph Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de 20ste eeuw, verwoordde het als volgt:

“The spirit of a people, its cultural level, its social structure, the deeds its policy may prepare — all this and more is written in its fiscal history, stripped of all phrases. He who knows how to listen to its message here discerns the thunder of world history more clearly than anywhere else.” (Crisis of the Tax State, 1918)

Het “gedonder van de wereldgeschiedenis” dus! Dat klinkt behoorlijk dramatisch, maar belastingen en hun organisatie bieden inderdaad een schat aan informatie over sociale, economische en politieke geschiedenis. Omdat belastingen een constante zijn doorheen de geschiedenis is een historisch perspectief ook relevant voor de organisatie van onze fiscaliteit, en de antieken kunnen ons een en ander leren over hoe of misschien vooral hoe niet belastingen te organiseren.

Enkele misverstanden over belastingen in de Oudheid

Deze munt van keizer Caligula (37–41 n.C.) verwijst naar zijn afschaffing van een verkoopsbelasting. De voorzijde toont — misschien met enig gevoel voor ironie — de vrijheidsmuts

Antieke heersers worden al te gemakkelijk voorgesteld als hebzuchtige tirannen. Echter, zoals keizer Tiberius opmerkte, is het in het belang van een “herder” om zijn schapen te scheren en niet te villen. De documentaire bronnen uit veel gebieden tonen dat antieke staten op binnenlands vlak stabiele boven maximale inkomsten verkozen. Autocratische regimes beloven bovendien vaak een lager belastingtarief om te compenseren voor een gebrek aan vrijheid. Dat idee gaat al terug tot de Franse filosoof Montesquieu en lijkt haar bevestiging te vinden in de lagere belastingtarieven in het Perzische en Romeinse Rijk. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat deze staten minder in oorlogsvoering moesten investeren. Maar het is misschien geen toeval dat Finland met een van de hoogste belastingen ter wereld steevast op nummer 1 eindigt in het World Happiness Report.

Een ander misverstand is dat antieke economieën “primitief” waren en grotendeels gebaseerd op ruilhandel. Niets is minder waar, en antieke staten begonnen al vroeg belastingen te innen in edelmetaal. In Babylonië vinden we in de ‘Ur-III’-periode (late 3de millennium v.C.) al een belasting op vee in zilver, en in Egypte een gelijkaardige taks geïnd van vissers in het 2de millennium v.C. In de loop van het 1ste millennium v.C. wonnen belastingen in cash echt aan belang doorheen het hele Middellandse Zeegebied en Mesopotamië.

Een lappendeken aan verschillende belastingen

De basis van de meeste hedendaagse staatsfinanciën is de algemene inkomstenbelasting. Ondanks indrukwekkende bureaucratieën had geen enkele antieke staat daarvoor de infrastructuur en de informatie. Om die reden werd er ook vaak een beroep gedaan op lokale elites zoals priesters en op belastingpachters. Aangezien alle antieke beschavingen landbouwsamenlevingen waren, hadden de meeste staten een vorm van belasting op het land. Vaak ging het om 10% van de oogst, maar bijvoorbeeld in Ptolemaeïsch Egypte lag het (variabele) tarief veel hoger. Land dat toebehoorde aan invloedrijke tempels werd vaak minder belast, in Babylonië onder de Perzen bijvoorbeeld maar aan 3%. Degenen wiens hoofdberoep een ambacht of een dienst was, waren doorgaans onderworpen aan een professionele taks. Ook op dat vlak liepen de modaliteiten uiteen, maar de hoogst bekende belasting was die in de Griekse stad Byzantion, waar bepaalde groepen een derde van hun inkomsten moesten afdragen.

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honingNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Scène uit het graf van de Egyptische vizier Rekhmire (ca. 1400 v.C.). Vertegenwoordigers van 80 Opper-Egyptische dorpen betalen belastingen in goud, zilver, vee, kleding en honing

In de Oudheid kende men geen algemene btw, maar wel verkoopstaksen, die uiteraard werden doorgerekend aan de klant. Die belastingen konden zowel algemene markt-taksen als specifieke belastingen zijn, bijvoorbeeld op de verkoop van gladiatoren in het Romeinse Rijk. Wie een huis kocht of een ander contract wilde laten registreren, betaalde op veel plaatsen een vorm van registratierechten. Zij die producten wilden invoeren of uitvoeren, een activiteit die makkelijk te controleren viel, waren quasi overal onderhevig aan douane- en tolheffingen. Dit soort taksen was in vredestijd de belangrijkste bron van inkomsten voor zowel de Griekse stadstaten als de vroeg-Romeinse Republiek. Zo vermeldt Strabo de spreekwoordelijke domheid van de inwoners van Cumae, die pas 300 jaar na de stichting van de stad douanerechten verpachtten:

[…] κατέσχεν οὖν δόξα ὡς ὀψὲ ᾐσθημένων ὅτι ἐπὶ θαλάττῃ πόλιν οἰκοῖεν. (Strabo XIII, 3, 6)
[…] aldus kregen ze de reputatie een volk te zijn dat pas laat doorhad in een stad bij de zee te wonen.

Een type taks dat vandaag omstreden is, en bijvoorbeeld een groot twistpunt vormt in de Belgische regeringsvorming, is de vermogensbelasting. In de Oudheid was het echter een courante praktijk om hogere defensie-uitgaven te compenseren door vermogens aan te spreken. Zo hieven vele Griekse steden in oorlogstijd de zogenaamde eisphora, en de Romeinen in de Republiek het tributum, beide enkel betaald door zij die een bepaald vermogen bezaten. Ook het antieke China kende in de 2de en 1ste eeuw v.C. een vermogensbelasting. Een gerelateerde praktijk is het innen van successierechten, zoals de vicesima hereditatum (“5% van de erfenis”) ingevoerd door keizer Augustus.

Taksen: een heel karwei

Met 833 mogelijke codes lijkt het invullen van de Belgische belastingaangifte misschien veel werk. Maar het kan erger: in de Oudheid moesten veel inwoners fysiek werk verrichten voor de staat. Vooral in het oude nabije oosten en in Egypte vinden we diverse vormen van corvee (waar ons woord ‘karwei’ van afgeleid is), maar ook de Inca’s, Azteken en de oude Chinezen kenden deze praktijk. In België verdween elke vorm van verplichte arbeid met de opschorting van de militaire dienstplicht in 1992. Naast militaire dienst werd corvee vaak gebruikt voor de cultivatie van staatsland, voor publieke bouwwerken (zoals piramides), en vooral voor het onderhoud van het irrigatiesysteem, waar de hele bevolking baat bij had. Na verloop van tijd konden deze verplichtingen worden afgekocht met zilver of geld. In Mesopotamië werd dit al gangbaar in het 2de millennium v.C., wat suggereert dat deze regio al vroeg een echte arbeidsmarkt had.

Reliëf voor de bouw van een tempel in Lagash (ca. 2500 v.C.). Links houdt koning Ur-Nanshe een typische corveemand voor het dragen van aarde boven zijn hoofd

“No taxation without representation?”

Geen belasting zonder vertegenwoordiging was de slagzin van de Amerikaanse revolutie. Ook in de Oudheid speelden taksen vaak een rol in het uitbreken van opstanden, in het bijzonder wanneer de legitimiteit van de veroveraars om te belasten in twijfel getrokken werd. Voorbeelden zijn legio: de vele revoltes in het Perzische rijk, de grote Thebaanse opstand tegen de Ptolemaeën, de Makkabese opstand tegen de Seleuciden, revoltes tegen de Romeinse overheersing, enz. Sommige regimes, zoals het Perzische rijk of de Delisch-Attische Zeebond verbloemden tribuutbetalingen dan ook als “vrijwillige” giften.

Ionische Grieken brengen giften naar de Perzische koning in deze scène uit de Apadana in Persepolis (eerste helft 5de eeuw v.C.)

Taksen kunnen een teken van onderwerping en uitsluiting zijn, zoals ook het geval was bij de beruchte Joodse taks onder de Romeinen. Anderzijds kon het betalen van belastingen net bijdragen tot het vormen van een gemeenschap en lidmaatschap ervan uitdrukken. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk voor slaven: zij betaalden nergens zelf belastingen, maar de opbrengst van hun arbeid werd belast. In het oude Rome werden sommige taksen, zoals successierechten, enkel van burgers geheven. Lange tijd dacht men dat de Grieken directe belastingen als een teken van tirannie zagen, maar intussen is het duidelijk dat de steden hun burgers wel degelijk belastten. Wel is het zo dat de Atheners publieke goederen in ruil verwachtten, en dat ze veel meer inspraak hadden dan de onderdanen van de grote rijken.

Belastingvrijstelling: een tweesnijdend zwaard

In andere gevallen was het belastingvrijstelling die bijdroeg tot het definiëren van de gemeenschap. In Sparta was er een onderscheid tussen de Spartaanse burgers die militaire dienst leverden en de heloten die belastingen betaalden. Volgens Herodotus waren de inwoners van het Perzische kerngebied vrijgesteld van belastingen. De Romeinse Republiek schafte in 167 v.C. het tributum af, waardoor de belastingdruk verschoof van de burgers in Italië naar de inwoners van de nieuwe provincies. Onderzoekers hebben recent gewezen op de schaduwkant van deze vrijstelling. Omdat de staat en de elites de bijdragen van de burgers niet langer nodig hadden, verloren deze ook hun onderhandelingspositie en na verloop van tijd hun politieke inspraak.

Na de overwinning op de Macedonische koning Perseus in 167 v.C. (hier afgebeeld door Jean-François Pierre Peyron) schafte Rome de voornaamste belasting voor haar burgers af

Andere vrijstellingen werden toegekend als beloning of om machtige groepen aan de staat te binden. Niet zelden ging het daarbij om priesters, en in onze contreien waren bijvoorbeeld druïden vrijgesteld van belastingen. Taksen en vrijstellingen worden vaak gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden (social engineering). In een wel heel driest voorbeeld betaalden ongehuwde vrouwen tussen de 15 en 30 jaar oud in het oude China een tijdlang het vijfvoudige voor de hoofdelijke belasting. Met hetzelfde doel had het Romeinse keizerrijk het ius trium liberorum, dat bepaalde vrijstellingen toekende aan ouders van 3 of meer kinderen. In Ptolemaeïsch Egypte waren er dan weer uitzonderingen voor leraars, winnaars in de spelen, sportcoaches en acteurs. Die groepen hadden allemaal een sterke band met de Griekse cultuur, maar Egyptische priesters genoten ook privileges. Winnaars in de spelen kregen ook elders in de Griekse wereld belastingvrijstelling.

Belastingontduiking: een antieke sport?

Papyrus met aangifte tegen de voller Leon voor het ontwijken van de beroepsbelasting (227 v.C.)

Er wordt wel eens gezegd dat belastingontwijking (legaal) of -ontduiking (illegaal) een nationale sport is in België. Hoewel Plato het betalen van belastingen als een kenmerk van de rechtvaardige man beschrijft, en Jezus aanried om de keizer te geven wat de keizer toekwam, proberen mensen al belastingen te ontwijken zo lang als ze geïnd worden, zoals de klacht van de belastingpachter Athenagoras tegen de voller Leon [TM 43303] aantoont. In het bijzonder de papyri uit Egypte staan bol van de listen om belastingen te ontwijken. De Ptolemaeïsche Hierokles, een serie-overtreder, vroeg bijvoorbeeld aan zijn connecties om “brieven te schrijven naar de douanepost, zodat ze hem genereus behandelen” [TM 2386] en de Romeinse wever Tryphon [TM Arch 249] bleef lustig weefgetouwen bijkopen jaren nadat hij omwille van zijn slechtziendheid van belastingen was vrijgesteld. Overtreders moesten wel oppassen voor informanten, die tot een derde van de boete konden opstrijken.

Het waren overigens niet alleen belastingbetalers die achterpoortjes zochten. Een brief van de Romeinse consuls aan de Griekse stad Oropos uit het jaar 73 v.C. toont hoe sommige belastingpachters wel erg creatief met de fiscale wetgeving omgingen. Enkele jaren voordien had de generaal Sulla tempelland in de omgeving van de stad vrijgesteld van belastingen. Toch probeerden de pachters taksen te innen van de tempel van Amphiaraus. Hun argument? Technisch gezien was Amphiaraus een held, en geen volwaardige god. In dit geval besliste de Romeinse staat, op advies van onder andere Cicero, in het voordeel van de priesters. Maar ook in de Oudheid was het dus belangrijk om de kleine lettertjes te kennen!

Lees meer

Girardin, M. (ed.), Fiscalités antiques. Aux origines de l’administration provinciale romaine, Rome, 2023.
Monson, M. and Scheidel, S. (eds.),  Fiscal Regimes and the Political Economy of Premodern States, Cambridge, 2015.
Valk, J. and Soto Marín, I. (eds.), Ancient Taxation: The Mechanics of Extraction in Comparative Perspective, New York, 2021.

Coverfoto: Reliëf van een Romeinse pachtbetaling van de Trierse bevolking uit het Rheinisches Landesmuseum Trier, afkomstig van Wikimedia [CC0 1.0]

Dit project is gefinancierd onder de Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA)

Het bericht Het gedonder van de wereldgeschiedenis, of wat we kunnen leren van antieke belastingen van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/11/2024/het-gedonder-van-de-wereldgeschiedenis-of-wat-we-kunnen-leren-van-antieke-belastingen/feed/ 0 2625
SIGHT: De schimmen van Delos https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/#respond Fri, 20 Dec 2019 15:49:45 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1384 SIGHT - De schimmen van Delos

Onderzoekster Valérie Wyns ging verpozen in Delos en bezocht er de kunstinstallatie SIGHT van Antony Gormley. De non-profitorganisatie Neon en de kunstenaar willen hiermee het eiland herbevolken met moderne kunstwerken die zowel fascinerend zijn als bevreemdend aandoen. Onze reporter brengt verslag uit van haar ervaringen en de link met de Oudheid, die er bij dit Griekse eiland natuurlijk steeds te vinden is.

Het bericht SIGHT: De schimmen van Delos van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
SIGHT - De schimmen van Delos

Ik moet iets bekennen, beste lezer, dat me bij sommigen van jullie in achting zal doen dalen, dan wel doen stijgen: ik hou in het algemeen niet zo van moderne kunst. Door dit te zeggen, veralgemeen ik natuurlijk al veel te veel, want “moderne kunst” is een term die onnoemelijk veel ladingen dekt. Daarom zal ik mezelf een beetje nuanceren: ik hou in het algemeen niet zo van abstracte of nauwelijks figuratieve kunst. Geef mij een goeie Rubens of Caravaggio, en mijn dag is gemaakt. Tot Turner en de impressionisten wil ik nog gaan, maar verder wordt het moeilijk. Dat is natuurlijk mijn absoluut subjectieve smaak, die bovendien niet eens veel interne consistentie vertoont. Want mijn zogenaamde “smaak” werd volledig op zijn kop gezet toen ik op Delos de installatie SIGHT van Antony Gormley bezocht. Zoals gewoonlijk is het nodig dat ik een paar stappen terugzet voor ik het in al mijn enthousiasme zal hebben over SIGHT. Quid Delos? Et quis Antony Gormley?

Het drijvende eiland waar Apollo mocht geboren worden

De meeste antieke bronnen zijn het erover eens dat de god Apollo geboren werd op het “drijvende” eiland Delos. Zijn moeder Leto, die zwanger was geraakt na een ontmoeting met opperbevruchter Zeus, had doorheen Griekenland moeten zwerven om een plaats te vinden waar ze kon bevallen. De godin Hera, echtgenote van Zeus, had immers het vasteland en alle eilanden verboden de hoogzwangere vrouw te laten bevallen op hun bodem. Het eiland Delos, amper 5 kilometer lang en 1,5 kilometer breed, ontving Leto dan weer wel, omdat het “dreef” en daarom niet verbonden was aan de aarde, waardoor het verbod van Hera blijkbaar kon omzeild worden. De geboorte van haar eerste kind, Artemis, verliep vlot en pijnloos (Callimachus, Hymne 3), terwijl de komst van haar tweede kind, Apollo, negen martelende dagen en nachten op zich liet wachten (Homerische hymne voor de Delische Apollo). Het goddelijke kind verankerde het eiland aan de zeebodem, en zou voor eeuwig een voorkeur hebben voor het land dat zijn moeder genade had getoond.

Het “drijvende” eiland Delos

Recent onderzoek toonde aan dat het eiland al werd bewoond in 2000 v.C., en ten laatste duizend jaar later had Delos zich al ontwikkeld tot een centrum van godenverering. Homerus kende het verhaal van de Delische geboorte, dus de associatie Apollo-Delos dateert ten laatste uit de archaïsche periode. Vanaf de 6de eeuw v.C. bevindt het eiland zich in de invloedssfeer van Athene, net als de meest Cycladische eilanden. Hoewel Delos ook een bloeiend kruispunt voor zeehandel was, werd de religieuze rol van het eiland van steeds groter belang. De Delisch-Attische Zeebond hield op Delos haar ontmoetingen, en bewaarde er ook de kas tot 454 v.C., toen Pericles de gezamenlijke fondsen vorderde als renovatiepremie. In de Romeinse periode verwierf Delos bekendheid als slavenmarkt, en handel bloeide in de 2de en 1ste eeuw v.C. Aan het einde van deze periode ging het bergaf met het eiland: zijn rol als handelskruispunt leek uitgespeeld, en schaarste aan natuurlijke voorzieningen dwong de laatste bewoners om Delos uiteindelijk te verlaten.

De man die schaduwen naar Delos bracht

Het kunstwerk ‘Angel of the North‘ nabij Gateshead, Tyne & Wear

Antony Gormley was voor mij een nobele onbekende tot mijn boottocht naar Delos vorig jaar in september. Ik had hem nochtans kunnen kennen, hij is immers de kunstenaar die ‘The Angel of the North’ maakte, de enorme sculptuur die net buiten Newcastle staat. Voor de echte fijnproevers, dit standbeeld verschijnt ook in de begingeneriek van de realityreeks ‘Geordie Shore‘ op MTV.

De focus in het werk van Gormley ligt vaak op het menselijk lichaam en hij gebruikt zijn eigen lichaam vaak als basis voor de afgietsels waaruit zijn sculpturen groeien. Neon, een Griekse non-profitorganisatie die ijvert om de beleving van hedendaagse kunst toegankelijk te maken in Griekenland, zag in Gormley de ideale partner om Delos door nieuwe kunst ook nieuw leven in te blazen. Het eiland wordt vandaag immers alleen bewoond door archeologen die er onderzoek doen en de katten die in Griekenland alomtegenwoordig zijn. Met het project SIGHT wilden Neon en Gormley het eiland herbevolken met kunstwerken die zowel fascinerend zijn als bevreemdend aandoen.

Uw reporter op speurtocht in Delos

Begin september was ik op vakantie in Athene en Mykonos, na enkele maanden in bloed, zweet, en tranen te hebben gezwoegd aan de voltooiing van mijn doctoraat. Griekenland heeft me altijd nauw aan het hart gelegen, een enkele druppel Grieks bloed stroomt zelfs door mijn aders, maar op dat moment had ik het wel even gehad met de oudheid. Zozeer zelfs, dat ik moest overtuigd worden om op de boot te stappen om Delos voor de zevende of achtste keer in mijn carrière te bezoeken. Wat me over de streep trok, was een artikel dat ik een hele tijd eerder had gelezen, over de kunstenaar die Delos had overgenomen met zijn standbeelden. Terwijl sommigen niet genoeg lofwoorden vonden om Gormley’s werk op het eiland te beschrijven, schreeuwden anderen moord en brand, omdat ze vonden dat de kunstenaar de integriteit van het eiland vernielde met zijn moderne bric-à-brac. Geïntrigeerd door de sterk uiteenlopende opinies stapte ik dan toch maar op de ferry.

6 Times Left - Antony GormleyValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

6 Times Left‘, het kunstwerk van Antony Gormley dat een man in het water plaatst

Bij het binnenvaren in de baai waar de toeristenboten aanmeren, viel me direct op dat er een man in het water stond waar de oude haven het water inglijdt. Een seconde later viel mijn spreekwoordelijke frank (of euro): dit was het eerste kunstwerk dat Gormley op het eiland had geplaatst (zie bovenstaande foto). De man was het 29ste werk in de catalogus, en draagt de titel ‘6 Times Left’. In totaal bevinden zich 29 beelden van Gormley op het eiland, waarvan 5 specifiek gemaakt zijn voor SIGHT. Van veraf leek de ogenschijnlijk pootje-badende man wel een schim, een soort afdruk achtergelaten door een vroegere bewoner van Delos. Bij het verder wandelen botste ik al snel op nieuwe werken, al dan niet figuratief, die dusdanig geplaatst waren dat ze in een soort harmonie vielen met hun omgeving. Een voorbeeld hiervan was ‘Vice II’, een kubus die dicht bij de stoa van Philippos V geplaatst was, die in al zijn hoekigheid de bouwblokken in zijn omgeving complementeerde.

Vice II - Antony GormleyValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Vice II‘, een kubus vlakbij de stoa van Philippos V

'Another Time XV', een menselijke figuur starend naar de zeeValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Another Time XV‘, een menselijke figuur starend naar de zee

Verder wandelend langs Plakes Peak richting het gymnasion en stadion doemden opnieuw schimmen in de verte op. De standbeelden keken in de verte, meestal in de richting van de zee. Toeristen die voor de eerste keer op het eiland kwamen, konden de werken rustig negeren. Noch door kleur, noch door vorm vielen ze eigenlijk op, en om sommigen te kunnen zien moesten we echt halsbrekende toeren uithalen. Aan het gymnasion kwam ik voor de eerste keer echt dichtbij een van de menselijke figuren (‘Another Time XV‘), die net als zijn makkers op de rest van het eiland rustig naar de zee stond te staren.

Hier begon me echt het gevoel te bekruipen dat een wandeling tussen de beelden een wandeling tussen geesten uit het verleden was. De werken richtten zich niet tot de bezoeker, maar leken in overpeinzingen verzonken. Dat sommige stukken zich op afgelegen delen van het eiland bevonden, op plaatsen waar toeristen die de klassieke route volgen normaal niet komen, droeg bij tot dit gevoel. Ik begon me af te vragen hoe desolaat het eiland niet moest lijken als de toeristen weer op hun bootjes gestapt waren, met die eenzame dwalende figuren verspreid over het eiland. Ik maakte me ook de bedenking dat Gormley heel mooi in zijn opzet aan het slagen was, of toch in mijn hoofd: door de standbeelden en abstracte figuren voelde het eiland niet alleen des te verlatener aan, maar ook des te ouder en krachtiger aan. Een van mijn favoriete stukken was ‘Water‘, een van de vijf stukken speciaal gecreëerd voor deze installatie.

'Water', een gepixelde figuur kijkend naar schacht waarin zich een waterbron bevindtValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Water‘, een gepixelde figuur kijkend naar schacht waarin zich een waterbron bevindt

Water’ stond aan de laan die naar het kleine museum leidt, vlakbij de zogenaamde ‘Agora des Italiens‘. Een bijna gepixelde figuur stond met het hoofd licht gebogen naar beneden te kijken, in een schacht waarin zich een waterbron bevindt. Als je er van ver naartoe wandelde kreeg je het gevoel dat je naar een personage in een oud computerspelletje toeging, zo eentje dat met pixels van een vierkante centimeter op je scherm voorbijkwam in de jaren 90. Je verwachtte bijna dat je hem zou doen schrikken, en dat gevoel bleef aanhouden toen ik ernaast ging staan. Mijn blik werd automatisch naar de bodem van de put getrokken, en ik bleef een tijdje naast ‘Water’ meekijken wat er daarbeneden toch zo interessant was.

Beelden van Antony Gormley die opduiken in en naast lokale huizenValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Beelden van Antony Gormley die opduiken in en naast lokale huizen

Terwijl ik als laatste stop naar het best bewaarde woonkwartier van het eiland wandelde, werden de beelden ook drukker: ze doken op in huizen links en rechts, in de meest onmogelijke houdingen. Hierdoor werd een gevoel van gezellige drukte gecreëerd, en een vrolijk spelletje ontstond door het speuren naar nieuwe vondsten achter elke muur, hierbij daarenboven nog eens geholpen door de massa katten die lui in de schaduwen van de huizen lagen te slapen.

Hoewel ik geen al te hoge verwachtingen had van de installatie van Gormley, voer ik weg van Delos met het gevoel dat ik het eiland opnieuw voor de eerste keer gezien had. Ik had beter rondgekeken, het landschap geobserveerd, en stilgestaan bij de plaatsen die de kunstenaar om een of andere reden had willen benadrukken. Gormley wilde blijkbaar ook daadwerkelijk mijn eerdere gevoel van geesten of schimmen uit het verleden oproepen, las ik later in de brochure die ik vanop Delos had meegenomen. SIGHT vormde zo’n mooie aanvulling op de bergen archeologisch materiaal die het eiland rijk is, en ik vind het oprecht jammer dat de installatie ondertussen opnieuw weggehaald is (de stukken waren een heel seizoen aan de elementen blootgesteld geweest, en hadden daardoor alleen al behoorlijk wat schade ondervonden).

Katjes op DelosValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Katjes op Delos

Voor de dierenvrienden onder jullie voeg ik een foto toe van de katjes op Delos, die wel bestand zijn tegen de Griekse elementen, en vrolijk elk jaar nieuwe bezoekers verwelkomen op een van de mooiste archeologische sites van de Middellandse Zee.

Coverfoto: onze reporter bij het werk ‘Another Time XV’ van Antony Gormley in Delos (Copyright: Valérie Wyns)

Het bericht SIGHT: De schimmen van Delos van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/feed/ 0 1384
Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/#respond Mon, 22 Oct 2018 14:56:42 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1072 'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

De Peloponnesische Oorlog

De allianties tijdens de start van de Peloponnesische Oorlog in 431 v.C.

Athene kende na het afslaan van twee grote Perzische invasies (492-490, 480-479 v.C.) een grote culturele en economische bloei, die ten dele gestoeld was op de inkomsten die stad onttrok aan de Delisch-Attische Zeebond. Oorspronkelijk werd de Delisch-Attische Zeebond in 478 v.C. opgericht om te verzekeren dat de Perzen geen verder gevaar meer zouden vormen voor Griekenland. Athene ging de Zeebond echter al snel domineren, en de financiële bijdragen van de andere leden dienden – zeer tot hun ongenoegen – om de Atheense oorlogskas te spekken en de stad te verfraaien. Sparta en zijn bondgenoten zagen deze Atheense expansiezucht echter met lede ogen aan.

Een goede dertig jaar lang vochten Athene en Sparta een bittere oorlog uit. Vooral de Atheners kregen het zwaar te verduren. De strategie van Pericles, die bij de aanvang van de oorlog de voornaamste staatsman van Athene was, bestond erin de bevolking achter de stadsmuren terug te trekken, en ondertussen de Spartanen met de superieure Atheense vloot te bekampen. Het Atheense platteland kreeg echter met herhaaldelijke Spartaanse raids te maken, en tot overmaat van ramp brak in 430 v.C. een vreselijke epidemie uit in de overbevolkte stad, waar uiteindelijk ook Pericles aan zou bezwijken. Toch gaven de Atheners zich niet gewonnen. Een desastreuze expeditie naar Sicilië tussen 415 en 413 v.C. luidde echter het begin van het einde in. De Spartanen voerden de druk danig op, en eens ze erin slaagden Athene af te snijden van de zilvermijnen in Laurion, kwam de stad al gauw in financiële nood.

Goud en brons

In 407-406 v.C. werd de situatie dermate penibel dat Athene niet langer in staat was zilveren munten te produceren. Om de oorlog verder te bekostigen, ging Athene voor de eerste keer in zijn monetaire geschiedenis over tot het slaan van gouden munten. Zeer bijzonder aan deze munten is dat we exact weten waar het goud vandaan komt. Bij het Parthenon stonden immers acht beelden van Nikè, de godin van de overwinning, die met goud bekleed waren. Het goud werd van zeven van de acht beelden afgehaald en omgesmolten. Deze wanhoopsdaad bleek echter niet genoeg, want een korte tijd later begon de stad met het slaan van door zilver omhulde bronzen munten: πονηρὰ χαλκία, “waardeloze bronsmuntjes”, zo omschreef de komedieschrijver Aristophanes ze.

Onderstaande munt is allesbehalve een waardeloos stuk. Het gaat om een uiterst zeldzaam exemplaar van de goudmuntslag van de Atheners tijdens de Peloponnesische Oorlog. Op de voorzijde is Athena te zien, de beschermgodin van de stad en tevens oorlogsgodin. Op de keerzijde staat een uiltje met een olijftak, beide symbolen van Athena. De legende luidt ΑΘΕ, een afkorting voor AΘΕΝΑΙΩΝ, oftewel ‘van de Atheners’.

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Afloop

De Atheense inspanningen mochten overigens niet baten: in 405 v.C. werd de Atheense vloot finaal verslagen bij Aegospotami, in 404 v.C. gaf de stad zich over. De Spartaanse veldheer Lysander installeerde een oligarchisch regime, de zogenaamde Dertig Tirannen, die hard tekeergingen tegen hun politieke tegenstanders. Democratisch gezinde Atheners wisten hun nieuwe heersers weliswaar al gauw omver te werpen in een revolutie (303 v.C.), maar de Atheense macht zou zich nooit meer volledig herstellen.

Lees meer

Thompson, Wesley E., en Wesley C. Thompson. “The Golden Nikai and the Coinage of Athens”. The Numismatic Chronicle 10 (1970): 1-6.

Kagan, D. The Peloponnesian War. 4 vols. 2003. Herdruk, Londen: Penguin Books, 2004.

Coverafbeelding: adaptatie van het schilderij ‘Perikles hält die Leichenrede’, van Philipp Foltz (1852), vanop Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/feed/ 0 1072