Cleopatra Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/cleopatra/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Thu, 29 Dec 2022 15:59:25 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Cleopatra Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/cleopatra/ 32 32 136391722 Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/#respond Wed, 21 Oct 2020 15:46:52 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1704

Kledij was zeer belangrijk in de Oudheid: als bescherming tegen de elementen, om een identiteit uit te drukken of door hun groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren. Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Stuur ons alsjeblieft het nodige, zodat we niet in schaamte hoeven te leven. Laat hen ons niet bespotten telkens als we binnenkomen, omdat we naakt zijn. Als een versleten mantel voor ons je te duur is, laat ons dan op zijn minst een stuk linnen bezorgen.

‘Koptische’ kindertuniek uit het Metropolitan Museum of Art

Deze smeekbede uit de 3de eeuw v.C. toont hoe belangrijk kledij al was in de Oudheid. Kleren bieden bescherming tegen de elementen, laten ons toe onze identiteit uit te drukken, en hebben in elke historische periode een groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren.

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in CaïroNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in Caïro

Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Een blik in de Grieks-Romeins-Egyptische kleerkast

De koffer van Zenon:

  • een gewassen linnen gewaad (periblema),
  • een gewassen aardkleurige wintermantel (chlamys),
  • een gedragen mantel,
  • een halfgedragen zomermantel,
  • een gewassen naturel wintermantel,
  • een gedragen naturel wintermantel,
  • een nieuwe wikke-kleurige zomermantel,
  • een gewassen witte wintertuniek (chiton) met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek,
  • twee gewassen witte wintertunieken,
  • een halfgedragen tuniek,
  • drie nieuwe witte zomertunieken,
  • een ongevolde tuniek,
  • een half-gedragen tuniek,
  • een gewassen wit bovenkleed voor de winter (himation),
  • een ruwe mantel (tribôn),
  • een gewassen wit zomergewaad (theristron),
  • een halfgedragen zomergewaad,
  • een paar Sardische hoofdkussens,
  • twee nieuwe paren aardkleurige sokken,
  • twee paar nieuwe witte sokken,
  • twee nieuwe witte gordels.

Deze papyrus geeft ons een momentopname van de kleerkist van Zenon, een manager van een groot landgoed uit de 3de eeuw v.C. Door zijn maatschappelijke positie had Zenon ‘s ochtends allicht iets meer keuzestress voor de spiegel dan de gemiddelde Griek of Egyptenaar, maar de gewaden in zijn koffer zijn min of meer representatief. Het basiskledingstuk, zowel voor Egyptenaren als voor Grieken, was de tuniek (in het Grieks chiton, in het Demotisch Egyptisch gtn). De chiton kon tot op de grond komen, tot aan de knieën, of tot aan de middel – in de meeste gevallen zijn zulke details ons niet bekend. We kennen zowel tunieken met als zonder mouwen.

Laat-antieke tuniek met mouwen, in tegenstelling tot de kindertuniek hierboven

Mummieportret van een vrouw met roze himation over haar chiton gedrapeerd

Boven de tuniek droeg men soms een tweede stuk, dat over het onderkleed heen gedrapeerd werd: de himation. Beide kledingstukken bestonden in essentie uit rechthoekige stukken stof. De himation kon op verschillende manieren gedrapeerd worden, al dan niet met behulp van gordels. Soldaten en andere personen die grote afstanden moesten afleggen, vervingen de himation als overkleed al eens door een chlamys, een reismantel die met een gesp aan de schouder werd vastgemaakt.

Beeld van Ptolemaios III als Hermes met chlamys

Zoals blijkt uit de Zenon-papyrus, konden die gewaden naturel of geverfd zijn (over kleuren later meer). Belangrijk was wel dat de kleren gewassen waren, en in het geval van wol behandeld door een voller. Hoewel in de papyri specifieke mannen- en vrouwenversies van kleren voorkomen, droegen beide geslachten in essentie dezelfde kledingstukken.

De meest gebruikte grondstof voor textiel was linnen, gemaakt van de vlasplant. Het materiaal is zeer sterk en absorberend, en het droogt snel. Deze eigenschappen maken de stof ideaal voor een warm woestijnklimaat. ’s Winters en ’s avonds koelt het echter ook in Egypte af, en voor zulke omstandigheden was wol geschikter. Lange tijd werd aangenomen dat er in Egypte geen wol gedragen werd, omdat het volgens Herodotus tegen de religieuze gebruiken inging om begraven te worden of de tempel te betreden met wollen kleren. Als er al zo’n taboe was, gold dat waarschijnlijk alleen voor priesters. Archeologische opgravingen bevestigen dat wol en wollen kledij al voorkwamen in de predynastische periode. In Zenons lijst, net als in andere papyri, vinden we daarnaast winter- en zomervarianten van sommige kledingstukken. Voor de echte koukleumen waren er ook sokken. Tot afschuw van moderne fashionista’s werden deze kousen schaamteloos in de sandalen gedragen. Sterker nog: ze waren er speciaal voor gefabriceerd. De sandalen zelf waren meestal van leer of papyrus.

Een paar sokken uit Romeins Oxyrhynchus, met inkeping aan de tenen voor een sandaalriem

Een textiel-gerelateerde vraag die historici vaak te horen krijgen, is of mensen vroeger ook al ondergoed droegen. Er zijn wel degelijk enkele papyri bewaard die meer licht werpen op deze kwestie. Ongetwijfeld de meest mysterieuze is volgend fragment:

“Verklaring van Harchebis over de clandestien geweven beha’s die gevonden zijn in de tempel”

De verklaring zelf is helaas verloren gegaan. De illegaliteit van de beha’s had waarschijnlijk niets te maken met een algemeen verbod op ondergoed, maar eerder met de specifieke omstandigheden waarin deze exemplaren geproduceerd waren. Zulke tempelwerkplaatsen waren immers in de eerste plaats bedoeld voor het vervaardigen van kledij voor de godenbeelden. Het Griekse woord voor beha betekent letterlijk ‘borstband’, en de antieke exemplaren waren heel wat minder complex dan hun moderne tegenhangers. Waarschijnlijk gaat het om een soort doek, zoals afgebeeld in de Villa del Casale in Sicilië. Het is onduidelijk hoe wijdverspreid ze werkelijk waren. Hetzelfde geldt voor de lendendoek, die vaak afgebeeld werd in de faraonische periode. In de Grieks-Romeinse periode vinden we die vooral terug bij atleten.

De zogenaamde ‘bikini-mozaïek’ met atletes in de Villa del Casale (Sicilië, 4de eeuw n.C.)

De nieuwe kleren van de keizer: mode en innovatie

Vandaag is de textielindustrie een echte mode-industrie, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor fast fashion met snel veranderende trends en relatief lage prijzen. Voor de industriële revolutie was zo’n organisatie onmogelijk. Het produceren van kledij was een veel trager en arbeidsintensiever proces, en een kledingstuk was een substantiële investering, die de meeste mensen maximaal eenmaal per jaar deden. Toch veranderden smaken ook in de Oudheid al, en werden die trends ook overgenomen door anderen, zij het aan een veel trager ritme. Het volgen van de laatste mode was ook sterk vervlochten met sociale status, en was alleen weggelegd voor de elite. Het gaat daarbij niet zozeer om de vorm van kledingstukken, maar eerder over materiaal en versiering. Een ander opvallend verschil was de status van de de kleermakers. Uit de Oudheid is ons geen enkele beroemde ontwerper bekend; de opkomst van internationaal bekende modehuizen is een relatief recent fenomeen.

Munten en standbeelden zijn belangrijke bronnen voor modeverschijnselen. In het bijzonder de kapsels van Romeinse keizerinnen, zoals deze Sabina, vonden navolging bij de elite

De slakkensoort Murex waaruit purperverf gewonnen werd

Een onderscheidend kenmerk van textiel was bijvoorbeeld de kleur. In de papyri vinden we talrijke gekleurde kledingstukken terug, in zowat alle kleuren van de regenboog. Er was ook aandacht voor de juiste tint binnen dezelfde kleur: zo gaven sommigen de voorkeur aan “gras-groen”, waar anderen voor “prei-groen” of “appel-groen” kozen. Verf had meestal een plantaardige of minerale basis, maar sommige formules waren van dierlijke oorsprong. Zo werden insecten gebruikt voor het bekomen van een scharlakenrode kleur.

Mummieportret van een vrouw gehuld in verschillende tinten purper; het Tyrisch purper was een diep purperrood

Een bijzondere rol was weggelegd voor purper. Het maken van purperverf was een zeer tijdrovend en duur proces. Dit had alles te maken met de grondstof, die werd gewonnen uit de schelp van de murex (brandhoren, een soort zeeslak), in het bijzonder in Tyrus, in het huidige Libanon. Volgens experimenten zouden 12 000 slakken niet meer dan 1,4 gram verf opleveren, al moet het wel gezegd worden dat het exacte procedé onbekend is. Purperen kleding was dus een echt statussymbool, en in de laat-Romeinse periode was het recht om de kleur te dragen zelfs exclusief voorbehouden aan de keizer.

Mogelijk leek de kostbare tuniek op deze met figuren versierde mantel uit Hellenistisch Etrurië

Slakken-uitscheiding is natuurlijk niet de enige bron van purperen kleurstoffen. In de papyri vinden we ook goedkopere oplossingen, zoals het mengen van blauwe en rode verf, of het gebruik van planten. Zulke praktijken waren schering en inslag, en om het hoogwaardige slakkenpurper van deze imitaties te onderscheiden, spraken ververs van “echt purper” of “zeepurper”, in tegenstelling tot het goedkopere “lokale purper” of “wortelpurper”. Wie zijn welvaart wilde tentoonspreiden kon dat ook op andere manieren, die moeilijker te imiteren vielen. Een petitie uit 244 v.C. licht ons bijvoorbeeld in over de aankoop van een tuniek waarop figuren geborduurd waren. Het stuk kostte 1270 drachmen, het honderdvoudige van de gemiddelde prijs van een chiton in die periode, wat overeenkomt met 15 à 20 jaarlonen voor een modale Egyptenaar. Echte haute couture dus.

Tijdens de Romeinse periode deed katoen zijn intrede in Egypte

Net zoals bepaalde steden en regio’s vandaag bekend staan om hun verfijnde of modieuze textielproductie, kende Grieks-Romeins Egypte ook regionale specialiteiten. Het beste vlas en linnen kwamen bijvoorbeeld uit de noordelijke Nijldelta, in het bijzonder uit Mendes. Andere specialiteiten werden ingevoerd van elders. Zo stond Milete, in het huidige Turkije, bekend om haar bijzonder fijne wol. Griekse ondernemers importeerden daarom het Milesische schapenras in Egypte. De wol was zo kostbaar dat de dieren een leren dekkleed droegen om ze te beschermen. Klein-Aziatische producten in het algemeen waren goed vertegenwoordigd in de Egyptische textielindustrie. Zo werden de tarsikarioi een belangrijke beroepsgroep in de Romeinse periode. Deze wevers maakten kleding die oorspronkelijk een specialiteit van de stad Tarsus was. Ook de Sardische kussens die we eerder in Zenons garderobe tegenkwamen, stamden uit Klein-Azië.

Na de overwinning van Octavianus op Cleopatra VII deelden de Romeinen de lakens uit in Egypte. In hun kielzog brachten zij rijks-brede trends met zich mee. Naast de Tarsische gewaden of stoffen, deed na verloop van tijd bijvoorbeeld ook de dalmatikè haar intrede: een brede tuniek, oorspronkelijk afkomstig uit Dalmatië, die net als vele andere gewaden uit de Oudheid nog verder leeft in de christelijke liturgie. De verovering leidde echter niet tot een volledige vernieuwing van de garderobe. Zo vinden we in Egypte weinig sporen terug van de toga, het archetypische kledingstuk van de gegoede Romeinse burger. Andere ontwikkelingen in Romeins Egypte hadden niets met de Romeinse cultuur te maken. Waar de chiton in de Hellenistische periode doorgaans mouwloos was, kwam in de Romeinse periode bijvoorbeeld de tuniek met mouwen in zwang. Ook katoen werd in de vroege Romeinse periode geïntroduceerd, maar die nieuwe vezel kwam evenmin vanuit het westen. Vandaag is het de belangrijkste textielvezel in Egypte en de rest van de wereld.

Waar de welgestelde inwoners van Grieks-Romeins Egypte dus zeer bezorgd waren over hun voorkomen en het volgen van de laatste nieuwe mode, kende de regio langs de andere kant ook een bloeiende markt in tweedehands textiel. Kledij werd ook gerecycleerd voor begrafenissen, denk bijvoorbeeld maar aan de zogenaamde ‘mummie van Zagreb’, wier windsels oorspronkelijk dienstdeden als Etruskische rituele kalender. Veel mummietextiel vertoont daarnaast sporen van herstelwerk, een duidelijk teken van hergebruik. In sommige gevallen werden nieuwe stukken textiel vervaardigd uit oude kledij. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de productie van luxueuze tapijten, een praktijk die men vandaag als upcycling zou aanduiden.

De windsels met Etruskische tekst van de ‘mummie van Zagreb’ zijn een duidelijk bewijs voor het hergebruik van textiel in een funeraire context

Er wordt wel eens gezegd dat in de mode “alles terugkomt”. We kijken dan ook reikhalzend uit naar het eerste modehuis dat modellen met een chiton en himation de catwalk op stuurt!

Lees meer

Droß-Krüpe, K., Wolle – Weber – Wirtschaft. Die Textilproduktion der römischen Kaiserzeit im Spiegel der papyrologischen Überlieferung, Wiesbaden, 2011.

Dunand, F., ‘L’artisanat du textile dans l’Égypte lagide’, Ktèma 4 (1979), 47-69.

M. Harlow (ed.), A cultural history of dress and fashion in antiquity, Londen en New York, 2017.

G. Vogelsang-Eastwood, De kleren van de farao, Amsterdam, 1994.

Coverfoto: adaptatie van een scan uit het boek ‘The New Student’s Reference Work, 5 volumes, Chicago, 1914′, gepubliceerd op Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1704
In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/#respond Fri, 21 Feb 2020 16:37:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1434

Het toerisme in Egypte beleefde vooral hoogdagen na de verovering door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel "binnenlandse" als "buitenlandse" reizen. In dit artikel gaan we in het spoor van Herodotus op zoek naar de typische plaatsen die werden aangedaan door keizers, soldaten, ambassadeurs of andere beambten.

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Met de geplande opening van het Grand Egyptian Museum in het vooruitzicht prijkt Egypte bovenaan menig lijstje met “top # plaatsen om te bezoeken in 2020”. De toeristische sector is erg belangrijk voor het land, en na enkele moeilijke jaren neemt het aantal bezoekers weer gestaag toe. Het rijke Egyptische verleden spreekt al veel langer tot de verbeelding van reizigers. Deze fascinatie gaat al terug tot in de Oudheid. Het toerisme beleefde vooral hoogdagen na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel “binnenlandse” als “buitenlandse” reizen. Verplaatsingen van de eerste soort behelsden vaak een bezoek aan een tempel in het kader van een pelgrimage. Uitheemse bezoekers waren doorgaans soldaten, ambassadeurs, of beambten die in staatsdienst in het land waren. Ook Romeinse keizers bezochten de provincie Aegyptus. De grootste keizerlijke toerist was zonder twijfel Hadrianus, die meer dan de helft van zijn regeerperiode onderweg was. Anderen reisden uit interesse: volgens Tacitus bezocht Germanicus Egypte “om de antiquiteiten te zien” (“cognoscendae antiquitatis“).

Naar aanleiding van zijn bezoek liet Hadrianus deze munt met verpersoonlijking van Egypte slaan. De figuur houdt een Egyptisch sistrum vast, en links ontwaren we een ibis, het heilige dier van Thoth.

Toerisme in Egypte: een lange geschiedenis

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in SaqqaraNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in Saqqara

Ook voor Egypte deel werd van de Grieks-Romeinse wereld werd er natuurlijk druk gereisd. Vanaf het Oude Rijk vinden we inscripties van passanten in de regio van het eerste cataract (het huidige Sehel-eiland). De eerste graffiti achtergelaten door ‘toeristen’ dateren uit de 18de en de 19de Dynastie: de kapellen rond de trappenpiramide van Djoser in Saqqara zijn bezaaid met inscripties van schrijvers die hun bewondering voor de site uitdrukken.

Vanaf de Late Tijd (664-332 v.C.) vonden meer en meer Grieken hun weg naar Egypte. Al in 591 v.C. kerfden Griekse huurlingen een boodschap in het linkerbeen van een beeld van Ramses II in Abu Simbel. Andere toeristen kwamen met vredelievendere bedoelingen: enkele illustere voorbeelden zijn de Atheense staatsman Solon, de wiskundigen Thales en Pythagoras en de filosoof Plato. De bekendste toerist was de historicus Herodotus, die zeer onder de indruk was: “Nergens zijn er zoveel wonderlijke zaken, noch zijn er ergens ter wereld zoveel werken van onbeschrijfelijke grootheid te zien.” Latere Grieks-Romeinse toeristen bekeken Egypte door de lens van deze voorgangers: ze hadden respect voor de oude Egyptische cultuur, maar tegelijk bleef het land ook exotisch en ‘barbaars’. Sommige graffiti van bezoekers gebruiken zo het woord “historeo“, “ik onderzoek”, een rechtstreekse verwijzing naar het werk van Herodotus.

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.

De tempel van Abu SimbelNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Abu Simbel

Bruisend Alexandrië

Halve drachme van de Romeinse keizer Antoninus Pius met de pharos en tetradrachme van de keizer Commodus met de pharos en een zeilschip

In de Grieks-Romeinse periode bereikten de meeste reizigers Egypte per boot, via de kosmopolitische havenstad Alexandrië. Bij het naderen van de kust werden ze begroet door een van de spectaculairste bouwwerken uit de oudheid: de pharos, een vuurtoren die meer dan 100 meter boven de zee oprees. De stad was niet alleen een belangrijk commercieel centrum, maar ook de intellectuele hoofdstad van het Middellandse Zeegebied. Bezoekers konden zich er vergapen aan spectaculaire sites die vandaag verdwenen zijn onder de moderne bebouwing. In het rijkversierde Mouseion en de bibliotheek kon men de grote geleerden van die tijd aan het werk zien. Het grote Serapeum, een van de beroemdste heidense tempels uit de Oudheid, was een andere populaire bezienswaardigheid. Gedistingeerde gasten werden ontvangen op het spectaculaire koninklijke paleis.

Alexandrië kende ook Egyptische elementen, zoals de “Cleopatra’s Needles” nu in Londen en New York

Het mausoleum van Alexander de Grote in de stad ontwikkelde zich tot een waar bedevaartsoord. In 48 v.C. kwam Julius Caesar het lichaam eer bewijzen, en hij werd daarin nagevolgd door talrijke latere keizers. Ook zijn adoptiefzoon Augustus bezocht het graf, en zou volgens kwatongen (Cassius Dio) een stukje van de neus van Alexander afgebroken hebben. Gevraagd of hij daarnaast de tombes van de Ptolemaeën wilde bezoeken, zou hij geantwoord hebben dat hij “een koning wilde zien, niet gewoon wat lijken”. De Hellenistische koningen zelf toonden zich ook niet altijd even respectvol tegenover de doden: aanvankelijk lag Alexander in een gouden sarcofaag, maar die werd door Ptolemaios X omgesmolten en vervangen door een glazen exemplaar.

De Grand Tour van het faraonische verleden

Veel reizigers trokken van Alexandrië naar het zuiden om met eigen ogen de monumenten uit de faraonische tijd te bekijken. De eerste attractie die men tegenkwam was Heliopolis. De lokale priesters genoten de reputatie bijzonder geleerd te zijn, en de stad trok dan ook veel filosofen aan. Vandaag blijft er van Heliopolis niet veel over: de monumenten zijn gebruikt als steengroeve voor de aanleg van Caïro. Hetzelfde lot viel de oorspronkelijke hoofdstad Memphis te beurt, een andere populaire stopplaats. Van de beroemde Ptah-tempel en het paleis van Apries zijn slechts schamele ruïnes overgebleven.

Tot de weinige overblijfselen die vandaag nog in Memphis zelf te bezichtigen vallen, behoort dit kolossale beeld van farao Ramses II

Andere trekpleisters in de buurt hebben de tand des tijds beter doorstaan. Een van de hoogtepunten van elke reis naar Egypte, toen zowel als nu, zijn de piramides van Gizeh. De antieke auteurs maakten daarbij dezelfde bedenkingen als menig moderne toerist; terwijl Diodorus zich verwondert over hun grootte en vakmanschap, veroordeelt Herodotus het morele karakter van mannen die zoveel middelen aanwendden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Over Cheops beweert hij dat hij zelfs zijn eigen dochter prostitueerde om fondsen te werven. In de Romeinse periode werd ook de sfinx, die tot de regering van keizer Nero onder het zand begraven lag, drukbezocht. Ingekerfde gedichten vergelijken de vredige Egyptische sfinx met diens wrede Griekse tegenhanger uit het verhaal van Oedipus.

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bijNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bij

Alvorens te arriveren in de religieuze hoofdstad Thebe, deden sommige bezoekers Hermopolis aan. Ter hoogte van deze stad verdronk de onfortuinlijke Antinoüs, de minnaar van keizer Hadrianus, tijdens een boottocht op de Nijl. Anderen stopten bij de dodentempel van Seti I in Abydos, bij de Grieken bekend als het Memnoneion.  In de Romeinse periode trok de plaats veel pelgrims aan; de tempel huisvestte toen een gerenommeerd orakel van de god Bes.

De tempel van Seti I in Abydos

De grootste concentratie aan faraonische monumenten vond men toen ook al terug in Thebe, het moderne Luxor. Al in de Romeinse periode leefde het – enigszins overdreven – beeld van het honderd-poortige Thebe als één groot openluchtmuseum. Net als vandaag stroomden er vele bezoekers samen aan de tempels van Karnak en Luxor, maar de populairste trekpleisters bevonden zich op de westoever van de Nijl. De absolute topattractie waren twee standbeelden van farao Amenhotep III, de zogenaamde ‘Kolossen van Memnon’. Griekse en Romeinse bezoekers dachten dat de sculpturen de Ethiopische held Memnon uit de Trojaanse Oorlog afbeeldden. Als gevolg van een aardbeving produceerde een van de beelden geluid bij het opkomen van de zon. Dit werd geïnterpreteerd als het zingen van Memnon naar zijn moeder Eos, de godin van de dageraad. De beelden zijn bezaaid met graffiti, waaronder een gedicht van de dichteres Julia Balbilla, die keizer Hadrianus vergezelde. Sinds de 3de eeuw n.C. is het beeld opgehouden met zingen, maar de sculpturen staan er nog steeds. Sterker nog, bij recente opgravingen werden fragmenten van meer beelden teruggevonden!

De Kolossen van Memnon vandaagNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Kolossen van Memnon vandaag

De moderne trekpleister Vallei der Koningen kreeg in de Oudheid eveneens veel bezoekers over de vloer. Grieken en Romeinen lieten meer dan 2000 graffiti achter in de tombes van de farao’s. Sommige bezoekers kennen we uit andere bronnen: papyrologen zijn bijvoorbeeld bijzonder enthousiast over de graffiti van Dryton, wiens levensloop goed gekend is via zijn papyrusarchief. Het is onduidelijk of de Grieks-Romeinse bezoekers begrepen wat ze zagen. De graffiti drukken in de eerste plaats bewondering uit. De populairste attractie was het graf van Ramses VI, waar we graffiti aantreffen van bezoekers uit het hele Middellandse Zeegebied. Uit sommige van deze inscripties blijkt dat de reizigers in kwestie dachten dat het de tombe van Memnon was, aan wie ook de Kolossen werden gelinkt. Deze obsessie voor de Homerische held Memnon (zie ook het ‘Memnoneion’ van Abydos) roept de vraag op in hoeverre de Grieks-Romeinse bezoekers echt in het faraonische verleden geïnteresseerd waren, dan wel vooral op zoek gingen naar echo’s van hun eigen tradities.

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VINico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VI

Echte fanatiekelingen zoals Strabo reisden na Thebe nog verder door naar het zuiden, naar het eiland Elephantine. Naast de grote Khnum-tempel oefende vooral de eerste cataract een grote aantrekkingskracht uit. Volgens Herodotus was dit de bron van de Nijl. Seneca en Strabo beschrijven het spektakel dat werd opgevoerd door de onverschrokken veermannen, die zich met boot en al in de stroomversnelling storten. De redenaar Aelius Aristides beweert er zelfs aan deelgenomen te hebben. Vandaag is het “oorverdovende gebrul” van de cataract evenwel het zwijgen opgelegd door de bouw van de nabijgelegen dam. Ook de Isis-tempel op het eiland Philae verwelkomde talrijke pelgrims en toeristen, die vele graffiti achterlieten.

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaarNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaar

Off the beaten track: krokodillen voederen in de Fayoem

Het Qarun-meer waarnaar de regio Fayoem genoemd is, via het Koptische phiom of “het meer”

Sommige reizigers bezochten naast de faraonische overblijfselen ook een meer recent ontwikkeld gebied: de Fayoem. Het droogleggen en in cultivatie brengen van grote delen van deze regio was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Ptolemaeïsche dynastie, die deze krachttoer ook graag etaleerde aan buitenlandse ambassadeurs. De papyri uit de Fayoem tonen dat zulke bezoeken nauwkeurig georkestreerd werden. Vooral Zenon, de manager van een groot landgoed, krijgt duidelijke instructies: hij moet de nederzettingen en de tempels voor de koning tonen, net als de wegen en de dijken, en bovenal benadrukken hoe nieuw alles is. In een andere brief wordt hem opgedragen om zo snel mogelijk strijdwagens en pakdieren in orde te maken voor ambassadeurs van Paerisades II, koning van Cimmerisch Bosporus, en uit Argos. Zenon wordt aangemaand om zich te haasten: op het moment dat de brief geschreven werd, was het schip net uitgevaren! Op het programma stond meestal ook een bezoek aan enkele faraonische overblijfselen, vooral het zogenaamde ‘Labyrint van Hawara’, het complex rond de dodentempel van Amenemhat III. Volgens Herodotus overtrof deze constructie zelfs de piramides.

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom OmboNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom Ombo

Ook toeristen die op zoek waren naar een bijzondere ervaring kwamen in de Fayoem aan hun trekken. In Krokodilopolis werd de god Sobek vereerd in de vorm van een heilige krokodil. De lokale priesters voederden het dier met brood, vlees en wijn meegebracht door bezoekers. Strabo’s beschrijving doet haast denken aan een malafide dolfinarium: nauwelijks heeft de krokodil het voedsel naar binnen gewerkt, of er staat al een nieuwe bezoeker klaar; de priesters snellen ernaartoe, vangen het dier, en stoppen hem opnieuw offers toe. Een brief bewaard op papyrus bevestigt dat deze praktijk een vast deel uitmaakte van de tour voor buitenlandse bezoekers: een beambte wordt opgedragen alles in gereedheid te brengen voor het bezoek van een Romeinse senator, inclusief “de gebruikelijke hapjes voor de krokodillen”. Een andere Romeinse ambassadeur kwam op een minder aangename manier in aanraking met de Egyptische dierenculten. Diodorus verhaalt hoe hij met eigen ogen aanschouwde hoe een menigte de doodstraf eiste voor een Romein die per ongeluk een kat had gedood. Ook toen loonde het dus om reisadvies in te winnen over de lokale gewoonten!

Lees meer

Casson, L., Travel in the Ancient World, Baltimore, 1994.

Meeus, A., ‘Life Portraits: Royals and People in a Globalizing World’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Medford, 2019, 89-99.

Rosenmeyer, P. A., The Language of Ruins: Greek and Latin Inscriptions on the Memnon Colossus (2018).

Rutherford, I. C., ‘Travel and Pilgrimage’, in C. Riggs (ed.), The Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, 701-716.

Van ‘t Dack, E., Reizen, expedities en emigratie uit Italië naar Ptolemaeïsch Egypte, Brussel, 1980.

Coverfoto: adaptatie van afbeelding ‘Le Sphynx apres les déblaiements et les deux grandes pyramides / Bonfils’ op Wikimedia (Public Domain) & ‘buste beroemde Griekse Herodotus’ op Pixabay

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1434
Fulvia, de vrouw die niets voor het huishouden voelde https://www.oudegeschiedenis.be/08/03/2018/fulvia-de-vrouw-die-niets-voor-het-huishouden-voelde/ https://www.oudegeschiedenis.be/08/03/2018/fulvia-de-vrouw-die-niets-voor-het-huishouden-voelde/#respond Thu, 08 Mar 2018 14:47:27 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=700 https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Svedomsky-Fulvia.jpg

Sinds 1908 en de staking van een groep vrouwen in New York staat 8 maart in het teken van Internationale Vrouwendag. Tijd om ook eens te kijken naar befaamde vrouwen uit de Oudheid, waar weinig antieke vrouwen zoveel politieke invloed hadden als Fulvia. Lees hier een uitgebreid portret van deze intrigerende dame.

Het bericht Fulvia, de vrouw die niets voor het huishouden voelde van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Svedomsky-Fulvia.jpg

Weinig antieke vrouwen hadden zoveel politieke invloed als Fulvia Flacca Bambula. Door haar drie huwelijken, telkens met een belangrijke politicus, was zij nauw betrokken bij de strijd om de macht in de woelige 1ste eeuw v.C. Fulvia is minder bekend – thanks, HBO – maar zeker niet minder fascinerend dan illustere tijdgenotes als Cleopatra of Octavia. Zo was ze de eerste sterfelijke vrouw die op een Romeinse munt opdook. Haar invloed was de toekomstige keizer Augustus zo’n doorn in het oog dat hij in zijn pen kroop om een vulgair epigram te schrijven om haar te belasteren. Later is ze dan ook vooral bekend geworden voor de scène waarin ze uit wraak haarspelden door Cicero’s tong gestoken zou hebben.

Fulvia en het hoofd van Cicero: vol verwachting houdt ze in dit schilderij van Maura y Montaner de haarspelden in de aanslag.

In moderne tijden groeide Fulvia als sterke vrouw uit tot een icoon van het feminisme. In de Oudheid werd haar politieke en vermeende militaire optreden haar echter niet in dank afgenomen door de geschiedschrijvers, niet toevallig mannen uit de gegoede klasse. Zij schetsen het beeld van een dominante, hebzuchtige en wrede ‘virago‘, een vrouw die alle gendergrenzen overschrijdt. Dit onfraaie beeld leert ons weliswaar veel over hoe hevig (mannelijke) Romeinen reageerden op vrouwen die zich in de publieke ruimte waagden, maar het betekent ook dat het moeilijk is om uitspraken te doen over de historische Fulvia, wat op zichzelf natuurlijk veelzeggend is. Laat ons toch een poging ondernemen.

Vrouwen in de Late Republiek

Net als ieder ander was Fulvia een kind van haar tijd, en haar lotgevallen kunnen niet los gezien worden van de uitzonderlijke omstandigheden waarin ze leefde. Traditioneel hadden Romeinse vrouwen weinig rechten. Ze mochten niet stemmen, hadden niet het recht in beroep te gaan en wettelijk gezien waren ze eeuwig minderjarig en dus onderhevig aan de voogdij van een mannelijke verwant. Ten gevolge van de burgeroorlogen van de 1ste eeuw v.C. kwam er verandering in de situatie van de Romeinse vrouw. Door de lange afwezigheid of zelfs de dood van vele mannelijke familieden was er op het thuisfront geen machtige pater familias meer. Bovendien waren er vaak meerdere generaties van mannen bij het krijgsgebeuren betrokken, waardoor vrouwen grote sommen geld erfden. Vooral vrouwen uit de hogere klassen, zoals Fulvia, maakten van deze situatie gebruik om zich meer te laten gelden in de publieke sfeer.

Voor Romeinse vrouwen was het devies sois belle et tais-toi

Het bewogen leven van Fulvia

We ontmoeten Fulvia voor het eerst in 60 v.C., bij haar eerste huwelijk met de beruchte demagoog Clodius, bekend van zijn bittere vete met Cicero. Haar eerste publieke optreden vond plaats op de begrafenis van Clodius, die tijdens een gewelddadige confrontatie – hoe kon het ook anders in de 1ste eeuw v.C. – vermoord was door de bodyguards van zijn politieke tegenstander Milo, een bekende scène voor wie in de middelbare school Latijn volgde. Minder bekend is dat Fulvia zijn lichaam door de straten van Rome droeg en zoveel misbaar maakte dat er rellen uitbraken en Clodius’ aanhangers hem prompt cremeerden, tezamen met het Romeinse senaatsgebouw. Fulvia slaagde er daarna in om de loyaliteit van Clodius’ medestanders vast te houden, en gecombineerd met haar aanzienlijk fortuin maakte dit haar tot een macht om rekening mee te houden. In 52 v.C. hertrouwde ze met Gaius Scribonius Curio, een andere vooraanstaande politicus uit de partij van Clodius en Caesar. Al snel kwam ook Curio echter op gewelddadige wijze aan zijn einde.

De Curia Iulia, de vervanger van de met Clodius in de vlammen opgegane Curia Cornelia

Het bekendst, of beruchtst, is Fulvia van haar derde huwelijk, met de triumvir Marcus Antonius. Gedurende de hele woelige periode 47-40 v.C. stond ze haar echtgenoot bij in diens strijd met Cicero en Octavianus, de toekomstige keizer Augustus. Vooral over deze periode zijn de bronnen heel negatief: zij zou uit eigenbelang haar man gedomineerd hebben, en hij zou met haar getrouwd zijn omwille van haar geld. Het koppel zou “provincies en koninkrijken bij opbod verkocht hebben”. Daarnaast zouden ze in grote mate verantwoordelijk geweest zijn voor de bloederige proscripties, waarbij vijanden van het triumviraat ter dood veroordeeld werden en hun bezit geconfisqueerd. Zo zou Fulvia volgens één bron haar buurman op de proscriptielijst geplaatst hebben, omdat die zijn huis niet aan haar had willen verkopen. Ook Cicero werd het slachtoffer van deze praktijk. Verder bemiddelde Fulvia meermaals direct bij de senaat wanneer die Antonius tot staatsvijand wilde uitroepen. Volgens Cassius Dio was zij de echte consul wanneer Antonius en Octavianus niet in Rome waren, eerder dan de verkozenen. Kortom, Fulvia was een bezige bij.

Het sluitstuk van Fulvia’s publieke carrière was de zogenaamde Perusinische Oorlog. In 41 v.C., toen Marcus Antonius zelf in het oosten was – en voor het eerst kennismaakte met Cleopatra! – verdedigde ze de belangen van haar echtgenoot, samen met diens broer Lucius, bij de verdeling van gronden aan veteranen in Italië. Dit leidde tot spanningen met Octavianus, die deze belangrijke groep ook aan zich wilde binden. Uiteindelijk mondden deze spanningen uit in een gewapend conflict. Volgens sommige latere bronnen voerde Fulvia in eigen persoon de troepen aan. Na enkele maanden moesten Lucius en Fulvia zich terugtrekken in Perusia, het huidige Perugia, dat daarop belegerd werd. Uitgehongerd gaven ze zich na een tijd over en Fulvia vluchtte naar Griekenland, waar ze door Antonius in de steek gelaten werd. Niet veel later stierf ze. Dit kwam goed uit voor Antonius en Octavianus, die de schuld voor hun conflict op Fulvia afschoven en aldus (voor even) vrede sloten.

Munt geslagen door Marcus Antonius. De voorzijde toont de gevleugelde godin Victoria, naar verluidt met de gelaatstrekken van Fulvia, maar de toeschrijving is onzeker

Een vernietigend portret

Hoe groot Fulvia’s rol in deze gebeurtenissen echt was, is moeilijk te bepalen. Dat heeft alles te maken met de bronnen die over haar schrijven. De bewaarde werken zijn namelijk zo goed als allemaal van de hand van auteurs die Fulvia en haar echtgenoten vijandig gezind waren. Tijdens haar leven schreef vooral Cicero over Fulvia. Cicero vocht bittere vetes uit met zowel Clodius als Marcus Antonius. Aan die laatste wijdde Cicero zijn Philippicae, een reeks beschadigende redevoeringen, en het is in deze teksten dat hij Fulvia opvoert als een wrede, hebzuchtige en dominante vrouw om de zwakte van Antonius te benadrukken. Anderzijds zag hij in Fulvia mogelijk ook de opvolgster van zijn rivaal Clodius.

Octavianus: niet zo deugdzaam als hij liet uitschijnen, maar wel een meesterlijk propagandist

Ook de propagandamachine van Octavianus werkte in die tijd op volle toeren. Via Martialis is er een epigram van Octavianus zelf overgeleverd waarin die refereert aan de affaire tussen Marcus Antonius en Glaphyra, de koningin van Cappadocië. De toekomstige keizer schrijft dat Fulvia hem dan voor de keuze stelde: eveneens ontucht plegen, of vechten. Octavianus laat ons daarop weten dat “zijn lul hem dierbaarder is dan zijn leven” en dat hij daarom het gevecht aangaat. De toekomstige keizer van Rome lijkt hier dus niet ver boven het niveau van de gemiddelde ‘online troll’ verheven geweest te zijn.

Dit negatieve beeld oefende een grote fascinatie en tegelijk ook afkeer uit op latere geschiedschrijvers, steevast mannen die tot de hogere klassen behoorden. Plutarchus, die in het algemeen al een vrij negatief vrouwbeeld had, noemt haar “een vrouwtje dat niet gaf om spinnen of huishoudelijk werk”, zij wilde “niet enkel regeren over een gewoon burger, maar heersen over een heerser en een commandant commanderen”. Volgens Paterculus “had zij niets van een vrouw, behalve het lichaam”. Cassius Dio gaat het verst in zijn negatieve typering, en het is aan hem dat we de scène met het hoofd van Cicero te danken hebben. Hij schrijft hierover:

Fulvia nam het hoofd in haar handen voor het werd weggehaald en begon er vreselijk tegen uit te varen. Ze zette het op haar knieën, maakte de mond open, trok de tong naar buiten en stak daar een van haar haarpinnen doorheen. Daarbij maakte ze ook nog allerlei smerige, sarcastische opmerkingen. (vertaling G. De Vries)

Fulvia: een “gevaarlijke” vrouw

Wat moeten we nu met de overgeleverde informatie? De bronnen zijn duidelijk gekleurd, en de auteurs gebruikten Fulvia elk voor hun eigen doeleinden. Haar dominante rol moest voor Cicero en Plutarchus in de eerste plaats de zwakte van Antonius in de verf zetten. Haar wreedheid vinden we dan weer terug in de passages over de proscripties. Door de rol van Octavianus’ tegenstanders uit te vergroten, wilden diens propagandisten, zoals Cassius Dio, de verantwoordelijkheid van de toekomstige keizer in deze pijnlijke gebeurtenissen verdoezelen. Bovendien komen vrouwen zelden toevallig voor bij de antieke auteurs. Zij waren moralistisch geïnspireerd en de vrouwen die ze opvoerden, fungeerden als voorbeelden van hoe het wel of – in dit geval – niet moest. Dit maakt het heel moeilijk om Fulvia’s ware rol in de gebeurtenissen te achterhalen.

Romeinse slingerkogel met inscriptie

Haar prominente aanwezigheid in de bronnen wijst er op zijn minst op dat Fulvia een bekend en invloedrijk figuur was. Dat ze zeker een rol gespeeld heeft, wordt ook aangetoond door archeologische bronnen. In de buurt van Perugia zijn slingerprojectielen opgegraven met obscene boodschappen – om de lezer gerust te stellen: af en toe schreven de Romeinen ook nog niet-obscene boodschappen – aan haar adres. Dit bewijst dat de vijandige soldaten haar goed genoeg kenden om zich rechtstreeks tot haar te richten. Stond zij werkelijk bevelen te roepen vanop de muren van Perugia, met het zwaard in de hand? Waarschijnlijk niet, maar het is wel aannemelijk dat zij haar politieke invloed aanwendde in de publieke ruimte.

 

Dat verklaart waarschijnlijk de hevige reactie van de antieke auteurs. Politieke en zeker militaire activiteiten waren typisch mannelijke prerogatieven, die de positie van de man in de maatschappij moesten legitimeren. Ook het publiek spreken was een belangrijk element van de mannelijke identiteit. Het beeld van een vrouw met te veel macht ondermijnde de sociale structuren en duidde op een maatschappij in crisis, wat de Romeinse mannen angst aanjoeg. Augustus’ agressieve epigram kan trouwens ook gelezen worden als een poging om zijn eigen mannelijkheid te bevestigen. Deze opvattingen leidden zeker bij de latere auteurs, die Fulvia’s werkelijke rol niet meer konden onderscheiden van de propaganda, tot uitingen van afkeer en tot het beeld van een dominant manwijf. In die latere tijden was er overigens geen ruimte meer voor zulke directe vrouwelijke invloed, een erfenis van Augustus’ hervormingen. De geschiedenis is dus geen lineaire vooruitgang naar een betere wereld voor iedereen. Dat besef is ook vandaag nog relevant, want er zijn nog steeds mannelijke stemmen die de vrouwelijke het liefst het zwijgen zouden opleggen.

Coverfoto: schilderij ‘Fulvia with the head of Cicero’ van Pavel Svedomsky (1849-1904) op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Fulvia, de vrouw die niets voor het huishouden voelde van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/08/03/2018/fulvia-de-vrouw-die-niets-voor-het-huishouden-voelde/feed/ 0 700
Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/#comments Tue, 21 Nov 2017 14:41:22 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=387 cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de 'assassins' uit de titel. Lees hier onze review.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar ons geliefde Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de ‘assassins‘ uit de titel. In dit spel bestuurt de speler Bayek, een Egyptenaar uit Siwa die op zijn zoektocht naar wraak verwikkeld geraakt in de samenzwering van de ‘Orde van de antieken’ (in ‘Assassin’s Creed’-termen: de proto-tempeliers). Deze groepering bespeelt achter de schermen de Ptolemaeïsche dynastie en tracht Egypte in haar macht te krijgen. En passant mengt Bayek zich zo in de burgeroorlog tussen Cleopatra VII (dé Cleopatra) en haar broer Ptolemaios XIII. Voer dus voor een spectaculair verhaal rond historische personages, inclusief Romeinse publiekslievelingen Pompeius en Caesar, tegen de achtergrond van de nadagen van Ptolemaeïsch Egypte.

Visuele pracht

Het moet gezegd worden dat ontwikkelaar Ubisoft dat Egypte op een prachtige manier in beeld gebracht heeft. De game is een ware lust voor het oog en bij het verkennen van de enorme speelwereld is het moeilijk om soms niet even stil te blijven staan om al dat moois in je op te nemen. Bij het exploreren van de talrijke tombes werpt Bayeks toorts indrukwekkende schaduwen, de Nijl produceert prachtige reflecties en het stof waait mooi op bij het doorkruisen van de woestijn. De makers hebben de wereld met een groot oog voor detail gereconstrueerd, gaande van de vele gebouwen en papyri die voorzien zijn van geloofwaardig uitziende (maar niet altijd betekenisvolle) Griekse of Egyptische tekst, tot het typische gebruik van littekens in persoonsbeschrijvingen.

De wereld leeft ook. Er is voortdurend bedrijvigheid: mensen wandelen over straat, bakken brood, maken standbeelden, oogsten graan, weven kleding, enzovoort. In de tempels worden rituelen uitgevoerd en in de necropolen zijn mummificeerders aan het werk. Spelers zijn getuige van mooie scènes uit het alledaagse Egypte, van religieuze processies tot symposia, vaak geheel onverwacht. Het spel kent ook een dag-en-nacht-cyclus, die belangrijke implicaties heeft. Zo is het verstandiger om moeilijke missies uit te stellen tot na zonsondergang, omdat wachters en rovers dan slapen.

Visuele pracht: het meer van Mareotis bij nacht

Ptolemaeïsch Egypte

Het Oude Egypte is altijd een populaire periode geweest voor schrijvers, filmmakers en andere entertainers, wat soms tot een stereotiep en statisch beeld van Egypte leidt, doorspekt met fantasierijke elementen. Gelukkig zijn de makers van Assassin’s Creed niet in deze val getrapt: het Egypte dat we te zien krijgen is duidelijk Ptolemaeïsch. De Griekse invloed is sterk aanwezig, van de staatsbeambten en architectuur tot de kleding en de geteelde gewassen. Mythologische passages komen weliswaar voor (zoals de heroïsche strijd met Apophis vanop de zonnebark van Ra), maar worden goed gekaderd als droom of hallucinatie. Het spel toont ook een besef van de ouderdom en de gelaagdheid van de Egyptische geschiedenis. Het hoofdpersonage geeft bijvoorbeeld aan bepaalde hiëroglyfische teksten niet te kunnen lezen omdat ze te oud zijn.

Het einde van de Egyptische beschaving: Letopolis verdwijnt onder het zand

De 1ste eeuw v.C. wordt duidelijk neergezet als de laatste fase en de ondergang van deze grote beschaving. Dit is merkbaar in de verhalen die verteld worden. In één van de eerste side quests, die te maken heeft met de verkoop van valse kattenmummies aan toeristen, wordt er bijvoorbeeld gealludeerd op de spanning tussen het behouden van religieuze tradities en de nood aan financiële middelen. Anderzijds wordt deze sfeer ook visueel opgewekt: Egypte is bezaaid met ruïnes, steden zijn al deels opgeslokt door het woestijnzand of liggen onder water, en ook de piramides, symbolen van de luister van weleer, beginnen reeds tekenen van verval te vertonen.

Memphis, gedomineerd door de centrale tempel van Ptah

Het spel speelt zich grotendeels af in Neder-Egypte, het noordelijke deel van het land dat gedomineerd wordt door de Nijldelta. Enerzijds zou het technisch moeilijk zijn om ook het grotere Opper-Egypte op te nemen, aangezien de hele spelwereld te doorkruisen valt zonder ooit één laadscherm tegen te komen, anderzijds houdt dit ook inhoudelijk steek. Het zuiden, en in het bijzonder Thebe, had namelijk erg geleden onder de onlusten in het begin van de 1ste eeuw v.C., en de belangrijkste politiek-militaire gebeurtenissen speelden zich in deze periode in het noorden af. De kaart is natuurlijk erg gecomprimeerd -je kan van in Alexandrië de piramides zien liggen-, maar de voornaamste Neder-Egyptische plaatsen zijn vertegenwoordigd.

Alexandrië: een Griekse stad

Sommige van deze plaatsen, in het bijzonder Alexandrië, zijn slecht gedocumenteerd en niet of nauwelijks opgegraven. Dit geeft de makers van het spel de nodige vrijheid, en hoewel ze zich wel in grote lijnen baseren op de wetenschappelijke kennis, hebben ze die vrijheid ook aangewend om de plaatsen een duidelijk eigen karakter te geven. Het contrast tussen de nieuwe hoofdstad Alexandrië en het oude centrum Memphis is bijvoorbeeld groot. Waar Alexandrië duidelijk een Griekse stad is, aangelegd op basis van een rasterpatroon en bijna volledig gehuld in marmer, maakt Memphis, dat gedomineerd wordt door de tempel van Ptah en het oude paleis van Apries, een veel sterkere Egyptische indruk. In het geval van de Fayoum-oase is het het bekende meer dat uitvergroot wordt en het landschap van de regio bepaalt. Ook de beroemde Ptolemaeïsche gebouwen zijn vertegenwoordigd. Zo kan je in Alexandrië de bibliotheek bezoeken of de pharos beklimmen, en in Memphis een blik werpen op de Apis-stier.

Bayek, de laatste Medjay

Het hoofdpersonage Bayek is een zogenaamde ‘Medjay’. Historisch gezien waren dit een soort paramilitaire elitetroepen die oorspronkelijk uit Nubië kwamen en ten tijde van het Nieuwe Rijk (ca. 1550 – 1070 v.C.) eerst als huurlingen dienstdeden, en later evolueerden naar een soort politiemacht. In deze hoedanigheid voerden ze verkenningsmissies uit, patrouilleerden ze langs de woestijnroutes, en stonden ze in voor de bewaking van plaatsen die strategisch belangrijk waren voor de farao. Na het Nieuwe Rijk verdwijnen deze troepen in de plooien van de geschiedenis. Ubisoft heeft ze echter opnieuw opgevist en er een totaal nieuwe invulling aan gegeven: Bayek is een soort sheriff, die verantwoordelijk is voor de openbare orde in Egypte en het welzijn van haar inwoners.

Historisch gezien slaat dit nergens op, maar het werkt wel als protagonist, want plots heeft heel Egypte een reden om Bayek ter hulp te roepen. Dit biedt een kader voor veel van de traditionele side quests die Assassin’s Creed rijk is. Veel van deze problemen zouden zo uit de talrijk bewaarde Ptolemaeïsche petities kunnen komen: dieren die problemen veroorzaken op de akkers, inhalige belastinginners, corrupte priesters, soldaten die zich misdragen, enzovoort. Andere missies zijn unieker en verhalen minder bekende maar daarom niet minder interessante episodes uit die tijd. Een mooi voorbeeld is het dispuut tussen Eudoros en Aristo over een werk over de Nijl, mogelijk ’s werelds eerste plagiaatzaak. Of Bayek deze moeilijkheden aanpakt als een Ptolemaeïsche Rambo of voor een iets subtielere oplossing kiest, wordt geheel aan de speler overgelaten.

Bayek van Siwa: sluipmoordenaar en kattenliefhebber

De Ptolemaeën: genadeloze despoten

Het Egypte van ‘Assassin’s Creed: Origins’ is geen leuke plaats om in te leven. Het beleid van Ptolemaios XIII, de 13-jarige kind-koning, wordt als zeer repressief voorgesteld. Militair machtsvertoon en -misbruik zijn schering en inslag en Ptolemaios’ belastingen zuigen iedereen tot de laatste drachme uit. Een reeks missies rond Sais draait bijvoorbeeld rond overijverige belastinginners die de regio terroriseren. De oplossing voor dit probleem is uiteraard -wat had u dan verwacht?- om de heren ambtenaren een kopje kleiner te maken. Het gros van deze belastingen moet in het spel door Egyptenaren betaald worden, maar in realiteit was er geen sprake van zulke structurele discriminatie door de overheid.

Het treurige lot van Mefkat

‘Assassin’s Creed: Origins’ is een donkerdere game dan zijn voorgangers. Moord en geweld hebben altijd centraal gestaan in de reeks en de tempeliers waren in het verleden ook bepaald geen lieverdjes, maar in dit spel maken ze het wel erg bont. Vrouwen en kinderen worden niet gespaard. Door het veelvuldige gebruik van humor wordt het echter geen al te zware ervaring. Ptolemaeïsch Egypte had het ook effectief moeilijk te verduren in de 1ste eeuw v.C., het was een tijd van interne strijd en de druk van het opdrukkende Rome werd alsmaar voelbaarder. Maar het spel gaat soms wel erg ver, zoals in het geval van het dorp Mefkat, dat helemaal platgebrand werd en waarvan de inwoners gekruisigd werden. In videospellen is er natuurlijk minder ruimte voor nuance en het Ptolemaeïsche regime levert overtuigende bad guys.

Bekender dan Ptolemaios is zijn koninklijke zus/echtgenote/rivale Cleopatra VII. Als een van de meest tot de verbeelding sprekende figuren uit de oudheid is zij al talloze malen afgebeeld. Helaas behoort ‘Assassin’s Creeds’-versie van haar niet tot de betere. Wanneer Bayek voor het eerst aan Cleopatra wordt voorgesteld, maakt ze een zeer oriëntaals-despotische indruk: hij wordt geïnstrueerd te buigen en haar vooral niet in de ogen te kijken. Deze Cleopatra is immer schaars gekleed, houdt van feesten, en verklaart dat ze met eenieder wil slapen, als die maar akkoord gaat om de volgende ochtend geëxecuteerd te worden. Als kers op de taart vraagt ze vervolgens naar de opiumpijp (die pas veel later werd uitgevonden). Dit beeld is gebaseerd op latere karakteriseringen die voortgingen op lasterlijke Romeinse bronnen. Er is geen reden om aan te nemen dat ze zo’n losbandig leven leidde, al zorgt dat natuurlijk wel voor een extravagant personage. Er wordt ook wel gealludeerd op haar politiek talent en haar talenkennis. Hoewel het spel haar Griekse achtergrond erkent, wordt er toch gekozen voor een sterk Egyptische iconografie: ze draagt de typisch Egyptische regalia in plaats van de Griekse diadeem.

Cleopatra, een oriëntaalse verschijning

Waarheidsgetrouwe speelwereld

Over het algemeen hebben de ontwikkelaars van het spel echter hun best gedaan om Egypte authentiek te laten overkomen, en globaal gezien zijn ze daar ook in geslaagd. De dialogen zijn in het Engels, maar af en toe worden er Egyptische woorden gebruikt: ‘seni’ (broer, ook metaforisch), ‘neb’ (meester) en ‘nek’ (door Bayek gebruikt in plaats van ‘fuck’). In Alexandrië en Karanis kan je zelfs hele gesprekken in het Grieks opvangen, en in sommige dorpen kan je Egyptisch horen. Ook de kleding van de mensen is overtuigend weergegeven, gaande van eenvoudige linnen kledingstukken op het platteland tot geverfde wollen outfits in Alexandrië. De kleren die het hoofdpersonage tot zijn beschikking heeft, zijn uiteraard bewust anachronistisch of exotisch; hetzelfde geldt voor zijn wapens.

Niet alleen de mensen, maar ook de Egyptische fauna en flora zijn accuraat gereconstrueerd. Wie een duik wil nemen in de Nijl tussen de lotussen en het papyrusriet kan maar beter uitkijken voor de krokodillen en de nijlpaarden. Een betere optie vormen de typisch Egyptische rieten boten die overal te vinden zijn. Op het land kan je jagen op intussen uitgestorven soorten als de gazelle en de oryx, tussen de dadelpalmen, tamarisken en acacia’s, bomen die echt in Egypte terug te vinden waren. De gewassen die op de akkers groeien, vooral graan, vlas en sla, zou je in de Ptolemaeïsche tijd ook kunnen tegenkomen, net als de wijn- en de olijfgaarden. Wie goed zoekt, vindt papaver, dat in Egypte op beperkte schaal verbouwd werd voor de productie van olie en opium.

Deze gewassen zijn ook terug te vinden op de vele markten die de steden en dorpen in ‘Assassin’s Creed: Origins’ rijk zijn. Het dieet van de gemiddelde Griek en Egyptenaar bestond inderdaad vooral uit groenten, brood en vis, zoals de game het afbeeldt. De meeste van de producten die je op de markt vindt, zou je ook in Ptolemaeïsch Egypte kunnen aantreffen: sla, komkommers, dadels, druiven, perziken, allerlei soorten peulvruchten, honing, brood, vis, olie, papyrus, keramiek, textiel, en zelfs vlees. Appels, peren en citrusvruchten zijn dan weer meer iets van de Romeinse tijd, en in het bijzonder mango’s en oranje wortels zijn toch wel erg anachronistisch.

Ook de gebouwen zouden niet misstaan in de echte Ptolemaeëntijd: de huizen zijn veelal van ongebakken kleisteen, en die van de hogere klassen zijn geschilderd in hellenistische stijl. Deze versieringen zijn geïnspireerd op bewaarde voorbeelden uit de oudheid. Wie bijvoorbeeld de ‘Vault of Splendors’ vindt, herkent onmiddellijk de erotische fresco’s uit Pompeï. Hetzelfde geldt voor de talrijk aanwezige standbeelden en de mummieportretten. Tempels zijn doorgaans gebaseerd op nog bestaande structuren of andere historische informatie, en ze zijn volledig in kleur weergegeven. Het landschap is bezaaid met typisch Egyptische infrastructuur als de sjadoefs (een soort hefboom die gebruikt werd voor irrigatie) en de kegelvormige duiventillen. Duiven werden in Egypte niet alleen gehouden voor hun vlees, maar vooral voor de mest die ze produceren.

Karakteristieke bouwwerken: Egyptische duiventillen

Onvermijdelijk kruipen er in een spel van deze schaal ook wat schoonheidsfoutjes. De uitrusting van de Ptolemaeïsche soldaten is bijvoorbeeld een mengelmoes van Griekse en Romeinse elementen, de nomarches wordt voorgesteld als een belangrijke beambte terwijl diens rol in de Ptolemaeïsche periode eigenlijk overgenomen was door de strategos, en ook met namen gebeuren er soms vreemde dingen. Zo worden Griekse namen soms verlatijnst (Apollodorus in plaats van Apollodoros) en Latijnse namen als Grieks voorgesteld (een Griek die Klaudios heet, wat eigenlijk het Latijnse Claudius is). Een andere taalkundige slordigheid is het gebruik van ‘phylakitai’, het meervoud van ‘phylakites’ (politiebeambte) voor zowel het enkelvoud als het meervoud. Op zich niet zo erg, ware het niet dat een belangrijk personage de hele tijd ‘the phylakitai’ genoemd wordt. Een klassieker is het toeschrijven van strijdwagens aan de Ptolemaeën. Ook de alomtegenwoordigheid van paarden is een beetje overdreven, maar het is niet aan te raden om de enorme spelwereld te voet af te leggen. Een laatste ergernis is het voorkomen van arena’s in Ptolemaeïsch Egypte. Hoewel ze organisch in het verhaal passen, had Ubisoft deze vorm van Romeins entertainment misschien toch beter gespaard voor een game in de Romeinse tijd (wij bij Oude Geschiedenis hopen althans vurig dat ze deze periode ook zullen aandoen).

De arena van Krokodilopolis, nota bene in een Egyptische tempel

De Ptolemaeïsche samenleving: een koloniale fictie

Problematischer is echter de manier waarop omgegaan wordt met de Ptolemaeïsche samenleving. Ook hier zijn er een aantal zaken die de makers goed aanvoelen, zoals de sociale spanningen en het belang van de traditionele priesterelite. Waar ze echter de bal misslaan, is in de afbeelding van de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren. Culture en etnische diversiteit in de Oudheid is vandaag een gevoelig thema, getuige de controverse rond enkele tweets van oud-historica Mary Beard.

Eerst het goede nieuws. Ptolemaeïsch Egypte wordt doorheen het spel terecht als divers voorgesteld. Er worden allerlei talen gesproken, en de meeste mensen maken een Zuid-Europese/Noord-Afrikaanse indruk, zoals te verwachten valt in Neder-Egypte. Ook donkerdere en lichtere huidskleuren zijn vertegenwoordigd, zonder te vervallen in een fantasie van een ‘blank’ of een ‘zwart’ Egypte. Er is aandacht voor ‘gemengde’ huwelijken (als daar nog van gesproken kan worden na drie eeuwen van intense contacten) en het spel maakt op sommige momenten mooi duidelijk dat identiteit een flou gegeven was. Zo ontmoeten we de wagenmenner Claridas, die voorheen de Egyptische naam Sennefer droeg, maar deze in een Griekse veranderde om zijn perspectieven in Alexandrië te verbeteren. Het aannemen van een Griekse identiteit werd inderdaad geassocieerd met sociale vooruitgang. Alleen hoefde dat niet zulke verregaande gevolgen te hebben als het spel suggereert. Claridas zou zijn oude goden helemaal niet hebben hoeven afzweren. De antieke religies waren niet exclusief, en Egyptische goden waren populair onder Grieken.

Die polarisatie kenmerkt de omgang tussen Grieken en Egyptenaren doorheen het spel. Ze staan elkaar voortdurend naar het leven. Grieken kleineren de Egyptenaren die dan weer onafgebroken klagen over discriminatie. Het komt zelfs tot etnisch geïnspireerde moordpartijen. In realiteit zijn onze aanwijzingen voor zulke spanningen zeer beperkt. Het is overigens ook onduidelijk hoe ‘Assassin’s Creed’ deze identiteiten invult: soms gebeurt dat op nationalistische gronden (“our country”), soms op culturele (“our gods”) en sporadisch zelfs op raciale (“look at the colour of your skin”). Huidskleur in het bijzonder zou een gebrekkige manier geweest zijn om Grieken van Egyptenaren te onderscheiden.

Het meest uitgesproken zijn de spanningen in de Fayoem, waar een ronduit koloniale situatie wordt voorgesteld. Grieken declameren er over de vooruitgang die zij willen brengen en hoe de achterlijke Egyptenaren zich daartegen verzetten. Egyptenaren worden gedwongen om te verhuizen en ze moeten hun inkopen in aparte winkels doen, zodat er een ware segregatie ontstaat. Op een gegeven moment wordt Egypte zelfs tegengesteld aan Griekenland, terwijl de Ptolemaeën van de 1ste eeuw v.C. helemaal niets meer met het Griekse “thuisland” te maken hadden. Grieken hadden daarnaast ook veel respect voor de oude Egyptische cultuur.

Vanuit het standpunt van een videospel is deze keuze natuurlijk begrijpelijk. Een stereotiepe koloniale situatie is herkenbaar voor de spelers, en het zorgt voor overtuigende slechteriken. Desalniettemin is het toch een beetje een gemiste kans om een vreedzame (maar fragiele) episode van multiculturalisme weer te geven. Zeker tegen de 1ste eeuw v.C. was het onderscheid tussen Grieken en Egyptenaren meer een kwestie van sociale klasse dan van etniciteit. Veel inwoners werden geboren in Egypte, zagen er qua uiterlijk ongeveer hetzelfde uit en kwamen uit een gemengd Grieks-Egyptisch milieu. De influx van Grieken na de verovering door Alexander bleef immers beperkt tot een eerder bescheiden aantal mannen. In realiteit waren de Griekse en Egyptische identiteit niet exclusief. Tal van mensen hadden zowel een Griekse als een Egyptische naam. Mocht onze wagenmenner in het echte Ptolemaeïsche Egypte geleefd hebben, dan zou hij bekend gestaan hebben als Claridas alias Sennefer.

Verdict

‘Assassin’s Creed: Origins’ biedt een mooi beeld van hoe Ptolemaeïsch Egypte eruit gezien kan hebben. De makers hebben Egypte met veel oog voor detail gereconstrueerd en er is duidelijk veel onderzoek aan voorafgegaan. Historisch gezien vormt de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren wel een struikelblok, maar vanuit een narratief standpunt zijn de genomen keuzes begrijpelijk. Het blijft natuurlijk een videospel en geen geschiedenisboek. Ook als game is Origins zeker geslaagd. In het bijzonder de gevechten zijn uitdagender dan die in vorige spellen uit de reeks en alles is erg knap visueel vormgegeven. Spelers herleven de grote gebeurtenissen uit de 1ste eeuw v.C., maar kunnen ook genieten van kleinere, amusante verhalen. Voor wie al dit moois wil ontdekken zonder virtuele tegenstanders aan zijn speer te rijgen, komt er binnenkort een Discovery Mode, die spelers toelaat Ptolemaeïsch Egypte te verkennen zonder bloedvergieten. Kortom, voor liefhebbers van historisch geïnspireerde actie is ‘Assassin’s Creed: Origins’ zeker een aanrader.

Disclaimer: deze post is gebaseerd op een spelervaring tot en met de verhaalmissie ‘The Crocodile’s Jaws’.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 1 387
Welkom op onze blog over Oude Geschiedenis https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2017/welkom-op-onze-blog-over-oude-geschiedenis/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2017/welkom-op-onze-blog-over-oude-geschiedenis/#comments Mon, 09 Oct 2017 11:34:58 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=47 © Katelijn Vandorpe

Welkom, welkom, welkom! Deze eerste blogpost is onze uitnodiging naar het brede publiek toe, dat wij met veel plezier verwelkomen in onze wereld, die van de Oudheid. De Oudheid is ook vandaag nooit ver weg, van een computergame zoals de nieuwe Assassin’s Creed tot het Latijn van Bart De Wever.

Het bericht Welkom op onze blog over Oude Geschiedenis van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Beste lezer,

Welkom, welkom, welkom! Deze eerste blogpost is onze uitnodiging naar het brede publiek toe, dat wij met veel plezier verwelkomen in onze wereld, die van de Oudheid.

De Oudheid is ook vandaag nooit ver weg, van een computergame zoals de nieuwe Assassin’s Creed tot het Latijn van Bart De Wever. Net daarom is correcte informatie over deze fascinerende periode van groot belang. Wij, onderzoekers van de Onderzoeksgroep Oude Geschiedenis van KU Leuven, willen jullie daarom ook op de hoogte houden van het meest recente onderzoek in een inzichtelijk en vlot leesbaar formaat.

Nog niet overtuigd, of wil je graag al meer weten? We hebben nog enkele argumenten om zowel het belang als de entertainmentwaarde van ons tijdvak te belichten.

De Oudheid is gekker dan de verhalen

De antieke mythologie met de sfinxen, Hercules en de goden van de Olympus is dan ook wel heel erg interessant, maar de bewoners van ons favoriete tijdvak slaagden er soms in om zelfs die verhaaltjes te overtreffen. Wat denk je van Empedocles (een filosoof uit de 5de eeuw voor Christus) die in een vulkaan zou zijn gesprongen om te bewijzen dat de dood niet bestond? Of keizer Caligula die de zee zou hebben gestraft met zweepslagen, omdat hij het kanaal niet kon oversteken met zijn soldaten om het eiland Britannia in te nemen?

Niet alleen publieke figuren die vandaag nog steeds in onze geschiedenisboeken staan maakten de gekste dingen mee. Wie een beetje sportfanaat is, weet misschien dat vandaag de dag er heel wat problemen ontstaan wanneer een atleet een valse start maakt. Wordt hij uitgesloten of mag hij nog één keer deelnemen? In de Oudheid had men daar een heel eenvoudig antwoord op: wie bij een van de heilige spelen (zoals de Olympische Spelen) een valse start maakte, werd uit de wedstrijd genomen en kreeg er dan nog een flinke portie stokslagen bij. Probleem opgelost.

De Oudheid is verbazend actueel

Leken de mensen in de Oudheid een beetje op ons? Waar hielden ze zich mee bezig en maakten ze zich dezelfde zorgen als wij? Waren er fenomenen als mode, internationale politiek en sociale zorg?

We kunnen gerust stellen dat de gemiddelde Griek, Romein of Egyptenaar vaak dezelfde kopzorgen had als de modale bewoner van de 21ste eeuw. Nee, de wifi was er niet zo goed en roamingkosten maakten niet zo veel uit, maar voor de rest zien we in brieven, archieven en inscripties dezelfde beslommeringen die we vandaag in onze eigen huishoudens zien. We hebben een brief van kleine Dryton wiens vader lang op reis is voor zijn werk en zich afvraagt wanneer papa weer naar huis komt. Een archiefstuk van een Egyptische rechtbank toont de klacht van een vrouw die zegt het slachtoffer te zijn van racisme, omdat ze Egyptisch is. De andere partij is Grieks. Cicero vertelt dat hij en zijn vrienden studeerden aan de universiteit van Athene, waar ook een studentendoop plaatsvond. Hierbij sprongen de eerstejaars in de haven van Piraeus in het water. Een briefje van een Romeinse officiersvrouw werd teruggevonden in het verre Vindolanda -vandaag op de grens tussen Engeland en Schotland- waarin ze een vriendin uitnodigt voor haar verjaardagsfeest.

De documenten en andere overblijfselen die onze voorgangers meer dan tweeduizend jaar geleden achterlieten, blijven moderne historici verbazen, niet in het minst door de tijdloze emoties en zorgen die ze ons nog steeds vertellen. We kunnen net zo goed een spiegel voorhouden.

De Oudheid blijft steeds verrassen

Koelkasten deden hun intrede in de eerste helft van de twintigste eeuw, daarvoor werden echte ‘ijskasten’ gebruikt, waar regelmatig verse blokken ijs aan moesten worden toegevoegd om het vlees en zuivelproducten voldoende koel te bewaren. Juist? Wel, niet helemaal. Rond 400 voor Christus slaagden Perzische ingenieurs er al in om grote koelhuizen (yakchals genaamd) te bouwen -midden in de woestijn!- die windtechnologie gebruikten om zelfs in de warmste zomers voedsel fris te bewaren.

Nog een voorbeeld? We kennen Cleopatra, de gedoemde laatste koningin van Egypte, die na tientallen jaren manipuleren en vechten uiteindelijk toch het onderspit moest delven tegen Octavianus (de latere keizer Augustus) en zijn Romeinse legers. Cleopatra was echter nummer zeven in haar dynastie om haar naam te dragen en die zes andere Cleo’s waren ook geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Een van de meest spraakmakende voorouders van Cleopatra VII was Arsinoë II, zo’n beetje de stammoeder van de hele dynastie. Geboren als dochter van Ptolemaios I, eerste in een reeks van vijftien (!) koningen met dezelfde naam om over Egypte te regeren, werd ze eerst koningin door haar huwelijk met de koning van Thracië. Toen deze overleed, huwde ze haar halfbroer (nog een Ptolemaios) en werd zo koningin van zowel Thracië als Macedonië. Het huwelijk was echter vijandig en Arsinoë smeedde een complot om van Ptolemaios af te raken. Dit mislukte echter en Arsinoë ontsnapte ternauwernood aan de greep van haar halfbroer. Ze vluchtte dan maar naar haar jongste broer, Ptolemaios II van Egypte, en kreeg hem zover om te scheiden van zijn eerste vrouw en met haar te trouwen. Zo werd Arsinoë II voor de derde keer koningin en ze bleef gelukkig getrouwd tot aan haar dood. Koning Ptolemaios II richtte een cultus voor zijn overleden zuster-vrouw in en zette zo de toon voor bijna 300 jaar broer-zus-huwelijken in de Ptolemeïsche dynastie.

Elizabeth Taylor als Cleopatra uit de gelijknamige film (1963)

Krijg je nog steeds niet genoeg van de Oudheid? Dan ben je hier op de juiste plaats! We zullen je regelmatig voorzien van interessante artikels, weetjes, filmpjes en links naar interessante websites. Tot snel!

Coverfoto: adaptatie van foto van Katelijn Vandorpe

Het bericht Welkom op onze blog over Oude Geschiedenis van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2017/welkom-op-onze-blog-over-oude-geschiedenis/feed/ 1 47