politiechef Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/politiechef/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 21 Apr 2021 09:53:22 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png politiechef Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/politiechef/ 32 32 136391722 Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/#respond Tue, 30 Oct 2018 14:34:54 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1090 architectuur Karnaktempel

Uit de Ptolemaïsche periode zijn relatief veel private papyrusarchieven bewaard - we kennen er momenteel 319 - die een belangrijke bron vormen voor onze kennis over het dagelijkse leven uit deze periode. Zo kennen we uit het archief van Osoroeris, zoon van Horos, enkele papyri die de basis vormen van het Hermias-proces. Lees hier alles over de aanleiding en het verloop van de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte.

Het bericht Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
architectuur Karnaktempel

Ptolemaeïsch Egypte (332 v.C.-30 v.C.) kwam tot stand nadat Alexander de Grote in 332 v.C. het land had bevrijd van de Perzen, en generaal Ptolemaios de troon besteeg na het uitsterven van de Argeadische dynastie. Nadien immigreerden heel wat Grieken naar Egypte, waardoor er een multiculturele maatschappij ontstond. Daarin leefden Grieken en Egyptenaren met elkaar samen en werd zowel de Griekse als Egyptische taal in officiële en private context gebruikt. Er zijn uit deze periode relatief veel private papyrusarchieven, door een archiefeigenaar samengebracht, bewaard – we kennen er momenteel 319 – die een belangrijke bron vormen voor onze kennis over het dagelijkse leven uit deze periode. Zo kennen we uit het archief van Osoroeris enkele papyri die de basis vormen van het Hermias-proces, de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte.

Archief van Osoroeris

Het tweetalige archief (Egyptisch-Grieks) van Osoroeris, zoon van Horos, is daar één van. Horos en zijn zoon Osoroeris behoorden tot een familie van Thebaanse choachieten, dodenpriesters die verantwoordelijk waren voor de voorbereiding van de begrafenis, de opslag van de mummie, het inrichten van het graf en het uitvoeren van de rituelen van de dodencultus. De choachieten waren werkzaam op de westelijke Thebaanse oever met onder meer de Vallei der Koningen, maar waar ook gewone mensen werden begraven. De choachieten hadden eveneens een huis op de oostelijke oever, dichtbij de Karnaktempel, waar ze mummies tijdelijk in onderbrachten. P. Survey 48 is een procesverslag bewaard op papyrus en dateert van 11 december 117 v.C. Deze papyrus maakte samen met vijf andere papyri uit het archief (P. Survey 7, 8, 11, 42 en 44) deel uit van het zogenaamde Hermias-proces, een rechtszaak die zich afspeelde in de periode 125-117 v.C. in Thebe.

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachietenP.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten, p. 9

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachieten

De rechtszaak gaat om het Thebaanse huis van de choachieten (A op het kaartje), dat gelegen is op de oostoever van de Nijl en waar de dodenpriesters hun mummies opsloegen. Het huis behoorde oorspronkelijk toe aan een zekere Ptolemaios, die tijdens een grote revolte in de regio in 205 v.C. uit zijn huis wegvluchtte. Deze revolte was een inheemse rebellie, die vanuit Nubië gestuurd werd. Vele Grieken, onder wie dus Ptolemaios, moesten noodgedwongen Thebe verlaten. Ptolemaios’ huis werd vervolgens ingenomen door de rebellen en verkocht aan de hoogste bieder. Tussen 153 en 146 v.C. werd het huis geleidelijk aan opgekocht door een groep choachieten. Het oorspronkelijke huis was al lang vervallen tot een ruïne en de choachieten waren net begonnen met de heropbouw, toen Hermias naar Thebe kwam. Hij was de zoon van de oorspronkelijke eigenaar Ptolemaios en een Griekse officier die gelegerd was in Ombos, 165 km ten zuiden van Thebe. Hermias claimde het huis en ondernam heel wat pogingen om het terug in zijn bezit te krijgen. Deze waren allemaal tevergeefs, want na zeven pogingen kwam de rechter tot het besluit dat Hermias geen enkel bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was en dus verloor de officier het proces. Deze laatste beslissing is samen met informatie over de voorgaande rechtszaken bijgehouden op de papyrus P. Survey 48, die door papyrologen als één van de belangrijkste juridische papyri wordt beschouwd.

De verschillende fases van het Hermias-proces

Zes papyri hebben betrekking op het proces: drie Demotische (Oud-Egypische) kopieën van verkoopcontracten en drie Griekse procesakten. In het proces kunnen we zeven fases of pogingen van Hermias onderscheiden om zijn huis terug te krijgen. De vraag is wie er nu precies wordt aangeklaagd bij al deze pogingen. In de meeste gevallen zijn dit de toenmalige eigenaars, de choachieten dus, meestal omschreven als “Horos (de vader van Osoroeris) en de zijnen”, maar soms heeft Hermias ook andere mensen aangeklaagd, zoals een van de vorige eigenaars, die een deel van het huis aan de choachieten verkocht had.

Hermias zond een aantal verschillende petities om het huis terug te krijgen. Er bestonden namelijk verschillende soorten aanklachten, die, om niet altijd duidelijke redenen, door elkaar gebruikt werden. Een enteuxis (ἔντευξις) is een petitie die gericht was aan de koning, waarin ook de functionarissen (bv. strategos of epistates) vermeld werden die zich in werkelijkheid bezighielden met de zaak, aangezien de koning dit in de meeste gevallen niet zelf kon doen. Een petitie kon daarnaast ook rechtstreeks gericht zijn aan deze beambten, namelijk via een prosangelma (προσάγγελμα) of hypomnema (ὑπόμνημα). Een prosangelma was een korte beschrijving van een onwettige daad, meestal gericht aan de politiechef. De hypomnemata werden vaak persoonlijk overhandigd en toegelicht, en hadden een meer plechtige en strakke structuur. We vernemen in één geval in detail hoe Hermias zijn aanklacht indiende. In de Thebais werd er door Griekse rechters (de chrematistai) een “vaas” (angeion) speciaal bestemd voor petities, die in 148/147 v.C. en opnieuw in 127 v.C. ter beschikking werd gesteld in de stad Ptolemais (ten noorden van Thebe) en in 126/125 v.C. in Diospolis Magna (oostelijk Thebe). Hermias maakte dan ook dankbaar gebruik van deze mogelijkheid en dropte één van zijn aanklachten in deze vaas.

Naast de aanklachten beschikken we voor de Hermias-zaak ook over drie Griekse procesakten (P. Survey 42, 44, 48), die betrekking hebben op drie van de zeven pogingen of fases.

Fase Aanklacht Griekse Procesakte?
Fase 1 Enteuxis-petitie tegen één van de verkopers /
Fase 2 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 3 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 4 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 42
Fase 5 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 44
Fase 6 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 7 Verzoek aan de strategos P. Survey 48

Verloop van het proces

In de eerste fase klaagde Hermias Lobais aan met een enteuxis-petitie bij de rechtbank van de chrematistai, een rechtbank met Griekse rechters, door de koning ingericht. Lobais was één van de personages die het huis aan de choachieten had verkocht. Hermias dacht waarschijnlijk dat hij snel de zaak zou winnen door zich rechtstreeks tot één van de verkopers te richten. Er was namelijk geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de chrematistai. Wanneer Hermias’ aanklacht tegen Lobais door de chrematistai teniet werd gedaan, kon hij dus alleen nog maar andere mensen aanklagen. Hermias heeft zich dan maar tegen de toenmalige eigenaars, de choachieten, gericht. Bij de tweede en derde poging zond Hermias een hypomnema-petitie aan de strategos van de Thebais tegen de choachieten. De strategos was verantwoordelijk voor het civiele, militaire en administratieve aspect van één of meerdere gouwen (provincies). Maar ook de strategos kon Hermias niet verder helpen, waardoor hij zich opnieuw tot andere functionarissen richtte.

Kaart Egypte met ligging Thebe

In de vierde fase zond Hermias dan maar een enteuxis-petitie aan de epistates Herakleides, die aan het hoofd stond van de Perithebaanse gouw (provincie). Deze aanklacht leidde tot een proces waarvan P. Survey 42 de procesakte is. Helaas voor Hermias werd zijn aanklacht afgewezen. In de volgende fase zond hij opnieuw een enteuxis aan de epistates Ptolemaios van de Perithebaanse gouw, die leidde tot een rechtszaak waarin zijn aanklacht opnieuw werd afgewezen (zie procesakte P. Survey 44). Bij zijn voorlaatste poging diende Hermias opnieuw een hypomnema in, ditmaal bij de epistrategos, die op zijn beurt de zaak doorschoof naar de strategos. De epistrategos stond aan het hoofd van een groot deel van Egypte, inclusief de zuidelijke regio van de Thebais en was dus één van de belangrijkste ambtenaren van het land. Maar ook deze poging leidde voor Hermias niet tot het verhoopte resultaat. Tot slot, in de laatste fase, zond Hermias opnieuw een verzoek naar de strategos Hermias, die de zaak op zijn beurt doorverwees naar de epistates van de Perithebaans gouw Herakleides. Dit leidde tot een rechtszaak met op 11 november 117 v.C. het verdict dat de aanklacht van Hermias werd afgewezen. Deze laatste fase is genotuleerd op de papyrus P. Survey 48. De belangrijkste reden waarom de zaak zo lang aansleepte, is voornamelijk omdat de choachieten bij elke poging van Hermias naar de overkant van de Nijl gingen en gewoon wachtten totdat Hermias weer naar zijn garnizoen ging. Tot 119 v.C. kwamen de choachieten zelfs bij geen enkele aanklacht opdagen.

Besluit van het proces

Vooral de laatste fase van het proces is belangrijk voor onze kennis van de werking van het juridische apparaat in Ptolemaeïsch Egypte. De choachieten hadden eigenlijk al van in het begin een advocaat, maar Hermias had er geen tot aan de laatste rechtszaak. In de laatste fase hebben beide advocaten hun pleidooi mogen houden, die zorgvuldig genoteerd werden. Aangezien Hermias geen bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was, terwijl de choachieten drie koopcontracten als bewijsstukken konden aanvoeren, moest de advocaat van Hermias heel creatief zijn om zijn zaak sterk te maken. Hij verwijst om te beginnen naar de eerste poging van Hermias, waarin hij een rechtszaak aanspande tegen Lobais, een van de mensen die het huis aan de choachieten had verkocht. Lobais had verklaard dat zij het huis niet rechtmatig bezat toen ze het verkocht aan de choachieten. De advocaat van Hermias meldde ook dat de contracten die de choachieten voorlegden (P. Survey 7, 8, 11), niet geregistreerd waren en dus niet rechtsgeldig konden zijn. Hiertegen bracht de advocaat van de choachieten in dat Hermias zelf tijdens die eerste fase had toegegeven dat de verkoop had plaatsgevonden en dat Hermias zich bovendien niet over de huidige eigenaars heen tot één van de verkopers had mogen richten.

Grafstèle van een choachietS. S harpe, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, pl. 57

Grafstèle van een choachiet

Een ander belangrijk argument van de advocaat van Hermias, was dat de choachieten het huis gebruikten om mummies op te slaan vooraleer die begraven werden in de necropool. Volgens Hermias’ advocaat was dit een daad van vervuiling en een schanddaad tegen de goden, want het huis bevond zich dicht bij de dromoi (toegangswegen) van Hera en Demeter. Dit is inderdaad zo volgens het Griekse recht, maar niet volgens het Egyptisch recht, en de choachieten vallen helaas voor Hermias onder het Egyptisch recht. Dit kwam door het koninklijke prostagma (verordening), dat een jaar eerder (in 118 v.C.) werd uitgevaardigd, waardoor de taal van het bewijsmateriaal bepalend werd voor de bevoegdheid van de rechtbank. De advocaat van Hermias had in zijn pleidooi over de opslag van de mummies eveneens een fout gemaakt door de choachieten “taricheutai” te noemen, dat zijn de balsemers, die van lagere rang waren dan de choachieten. Al deze argumenten van Hermias’ advocaat hielden dus weinig steek.

Het laatste argument dat de advocaat van de choachieten aanhaalde, was een prostagma (een koninklijke verordening) over bezit. Zoals vermeld, verklaarde Lobais in de eerste fase dat ze het huis niet rechtmatig in haar bezit had, toen ze het verkocht aan de choachieten. Wel, nu gaf de advocaat van de choachieten aan dat dit “bezit” toch gelegitimeerd werd dankzij dat prostagma over bezit, dat er gekomen was na tijden van burgeroorlog waarin veel onroerend goed zonder eigenaar kwam te staan: in die gevallen kwam het onroerend goed dan in handen van degene die het later in bezit had genomen. De advocaat van de choachieten wees er dan ook op dat zijn cliënten dus niet eens de verkoopcontracten zouden moeten voorleggen, want dat het huis sowieso in hun bezit was, dankzij het prostagma. Bijgevolg werd in het vonnis de aanklacht van Hermias afgewezen en kwam er een einde aan een lange reeks van klachten en processen.

Belang voor de papyrologie

Wat is nu het belang van het proces? Het Hermias-proces heeft hoogstwaarschijnlijk veel publieksaandacht getrokken. Aan de Egyptische kant stond een groep priesters met wie veel mensen die zich wilden laten begraven in de Thebaanse necropool ooit in contact zouden komen, en aan de Griekse kant stond een belangrijke militair. Het is ook interessant om vast te stellen dat Hermias telkens naar een verschillende instantie kon gaan met zijn grieven en verschillende soorten aanklachten door elkaar kon gebruiken. Dankzij het proces hebben we een beter inzicht in de werking van de verscheidene juridische instellingen die tegelijkertijd actief waren in Egypte. Hermias zal hoogstwaarschijnlijk gehoopt hebben op een makkelijke overwinning, aangezien hij als Griekse militair toch veel aanzien had, maar helaas voor hem hadden de autoriteiten alleen oog voor de juridische aspecten van de zaak. Tot slot was het proces zeker ook relevant voor gelijkaardige rechtszaken. Hermias zal ongetwijfeld niet de enige geweest zijn wiens huis was ingepalmd na de grote revolte. We moeten tot slot toch wel toegeven dat Hermias een enorm doorzettingsvermogen had en de choachieten maar een beetje flauwtjes zaten te wachten tot het allemaal voorbij was.

Lees meer

P.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten 2de eeuw v.Chr., Handboekje en catalogus bij de tentoonstelling ingericht ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het Papyrologisch instituut 21-25 januari 1985, Leiden, 1985.

P.W. Pestman, The archive of the Theban choachytes (second century B.C.): a survey of the Demotic and Greek papyri contained in the archive, Leuven, 1993.

S. S​​harpe, ‘A Tablet in the Museum at York’, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, 2de ed., Londen, 1855, pl. 57.

S.P. Vleeming, ‘The office of a choachytes in the Theban area’, Hundred-gated Thebes: acts of a colloquium on Thebes and the Theban area in the Graeco-Roman period (P. L. Bat. 27), Leiden, 1995.

 

Coverafbeelding: adaptatie van de foto ‘Architecture Karnak Temple Luxor Travel Egypt’ op de website Max Pixel (CC0 1.0)

Het bericht Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 1090