Osiris Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/osiris/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Tue, 08 Nov 2022 14:33:11 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Osiris Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/osiris/ 32 32 136391722 Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/ https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/#respond Wed, 29 Dec 2021 16:42:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2145

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte, van de piramideteksten bij farao Oenas tot sarcofaagteksten in het Middenrijk en papyrusteksten zoals het Dodenboek in het Nieuwe Rijk. Ook in de Grieks-Romeinse periode waren er nog zulke funeraire teksten in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de 'Documenten van het Ademen'.

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte. Deze teksten, die ervoor moesten zorgen dat je na de dood kon verder leven in het hiernamaals, werden eerst geschreven op de binnenkant van de piramides uit het Oude Rijk. Vervolgens kregen ze een nieuwe drager, want vanaf het Middenrijk kwamen ze voor op sarcofagen en vanaf het Nieuwe Rijk op papyri, als het zogenaamde Dodenboek. Voor de meeste onderzoekers stopt deze lange geschiedenis van de funeraire teksten met het Dodenboek, maar ook in de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) waren de teksten nog in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de ‘Documenten van het Ademen’.

De evolutie in een paar woorden

Het startpunt ligt bij farao Oenas (ca. 2367-2347 v.C.) in de 5de dynastie. Zijn piramide in Saqqara bevat het oudste corpus van funeraire en religieuze teksten en de wanden van zijn grafkamer staan vol met hiëroglyfische teksten, de zogenaamde piramideteksten. Het zijn spreuken die Oenas moesten helpen om goed in het hiernamaals te kunnen leven. Aangezien de teksten vol typische “kopieerfouten” staan, wordt er doorgaans van uitgegaan dat het om reeds bestaande teksten gaat, die op de wanden van de piramide gekopieerd werden. De belangrijkste functie van de teksten was om de niet-materiële elementen van de mens samen te brengen. Naast het fysieke lichaam, bevatte de mens volgens de Egyptenaren een ba (de individuele levenskracht) en een ka (de persoonlijkheid of de ziel). De ka maakte het verschil tussen een levend en een dood lichaam, terwijl de ba iemand tot een individu maakte. Wanneer iemand stierf werden de ba en de ka van het lichaam gescheiden. Als deze persoon wilde verder leven in het hiernamaals moesten zijn ba en ka herenigd worden tot een akh. De piramideteksten hadden tot doel deze vereniging te vereenvoudigen. Dankzij de teksten in zijn grafkamer kon Oenas dus een akh worden. De piramideteksten komen voor in 10 koninklijke graven uit het Oude Rijk. Naast de piramide van Oenas bevatten ook de volgende piramides deze funeraire teksten: Teti, Pepi I, Ankhesenpepi II (een vrouw van Pepi I), Merenre, Pepi II, Neith (een vrouw van Pepi II), Iput II (een vrouw van Pepi II), Wedjebetni (een vrouw van Pepi II) uit de 6de dynastie (ca. 2347-2216 v.C.) en Ibi uit de 8ste dynastie (ca. 2216-2134 v.C.).

De binnenkant van de piramida van farao Oenas

Vanaf het Middenrijk (ca. 2040-1783 v.C.) werden de teksten niet meer op piramides geschreven maar kwamen ze voor op sarcofagen. Ook de naam van de funeraire literatuur veranderde naar sarcofaagteksten. Deze evolutie begon al op het einde van het Oude Rijk en in de Eerste Tussentijd (ca. 2216-2040 v.C.) maar kende zijn hoogtepunt in het Middenrijk. Aangezien de teksten nu op lijkkisten geschreven werden, bevonden ze zich al dichter bij het lichaam. Hierdoor ging de vereniging van de ba en de ka in een akh nog vlotter. De sarcofaagspreuken zijn afgeleid en gekopieerd van de piramideteksten, maar er ontstonden ook nieuwe composities. Het belangrijkste verschil met de piramideteksten is dat de sarcofaagteksten ook voor privépersonen konden gebruikt worden, terwijl de piramideteksten alleen voor koningen waren.

Voorbeeld van een sarcofaagtekst op de doodskist van Khnumnakht uit het Middenrijk

De derde fase van de evolutie voltrok zich in het Nieuwe Rijk (ca. 1550-1070 v.C.), wanneer de funeraire literatuur op papyrusrollen werd geschreven. De naam voor de literatuur in het Nieuwe Rijk is het Dodenboek. Ook hier werden de spreuken afgeleid van piramide- en sarcofaagteksten, maar daarnaast werden er nieuwe composities geschreven. De term ‘Dodenboek’ is eigenlijk heel misleidend, want de Dodenboekteksten konden ook in graven voorkomen. Zo zijn de meeste graven in de Vallei der Koningen gedecoreerd met Dodenboekteksten om de farao te helpen in het hiernamaals te geraken. Het gaat ook niet om een standaardversie die gekopieerd werd. Het is een corpus van spreuken die in verschillende combinaties konden voorkomen, waarbij soms vignetten werden toegevoegd die bij een bepaalde spreuk hoorden. Het Dodenboek bleef in omloop tot in de Grieks-Romeinse periode en betreft bijgevolg het genre van funeraire literatuur dat het langste in gebruik was.

Documenten van het Ademen

In de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) ontstond er een nieuw genre funeraire literatuur, de ‘Documenten van het Ademen’. Ze verschenen in verschillende vormen in de multiculturele samenleving van Grieks-Romeins Thebe en vervingen geleidelijk aan het Dodenboek. Ze kunnen gezien worden als de opvolgers van de piramideteksten, de sarcofaagteksten en het Dodenboek. De teksten werden aan de overledene meegegeven als grafgift. Ze werden mee ingezwachteld met de mummie en ook hier hebben de teksten als functie een soort aanbevelingsbrief te zijn voor de overledene in het hiernamaals. Ze moesten de overledenen een tweede leven “vrij van zorgen” geven en ervoor zorgen dat de overledene voor eeuwig en altijd kon ademen. De funeraire teksten uit de Grieks-Romeinse tijd kenden een grote diversiteit en verschillende soorten teksten konden op één papyrus gecombineerd worden. De composities zijn geschreven in het hiëratisch, een cursieve vorm van hiërogliefen. De taal van de documenten is gebaseerd op het klassieke Middelegyptisch met invloed van het Laat-Egyptisch en het Demotisch.

Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft (P. Louvre N. 3284)

Ze zullen Osiris naar het binnenste van het grote meer van Chonsoe brengen. Nadat hij zijn hart heeft gegrepen, zullen ze het document van het ademen, dat aan de binnen- en buitenkant is beschreven, omzwachtelen met koninklijk linnen, geplaatst zijnde onder zijn linkerarm in de buurt van zijn hart. Het overige van de omzwachteling zal erbuiten worden gedaan. Indien deze papyrusrol voor hem wordt gebruikt, dan zal hij samen met de ba’s en de goden voor eeuwig en altijd ademen.

Tweede Document van het Ademen (BM EA10110)

Deze tekst bevat de laatste paragraaf van het zogenaamde ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ en toont aan dat het in de buurt van het hart moest ingezwachteld worden. Dit in tegenstelling tot het ‘Eerste’ en ‘Tweede Document van het Ademen’ die respectievelijk onder het hoofd en onder de voeten van de mummie geplaatst moesten worden. Er bestaan bijgevolg drie verschillende ‘Documenten van het Ademen’ en allen hebben ze een andere inhoud. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ lijkt iets ouder te zijn (Ptolemaeïsch tot Vroeg-Romeins) dan de andere twee composities die eerder in de Late Ptolemaeïentijd verschenen en nog voorkwamen tot in de Romeinse periode. Vanaf de eerste eeuw na Christus ontstonden er ook Demotische ‘Documenten van het Ademen’, de zogenaamde “paspoorten voor het hiernamaals”. Deze teksten waren doorgaans korter dan hun hiëratische tegenhangers. Deze papyri werden ook op de mummie geplaatst, maar daarnaast werden ze ook teruggevonden op tempelmuren, sarcofagen, lijkkisten, ostraca, linnen, enzovoort.

Het slotvignet met de Hathor-koe op het graf

Naast de drie soorten ‘Documenten van het Ademen’ waren er ook verkorte versies in omloop. Verder konden de verscheidene paragrafen in de teksten weggelaten of omgewisseld worden en konden er extra paragrafen aan toegevoegd worden. Sommige documenten bevatten ook iconografie, alhoewel dit geen vereiste was. De iconografie van het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ is in de meeste gevallen redelijk gestandaardiseerd. De meeste teksten bevatten meerdere vignetten of afbeeldingen. Het openingsvignet geeft doorgaans de introductie van de overledene aan de god Osiris weer. Een ander veel voorkomend type vignet is het ‘wegen van het hart’. Deze iconografie stamt af van hoofdstuk 125 van het Dodenboek, de zogenaamde ‘negatieve confessie’ en toont hoe het hart van de overledene op een weegschaal wordt gelegd en wordt afgewogen tegen de Maät-veer (de rechtvaardigheid). Als de weegschaal in balans is, heeft de overledene een goed leven geleid en mag hij of zij de onderwereld betreden. Als dit niet het geval is, wordt de overledene verscheurd door de verslindster, een monster dat doorgaans aanwezig is op het vignet. Het eindvignet toont de Hathor-koe op het graf van de overledene. Meestal wordt er wierook geofferd aan de godin Hathor. Er was geen directe relatie tussen de iconografie en de inhoud van de tekst. De afbeeldingen op de papyri voegen iets toe aan de compositie, eerder dan de inhoud van de tekst te illustreren.

Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd geschreven door de god Thoth in naam van Isis. De inhoud van de tekst legt de nadruk op de toegang van de overledene tot de onderwereld en de mogelijkheid om voor eeuwig en altijd vrij te kunnen ademen.

Introductie van de overledene aan de god Osiris (BM EA9995,1)

Een heel interessant gegeven aan deze documenten is dat ze steeds geschreven zijn voor een overledene en dat de naam en titels van deze eigenaar op het document werden geschreven. Hierdoor kunnen we reconstrueren wie zo een document meekreeg en welke functie deze persoon had. De eigenaren behoorden tot tempelpersoneel werkzaam in verschillende Thebaanse culten. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd voornamelijk meegegeven aan overledenen die tot de hoge clerus van Amon-Ra behoorden en dus tijdens hun leven werkzaam waren in de tempel van Karnak. Een bekend voorbeeld betreft de priester Horos, eigenaar van de ‘Joseph Smith papyri’. De twee meest voorkomende titels zijn ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ en ‘sistrum-speelster van Amon-Ra’. De eigenaren van deze teksten konden niet alleen verbonden worden aan de cultus van Amon-Ra, maar bijvoorbeeld ook aan de cultussen van Montoe van Hermonthis (Armant) en de god Chonsoe, die een tempel had binnen het Karnak-complex. De meeste priesters waren niet verbonden aan één cultus, maar konden verschillende goden tegelijkertijd dienen. De weergave van de verscheidene priestertitels in de documenten toont aan dat in dezelfde funeraire papyrus verschillende combinaties van titels kunnen voorkomen. Zo kan iemand in de eerste lijn van de papyrus ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ zijn en enkele lijnen verderop alleen ‘godsvader’. Daarnaast konden er later in de tekst titels voorkomen die niet in de introductie van de overledene aanwezig waren. Naast de titels, werd de filiatie van de overledene doorgaans meegegeven. Vaak werden zowel de moeder als de vader weergegeven, en in enkele uitzonderlijke gevallen zien we een hele stamboom. In andere gevallen hebben we alleen de naam van de moeder of de vader, en soms helemaal geen filiatie. De vader van de overledene kan geïntroduceerd worden door de titel ‘mi nn‘, oftewel van dezelfde rang. Hiermee wordt bedoeld dat de vader tot dezelfde priesterklasse behoorde en dus naar alle waarschijnlijkheid ook een heleboel titels bezat, maar dat in het funeraire document ervoor gekozen werd om enkel de rang van de priester aan te duiden.

Funeraire composities in de Grieks-Romeinse periode

Zoals vaak het geval is met papyri kennen we van de meeste funeraire teksten die vandaag in verscheidene musea verspreid zijn, geen oorspronkelijke archeologische context. Eén graf in de Thebaanse necropool vormt de grote uitzondering, de zogenaamde Soter-tombe. Dit graf, beter bekend als Thebaanse Tombe 33, ligt in de al-Khukha necropool, net naast het Assasif in de buurt van de dodentempel van koningin Hatsjepsoet (Deir el-Bahari). Het graf werd net zoals zovele graven in de Thebaanse necropool hergebruikt in de Grieks-Romeinse periode. Eén van de mensen die hier in een later stadium in begraven werd was Soter, vandaar de naam van de tombe. Hij en zijn familieleden kregen enkele ‘Documenten van het Ademen’ mee. Waarschijnlijk zijn er een twintigtal documenten afkomstig uit dit graf. Naast het ‘Eerste Document van het Ademen’ en het ‘Tweede Document van het Ademen’ verkregen de overledenen, die hier begraven werden, ook late versies van het Dodenboek en een versie van het ‘Boek van het Doorlopen van de Eeuwigheid’, een andere funeraire compositie uit de Grieks-Romeinse tijd. De funeraire literatuur uit deze periode is wel degelijk nog heel bruisend. Vaak wordt het afgedaan als minderwaardig omdat de composities vergeleken worden met de Dodenboeken uit het Nieuw Rijk, die doorgaans als veel kwalitatiever en gedetailleerder beschouwd worden. Hoewel de ‘Documenten van het Ademen’ dan stilistisch minder mooi mogen zijn, vormen ze wel het bewijs dat een typische faraonische traditie nog steeds gevolgd werd en dat er zelfs nieuwe composities werden geschreven in verschillende vormen en combinaties. De creativiteit van de Thebaanse clerus die deze documenten ontwikkelde, vierde dus hoogtij tot ver in de Romeinse periode.

Meer lezen

Coenen, M. & J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek 5, Leuven, 1995.
Coenen, M., ‘Owners of Documents of Breathing Made by Isis’, Chronique d’Egypte 79: 157-158, 2004, 59-72.
Herbin, F.R., Books of Breathing and Related Texts, London, 2008.
Herbin, F.R., Le livre de parcourir l’éternité, OLA 58, Leuven, 1994.
Mosher, M., ‘Theban and Memphite Book of the Dead Traditions in the Late Period’, Journal of the American Research Center in Egypt 29, 1992, p. 143-172.
Smith, M., Traversing Eternity: Texts for the afterlife from Ptolemaic and Roman Egypt, Oxford, 2009.

Coverafbeelding: Adaptatie van een funeraire papyrus met daarop het ‘Boek van het Ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris’ uit het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/feed/ 0 2145
Mummies en Mormonen https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/ https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/#respond Sat, 06 Nov 2021 18:39:57 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2113

De link tussen de Mormonen en het antieke Egypte is er van in het begin geweest, via de collectie mummies en papyri van stichter Joseph Smith. Hij vertaalde ook zelf verschillende fragmenten van deze funeraire papyri uit Thebe en meende daarin verschillende bijbelse thema's te herkennen, onder andere uit de boeken van Abraham en Jozef. Egyptologen waren al meteen vernietigend in hun oordeel over deze interpretaties, maar pas toen na de dood van Smith de verloren gewaande papyri opdoken in het New Yorkse Metropolitan Museum konden ze de hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten zelf bestuderen. Dat onderzoek leverde enkele verrassende vaststellingen op.

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op 21 september 1823 verscheen de engel Moroni aan de 17-jarige Joseph Smith en onthulde hem dat een collectie gouden platen, geschreven door profeten van het Oude Testament, verborgen was onder een heuvel in de buurt van New York. De tekst op de platen was geschreven in een “hervormd Egyptisch schrift”. Pas vier jaar later krijgt Smith toestemming om de platen mee te nemen om ze ontcijferen en te vertalen. Hij dicteert zijn vertaling aan zijn discipelen in 1828 en 1829, en na heel wat moeilijkheden verschijnt een eerste druk in 1830. De eerste oplage bestaat uit 5000 exemplaren. Het manuscript van die eerste druk is gedeeltelijk bewaard en online beschikbaar. Ondertussen zijn er 200 miljoen exemplaren geproduceerd!

Boek van Mormon

Joseph Smith (1805-1844), de stichter van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en grondlegger van het Mormoonse geloof

Het ‘Boek van Mormon’ is “een verslag geschreven door de hand van Mormon, op platen genomen van de platen van Nephi“. Mormon was een profeet, generaal van de Nephieten en historicus, die leefde in Amerika omstreeks 400 n.C. en vader was van Moroni, die zelf ook een deel van het werk redigeerde en na zijn dood en verrijzenis het boek aan Joseph Smith liet zien. Het boek bevat een profetisch verslag over gebeurtenissen die zich afspelen vanaf de val van Adam en Eva, over de vlucht van enkele Joden juist voor de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs tot de verschijning van de verrezen Christus in Amerika. Het wordt door de Mormonen gezien als een aanvulling op de Bijbel. Behalve Smith zelf hebben elf medewerkers de platen (even) gezien voor hij ze teruggaf aan de engel Moroni. Voor zijn volgelingen bevat het boek een authentieke historische beschrijving, maar het speelt geen rol in de professionele geschiedschrijving. In de Mormoonse kerk is het boek van Mormon “een ander testament van Jezus Christus”, een standaardwerk voor theologie en liturgie, hoewel het niet overal even enthousiast is onthaald, ook niet binnen de Mormoonse gemeenschap.

Mummies en papyri

Begin juli 1835 presenteerde M.H. Chandler in Kirkland, Ohio, een rondreizende tentoonstelling met vier Egyptische mummies en enkele papyri, afkomstig uit de opgravingen van de Italiaanse archeoloog Antonio Lebolo in Gebel Gurnah (op de westelijke Nijloever recht over Luxor) tussen 1818 en 1822. Smith, die via het boek van Mormon kennis had van het “hervormd Egyptisch schrift”, was geïnteresseerd en stelde zijn voorlopige vertalingen ter beschikking van Chandler.

The Huntington Library

Kirtland, July 6,1835.
This is to make known to all who may be desirous, concerning the knowledge of Mr. Joseph Smith, Jr., in deciphering the ancient Egyptian hieroglyphic characters in my possession, which I have, in many eminent cities, showed to the most learned; and, from the information that I could ever learn, or meet with, I find that of Mr. Joseph Smith, Jr., to correspond in the most minute matters.
“Michael H. Chandler.
Traveling with, and proprietor of, Egyptian mummies’

Nog dezelfde maand kochten enkele leden van zijn jonge kerk de hele tentoonstelling voor 2400 dollar. Smith herkende in deze teksten verschillende bijbelse thema’s, onder andere een boek van Abraham, een boek van Jozef (de patriarch) en een verhaal van een Egyptische prinses Katumin. Alleen zijn vertaling van het boek van Abraham werd ook uitgegeven in 1842. Jean-François Champollions ontcijfering van het hiërogliefenschrift – Champollions brief aan de Franse historicus Bon-Joseph Dacier dateert van 1822) was toen in Amerika nog niet bekend en Smith vertaalt in de traditie van de 18de eeuw, die aannam dat de hiërogliefen begrippen en zelfs hele zinnen uitdrukten.

Na de dood van Smith, die in 1844 gelyncht werd terwijl hij in Carthago, Illinois in de gevangenis zat, trokken de Mormonen onder leiding van Brigham Young westwaarts, om zich uiteindelijk te vestigen in Salt Lake City, Utah. De mummies en de papyri bleven bezit van Smith’s familie en gingen nadien verloren. Men dacht dat ze waren vernietigd in de grote brand van Chicago in 1871, tot ze in 1967 plots opdoken in het Metropolitan Museum van New York, dat ze in 1947 had gekocht van een bediende van Smiths familie. Nu zijn ze in handen van de Mormoonse kerk in Salt Lake City.

Joseph Smith papyri

Terwijl professionele egyptologen tot hiertoe enkel een paar platen in de uitgave van het boek van Abraham konden vergelijken met de vertalingen van Smith (en hierover een vernietigend oordeel uitspraken), was nu plots de hele papyrus beschikbaar, met meerdere kolommen hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten. Vijf objecten kunnen nu worden geïdentificeerd met de papyri die ooit in het bezit waren van Joseph Smith. Van het dodenboek van Nainoub (3) en de hypokephalos van Sesongosis (5) is alleen een facsimile bewaard.

 type object

 beschrijving door Smith

 identificatie

 TM nummer(*)

 1

 papyrus

 boek van Abraham

 boek van ademen voor de priester Horos

 48570

 2

 papyrus

 boek van Jozef

 dodenboek van Senminis

 56951

 3

 papyrus

 niet vermeld bij Smith

 vignet van dodenboek van Nai-noub

 56952

 4

 papyrus

 verhaal van prinses Katumin dochter van farao Onitas

 funeraire papyrus van Amenothes

 133517

 5

 hypokephalos

 facsimile 2 in het boek van ademen

 hypokephalos van Sesongosis

 117796

(*) De TM nummers verwijzen naar de Leuvense database Trismegistos [https://www.trismegistos.org/] , waar men alle metadata (plaats, tijd, bewaarplaats etc.) en bibliografische referenties kan vinden, alsook links met de foto's die online beschikbaar zijn.

Het boek van Abraham “translated from the papyrus translated by Joseph Smith” bevat, volgens de editie “een vertaling van enkele antieke geschriften die in onze handen zijn gevallen van de catacomben van Egypte, de geschriften van Abraham toen hij in Egypte was, geschreven in zijn eigen hand op papyrus”. De vertaling begint als volgt :

In het land van de Chaldeeërs, in de verblijfplaats van mijn vader, zag ik, Abraham, dat het nodig was voor mij een andere verblijfplaats te vinden. Die vondst bracht voor mij groter geluk en vrede en rust. Ik zocht naar de zegeningen van de vaders en het recht waardoor ik zou worden gewijd om datzelfde te beheren.” De vertaling is duidelijk afhankelijk van de Engelse bijbelvertaling (de King James bible) en vele hoofdstukken zetten de bijbeltekst om van de derde naar de eerste persoon. Volgens Smyth gebruikte Mozes het boek van Abraham toen hij het boek Genesis redigeerde. Omdat de papyrus door Abraham zelf geschreven is, staat alles in de eerste persoon.

Joseph Smith Papyri Fragment XI

Boek van het Ademen

Voor egyptologen bevat de papyrus een kopie van het hiëratische ‘Boek van het Ademen’ voor de Thebaanse priester Horos. Boeken van het Ademen zijn welbekend in de Ptolemaeïsche en vroeg-Romeinse periode, waar ze het bekende dodenboek vervangen of aanvullen. Ze garanderen een gelukkig hiernamaals voor de overledene (“gerechtvaardigd” voor de rechter Osiris) en geven hem “de adem van het leven” terug. Ze vergezelden de mummie in het graf, wellicht één van de mummies die door Chandler werden tentoongesteld, zoals blijkt uit een beschrijving in de Painesville Telegraph van 1835 (nog voor Smith de papyri kocht). De papyrus van Horos is een “boek van het ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris”, waardoor de dode, één met de gestorven en herrezen Osiris, al zijn mogelijkheden terugkrijgt in het hiernamaals.

We beschikken over een twintigtal gelijkaardige funeraire papyri, die alleen verschillen door de naam en titels van de gestorvene en door enkele varianten. De papyrus, oorspronkelijk ongeveer anderhalve meter lang, is beschadigd, maar kan dankzij die parallellen gemakkelijk worden aangevuld. De tekst begint met de identificatie van de dode:

[Osiris godsvader en] profeet van Amon-Re koning der goden, dienaar van Min die zijn vijanden slacht, dienaar van Chonsou die macht heeft in Thebe, Horos (gerechtvaardigd) zoon van de man met dezelfde titels, directeur van de geheimen en reiniger van de god Osoroeris (gerechtvaardigd), en van de muzikante van [Amon-]Re Chibois (gerechtvaardigd).

Dan volgen spreuken die aan Horos het eeuwig leven garanderen, beginnend met:

Moge uw ba leven onder hen en moge je begraven worden in het westen [van Thebe]. [O Anubis, moge jij hem] een mooie schitterende begrafenis geven in het westen van Thebe in het gebergte van Manoe.

Joseph Smith Papyri Fragment I

Facsimile van de papyrus in het Mormoonse heilige boek ‘De Parel van Grote Waarde’

Bij de ‘Hor papyrus’ hoort ook bovenstaand vignet met hiëroglyfische tekst dat door Smith uitvoerig wordt becommentarieerd en waarvan een facsimile is opgenomen in de publicatie van het boek van Abraham. De scène komt alleen hier voor op een papyrus, maar ze is bekend uit scènes op de muren van de tempels: Osiris ligt op een dodenbed, en wordt tot leven gewekt door Anubis, de dodengod met de hondenkop; symbool van dit leven is zijn erecte penis, waarmee hij zijn postume zoon de god Horus (toevallig draagt de bezitter van de tekst dezelfde naam) tot leven zal wekken. Onder hem staan de vier kruiken of canopen voor de gemummificeerde ingewanden van de overledene. Daaronder ziet men de Nijl met daarin een krokodil, het dier dat hielp bij het bijeenbrengen van de ledematen van de vermoorde Osiris, die door zijn broer Seth in 50 stukken was gehakt. Smith heeft deze scène helemaal anders geïnterpreteerd en ingebed in zijn verhaal over Abraham in Egypte: op een altaar ligt Abraham vastgebonden, terwijl de heidense priester Elkenah op het punt staat hem te offeren. De ba-vogel (de ziel of individualiteit van de dode) is bij hem een engel des heren en de Nijl wordt de pijlers van de hemel, met daarin de afgod van farao (de krokodil). Op het facsimile wordt dit netjes getoond door middel van cijfers, zodat er geen twijfel kan bestaan over hoe de lezer van Smith dit moet begrijpen.

Hypokephalos van Sheshonq

De hypokephalos van Sheshonq

Ook de hypokephalos van Sheshonq werd door Smith geïnterpreteerd als een deel van het boek van Abraham. Een hypokephalos is een cirkelvormig amulet, dat onder het hoofd van de afgestorvene werd gelegd en meestal een hoofdstuk bevat van kapittel 162 van het dodenboek. De tekst is geschreven in cursieve hiërogliefen, en de beschadigde stukken zijn in de gedrukt editie “hersteld” met tekens uit andere teksten (een oudere kopie van Smith laat zien waar de tekst toen al verloren was). De hypokephalos zelf is niet bewaard en de egyptologen moeten het dus doen met de twee facsimiles. Maar de tekst kan gemakkelijk gereconstrueerd worden op basis van tientallen parallellen, en de naam van de bezitter, een zekere Sheshonq (Sesongosis), is bewaard zonder titels.

De gereconstrueerde hypokephalos van Joseph Smith

Smiths nummering en interpretatie van de scènes laat zien dat hij niet had begrepen dat je van rechts naar links moet lezen en dat sommige scènes binnen de cirkel 180° gedraaid zijn. Voor Smith had de hypokephalos betrekking op Egyptische astronomie. Hij geeft 21 nummers, tekst en vignetten dooreen. Scène 5 bijvoorbeeld toont de Hathor-koe in het midden en de vier mummificatiekruiken (de vier Horos-zonen, dezelfde als in het vignet van onze eerste tekst) voor haar. Zo interpreteert hij de hemelkoe (zonder de tekst) als volgt “Dit is in het Egyptisch Enish-go-on-dosh. Dit is ook één van de leidende planeten. De Egyptenaren zeggen dat het de zon is en dat hij zijn licht ontvangt van Kolob via het medium van Kae-e-vanrash, die andere vaste planeten of sterren bestuurt.” De namen zijn gewoon verzonnen. De vier mummificatiekruiken worden bij hem de vier windstreken. Vier korte hiëroglyfische teksten (zijn nummers 8-11), die een gebed met de naam van de overledene bevatten, bevatten voor hem “geschriften die nog niet aan de wereld mogen worden geopenbaard, maar die men zal verkrijgen in de tempel van god.”

Horos, de Thebaanse priester

De overleden Horos, zoon van Osoroeris, is een priester van de grote tempel van Karnak, een “profeet van Amon-Re koning der goden”, maar hij draagt ook de zeldzame titel “dienaar van Min die zijn vijanden slacht”. Deze titel komt eigenlijk maar voor bij één familie, waarvan de gecompliceerde stamboom door de Leuvense onderzoeker Mark Coenen tussen 1995 en 2003 werd gereconstrueerd op grond van tien funeraire papyri, één standbeeld en een mummiewindsel in Europese en Amerikaanse musea (Tübingen, Wenen, Parijs, Genève, Oxford en Baltimore). De papyri stammen wellicht alle uit dezelfde opgraving als de ‘Joseph Smith papyrus’ en bieden informatie over zeven generaties priesters in de 2de en 1ste eeuw v.C. In zes daarvan verschijnt de priester Horos, die naast het ‘Boek van het Ademen’ (de ‘Joseph Smith papyrus’) ook nog een dodenboek meenam in zijn graf (nu in het Louvre).

Tom Gheldof | OUDE GESCHIEDENIS

Stamboom van de priester Horos

Opinie van de egyptologen

Voor de Mormoonse theologen is de restitutie van de papyri tegelijk een godsgeschenk en een reuzegroot probleem. In 1861 al had Théodule Devéria, een erkend specialist van funeraire schriften die onder andere de cataloog van de Louvre papyri had gepubliceerd, gewezen op absurditeiten en anachronismen in de vertalingen van Joseph Smith. Abraham leefde, als hij al bestond, meer dan duizend jaar voor de papyri door hem werden geschreven. In 1912 vroeg F.S. Spalding, de Anglicaanse bisschop van Utah, een tiental bekende geleerden hun mening over Smiths vertaling; de antwoorden waren vernietigend.

Nadat in 1967 de geschriften publiek werden gemaakt, met foto’s die toelieten de lezingen te controleren, was het onmogelijk om de eensgezinde opinie van de egyptologen te negeren. Behalve enkele replieken ad hominem, waarbij de persoon van meerdere geleerden werd in vraag gesteld (“a jury of Gentiles, prejudiced, ill-tempered, and mad with pride of human learning“), hebben ze twee uitwegen. Volgens sommigen gebruikte Smith de ‘Hor papyrus’ enkel als een “mnemonic device” om de goddelijke inspiratie in de juiste banen te gidsen, maar dit is in tegenspraak met Smiths eigen nadruk op de wetenschappelijke waarde van zijn “vertalingen” (een studie met alfabet en grammatica van zijn hand is bewaard). Anderen wijzen erop dat Egyptische hiërogliefen verschillende interpretaties toelaten, op verschillende niveaus. Hier kunnen ze zich beroepen op de profeet, die zelf verschillende niveaus onderscheidde bij zijn vertaalwerk (doch die sloten wel vrij dicht bij elkaar aan). Of, zoals een Mormoonse egyptoloog het uitdrukte bij zijn uitgave van de tekst: “Wat ik hier bied, is een letterlijke egyptologische vertaling van de papyrus, maar die kan natuurlijk niet tippen aan de geïnspireerde vertaling van Joseph Smith”. Of hoe de “multiplicity of approaches” het geloof toch nog kan redden. Maar ik heb niet kunnen vinden hoe de theologen verklaren dat er tientallen nagenoeg identieke kopieën zijn van het boek van het ademen. Die kunnen toch niet allemaal door Abraham zijn geschreven?

Bibliografie

R.K. Ritner, The Joseph Smith Egyptian papyri. A complete edition, Salt Lake City, 2013

M. Coenen – J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek nr. 5, Leuven, 1995

Coverfoto: adaptatie van het schilderij ‘The Hill Cumorah by C.C.A. Christensen’ van Wikimedia (Public Domain), de ‘Only Known Depiction From Michael Chandler Mummy Collection By Samuel Morton Crania Aegyptica’ van Wikipedia (Public Domain) en de ‘Joseph Smith Papyrus V’ van Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/feed/ 0 2113
Valentijn in Egypte: overspel in de papyri https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/ https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/#respond Thu, 14 Feb 2019 15:39:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1238 overspel in de papyri

Naar aanleiding van Valentijn schrijven we een special over papyri die ons een geprivilegieerde inkijk bieden in de dagdagelijkse realiteit van de Egyptische oudheid. De meeste papyrusteksten die tot ons zijn gekomen zijn nooit bestemd geweest voor een ruim publiek, maar alleen voor beperkt gebruik. Maar bieden deze papyri ook een inkijk in de slaapkamer van onze voorouders? Wat vertellen de papyri over overspel?

Het bericht Valentijn in Egypte: overspel in de papyri van Gert Baetens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
overspel in de papyri

In 2017 pakte het weekblad Flair uit met een onthutsend artikel: uit een wereldwijde bevraging (door datingsite Victoria Milan) bleek dat 38% van de vrouwen en 36% van de mannen Valentijn liever zouden doorbrengen met hun minnaar dan met hun vaste partner. Maar liefst 21% van de bevraagden gaven aan Valentijn bij voorkeur te willen vieren met hun minnaar én partner. Verontrustende resultaten, maar Flair heeft altijd gelijk. Wij grijpen deze feestdag van de liefde graag aan voor een korte uiteenzetting over overspel in de papyri.

De vele duizenden papyri die de tand des tijds hebben doorstaan in het droge klimaat van Egypte bieden een geprivilegieerde inkijk in de dagdagelijkse realiteit van de Egyptische oudheid. De meeste papyrusteksten die tot ons zijn gekomen zijn nooit bestemd geweest voor een ruim publiek, maar alleen voor beperkt gebruik: brieven, contracten, gerechtsstukken, kwitanties, rekeningen en dergelijke meer, niet zo verschillend van wat je vandaag aantreft in de prullenmand. De schrijvers van deze papyrusteksten hadden echter nooit kunnen bevroeden dat beschaving de mens op een dag zo ver zou drijven deze papyri uit hun prullenmand op te diepen en letter voor letter te ontcijferen om de arme stakkers hun diepste geheimen te ontfutselen. Dit voyeurisme heeft zich vandaag ontwikkeld tot een wetenschappelijke discipline, druk beoefend door Leuvense oudheidkundigen. Maar bieden deze papyri ook een inkijk in de slaapkamer van onze voorouders? Wat vertellen de papyri over overspel?

#MeToo

We beginnen onze reis in het Nieuwe Rijk, iets langer dan 3000 jaar geleden. Overspel met gehuwde vrouwen bekleedt een prominente plaats in een aantal klachten uit de Ramessidentijd, hoofdzakelijk afkomstig uit de arbeidersnederzetting Deir el-Medina, nabij de Vallei der Koningen. Een goed voorbeeld van zulke klacht is Papyrus Salt 124 (= P. BM 10055), waarin een zekere Amennacht zijn dorpsgenoot Paneb van allerhande kwaad beschuldigt ten overstaan van de vizier (de eerste minister zeg maar). Paneb werd niet alleen beschuldigd van diefstal, omkoping en geweld, maar ook van onkuise handelingen met een hele resem vrouwen:

Paneb had seks met de dorpsbewoonster Tuy, die de vrouw is van de werkman Qenna; hij had seks met Hul, die samen is met Pendwau; hij had seks met de dorpsbewoonster Hul, die samen is met Hesysunebef (…) en wanneer hij seks had gehad met Hul, had hij seks met Webchet, haar dochter; en Aapehty, zijn zoon, had eveneens seks met Webchet.

Paneb maakte het dus wel erg bont. Mogelijk was hierbij machtsmisbruik in het spel: Paneb was opzichter van de werken aan het koningsgraf in de Vallei der Koningen en had als dusdanig heel wat invloed in het arbeidersdorp Deir el-Medina. #MeToo in het oude Egypte?

Deir el-Medina

Het voorbeeld van womanizer Paneb mag natuurlijk niet veralgemeend worden. Een heel andere kijk op huwelijkstrouw vinden we in P. Leiden I 371, eveneens uit de Ramessidische periode. In deze brief van een man aan zijn overleden echtgenote – zulke brieven schreven Egyptenaren wel vaker – benadrukt de eerste herhaaldelijk dat hij zijn vrouw altijd trouw is gebleven, zowel voor als na haar dood. Misschien brengt deze geste de romantische zielen onder ons in vervoering, maar recent onderzoek door Lana Troy stelt vraagtekens bij de traditionele romantische interpretatie van deze papyrus. Volgens Troy beschuldigt de schrijver van P. Leiden I 371 de geest van zijn dierbare van onheil: ofschoon hij altijd zo goed voor zijn vrouw heeft gezorgd, valt zij hem lastig vanuit het dodenrijk.

De wijze raad van Anchsjesjonqy

 Vooraleer we kijken naar documentaire papyri uit latere periodes, kan het interessant zijn om even stil te staan bij referenties naar overspel in literaire papyri. Een eerste verwijzing naar overspel vinden we in het Dodenboek, een verzameling van funeraire teksten die sinds het Nieuwe Rijk gebruikt wordt om doden te begeleiden tijdens hun tocht door de onderwereld en occasioneel ook om de mummie van Imhotep tot leven te wekken. In de zogenaamde ‘Negatieve confessie’, uitgesproken door de overledenen wanneer zij voor de dodengod Osiris verschijnen en hun hart door Anubis wordt gewogen, geven de doden een opsomming van allerhande stoute zaken waaraan zij zich nooit hebben bezondigd: zij hebben niet gemoord, niet gestolen, niet gelogen, niemand pijn gedaan, niemand doen wenen … én zij zijn niet vreemdgegaan. Als hun hart rechtvaardig blijkt, mogen zij in de onderwereld blijven wonen; zo niet, worden zij opgegeten door de nijlpaardleeuwkrokodil Amemet (kan je het horen?), een onplezierige tweede dood.

Het wegen van het hart in het Dodenboek van Any (P. BM 10470, ca. 1250 v.C.)

Al even gruwelijk is het ‘Verhaal van de twee broers’, bewaard op Papyrus D’Orbiney (P. BM 10183). Deze vertelling gaat – ja hoor! – over twee broers, Anubis en Bata, die eerst eensgezind samen land bewerkten, maar spoedig in een ruzie verwikkeld raakten om een vrouw. Toen de echtgenote van Anubis hem op een dag kwam vertellen dat zijn jongere broer Bata haar had proberen verleiden, besloot Anubis zijn broer te vermoorden. Bata kon ternauwernood ontsnappen door een schietgebedje tot de zonnegod te richten, die een meer vol krokodillen tussen de twee broers tevoorschijn toverde. Dit bood Bata de gelegenheid om zich te verdedigen: allereerst verzekerde hij zijn broer van zijn eerlijkheid door zijn eigen edele delen af te snijden en in het water te werpen en vervolgens legde hij uit dat hij zijn schoonzus helemaal niet had proberen versieren, maar zijn schoonzus hem! Toen zij was afgewezen, had de listige vrouw het verhaal omgedraaid in de hoop dat haar echtgenoot zich op Bata zou wreken. Toen Anubis dat vernomen had, keerde hij onmiddellijk naar huis terug, doodde hij zijn echtgenote en wierp hij haar voor de honden. Het verhaal gaat nog even verder, maar uiteindelijk werden Bata en Anubis koning en kroonprins en leefden zij nog lang en gelukkig.

Ook de zogeheten Egyptische wijsheidsteksten bieden een interessante blik op morele concepties rond overspel in het oude Egypte. De ‘Leer van Anchsjesjonqy’ (P. BM 10508 e.a.) kan dienen als voorbeeld. Deze lange reeks van raadgevingen van de gevangen priester Anchsjesjonqy aan zijn zoon, aldus het kaderverhaal, bevat niet alleen belangrijk huwelijksadvies van algemene aard (bv. “degene die zich schaamt voor seks met zijn vrouw zal geen kinderen krijgen”), maar verwijst ook meerdere malen naar overspel. Bij momenten zijn de raadgevingen best geestig: “huw niet met een vrouw wier echtgenoot nog leeft, opdat je jezelf geen vijand zou maken”, “indien je je vrouw met haar minnaar aantreft, troost jezelf dan eveneens met een (nieuwe) bruid”, of “als een vrouw geen zorg draagt voor het bezit van haar echtgenoot, heeft zij een andere man in gedachten”. Waarschuwingen zoals “degene die een gehuwde vrouw liefheeft zal gedood worden op haar deurdrempel” of “degene die een gehuwde vrouw neemt op haar bed, zijn vrouw zal genomen worden op de grond” zijn veel minder grappig: zij getuigen van moord en verkrachting als vorm van eerwraak. In het algemeen is de wijze raad van Anchsjesjonqy weinig vrouwvriendelijk.

God, geld en seks

De talrijke papyri uit Ptolemaeïsch Egypte bevatten ook interessante gegevens. Een eerste belangrijke groep van teksten in dit kader zijn de tempeleden: deze eden, overigens een uitvinding van vroegere datum, werden gezworen in heiligdommen in de naam van de goden en houden doorgaans verband met rechtszaken en disputen. Zij werden neergeschreven op potscherven (ostraca), die eveneens deel uitmaken van het papyrologische werkveld. Meer dan twintig van deze eden betreffen huwelijksproblemen en verschillende van deze teksten refereren naar overspel. Zo zwoer bijvoorbeeld een zekere Taminis omstreeks het einde van de 2de eeuw v.C. in Djeme (op de oostelijke oever van Thebe): “Sinds mijn huwelijk met jou tot op vandaag heb ik jou niet bestolen, heb ik jou niet beroofd, heb ik niets in het geheim gedaan, voor meer dan 20 zilverlingen; ik heb niet met een (andere) man geslapen tijdens ons huwelijk” (O. BM 31940 = O. Tempeleide 7). Wanneer je dit corpus van teksten van naderbij bekijkt, valt het op dat het overgrote deel van deze eden met betrekking tot overspel gezworen worden door vrouwen. Opnieuw een teken van vrouwonvriendelijkheid? Ja en neen: onderzoekers hebben gewezen op een nauwe band tussen deze eden en bepalingen in het Egyptische huwelijksrecht. Een echtscheiding zonder grondige reden kon een man een bomvol geld kosten; kon hij echter aantonen dat zijn vrouw hem ontrouw was geweest of oneerlijk was geweest over de financiële huishouding, was hij veel minder geld aan zijn echtgenote verschuldigd. Het eisen van een tempeleed was een goede manier om dit te bewijzen. Mannen konden hun vrouw wel beter niet in het wilde weg van ontrouw beschuldigden: als zij uiteindelijk de eed durfden zweren en aldus hun onschuld bewezen, moest hun echtgenoot een boete betalen. “Waarom lieg je dan niet gewoon?”, vraag je je vandaag af. Het antwoord is eenvoudig: de goden in wier naam je meineed had gezworen en in wie de Egyptenaren hartstochtelijk geloofden, konden je op allerlei vreselijke manieren straffen.

De reglementen van religieuze verenigingen vormen een tweede belangrijke bron van informatie. Het reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille Dem. I 29, 223 v.C.) bestraft overspel met de echtgenote van een ander lid van de vereniging met uitsluiting uit de associatie en een boete van 2 kite zilver: op zich niet onoverkomelijk als je weet dat dit bedrag overeenstemt met zo’n 12 daglonen en dat je vier keer zwaarder werd beboet als je een ander lid van de vereniging vertelde dat hij lepra had, terwijl dat niet waar was. In de ‘associatie van de krokodil’ in Tebtynis was het wel opletten geblazen: daar betaalde je in geval van overspel 300 deben of 3000 kite (P. Prague, 137 v.C.). Het is moeilijk om de precieze waarde van deze geldsom in te schatten, vanwege de instabiliteit van het Ptolemeïsche monetaire systeem in deze periode, maar in ieder geval lijkt het om een aanzienlijk bedrag te gaan: voor 300 deben kon je in deze vereniging even goed driemaal je overste slaan of drie collega’s van lepra beschuldigen. Misschien was de krokodillenclub recentelijk opgeschrikt door een schandaaltje?

Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.)F. De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d'après les documents démotiques

Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.)

Crimes passionnels

De laatste papyrus die hier de revue zal passeren, dateert uit de late 4de eeuw n.C. BGU IV 1024 is een fragment uit een juridisch handboek, dat drie samenvattingen van moordprocessen bevat. De eerste zaak betreft een man die zijn echtgenote op heterdaad betrapte met een minnaar; laatstgenoemde kon vluchten, maar de vrouw werd door haar man neergestoken. De tweede zaak, “tegen iemand die zijn vriendin te graag ziet”, lijkt sterk op de eerste, maar in dit geval zijn de man en de overspelige vrouw niet gehuwd. De derde zaak, tot slot, gaat over de moord op een prostituee door een jaloerse Alexandrijnse senator. Deze ‘crimes passionnels’ herinneren aan de Ptolemaeïsche petities van de tweelingzussen in het Memphitische Serapeum, die al eens besproken werden op deze blog: de moeder van deze meisjes had haar minnaar gevraagd om haar echtgenoot uit de weg te ruimen. Het lot van de eerste man uit het juridische handboek is onbekend. In de tweede zaak gold de liefde als verzachtende omstandigheid en werd de moordenaar ‘slechts’ veroordeeld tot levenslange dwangarbeid in de mijnen. De Alexandrijnse senator op zijn beurt kon op minder clementie rekenen: de rechter koos partij voor de prostituee, een meelijwekkend wezen dat gedwongen werd haar lichaam te verkopen, en veroordeelde de senator, die zijn stand ten schande had gemaakt, tot de dood. Ook vandaag nog wordt liefdeswaanzin in sommige rechtssystemen ingeroepen als verzachtende omstandigheid in moordzaken. In België is dit gegeven in 1997 uit de wet geschrapt. Toch nog niet helemaal gerust? Dan moet je maar Valentijn vieren met je eigen partner!

Lees meer

Christopher Eyre, ‘Crime and Adultery in Ancient Egypt’, The Journal of Egyptian Archaeology 70 (1984), p. 92-105.

Françoise De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d’après les documents démotiques (Bibliothèque d’étude de l’Institut français d’archéologie orientale 46). Caïro, 1972.

James Keenan, ‘Roman Criminal Law in a Berlin Papyrus Codex (BGU IV 1024-1027), Archiv für Papyrusforschung 35 (1989), p. 15-23.

Sandra Lippert, S., Einführung in die altägyptische Rechtsgeschichte (2de editie), Berlin, 2012.

Lana Troy, ‘How to treat a lady: Reflections on the ‘notorious’ P. Leiden I 371’, in Rune Nyord & Kim Ryholt (edd.), Lotus and Laurel: Studies on Egyptian Language and Religion in Honour of Paul John Frandsen, Kopenhagen, 2015, p. 403-418.

Coverfoto: adaptatie van schilderij ‘Cleopatra’ door Alexandre Cabanel op Wikimedia (CC0) en de afbeelding ‘Turin Erotic Papyrus Scene’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Valentijn in Egypte: overspel in de papyri van Gert Baetens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/feed/ 0 1238