monetaire hervormingen Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/monetaire-hervormingen/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 08 Aug 2020 14:31:21 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png monetaire hervormingen Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/monetaire-hervormingen/ 32 32 136391722 Munt van de maand: Happy Days Are Here Again https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/ https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/#respond Tue, 10 Apr 2018 11:33:28 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=825

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Tussen Rome en Amerika

“Happy Days Are Here Again”, zo klonk in 1932 het campagnelied van Franklin Delano Roosevelt, die in 1933 als 32ste president van de Verenigde Staten ingezworen werd. De hoopgevende boodschap van zijn campagne bleek geen leugen te zijn: als crisismanager bij uitstek loodste Roosevelt zijn land zowel door de Grote Depressie als door de Tweede Wereldoorlog. In de ‘Presidential Historians Survey‘ van 2017 verkozen Amerikaanse historici F. D. Roosevelt zelfs tot derde “beste” president in de Amerikaanse geschiedenis.

Menig Romeins keizer heeft getracht een dergelijke populariteit te winnen, en munten vormden hier een dankbaar instrument voor. Quasi iedere Romein – van de keuterboer in Gallia Belgica tot de rijke senator in Africa Proconsularis – kreeg in zijn of haar leven immers munten in de hand. We weten niet zeker wie er in de Keizertijd bepaalde wat er op de munten kwam te staan: hield de keizer zich hier persoonlijk mee bezig of werd deze taak gedelegeerd aan de (munt)administratie? In het tweede geval kon de administratie zo niet alleen de keizer ophemelen bij de bevolking, maar ook in het aanzien van de keizer zelf stijgen door hem te flatteren met nieuwe muntontwerpen. Wellicht lieten sommige keizers zich meer in met monetaire zaken dan anderen, en ligt de waarheid ergens in het midden.

Romeinse broedertwist

De broers Constans en Constantius II waren zonen van de vermaarde Constantijn de Grote (306-337 n.C.), de eerste christelijke Romeinse keizer. Dat christelijke geloof stond geduchte familieruzies alleszins niet in de weg. In ware Game of Thrones-stijl overleefden Constans en Constantius als enigen een bloedige machtsstrijd waarin systematisch de mannelijke nakomelingen van Constantijn uitgeschakeld werden. Tussen de resterende broers heerste evenmin eendracht: Constantius was een Ariaanse ketter, Constans een orthodoxe gelovige. In de jaren ’40 van de 4de eeuw stonden de twee op het punt slaags te raken met elkaar. Oorlog kon echter nipt vermeden worden, en monetaire noden dwongen de broers hun broederlijke twisten opzij te zetten. In 348 n.C. hervormden ze het bronsgeld, dat een geheel nieuwe iconografie en slogan kreeg.

Romeinse Rijk in 348 n.C. Constans heerste over de westelijke gebieden (rood), Constantius II over het oosten (paars)

Conflict aan het oostfront

Één van de nieuwe muntbeelden – zeer bekend onder numismaten – was de zogenaamde ‘falling horseman‘ Op de onderstaande munt is te zien hoe een Romeinse soldaat een vallende ruiter neersteekt, een quasi unieke scène in de Romeinse beeldtaal. De ruiter heeft op dit exemplaar een merkwaardig hoofddeksel op, dat te herkennen valt als een ‘Phrygische muts’. De Romeinen associeerden zo’n muts automatisch met de klederdracht van de Perzen in het Oosten. Het Perzische Rijk stond in 348 n.C. onder het bewind van de dynastie der Sassaniden (224 – 651 n.C.),  die het verzwakte Parthenrijk omtoverde in een geduchte tegenstander voor de Romeinen, en hen regelmatig het leven zuur maakte. De Sassaniden stonden – net als hun Parthische voorgangers – overigens bekend om hun excellente cavalerie. Constantius, die het oostelijke deel van het Romeinse Rijk bestierde, lag regelmatig in conflict met de Sassaniden, veelal met wisselend succes. Dat hield hem – of zijn administratie – alvast niet tegen de situatie aan het oostelijk front op de munten als een groot Romeins succes voor te stellen. De munt ademt als het ware typische Romeinse zelfverzekerdheid uit. Het muntbeeld moet vooral aan Constantius gelinkt worden: Constans kreeg een aantal eigen muntbeelden die meer op zijn politieke situatie in het westen afgestemd waren.

De kwaliteit van het muntbeeld durfde nogal eens variëren. Op de linkse munt gaat het duidelijk om een paard dat valt met zijn ruiter

op de rechtse munt lijkt het paard eerder op een gemutileerde krokodil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het verbindende element bij uitstek tussen de verschillende muntbeelden van de hervorming van 348 n.C. was de sloganeske keerzijdelegende FEL TEMP REPARATIO. Wellicht moeten we dit lezen als FEL(icium) TEMP(orum) REPARATIO, wat zoveel betekent als “Het herstel van gelukkige tijden”, of zoals één numismaat het vlotter vertaalde, “Happy Days are Here Again”. Constans en Constantius waren uiteraard de architecten van dat herstel. Om het Romeinse Rijk weer “groot” te maken, was de vernietiging of onderwerping van “barbaren” een belangrijke voorwaarde. Voor de meeste Romeinen was de enige goede barbaar immers een dode of tot slaaf gemaakte barbaar. Niet toevallig was vernietiging of onderwerping van barbaren (Perzisch, Gotisch, Frankisch, of iets anders) een geliefd thema voor munttypes. In onze tijd kunnen we maar afwachten of bepaalde potentaten een gelijkaardige oorlogszuchtige koers zullen varen om hun land “groot” te maken.

Lees meer

KENT, J.C.P., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 7 (1976), 83–90.

KRAFT, K., ‘Die Taten des Kaiser Constans und Constantius II’, Jahrbuch für Numismatik und Geldgeschichte, 9 (1958), 141-186.

LEVICK, B., ‘Propaganda and the Imperial Coinage’, Antichthon, 16 (1981), 104-116.

MATTINGLY, H., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 13 (1933), 182-202.

PORTMANN, W.‚ ‘Die politische Krise zwischen den Kaisern Constantius II. und Constans’, Historia, 48 (1999), 301-329.

Presidential Historians Survey 2017 (https://www.cspan.org/presidentsurvey2017/?page=methodology). Geraadpleegd op 27/03/2018.

VANEERDEWEGH, N., ‘Fel Temp Reparatio: image, audience and meaning in the mid-4th century’, Revue Belge de Numismatique et de Sigillographie, 163 (2017), 143-166.

Coverfoto: adaptatie van foto “Yalta Conference (Churchill, Roosevelt, Stalin)” op Wikimedia (Public Domain) met ‘Falling Horseman’-munt uit Aquileia van de American Numismatic Society (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/feed/ 0 825
Monetair populisme nu en in de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/#comments Fri, 16 Mar 2018 16:00:56 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=253 Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid jammer genoeg zelden geraadpleegd. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid zelden geraadpleegd. Begrijpelijk – zou je zeggen – want de economieën uit beide tijdvakken zijn immers niet met elkaar te vergelijken. Maar langs de andere kant ook weer jammer, want parallellen zijn er wel degelijk, evenals antieke voorbeelden die geen navolging verdienen. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Kredietcrisis

Neem nu de recente kredietcrisis. Begonnen in 2007 met de stagnerende huizenprijzen in de Verenigde Staten, spreidde deze zich als een olievlek uit over de financiële markten en veroorzaakte een wereldwijde economische depressie. De meest spectaculaire elementen waren het omvallen van de Amerikaanse bank Lehman Brothers en het dreigende staatsbankroet van Griekenland. Nicolas Sarkozy en Angela Merkel dachten de crisis in de Eurozone te lijf te moeten gaan met onder andere een belasting op transacties in de financiële sector. Door aan- en verkoop van waardepapieren aan een taks te onderwerpen, zouden de banken gaan meebetalen aan de crisis die, in de ogen van de Frans-Duitse tandem, juist zij hadden veroorzaakt. Bovendien zou een dergelijke belasting de “verderfelijke” invloed van speculanten op de beurskoersen afremmen. Tot slot zouden de extra belastingopbrengsten de lidstaten met hun noodlijdende begrotingen bepaald niet ongelegen komen.

Sarkozy en Merkel op een congres in Marseille in 2011

Onder kenners was het van meet af aan duidelijk dat een beurstransactietaks nooit het beoogde effect zou kunnen sorteren. Want, indien de beurshandel zich al niet zou verplaatsten naar Amerika en/of Azië, zou de belasting toch zeker in de tarieven van de banken worden doorgerekend en aldus op de beleggers worden afgewenteld. Particulieren en pensioenfondsen zouden uiteindelijk het gelag gaan betalen en de samenleving zou worden verrijkt met de zoveelste Kriegs- und Krisensteuer die waarschijnlijk nooit meer zou worden afgeschaft. Ook was het zonneklaar dat de maatregel voorbij ging aan de oorzaken van de crisis en dat de verantwoordelijke politici een behoorlijk pak boter op hun hoofd hadden. Immers, enerzijds was het toezicht op banken en andere financiële instellingen ondanks de waarschuwingen die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw stelselmatig waren afgegeven, ernstig tekortgeschoten. Anderzijds was het de torenhoge staatsschuld in de diverse landen van met name Europa die de crisis zo’n vlucht had doen nemen. Het meest frappante aan het voorstel was echter wel de wijze waarop de protagonisten schaamteloos inspeelden op de onderbuikgevoelens in de maatschappij om zo de aandacht van hun falende geldpolitiek af te leiden. De electoraal oninteressante en toch al niet populaire banken en speculanten kregen de zwartepiet toegeschoven, terwijl het rupsje-nimmer-zat namens de overheid er weer een nieuwe inkomstenbron bij zou krijgen.

Monetaire hervormingen van Diocletianus

Argenteus met opschrift “DIOCLETIANUS AUG(USTUS)”. Op de keerzijde vier tetrarchen
in offerscène met opschrift “VIRTUS MILITUM” (soldatendeugd)

Niet zozeer de oorzaken van de crisis, maar wel de zinloosheid van het bestrijdingsmiddel alsmede het populisme waarmee dit aan het grote publiek werd gepresenteerd doet denken aan de monetaire crisis die het Romeinse Rijk aan het begin van de 4de eeuw van onze jaartelling teisterde. Voorafgaand aan de crisis was met de troonsbestijging van Gaius Aurelius Valerius Diocletianus in 284 n.C. net weer een periode van relatieve rust en voorspoed aangebroken. Deze visionaire staatsman bracht eenheid en stabiliteit terug in het rijk. Voorbij leek het “tijdperk van ijzer en roest” (235-284 n.C.), dat gekenmerkt werd door interne strubbelingen, externe dreiging en een economische en culturele neergang. Hij was de stichter van de tetrarchie (Grieks: tettares, vier en archein, heersen), de regeringsvorm waarin twee seniorkeizers (augusti) telkens twee juniorkeizers (caesares) kozen om zich door hen na twintig jaar te laten vervangen. Diocletianus, ook bekend vanwege zijn christenvervolgingen, voerde een nieuwe administratieve indeling in en reorganiseerde het leger. Ook op het fiscale en economische vlak bracht hij ingrijpende hervormingen tot stand. Op het monetaire vlak was hij, zoals zal blijken, minder getalenteerd.

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Veruit de belangrijkste munt doorheen de Grieks-Romeinse oudheid was de zilvermunt. Steeds hield haar waarde verband met de hoeveelheid edelmetaal die zij bevatte. Gedurende de keizertijd nam het zilvergehalte gestaag af, van rond 97% ten tijde van de eerste keizers tot zo’n 3% tegen het jaar 272 n.C. (zie grafiek hiernaast). De collectieve lasten, voornamelijk soldij (stipendium) en andere militaire uitgaven, namen exponentieel toe, niet alleen door de talloze campagnes en burgeroorlogen, maar ook omdat de soldaten alsmaar meer en hogere beloningen verlangden (zie tabel hieronder). Romes (potentiële) vijanden moesten steeds vaker middels immense sommen goud en zilver tot bedaren worden gebracht. Daarbovenop kwamen gelduitdelingen aan het volk (congiaria), peperdure spelen (circenses) en dito bouwprogramma’s die sommige keizers zich meenden te kunnen permitteren.

[Stipendium van Romeinse soldaten]

Periode Sestertiën Denariën
Tot 89 900 225
89 – 202 1200 300
202 – 212 1600 400
Vanaf 212 2400 600

 

Eén van de 4 overblijvende fragmenten van Diocletianus’ prijzenedict, bewaard in een kerk in het Griekse Geraki

 

In 294 n.C. voerden Diocletianus en de zijnen onder meer een munt met 92% zilver in. Zij probeerden zo het vertrouwen in het monetaire systeem te herstellen. Deze argenteus was op den duur echter niet houdbaar en in september 301 n.C. verdubbelden de tetrarchen de nominale waarde ervan zonder gewicht of gehalte te wijzigen. Gevolg was een inflatie die alle vorige in de schaduw stelde. Drie maanden later zag een edict (edictum de pretiis rerum venalium) het licht waarin voor een hele reeks aan goederen en diensten maximumprijzen werden vastgesteld. Naast het feit dat op (het aanzetten tot) overtredingen en hamsteren de doodstraf stond, is het interessantste aspect van dit prijzenedict de considerans (praefatio). Daarin kregen de handelaren de schuld van de economische misère. Deze “ongecontroleerde waanzinnigen” en “gewetenlozen” hadden enkel hun “grenzeloze en uitzinnige hebzucht” voor ogen en organiseerden een “stormloop op winst en profijt zonder mededogen voor de mensheid”. Het edict had niet het gewenste effect, omdat genoemde goederen en diensten simpelweg van de officiële markten verdwenen. Wellicht al in 305 n.C., het jaar van Diocletianus’ abdicatie, raakte het in onbruik.

fragment van het in steen gekapte prijsedict (gegoten kopie uit het Berlijnse Pergamonmuseum)

Naar een beurstransactietaks?

Zou de moderne kredietcrisis anders zijn aangepakt als de monetaire crisis uit het begin van de 4de eeuw n.C van tevoren zou zijn bestudeerd? Of is dat laatste juist wel gebeurd en heeft de handelwijze van Diocletianus en de zijnen, in casu het bestrijden van een crisis met onzinnige maatregelen en daarmee ook nog goed weg komen, als bron van inspiratie gefungeerd? We zullen het nooit weten. Gelukkig is een beurstransactietaks niet in heel Europa ingevoerd. Slechts enkele landen, waaronder Frankrijk, hebben voor een dergelijke belasting gekozen. Voor Duitsland zal de positie van Frankfurt als belangrijk internationaal financieel centrum een reden zijn geweest om zulks niet te doen.

Overigens is een beurstransactietaks op zichzelf de moeite van het overwegen waard. Het is immers niet in te zien waarom financiële transacties verschoond zouden moeten blijven nu niet-financiële worden getroffen met omzetbelasting, accijnzen en andere bijzondere verbruiksbelastingen. Ook het feit dat de handel in financiële producten de reële handel met een veelvoud overtreft, pleit voor een dergelijke belasting. Haar invoering zou echter het resultaat van een principiële heroverweging van het fiscale stelsel moeten zijn in plaats van een paniekreactie op een crisis. Daarnaast dient er een oplossing te komen voor het “buitenlandlek” (de beurzen in Amerika en/of Azië) en moeten andere belastingen overeenkomstig worden verlaagd. Laat ons niet vergeten dat overtaxation een serieus gevaar is voor elke samenleving. Wellicht zou je zelfs kunnen stellen dat deze factor mede een rol heeft gespeeld bij de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de 5de eeuw n.C. Voorwaar, zeker geen voorbeeld dat navolging verdient …

Coverfoto: remix van een foto door Sebastian Zwez op Wikimedia (CC-BY 3.0 DE) en de foto ‘Diocletian bust’ van Giovanni Dall’Orto op Wikimedia (licensed with Attribution)

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/feed/ 1 253