Campania Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/campania/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 27 Mar 2021 15:52:07 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Campania Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/campania/ 32 32 136391722 Oskisch: What’s in a name? https://www.oudegeschiedenis.be/31/05/2018/oskisch-whats-in-a-name/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/05/2018/oskisch-whats-in-a-name/#respond Thu, 31 May 2018 17:17:19 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=890 Oskisch

Al eens gehoord over het Oskisch? Deze Italische taal werd genoemd naar de Osken (Osci), een volk dat in het zuiden van Italië leefde omstreeks de 5de eeuw v.C. Hoewel de taal sterk verwant is met het Latijn, verdween ze, onder druk van datzelfde Latijn, waarschijnlijk op het einde van de 1ste eeuw n.C. Gelukkig zijn er naast een aantal inscripties -bijvoorbeeld in Pompeii- ook nog heel wat taalkundige overblijfselen van het Oskisch te vinden. Zo ook bijvoorbeeld in de Romeinse naamgeving, die we in dit artikel willen bekijken vanuit een Oskisch standpunt.

Het bericht Oskisch: What’s in a name? van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Al eens gehoord over het Oskisch? Deze Italische taal werd genoemd naar de Osken (Osci), een volk dat in het zuiden van Italië leefde omstreeks de 5de eeuw v.C. Hoewel de taal sterk verwant is met het Latijn, verdween ze, onder druk van datzelfde Latijn, waarschijnlijk op het einde van de 1ste eeuw n.C. Gelukkig zijn er naast een aantal inscripties – bijvoorbeeld in Pompeï – ook nog heel wat taalkundige overblijfselen van het Oskisch te vinden. Zo ook bijvoorbeeld in de Romeinse naamgeving, die we in dit artikel willen bekijken vanuit een Oskisch standpunt.

Oorsprong

Oskisch is een Indo-Europese taal die als Italische taal (samen met het Umbrisch) tot de Sabellische taalfamilie behoort. De taal werd meestal van rechts naar links geschreven en kon naast in een inheems Oskisch-Umbrisch alfabet (gebaseerd op het Etruskisch), zowel in het Griekse als het Latijnse alfabet worden weergegeven. Geografisch gezien was Osci –ook bekend onder de naam Opici of Opikoi in het Grieks- een verzamelnaam voor enkele volkeren die in het 1ste  millennium v.C. in de zuidelijke Italiaanse provincie Campania leefden. Het Oskisch als taal werd vanaf de 5de eeuw v.C. voornamelijk gesproken door de Samnieten en de Osken, die zuidelijker leefden in steden zoals Capua, Cumae en Napels. Na de Samnitische Oorlogen (343-290 v.C.) werden deze volkeren door de Romeinen onderworpen en raakte het Oskisch steeds meer in verdrukking door het Latijn. Desalniettemin verliep deze overgang zeker op het platteland veel trager dan in de steden en werd het Oskisch ook op verschillende wijzen geassimileerd met het Latijn. Sporen daarvan treffen we nog steeds aan in literatuur (bijvoorbeeld bij Varro, Cicero en Ennius), in opschriften en bij plaats- en persoonsnamen.

Inscripties

Wanneer we het volledige corpus van Oskische inscripties willen bestuderen, dienen we op dit moment iets meer dan 1000 bekende attestaties van teksten te bekijken. De database Trismegistos, die informatie over alle teksten uit de Oudheid tussen ruwweg 800 v.C. en 800 n.C. verzamelt, kent op het moment van schrijven 1169 verschillende attestaties van teksten in het Oskisch (opgelet: dit is een een vertekend aantal, waarbij een heel aantal Oskische teksten waarvan het schrift ongespecificeerd als Italisch staat aangeduid in de database, nog moeten worden bijgerekend of een aantal verkeerdelijk als Oskisch aangeduide teksten mogelijk om een andere Sabellische taal gaat). Hierbij dienen we eveneens op te merken dat een groot deel van deze teksten als opschrift op het zogenaamde instrumentum domesticum (huishoudelijke producten zoals tegels of vazen) werden aangebracht. Dit gaat dan in de meeste gevallen om eenzelfde markering die de pottenbakker die de producten fabriceerde markeerde. Daarnaast zijn er ook een heel deel seriële munten die hetzelfde opschrift delen, die deze cijfers vertekenen. Naar unieke opschriften zullen een 500-tal Oskische teksten dichter bij de waarheid liggen.

 

 

 

 

 

Van deze teksten zijn de meeste afkomstig uit de regio Latium et Campania, voornamelijk dankzij de overblijfselen uit Pompeii  –for obvious reasons– en meer dan 70% is gemaakt van aardewerk. Chronologisch zijn deze teksten moeilijker te rangschikken, want niet alle teksten zijn absoluut gedateerd en deze zorgen dus voor afwijkingen in de grafiek. Toch kunnen we stellen dat de vroegste teksten dateren uit de 5de eeuw v.C. en de laatst gekende uit de 1ste eeuw n.C.

Naamgeving

Het bekende Romeinse naamgevingssysteem van de tria nomina gaat terug op een Etruskisch gebruik. Zij maakten gebruik van familienamen die overgeërfd werden door hun nakomelingen, in tegenstelling tot andere mediterraanse culturen waarbij het binomiale systeem bestond uit een voornaam en een patroniem (de aanduiding van de vadersnaam). Hoewel ook de Romeinen vaak gebruik maakten van zo’n filiatie -denk maar aan de aanduiding f(ilius), zoon van, op bijvoorbeeld grafinscripties- werd hun praenomen of voornaam gevolgd door een erfelijk nomen gentilicium, een familienaam die verwees naar de gens waartoe de persoon in kwestie behoorde. Een latere ontwikkeling was de toevoeging van de bijnamen, vaak als enkele bijnaam of cognomen, maar soms ook als tweede bijnaam of agnomen -bijvoorbeeld wegens een bijzondere verdienste, denk maar aan de befaamde Publius Cornelius Scipio die het agnomen Africanus kreeg na Hannibal te verslaan bij de veldslag van Zama in 202 v.C.- waardoor een Romeinse naam ook uit vier componenten kon bestaan.

Het Oskische naamgevingssysteem maakte eveneens gebruik van deze Italische variant van erfelijke familienamen. Vaak treffen we een praenomen aan, gevolgd door een gentilicium. In bepaalde gevallen worden deze dan ook nog eens gevolgd door een patroniem (of dit kan wegens een gemis aan een filiatie-aanduiding ook de voormalige eigenaar aanduiden bij een slavennaam) of door een bijnaam (die zeldzaam zijn en dan nog voornamelijk in het latere Noord-Oskische corpus met Latijns alfabet voorkomen). Hoe de naam voorkomt en met hoeveel naamcomponenten hangt daarnaast ook sterk af van het genre van inscriptie (publiek of privaat), persoonlijke voorkeur of het al dan niet volledige karakter van de overgeleverde inscriptie.

Voor Oskische namen hebben we te maken met een dominantie van mannelijke namen. Vrouwelijke namen zijn zeldzaam, waarschijnlijk door het geringe aantal overgeleverde Oskische grafinscripties, het epigrafische genre bij uitstek waarbij vaak ook vrouwelijke namen te vinden zijn. Oskische voornamen en gentilicia eindigen vaak op -is of -iis, een vorm die in het Latijns vaak –ius wordt. Natuurlijk vinden we verschillen tussen het Noord- en Centraal-Oskisch en het Zuid-Oskisch. Het eerste is geschreven in een inheems Oskisch alfabet (sinistrograad of van rechts naar links) of in het Latijns alfabet (dextrograad of van links naar rechts), dat na de Samnitische Oorlogen voornamelijk in de regio’s Campania en Samnium voorkomt. Het Zuid-Oskische corpus werd geschreven in het Griekse alfabet (eveneens dextrograad) en is voornamelijk afkomstig uit de zuidelijkere regio’s Lucania, Bruttium en Messina.

De verdeling van deze namen met de verschillende naamcomponenten ziet eruit als volgt:

[Tabel gebaseerd op K. McDonald (2012)]

elementen Noord- en Centraal-Oskisch: 637 namen Zuid-Oskisch: 133 namen
4 17 1
3 200 20
2 258 60
 1 162 52

Zoals eerder al aangehaald komen cognomina voornamelijk voor bij Oskische namen geschreven in het Latijnse alfabet. De grote groep van namen die uit één naamcomponent bestaan zijn dan weer genregebonden: in defixiones of vervloekingstabletten -die trouwens ook procentueel gezien de meerderheid van de Oskische namen overgeleverd hebben- komen deze massaal voor.

Oskische namen

Een complete lijst van Oskische praenomina en gentilicia opsommen zou ons hier te ver leiden en het is bovendien ook niet altijd duidelijk in welke mate een naam die in het Latijn of Oskisch voorkomt uit die taal afkomstig is (of eventueel teruggaat op een proto-Italische stam). Wederzijdse beïnvloeding zorgde er daarnaast voor dat Latijnse namen opduiken in het Oskisch en Oskische namen ook in andere talen werden opgenomen. Een exotisch voorbeeld hiervan is een funeraire inscriptie (TM 47467) die nabij de Egyptische stad Alexandria werd gevonden en gedateerd wordt tussen 199 en 30 v.C.

Μαραῖος Βακείου | Μαμερτῖνος.

“Maraeus, zoon van Baceius, een Mamertinus”

Hoewel deze persoon duidelijk het Griekse naamgevingssysteem volgt (een naam plus een patroniem of vadersnaam), duidt het toegevoegde ethnikon of plaats van origine op een Oskische afkomst. De Mamertijnen waren een volk van huurlingen die gebaseerd waren in Campania en wier naam verwees naar de Oskische oorlogsgod Mamers (het equivalent van de Romeinse god Mars). Maraeus is een geattesteerde Oskische voornaam die slechts in enkele gevallen als Maraios in het Grieks voorkomt en waarvan de Oskische stam Marahii(s) of Marahis is. Het digitale Lexicon of Greek Personal Names (LGPN) kent slechts 9 andere gevallen waarin deze naam in het Grieks voorkomt, maar toch raakte deze Oskische voornaam via het Grieks verspreid tot in Egypte.

Andere Oskische namen die voornamelijk ook voorkomen op dedicatieopschriften worden nadien hergebruikt in het Latijn. Zo komt de Oskische naam Viíbis ook ter sprake bij Livius in zijn Ab Urbe Condita (XXVII,15) waarin hij de Campanische ambassadeur Vibius Virius (het gentilicium is overgenomen van het Oskische Víríiis) vermeldt. De naam Statiís, een van oorsprong Oskische voornaam waarvan we als dragers onder meer enkele Samnitische notabelen kennen, werd bij de Romeinen later als slavennaam Statius gebruikt, mogelijk wegens de lage komaf van inwoners die met die naam vanuit het Oskische platteland naar Rome kwamen. Een moeilijk geval nog vormt de naam Nium(p)sis: sommige onderzoekers zien hierin het equivalent van de Griekse naam Numfios of Numpsios, maar het is eerder waarschijnlijk dat de naam teruggaat op het Latijnse Numerius of een Etruskische voorganger hiervan.

Ook in de numismatiek zien we een heleboel voorbeelden van Oskische namen, sommigen ook in het Oskische alfabet. Zo lezen we op de achterzijde van een zilveren denarius geslagen ten tijde van de Bondgenotenoorlog de naam van Gaius Papius Mutilus in het Oskisch (van rechts naar links) vermeld als C. PAAPI. C. (en op de voorzijde MUTIL). Deze Samnitische generaal van nobele afkomst vocht met de zuidelijke rebellen tegen het Romeinse leger en behaalde roemrijke successen in verschillende veldslagen. Om deze te herdenken liet de Marsische Confederatie munten slaan met zijn naam erop.

Griekse invloed?

Tot slot kunnen we ons nog afvragen of de beïnvloeding van andere talen ook het Oskische naamgevingssysteem zelf veranderde. Sommige onderzoekers probeerden dit aan te tonen aan de hand van het Zuid-Oskische corpus met Griekse alfabet. Volgens hen zou de invloed van de hellenisering in de zuidelijke Italische regio’s ook de Oskische naamgeving hebben beïnvloed. Toch lijken hun argumenten hiervoor (het voorkomen van volledig gehelleniseerde Oskische namen, de volgorde waarin de naamcomponenten voorkomen en het voorkomen van namen bestaande uit slechts één naamcomponent) makkelijk kunnen worden weerlegd. Zo kunnen die laatste namen met één naamcomponent door de epigrafische praktijk bijvoorbeeld vaker voorkomen in bepaalde genres, berust de omgekeerde volgorde met een patroniem tussen praenomen en gentilicium vaak op een verkeerde lezing of interpretatie en zijn er amper voorbeelden van volledig gehelleniseerde Oskische namen. Natuurlijk moeten we ons bewust zijn van de caveats bij het Oskische tekstcorpus, zoals daar zijn: het beperkt aantal inscripties, de ongelijke verdeling tussen bepaalde regio’s en de slechte bewaring of overlevering van sommige opschriften. Toch kunnen we vermoeden dat de Oskische naamgeving, hoewel sterk beïnvloed door het Latijn en het Grieks na periodes van oorlog en invasies, zijn Italische eigenheid heeft kunnen behouden. Ondanks de assimilatie van Griekse en Latijnse namen (en het opnemen van Oskische namen in andere talen) bleef het Oskische naamgevingssysteem met de erfelijke gentilicia bewaard tot de periode waarin de taal verdween.

Meer lezen?

N. Zair (2016), Oscan in the Greek Alphabet, Cambridge University Press.

K. McDonald (2015), Oscan in Southern Italy and Sicily: Evaluating Language Contact in a Fragmentary Corpus, Cambridge University Press.

K. McDonald (2012) “Do Personal Names in South Oscan show influence from Greek?” in T. Meißner (ed.), Personal Names in the Western Roman World, Studies in Classical and Comparative Onomastics 1, Berlijn, pp. 41-58.

Coverfoto: © The Trustees of the British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

Het bericht Oskisch: What’s in a name? van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/05/2018/oskisch-whats-in-a-name/feed/ 0 890
Pompeï, waar de liefde zoet is, maar de lust regeert https://www.oudegeschiedenis.be/14/12/2017/pompei-liefde-zoet-is-lust-regeert/ https://www.oudegeschiedenis.be/14/12/2017/pompei-liefde-zoet-is-lust-regeert/#respond Thu, 14 Dec 2017 14:26:23 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=375

De herontdekking van Pompeï, de provinciestad die in 79 n.C. bedolven werd door de uitbarsting van de Vesuvius, en de spectaculaire vondsten maakten in heel Europa een groot enthousiasme voor de Oudheid los. Onze antieke reisgids neemt je mee naar het dagelijks leven in deze vaste stopplaats op de 'Grand Tour'.

Het bericht Pompeï, waar de liefde zoet is, maar de lust regeert van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Het Italië van de late Republiek en de vroege Keizertijd roept vaak het beeld op van verheven redenaars die plechtig staan te declameren in met onberispelijk wit marmer versierde steden. Wie over het Forum Romanum wandelt, of Cicero ter hand neemt, krijgt inderdaad deze indruk. Ook de keurige achttiende- en negentiende-eeuwse historici geloofden erg in dit geïdealiseerde beeld van de Romeinse beschaving. De herontdekking van Pompeï, de provinciestad die in 79 n.C. bedolven werd door de uitbarsting van de Vesuvius, maakte abrupt een einde aan deze illusies. De spectaculaire vondsten maakten in heel Europa een groot enthousiasme voor de Oudheid los, en Pompeï werd een vaste stopplaats op de ‘Grand Tour’ (die goede oude tijd toen twintigers hun opleiding op reis genoten en niet in de aula), maar niet alle ontdekkingen werden op evenveel gejuich onthaald.

Straat met opstapstenen in Pompeï

De goed bewaarde huizen, winkels, tavernes en tempels bleken namelijk onder de graffiti te zitten, achtergelaten door gewone Romeinen. Deze boodschappen, geschilderd op of gekerfd in binnen- en buitenmuren, spreken rechtstreeks tot de moderne mens. Alleen blijken ze allesbehalve verheven. Naast advertenties, aankondigingen en graffiti van het type “Marcus was hier”, wemelt het in Pompeï namelijk van de beledigingen, scatologische leuzen en expliciete seksuele afbeeldingen. Sommige van deze graffiti en fresco’s bleken zo aanstootgevend dat ze opnieuw overpleisterd werden en pas recent weer aan het licht kwamen.

Graffiti in het Teatro Piccolo

Vandaag kunnen we de schat aan informatie over de dagelijkse leefwereld van de modale Romein beter naar waarde schatten. Ook het brede publiek geraakt meer en meer vertrouwd met hoe het er in het dagelijkse Romeinse leven aan toe ging, dankzij tv-series als Rome die er niet voor terugdeinzen om het oude Rome in al haar ruwheid ten toon te spreiden. Hieronder volgt een greep uit het fascinerende materiaal dat Pompeï rijk is. In totaal werden er meer dan 10 000 teksten teruggevonden. Al in de Oudheid schreef iemand:

“Het verbaast me, muur, dat je nog niet ingestort bent; jij, die zoveel geleuter van schrijvers moet dragen.”

Verkiezingen: politieke slogans en fake news

Hoewel het Romeinse rijk zeker geen democratie in de moderne zin was, vonden er in de steden jaarlijks lokale verkiezingen plaats. En bij verkiezingen horen campagnes, dat was in de Oudheid niet anders. In Pompeï nam dit de vorm aan van publieke aanbevelingen door derden, omdat het kandidaten verboden was actief campagne te voeren. In grote rode of zwarte letters schreven professionals namens inwoners van de stad dat ze deze of gene kandidaat steunden voor een bepaalde functie, bijvoorbeeld “omdat hij een goede man is” of “omdat hij het ambt waard is”. Deze mensen waren vaak familieleden, buren of cliënten van de kandidaat; maar ook invloedrijke beroepsgroepen of cultusgemeenschappen, zoals de Isis-vereerders, maakten hun voorkeur wereldkundig. De ’toeschouwers bij de spelen’ steunden dan weer een zekere Priscus, die allicht in het verleden spelen liet organiseren of waarvan men hoopte dat hij het zou doen.

Verkiezingspropaganda op de muren van Pompeï

Hoewel kandidaten zelf geen actieve campagne mochten voeren, zien we in sommige gevallen ook verkiezingsbeloftes, overgebracht door hun aanhangers: zo zal Gaius Julius Polybius “goed brood brengen” en Brutius Balbus “de publieke kas redden”. Het campagneteam van Polybius bleek trouwens bijzonder actief: er zijn niet minder dan 58 programmata in zijn naam teruggevonden. Of de kandidaten zich uiteindelijk aan hun beloftes hielden, zullen we nooit weten. Maar niets menselijks was de Pompeianen vreemd, dus vermoedelijk ook niet het breken van verkiezingsbeloftes. De inwoners van de stad hadden trouwens hun eigen idee over wat er met de stadsinkomsten moest gebeuren: “Ik vind dat de gemeentekas verdeeld moet worden, want onze kas heeft groot geld”.

Ook het verspreiden van ‘fake news’, bijzonder actueel, was een gangbare praktijk in de Pompeiaanse verkiezingsstrijd. Dit is althans een mogelijke interpretatie van de verkiezingsaanbevelingen door sociaal minder wenselijke groepen. Wat te denken van de steun van “degenen die tot laat in de nacht doordrinken”, “de dieven” of “de voortvluchtige slaven”? Waarschijnlijk werden deze boodschappen achtergelaten door tegenkandidaten of hun aanhangers. Op de man spelen blijkt dus een universele politieke strategie.

De zoete, maar vooral vleselijke liefde

Fresco uit het huis van Venus & Mars

Nog zo’n universele bekommernis is de liefde. Tweeduizend jaar later kunnen we ons nog perfect herkennen in de gevoelens, verlangens en frustraties van de Pompeianen. De bekendste graffiti uit Pompeï zijn dan ook degene die de liefdesperikelen van haar inwoners verhalen. Sommige van die boodschappen zijn heel eenvoudig, zoals “Rufus houdt van Cornelia Helena” of “Daphnicus was hier met zijn Felicula“. Anderen kalkten heuse poëzie neer, inclusief metrum: “Leve al wie liefheeft! Weg met hem, die het liefhebben niet kent! En wie het liefhebben verbiedt, dubbel weg ermee!” Bijzonder mooi is het relaas van een meisje dat ongeduldig is om haar geliefde te zien. Wie zei er dat Romeinen niet romantisch konden zijn?

“Als jij het vuur van de liefde voelde branden, ezeldrijver, dan zou je je wel harder haasten om Venus te zien. Ik ben verliefd op een charmante jongen. Komaan, spoor de ezels aan, ik smeek je. Je hebt al gedronken, komaan! Grijp de teugels en sla erop. Breng me naar Pompeï, waar de liefde zoet is.”

Pompeï’s muren waren ook getuige van onbeantwoorde liefde: “Wrede Lalagus, die mij niet liefheeft” of “Marcellus houdt van Praenestina, maar het kan haar niets schelen.” Poëtischer uitgedrukt wordt dat “Geliefden zijn als bijen: ze leiden een honingzoet leven. Ik zou het willen!” Een bijzonder teleurgestelde geliefde verklaart “de ribben van Venus te willen breken”, want “als zij mijn tere borst kan doorboren, waarom kan ik dan niet haar hoofd inslaan met een knuppel”.

Fresco met een erotische scène

De liefde kon in Pompeï dan wel zoet zijn, de uitdrukking ervan gebeurde toch vooral in vleselijke termen. Wie in Napels reeds het ‘gabinetto segreto’ bezocht, weet dat de Pompeianen wel van wanten wisten. Literaire meesterwerken als “Amplicatus, Icarus naait je in de kont” (2375) of “Methe zuigt” (4434) zouden niet misstaan op een 21ste-eeuwse wc-deur. Ook de boodschap “Spes, mooi van karakter, 8 as” laat weinig aan de verbeelding over. Overigens kon men in de eerste eeuw voor 8 as nauwelijks meer dan enkele broden kopen, dus ook anderen als “goedkoop” bestempelen is van alle tijden. We vernemen ook dat Iucundus “slecht wipt” en dat Euplia “het deed met tweeduizend mooie mannen”. De gladiator Celadus is niet alleen trots op zijn overwinningen in de arena: hij benadrukt in vijf verschillende graffiti hoezeer “de meisjes om hem zuchten” en dat hij de “meester van de meisjes” is.

Een deel van deze teksten werd in de buurt van het bordeel aangetroffen, maar eigenlijk is de hele stad bedekt met dit soort obsceniteiten. Denk daar maar eens aan bij uw volgende bezoek aan Romeinse ruïnes! Reactie tegen al deze schunnigheid bleef ook in de Oudheid niet uit. Iemand liet de toepasselijke boodschap “Sodom Gomora” achter. In het zogenaamde huis van de moralist lezen we dan weer: “Houd je wellustige expressies en je verleidelijke oogjes weg van andermans vrouw; laat de gepaste zedigheid op je gelaat te vinden zijn!”

Voor sfeer en gezelligheid, een vijf

De Romeinen in Pompeï hadden geen TripAdvisor of Yelp, maar dat weerhield hen er niet van hun mening achter te laten, op een zeer directe manier. Zo liet de schatbewaarder van keizer Nero de boodschap “Vergif!” achter, waarschijnlijk verwijzend naar het geserveerde eten. Ook de Pompeiaanse drank moest het ontgelden: “Reiziger, in Pompeï eet je brood, maar drinken doe je in Nuceria!” Nuceria was een ander stadje in Campania, dat een levendige rivaliteit met Pompeï uitvocht. Zo’n twintig jaar voor de Vesuvius de regio onder de as bedolf, vond er een serieus incident plaats in het amfitheater van Pompeï. Tacitus vertelt ons dat het over en weer scanderen van beledigende leuzen (“typisch voor zulke wanordelijke provinciesteden”) danig uit de hand liep: al snel begon men met stenen te gooien en uiteindelijk werden er zelfs zwaarden getrokken, met vele gewonden en zelfs doden tot gevolg. Ook hooliganisme is dus van alle tijden.

Thermopolium van Asellina, een restaurant waar kant-en-klare maaltijden konden worden gekocht

Ook niet-Nucerianen klaagden wel eens over de kwaliteit van de drank. Zo kraste een bezoeker van een herberg: “Hopelijk komen je leugens je duur te staan, waard. Je verkoopt water en drinkt zelf onversneden wijn!” Andere Pompeiaanse aanbevelingen vinden we vandaag minder snel op TripAdvisor terug, bijvoorbeeld “Vraag in Nuceria bij de Romeinse Poort in het district van Venus (de prostitutiebuurt) naar Novellia Primigenia.” Een bordeelbezoeker treedt hem bij: “Phoebus, parfumhandelaar, heeft hier uitstekend geneukt.” ‘Excusez le mot‘, maar Romeinen waren nu eenmaal niet zo fijnzinnig, noch politiek correct.

Reisadvies voor Pompeï

Hopelijk laat deze kennismaking met de modale Romeinen u, lezer, niet al te gedesillusioneerd achter. Ze blijken in grote mate dezelfde bezorgdheden gedeeld te hebben als wij: de liefde, verkiezingen, een dak boven het hoofd, voedsel en drank. Ze drukten deze wel in iets explicietere termen uit dan we vandaag gewoon zijn. Maar misschien moeten we niet al te streng zijn. Tenslotte, welk beeld zou een toekomstige archeologe of historicus zich vormen van onze maatschappij, louter gebaseerd op graffiti en andere snelle krabbels?

De graffiti uit Pompeï, nu eens humoristisch, soms ontroerend, maar steevast interessant, vormen een ware goudmijn voor historici en linguïsten. Maar ze laten ons ook op onze honger zitten. We vangen slechts een kleine glimp op van het leven van deze mensen. Leefden Rufus en Cornelia nog lang en gelukkig? Vond die arme Marcellus uiteindelijk de liefde? En kreeg de eigenaar van de verdwenen bronzen pot, waar hij een beloning voor uitloofde, zijn bezit ooit terug? We zullen het nooit weten, maar laat dat ons er niet van weerhouden te genieten van deze momentopnames uit het Romeinse leven.

Wie niet genoeg kan krijgen van de graffiti uit Pompeï, kan zeker zijn gading vinden bij Vincent Hunink, ‘Bedolven door de Vesuvius: Pompeï in 1000 graffiti’ of op de website van Pompeiana.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Ruins of Pompeii with the Vesuvius’ van ElfQrin op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Pompeï, waar de liefde zoet is, maar de lust regeert van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/14/12/2017/pompei-liefde-zoet-is-lust-regeert/feed/ 0 375