Thoth Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/thoth/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 12 Jan 2022 17:58:23 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Thoth Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/thoth/ 32 32 136391722 Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/ https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/#respond Wed, 29 Dec 2021 16:42:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2145

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte, van de piramideteksten bij farao Oenas tot sarcofaagteksten in het Middenrijk en papyrusteksten zoals het Dodenboek in het Nieuwe Rijk. Ook in de Grieks-Romeinse periode waren er nog zulke funeraire teksten in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de 'Documenten van het Ademen'.

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte. Deze teksten, die ervoor moesten zorgen dat je na de dood kon verder leven in het hiernamaals, werden eerst geschreven op de binnenkant van de piramides uit het Oude Rijk. Vervolgens kregen ze een nieuwe drager, want vanaf het Middenrijk kwamen ze voor op sarcofagen en vanaf het Nieuwe Rijk op papyri, als het zogenaamde Dodenboek. Voor de meeste onderzoekers stopt deze lange geschiedenis van de funeraire teksten met het Dodenboek, maar ook in de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) waren de teksten nog in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de ‘Documenten van het Ademen’.

De evolutie in een paar woorden

Het startpunt ligt bij farao Oenas (ca. 2367-2347 v.C.) in de 5de dynastie. Zijn piramide in Saqqara bevat het oudste corpus van funeraire en religieuze teksten en de wanden van zijn grafkamer staan vol met hiëroglyfische teksten, de zogenaamde piramideteksten. Het zijn spreuken die Oenas moesten helpen om goed in het hiernamaals te kunnen leven. Aangezien de teksten vol typische “kopieerfouten” staan, wordt er doorgaans van uitgegaan dat het om reeds bestaande teksten gaat, die op de wanden van de piramide gekopieerd werden. De belangrijkste functie van de teksten was om de niet-materiële elementen van de mens samen te brengen. Naast het fysieke lichaam, bevatte de mens volgens de Egyptenaren een ba (de individuele levenskracht) en een ka (de persoonlijkheid of de ziel). De ka maakte het verschil tussen een levend en een dood lichaam, terwijl de ba iemand tot een individu maakte. Wanneer iemand stierf werden de ba en de ka van het lichaam gescheiden. Als deze persoon wilde verder leven in het hiernamaals moesten zijn ba en ka herenigd worden tot een akh. De piramideteksten hadden tot doel deze vereniging te vereenvoudigen. Dankzij de teksten in zijn grafkamer kon Oenas dus een akh worden. De piramideteksten komen voor in 10 koninklijke graven uit het Oude Rijk. Naast de piramide van Oenas bevatten ook de volgende piramides deze funeraire teksten: Teti, Pepi I, Ankhesenpepi II (een vrouw van Pepi I), Merenre, Pepi II, Neith (een vrouw van Pepi II), Iput II (een vrouw van Pepi II), Wedjebetni (een vrouw van Pepi II) uit de 6de dynastie (ca. 2347-2216 v.C.) en Ibi uit de 8ste dynastie (ca. 2216-2134 v.C.).

De binnenkant van de piramida van farao Oenas

Vanaf het Middenrijk (ca. 2040-1783 v.C.) werden de teksten niet meer op piramides geschreven maar kwamen ze voor op sarcofagen. Ook de naam van de funeraire literatuur veranderde naar sarcofaagteksten. Deze evolutie begon al op het einde van het Oude Rijk en in de Eerste Tussentijd (ca. 2216-2040 v.C.) maar kende zijn hoogtepunt in het Middenrijk. Aangezien de teksten nu op lijkkisten geschreven werden, bevonden ze zich al dichter bij het lichaam. Hierdoor ging de vereniging van de ba en de ka in een akh nog vlotter. De sarcofaagspreuken zijn afgeleid en gekopieerd van de piramideteksten, maar er ontstonden ook nieuwe composities. Het belangrijkste verschil met de piramideteksten is dat de sarcofaagteksten ook voor privépersonen konden gebruikt worden, terwijl de piramideteksten alleen voor koningen waren.

Voorbeeld van een sarcofaagtekst op de doodskist van Khnumnakht uit het Middenrijk

De derde fase van de evolutie voltrok zich in het Nieuwe Rijk (ca. 1550-1070 v.C.), wanneer de funeraire literatuur op papyrusrollen werd geschreven. De naam voor de literatuur in het Nieuwe Rijk is het Dodenboek. Ook hier werden de spreuken afgeleid van piramide- en sarcofaagteksten, maar daarnaast werden er nieuwe composities geschreven. De term ‘Dodenboek’ is eigenlijk heel misleidend, want de Dodenboekteksten konden ook in graven voorkomen. Zo zijn de meeste graven in de Vallei der Koningen gedecoreerd met Dodenboekteksten om de farao te helpen in het hiernamaals te geraken. Het gaat ook niet om een standaardversie die gekopieerd werd. Het is een corpus van spreuken die in verschillende combinaties konden voorkomen, waarbij soms vignetten werden toegevoegd die bij een bepaalde spreuk hoorden. Het Dodenboek bleef in omloop tot in de Grieks-Romeinse periode en betreft bijgevolg het genre van funeraire literatuur dat het langste in gebruik was.

Documenten van het Ademen

In de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) ontstond er een nieuw genre funeraire literatuur, de ‘Documenten van het Ademen’. Ze verschenen in verschillende vormen in de multiculturele samenleving van Grieks-Romeins Thebe en vervingen geleidelijk aan het Dodenboek. Ze kunnen gezien worden als de opvolgers van de piramideteksten, de sarcofaagteksten en het Dodenboek. De teksten werden aan de overledene meegegeven als grafgift. Ze werden mee ingezwachteld met de mummie en ook hier hebben de teksten als functie een soort aanbevelingsbrief te zijn voor de overledene in het hiernamaals. Ze moesten de overledenen een tweede leven “vrij van zorgen” geven en ervoor zorgen dat de overledene voor eeuwig en altijd kon ademen. De funeraire teksten uit de Grieks-Romeinse tijd kenden een grote diversiteit en verschillende soorten teksten konden op één papyrus gecombineerd worden. De composities zijn geschreven in het hiëratisch, een cursieve vorm van hiërogliefen. De taal van de documenten is gebaseerd op het klassieke Middelegyptisch met invloed van het Laat-Egyptisch en het Demotisch.

Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft (P. Louvre N. 3284)

Ze zullen Osiris naar het binnenste van het grote meer van Chonsoe brengen. Nadat hij zijn hart heeft gegrepen, zullen ze het document van het ademen, dat aan de binnen- en buitenkant is beschreven, omzwachtelen met koninklijk linnen, geplaatst zijnde onder zijn linkerarm in de buurt van zijn hart. Het overige van de omzwachteling zal erbuiten worden gedaan. Indien deze papyrusrol voor hem wordt gebruikt, dan zal hij samen met de ba’s en de goden voor eeuwig en altijd ademen.

Tweede Document van het Ademen (BM EA10110)

Deze tekst bevat de laatste paragraaf van het zogenaamde ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ en toont aan dat het in de buurt van het hart moest ingezwachteld worden. Dit in tegenstelling tot het ‘Eerste’ en ‘Tweede Document van het Ademen’ die respectievelijk onder het hoofd en onder de voeten van de mummie geplaatst moesten worden. Er bestaan bijgevolg drie verschillende ‘Documenten van het Ademen’ en allen hebben ze een andere inhoud. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ lijkt iets ouder te zijn (Ptolemaeïsch tot Vroeg-Romeins) dan de andere twee composities die eerder in de Late Ptolemaeïentijd verschenen en nog voorkwamen tot in de Romeinse periode. Vanaf de eerste eeuw na Christus ontstonden er ook Demotische ‘Documenten van het Ademen’, de zogenaamde “paspoorten voor het hiernamaals”. Deze teksten waren doorgaans korter dan hun hiëratische tegenhangers. Deze papyri werden ook op de mummie geplaatst, maar daarnaast werden ze ook teruggevonden op tempelmuren, sarcofagen, lijkkisten, ostraca, linnen, enzovoort.

Het slotvignet met de Hathor-koe op het graf

Naast de drie soorten ‘Documenten van het Ademen’ waren er ook verkorte versies in omloop. Verder konden de verscheidene paragrafen in de teksten weggelaten of omgewisseld worden en konden er extra paragrafen aan toegevoegd worden. Sommige documenten bevatten ook iconografie, alhoewel dit geen vereiste was. De iconografie van het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ is in de meeste gevallen redelijk gestandaardiseerd. De meeste teksten bevatten meerdere vignetten of afbeeldingen. Het openingsvignet geeft doorgaans de introductie van de overledene aan de god Osiris weer. Een ander veel voorkomend type vignet is het ‘wegen van het hart’. Deze iconografie stamt af van hoofdstuk 125 van het Dodenboek, de zogenaamde ‘negatieve confessie’ en toont hoe het hart van de overledene op een weegschaal wordt gelegd en wordt afgewogen tegen de Maät-veer (de rechtvaardigheid). Als de weegschaal in balans is, heeft de overledene een goed leven geleid en mag hij of zij de onderwereld betreden. Als dit niet het geval is, wordt de overledene verscheurd door de verslindster, een monster dat doorgaans aanwezig is op het vignet. Het eindvignet toont de Hathor-koe op het graf van de overledene. Meestal wordt er wierook geofferd aan de godin Hathor. Er was geen directe relatie tussen de iconografie en de inhoud van de tekst. De afbeeldingen op de papyri voegen iets toe aan de compositie, eerder dan de inhoud van de tekst te illustreren.

Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd geschreven door de god Thoth in naam van Isis. De inhoud van de tekst legt de nadruk op de toegang van de overledene tot de onderwereld en de mogelijkheid om voor eeuwig en altijd vrij te kunnen ademen.

Introductie van de overledene aan de god Osiris (BM EA9995,1)

Een heel interessant gegeven aan deze documenten is dat ze steeds geschreven zijn voor een overledene en dat de naam en titels van deze eigenaar op het document werden geschreven. Hierdoor kunnen we reconstrueren wie zo een document meekreeg en welke functie deze persoon had. De eigenaren behoorden tot tempelpersoneel werkzaam in verschillende Thebaanse culten. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd voornamelijk meegegeven aan overledenen die tot de hoge clerus van Amon-Ra behoorden en dus tijdens hun leven werkzaam waren in de tempel van Karnak. Een bekend voorbeeld betreft de priester Horos, eigenaar van de ‘Joseph Smith papyri’. De twee meest voorkomende titels zijn ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ en ‘sistrum-speelster van Amon-Ra’. De eigenaren van deze teksten konden niet alleen verbonden worden aan de cultus van Amon-Ra, maar bijvoorbeeld ook aan de cultussen van Montoe van Hermonthis (Armant) en de god Chonsoe, die een tempel had binnen het Karnak-complex. De meeste priesters waren niet verbonden aan één cultus, maar konden verschillende goden tegelijkertijd dienen. De weergave van de verscheidene priestertitels in de documenten toont aan dat in dezelfde funeraire papyrus verschillende combinaties van titels kunnen voorkomen. Zo kan iemand in de eerste lijn van de papyrus ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ zijn en enkele lijnen verderop alleen ‘godsvader’. Daarnaast konden er later in de tekst titels voorkomen die niet in de introductie van de overledene aanwezig waren. Naast de titels, werd de filiatie van de overledene doorgaans meegegeven. Vaak werden zowel de moeder als de vader weergegeven, en in enkele uitzonderlijke gevallen zien we een hele stamboom. In andere gevallen hebben we alleen de naam van de moeder of de vader, en soms helemaal geen filiatie. De vader van de overledene kan geïntroduceerd worden door de titel ‘mi nn‘, oftewel van dezelfde rang. Hiermee wordt bedoeld dat de vader tot dezelfde priesterklasse behoorde en dus naar alle waarschijnlijkheid ook een heleboel titels bezat, maar dat in het funeraire document ervoor gekozen werd om enkel de rang van de priester aan te duiden.

Funeraire composities in de Grieks-Romeinse periode

Zoals vaak het geval is met papyri kennen we van de meeste funeraire teksten die vandaag in verscheidene musea verspreid zijn, geen oorspronkelijke archeologische context. Eén graf in de Thebaanse necropool vormt de grote uitzondering, de zogenaamde Soter-tombe. Dit graf, beter bekend als Thebaanse Tombe 33, ligt in de al-Khukha necropool, net naast het Assasif in de buurt van de dodentempel van koningin Hatsjepsoet (Deir el-Bahari). Het graf werd net zoals zovele graven in de Thebaanse necropool hergebruikt in de Grieks-Romeinse periode. Eén van de mensen die hier in een later stadium in begraven werd was Soter, vandaar de naam van de tombe. Hij en zijn familieleden kregen enkele ‘Documenten van het Ademen’ mee. Waarschijnlijk zijn er een twintigtal documenten afkomstig uit dit graf. Naast het ‘Eerste Document van het Ademen’ en het ‘Tweede Document van het Ademen’ verkregen de overledenen, die hier begraven werden, ook late versies van het Dodenboek en een versie van het ‘Boek van het Doorlopen van de Eeuwigheid’, een andere funeraire compositie uit de Grieks-Romeinse tijd. De funeraire literatuur uit deze periode is wel degelijk nog heel bruisend. Vaak wordt het afgedaan als minderwaardig omdat de composities vergeleken worden met de Dodenboeken uit het Nieuw Rijk, die doorgaans als veel kwalitatiever en gedetailleerder beschouwd worden. Hoewel de ‘Documenten van het Ademen’ dan stilistisch minder mooi mogen zijn, vormen ze wel het bewijs dat een typische faraonische traditie nog steeds gevolgd werd en dat er zelfs nieuwe composities werden geschreven in verschillende vormen en combinaties. De creativiteit van de Thebaanse clerus die deze documenten ontwikkelde, vierde dus hoogtij tot ver in de Romeinse periode.

Meer lezen

Coenen, M. & J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek 5, Leuven, 1995.
Coenen, M., ‘Owners of Documents of Breathing Made by Isis’, Chronique d’Egypte 79: 157-158, 2004, 59-72.
Herbin, F.R., Books of Breathing and Related Texts, London, 2008.
Herbin, F.R., Le livre de parcourir l’éternité, OLA 58, Leuven, 1994.
Mosher, M., ‘Theban and Memphite Book of the Dead Traditions in the Late Period’, Journal of the American Research Center in Egypt 29, 1992, p. 143-172.
Smith, M., Traversing Eternity: Texts for the afterlife from Ptolemaic and Roman Egypt, Oxford, 2009.

Coverafbeelding: Adaptatie van een funeraire papyrus met daarop het ‘Boek van het Ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris’ uit het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/feed/ 0 2145
Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/#respond Wed, 23 Jan 2019 15:44:19 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1211 Osiris-Apis processie

Het papyrusarchief van Ptolemaios, de katochos van het Serapeum van Memphis, bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Daaronder bevinden zich ook enkele verzoekschriften vanwege de tweelingzussen Thaues en Taous die, nadat hun vader vermoord werd door de minnaar van hun moeder, daar konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Lees in dit artikel alles over deze tweeling en hun speciale functie als priesteres in dienst van de cultus voor de Apisstier en de god Sarapis.

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Osiris-Apis processie

De tweelingzussen Thaues en Taous behoorden tot de gegoede Egyptische klasse in de tijd van de Ptolemaeïsche koningen (332-30 v.C.). In 164 v.C. werden de meisjes door hun moeder Nephorys verjaagd, nadat haar minnaar Philippos de vader van de tweeling had vermoord. De meisjes zochten hun toevlucht bij Ptolemaios, een Macedoniër die als katochos (zie verder) verbleef in het grote Serapeum van Memphis en bovendien een vriend van hun vermoorde vader was. Ptolemaios ving de meisjes op en zorgde ervoor dat ze konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Het papyrusarchief van Ptolemaios bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Vandaag is het versnipperd over verschillende musea in Europa, waaronder Parijs, Leiden en Bologna. Een 42-tal teksten uit dit archief hebben betrekking op de tweeling, wat duidt op hun zeer belangrijke rol in het leven van Ptolemaios.

Het verzoekschrift UPZ 1.18

UPZ 1.18 (Wilcken, Urkunden der Ptolemäerzeit I) is een verzoekschrift en staat ons toe het leven van de Egyptische zusjes Thaues en Taous voor een groot deel te volgen. Deze tweeling was met hun moeder, vader en stiefbroer Pachratesp woonachtig in Memphis. In de bron wordt verteld dat hun moeder Nephorys hun vader had bedrogen met de Griekse soldaat Philippos. Deze Philippos had de vader van de tweeling vermoord en hen uit huis verdreven. De papyrus vertelt ons dat Ptolemaios de tweeling redde ‘op bevel van de god’. De inhoud van de papyrus gaat als volgt:

“Van Thaues en Taous, de tweelingen uit het grote Serapeum in Memphis. Wij lijden onrecht door onze moeder Nephorys. Ze heeft onze vader laten vertrekken en ze woonde samen met Philippos, zoon van Sogenes, een soldaat uit de troepen van Py…ros, maar Philippos, omdat zij vol ontrouw zat en ze hem had opgedragen, onze vader – …. γυν… (Hargynouti?) –  te vermoorden, trok hij zijn zwaard en liep achter hem aan. Het huis van onze vader is dicht bij de rivier, hij stortte zich in de rivier en dook onder tot hij het eiland in de stroom bereikte, een boot pikte hem op, bracht hem naar Herakleopolis, waar hij stierf van een gebroken hart. Zijn broers gingen hem halen, ze brachten hem naar de necropool waar ze hem gedeponeerd hebben, en hij is nog steeds zonder graf. Zijn bezittingen heeft zij genomen en zij ontvangt elke maand 1400 bronzen drachmen. Ze gooide ons buiten, en wij, stervend van de honger, gingen naar het Serapeum naar Ptolemaios, een van degenen, die in zich in des gods hechtenis bevindt. Deze Ptolemaios was een vriend van onze vader, hij nam ons binnen en gaf ons eten. Wanneer het ochtend was, namen ze ons mee naar beneden om te rouwen voor de god. De kennissen van onze moeder overtuigden ons om haar zoon Pachratesp te nemen als beschermheer. We stuurden hem om te verzamelen wat ons verschuldigd was uit de koninklijke schatkist voor jaar 17. En hij stal wat we hadden in het Serapeum en wat hij op onze naam uit de schatkist verzameld had, namelijk één metreet olie (± 40 liter), hij ging terug naar zijn moeder. Ptolemaios die in gevangenschap was in de tempel, redde ons, op bevel van god.

Van Ptolemaios, zoon van Glaukias, een Macedoniër, in ‘gevangenschap’ voor het elfde jaar.”

(eigen vertaling, gebaseerd op Wilcken, UPZ I)

De tekst is geschreven door Apollonios, de jongere broer van Ptolemaios, in naam van de tweeling en was gericht aan de koning. Hierin vroeg men om een beter leven voor de tweeling en een bestraffing van de moeder en Philippos. Het is een petitie of klaagschrift van de tweeling tegen hun moeder Nephorus. In dergelijke tekst vroeg men om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen de beklaagde.

Verzoekschrift UPZ 1.20, net zoals 1.18, vanwege Thaues en Taous

Het Serapeum van Memphis

Een Serapeum of Sarapieion is een tempel voor de god Sarapis (of Serapis). Deze god, die eigenschappen van zowel Griekse als Egyptische goden had gekregen, werd zowel vereerd door de Griekse als de Egyptische bevolking. Qua uiterlijk leek hij op de Griekse oppergod Zeus en zijn naam gaat wellicht terug op Osorapis oftewel Osiris-Apis, de dode Apisstier. Sarapis was een laat-Egyptische god die door Alexander de Grote of Ptolemaios I werd gecreëerd. Hij werd in Sarapieia-tempels vereerd. Zijn tempel in Memphis werd gebouwd op de resten van een oudere tempel gewijd aan de vergoddelijkte architect Imhotep. In het Serapeum in Memphis werden de Apisstieren al sinds de 14de eeuw v.C. (Nieuwe Rijk) begraven. Hun catacomben bevinden zich in een ondergronds gangencomplex. Bovengronds was er een tempelcomplex, waar ook de tempel van Sarapis lag. Er bevonden zich bovengronds ook tempels voor andere godheden, zoals Isis, Horus, Amon, Thoth en Astarte. Binnen de tempelmuren waren er winkels, huizen en herbergen voor de bezoekers van de tempel. Het Serapeum van Memphis was dus eigenlijk een kleine stad op zichzelf. Het bevindt zich net buiten het Nijldal, niet zo heel ver van de trappenpiramide van Djoser. Vandaag blijven er enkel nog de fundamenten van het Serapeum over en de ondergrondse catacomben.

Schets van de ondergrondse gang in het Serapeum (van Saqqara)

Ptolemaios en Apollonios, twee κάτοχοι in het Serapeum

Ptolemaios leefde in het Serapeum van ongeveer 172 tot 152 v.C. en was verbonden aan het heiligdom van de Fenicische godin Astarte. Hij was ἐν κατοχῇ in een pastophorion, een verblijfplaats voor priesters van lage rang, maar het is niet zeker of hij zelf ook een pastophoros was. Hij woonde er samen met zijn kamergenoot en vriend Harmais. Ptolemaios was de zoon van Glaukias, een Macedonische soldaat-kolonist, die naar Egypte was geëmigreerd. De familie woonde oorspronkelijk in Psichis, een dorpje in de Herakleopolitische gouw in Midden-Egypte. Ptolemaios had minstens drie broers: Hippalos, Sarapion en Apollonios en mogelijk ook een zus Berenike. Ptolemaios zou op de leeftijd van dertig jaar κάτοχος geworden zijn. Over wat de term κάτοχος nu precies inhoudt is enorm veel discussie. Het zou zowel over een kluizenaar, een tempelslaaf of zelfs een asielzoeker kunnen gaan. Het betekent letterlijk ‘door de god gegrepen’ en impliceerde dat Ptolemaios de tempel niet mocht verlaten. Hij voerde een deel van de tempeladministratie uit, waarvoor hij een zekere toelage ontving. Ptolemaios werd vooral verantwoordelijk geacht voor de cultusinkopen van de tempel, maar tekende ook een hele reeks dromen op van zichzelf, van zijn broer Apollonios en van een andere κάτοχος Nektembes. Deze dromen hadden bijna altijd betrekking op de tweelingzussen Thaues en Taous, die door Ptolemaios in de tempel waren opgevangen. Hij probeerde de dromen te verklaren en dacht vermoedelijk dat ze een voorspellende waarde hadden. Het zou eventueel kunnen dat één van zijn priesterlijke functies droomuitlegging was, maar waarschijnlijk is dit toch niet correct. Hij zou ze eerder verzameld hebben om ze vervolgens aan een droomuitlegger voor te leggen. Een ander personage uit het archief is Apollonios, de jongste broer van Ptolemaios, die maar liefst dertig jaar jonger zou geweest zijn. Aangezien Apollonios Grieks schreef met een Egyptisch “accent” en daarnaast ook het Demotische schrift gebruikte, zou het eventueel kunnen dat hij de halfbroer was van Ptolemaios, eerder dan de broer. Hij heeft een groot aantal documenten geschreven voor Ptolemaios, die in het archief bewaard zijn, zoals het eerder besproken verzoekschrift UPZ 1.18.

Thaues en Taous, twee priesteressen in het Serapeum

Zoals hierboven vermeld, was de vader van de tweeling, Hargynuti of Argnoûtes, vermoord door Philippos. De tweelingzusjes hadden uiteraard recht op een deel van de erfenis van hun vader, maar hun moeder wilde evenmin de begrafeniskosten betalen. Ook om deze redenen klaagde de tweeling over hun moeder in UPZ 1.18. De meisjes werden bijgestaan door Apollonios en Demetrios. Deze laatste was hun rechtsvertegenwoordiger zolang ze in het Serapeum verbleven. Waarschijnlijk konden de meisjes geen Egyptisch schrijven en spraken ze helemaal geen Grieks, aangezien de petities door anderen geschreven werden in hun naam.

Een sarcofaag van een Apisstier uit het Serapeum van Saqqara

Op 6 april 164 v.C. stierf de Apisstier Ta-Renenutet II. Na de dood van deze heilige stier werden er 70 dagen van rouw afgekondigd. De stier werd bij zijn dood gelijkgesteld aan Osiris, de god van de onderwereld. Bij de dood van Osiris rouwden de goddelijke tweelingzussen Isis en Nephtys om zijn dood. In navolging van deze rouwperiode was er bij de dood van een Apisstier ook een tweeling nodig die rouwde om hem. Thaues en Taous namen deze rol op zich. Maagdelijkheid was een voorwaarde voor het priesterschap van de tweeling. Na deze 70 dagen bleven ze hun functie van priesteressen behouden in het Serapeum. Na de dood van de stier gingen de meisjes naar Memphis.

De mannen die de mummificatie van de stier uitvoerden, moesten zich wassen en scheren en andere kleren aantrekken. De voorwerpen die gebruikt werden voor de mummificatie mochten niet op de grond liggen, maar lagen op een mat. De Apisstier zelf lag op een berg zand. Bij de mummificatie verwijderde men eerst de ogen, vervolgens de hersenen en tenslotte de ingewanden.

Een beeld van een Apisstier uit de Ptolemaeïsche periode

Na de mummificatie werd het lichaam gewikkeld in linnen en in een kist gelegd. Op de 69ste dag werd de stier naar buiten gebracht en in een schrijn geplaatst, waarna hij naar het meer Mareotis werd gedragen. Daarnaast werd er een draagstoel met Isis en Nephtys gedragen, die in dit geval vertegenwoordigd werden door Thaues en Taous. Vervolgens vond er een boottocht plaats op het meer. De Apisstier werd daarna naar een reinigingstent gebracht. Hier werd het mondopeningsritueel, dat er voor zorgde dat de mummie kon functioneren als symbool van Osiris, uitgevoerd. Deze handeling was een rite de passage waarbij de dode naar de onderwereld ging en waarbij men een beitel gebruikte om de rijen tanden te openen. Tenslotte vond op de 70ste dag de begrafenis plaats. De stier werd in een processie naar het Serapeum gedragen en daar begraven in de ondergrondse gangen.

Thaues en Taous werden beloond voor hun diensten in de Apiscultus. Ze waren dé tweeling die de godinnen Isis en Nephthys ‘speelden’ tijdens de rouwperiode voor de stier. De tweeling kreeg acht artabas graan per maand, wat gelijkstond met vier sneetjes brood per dag. Ze kregen ook dagelijks olyra (een graansoort) en jaarlijks een portie sesamolie en een portie castorolie, een hoge toelage. Hun beloofde uitkeringen werden echter keer op keer niet uitbetaald. Ptolemaios zond in naam van de tweeling verschillende petities naar de koning en hoge functionarissen. Het niet uitbetalen van hun beloning had in de eerste plaats betrekking op olie en brood. Hun allereerste uitkering werd ook gestolen door hun stiefbroer Pachratesp.

Enkele jaren later leken de zussen er weer bovenop want ze waren in staat Ptolemaios 5000 drachmen te lenen. Mogelijk was hun moeder Nephorys gedwongen hun het rechtmatige deel van de erfenis af te staan. Nadat de tweeling hun functie had uitgeoefend in de Apiscultus, mochten ze als priesteressen blijven dienen in het Serapeum. Van 159 tot 158 v.C. woonden ze de rituelen bij voor de begrafenis van de overleden Mnevisstier, die in Heliopolis begraven werd. Ze voerden eveneens in het Serapeum het dagelijkse libatie-offer uit voor de god Asklepios die met de architect-god Imhotep werd gelijkgesteld. Ze ontvingen ook de offerandes voor de god. Imhotep was de vizier van farao Djoser uit de derde dynastie. Hij werd later vergoddelijkt en aanbeden en ging deel uitmaken van de grote triade van Memphis: Ptah, zijn vrouw Sechhmet en hun zoon Imhotep.

De Apiscultus

De god Sarapis

De Apisstier werd al vereerd vanaf de vroege periode van de Egyptische geschiedenis in Memphis. De stier symboliseerde de cyclus van het leven, van geboorte tot de dood, van Apis tot Osiris-Apis of Osorapis. De Hellenistische of gesyncretiseerde god Sarapis is afgeleid van de god Apis. Of het bij deze afleiding enkel gaat om de naam of om het totale beeld van de god is niet zeker. De god Sarapis werd afgebeeld als een man met gekruld haar en een baard. Hij droeg alsook een modius (een afgevlakte cilindrische kroon) op zijn hoofd. De Apisstieren waren niet zomaar gewone stieren, ze werden uitgekozen omwille van enkele bijzondere kenmerken. Ze moeste drie specifieke witte vlekken hebben op hun lichaam: (1) een witte driehoek op hun voorhoofd, (2) een witte vlek in de vorm van een gier op hun rug en (3) een witte vlek in de vorm van een maan op hun rechterzijde. Verder moesten ze ook een scarabeeteken onder hun tong hebben en een gespleten staart.

De mummificatieceremonies duurden van 7 april tot 15 juni 164 v.C. Tijdens de 70 dagen rouw droegen de aanbidders van de Apisstier specifieke gewaden, lieten hun haar groeien en wasten zich niet. Ze aten geen voedsel dat afkomstig was van dieren, maar hielden zich aan een dieet van brood en groenten, en dronken alleen water. Na zijn dood werd de stier naar het ‘huis van de reiniging’ gebracht. Hier werd de stier gewassen en ingewreven met natron. Vervolgens werd hij naar het ‘huis van de balseming’ of de wˁb.t (wabet) gebracht. Op deze plek vond de verrijzenis van de stier plaats, waarbij Apis gelijkgesteld werd aan Osiris.

In dit filmpje wordt het leven van de tweeling voorgesteld a.d.h.v. UPZ 1.18.

Meer lezen

Hoogendijk, F.A.J. ‘Ptolemaios: een Griek die leeft en droomt in een Egyptische tempel’, in P.W. Pestman (Ed.), Familiearchieven in het land van de Pharao, Zutphen, 1989, 46-69 en 165-167.

Scheerlinck, E. Klachten en verzoeken uit Ptolemeïsch Memphis, Vrouwelijke onderdanen schrijven aan de overheid, Onuitgegeven masterthesis, Universiteit Gent, departement Geschiedenis, 2008.

Stevens, M. Het katochoi-archief en de acculturatie tussen Egyptenaren en Grieken in Ptolemaeïsch Memphis, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, departement Geschiedenis, 2006-2007.

Vos, R.L. The Apis embalming ritual: P. Vindob. 3873 (Orientalia Lovaniensia Analecta, 50), Leuven, 1993.

Wilcken, U., Urkunden der Ptolemäerzeit I (UPZ I), 199-201.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘The sacred procession of Apis Osiris by F.A. Bridgman’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/feed/ 0 1211