tetrarchie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/tetrarchie/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 14 Nov 2020 16:18:27 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png tetrarchie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/tetrarchie/ 32 32 136391722 Het cijfer theta en ons getal 13 https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/ https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/#comments Tue, 04 Dec 2018 13:54:21 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1115 jachtscène Colosseum met theta nigrum

De letter theta werd gebruikt als afkorting van θάνατος ("dood"), in de administratie van het Romeinse leger, in het gerecht en meer algemeen, zoals op mozaïeken met gladiatoren. Hierdoor krijgt de letter een negatieve kleur, men spreekt van de "zwarte theta" (theta nigrum). In dit artikel gaan we na waar dit teken vandaan komt en of het te vergelijken is met ons ongeluksgetal 13.

Het bericht Het cijfer theta en ons getal 13 van Willy Clarysse & Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
jachtscène Colosseum met theta nigrum

Op het beroemde mozaïek van Torrenova uit de 4e eeuw n.C. (dat zich nu in de Galleria Borghese, een museum in Rome, bevindt), meer dan 20 meter lang, worden verschillende gladiatoren afgebeeld met hun typische wapenrusting, in gevechten van man tegen man. De strijders worden geïdentificeerd met hun namen in het Latijn, maar bij enkele gesneuvelden, zoals Astivus en Rodanus op de foto van deze mozaïek hieronder (en van een andere mozaïek uit het Colosseum hierboven), staat een cirkel doorkruist met een horizontale lijn, een Griekse theta, als afkorting voor θ(άνατος), de dood. In dit artikel gaan we na waar dit teken, ook bekend als de ‘zwarte theta’ (theta nigrum), vandaan komt en of het te vergelijken is met ons ongeluksgetal 13.

Gladiatorengevecht op gedeelte van mozaïek uit het museum in de Villa Borghese

Het teken θ of de theta nigrum

Hetzelfde teken wordt ook gebruikt voor gesneuvelden in het Romeinse leger. Dit weten we uit de christelijke auteur Rufinus (Apologia adversus Hieronymum 2.40) die zich nogal omslachtig uitdrukt:

Accepto breviculo in quo militum nomina continentur, nitatur inspicere quanti ex militibus supersint, quanti in bello ceciderint; et requirens qui inspicere missus est, propriam notam, verbi causa, ut dici solet, theta, ad uniuscuiusque defuncti nomen adscribat.

Toen hij een breviculum had ontvangen, waarin de namen stonden van de soldaten, deed hij zijn best om te controleren hoeveel soldaten er nog in leven waren en hoeveel er in de oorlog waren gesneuveld; hij eiste dat de man die erop uit was gestuurd om te controleren, de notitie die, zoals men pleegt te zeggen,  omwille van het woord (nl. θάνατος) passend was, namelijk een theta, zou schrijven bij de naam van elke gesneuvelde).

pridianum met een theta naast de overleden soldaatP. Brooklyn Gr. 24

pridianum met een theta naast de overleden soldaat

Rufinus’ uitspraak wordt bevestigd door Latijnse papyri van de militaire administratie, zoals in aanwezigheidslijsten van soldaten (pridiana), die we kennen uit Egypte en uit Dura Europos aan de Eufraat. Een theta naast de naam van een soldaat duidt aan dat hij is gesneuveld of gestorven (zie de grote theta in de marge naast regel 4 op de afbeelding hiernaast).

In één pridianum worden gestorven soldaten onderscheiden naar gelang van de manier waarop ze zijn omgekomen “perit in aqua”, “occisus a latronibus” (“verloren gegaan in water”, d.w.z. verdronken, “gedood door rovers”) en “θetati” (“gesneuvelden”). De laatste groep, met een Griekse theta in een Latijns leenwoord, waren ongetwijfeld soldaten “killed in action”:

translatus in exercitum pannoni[cum
perit in aqua
.occisus. a latron[i]bus                        eq(ues) [
θetati                [in] is equites I[
summa decesserunt in is [

militaire lijstR.O. Fink, Roman military records, 1971, nr. 63 r.11= New Pal. Soc. II.2 pl. 186

De militaire lijst of pridianum met de Griekse theta in een Latijns leenwoord

Nochtans vindt men in Rome deze theta ook op grafsteles voor gewone burgers, al vanaf de Late Republiek, soms vergezeld van een V – voor Vivus natuurlijk – voor levende personen die de grafstele hebben besteld (ZPE 136 (2001), pp. 267-276).

Deze theta wordt kort besproken in de Etymologiae van Isidoros van Sevilla (Etymologiae iii 7.9 en Origenes I.3.8), die zegt dat in “militaire rapporten van de ouden” een theta werd geplaatst bij de naam van elke gesneuvelde (theta ad uniuscuiusque defuncti nomen adponebatur) en dat het teken Θ staat voor “dood” (mors, in het Grieks θάνατος), omdat de rechters deze letter plaatsten naast de naam van de veroordeelden:

Iudices litteram θ adponebant ad eorum nomina quos supplicio afficiebant. Et dicitur theta ἀπὸ θανάτου, id est a morte.

Hij citeert hierbij een hexameter van een onbekende auteur, die het heeft over de “infelix littera theta“, “de ongelukkige letter theta”.

In de klassieke Latijnse auteurs wordt op de ‘zwarte theta’ of theta nigrum gealludeerd door de dichters Persius en Martialis. Persius heeft het in zijn vierde satyre over “nigrum uitio praefigere theta”,  “de deugd merken met een zwarte theta” (l.13), en Martialis wijdt een epigram (VII 37) aan een rechter (de quaestor Castricus) die ervan hield willekeurig doodvonnissen uit te spreken (telkens hij zijn neus snoot), maar door zijn collega’s wordt belet zijn neus te snuiten!

Nosti mortiferum quaestoris, Castrice, signum?
Est operae pretium discere theta nouum:
exprimeret quotiens rorantem frigore nasum,
letalem iuguli iusserat esse notam.

Ken je het teken des doods van de quaestor Castricus? Het loont de moeite die nieuwe theta te leren kennen. Telkens hij zijn neus snoot die droop van de kou, had hij bevolen dat dit moest worden genoteerd als een doodvonnis.

De θ als cijfer 9

In de Griekse wereld staat de letter theta ook voor het cijfer 9. Zo vindt men in Griekse inscripties uit de Hellenistische tijd datums als ἔτους θ Φαρμουθι θ, wat betekent 9 Pharmouthi (een Egyptische maand) van jaar 9. In de periode van de tetrarchie (van 285 tot 324 n.C.) was het de gewoonte om te dateren met de regeringsdata van de Augusti en de Caesares. Zo wordt het jaar 295/296 in officiële documenten aangeduid als (ἔτους) ιβ καὶ (ἔτους) ια καὶ (ἔτους) δ τῶν κυρίων ἡμῶν Διοκλητιανοῦ καὶ Μαξιμιανοῦ Σεβαστῶν καὶ Κωνσταντίου καὶ Γαλερίου ἐπιφανεστάτων Καισάρων, wat men kan vertalen als “jaar 12 en jaar 11 en jaar 4 van onze heren Diocletianus en Maximianus Augusti en Constantinus en Galerius Caesares”. Slechts zelden worden de jaartallen voluit geschreven, op één uitzondering na : het jaar 9 wordt in bijna de helft van de gevallen niet aangeduid door het cijfer θ, maar voluit geschreven als ἐνάτου. Zo schrijft in 324 n.C. één scriba zelfs κ (ἔτους) καὶ ἔννεα καὶ ι (ἔτους) καὶ ιβ (ἔτους) : jaar 20 en jaar negen-10 en jaar 12. Het is evident dat sommige scribae de negatieve letter theta vermeden in dateringen.

P. Oxy. 36 2765 l.2P. Oxy. 36 2765 l.2

Het vermijden van de letter theta bij een datering op een papyrus, gevonden op de vuilnisbelt van Oxyrhynchus

Ditzelfde fenomeen kan men ook zien op munten. Onze voorbeelden komen vooral uit Alexandrië, omdat alleen in Egypte consequent wordt gedateerd met keizersjaren. De tekst op munten uit Egypte bevat vooral de naam/namen van de keizer, en een jaaraanduiding aangeduid met het teken L. Omdat de plaats beperkt is, worden de jaartallen op enkele uitzonderingen na meestal in cijfervorm gegeven. Tot de voornaamste uitzonderingen behoren opnieuw de jaren 9, waar in plaats van het cijfer 9 (θ) het woord ἐνάτου voluit wordt geschreven, vanaf Nero tot Diocletianus. Op 461 bewaarde munten uit Alexandrië telt men 387 uitgeschreven negens tegenover slechts 74 keer het cijfer 9. Alleen de munten van Septimius Severus en Severus Alexander gebruiken systematisch het cijferteken.

[Jaar 9 op Alexandrijnse munten van Nero tot Maximianus]

Keizer Jaar negen voluit Jaar 9 met cijfer
Nero 22 0
Vespasianus 33 2
Domitianus 18 0
Traianus 0 4
Hadrianus 95 22
Antoninus Pius 103 1
Marcus Aurelius 18 16
Septimius Severus 0 10
Severus Alexander 0 7
Gallienus 28 16
Diocletianus 36 0
Maximianus 30 0

(uit Chiron 10, 1980, p. 543)

Op de munten van Diocletianus bijvoorbeeld worden achtste en tiende jaar in cijfers geschreven (H en I), terwijl men voor een gelijkaardige munt van het negende jaar ENATOY gebruikt voluit schrijft.

 

 

 

 

Drie munten van keizer Diocletianus voor jaar 8, negen en 10

munt GallienusNick Vaneerdewegh | OUDE GESCHIEDENIS

munt Gallienus

In Antiochië bedenkt men een andere oplossing. Enkele munten uit het negende jaar van keizer Gallienus dragen als datum ΕΔ en ΗΑ, waarbij het cijfer 9 wordt omschreven als 5+4 en 8+1.

Op munten uit Rome staat vanaf Philippus I Arabs (251 n.C.) vaak een cijfer met aanduiding van één van de 12 officinae (workshops) waar de munten werden geslagen: A Β Γ Δ Ε S Ζ Η Ν X XI XII : de lagere getallen worden weergegeven door Griekse cijfers (A-H met een S voor het Griekse cijfer sti = 6), de hogere getallen door Latijnse cijfers (X -XII). Voor de weergave van de 9e officina wordt het cijfer Θ = 9 soms vervangen door N = nona of ook (in Antiochië) door ΔΕ = 4+5. Er komt pas een eind aan dit gebruik na de dood van de christelijke keizer Constantijn in 337 n.C.

 

Munt uit Alexandrië met afbeelding van Constantijn (postuum geslagen in 347-348 n.C.); op de keerzijde, onder de staande keizer: SMALN = S(acra) M(oneta) AL(exandria) 9e (officina)

Munt uit Antiochië met afbeelding van keizerin Helena (327-329 n.C.); op de keerzijde leest men onder de staande figuur SMANT = S(acra) M(oneta) ANT(iochia), maar rechts naast de figuur leest men ΔE = 4+5, voor de 9e officina.

Munt uit Kyzikos, met dezelfde afbeeldingen van Constantijn (postuum geslagen in 347-348 n.C.). Hier is de 9e officina wel door een theta weergeveven : SMKΘ = S(acra) M(oneta) K(yzikos) 9e (officina)

Ongeluksgetal?

Kort samengevat : de letter theta werd gebruikt als afkorting van θάνατος (“dood”), in de administratie van het leger, in het gerecht en meer algemeen, zoals op mozaïeken met gladiatoren. Hierdoor krijgt de letter een negatieve kleur, men spreekt van de “zwarte theta” (theta nigrum). Om die reden wordt theta soms vermeden, bijvoorbeeld bij de telling van de officinae in Rome wordt hij vervangen door Latijnse N (voor nona = negende). Vooral in verband met de naam van de keizer (9e jaar van keizer zo-en-zo) vermijden schrijvers in Egypte (papyri) en ontwerpers van munten (Alexandrië en Antiochië) de letter en schrijven het jaartal voluit of door een combinatie van 8 + 1. Het gaat niet om een officieel verbod, maar om een tendens, die men statistisch kan vaststellen, want men vindt naast elkaar op munten en papyri ἐνάτου, H+A (= 8 + 1) en Θ (= 9). Αan dit gebruik komt een einde na de dood van Constantijn, hoewel op Latijnse grafinscripties het symbool O met schuine streep nog wordt gebruikt tot in de Middeleeuwen. Het wordt dan wel geïnterpreteerd als obiit, maar stamt wel af van de theta nigrum.

grafsteen van aartsbisschop Bruno van Trier (1124 n.C.) met een theta achter zijn naamWilly Clarysse | OUDE GESCHIEDENIS

grafsteen van aartsbisschop Bruno van Trier (1124 n.C.) met een theta achter zijn naam

In tegenstelling tot ons getal 13, waar de schrijfwijze er niet toe doet (ook “dertien” heeft een negatieve klank), is er geen taboe tegen het getal negen, maar alleen tegen het cijfer Θ. Terwijl 13 een ongeluksgetal is (de dertien deelnemers aan het laatste avondmaal, waaronder Judas), is θ enkel een ongelukscijfer; met het getal 9 is niets fout.

Meer lezen

G.R. Watson, Theta Nigrum, Journal of Roman Studies 42 (1952) pp. 56-62
Margherita Guarducci, Dal gioco letterare alla crittografia mistica, in: Aufstieg und Niedergang der römischen Welt II 16.2 (1978), pp. 1754-1755
Iveta Mednikarova, The use of Θ in Latin funerary inscriptions, Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik 136 (2001), pp. 267-276
L. Rocchetti, Il mosaico con scene di anfiteatro al museo Borghese, Rivista Istituto Nazionale di Archeologia e Storia dell’Arte, anno 19.10, 1961
Armin U. Stylow und J. David Thomas, Zur Vermeidung von Theta in Datierungen nach kaiserlichen Regierungsjahren und in verwandten Zusammenhängen, Chiron 10 (1980) pp. 537-551

Coverfoto: adaptatie van foto ‘Hunting Scene Colosseo’ door Jastrow op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Het cijfer theta en ons getal 13 van Willy Clarysse & Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/feed/ 2 1115
Monetair populisme nu en in de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/#comments Fri, 16 Mar 2018 16:00:56 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=253 Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid jammer genoeg zelden geraadpleegd. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Sarkozy en Merkel

In een moderne zoektocht naar antwoorden op vragen van financieel-economische aard wordt de (klassieke) Oudheid zelden geraadpleegd. Begrijpelijk – zou je zeggen – want de economieën uit beide tijdvakken zijn immers niet met elkaar te vergelijken. Maar langs de andere kant ook weer jammer, want parallellen zijn er wel degelijk, evenals antieke voorbeelden die geen navolging verdienen. In deze blogpost bekijken we de parallellen tussen de monetaire crisis onder keizer Diocletianus en de recente kredietcrisis die in landen zoals Frankrijk en Duitsland met een beurstransactietaks te lijf werd gegaan.

Kredietcrisis

Neem nu de recente kredietcrisis. Begonnen in 2007 met de stagnerende huizenprijzen in de Verenigde Staten, spreidde deze zich als een olievlek uit over de financiële markten en veroorzaakte een wereldwijde economische depressie. De meest spectaculaire elementen waren het omvallen van de Amerikaanse bank Lehman Brothers en het dreigende staatsbankroet van Griekenland. Nicolas Sarkozy en Angela Merkel dachten de crisis in de Eurozone te lijf te moeten gaan met onder andere een belasting op transacties in de financiële sector. Door aan- en verkoop van waardepapieren aan een taks te onderwerpen, zouden de banken gaan meebetalen aan de crisis die, in de ogen van de Frans-Duitse tandem, juist zij hadden veroorzaakt. Bovendien zou een dergelijke belasting de “verderfelijke” invloed van speculanten op de beurskoersen afremmen. Tot slot zouden de extra belastingopbrengsten de lidstaten met hun noodlijdende begrotingen bepaald niet ongelegen komen.

Sarkozy en Merkel op een congres in Marseille in 2011

Onder kenners was het van meet af aan duidelijk dat een beurstransactietaks nooit het beoogde effect zou kunnen sorteren. Want, indien de beurshandel zich al niet zou verplaatsten naar Amerika en/of Azië, zou de belasting toch zeker in de tarieven van de banken worden doorgerekend en aldus op de beleggers worden afgewenteld. Particulieren en pensioenfondsen zouden uiteindelijk het gelag gaan betalen en de samenleving zou worden verrijkt met de zoveelste Kriegs- und Krisensteuer die waarschijnlijk nooit meer zou worden afgeschaft. Ook was het zonneklaar dat de maatregel voorbij ging aan de oorzaken van de crisis en dat de verantwoordelijke politici een behoorlijk pak boter op hun hoofd hadden. Immers, enerzijds was het toezicht op banken en andere financiële instellingen ondanks de waarschuwingen die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw stelselmatig waren afgegeven, ernstig tekortgeschoten. Anderzijds was het de torenhoge staatsschuld in de diverse landen van met name Europa die de crisis zo’n vlucht had doen nemen. Het meest frappante aan het voorstel was echter wel de wijze waarop de protagonisten schaamteloos inspeelden op de onderbuikgevoelens in de maatschappij om zo de aandacht van hun falende geldpolitiek af te leiden. De electoraal oninteressante en toch al niet populaire banken en speculanten kregen de zwartepiet toegeschoven, terwijl het rupsje-nimmer-zat namens de overheid er weer een nieuwe inkomstenbron bij zou krijgen.

Monetaire hervormingen van Diocletianus

Argenteus met opschrift “DIOCLETIANUS AUG(USTUS)”. Op de keerzijde vier tetrarchen
in offerscène met opschrift “VIRTUS MILITUM” (soldatendeugd)

Niet zozeer de oorzaken van de crisis, maar wel de zinloosheid van het bestrijdingsmiddel alsmede het populisme waarmee dit aan het grote publiek werd gepresenteerd doet denken aan de monetaire crisis die het Romeinse Rijk aan het begin van de 4de eeuw van onze jaartelling teisterde. Voorafgaand aan de crisis was met de troonsbestijging van Gaius Aurelius Valerius Diocletianus in 284 n.C. net weer een periode van relatieve rust en voorspoed aangebroken. Deze visionaire staatsman bracht eenheid en stabiliteit terug in het rijk. Voorbij leek het “tijdperk van ijzer en roest” (235-284 n.C.), dat gekenmerkt werd door interne strubbelingen, externe dreiging en een economische en culturele neergang. Hij was de stichter van de tetrarchie (Grieks: tettares, vier en archein, heersen), de regeringsvorm waarin twee seniorkeizers (augusti) telkens twee juniorkeizers (caesares) kozen om zich door hen na twintig jaar te laten vervangen. Diocletianus, ook bekend vanwege zijn christenvervolgingen, voerde een nieuwe administratieve indeling in en reorganiseerde het leger. Ook op het fiscale en economische vlak bracht hij ingrijpende hervormingen tot stand. Op het monetaire vlak was hij, zoals zal blijken, minder getalenteerd.

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Metaalgehalte van Romeinse zilvermunten

Veruit de belangrijkste munt doorheen de Grieks-Romeinse oudheid was de zilvermunt. Steeds hield haar waarde verband met de hoeveelheid edelmetaal die zij bevatte. Gedurende de keizertijd nam het zilvergehalte gestaag af, van rond 97% ten tijde van de eerste keizers tot zo’n 3% tegen het jaar 272 n.C. (zie grafiek hiernaast). De collectieve lasten, voornamelijk soldij (stipendium) en andere militaire uitgaven, namen exponentieel toe, niet alleen door de talloze campagnes en burgeroorlogen, maar ook omdat de soldaten alsmaar meer en hogere beloningen verlangden (zie tabel hieronder). Romes (potentiële) vijanden moesten steeds vaker middels immense sommen goud en zilver tot bedaren worden gebracht. Daarbovenop kwamen gelduitdelingen aan het volk (congiaria), peperdure spelen (circenses) en dito bouwprogramma’s die sommige keizers zich meenden te kunnen permitteren.

[Stipendium van Romeinse soldaten]

Periode Sestertiën Denariën
Tot 89 900 225
89 – 202 1200 300
202 – 212 1600 400
Vanaf 212 2400 600

 

Eén van de 4 overblijvende fragmenten van Diocletianus’ prijzenedict, bewaard in een kerk in het Griekse Geraki

 

In 294 n.C. voerden Diocletianus en de zijnen onder meer een munt met 92% zilver in. Zij probeerden zo het vertrouwen in het monetaire systeem te herstellen. Deze argenteus was op den duur echter niet houdbaar en in september 301 n.C. verdubbelden de tetrarchen de nominale waarde ervan zonder gewicht of gehalte te wijzigen. Gevolg was een inflatie die alle vorige in de schaduw stelde. Drie maanden later zag een edict (edictum de pretiis rerum venalium) het licht waarin voor een hele reeks aan goederen en diensten maximumprijzen werden vastgesteld. Naast het feit dat op (het aanzetten tot) overtredingen en hamsteren de doodstraf stond, is het interessantste aspect van dit prijzenedict de considerans (praefatio). Daarin kregen de handelaren de schuld van de economische misère. Deze “ongecontroleerde waanzinnigen” en “gewetenlozen” hadden enkel hun “grenzeloze en uitzinnige hebzucht” voor ogen en organiseerden een “stormloop op winst en profijt zonder mededogen voor de mensheid”. Het edict had niet het gewenste effect, omdat genoemde goederen en diensten simpelweg van de officiële markten verdwenen. Wellicht al in 305 n.C., het jaar van Diocletianus’ abdicatie, raakte het in onbruik.

fragment van het in steen gekapte prijsedict (gegoten kopie uit het Berlijnse Pergamonmuseum)

Naar een beurstransactietaks?

Zou de moderne kredietcrisis anders zijn aangepakt als de monetaire crisis uit het begin van de 4de eeuw n.C van tevoren zou zijn bestudeerd? Of is dat laatste juist wel gebeurd en heeft de handelwijze van Diocletianus en de zijnen, in casu het bestrijden van een crisis met onzinnige maatregelen en daarmee ook nog goed weg komen, als bron van inspiratie gefungeerd? We zullen het nooit weten. Gelukkig is een beurstransactietaks niet in heel Europa ingevoerd. Slechts enkele landen, waaronder Frankrijk, hebben voor een dergelijke belasting gekozen. Voor Duitsland zal de positie van Frankfurt als belangrijk internationaal financieel centrum een reden zijn geweest om zulks niet te doen.

Overigens is een beurstransactietaks op zichzelf de moeite van het overwegen waard. Het is immers niet in te zien waarom financiële transacties verschoond zouden moeten blijven nu niet-financiële worden getroffen met omzetbelasting, accijnzen en andere bijzondere verbruiksbelastingen. Ook het feit dat de handel in financiële producten de reële handel met een veelvoud overtreft, pleit voor een dergelijke belasting. Haar invoering zou echter het resultaat van een principiële heroverweging van het fiscale stelsel moeten zijn in plaats van een paniekreactie op een crisis. Daarnaast dient er een oplossing te komen voor het “buitenlandlek” (de beurzen in Amerika en/of Azië) en moeten andere belastingen overeenkomstig worden verlaagd. Laat ons niet vergeten dat overtaxation een serieus gevaar is voor elke samenleving. Wellicht zou je zelfs kunnen stellen dat deze factor mede een rol heeft gespeeld bij de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de 5de eeuw n.C. Voorwaar, zeker geen voorbeeld dat navolging verdient …

Coverfoto: remix van een foto door Sebastian Zwez op Wikimedia (CC-BY 3.0 DE) en de foto ‘Diocletian bust’ van Giovanni Dall’Orto op Wikimedia (licensed with Attribution)

Het bericht Monetair populisme nu en in de Oudheid van Jos Paulissen verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/16/03/2018/monetair-populisme-nu-en-in-de-oudheid/feed/ 1 253