Pericles Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/pericles/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Tue, 07 Jan 2025 16:04:25 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Pericles Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/pericles/ 32 32 136391722 Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/#respond Sun, 05 Jan 2025 18:38:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2658 Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren. Detail uit Rafaëls De school van Athene (1509-1511)

De fragmenten van Hieronymus van Rhodos, een peripatetische filosoof uit de 3e eeuw v.Chr., waarvan slechts delen via latere auteurs zijn overgeleverd, leren ons heel wat biografische gegevens over verschillende Griekse filosofen. Voorbeelden zoals de bigamie van Socrates, de slavernij van Phaedo en Thales’ voorspelling van een olijvenoogst illustreren hoe hij historische verhalen gebruikte om morele en filosofische lessen te benadrukken, hoewel de fragmentarische overlevering uitdagingen biedt voor reconstructie en interpretatie.

Het bericht Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren. Detail uit Rafaëls De school van Athene (1509-1511)

Slechts een klein deel van klassieke literatuur is volledig bewaard aan ons overgeleverd. De werken van Homerus, Plato en Vergilius zijn uitzonderingen. De werken van quasi alle andere auteurs zijn grotendeels verloren gegaan. Toch kunnen we ons nog steeds een beeld vormen van hun werk dankzij fragmenten die door latere auteurs werden bewaard. Een goed voorbeeld hiervan is Hieronymus van Rhodos, een peripatetische filosoof uit de 3de eeuw v.C., dankzij wie er niet alleen mythes, historische en biografische fragmenten over bijvoorbeeld Herakles en Alexander de Grote zijn bewaard, maar ook biografische gegevens van bekende en minder bekende Griekse filosofen.

Literatuur in fragmenten

“Fragmenten” van klassieke literatuur kunnen verschillende vormen aannemen. Soms gaat het om papyri die delen bevatten van een anders verloren geacht werk. Dit noemt men fragmenten uit de directe traditie. Veel vaker zijn fragmenten echter citaten, allusies, samenvattingen en verwijzingen van latere auteurs, bewaard in Middeleeuwse handschriften of papyri. Dit noemen we fragmenten uit de indirecte traditie.

Het onderzoek naar fragmenten uit de indirecte traditie brengt specifieke problemen met zich mee. De auteurs die deze fragmenten aanhalen, hadden meestal niet als doel het werk van antieke auteurs te bewaren, maar gebruikten deze teksten voor hun eigen doeleinden. Ze manipuleerden of veranderden de teksten, soms zelfs door hen te vervalsen. Omdat citaten vaak uit het hoofd werden overgenomen, waren fouten en vergissingen niet ongewoon.

Bovendien beperkten de auteurs zich meestal tot geselecteerde aspecten die hen interesseerden, zonder context of uitleg over het oorspronkelijke doel van de informatie. Daarom vereist de studie van fragmentaire literatuur een grondige analyse van de bronnen, de werkwijze van de auteur en citatiepraktijken om de betrouwbaarheid en selectiecriteria te begrijpen. Dit soort problemen komt vaak voor bij het bestuderen van de Oudgriekse geschiedschrijving en filosofie. Hieronymus van Rhodos biedt een perfect voorbeeld van dit type literatuur.

Oxford Papyrology (2022). P.Oxy. LII 3656
Fragment van P. Oxy. 3656 (een rol uit Oxyrhynchus, een oude Egyptische stad beroemd om de duizenden papyri die daar zijn opgegraven) dateert uit de 2de à 3de eeuw n.C. en bevat een fragment van Hieronymus over een leerlinge van Plato

Het leven en werk van Hieronymus van Rhodos

Buste van Aristoteles, de grondlegger van de peripatetische school, waar Hieronymus toebehoort

Hieronymus van Rhodos was een filosoof die leefde in de 3de eeuw v.C. die behoorde tot de Peripatos, de leerschool opgericht door Aristoteles. Afgezien van een zeventigtal fragmenten is van Hieronymus’ werk niets overgeleverd. Deze fragmenten zijn voornamelijk overgeleverd door auteurs uit latere eeuwen, vooral uit de periode van de Romeinse keizertijd, zoals Plutarchus, Athenaeus en Diogenes Laërtius.

De verzamelde fragmenten van Hieronymus tonen een brede interesse. In deze teksten behandelt hij niet enkel filosofie, maar ook vele andere disciplines, wat kenmerkend is voor de Peripatetische School sinds Aristoteles. Er zijn fragmenten van expliciet filosofisch karakter die zich richten op het identificeren van het “hoogste goed”, terwijl andere zich bezighouden met onderwerpen zoals biografie, geschiedenis, mythologie, literatuur, retorica en geleerdheid. Veel fragmenten bevatten anekdotes over belangrijke figuren uit het verleden, waaronder filosofen, dichters en politici.

De fragmenten van Hieronymus zijn vaak raadselachtig. Bestaande bronnen bieden slechts summiere informatie, waardoor het niet altijd duidelijk is in welke context Hieronymus bepaalde onderwerpen behandelde. Vooral zijn uitgebreid gebruik van anekdotes roept de vraag op welke rol biografie en anekdotes speelden in zijn filosofische werk.

De bigamie van Socrates

Dit manuscript (een pagina uit de codex van Venetië, Biblioteca Nazionale Marciana, Gr. Z 447) bevat de Deipnosophisten van Athenaeus, een werk rijk aan citaten uit verloren werken

Hieronymus is een van de auteurs – samen met Aristoteles en andere peripatetici – die overleveren dat Socrates twee echtgenotes had en dat hij met beiden kinderen verwekte. De historische achtergrond van dit verhaal is moeilijk te achterhalen, aangezien alle bronnen fragmentarisch en tegenstrijdig met elkaar zijn; dit betreft zelfs de identiteit van de twee vrouwen. Ook onder de moderne geleerden zijn de meningen verdeeld: sommigen ontkennen de historische waarde van het verhaal, terwijl anderen er elementen van waarheid in zien.

Het fragment van Hieronymus [nr. 53 in de laatste verzameling, uitgegeven door S.A. White] wordt, mits kleine variaties, aangehaald door Athenaeus en Diogenes Laërtius, beiden auteurs uit de 2de-3de eeuw n.C. Volgens deze bronnen verwees Hieronymus naar een Atheens decreet dat het toestond om met twee vrouwen te trouwen en kinderen met beiden te krijgen met als doel de bevolking te herstellen.

Hieronymus lijkt met dit verhaal een apologie voor Socrates te bieden: hij probeert een ethische en juridische basis te geven aan de bigamie van Socrates, wellicht om hem te verdedigen tegen mogelijke vormen van schandaal. Hoewel het onduidelijk is of dit decreet echt heeft bestaan (in Athene was het altijd toegestaan om kinderen te hebben met een andere vrouw dan de echtgenote), is het zeker dat Hieronymus een positieve houding aannam ten opzichte van Socrates.

‘Socrates, zijn twee vrouwen en Alcibiades’, een schilderij van de Nederlandse schilder Reyer Jacobsz. van Blommendael (1660-1670) waarop zowel Xanthippe als Myrto – een naam overgeleverd door Athenaeus en Diogenes Laërtius – zijn afgebeeld

Slavernij van Phaedo van Elis

Een andere benadering vinden we in een fragment over Phaedo van Elis, een leerling van Socrates [nr. 54 White, via Diogenes Laërtius]. Hier beschuldigt Hieronymus Phaedo ervan een slaaf geweest te zijn. Sommige andere tradities stellen dat Phaedo van nobele afkomst was en tot slaaf werd gemaakt na de val van zijn stad. Hieronymus gebruikte deze informatie mogelijks om Phaedo in diskrediet te brengen als filosoof.

Het fragment is afkomstig uit het werk getiteld Περὶ ἐποχῆς, waar de term epochè verwijst naar de “opschorting van het oordeel”, volgens de terminologie van de sceptische filosofische school. Hoewel het werk verloren is gegaan, is het aannemelijk dat Hieronymus zich daarin tegen het scepticisme uitsprak. Phaedo kan genoemd zijn vanwege zijn connectie met Pyrrho van Elis, de grondlegger van het antieke scepticisme. Dit fragment laat zien hoe biografische elementen geïntegreerd konden worden in filosofische werken. Misschien werd ook het fragment over de bigamie van Socrates in deze context aangehaald?

Thales en de olijven

De filosoof Thales van Milete, afgebeeld op een mozaïek

Hieronymus vermeldt ook een anekdote over Thales van Milete [nr. 47 White, via Diogenes Laërtius]. Thales voorspelde een overvloedige olijvenoogst door gebruik te maken van zijn astronomische kennis. Bijgevolg huurde hij voor een lage prijs alle olijfpersen in de regio en maakte hier later een fortuin mee. De anekdote draagt een duidelijke morele boodschap over het nut van filosofie en wetenschap. Het verhaal werd mogelijk verzonnen als weerwoord tegen het idee dat filosofie nutteloos zou zijn. Thales blijkt ook de hoofdpersoon te zijn in een andere anekdote die door Plato wordt overgeleverd. In deze anekdote was Thales zo begeesterd met het observeren van de hemel dat hij tijdens het wandelen in een put viel en zichzelf dusdanig belachelijk maakte dat zelfs een Thracische slavin in de buurt haar lach niet kon bedwingen.

Het fragment van Hieronymus is afkomstig uit een werk getiteld Τά σποράδην ὑπομνήματα (Losse aantekeningen). Dit lijkt geen strikt filosofisch traktaat te zijn, maar eerder een verzameling diverse materialen, waaronder anekdotes over filosofen.

Pericles en de pedagogen

Buste van Perikles, protagonist van een anekdote geciteerd door Hieronymus

Pericles komt voor in een anekdote over onderwijs [nr. 31 White, overgeleverd in een Middeleeuwse bloemlezing]. Hieronymus benadrukt het belang van het zorgvuldig kiezen van pedagogen (de leraren voor kinderen van gegoede afkomst), een taak die vaak zonder zorg werd uitgevoerd. Hij bekritiseert vooral de gewoonte om niet-Griekse pedagogen in te huren, wat – naar zijn mening – negatieve gevolgen had voor de ethische en taalkundige vorming van kinderen. In deze context citeert hij een geestige opmerking van Perikles. Toen de Atheense strateeg een slaaf uit een olijfboom zag vallen en zijn been breken, riep hij spottend uit:

“Daar is weer een nieuwe pedagoog voor onze kinderen!”

Conclusie

Dit citaat maakt duidelijk dat Hieronymus de gewoonte had om anekdotes te gebruiken in theoretische contexten. We kunnen waarschijnlijk aannemen dat ook zijn andere anekdotes op gelijkaardige wijze tot stand kwamen. Helaas is in de meeste gevallen de oorspronkelijke context volledig verloren gegaan en kunnen we deze alleen hypothetisch reconstrueren. De auteurs die de fragmenten hebben overgeleverd waren vaak meer geïnteresseerd in anekdotes en biografische verhalen dan in de speculatieve onderdelen van de werken. Maar dankzij de vergelijking tussen Hieronymus’ verschillende fragmenten en de studie van andere bronnen over dezelfde zaken, is het nog steeds mogelijk een idee te krijgen van Hieronymus’ werk en de rol die biografie en anekdotes speelden in zijn filosofische werk.

Verder lezen

Steven A. White heeft de testimonia en fragmenten van Hieronymus van Rhodos verzameld, in het Engels vertaald en van commentaar voorzien in W.W. Fortenbaugh en S.A. White (reds.), Lyco of Troas and Hieronymus of Rhodes. Text, Translation, and Discussion (New Brunswick, New Jersey/Londen: Transaction, 2004). Hetzelfde volume bevat enkele essays over belangrijke aspecten van de biografie, het werk en de filosofie van Hieronymus.

Over de bigamie van Socrates biedt Jules Labarbe’s artikel “Les compagnes de Socrate” (L’Antiquité Classique, 67, 1998) interessante inzichten.

Coverafbeelding: Adaptatie van Rafaëls ‘De school van Athene’ (1509-1511), waarbij Plato en Aristoteles wandelen en discussiëren vanop Wikimedia (PD)

[Deze tekst is oorspronkelijk geschreven in het Italiaans. De vertaling naar het Nederlands is uitgevoerd met de hulp van ChatGPT. De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht Biografie en filosofie in de fragmenten van Hieronymus van Rhodos  van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/01/2025/biografie-en-filosofie-in-de-fragmenten-van-hieronymus-van-rhodos/feed/ 0 2658
SIGHT: De schimmen van Delos https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/#respond Fri, 20 Dec 2019 15:49:45 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1384 SIGHT - De schimmen van Delos

Onderzoekster Valérie Wyns ging verpozen in Delos en bezocht er de kunstinstallatie SIGHT van Antony Gormley. De non-profitorganisatie Neon en de kunstenaar willen hiermee het eiland herbevolken met moderne kunstwerken die zowel fascinerend zijn als bevreemdend aandoen. Onze reporter brengt verslag uit van haar ervaringen en de link met de Oudheid, die er bij dit Griekse eiland natuurlijk steeds te vinden is.

Het bericht SIGHT: De schimmen van Delos van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
SIGHT - De schimmen van Delos

Ik moet iets bekennen, beste lezer, dat me bij sommigen van jullie in achting zal doen dalen, dan wel doen stijgen: ik hou in het algemeen niet zo van moderne kunst. Door dit te zeggen, veralgemeen ik natuurlijk al veel te veel, want “moderne kunst” is een term die onnoemelijk veel ladingen dekt. Daarom zal ik mezelf een beetje nuanceren: ik hou in het algemeen niet zo van abstracte of nauwelijks figuratieve kunst. Geef mij een goeie Rubens of Caravaggio, en mijn dag is gemaakt. Tot Turner en de impressionisten wil ik nog gaan, maar verder wordt het moeilijk. Dat is natuurlijk mijn absoluut subjectieve smaak, die bovendien niet eens veel interne consistentie vertoont. Want mijn zogenaamde “smaak” werd volledig op zijn kop gezet toen ik op Delos de installatie SIGHT van Antony Gormley bezocht. Zoals gewoonlijk is het nodig dat ik een paar stappen terugzet voor ik het in al mijn enthousiasme zal hebben over SIGHT. Quid Delos? Et quis Antony Gormley?

Het drijvende eiland waar Apollo mocht geboren worden

De meeste antieke bronnen zijn het erover eens dat de god Apollo geboren werd op het “drijvende” eiland Delos. Zijn moeder Leto, die zwanger was geraakt na een ontmoeting met opperbevruchter Zeus, had doorheen Griekenland moeten zwerven om een plaats te vinden waar ze kon bevallen. De godin Hera, echtgenote van Zeus, had immers het vasteland en alle eilanden verboden de hoogzwangere vrouw te laten bevallen op hun bodem. Het eiland Delos, amper 5 kilometer lang en 1,5 kilometer breed, ontving Leto dan weer wel, omdat het “dreef” en daarom niet verbonden was aan de aarde, waardoor het verbod van Hera blijkbaar kon omzeild worden. De geboorte van haar eerste kind, Artemis, verliep vlot en pijnloos (Callimachus, Hymne 3), terwijl de komst van haar tweede kind, Apollo, negen martelende dagen en nachten op zich liet wachten (Homerische hymne voor de Delische Apollo). Het goddelijke kind verankerde het eiland aan de zeebodem, en zou voor eeuwig een voorkeur hebben voor het land dat zijn moeder genade had getoond.

Het “drijvende” eiland Delos

Recent onderzoek toonde aan dat het eiland al werd bewoond in 2000 v.C., en ten laatste duizend jaar later had Delos zich al ontwikkeld tot een centrum van godenverering. Homerus kende het verhaal van de Delische geboorte, dus de associatie Apollo-Delos dateert ten laatste uit de archaïsche periode. Vanaf de 6de eeuw v.C. bevindt het eiland zich in de invloedssfeer van Athene, net als de meest Cycladische eilanden. Hoewel Delos ook een bloeiend kruispunt voor zeehandel was, werd de religieuze rol van het eiland van steeds groter belang. De Delisch-Attische Zeebond hield op Delos haar ontmoetingen, en bewaarde er ook de kas tot 454 v.C., toen Pericles de gezamenlijke fondsen vorderde als renovatiepremie. In de Romeinse periode verwierf Delos bekendheid als slavenmarkt, en handel bloeide in de 2de en 1ste eeuw v.C. Aan het einde van deze periode ging het bergaf met het eiland: zijn rol als handelskruispunt leek uitgespeeld, en schaarste aan natuurlijke voorzieningen dwong de laatste bewoners om Delos uiteindelijk te verlaten.

De man die schaduwen naar Delos bracht

Het kunstwerk ‘Angel of the North‘ nabij Gateshead, Tyne & Wear

Antony Gormley was voor mij een nobele onbekende tot mijn boottocht naar Delos vorig jaar in september. Ik had hem nochtans kunnen kennen, hij is immers de kunstenaar die ‘The Angel of the North’ maakte, de enorme sculptuur die net buiten Newcastle staat. Voor de echte fijnproevers, dit standbeeld verschijnt ook in de begingeneriek van de realityreeks ‘Geordie Shore‘ op MTV.

De focus in het werk van Gormley ligt vaak op het menselijk lichaam en hij gebruikt zijn eigen lichaam vaak als basis voor de afgietsels waaruit zijn sculpturen groeien. Neon, een Griekse non-profitorganisatie die ijvert om de beleving van hedendaagse kunst toegankelijk te maken in Griekenland, zag in Gormley de ideale partner om Delos door nieuwe kunst ook nieuw leven in te blazen. Het eiland wordt vandaag immers alleen bewoond door archeologen die er onderzoek doen en de katten die in Griekenland alomtegenwoordig zijn. Met het project SIGHT wilden Neon en Gormley het eiland herbevolken met kunstwerken die zowel fascinerend zijn als bevreemdend aandoen.

Uw reporter op speurtocht in Delos

Begin september was ik op vakantie in Athene en Mykonos, na enkele maanden in bloed, zweet, en tranen te hebben gezwoegd aan de voltooiing van mijn doctoraat. Griekenland heeft me altijd nauw aan het hart gelegen, een enkele druppel Grieks bloed stroomt zelfs door mijn aders, maar op dat moment had ik het wel even gehad met de oudheid. Zozeer zelfs, dat ik moest overtuigd worden om op de boot te stappen om Delos voor de zevende of achtste keer in mijn carrière te bezoeken. Wat me over de streep trok, was een artikel dat ik een hele tijd eerder had gelezen, over de kunstenaar die Delos had overgenomen met zijn standbeelden. Terwijl sommigen niet genoeg lofwoorden vonden om Gormley’s werk op het eiland te beschrijven, schreeuwden anderen moord en brand, omdat ze vonden dat de kunstenaar de integriteit van het eiland vernielde met zijn moderne bric-à-brac. Geïntrigeerd door de sterk uiteenlopende opinies stapte ik dan toch maar op de ferry.

6 Times Left - Antony GormleyValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

6 Times Left‘, het kunstwerk van Antony Gormley dat een man in het water plaatst

Bij het binnenvaren in de baai waar de toeristenboten aanmeren, viel me direct op dat er een man in het water stond waar de oude haven het water inglijdt. Een seconde later viel mijn spreekwoordelijke frank (of euro): dit was het eerste kunstwerk dat Gormley op het eiland had geplaatst (zie bovenstaande foto). De man was het 29ste werk in de catalogus, en draagt de titel ‘6 Times Left’. In totaal bevinden zich 29 beelden van Gormley op het eiland, waarvan 5 specifiek gemaakt zijn voor SIGHT. Van veraf leek de ogenschijnlijk pootje-badende man wel een schim, een soort afdruk achtergelaten door een vroegere bewoner van Delos. Bij het verder wandelen botste ik al snel op nieuwe werken, al dan niet figuratief, die dusdanig geplaatst waren dat ze in een soort harmonie vielen met hun omgeving. Een voorbeeld hiervan was ‘Vice II’, een kubus die dicht bij de stoa van Philippos V geplaatst was, die in al zijn hoekigheid de bouwblokken in zijn omgeving complementeerde.

Vice II - Antony GormleyValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Vice II‘, een kubus vlakbij de stoa van Philippos V

'Another Time XV', een menselijke figuur starend naar de zeeValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Another Time XV‘, een menselijke figuur starend naar de zee

Verder wandelend langs Plakes Peak richting het gymnasion en stadion doemden opnieuw schimmen in de verte op. De standbeelden keken in de verte, meestal in de richting van de zee. Toeristen die voor de eerste keer op het eiland kwamen, konden de werken rustig negeren. Noch door kleur, noch door vorm vielen ze eigenlijk op, en om sommigen te kunnen zien moesten we echt halsbrekende toeren uithalen. Aan het gymnasion kwam ik voor de eerste keer echt dichtbij een van de menselijke figuren (‘Another Time XV‘), die net als zijn makkers op de rest van het eiland rustig naar de zee stond te staren.

Hier begon me echt het gevoel te bekruipen dat een wandeling tussen de beelden een wandeling tussen geesten uit het verleden was. De werken richtten zich niet tot de bezoeker, maar leken in overpeinzingen verzonken. Dat sommige stukken zich op afgelegen delen van het eiland bevonden, op plaatsen waar toeristen die de klassieke route volgen normaal niet komen, droeg bij tot dit gevoel. Ik begon me af te vragen hoe desolaat het eiland niet moest lijken als de toeristen weer op hun bootjes gestapt waren, met die eenzame dwalende figuren verspreid over het eiland. Ik maakte me ook de bedenking dat Gormley heel mooi in zijn opzet aan het slagen was, of toch in mijn hoofd: door de standbeelden en abstracte figuren voelde het eiland niet alleen des te verlatener aan, maar ook des te ouder en krachtiger aan. Een van mijn favoriete stukken was ‘Water‘, een van de vijf stukken speciaal gecreëerd voor deze installatie.

'Water', een gepixelde figuur kijkend naar schacht waarin zich een waterbron bevindtValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Water‘, een gepixelde figuur kijkend naar schacht waarin zich een waterbron bevindt

Water’ stond aan de laan die naar het kleine museum leidt, vlakbij de zogenaamde ‘Agora des Italiens‘. Een bijna gepixelde figuur stond met het hoofd licht gebogen naar beneden te kijken, in een schacht waarin zich een waterbron bevindt. Als je er van ver naartoe wandelde kreeg je het gevoel dat je naar een personage in een oud computerspelletje toeging, zo eentje dat met pixels van een vierkante centimeter op je scherm voorbijkwam in de jaren 90. Je verwachtte bijna dat je hem zou doen schrikken, en dat gevoel bleef aanhouden toen ik ernaast ging staan. Mijn blik werd automatisch naar de bodem van de put getrokken, en ik bleef een tijdje naast ‘Water’ meekijken wat er daarbeneden toch zo interessant was.

Beelden van Antony Gormley die opduiken in en naast lokale huizenValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Beelden van Antony Gormley die opduiken in en naast lokale huizen

Terwijl ik als laatste stop naar het best bewaarde woonkwartier van het eiland wandelde, werden de beelden ook drukker: ze doken op in huizen links en rechts, in de meest onmogelijke houdingen. Hierdoor werd een gevoel van gezellige drukte gecreëerd, en een vrolijk spelletje ontstond door het speuren naar nieuwe vondsten achter elke muur, hierbij daarenboven nog eens geholpen door de massa katten die lui in de schaduwen van de huizen lagen te slapen.

Hoewel ik geen al te hoge verwachtingen had van de installatie van Gormley, voer ik weg van Delos met het gevoel dat ik het eiland opnieuw voor de eerste keer gezien had. Ik had beter rondgekeken, het landschap geobserveerd, en stilgestaan bij de plaatsen die de kunstenaar om een of andere reden had willen benadrukken. Gormley wilde blijkbaar ook daadwerkelijk mijn eerdere gevoel van geesten of schimmen uit het verleden oproepen, las ik later in de brochure die ik vanop Delos had meegenomen. SIGHT vormde zo’n mooie aanvulling op de bergen archeologisch materiaal die het eiland rijk is, en ik vind het oprecht jammer dat de installatie ondertussen opnieuw weggehaald is (de stukken waren een heel seizoen aan de elementen blootgesteld geweest, en hadden daardoor alleen al behoorlijk wat schade ondervonden).

Katjes op DelosValérie Wyns | OUDE GESCHIEDENIS

Katjes op Delos

Voor de dierenvrienden onder jullie voeg ik een foto toe van de katjes op Delos, die wel bestand zijn tegen de Griekse elementen, en vrolijk elk jaar nieuwe bezoekers verwelkomen op een van de mooiste archeologische sites van de Middellandse Zee.

Coverfoto: onze reporter bij het werk ‘Another Time XV’ van Antony Gormley in Delos (Copyright: Valérie Wyns)

Het bericht SIGHT: De schimmen van Delos van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/12/2019/sight-de-schimmen-van-delos/feed/ 0 1384
Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/#respond Mon, 22 Oct 2018 14:56:42 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1072 'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

De Peloponnesische Oorlog

De allianties tijdens de start van de Peloponnesische Oorlog in 431 v.C.

Athene kende na het afslaan van twee grote Perzische invasies (492-490, 480-479 v.C.) een grote culturele en economische bloei, die ten dele gestoeld was op de inkomsten die stad onttrok aan de Delisch-Attische Zeebond. Oorspronkelijk werd de Delisch-Attische Zeebond in 478 v.C. opgericht om te verzekeren dat de Perzen geen verder gevaar meer zouden vormen voor Griekenland. Athene ging de Zeebond echter al snel domineren, en de financiële bijdragen van de andere leden dienden – zeer tot hun ongenoegen – om de Atheense oorlogskas te spekken en de stad te verfraaien. Sparta en zijn bondgenoten zagen deze Atheense expansiezucht echter met lede ogen aan.

Een goede dertig jaar lang vochten Athene en Sparta een bittere oorlog uit. Vooral de Atheners kregen het zwaar te verduren. De strategie van Pericles, die bij de aanvang van de oorlog de voornaamste staatsman van Athene was, bestond erin de bevolking achter de stadsmuren terug te trekken, en ondertussen de Spartanen met de superieure Atheense vloot te bekampen. Het Atheense platteland kreeg echter met herhaaldelijke Spartaanse raids te maken, en tot overmaat van ramp brak in 430 v.C. een vreselijke epidemie uit in de overbevolkte stad, waar uiteindelijk ook Pericles aan zou bezwijken. Toch gaven de Atheners zich niet gewonnen. Een desastreuze expeditie naar Sicilië tussen 415 en 413 v.C. luidde echter het begin van het einde in. De Spartanen voerden de druk danig op, en eens ze erin slaagden Athene af te snijden van de zilvermijnen in Laurion, kwam de stad al gauw in financiële nood.

Goud en brons

In 407-406 v.C. werd de situatie dermate penibel dat Athene niet langer in staat was zilveren munten te produceren. Om de oorlog verder te bekostigen, ging Athene voor de eerste keer in zijn monetaire geschiedenis over tot het slaan van gouden munten. Zeer bijzonder aan deze munten is dat we exact weten waar het goud vandaan komt. Bij het Parthenon stonden immers acht beelden van Nikè, de godin van de overwinning, die met goud bekleed waren. Het goud werd van zeven van de acht beelden afgehaald en omgesmolten. Deze wanhoopsdaad bleek echter niet genoeg, want een korte tijd later begon de stad met het slaan van door zilver omhulde bronzen munten: πονηρὰ χαλκία, “waardeloze bronsmuntjes”, zo omschreef de komedieschrijver Aristophanes ze.

Onderstaande munt is allesbehalve een waardeloos stuk. Het gaat om een uiterst zeldzaam exemplaar van de goudmuntslag van de Atheners tijdens de Peloponnesische Oorlog. Op de voorzijde is Athena te zien, de beschermgodin van de stad en tevens oorlogsgodin. Op de keerzijde staat een uiltje met een olijftak, beide symbolen van Athena. De legende luidt ΑΘΕ, een afkorting voor AΘΕΝΑΙΩΝ, oftewel ‘van de Atheners’.

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Afloop

De Atheense inspanningen mochten overigens niet baten: in 405 v.C. werd de Atheense vloot finaal verslagen bij Aegospotami, in 404 v.C. gaf de stad zich over. De Spartaanse veldheer Lysander installeerde een oligarchisch regime, de zogenaamde Dertig Tirannen, die hard tekeergingen tegen hun politieke tegenstanders. Democratisch gezinde Atheners wisten hun nieuwe heersers weliswaar al gauw omver te werpen in een revolutie (303 v.C.), maar de Atheense macht zou zich nooit meer volledig herstellen.

Lees meer

Thompson, Wesley E., en Wesley C. Thompson. “The Golden Nikai and the Coinage of Athens”. The Numismatic Chronicle 10 (1970): 1-6.

Kagan, D. The Peloponnesian War. 4 vols. 2003. Herdruk, Londen: Penguin Books, 2004.

Coverafbeelding: adaptatie van het schilderij ‘Perikles hält die Leichenrede’, van Philipp Foltz (1852), vanop Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/feed/ 0 1072
Aan het kruis genageld: de kruisiging van Jezus in historisch perspectief https://www.oudegeschiedenis.be/05/04/2018/aan-het-kruis-genageld-de-kruisiging-van-jezus-in-historisch-perspectief/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/04/2018/aan-het-kruis-genageld-de-kruisiging-van-jezus-in-historisch-perspectief/#comments Thu, 05 Apr 2018 16:08:52 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=779 schilderij 'De kruisiging' door Giovanni di Paolo di Grazia (ca. 1447)

In de Goede Week die uitmondt in Paaszondag herdenken we niet alleen de verrijzenis van Jezus Christus uit het graf, maar ook zijn dood door kruisiging die eraan vooraf ging op Goede Vrijdag. Dat de zoon van God de bekendste historische figuur is die op deze manier werd terechtgesteld door de Romeinen is een understatement, maar hij was lang niet de enige. Toch heerst er nog veel controverse over deze gruwelijke vorm van terechtstelling in het Romeinse Rijk.

Het bericht Aan het kruis genageld: de kruisiging van Jezus in historisch perspectief van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
schilderij 'De kruisiging' door Giovanni di Paolo di Grazia (ca. 1447)

In de Goede Week die uitmondt in Paaszondag herdenken we niet alleen de verrijzenis van Jezus Christus uit het graf, maar ook zijn dood door kruisiging die eraan vooraf ging op Goede Vrijdag. Dat de zoon van God de bekendste historische figuur is die op deze manier werd terechtgesteld door de Romeinen is een understatement, maar hij was lang niet de enige. Toch heerst er nog veel controverse over deze gruwelijke vorm van terechtstelling in het Romeinse Rijk.

Kruisiging als pre-Romeinse executiemethode

Voor de Romeinse periode was een bepaalde vorm van kruisiging als executie al bekend bij andere antieke volkeren zoals de Assyriërs en de Egyptenaren. Al in de oudste wetteksten uit de Codex Hammurabi uit de 18de eeuw v.C. komt mogelijk de vroegste vermelding van een kruisiging voor, hoewel niet in de later bekende vorm: in het geval een vrouw overspel zou plegen en haar man en de echtgenote van haar minnaar zou vermoorden, worden zowel zij als haar minnaar aan een paal gespietst (Cod. Ham. 153).

Voor Egypte zijn er verschillende bronnen, waaronder inscripties op papyrus, met verschillende hiërogliefen die verwijzen naar het spietsen op een paal. Ook bij de veldtocht van de Assyrische heerser Šalmanassar III in de 9de eeuw v.C. werden Syriërs geëxecuteerd door hun onderste delen te spietsen met een paal, zo toont één van de reliëfs op de bronzen poorten van Balawat. Deze methode werd nadien ook nog door onder meer Darius I gebruikt om 3000 Babyloniërs terecht te stellen, zo blijkt uit de zogenaamde drietalige Behistuninscriptie en het relaas van Herodotus (III,159). Diezelfde Griekse geschiedschrijver vernoemt in zijn Historiai nog enkele keren de techniek van het spietsen, onder andere in zijn beschrijving van Astyages, de laatste koning van de Meden (I,128) en Oroetes, de gouverneur van Sardis die zijn tegenstander Polykrates, tiran van Samos (III,125) liet executeren. Bij deze laatste was het opvallend dat de man al dood was voor hij werd gespietst of gekruisigd. Herodotus gebruikt twee werkwoorden voor de terechtstelling, anaskolopizō (ἀνασκολοπίζω) en anastauroō (ἀνασταυρόω), die beide als ‘op een staak spietsen’ kunnen worden vertaald.

Afbeelding van gespietste Syrische gevangen tijdens de veldtocht van Šalmanassar III, te zien op de Balawat-poort

Ook bij de Grieken kwam kruisiging voor en wel in een vorm die nauwer aansluit bij wat de Romeinen deden. Nog bij Herodotus lezen we namelijk in zijn verslag over de Tweede Perzische Oorlog van Xerxes (IX,120) dat de Atheense generaal Xanthippus, de vader van Pericles, Artayctes, een gevangengenomen Perzische generaal, levend aan een plank liet nagelen. Alexander de Grote doodde volgens historiograaf Quintus Curtius Rufus 2000 inwoners van Tyrus door hen aan een kruis te hangen (crucibus adfixi) op een groot gedeelte het strand (Hist. Alex. IV,4,7).

Paal of kruis?

Gravure van een crux simplex ad infixionem met een gespietste terdoodveroordeelde, uit een boek van Justus Lipsius

Etymologisch gezien verwijzen de Griekse termen voor kruisiging naar een opgerichte paal of staak (stauros). Ons woord kruis daarentegen is afgeleid van het Latijnse crux, zoals kruisiging van crucifixio, letterlijk het fixeren/vasthangen (facere) aan een kruis. In de Romeinse periode waren er verschillende vormen van kruisigingen: aan een boom (infelix lignum), een opgerichte paal (crux simplex) of een samengesteld kruis (crux composita) dat bestond uit een opgerichte paal (stipes) en een dwarsbalk (patibulum). Naar vorm kwam dit laatste kruis voor als een X-vormig kruis (crux decussata), een Latijns kruis (crux immissa) of een T-vormige Tau-kruis (crux commissa). Het kruis kon ook hoog zijn (crux sublimis), maar in de meeste gevallen ging het om een laaghangend kruis (crux humilis). Naar afmetingen was de opstaande balk ongeveer tussen 1,8 en 2,4 meter hoog en de dwarsbalk tussen 1,5 en 1,8 meter lang. Kruisen konden meer dan 120 kilogram wegen, waarbij het patibulum soms al tot 60 kilogram zwaar kon zijn.

De Romeinse methode ging meestal als volgt: eerst werd de verticale paal in de grond geplaatst, waarna de dwarsbalk pas eraan werd bevestigd nadat de ter dood veroordeelde eraan was genageld of gebonden. Een inscriptie (titulus) werd soms ook nog bij aan de paal genageld boven het hoofd van het slachtoffer. Seneca bevestigt dit in zijn De Consolatione ad Marciam:

Video istic cruces non unius quidem generis sed aliter ab aliis fabricatas: capite quidam conversos in terram suspendere, alii per obscena stipitem egerunt, alii brachia patibulo explicuerunt. (VI,20,3)

Ik zie daar kruisen, niet slechts van een soort, maar gemaakt op veel verschillende manieren: sommige hebben hun slachtoffers met hun hoofd op de grond, anderen aan hun private delen gespietst, nog anderen strekken hun armen uit op de dwarsbalk.

De voornaamste doodsoorzaak bij de Romeinse vorm van kruisigen zou verstikking door zuurstoftekort of hartfalen zijn. Dit treedt bij een normale hangende positie aan het kruis al op na minder dan een uur, maar door de toevoeging van zogenaamde sediles, bankjes voor de voeten of het zitvlak om op te rusten, kon de lijdensweg die tot de dood leidde met enkele uren worden verlengd.

Kruisiging bij de Romeinen

Hoe de Romeinen met kruisiging als executiemethode in contact kwamen is niet zeker, maar een plausibele uitleg lijkt dat ze na de Tweede Punische Oorlog (218 v.C. – 201 v.C.) met de Carthagers -die kruisigingen gebruikten om zelfs hun generaals die faalden in de oorlog terecht te stellen- ook deze techniek begonnen toe te passen. Livius beschrijft in zijn Ab Urbe Condita de eerste keer dat de Romeinen 25 slaven kruisigden tijdens de campagne tegen Hannibal:

Per eosdem dies speculator Carthaginiensis, qui per biennium fefellerat, Romae deprensus praecisisque manibus dimissus, et servi quinque et viginti in crucem acti, quod in campo Martio coniurassent. (XXII,33)

Rond die tijd werd in Rome een Carthaagse spion opgepakt, die zich gedurende twee jaar aan de gevangenneming had onttrokken, en nadat zijn handen waren afgesneden, mocht hij gaan, en werden 25 slaven gekruisigd, op beschuldiging van samenzwering op het Marsveld.

In de daaropvolgende jaren raakten kruisigingen ook verder ingeburgerd in het Romeinse leger, bijvoorbeeld wanneer Scipio Africanus in 201 v.C. na de val van Carthago de perfugae of deserteurs uit zijn leger, allen Romeinen, dezelfde doodstraf oplegt. (Liv. XXX,43)

Kruisiging werd gebruikt als executiemiddel voor slaven, piraten en criminelen die geen Romeins burgerschap bezaten. Een uitzondering op die laatste regel vormden de deserteurs of burgers die beschuldigd werden van hoogverraad. Tijdens de Republiek kruisigde Crassus in de nasleep van de opstand van Spartacus, ook bekend als de Derde Slavenoorlog, 6000 van diens aanhangers en deze zorgden er volgens Appianus voor dat de volledige weg van Capua naar Rome vol stond met kruisen.

Kruisigingsscène uit de film Spartacus (1960) van Stanley Kubrick met Kirk Douglas in de hoofdrol

Ook de Cilicische piraten die Caesar ontvoerden in 75 v.C. kwamen volgens de biografie van Plutarchus op deze manier aan hun einde. In 70 v.C. trad Cicero op als advocaat tegen Verres, de gouverneur van Sicilië, die een Romeins burger met de naam Gavius liet kruisigen, ondanks zijn burgerschap. De redenaar beschouwt kruisiging als de meest wrede en onterende (crudelissimi taeterrimique) straf (In Verrem II,5,165). In dezelfde rechtszaak spreekt hij ook het volgende uit:

Facinus est vincire civem Romanum, scelus verberare, prope parricidium necare: quid dicam in crucem tollere? Verbo satis digno tam nefaria res appellari nullo modo potest. (In Verrem II,5,170)

Het is een misdaad om een Romeins burger te knevelen, hem geselen is een boosaardigheid, hem ter dood brengen is bijna vadermoord: en dan wat te zeggen over hem kruisigen? Dat is zo’n schuldige handeling die onmogelijk adequaat kan worden uitgedrukt met een term slecht genoeg ervoor.

In de keizertijd kwam het al wel eens voor dat een libertus, een vrijgelaten slaaf, niet aan de kruisiging ontsnapte. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Asiaticus, die nadat zijn meester Vitellius in het vierkeizerjaar 69 was verslagen, werd gekruisigd. (Tac. Hist. IV,11,10). Bij de massale kruisiging van slaven lijkt het niet onwaarschijnlijk dat af en toe ook vrouwen en kinderen niet aan deze doodstraf ontsnapten. Zo schreef Publius Cornelius Tacitus in zijn Annales (XIV,45) dat leeftijd noch geslacht een invloed had op de uitvoering van deze vorm van executie en dat onder de slaven die gekruisigd werden voor de moord door één van hen op hun meester Lucius Pedanius Secundus zich ook vele vrouwen en kinderen bevonden. Zo kennen we ook het voorbeeld van een vrouwelijke libertaIde, die werd gekruisigd op bevel van keizer Tiberius, en van wie het verhaal ons is overgeleverd door Flavius Josephus (Antiquitates Iudaicae, XVIII,3,4). De Joodse geschiedschrijver (en legerleider) vertelt in datzelfde boek ook over de koning en hogepriester van de Joodse Hasmonese staat, Alexander Iannaeus, die in 88 v.C. na een Farizeeënopstand 800 van zijn tegenstanders liet kruisigen (XIII,380). In de literaire bronnen uit de Romeinse periode lezen we dus steeds over kruisigingen door ophanging, met uitzondering van de Britse koningin Boudicca die in de revolte van 60/61 de gruwelijke methode van het op een staak spietsen nog toepaste op Romeinse matrones en Plutarchus die beide methoden nog beschrijft in zijn Moralia (499D). Tot slot kennen we natuurlijk nog de spietsing van Cicero’s handen en hoofd aan de Rostra, maar dat gebeurde na zijn executie en was meer bedoeld als afschrikking voor de andere politieke tegenstanders van het tweede triumviraat (uit Appianus‘ Bellum Civile 4,20).

Uit de spelen van Plautus, ook al zijn het komedies, en andere literaire bronnen zoals Plutarchus kunnen we al enkele details afleiden van hoe de kruisiging bij de Romeinen concreet werd uitgevoerd. Plautus (Carbonaria, fr. 2) vermeldt bijvoorbeeld dat de terdoodveroordeelde met het patibulum naar de plek waar de verticale balk van kruis was opgetrokken, moest wandelen en vervolgens eerst aan de dwarsbalk werd genageld, alvorens die balk horizontaal aan de opgerichte paal werd bevestigd. Ook Plutarchus (De Sera 554b) vermeldt dat de veroordeelde het kruis op zijn rug moest dragen (en waarschijnlijk gaat het hier ook enkel over de dwarsbalk).

Graffito uit Puteoli met afbeelding van een gekruisigde vrouw, Alkimillatekening door prof. Antonio Lombatti

Graffito uit Puteoli met afbeelding van een gekruisigde vrouw, Alkimilla

Diezelfde procedure blijkt ook uit een wettekst voor begrafenisondernemers (AE 1971, 88) die in de Italiaanse kuststad Puteoli is gevonden. De wet schrijft onder meer voor dat eigenaars die een slaaf willen laten kruisigen zelf moet opdraaien voor alle kosten zoals de houten palen (waaronder het patibulum), kettingen en koorden voor de zweepslagen. Ook de kosten voor diegenen die deze zaken naar de plaats van executie brengen en voor de beul zelf zijn ten laste van de eigenaar. In een andere sectie van de wet wordt ook gesproken over publieke executies, uitgesproken door magistraten (mogelijk voor het laten kruisigen van vreemdelingen en burgers uit de lagere klassen). Daarbij moeten de de aannemers van zulke opdrachten gratis het volgende voorzien: kruisen (cruces), nagels, pek, was en kaarsen. Die laatste drie zaken waren voor het martelen van de gevangen voor ze werden gekruisigd, een praktijk die gangbaar was in de Romeinse periode. De terdoodveroordeelde werd eveneens voor het kruisigen eerst van zijn kleding ontdaan en vervolgens vaak nog aan zweepslagen onderworpen.

Een graffito die eveneens uit Puteoli afkomstig is, daterend uit de tijd van Trajanus of Hadrianus, bevestigt dat de terdoodveroordeelde naakt aan het kruis werd gespijkerd. Op de afbeelding, gevonden op taberna 5, een gasthuis, is een naakte vrouw aan het kruis te zien. Het opschrift vermeldt nog haar naam, Alkimilla, die mogelijk op de titulus was geschreven (tenzij het hier eerder over een vervloeking dan over een echte representatie zou gaan).

Daarnaast hebben we nog archeologische bewijs. Het eerste daarvan komt uit Jeruzalem, waar in een graftombe de overblijfselen van een gekruisigde man samen met zijn kind zijn ontdekt. Een opschrift op de tombe geeft ons de naam van beiden: yhwḥann / yhwḥann bn ḥgqwl (Jehohanan, Jehohanan ben Hagkol). De overblijfselen van beide hielen van de man zijn doorspijkerd met een nagel, terwijl de handen en polsen van de man dit niet hebben, er waarschijnlijk op duidend dat zijn armen waren vastgebonden aan de dwarsbalk, in plaats van gespijkerd. Een tweede geval werd in 2007 opgegraven in het Italiaanse Gavello, zo’n 75 kilometer van Venetië. Het gaat hier opnieuw om een man, begraven in een geïsoleerd graf zonder grafgiften, wiens rechterhiel doorboord was. Na een multidisciplinair onderzoek concludeerden wetenschappers dat dit waarschijnlijk ook zal gebeurd zijn bij de kruising van deze man (mogelijk een slaaf of misdadiger) waarbij een nagel zou zijn gebruikt om hem in een open of rechtshangende positie te fixeren. Dat archeologen nog niet meer dergelijke voorbeelden hebben gevonden, kan verschillende oorzaken hebben. De de kostprijs van de nagels kan ervoor hebben gezorgd dat er een voorkeur werd gegeven aan het kruisigen met het gebruik touw, maar ook het hergebruik van de nagels en de sociale positie van de gekruisigden maken het aannemelijk dat er op dit moment niet meer materieel bewijs is gevonden.

Vondst van een skelet in Fenstanton met een spijker in de rechterhiel

Toch bracht een vondst uit 2017 uit het Britse graafschap Cambridgeshire mogelijk nieuw bewijs voor een kruisiging aan het licht. Op de site van een oude melkfabriek in Fenstanton, in het oosten van Engeland, werden toen de overblijfselen van een Romeinse nederzetting gevonden met daarbij ook enkele begraafplaatsen. In één daarvan troffen archeologen het skelet van een jonge man, tussen de 25 en 35 jaar oud, aan, maar pas toen het enige tijd later in het laboratorium werd schoongemaakt merkten onderzoekers op dat er een gat in zijn rechterhiel zat, doorboord door een 5 centimeter lange spijker. Koolstofdatering maakte duidelijk dat hij tussen 130 en 360 n.C. gestorven is en een DNA-analyse toonde aan dat hij geen familie was van andere overledenen uit de begraafplaatsen, maar dat hij wel tot de plaatselijke bevolking behoorde.

Naast de spijker in zijn hiel werden nog enkele belangrijke aanwijzingen gevonden voor een dood door kruisiging. Zo lag de man naast een houten constructie, vermoedelijk de plank waaraan hij was vastgebonden, had hij 6 gebroken ribben (misschien veroorzaakt door een zwaard) en een ontsteking aan zijn dunne benen, allemaal aanwijzingen dat hij waarschijnlijk vastgebonden was. Naast deze (impliciete) tekenen dat het hier mogelijk om een misdadiger gaat die eerst werd gemarteld en vervolgens aan het kruis genageld, werden in hetzelfde graf ook nog 12 andere ijzeren spijkers gevonden. Een ondiep gaatje in het rechterbot van de man, hetzelfde been waarin de dertiende nagel door zijn rechterhiel was geslagen, suggereert dat een eerste poging om het te kruisigen niet was gelukt. Volgens de onderzoekers maakt dit alles van het opgegraven skelet het eerste – en het best bewaarde – archeologische bewijs van een kruisdode in Noord-Europa.

De kruisiging van Jezus

Flavius Josephus geeft ons nog een breder beeld over het gebruik van kruisigingen bij Joden. In zijn De Bello Iudaico over de Joodse Oorlog tegen keizer Titus verhaalt hij (V,11) hoe Joodse opstandelingen werden gekruisigd langs de muur van Jeruzalem en hoe de Romeinse soldaten er genoegen in schepten om hun lijden te verlengen door hen in verschillende posities te kruisigen, zodat hun doodsstrijd langer zou duren. Daarnaast haalt hij ook aan dat in sommige gevallen Joden van goede afkomst werden gekruisigd, als het ware om te tonen dat zij door hun misdaad en bijhorende straf hun status waren kwijtgeraakt. Een ander voorbeeld van een massale kruisiging vinden we in zijn Antiquitates Iudaicae (XVII,10,295) waar Publius Quinctilius Varus – later bekend als de Romeinse generaal die in het Teutoburgerwoud met zijn troepen werd afgeslacht door de Germanen – 2000 Joodse rebellen kruisigde na de Joodse opstand van 4 v.C.

Ook in het Oude Testament leren we al iets over de herkomst van kruisiging als straf. Een passage in Deuteronomium (21:22-23) levert veel onzekerheid op bij bijbelonderzoekers. Waarbij vroeger werd gedacht dat een Joodse man kon worden veroordeeld tot de dood en nadien zou worden opgehangen, menen onderzoekers nu dat het woord talah mogelijk toch zou moeten worden geïnterpreteerd als gespietst aan een staak. Weliswaar gebeurde dit enkel met het hoofd van een veroordeelde nadat hij al was geëxecuteerd op een traditionele manier volgende de Joodse wet: door steniging, verbranding, wurging of onthoofding. In andere passages (Genesis 40:19 en Esther 7:10) wordt al gerefereerd aan de traditie van ophanging, kruisiging of spietsen, bij de oude Egyptenaren en de Perzen, maar ook hier zijn deze interpretaties niet onomstreden. Hoewel kruisiging dus waarschijnlijk niet tot het vroegste Joodse recht behoorde, lijkt het mogelijk dat door de Romeinse invloed deze doodstraf ook nadien werd toegepast bij misdaden waarbij de misdadiger op een zo beschamend mogelijke manier moest worden terechtgesteld.

Hoewel de historiciteit van Jezus intussen niet echt meer wordt betwijfeld, blijven er toch nog heel wat onzekerheden (o.a. over de datering in het jaar 30 of 33) bestaan over het kruisigingsverhaal dat ons voornamelijk is overgeleverd via de vier evangelisten. Wat betreft het waarom van zijn veroordeling tot het kruis door Pontius Pilatus, prefect van Judaea (praefectus Iudaeae) kunnen we vermoeden dat het hier om zogenaamde majesteitsschennis gaat. Kajafas, de hogepriester van de Joodse tempel in Jeruzalem, ondervroeg Jezus na zijn veroordeling door de Joodse raad of sanhedrin (die de wettelijke veroordeling tot de doodstraf overlieten aan de Romeinen) over zijn claim als messias of ‘Koning der Joden’. De bestraffing van deze vorm van hoogverraad (vroeger bekend als perduellio, maar in Jezus’ tijd waarschijnlijk al gekend onder de term maiestas) was tijdens de regering van Tiberius een gekende manier om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.

Over de prelude naar de executie kunnen we uit uit de evangelies (Matteüs 27:27, Marcus 15:15, Lucas 23:16, Johannes 19:1) en ook uit de Eerste brief van Petrus (2:24) afleiden dat ook Jezus naar Romeins gebruik eerst afgeranseld werd in het praetorium en mogelijk ontdaan werd van zijn kleding, waarschijnlijk met meer dan 39 zweepslagen zoals het Joods recht voorschrijft (Deuteronomium 25:3). Daarna werd hij nog bespot en geslagen door Romeinse soldaten en de vazalkoning van Galilea en en Perea, Herodes Antipas (Lucas 23:11), die hem tooiden met een rode (Matteüs 27:28) of purperen (Marcus 15:17) toga -een verwijzing naar zijn zogenaamde koningschap-, een houten staf als scepter en een doornenkroon. Vervolgens moest hij (al dan niet met hulp van Simon van Cyrene) het kruis – waarschijnlijk enkel met de patibulum of dwarsbalk zoals bleek uit Plautus – dragen naar de plaats van zijn executie buiten de muren van Jeruzalem, Golgotha.

Aangekomen op de plaats van executie werd een titulus met het opschrift ‘Jezus van Nazareth, Koning der Joden’ werd in drie talen (Hebreeuws, Latijn en Grieks) aangebracht volgens Johannes (19:20; de drie andere evangelisten vermelden een kortere variant op ‘Koning der Joden’). Over de concrete uitvoering van de kruisiging worden we weinig wijzer, buiten het feit dat dezelfde evangelist nog beschrijft dat een Romeinse soldaat met zijn lans een steekwonde aanbracht in de zij van Jezus (mogelijk de oorzaak van zijn dood). Zijn benen werden ook niet meer gebroken, omdat de soldaten merkten dat hij net daarvoor gestorven was, iets dat wel gebeurde met de twee misdadigers die naast hem waren gekruisigd (Johannes 19:30-34). Dat Christus gekruisigd werd met nagels lijkt aannemelijk, het archeologische bewijs -hoewel: testis unus testis nullus– ondersteunt op zijn minst het nagelen van de voeten aan het kruis en de armen gespreid. De stigmata aan zijn handen (Johannes 20:25) kunnen erop wijzen dat hetzelfde ook gebeurde met zijn handen. Dit alles zou ook betekenen dat Jezus aan een samengesteld kruis werd gekruisigd en niet simpelweg aan een rechtopstaand crux simplex, zoals sommige geleerden hebben proberen aantonen. De Alexamenos-grafitto, een mogelijke afbeelding van Jezus’ dood gevonden in de buurt van de Palatijnse heuvel in Rome en waarschijnlijk stammend uit de 3de eeuw n.C., lijkt dit te bevestigen, hoewel ook hierover de meningen uiteenlopen.

Kruisigingsscène uit de film ‘The Passion of the Christ’ (2004) van Mel Gibson

Volgens Marcus (15:25) gebeurde de kruisiging van Jezus tijdens het derde uur (om ongeveer 9 uur ’s ochtends) en duurde zijn doodstrijd zes uur. Dat zou extreem lang zijn, tenzij een voet- of zitbank zou zijn gebruikt zodat het zuurstoftekort pas na enkele uren zou optreden. Johannes (19:14) beschrijft de uitvoering van de doodstraf aan het kruis op het zesde uur (rond de middag). Dat Christus met zijn laatste adem nog enkele woorden kon uitspreken lijkt onwaarschijnlijk en past vooral binnen de religieuze context van het messiasverhaal.

Nadien werd het lichaam van Jezus nog opgevraagd bij Pilatus. Zowel bij Matteüs, Lucas als Marcus vinden we het verhaal dat Jozef van Arimathea vroeg om het lichaam te mogen begraven en dat de Romeinse prefect dit toestond. Het vervolg van het verhaal en Christus’ verrijzenis die elk jaar nog wordt herdacht met Pasen kennen we.

Conclusie

De kruisiging van Jezus was zowel een logische als een onlogische straf in het historische perspectief van het gebruik van deze executiemethode. Hoewel de Romeinen kruisiging niet hebben uitgevonden, hebben ze deze gruwelijke vorm van terechtstelling wel afgeleid van de methode om terdoodveroordeelden of reeds geëxecuteerde personen aan een paal te spietsen en geperfectioneerd. Deze zware straf werd normaal gezien enkel uitgesproken tegen slaven, vreemdelingen, revolutionairen of zware criminelen die geen Romeins burgerrecht bezaten (enkele uitzonderingen zoals deserteurs niet te na gesproken). Ook na Jezus kennen we nog verschillende voorbeelden van gekruisigde christenen, van wie sommigen zoals de apostelen Petrus en Andreas later ook heilig werden verklaard.

Zoals uit de literaire bronnen blijkt, was kruisiging ook een manier om een veroordeelde te vernederen – een teken van schande – en zwaar te doen afzien tijdens het volledige proces. In de meeste gevallen zal een combinatie van zuurstoftekort, wonden opgelopen bij het martelen voor de executie en andere lichamelijke verschijnselen ten gevolge van het kruisigen tot de dood hebben geleid. In Jezus’ geval kunnen we ervan uitgaan dat hij een te grote politieke tegenstander (verzwaard door zijn voorstelling als ‘Koning der joden’) van zowel de heersende Joodse klasse als de Romeinen zal zijn geworden, waarna ook tegen hem de doodstraf door kruisiging werd uitgesproken. Over de details van de kruisiging, net zoals over de methode zelf, heerst nog veel controverse, gaande van het gebruikte materiaal tot de exacte omstandigheden.

Uiteindelijk zou het nog duren tot Constantijn de Grote aan het begin van de 4de eeuw n.C. kruisiging als executiemethode zou verbieden. Dit verbod, waarvan geen edict is teruggevonden, maar enkel een passage bij Sozomenus (Historia Ecclesiastica I,8,13), werd volgens de historiograaf Aurelius Victor (De Caesaribus, XLI,4) meer ingegeven door des keizers menselijkheid, dan door religieuze overtuigingen. De christelijke bekeerling, astroloog en schrijver Firmicus Maternus, een tijdgenoot van Constantijn die nog schreef onder diens opvolgers, gebruikt in zijn voorspellingen kruisiging als voorbeeld van een traditionele doodstraf (Mathesis VIII,7; VIII,25). De duidelijkste wettekst die een verbod instelt op kruisigingen is de codex van keizer Theodosius II (Codex Theodosianus), die werd uitgevaardigd in 438/439 n.C., meer dan een eeuw later dan keizer Constantijn, hoewel de doodstraf in gebruik bleef voor slaven die tegen hun meester samenzwoeren (IX,5,1,1). In sommige landen in het Midden-Oosten bestaat kruisiging als executiemethode ook nog vandaag de dag.

Lees meer

Cook, J. G. (2014), Crucifixion in the Mediterranean World, Tübingen.

Hengel, M. (1977), Crucifixion in the Ancient World and the Folly of the Message of the Cross, Philadelphia.

Kuhn, H.-W. (1982), “Die Kreuzesstrafe während der frühen Kaiserzeit. Ihre Wirklichkeit und Wertung in der Umwelt des Urchristentums” in ANRW II/25.1, pp. 648-793.

Robison, J. C. (2002). “Crucifixion in the Roman World: The Use of Nails at the Time of Christ.” Studia Antiqua 2.1.

Samuelsson, G., (2013), Crucifixion in Antiquity. An Inquiry into the Background of the New Testament Terminology of Crucifixion (2nd edition), Tübingen.

Coverfoto: schilderij ‘De kruisiging’ door Giovanni di Paolo di Grazia (ca. 1447), uit het Rijksmuseum

Update I: dit artikel werd begin 2020 aangevuld met het archeologisch bewijs uit Gavello na de wetenschappelijke publicatie in: Gualdi-Russo, E. et al. (2019), “A multidisciplinary study of calcaneal trauma in Roman Italy: a possible case of crucifixion?” in Archaeological and Anthropological Sciences 11, pp. 1783–1791.

Update II: dit artikel werd in december 2021 aangevuld met nieuw archeologisch bewijs uit Cambridgeshire dat werd gepubliceerd in: Ingham, D. & Duhig, C. (2021), “Crucifixion in the Fens: Life and Death in Roman Fenstanton” in British Archaeology Magazine, January | February 2022.

Het bericht Aan het kruis genageld: de kruisiging van Jezus in historisch perspectief van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/04/2018/aan-het-kruis-genageld-de-kruisiging-van-jezus-in-historisch-perspectief/feed/ 1 779