notaris Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/notaris/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 13 Aug 2025 22:14:06 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png notaris Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/notaris/ 32 32 136391722 Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/#respond Thu, 31 Jul 2025 19:55:03 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2690 Tempel van Hathor in Deir el-Medina

In Ptolemaeïsch Thebe vertaalden tweetalige Egyptische scriba’s religieuze en administratieve termen van het Demotisch naar het Grieks met een combinatie van letterlijke vertalingen, fonetische transcripties, leenvertalingen en verklarende omschrijvingen. Deze strategieën weerspiegelen de complexe tweetalige context waarin Grieks en Egyptisch naast elkaar bestonden zonder duidelijke dominantie, al had het Grieks een hogere status in officiële domeinen. Sommige oorspronkelijk Egyptische termen groeiden via herhaald gebruik uit tot volwaardige Griekse leenwoorden, zo blijkt uit de verschillende bronnen (voornamelijk tweetalige papyri) uit Ptolemaeïsch Thebe.

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Tempel van Hathor in Deir el-Medina

Net zoals we tegenwoordig zonder nadenken googelen of binge-watchen – woorden die uit het Engels zijn overgenomen en helemaal zijn ingeburgerd – zo nam men in de Oudheid ook leenwoorden over wanneer een directe vertaling ontbrak. Tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe moesten vaak creatief zijn bij het vertalen van religieuze termen, zoals priestertitels en godennamen, van Demotisch naar Grieks. Soms vonden ze een passend Grieks equivalent, maar als dat er niet was, grepen ze naar slimme alternatieven: leenvertalingen, fonetische transcripties of verklarende omschrijvingen. Sommige van deze woorden raakten zo ingeburgerd dat ze uiteindelijk als volwaardige Griekse termen werden beschouwd.

Tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe

Een Egyptisch schrijverspalet

De sociolinguïstische realiteit van Ptolemaeïsch Egypte kan het best worden omschreven als een situatie van “living apart together”. Er waren individuen die uitsluitend Grieks spraken en anderen die alleen Egyptisch gebruikten, terwijl een derde groep tweetalig was. Beide talen genoten een vergelijkbaar prestige, zonder dat een van de twee volledig dominant was. Toch werd Grieks steevast gebruikt voor officiële en administratieve aangelegenheden. Dit verklaart waarom Egyptenaren eerder geneigd waren Grieks te leren dan omgekeerd. De elites hechtten vermoedelijk het meeste prestige aan hun eigen taal, al hadden zij doorgaans ook kennis van de andere. In Ptolemaeïsch Thebe (het huidige Luxor), in het zuiden van Egypte, bestond de elite voornamelijk uit Egyptische priesters. Zij waren cultureel geworteld in de Egyptische traditie, maar hadden vaak ook een zekere beheersing van het Grieks. De papyri die zij hebben nagelaten, vormen dan ook een waardevolle bron voor het onderzoek naar tweetaligheid in deze periode.

Scriba’s en hun kennis

De Demotische (Egyptische) papyri uit Ptolemaeïsch Thebe zijn in veel gevallen geschreven door notarissen (monographoi), die deel uitmaakten van de Egyptische clerus en werkten voor het notariaat van de tempel. Wie een huis wilde kopen of een huwelijk wilde sluiten, moest naar het notariaat gaan om een contract te laten opstellen, waarbij ook getuigen aanwezig moesten zijn. Soms moesten deze Demotische contracten in het Grieks worden vertaald, bijvoorbeeld wanneer een zaak voor de (Griekse) rechtbank werd gebracht. Dit verklaart waarom zoveel tweetalige papyri uit Ptolemaeïsch Thebe bewaard zijn gebleven (bijvoorbeeld P. BM Andrews 28 [TM 2732]). Naast het Demotische notariaat, waar scriba’s in het Egyptisch schreven, bestond er ook een Grieks notariaat, waar scriba’s (agoranomoi) in het Grieks schreven. Interessant genoeg waren deze Grieks-schrijvende scriba’s vaak Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. In sommige gevallen is hun Egyptische achtergrond duidelijk herkenbaar, bijvoorbeeld door de invloed op hun geschreven Grieks en de “fouten” die zij maakten. Juist deze fouten, evenals de manier waarop Egyptische woorden in het Grieks werden weergegeven, bieden waardevolle inzichten in de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe en het taalniveau van deze scriba’s.

Voorbeeld van een tweetalig (Demotisch/Grieks) contract uit Ptolemaeïsch Thebe (P. BM Andrews 28 [TM 2732])

Religieuze terminologie in Demotisch en Grieks

Een kruik waarin een Thebaans tweetalig papyrusarchief werd bewaard

Een interessante casus om de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe te onderzoeken, is de religieuze terminologie in de tweetalige papyri. Deze omvat onder andere priestertitels, toponiemen van tempels en godennamen. Voor veel traditionele Egyptische (Demotische) termen bestond er geen direct equivalent in het klassieke (koine) Grieks. Om deze begrippen toch weer te geven, moesten scriba’s alternatieve strategieën toepassen wanneer een eenvoudige vertaling niet volstond. Dit leidde tot creatieve aanpassingen en interessante varianten in de manier waarop Demotische woorden in het Grieks werden weergegeven.

Vertalingen en leenvertalingen

De eenvoudigste manier om Egyptische termen in het Grieks weer te geven, was door ze rechtstreeks te vertalen. Zo werden het ‘hoofd van een phyle’ en een ‘wever’ simpelweg vertaald. Wanneer er echter geen bestaand Grieks equivalent voorhanden was, maar een gedeeltelijke vertaling wel mogelijk was, werd vaak een leenvertaling toegepast. Hierbij werd het woord niet in zijn geheel vertaald, maar werd elk afzonderlijk deel omgezet in het Grieks. Zo werd een watergieter (wah-moe) bijvoorbeeld omschreven als ‘degene die water’ (choachytes) uitgiet, en werd een wever van koninklijk linnen een ‘byssos-wever’. Bij al deze (leen)vertalingen was het duidelijk welke functies de personen met deze titels uitoefenden, en er bestond voldoende Griekse woordenschat om geschikte vertalingen te maken. Dit komt mede doordat deze functies, hoewel ze vaak verbonden waren met een tempel- of religieuze context, niet per se cultureel specifiek waren. In wezen betroffen ze vrij algemene beroeps- of taakomschrijvingen.

Buitenlandsismen en leenwoorden

Wanneer functies complexer of minder duidelijk waren, of wanneer er geen passend Grieks equivalent voorhanden was, koos men vaak voor een transcriptie. Dit betekende dat de scriba het Egyptische woord fonetisch weergaf in het Griekse schrift. Deze transcripties konden aanvankelijk een buitenlandsisme zijn, wat betekent dat ze letterlijk on the spot werden geconcipieerd, zonder een gestandaardiseerde spelling. De tweetalige documenten uit Ptolemaeïsch Thebe bevatten enkele interessante voorbeelden van dergelijke buitenlandsismen, zowel voor priestertitels als religieuze toponiemen.

Een eerste voorbeeld komt uit een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582]), waarin de namen en titels van de overledenen staan vermeld voor wie de dodenpriesters plengoffers brachten. Een van de individuen op deze lijst was een hogepriester van Ptah, pꜣ ḥm(-nṯr) Ptḥ, wat in het Grieks doorgaans wordt vertaald als hogepriester van Hephaistos (προφήτης Ἡφαίστου, prophetes Hephaistou). De scriba van deze lijst was echter niet bekend met de gangbare vertaling en kon de titel alleen fonetisch noteren, waardoor hij een buitenlandsisme introduceerde. Hij schreef de titel neer zoals hij die hoorde: φενπταιος (phenptaios; mogelijk uitgesproken als pəhəmpətáh). De scriba was zich duidelijk bewust van zijn onzekerheid, want hij voegde er bijna verontschuldigend aan toe: “of hoe de titel dan ook anders geschreven wordt”.

Griekse gedeelte van een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582])

Andere voorbeelden van buitenlandsismen zijn terug te vinden in enkele Thebaanse toponiemen. Bekende tempels kregen meestal een Griekse vertaling: de tempel van Amon (de Karnak-tempel) werd het Ammonieion, de tempel van Anubis het Anubieion, en de tempel van Isis het Isieion, enzovoort. Wanneer een letterlijke vertaling niet mogelijk was, werd vaak de interpretatio Graeca toegepast, waarbij een Egyptische god werd gelijkgesteld met een Griekse. Zo werd de tempel van Montu het Apollonieion, aangezien Montu werd vereenzelvigd met Apollo; de tempel van Mut werd het Heraion, en de tempel van Hathor het Aphrodisieion. Voor minder bekende tempels of toponiemen kon dit principe niet altijd worden gevolgd, en schreef de scriba soms fonetisch neer wat hij hoorde. Zo werd de tempel van Opet in het Karnak-domein, Pꜣ-pr-ꞽp.t-wr.t, fonetisch weergegeven als Παποηριεῖον of Πεφοηριείο (papoerieion, pephoerieion; mogelijks uitgesproken als *pəp(ʰ)əwèrə). Op dezelfde manier werd het dorp “de fundering van Isis”, gelegen naast de tempel van Deir-Shelwit, Pa-grg(-n)-ꜣs.t, fonetisch weergegeven als Πακηρκεῆσις, Πακερκεεσις (pakerkeesis; mogelijks uitgesproken als *pəkərkəʔésə).

Opvallend bij buitenlandsismen is dat ze meestal slechts één keer voorkomen, zoals in het voorbeeld van de hogepriester van Ptah. Wanneer ze daarentegen meerdere keren worden aangetroffen, zoals bij de toponiemen, ontbreekt vaak een gestandaardiseerde spelling. Dit resulteerde in verschillende Griekse varianten van dezelfde naam. Na verloop van tijd konden dergelijke buitenlandsismen uitgroeien tot volwaardige leenwoorden die zich volledig aan het Grieks hadden aangepast. De buitenlandse oorsprong van het woord speelde dan geen rol meer; het werd volledig geïntegreerd in de taal en kreeg een gestandaardiseerde spelling.

Er zijn niet veel voorbeelden van Demotische termen die uiteindelijk Griekse leenwoorden werden. Toch zijn er enkele titels waarbij dit gebeurde en die volledig ingeburgerd geraakten. Een eerste voorbeeld is de titel mr-šn, die verwees naar een functionaris die verantwoordelijk was voor de financiële administratie van de tempel en verantwoording moest afleggen aan de Ptolemaeïsche overheid. De Griekse variant, λεσῶνις (lesonis), was een fonetische weergave van de Demotische titel, maar in tegenstelling tot buitenlandsismen werd het woord volledig aangepast aan het Grieks en consequent op dezelfde manier geschreven. Een vergelijkbaar geval is de titel gl-šr, die verwees naar een soort soldaat, mogelijk een bewaker van het tempeldomein. In het Grieks werd deze titel weergegeven als καλάσιρις (kalasiris).

Niet alleen titels, maar ook Egyptische epitheta konden zich ontwikkelen tot leenwoorden. Het bekendste voorbeeld hiervan is te vinden binnen de cultus van Amon, de hoofdgod van het Thebaanse gebied. Twee van de meest voorkomende priesterfuncties binnen zijn cultus waren genoemd naar epitheta van Amon: de profeten van Amon in Karnak (Ꞽmn-n-Ꞽp.t-sw.t) en de profeten van Amon-Ra, koning der goden (Ꞽmn-Rꜥ nsw.t nṯr.w). Opmerkelijk genoeg kreeg alleen het laatste epitheton een Griekse tegenhanger: Ἀμονρασονθήρ. Dit was waarschijnlijk omdat dit het meest prominente epitheton van de twee was. Vermoedelijk werd dit Griekse leenwoord ontwikkeld door Egyptische priesters die naar de meest geschikte “vertaling” zochten om de belangrijke cultus van Amon in het Grieks weer te geven.

Verklarende beschrijvingen

Een beeld van een Egyptische scriba (5de dynastie)

Wanneer het oorspronkelijke Egyptische woord voor de scriba duidelijk was, maar er geen Grieks equivalent bestond, kon hij naast een transcriptie ook een verklarende beschrijving ontwikkelen. In zulke gevallen werd niet simpelweg een woord overgenomen, maar werd uitgelegd welke functie een persoon met die titel uitoefende. Opvallend is dat de Griekse equivalenten in veel gevallen explicieter en duidelijker zijn dan de oorspronkelijke Demotische termen.

Het feit dat het Grieks vaak duidelijker is dan het oorspronkelijke Demotisch, komt vooral naar voren in de cultus van heilige valken en ibissen. Deze vogels werden tijdens hun leven verzorgd en gevoed door een bepaalde groep priesters, vervolgens waarschijnlijk ritueel gedood als offer, en daarna gemummificeerd en begraven door een andere groep priesters. In het Demotisch werden de verzorgers aangeduid als ‘dienaar van de ibissen’ (bꜣk nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (bꜣk pꜣ bꞽk). Het Grieks biedt echter een veel specifiekere omschrijving: ἰβιοβοσκός (‘degene die de ibissen voedt’) en ἱερακοβοσκός (‘degene die de valken voedt’). Voor de priesters die de dieren mummificeerden en begroeven, die met een andere Demotische term eveneens ‘dienaar van de ibissen’ (sḏm nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (sḏm pꜣ bꞽk) werden genoemd, bood het Grieks opnieuw een verduidelijking: ἰβιοτάφος (‘degene die de ibissen begraaft’) en ἱερακοτάφος (‘degene die de valken begraaft’). Dit onderscheid zou op basis van het Demotisch alleen nooit zo helder zijn geweest, aangezien beide functies in die taal simpelweg als dienaar werden omschreven.

Een vergelijkbaar fenomeen doet zich voor bij de portiers van de tempel (ry-ꜥꜣ), die in het Grieks werden omschreven als ‘degene die het gordijn omhoog doet’ (παστοφόρος). Deze verklarende beschrijving is veel specifieker dan de algemene Demotische titel ‘portier’. Ook de Egyptische rechter, wpty in het Demotisch, wordt in het Grieks specifieker omschreven als ‘rechter van het volk’ (λαοκρίτης). Dit komt doordat de Grieken het rechtssysteem in Egypte diversifieerden. Naast de Egyptische rechters, die vaak priesters waren en rechtszittingen hielden bij de poorten van de tempels, voegden de Grieken ook hun eigen rechters, chrematistai (koninklijke rechtbanken) en dikastai (Griekse rechtbanken), toe. Deze diversificatie maakte het noodzakelijk om de Egyptische rechters, die al lange tijd bestonden, in het Grieks specifieker te beschrijven. Eveneens interessant is de titel van de Demotische voorleespriester, ẖry-ḥb, die naast het voorlezen van rituele teksten ook verantwoordelijk was voor de mummificatie van lijken. In het Grieks kreeg hij de specifieke titel ‘pekelaar’ (ταριχευτής), omdat hij degene was die de lijken met natron pekelde. Waar de oorspronkelijke Egyptische titel sterk de nadruk legde op de religieuze functie – hij is iemand die rituele teksten voorleest – richt de Griekse titel zich duidelijker op de praktische aspecten van de mummificatie. De Griekse term pekelaar werd overigens ook gebruikt voor mensen die werkzaam waren in de voedselindustrie, specifiek voor degenen die verantwoordelijk waren voor het pekelen van voedsel met zout.

Conclusie

Al deze Griekse verklarende beschrijvingen, die vaak beter uitlegden wat er precies werd bedoeld dan de oorspronkelijke Demotische termen, werden mogelijk ook ontwikkeld door Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. Ze werden in ieder geval opgesteld door individuen die goed begrepen welke specifieke functies er uitgevoerd werden. Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat het beschrijven van bepaalde priesterfuncties om een titel te creëren geen nieuw concept was. De Egyptenaren deden dit al in eerdere periodes. Zo werden de verschillende handelingen die bijvoorbeeld tijdens het dagelijkse offerritueel voor de god in de tempel werden uitgevoerd, als volgt beschreven: degene die de horizon binnengaat en ziet wat er is, degene die het schrijn opent en de god ziet, enzovoort. Dit soort verklarende beschrijvingen werden al toegepast in eerdere hiëratische en hiëroglyfische titels. Dit kan een extra reden zijn om aan te nemen dat de Griekse verklarende beschrijvingen voor de Demotische titels eveneens door Egyptenaren werden gemaakt die de Griekse taal hadden geleerd.

Hoewel de tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe niet altijd volledig begrepen wat er precies aan de hand was en soms fonetisch moesten neerschrijven wat ze hoorden, bezaten ze in de meeste gevallen veel kennis en deden ze hun uiterste best om de religieuze Demotische terminologie zo nauwkeurig mogelijk in het Grieks weer te geven.

Meer Lezen

Coussement, S., “Because I am Greek”. Polyonymy as an Expression of Ethnicity in Ptolemaic Egypt, Stud. Hell. 55, Leuven, 2016.

Depauw, M., “Language Use, Literacy, and Bilingualism”, in C. RIGGS (ed), Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, pp. 671-689.

Fewster, P., “Bilingualism in Roman Egypt”, in J. N. ADAMS, M. JANSE and S. SWAIN (eds), Bilingualism in Ancient Society. Language Contact and the Written Word, 2002, pp. 220-245.

Kilani, M., “On the Vocalization of Semitic Words in Late Bronze Age Egyptian transcriptions: New Evidence from Papyrus Anastasi I”, in L. QUICK, S. NOLL, P. Y. YOO and E. KOZLOVA (eds), To Gaul, to Greece and Into Noah’s Ark. Essays in Honour of Kevin J. Cathcart on the Occasion of His Eightieth Birthday, Oxford, 2019, pp. 167-186.

Mairs, C. J. & Martin, R., “A Bilingual ‘Sale’ of Liturgies from the Archive of the Theban Choachytes. P. Berlin 5507, P. Berlin 3098 and P. Leiden 413”, Enchoria 31, 2008/9, pp. 22-67.

Schneider, T., “Three Histories of Translation. Translating in Egypt, Translating Egypt, Translating Egyptian”, in S. MCELDUFF, E. SCIARRINO (eds), Complicating the History of Western Translation. The Ancient Mediterranean in Perspective, London, 2011, pp. 176-188.

Vierros, M., Bilingual Notaries in Hellenistic Egypt. A Study of Greek as a Second Language, Coll. Hell 5, Leuven, 2012.

 

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Temple of Hathor, Deir el-Medina’, vanuit Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/feed/ 0 2690
Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/#respond Tue, 09 Jun 2020 15:15:10 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1599 Tempelcompex van Karnak

Het 'Huis van de Koe' was een district in de stad Thebe, in het zuiden van Egypte, waar vele dodenpriesters een huis bezaten. Het district is gelegen op de Thebaanse oostoever, ten noorden van de bekende tempel van Karnak. De aankoop en verkoop van de huizen, die zich in dit district bevonden, zijn voor ons bewaard in de vele papyrusarchieven die de Thebaanse dodenpriesters hebben achtergelaten. Dankzij deze koopcontracten is het mogelijk om een reconstructie te maken van hoe het district er precies heeft uitgezien.

Het bericht Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Tempelcompex van Karnak

Het ‘Huis van de Koe’ was een district in de stad Thebe, in het zuiden van Egypte, waar vele dodenpriesters een huis bezaten. Het district is gelegen op de Thebaanse oostoever, ten noorden van de bekende tempel van Karnak. De aankoop en verkoop van de huizen, die zich in dit district bevonden, zijn voor ons bewaard in de vele papyrusarchieven die de Thebaanse dodenpriesters hebben achtergelaten. Dankzij deze koopcontracten is het mogelijk om een reconstructie te maken van hoe het district er precies heeft uitgezien.

“Honderdpoortig” Thebe

Het Egyptische Thebe “met de honderd poorten”, zoals Homerus de stad omschreef, is lange tijd de religieuze hoofdstad van het Nijlland geweest. In het Thebaanse gebied werden er talloze feesten en processies voor verscheidene goden georganiseerd. Het religieuze landschap van Thebe werd door de Nijl in twee delen gesplitst, met op de oostoever de tempels van Luxor en Karnak, en op de westoever de vele dodentempels (o.a. van Deir el-Bahari en Medinet Haboe), het arbeidersdorp Deir el-Medina, en de Vallei der Koningen en Koninginnen. Verder zijn er op de westoever bijzonder veel graven van privépersonen terug te vinden, die verdeeld zijn over een aantal necropolen, waaronder de bekende Asasif-necropool en de necropolen Dra Aboe el-Naga en Sjeik Abd el-Koerna.

In het Thebaanse gebied ontstonden verschillende religieuze connecties, die zich vertaalden in prominente festivals. Zo was er het ‘Mooie Feest van de Vallei’, waarbij de god Amon jaarlijks van zijn Karnaktempel naar Deir el-Bahari gebracht werd, het Opet-feest, waarbij een processie jaarlijks van Karnak naar Luxor trok, en het Dekadenfeest waarbij de god Amenophis van Luxor elke tien dagen een bezoek bracht aan de tempel van Medinet Haboe aan de overzijde van de Nijl. Tijdens deze festiviteiten oefenden de Thebaanse dodenpriesters belangrijke taken uit, zoals het brengen van plengoffers voor bepaalde goden. Naast hun dagelijkse functie om te zorgen voor de overledenen in de necropool, trokken de priesters de religieuze festiviteiten van Thebe steeds mee op gang.

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloonLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloon

Grondplan van het Karnak-complex, met de tempels van Amon-Ra en Montoe. Het ‘Huis van de Koe’ bevond zich naast deze twee tempels. De exacte locatie is tot op heden echter onbekend

Het Karnak-complex op de oostelijke oever bestond uit verschillende tempels, waaronder de ‘Amon-Ra’-tempel, die de belangrijkste was. Verder werden er eveneens tempels gebouwd voor de goden Montoe en Moet, respectievelijk ten noorden en ten zuiden van de ‘Amon-Ra’-tempel. Rond het tempelcomplex werden vrij dicht woningen gebouwd, die samen met de tempel de stad Diospolis Megale vormden. Deze stad bestond uit verschillende districten, en één van deze districten was het ‘Huis van de Koe’. Dit district was gelegen ten noorden van de tempel van Amon-Ra en ten westen van de tempel van Montoe. De naam verwijst naar de tempel van Montoe, die ook wel de tempel van de koe genoemd werd (Egyptisch: tA-Hw.t-n-pA-iH). De koopcontracten van deze huizen zijn bewaard gebleven in enkele papyrusarchieven van de dodenpriesters uit de regio, waaruit blijkt dat vele van hen een huis in dit district bezaten. De locaties van de huizen worden in de contracten niet beschreven zoals we vandaag een adres zouden opgeven, maar aan de hand van de buren in de verscheidene windrichtingen (een voorbeeld volgt verder). Er is dus heel wat puzzelwerk vereist om een plattegrond van het ‘Huis van de Koe’ te reconstrueren.

 

De Thebaanse priesterarchieven

Uit het Thebaanse gebied zijn heel wat papyrusarchieven bewaard uit de Ptolemaeïsche tijd (332-30 v.C.). Zowel het Egyptisch als het Grieks werden gebruikt als voertaal in private en officiële context. De private papyrusarchieven uit Ptolemaeïsch Egypte staan toe een preciezer beeld te krijgen van het leven van de mensen uit deze periode dan vele andere bronnen uit de oudheid. Papyrusarchieven bevatten vaak de private administratie van de eigenaar en regelmatig kunnen we daardoor, helemaal of gedeeltelijk, het leven van de mensen reconstrueren.

In Thebe zijn heel wat tweetalige archieven van dodenpriesters teruggevonden en dankzij deze documenten zijn we goed ingelicht over hun werk in de necropool. Er dienden namelijk verschillende stappen ondernomen te worden vooraleer de overledene een begraafplaats kreeg in de Thebaanse necropool. Voor deze verschillende fases waren verschillende soorten priesters verantwoordelijk. Het verwijderen van de organen en het balsemen werd bijvoorbeeld uitgevoerd door respectievelijk de paraschistai (“degene die het lichaam opent”) en de taricheutai (“degene die pekelt”). Verder zorgden de nekrotaphoi (“degene die het lijk draagt”) ervoor dat de mummie bij zijn graf in de necropool terecht kwam. Na de begrafenis, namen de choachytai (letterlijke vertaling van het Egyptische wAH.w-mw, “degene die water uitgiet”) de zorg van de overledene op zich en zorgden ze dagelijks voor de libaties en de nodige voedseloffers. Het is voornamelijk van deze laatste groep priesters, de choachieten, dat er veel archieven bewaard zijn. Deze teksten verduidelijken naast hun beroepsleven ook heel wat over hun privéleven, met name over waar ze precies gehuisvest waren. Dit brengt ons bij het ‘Huis van de Koe’, het district op de Thebaanse oostoever, waar veel van deze priesterfamilies een huis bezaten.

De Thebaanse necropool in Sjeik Abd el-Koerna, waar vele priesters werkzaam warenLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Thebaanse necropool in Sjeik Abd el-Koerna, waar vele priesters werkzaam waren

Er zijn maar liefst zeven priesterarchieven die verbonden kunnen worden met het ‘Huis van de Koe’. De volgende archiefeigenaars bezaten documenten over één of meerdere huizen in het district:

Telkens wanneer een huis – doorgaans van de ene aan de andere priester – werd verkocht, werd een contract opgesteld. Oudere koopcontracten werden systematisch doorgegeven aan de nieuwe eigenaar van het huis. De priesters uit de opgesomde archieven waren via familiebanden aan elkaar gelinkt en de documenten die in hun bezit waren, strekken zich uit over meerdere generaties. Dankzij de papyri kunnen we sommige huizen volgen wanneer ze van de ene familie aan de andere worden doorverkocht.

De verkoop van de huizen

De meeste van de Thebaanse koopcontracten werden geschreven in het Demotische schrift (een cursieve vorm van hiërogliefen) en werden volgens een vast schema met een lange reeks clausules opgesteld. Bovendien bestonden de contracten eigenlijk uit twee documenten, conform een typisch Egyptische traditie: (1) de verkoopakte zelf en (2) een akte van afstand

  1. In de verkoopakte bevestigde de verkoper dat de betaalopdracht uitgevoerd werd en dat hij tevreden was met het geld dat hij ontvangen heeft. Vreemd genoeg werd het precieze bedrag nooit vermeld. In het Demotisch staat er dan het volgende: “je hebt mijn hart tevreden gesteld met je geld”. Dit document eindigt steeds met een handtekening van een notaris
  2. In de akte van afstand bevestigde de oorspronkelijke eigenaar en dus verkoper dat hij afstand deed van zijn eigendom. In dit document garandeerde de verkoper dat hij zou tussenkomen in het geval dat iemand anders de eigendom zou claimen. De verkoopakte geeft bijgevolg het wettelijke recht voor het gebruik van het onroerend goed door, terwijl bij de afstandsakte het eigendomsrecht zelf wordt doorgegeven

Beide documenten bestaan uit een overeenkomst, een bevestiging dat de verkoop geregistreerd is en een kwitantie die aangeeft dat de nodige belastingen betaald zijn door de koper. Tenslotte werden de handtekeningen van de 16 getuigen eraan toegevoegd. Naast deze documenten, die werden opgesteld bij de verkoop van een huis, werden steeds de oudere koopcontracten van datzelfde huis eveneens overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Wanneer een huis werd doorgegeven van vader op zoon via een erfenis, werden de oudere koopcontracten eveneens doorgegeven samen met een akte van verdeling, een soort Egyptisch testament.

BM 10524, een van de teksten uit het archief van Teianteus. Het gaat om een contractuele verplichting waarin toestemming gegeven werd om een huis te bouwen tegen de westelijke muur van het huis van Teianteus

Een goed voorbeeld van een papyrusarchief waarin veel – in dit geval zelfs nagenoeg alle – teksten gerelateerd zijn aan een specifiek huis in het ‘Huis van de Koe’-district, is het archief van Teianteus, een vrouwelijke archiefeigenaar. Ze maakte deel uit van een priesterfamilie en leefde kort na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Het archief bevat documenten van drie verschillende families, met daarin vijf opeenvolgende eigenaren van de woonst in het ‘Huis van de Koe’. Het huis van Teianteus maakte oorspronkelijk deel uit van een groter huis dat op het einde van de 4de eeuw v.C. in het bezit was van een zekere Djoefachi, houtbewerker in de tempel van Amon. Hij verdeelde het huis onder zijn kinderen en nadien (vanaf 301 v.C.) werden de delen van het huis steeds apart doorverkocht, tot een van de delen in het bezit kwam van Teianteus (284 v.C.). Dankzij de eigendomsaktes die zij in haar archief bewaard heeft, kunnen we de verkoop van het huis opnieuw reconstrueren tot aan het moment dat het in handen was van de oorspronkelijke eigenaar, Djoefachi.

Zoals reeds vermeld, hadden de huizen in het district geen echt adres zoals we dat vandaag kennen. Wanneer een huis beschreven werd in een papyrus, werd er een zo specifiek mogelijke omschrijving gegeven volgens een vaste structuur. De eigenaars van de aanpalende huizen werden namelijk steeds opgesomd, doorgaans in dezelfde volgorde: eerst het zuiden en het noorden, vervolgens het oosten en het westen. Een dergelijke locatie-omschrijving van het huis van Panas II, zoon van Pchorchonsis in een eigendomsakte (TM Text 310) gaat als volgt (situatie in 265 v.C. uit het archief van Pechytes, zoon van Pchorchonsis):

“Het huis, gelegen in het Noordelijke district van Thebe, in het Huis van de Koe. De buren van het hele huis zijn: in het zuiden het huis van Esnachomneus, zoon van Harbesis, waartussen de koninklijke weg ligt; in het noorden het huis van Esminis, zoon van Pamonthes; in het oosten het huis van Tayris, dochter van Teos; in het westen het huis van Herisenef, zoon van Achoapis.”

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloonLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Reconstructie van het huis van Panas II, zoon van Pchorchonsis (situatie in 265 v.C.). Deze Panas was de grootvader van de laatste archiefeigenaar, Pechytes

Aan de hand van deze omschrijvingen kan men op twee niveaus reconstructies maken: enerzijds van wie naar wie het huis werd doorgegeven, en anderzijds hoe alle huizen zich tot elkaar verhouden binnen het district het Huis van de Koe. Wanneer er namelijk bepaalde buren in verscheidene teksten terugkomen, kan men een reconstructie maken van waar de huizen zich op een plattegrond bevinden. Op basis van het verder analyseren van verscheidene teksten en het zoeken naar linken tussen de priesterfamilies en hun eigendommen, zijn er telkens verder geëvolueerde plattegronden gemaakt van het ‘Huis van de Koe’ (zie ‘Lees meer’).

Plattegrond van het 'Huis van de Koe', zoals gereconstrueerd werd door Glanville (1950). Huis S betreft het huis van Pechytes, zoon van Pchorchonsis. Jufachi verwijst naar het oorspronkelijke huis van Djoefachi, dat later deels bij Teianteus terecht kwam. Meer geüpdatete versies van de plattegrond zijn te vinden in Depauw (2000) en Muhs (2005)Glanville (1950)

Plattegrond van het ‘Huis van de Koe’, zoals gereconstrueerd werd door Glanville (1950). Huis S betreft het huis van Pechytes, zoon van Pchorchonsis. Jufachi verwijst naar het oorspronkelijke huis van Djoefachi, dat later deels bij Teianteus terecht kwam. Meer geüpdatete versies van de plattegrond zijn te vinden in Depauw (2000) en Muhs (2005)

Onderlinge huwelijken

De papyrusarchieven laten ook toe enkele stambomen van de priesterfamilies te reconstrueren. Professor Brian Muhs heeft aangetoond dat de zonen en dochters van de Thebaanse dodenpriesters doorgaans met elkaar in het huwelijk traden, en dan nog toevallig met de zoon of dochter van een van de buren in het ‘Huis van de Koe’. Het gaat in de meeste gevallen zelfs om de kinderen van dodenpriesters die maar één of twee huizen verder woonden. Het is best mogelijk dat de zonen, die dan zelf ook priester waren, de voorkeur gaven aan meisjes die in hun buurt woonden, en dan toevallig ook de dochter waren van een priester. Maar niets is minder waar. Als men het gehele ‘Huis van de Koe’-district bekijkt, behoort maar een derde van de inwoners tot een priesterfamilie. Toch zijn deze bijna allemaal getrouwd met iemand die ook tot een priesterfamilie behoorde. Volgens professor Muhs zocht men dus in eerste instantie naar een huwelijkskandidaat die ook tot dezelfde sociale kring behoorde en dat was dan in de meeste gevallen ook iemand die maar enkele huizen verder woonde.

Waarom wilden leden van priesterfamilies binnen hun eigen kring een partner zoeken? Het heeft, zoals vaak, te maken met de erfenis. Wanneer een dodenpriester overleed, werden alle mummies waarvoor hij verantwoordelijk was, inclusief de inkomsten, verdeeld onder zijn kinderen, jongens én meisjes. Wanneer bijgevolg een van de dochters getrouwd was met iemand die niet behoorde tot de priestergemeenschap, dan zouden de mummies en hun inkomsten terecht komen in een andere (niet-priester)familie. Om de mummies en hun inkomsten in de gemeenschap te houden, werden de huwelijken binnen het priesterambt gehouden, namelijk door de dochters steeds uit te huwelijken aan mannen die ook priester waren. Wanneer een priester overleed, ging een deel van zijn mummies dan wel naar zijn dochter en de familie waarbinnen ze getrouwd was, maar de zonen van deze priester waren op hun beurt ook getrouwd met dochters van andere dodenpriesters en ontvingen zo opnieuw mummies wanneer hun schoonvader overleed. Het doel van dit hele gebeuren lag erin om de hoeveelheid mummies en voornamelijk de inkomsten ervan – want daar draaide het uiteindelijk om – binnen een familie status quo te houden. Door het huwen van de buren kon men bovendien van aanpalende woningen één grotere woning maken door de overige erfgenamen uit te kopen. Bijgevolg circuleerden niet alleen de mummies en hun inkomsten binnen één priestergemeenschap, maar ook de eigendommen in het Huis van de Koe.

Lees meer

M. Depauw, The Archive of Teos and Thabis from Early Ptolemaic Thebes (P.Brux.dem. inv. E. 8252-8256) (Monographies Reine Élisabeth 8), Turnhout – Brussel, 2000.
M. Depauw, “Sale in Demotic Documents: an overview”, in E. Jakab (red.), Sale and Community Documents from the Ancient World Individuals’ Autonomy and State Interference in the Ancient World Proceedings of a Colloquium supported by the University of Szeged Budapest 5-8.10.2012 (Legal Documents in Ancient Societies V), Trieste, 2015, 67-80.
S. Glanville, A Theban Archive of the Reign of Ptolemy I, Soter (Catalogue of Demotic Papyri in the British Museum I), London, 2de ed., 1950 [1939].
B. Muhs, “”The girls next door: marriage patterns among the mortuary priests in early Ptolemaic Thebes”, The Journal of Juristic Papyrology 35, 2005, 169-194.
P.W. Pestman, “Het huis van Teianteus”, in P.W. Pestman (red.), Familiearchieven uit het land van Pharao, een bundel artikelen samengesteld naar aanleiding van een serie lezingen van het Papyrologisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden in het voorjaar van 1986, Zutphen, 1989, 15-24.

Coverafbeelding: adaptatie van foto ‘Karnak Temples’ door Ahmed Bahloul Khier Galal op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/feed/ 0 1599