Macedonië Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/macedonie/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Macedonië Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/macedonie/ 32 32 136391722 Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/ https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/#respond Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2817 een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. werd de Griekse wereld opgeschrikt door de invasie van de Galaten, een gebeurtenis die niet alleen militair maar ook ideologisch diepe sporen naliet. In dit eerste artikel van een tweedelige reeks staat de vraag centraal hoe deze Keltische groep in de Griekse perceptie werd voorgesteld en hoe het beeld van de "barbaarse" vijand vorm kreeg. Vooral de Aetoliërs slaagden erin om dit anti-Galatische discours naar hun hand te zetten en in te zetten als krachtig propagandamiddel die hun politieke positie en legitimiteit versterkte.a

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. heerste er chaos in Griekenland en Macedonië. De recente oorlog tussen de diadochen Seleucus en Lysimachus had zijn tol geëist, en een sterk centraal gezag was ver zoek. Hierdoor werden de Griekse stadstaten en het Macedonische thuisland kwetsbaar. Deze situatie bood een uitgelezen kans voor een bevolkingsgroep die aan de noordelijke grens opdoemde: de Galaten. Aangetrokken door de rijkdommen van de Helleense wereld, vielen deze Kelten vanuit de Balkan Griekenland en Macedonië massaal binnen en zaaiden ze dood en verderf. Deze existentiële dreiging leidde tot een zeldzaam verschijnsel in de antieke wereld: panhelleense samenwerking. Verscheidene leden van het bondgenootschap leverden een grote inspanning om deze “barbaren” te verdrijven, maar het waren vooral de Aetoliërs die te koop liepen met hun rol in de overwinning. Voor hen had deze zege immers grote propagandistische waarde.

Dit artikel vormt het eerste deel van een tweedelige reeks over de negatieve voorstelling van de Galaten in de Hellenistische wereld. In dit deel richten we ons op de specifieke inhoud van het anti-Galatische discours in de Griekse wereld en de Aetolische toepassing van deze propaganda. In het volgende deel verleggen we onze blik naar de grote Hellenistische koninkrijken.

Historische achtergrond

De Galaten waren een Keltische bevolkingsgroep die Galatisch sprak, een taal die nauw verwant was aan het Gallisch. Ze leefden zoals de overige Kelten in stamverband met telkens een stamhoofd aan het roer. De term “Galaat” is terug te voeren op het Oudgriekse woord voor “Galliër”. Vandaag wordt in de wetenschappelijke literatuur onderscheid gemaakt tussen de termen “Galliër” en “Galaat”. De Galliërs waren de continentale Kelten die in West-Europa bleven, terwijl de term “Galaten” verwijst naar de Kelten die sinds de 5de eeuw v.C. naar de Balkan migreerden. Tegen de vroege 3de eeuw v.C. bevonden deze stammen zich aan de grens van de Griekse wereld.

Over hun vroege geschiedenis is weinig met zekerheid geweten; hun verleden wordt voornamelijk gereconstrueerd op basis van Griekse bronnen die echter bevooroordeeld waren. De Grieken zagen immers de Galaten als het archetype van de barbaar. Recent archeologisch en historisch onderzoek heeft gelukkig enige nuance gebracht in dit eenzijdige beeld. In tegenstelling tot het stereotype van de Keltische volkeren als een zootje ongeregeld, hadden zij juist een complexe en efficiënte sociale en militaire organisatie waarbij de stammen goed samenwerkten.

De route van de Galaten

Nadat de Galaten de Helleense wereld waren binnengevallen, splitste hun leger zich op in grofweg drie colonnes. Eén deel settelde zich in Thracië (Polybius 4.45-46), een andere colonne van zo’n 20 000 krijgers stak de Hellespont over op uitnodiging van Nicomedes I, koning van Bithynië (Livius 38.15.). Hij zette de Kelten in als huurlingen tijdens de burgeroorlog tegen zijn broer, Zipoetes II, in ruil voor woongebied in Noord-Frygië. Deze groep heeft de antieke wereld diepgaand beïnvloed en zal in het tweede deel van deze artikelreeks in de belangstelling komen te staan. Tot slot was er een derde colonne onder leiding van Brennus. Brennus behoorde volgens Strabo (4.1.13) mogelijk tot de stam van de Prausi waarover voor de rest weinig geweten is. Hun eerste doelwit was Paeonië in 280 v.C., een gebied ten noorden van Macedonië. Na deze expeditie wist Brennus zijn krijgers te overtuigen om zich in 279 v.C. te wagen aan een meer uitdagend doelwit: de Griekse stadstaten waar hen mythische rijkdommen zouden opwachten.

De Ketische invasie in Griekenland

De Thermopylae vandaag de dag

Pausanias (10.19-23) wil ons doen geloven dat Brennus’ strijdkracht wel zo’n 152 000 infanteristen en 24 000 ruiters telde. Hoewel deze aantallen waarschijnlijk overdreven zijn, moet het totale aantal Kelten enorm zijn geweest. De bedreiging was in elk geval groot genoeg om de eeuwig kibbelende Griekse stadstaten in elkaars armen te drijven. De panhelleense tactiek moet bekend in de oren klinken voor wie vertrouwd is met de Griekse geschiedenis: de Kelten een halt toeroepen bij de Thermopylae. De eerste Keltische aanval tegen de verdedigers in de befaamde bergpas liep uit op een jammerlijke mislukking en Brennus blies de chamade.

Daarop besloot de Keltische leider het over een andere boeg te gooien. Hij liet een detachement tegen Aetolië uitrukken om de talrijke Aetolische troepen weg te lokken van bij de Griekse hoofdmacht in de Thermopylae. De list werkte, maar tegen een hoge prijs: veel Galaten sneuvelden tijdens deze expeditie. Ondertussen wist Brennus de vijand bij de Thermopylae te omsingelen dankzij de ontdekking van een pad dat om de Griekse linie heen leidde. Hierna volgde echter geen heldhaftig gevecht tot de laatste man zoals Leonidas en zijn ‘driehonderd’ dat destijds hadden gedaan. De Griekse troepen konden op tijd geëvacueerd worden dankzij de Atheense vloot die voor de kust voor anker lag.

Brennus koos vervolgens Delphi uit als nieuw doelwit. Volgens de overlevering werd deze aanval afgeslagen met de hulp van de goden die de Kelten teisterden met onder andere stormen en aardbevingen. Daarnaast droegen de Aetoliërs hun steentje bij door hun guerrillaoorlogvoering waarbij ze de Kelten onophoudelijk bestookten in het ruige terrein van Aetolië. Na een verpletterende nederlaag tegen de Phociërs besloten de Galaten zich halsoverkop terug te trekken. Tijdens de terugtocht bleven de Aetoliërs hen bestoken en uiteindelijk pleegde Brennus zelfmoord uit schaamte. De Keltische dreiging was geweken.

De oorsprong van het anti-Galatische discours

De relatie tussen de Galaten en de Helleense wereld werd dus al vanaf het begin gekenmerkt door conflict. Koning Nicomedes I bood evenwel als eerste een alternatief voor deze gewelddadige omgang met de Keltische stammen: samenwerking. In ruil voor militaire hulp kregen de Galaten land en geld. Dit beleid zouden vervolgens nagenoeg al de Hellenistische heersers in Klein-Azië voeren. Ondanks deze gunstige wederkerige relatie bleven de Grieken de Galaat omschrijven als de barbaar par excellence.

De Galatische levensstijl beantwoordde inderdaad op sommige gebieden aan de Griekse verwachtingen van een barbaar. In hun ogen ging het om loutere nomaden met een woest en vreemd voorkomen, die geen schrift kenden, laat staan geschreven wetten — een van de fundamenten van een beschaafde samenleving volgens de Grieken. Na hun vestiging in Noord-Frygië begonnen de Galaten zich steeds meer te conformeren aan de Griekse verwachtingen van een beschaafde mens. Desondanks zetten de Hellenistische vorsten deze traditie van negatieve voorstellingen voort. Waarom? Het antwoord ligt deels in het propagandistische nut van dergelijke beelden. Hoe woester en gevaarlijker de vijand, des te nobeler en sterker de overwinnaar lijkt. Dit narratief kon aldus bijdragen aan de legitimatie van het Hellenistische koningschap.

De Galaten in Griekse ogen

Al tijdens de grote invasie van 280/279 v.C. werden de Galaten gezien als een levensbedreiging voor de Helleense wereld. Hiervan getuigen enkele inscripties uit de jaren 270 v.C. (o.a. een uit Priëne die de beschermer van de stad roemt [TM 862714] en een dedicatie van een vader uit Thyateira aan Apollo om zijn zoon te redden van de Galaten [TM 838622]). Men kan de Grieken zeker niet beschuldigen van overdrijving. Bij gebrek aan een sterk centraal gezag waren de stadstaten inderdaad kwetsbaar. De poleis ontsnapten zelfs op het nippertje aan een smadelijke nederlaag bij de Thermopylae (zoals beschreven hierboven). Het was mede dankzij de tussenkomst van de goden – volgens de Grieken zelf althans – en onder andere de Aetoliërs dat de ondergang vermeden kon worden (zie Justinus 24.7.6, 24.8.3-7).

De idee van goddelijke interventie raakte al vroeg in zwang. Volgens een decreet uit Kos van 278 v.C. [TM 929025] was Apollo verantwoordelijk voor de triomf, terwijl een inscriptie van Smyrna uit hetzelfde jaar [TM 814632] de overwinning toeschrijft aan meerdere goden. Ondanks de uiteindelijke zege lieten de Galaten toch een trauma achter in het Griekse collectieve geheugen, een trauma dat de bekende Griekse historicus Angelos Chaniotis (in zijn Age of Conquests) zelfs vergelijkt met de shock van 9/11 in de westerse wereld. De Keltische invasie was zo ernstig dat een vergelijking met de Perzische invasies voor de Grieken zeker gerechtvaardigd was. Volgens Pausanias stond ditmaal niet enkel de vrijheid op het spel, maar zelfs het voortbestaan van de Griekse wereld:

ἑώρων δὲ τὸν ἐν τῷ παρόντι ἀγῶνα οὐχ ὑπὲρ ἐλευθερίας γενησόμενον, καθὰ ἐπὶ τοῦ Μήδου ποτέ, οὐδὲ δοῦσιν ὕδωρ καὶ γῆν τὰ ἀπὸ τούτου σφίσιν ἄδειαν φέροντα … ὡς οὖν ἀπολωλέναι δέον ἢ δ᾽ οὖν ἐπικρατεστέρους εἶναι, κατ᾽ ἄνδρα τε ἰδίᾳ καὶ αἱ πόλεις διέκειντο ἐν κοινῷ.

Ze realiseerden zich dat de strijd die hen te wachten stond er niet een voor vrijheid zou zijn, zoals toen ze tegen de Perzen vochten, en dat water en aarde aanbieden hen geen veiligheid zou brengen…  Dus was elke man en elke stadstaat ervan overtuigd dat ze oftewel moesten overwinnen, oftewel ten onder gaan.” (Paus. 10.19.12)

De vergelijking moet haast vanzelfsprekend zijn geweest, niet in het minst omdat de Thermopylae wederom een centraal strijdperk werden. Verder vond Pausanias de schilden van beide volkeren opvallend gelijkend en zag hij parallellen tussen de Galatische cavalerie en de Onsterfelijken, de vermaarde Perzische elitekrijgsmacht. (Pausanias 10.19.4)

De Aetoliërs maakten handig gebruik van deze associatie. Zo plaatsten ze de buitgemaakte Galatische wapenuitrustingen naast die van de Perzen in de tempel van Apollo in Delphi. Dit was een berekende propagandistische truc: dit heiligdom was een van de belangrijkste religieuze centra in de Griekse wereld, waar om de vier jaar vertegenwoordigers van de meeste stadstaten samenkwamen om deel te nemen aan de Pythische Spelen. Bijgevolg konden de Aetoliërs handig hun cruciale rol in de overwinning aan de gehele Helleense wereld meedelen en in herinnering houden.

Tetradrachme van de Aetolische Bond met op de keerzijde (rechts) Aitolos, de personificatie van de Bond, gezeten op typische Galatische schilden, c. 239-229 v.C.

Ze gingen in Delphi hun rol ook op andere manieren in de verf zetten. Zo was er een standbeeld van de personificatie van Aetolië die gezeten was boven een stapel van Keltische wapenuitrustingen. Dit standbeeld kwam ook voor op de munten van de Aetolische Bond. Daarnaast was er de Portico van de Aetoliërs, een van de grootste bouwwerken te Delphi, waar een inscriptie de schenking van Keltische wapenuitrustingen herdacht. De boodschap was helder: net zoals de Atheners destijds bij Marathon en Salamis de Griekse beschaving tegen barbarij hadden beschermd, zo hadden de Aetoliërs eenzelfde dienst bewezen aan de Helleense wereld en dit verdiende respect en erkenning.

De Aetoliërs lijken zich haast uit te roepen tot de nieuwe beschermers van Griekenland en de leidersrol van Athene op te eisen. Ze hervormden zelfs rond 246 v.C. het jaarlijkse Soteria-festival in Delphi ter ere van Zeus tot een vijfjaarlijks, maar grootser gebeuren dat meer in het teken van de Aetoliërs en hun militaire heldendaden stond (zie SIG3 402 [TM 815238]). Opvallend is hoe ze zelfs de rol van de goden begonnen te minimaliseren om de aandacht meer naar zich toe te trekken. Dit alles negeerde natuurlijk volledig de bijdrage van de Griekse stadstaten, maar dat interesseerde hen niet. Er stond immers veel op het spel.

De geopolitieke voordelen van de Galatische overwinning

Na de Galatische episode traden steeds meer leden van de Aetolische Bond toe tot de Amphictionie van Delphi, een zeer oude religieuze vereniging die instond voor de veiligheid van Delphi. Diens leden hadden het recht om stadstaten te straffen die het heiligdom schonden. Deze straf nam soms de vorm aan van een “heilige oorlog” waarbij de leden militair samenwerkten tegen de agressor.

Tegen het einde van de jaren 250 v.C. had de Aetolische Bond al negen stemmen – van de 24 – in de raad van de Amphictionie. Dankbaarheid kan een rol hebben gespeeld bij de geleidelijke toelating van de Aetoliërs, maar politieke druk moet de doorslaggevende factor zijn geweest. De Aetolische Bond groeide namelijk in de 3de eeuw v.C. uit tot de grootmacht van Centraal- en West-Griekenland. Ze begonnen zich zelfs te moeien met Egeïsche en Peloponnesische aangelegenheden. Mettertijd versterkte dus ook hun greep op Delphi, dat in de naburige regio Phocis lag. De anti-Galatische propaganda kon deze controle over het heiligdom, evenals hun positie in Griekenland, handig legitimeren.

Inscriptie op de Portico van de Aetoliërs in Delphi die de buitmaking van de Galatische schilden commemoreert

De ideologische voordelen van de Galatische overwinning

De inzet van de Aetolische propaganda ging echter verder dan loutere zelfverheerlijking en legitimatie van hun geopolitieke situatie. Wanneer we de culturele context rond de Aetoliërs erbij betrekken, wordt meteen duidelijker waarom ze zo sterk de nadruk legden op deze overwinning. Het lidmaatschap van de Aetoliërs tot de Helleense beschaving werd namelijk voortdurend in twijfel getrokken. Ze waren volgens de andere stadstaten minder Grieks of zelfs simpelweg barbaren. Zo waren ze niet in polis-verband georganiseerd, maar bestonden ze uit stammen (θνη) die in dorpjes samenleefden.

Bovendien waren ze dikwijls actief als piraten die de zeeën rond Griekenland onveilig maakten. Deze slechte reputatie was volgens de Britse historicus John Grainger (in zijn The League of the Aitolians) al goed gevestigd vooraleer ze zich gingen organiseren in een confederatie in de 4de eeuw v.C. Het feit dat ze een moeilijk verstaanbaar dialect spraken, pleitte ook al niet in hun voordeel. Deze neerbuigende houding vanwege de andere Grieken namen ze allerminst in dank af en ze grepen deze kans om hun “Grieksheid” in het gezicht te duwen van de sceptici. Griekenland had immers haar voortbestaan uitgerekend aan hen te danken.

Vanuit deze optiek kon de toetreding tot de Amphictionie van Delphi hebben gediend als een formalisatie van deze claim. Deze religieuze vereniging kwam samen bij het orakel van Delphi, een van de belangrijkste heiligdommen in de Griekse wereld. Voor de Grieken was hun gedeelde religie een van de belangrijkste expressies van hun culturele eigenheid. Toetreding tot een dergelijke organisatie was daarom een onweerlegbaar bewijs van Griekse identiteit.

Hierbij moet trouwens de Macedonische vorst Philippus II (r. 359-336 v.C.) als model hebben gediend voor de Aetoliërs. Net zoals in het geval van deze West-Grieken was de “Grieksheid” van de Macedoniërs omstreden, en net zoals in het geval van de Aetoliërs was Philippus’ toetreding tot deze Amphictionie een poging om Macedonië op de kaart te zetten als Griekse mogendheid. Net zoals de latere Macedonische overwinning onder leiding van Alexander de Grote (r. 336-323 v.C.) op de Perzische koning Darius III (r. 336–330 v.C.) diende, diende de overwinning op de Galaten om deze claim te bevestigen.

Centraal-Griekenland met Aetolië ten zuiden van Epirus en Thessalië, geklemd tussen Acarnania en Phocis (waar Delphi gelegen is)

Conclusie

De Aetoliërs claimden een centrale rol te hebben gespeeld bij de verdrijving van de Galaten. De invasie van deze Keltische stammen was een ingrijpende gebeurtenis in de 3de eeuw v.C., die een trauma in de Griekse wereld naliet. In hun ogen stond niets minder dan de beschaving op het spel. De bijdrage van de Aetoliërs aan de overwinning kwam deze West-Grieken goed van pas: de politieke invloed van de Aetolische Bond nam in deze periode toe, en het werd tijd om erkenning en respect af te dwingen bij de overige Grieken. Dit was echter geen vanzelfsprekendheid, aangezien de Aetoliërs in het verleden vaak werden bestempeld als barbaren of half-Grieken. Zij wilden eindelijk worden geaccepteerd als volwaardige leden van de Griekse wereld. De overwinning op de Galaten legitimeerde zowel hun aanspraak op deze culturele identiteit als hun stevige greep op Delphi zelf.

De voordelen die dit anti-Galatische narratief bood, gingen niet onopgemerkt voorbij aan andere spelers binnen de Hellenistische wereld. Rond dezelfde periode moesten ook de Hellenistische vorsten aan beide zijden van de Hellespont afrekenen met Galatische invallen. Zij kampten met vergelijkbare legitimiteits- en identiteitsproblemen als de Aetoliërs. Bijgevolg bood de overwinning op deze “barbaren” vergelijkbare ideologische voordelen. Toch zijn er binnen deze propaganda enkele verdere nuances te ontwaren, maar dat is stof voor het volgende deel.

Lees meer

Grainger, J. D., The League of the Aitolians. 1999, Leiden.

Larsen, J., Greek Federal States: Their Institutions and History, 1968, Oxford.

Mitchell, S., Anatolia. Land, Men, and Gods in Asia Minor I. The Celts and the Impact of Roman Rule, 1993, Oxford.

Scholten, J., The Politics of Plunder: Aitolians and their Koinon in the Early Hellenistic Era, 279 – 217 B.C., 2000, Berkeley.

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Marken019AnconaMusArcheo’, afkomstig van een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten – met de typische halsringen en schilden – afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus, vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/feed/ 0 2817
De vergeten dichters van Alexander de Grote https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/#respond Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2800 Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

Tijdens zijn veldtocht omringde Alexander de Grote zich doelbewust met dichters, in de hoop zijn daden literair te laten vereeuwigen. Helaas blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over, al zijn er gelukkig nog de namen van enkele van deze auteurs overgeleverd, zodat ze niet helemaal vergeten worden.

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

In de Griekse geschiedenis – en eigenlijk ook daarbuiten – behoort de onderneming van Alexander de Grote ongetwijfeld tot de meest epische daden. In de geschiedschrijving heeft Alexander dan ook een blijvende indruk nagelaten, maar zijn naam is, merkwaardig genoeg, aan geen enkel epos verbonden. En dat terwijl Alexander zelf wel degelijk moeite deed om te verzekeren dat zijn daden bezongen zouden worden. Verschillende bronnen vermelden namelijk dat hij een groep dichters meenam op zijn expeditie naar het Oosten, die hij bovendien rijkelijk beloonde. Sommigen van hen zijn nauwelijks bekend (Choerilos van Iasos, Agis van Argos, Pranikos of Pierion) maar Alexander wist ook beroemde figuren aan te trekken, zoals de redenaar Anaximenes van Lampsakos en de filosoof Pyrrho van Elis. Opmerkelijk genoeg blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over.

Choerilus van Iasos

Van de dichters die Alexander op zijn tocht naar het Oosten vergezelden, is Choerilos van Iasos ongetwijfeld de bekendste. Hij wordt genoemd door Horatius en vele andere auteurs, maar zijn reputatie is ronduit slecht: Choerilos geldt als de slechtste dichter uit de Griekse Oudheid. Van zijn werk is bijna niets bewaard gebleven, maar er circuleren tal van anekdotes over hem.

Detail van het beroemde Alexandermozaïek uit de 2de -1ste eeuw v.C., afkomstig uit de exedra van de ‘Casa del Fauno’ in Pompeï

Volgens Horatius (Brief aan Augustus, vv. 232-234) zou Alexander hem met een gouden munt hebben beloond voor elke vers die hij over hem schreef. Andere bronnen vertellen echter een ander verhaal: Alexander beloofde een munt voor elke goede vers, maar een klap voor elke slechte vers – en omdat de slechte verzen talrijker waren, zou Choerilos zijn dood hebben gevonden onder de slagen van de koning.

Deze laatste versie van het verhaal is waarschijnlijk een later verzinsel, want Choerilos lijkt Alexander te hebben overleefd: hij schreef namelijk een werk met de titel Lamiaka. Van dat gedicht is alleen de titel overgeleverd, maar het moet een epos zijn geweest over de Lamische Oorlog (322 v.C.), waarin de Atheners zich tegen de Macedoniërs keerden om hun onafhankelijkheid te herwinnen. Mogelijk componeerde Choerilos het gedicht om de daden van de Macedonische generaal Antipater te verheerlijken, zoals hij eerder voor Alexander had gedaan.

Anaximenes van Lampsakos

Er wordt ook een gedicht over Alexander toegeschreven aan Anaximenes van Lampsakos, de beroemde redenaar en geschiedschrijver van Philippos II en Alexander. Ook over hem is een amusante anekdote overgeleverd. Toen Alexander Troje bezocht en het graf van Achilles zag, greep hij de gelegenheid aan om de roem van Achilles en van zijn dichter, Homerus, te prijzen. Anaximenes was daarbij aanwezig en riep, om hem te vleien, dat hij ook Alexanders glorie onsterfelijk zou maken. Maar Alexander kapte hem meteen af met de woorden:

Ik zou liever Homerus’ Thersites zijn dan jouw Achilles!

Een soortgelijk verhaal wordt trouwens ook over Choerilos van Iasos verteld. De geograaf Pausanias (2de eeuw n.C.) twijfelde of Anaximenes werkelijk zo’n werk had geschreven, maar daar is waarschijnlijk geen reden toe.

Agis van Argos

Twee van de belangrijkste geschiedschrijvers van Alexander, Curtius Rufus en Arrianus, noemen nog een andere dichter: Agis van Argos. Agis wordt beschreven als een van Alexanders meest schaamteloze vleiers. Volgens de bronnen steunde hij de koning vooral tijdens het debat over de proskynesis (προσκύνησις) – een Perzisch gebruik waarbij men zich diep voor de heerser boog. Voor de meeste Grieken was dit ondenkbaar, omdat het neerkwam op de vergoddelijking van een levende vorst. De bronnen zijn dan ook zeer kritisch over Alexanders overname van dit gebruik, dat vaak wordt gezien als het begin van de ontsporing van zijn macht.

Titelpagina voor een 17de eeuwse uitgave van Curtius Rufus’ ‘Historia(e) Alexandri Magni’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Curtius Rufus bijzonder harde woorden heeft voor Agis: hij noemt hem een “slecht dichter”, die alleen nog wordt overtroffen door Choerilos – of beter gezegd, Choerilos is de enige die voor hem moet onderdoen. Blijkbaar speelde Agis gretig in op Alexanders grootheidswaanzin, door in zijn gedicht te beschrijven hoe Herakles, Dionysos en de Dioskouren (Castor en Pollux) Alexander opwachtten om hun plaats aan hem af te staan.

Agis was bovendien buitengewoon jaloers. Volgens Plutarchus (1ste-2de eeuw n.C.) zou hij, toen hij zag hoe Alexander een hofnar rijkelijk beloond had, hebben uitgeroepen:

Ik vind het verachtelijk om te zien hoe de zonen van Zeus zulke onwaardige vleiers waarderen: zoals Herakles bepaalde Kekropen waardeert, en Dionysos zich omringt met Silenen, zo laat ook jij je vleien door dit soort narren!

Die uitval bevat natuurlijk ook verborgen lof, want ze gaat ervan uit dat Alexander een rechtstreekse afstammeling van Zeus was, en bijgevolg gelijk aan Herakles of Dionysos. Toch is het beeld van Agis bijna grotesk: hij bekritiseert Alexanders slechte smaak en gebrek aan oordeel, zonder te beseffen dat hij zelf het meest aan vleierij schuldig is.

Pranikos of Pierion en andere dichters

Plutarchus vertelt ook een anekdote over nog een andere dichter die Alexander vergezelde, wiens naam in twee vormen is overgeleverd: Pranikos of Pierion. Het verhaal speelt zich af tijdens het banket waarop Alexander zijn vriend en bevelhebber Clitus (de Zwarte, Κλεῖτος ὁ Μέλας) doodde. Toen iedereen al dronken was, werden enkele verzen van deze dichter voorgedragen. De verzen in kwestie waren geschreven om generaals te bespotten die door de “barbaren” waren verslagen. Alexander – en natuurlijk ook zijn vleiers – leek deze verzen bijzonder geestig te vinden, maar de oudere gasten voelden zich beledigd door zo’n gebrek aan respect. Vooral Clitus verhief zijn stem tegen Alexander en, aangewakkerd door de wijn, liep de situatie al snel uit de hand, tot Alexander hem uiteindelijk met eigen hand doodde.

De bronnen noemen ook andere dichters, onder wie een obscure Aischrion van Samos (of van Mytilene). Tot Alexanders vleiers behoorde ook een zekere Cleon van Sicilië, die mogelijk een dichter was. Sommige auteurs vermelden zelfs dat de sceptische filosoof Pyrrho van Elis door Alexander zou zijn beloond voor een gedicht dat hij ter ere van hem schreef.

Het verdwijnen van poëzie over Alexander

Uit de bronnen blijkt duidelijk dat Alexander veel aandacht en middelen besteedde om zichzelf te omringen met dichters die zijn onderneming konden vereeuwigen. Zijn doel was wellicht een dichter te vinden die hem kon bezingen zoals Homerus Achilles had bezongen. Misschien wilde hij zich ook laten vergelijken met Herakles, de stamvader van de Macedonische dynastie, met wie hij ook in de kunst vaak wordt geassocieerd. Daarnaast identificeerde Alexander zich met Dionysos, in wie hij een soort voorganger zag van omwille van zijn eigen veldtochten, vooral van die naar Azië.

Alexander de Grote met de leeuwenhuid van Herakles, detail van de zogenaamde “Alexander-sarcofaag”; afkomstig uit Sidon uit de late 4de eeuw v.C.

Toch bereikte Alexander zijn doel niet. Niets van de poëzie die voor hem werd geschreven, is bewaard gebleven. Misschien had hij niet de juiste dichters gekozen door een tekort aan persoonlijk inzicht – of had hij gewoon pech. De omstandigheden van zijn korte leven bieden echter een geloofwaardige verklaring voor dit gemis. In tegenstelling tot wat later gebeurde bij keizer Augustus of bij de Ptolemeïsche dynastie, stierf Alexander op het hoogtepunt van zijn succes, zonder de kans om een periode van vrede mee te maken. In zo’n rustigere tijd had hij misschien een literaire kring kunnen vormen die hem passend zou verheerlijken. De anekdote over Pranikos of Pierion suggereert dat dit soort poëzie soms ook tijdens veldtochten zelf werd gecomponeerd en vervolgens voorgedragen werd tijdens banketten.

Het volledig verdwijnen van deze poëzie lijkt samen te hangen met het overwegend negatieve oordeel dat de antieke bronnen over deze dichters delen. Choerilos geldt als de slechtste dichter van Griekenland, Agis komt vlak na hem, en ook in de anekdotes over Anaximenes en Pranikos of Pierion klinkt eenzelfde oordeel. Maar waren Alexanders dichters werkelijk zo slecht? Helaas kunnen we, zonder ook maar enig overgeleverd fragment, dit oordeel van de Antieken noch bevestigen, noch weerleggen. We kunnen alleen maar hopen dat ze zich niet hebben vergist.

Verder lezen

Het materiaal over Alexander de Grote in de Hellenistische poëzie wordt uitvoerig besproken door Silvia Barbantani, “‘His σῆμα are both continents’. Alexander the Great in Hellenistic Poetry”, in Studi ellenistici 31 (2017), 51–127.

De fragmenten van Choerilus van Iasos zijn verzameld en geanalyseerd door Marco Pelucchi, Cherilo di Iaso, Testimonianze, frammenti, fortuna, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022.

Over de zogenaamde “slechtste dichters” uit de oudheid zie Marco Pelucchi, “Pessimi poetae: On Philodemus, Ancient Tradition, and Selection Criteria”, in N. Bruno, M. Filosa, G. Marinelli (red.), Fragmented Memory: Omission, Selection, and Loss in Ancient and Medieval Literature and History, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022, 27–54.

Coverfoto: Het schilderij ‘Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero’ van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze (CC BY 4.0)

[De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/feed/ 0 2800
Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/#respond Sat, 26 Mar 2022 16:51:18 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2265

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. De daaropvolgende twee eeuwen, na de intreden van Alexander de Grote, viel het gebied onder de Grieks-Macedonische heerschappij met het 'Huis van Seleucus'. In dit artikel lees je meer over deze minder gekende episode uit de wereldgeschiedenis.

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. Sinds millennia golden de inwoners van deze regio – waarvan het grootste gedeelte in het huidige Irak ligt – als dé koplopers binnen de evolutie van de mensheid richting een gevestigde en ontwikkelde samenleving. Zij waren de eerste landbouwers, de eerste stedenbouwers, de eerste schrijvers…

Het Babylon van de Westerse fantasiewereld met de mythische Hangende Tuinen op de voorgrond en de al even legendarische Toren van Babel op de achtergrond, op een illustratie uit de 19de eeuw

De relatief jonge Griekse stadstaten konden op dat moment niet anders dan zich verwonderen over het verreikende verleden en de eeuwenoude tradities van dit trotse volk. Verhalen over quasi-legendarische monarchen zoals de koningin Semiramis en geruchten over kolossale, bovenmenselijke bouwcomplexen zoals de ‘Hangende Tuinen’ van Babylon deden hun intrede in de Griekse fantasiewereld. Tevens begonnen de Mesopotamiërs dankzij de handel steeds meer te weten te komen over de poleis in het Westen. Er lag echter nog meer in het verschiet voor de relatie tussen deze twee culturen: ze geraakten nauw met elkaar vervlochten voor meer dan 200 jaar. Na de komst van Alexander de Grote in 331 v.C. zag het Tweestromenland immers zijn Perzische meester vertrekken en kwam er een Helleense in de plaats. Wat volgde was namelijk een periode van Grieks-Macedonische overheersing gedurende twee eeuwen.

De aankomst van de Hellenen en de strijd om Mesopotamië

Na de klinkende overwinning van Alexander op de Perzen nabij Gaugamela op 1 oktober 331 v.C., lag de weg naar Babylonië voor de Grieks-Macedonische troepen open. De intrede van de wereldveroveraar in de belangrijkste stad van de regio, het legendarische Babylon, was volgens de Griekse bronnen een grandioze gelegenheid. Onder het gejuich van de inwoners marcheerden de falanxen zonder weerstand plechtig een stad binnen die nog geen paar jaar daarvoor slechts het voorwerp was van hun wildste dromen:

ἤδη τε οὐ πόρρω Βαβυλῶνος ἦν καὶ δύναμιν ξυντεταγμένην ὡς ἐς μάχην ἦγε, καὶ οἱ Βαβυλώνιοι πανδημεὶ ἀπήντων αὐτῷ ξὺν ἱερεῦσί τε σφῶν καὶ ἄρχουσι, δῶρά τε ὡς ἕκαστοι φέροντες καὶ τὴν πόλιν ἐνδιδόντες καὶ τὴν ἄκραν καὶ τὰ χρήματα. Ἀλέξανδρος δὲ παρελθὼν εἰς τὴν Βαβυλῶνα τὰ ἱερὰ, ἃ Ξέρξης καθεῖλεν, ἀνοικοδομεῖν προσέταξε Βαβυλωνίοις, τά τε ἄλλα καὶ τοῦ Βήλου τὸ ἱερόν, ὃν μάλιστα θεῶν τιμῶσι Βαβυλώνιοι.

“Hij (Alexander) bevond zich reeds in de buurt van Babylon en voerde een legermacht aan, klaargemaakt voor de strijd, toen de Babyloniërs massaal samen met hun priesters en leiders hem tegemoet traden, geschenken met zich meedroegen en de stad, de burcht en de schatkist overhandigden. Nadat Alexander was aangekomen in Babylon beval hij voor de Babyloniërs het herstel van de heiligdommen die Xerxes had verwoest, met name de tempel van Bel, die de Babyloniërs het meest van al de goden eren.” (Arrianus, Anabasis Alexandri, 3.16.3-4)

De intrede van Alexander in Babylon op het gelijknamige schilderij van de Franse schilder Charles Le Brun uit de collectie van het Louvre

Alexander had grootse plannen met Babylon: de stad diende het centrum te worden van zijn wereldrijk. De Macedoniër stierf echter op 32-jarige leeftijd in 323 v.C. alvorens zijn beoogde hoofdstad te kunnen uitbouwen. De ongelukkige gevolgen van zijn voortijdige dood zijn inmiddels goed gekend: de generaals en vrienden van de koning vlogen terstond elkaar naar de keel om de heerschappij over het reusachtige imperium. Een van de zwaarst getroffen gebieden was Mesopotamië. Het Tweestromenland gold immers als een van de rijkste regio’s uit West-Azië en was bijgevolg onmisbaar voor de ambitieuze generaals met hun geldverslindende oorlogen. Bovendien was Mesopotamië door diens centrale ligging in West-Azië van groot strategisch belang. De diadochen die ervan droomden Azië te bedwingen, konden dit onmogelijk verwezenlijken zonder zichzelf eerst stevig in het zadel te plaatsen van het Tweestromenland.

Buste van Seleucus I Nicator

Deze streek werd in de eerste plaats de inzet van een bloedig conflict tussen Antigonos I Monophthalmos en Seleucus I Nicator dat jaren aansleepte. Seleucus was onder Alexander de Grote de commandant van het elitekorps van de zogenaamde “Zilverschilden” (Hypaspistai) en na het Verdrag van Triparadeisos (321 v.C.) verkreeg hij het gouverneurschap over Babylonië. In 316 v.C. verdreef de machtige Antigonos de jonge generaal uit zijn provincie. Deze zou later in 312 v.C. met een kleine schare volgelingen en de steun van Ptolemaeus I terugkeren en wist het land tussen de Tigris en de Eufraat weer te bemachtigen. Dat de inwoners van dit gebied het zwaar te verduren hadden gedurende dit conflict wordt duidelijk uit enkele inheemse bronnen zoals de ‘Diadochenkroniek’, een beschadigd kleitablet dat spreekt over “gejammer en rouw in het land”. Seleucus kwam uiteindelijk als overwinnaar uit de bus en verdreef Antigonos naar het westen.

Seleucus consolideert zijn macht: de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris

Hoewel de oorlogen tussen de opvolgers bleven aanhouden, keerde na Antigonos’ verdrijving de rust terug naar het land tussen de Tigris en de Eufraat. Seleucus kon zich nu meer richten op de uitbouw van zijn heerschappij in dit gebied. Hij kroonde zichzelf tot koning in het jaar 305 v.C. en ging over tot een uitgebreid kolonisatiebeleid waarbij talrijke Grieks-Macedonische nederzettingen doorheen Azië het levenslicht zagen. Om de macht van het nieuwe regime duidelijk te maken, gingen de nieuwe steden veelal de naam van de vorst dragen of van één van diens familieleden. Deze stichtingen dienden in de eerste plaats om de Seleucidische macht te consolideren in de zopas veroverde gebieden.

Archeologische kaart van Seleucië-aan-de-Tigris

De belangrijkste stad die de nieuwe koning liet bouwen in het Tweetromenland was Seleucië (Seleukeia) aan de oever van de Tigris (ook wel Seleucië-aan-de-Tigris genoemd). Seleucië zou gedurende de Hellenistische periode uitgroeien tot een van de meest vooraanstaande steden. De muur van de stad zou een gebied van zo’n 550 hectaren omarmen. Moderne schattingen leggen het inwonersaantal vast op zo’n 100 000 met daarbij nog een afhankelijke bevolking van 400 000 inwoners in het omliggende gebied, een enorm aantal in de antieke wereld. Seleucië had voornamelijk haar rijkdom te danken aan haar gunstige ligging, namelijk op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. De stad controleerde namelijk in de eerste plaats de lucratieve handel die via de oostelijke landweg vanuit Bactrië (het huidige Afghanistan) en Noord-Iran kwam. Daarnaast waakte de stad over de binnenstroom van goederen vanuit Indië en Arabië via de Perzische Golf.

Een populaire opvatting van vroeger was dat met het ontstaan van Seleucië de doodsteek aan Babylon werd toegebracht. De gehele bevolking – op een paar priesters na – zou een nieuw onderkomen hebben gezocht in de Griekse hoofdstad. De antieke auteurs beschreven al hoe het eens zo magnifieke centrum van de Babylonische beschaving door de stichting van Seleucië ontaardde in een dodenstad:

καὶ γὰρ ἐκεῖνος καὶ οἱ μετ᾽ αὐτὸν ἅπαντες περὶ ταύτην ἐσπούδασαν τὴν πόλιν καὶ τὸ βασίλειον ἐνταῦθα μετήνεγκαν: καὶ δὴ καὶ νῦν ἡ μὲν γέγονε Βαβυλῶνος μείζων ἡ δ᾽ ἔρημος ἡ πολλή, ὥστ᾽ ἐπ᾽ αὐτῆς μὴ ἂν ὀκνῆσαί τινα εἰπεῖν ὅπερ ἔφη τις τῶν κωμικῶν ἐπὶ τῶν Μαγαλοπολιτῶν τῶν ἐν Ἀρκαδίᾳ ‘ἐρημία μεγάλη ‘στὶν ἡ Μεγάλη πόλις.

“Hij (Seleucus) en al zijn opvolgers legden zich toe op (de uitbouw van) Seleucië en verhuisden naar daar hun paleis. Inderdaad is deze (Seleucië) op het moment groter dan Babylon, thans zo verlaten dat men hierdoor niet zou aarzelen te stellen dat wat een blijspeldichter ooit zei over Megalopolis uit Arcadië: ‘de grote stad is een grote woestijn’.”  (Strabo, 16.1.5)

Uit onderzoek van de kleitabletten blijkt echter dat dit niet helemaal klopt. Deze bronnen tonen aan hoe Babylon onder het Seleucidische bewind nog steeds een drukke stad was. Ze had weliswaar op het internationale toneel haar politiek belang verloren, maar dit betekende geenszins haar ruïnering. Meer nog, Babylon bleef doorheen de Hellenistische periode het belangrijkste religieuze centrum van het Tweestromenland dat zelfs het respect afdwong van de Seleucidische koning.

Mesopotamië in de 3de eeuw v.C.

De ‘Ptolemaeus III Kroniek’, een spijkerschrifttablet uit het British Museum (BCHP 11 = BM 34428)

Nadat de verwoestende Diadochenoorlogen zich hadden verplaatst naar het Westen in het begin van de 3de eeuw v.C. brak er in Mesopotamië een relatief vredevolle periode aan. Deze rust hield aan voor de rest van de eeuw buiten twee korte, gewelddadige intermezzo’s. Eerst was er de Derde Syrische Oorlog (246 v.C. – 241 v.C.). Hoewel – zoals de naam doet vermoeden – dit conflict in de eerste plaats werd uitgevochten in Syrië, informeert de zogenaamde “Ptolemaeus III Kroniek” (een Mesopotamisch spijkerschrifttablet) ons dat de Ptolemaeïsche legers zelfs tot in Babylon waren doorgedrongen. Het vredesverdrag dat de oorlog beëindigde, liet echter het Tweestromenland in Seleucidische handen.

Later werd de rust nogmaals verstoord na de troonsbestijging van Antiochus III. Toen kwam in 222 v.C. de satraap van Medië (huidige Noord-Iran), Molon, in opstand tegen het centrale gezag. Deze rebel stak het Zagrosgebergte over om het Tweestromenland in te lijven. Hij zou uiteindelijk verslagen worden door de rechtmatige vorst, maar de opschudding moet groot zijn geweest. Zo blijkt uit Polybius dat Seleucië-aan-de-Tigris met Molon had meegewerkt (V.54). Antiochus III stelde zich echter mild op tegenover de inwoners van de kolonie en nam genoegen met de betaling van een relatief kleine geldboete voor het verraad.

Ondanks deze twee korte opschuddingen en mogelijk nog een economische crisis in de late jaren 270 en vroege jaren 260 v.C. floreerden de aloude steden van de Mesopotamische beschaving. Vooral de zuidelijke centra verrijkten zich dankzij de intensifiërende internationale handel onder de Seleuciden. Deze bloei in het zuiden liet zich vooral merken in Uruk waar twee nieuwe grote tempelcomplexen verrezen. Tevens in het Noorden profiteerden enkele steden zoals Mari, Nineveh en Arslan-Tash van de hervonden stabiliteit onder het ‘Huis van Seleucus’. In de Hellenistische periode werd het economische zwaartepunt van het land vooral de Diyala-regio ten oosten van de Tigris (deels op instigatie van de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris). Het archeologische onderzoek laat zien hoe er aldaar in het Hellenistische tijdperk vijftien keer meer bebouwing was dan in de Perzische periode. Enkel Ur vertoont tekens van achteruitgang, maar dit is in de eerste plaats te wijten aan de verandering van de koers van de Eufraat: de stad werd afgezonderd van de levensader die haar rijkdom waarborgde.

Kaart van het oude Mesopotamië met de belangrijkste steden

Het doek valt: het einde van de Seleuciden in Mesopotamië

In de 2de eeuw v.C. werd de handhaving van het centrale gezag in Mesopotamië steeds moeilijker. Niet alleen begonnen steeds meer generaals en gouverneurs in opstand te komen en dynastieke conflicten het rijk te teisteren, maar eveneens doemde er een agressieve, nieuwe vijand op vanuit het Oosten: de Parthen. Dit volk had reeds in c. 250 v.C. in Noord-Iran een onafhankelijk koninkrijk gesticht in voormalig Seleucidisch territorium, maar het duurde tot de 2de eeuw vooraleer ze een grote bedreiging gingen vormen voor de dynastie. Rond 140 v.C. begonnen de Parthen zich resoluut toe te leggen op de verovering van het Tweestromenland.

Tetradrachme van Antiochus VII Euergetes Sidetes

Tijdens deze strijd heerste er een tijdlang anarchie tussen de Tigris en de Eufraat. Zowel de Parthen als de Seleuciden slaagden er niet meteen in de streek onder controle te krijgen. Uit dit vacuüm ontstonden enkele kortstondige koninkrijkjes, geregeerd door voormalige Seleucidische functionarissen of lokale heersers. Mettertijd werd de greep van de Parthen echter steeds sterker. Koning Antiochus VII Sidetes (138 – 129 v.C.) ondernam nog een laatste poging om alsnog in het Tweestromenland het Seleucidische gezag te herstellen. Aanvankelijk was zijn veldtocht tegen de Parthen een succes, maar de vorst bleek niet opgewassen tegen de gecoördineerde tegenaanval van zijn vijand. Hij stierf in 129 v.C. tijdens deze campagne. Hiermee was het doek gevallen, de Seleucidische dynastie was definitief verdreven uit Mesopotamië. Op die manier kwam de 200-jarige Grieks-Macedonische overheersing dus aan haar einde.

Conclusie

Na de dood van Alexander en een jarenlang bloedig conflict met Antigonos Monophthalmos kwam Seleucus aan de macht in het Tweestromenland op het einde van de 4de eeuw v.C. Zijn dynastie consolideerde haar gezag via de stichting van enkele belangrijke kolonies zoals Seleucië-aan-de-Tigris. Dit beleid zorgde niet voor de teloorgang van de inheemse steden. Meer nog, de archeologie toont aan hoe de meeste Mesopotamische nederzettingen gedurende de 3de eeuw v.C. weer gingen bloeien. In de 2de eeuw v.C. ging het echter bergafwaarts voor de Seleuciden in Mesopotamië door aanhoudende interne crisissen. Van deze kwetsbare situatie ging een nieuwe vijand uit het Oosten ten volle profiteren: de Parthen. Het ‘Huis van Seleucus’ bleek in het Tweestromenland niet bestand tegen dit Noord-Iraanse koninkrijk: de Parthen zouden de streek inpalmen en er meer dan drie eeuwen de scepter zwaaien. Ondertussen verviel het eens zo machtige Seleucidische imperium tot een lokaal Syrisch koninkrijkje dat de speelbal werd van buitenlandse mogendheden en uiteindelijk in 63 v.C. werd veroverd door de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus.

Lees meer

Aperghis, G., The Seleukid Royal Economy: The Finances and Financial Administration of the Seleukid Empire, 2004.
Boiy, T., Babylon: De echte Stad en de Mythe, 2010.
Capdetrey, L., Le pouvoir séleucide: territoire, administration, finances d’un royaume hellénistique (312-129 avant J.-C.), 2007.
Grayson, A., Assyrian and Babylonian Chronicles, 1975.
Kosmin, P., Time and its Adversaries in the Seleucid Empire, 2018.
Roux, G., Ancient Iraq, 1993 (1964).
Sherwin-White, S., “Aspects of Seleucid Royal Ideology: The Cylinder of Antiochus I from Borsippa”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 111, 1991, pp. 71-86.
Sherwin-White, S. & Kuhrt, A., From Samarkhand to Sardis: A New Approach to the Seleucid Empire, 1993.
Sherwin-White, S., “Seleucid Babylonia: a case-study for the installation and development of Greek rule”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
van der Spek, R., “The Babylonian City”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
Wheatley, P., “Antigonus Monophthalmus in Babylonia, 310-308 B. C.”, Journal of Near Eastern Studies, Vol. 61, 2002, pp. 39-47.
Wiesehöfer, J., La Persia antica, vert. naar Italiaans A. Cristofori, 2003 (1999).

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeeldingen ‘Mesopotamia 9 October 2020’ van NASA World View op Wikimedia (PD) & ‘Seleuco I Nicatore’ uit het ‘National Archaeological Museum of Naples (inv. nr. 5590)’ op Wikimedia (CC BY-SA 2.0 IT)

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/feed/ 0 2265
Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/#respond Wed, 22 Apr 2020 14:55:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1505 Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen door Corona. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Wij bieden daarom alvast een (niet-exhaustief) overzicht van de digitale alternatieven om de Oudheid virtueel te beleven. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen!

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Beleef de Oudheid vanuit je zetel

In deze bijzondere tijd waarin een groot deel van de wereldbevolking in quarantaine is geplaatst of toch het merendeel van de tijd probeert thuis te blijven, is ook de cultuursector zwaar getroffen. Corona, oftewel COVID-19, de pandemie die veroorzaakt is door een coronavirus, heeft ervoor gezorgd dat de afgelopen weken bijna alle musea en toeristische sites wereldwijd hun deuren hebben moeten sluiten en dat toerisme op dit moment bijna volledig tot stilstand is gekomen. Iedereen met oudheidkundige interesse weet dat dit betekent dat het dus onmogelijk is om rond te wandelen op het Forum Romanum, de Acropolis te beklimmen of de piramides in Gizeh te bewonderen. Gelukkig zijn er nog alternatieven om de Oudheid op een andere manier te beleven, namelijk virtueel. En het beste nieuws is dat je hiervoor niet eens je zetel moet uitkomen.

Hieronder bieden we een (niet-exhaustief) overzicht van de musea, archeologische sites en games die via allerlei toepassingen (bijvoorbeeld online tentoonstellingen, 3D-wandelingen of virtual reality [VR] of augmented reality [AR]) erin slagen om de Oudheid virtueel tot leven te laten komen. Historische films, boeken, strips of gezelschapspellen hebben we hierdoor niet opgenomen in deze verzameling, maar zijn natuurlijk ook absolute aanraders voor iemand met interesse in de Oudheid. Voor de coronacrisis bestonden er al een aantal virtuele verzamelingen waarvoor je je huis niet moest uitkomen, maar in de huidige periode worden bijna dagelijks nog nieuwe initiatieven genomen door zowel kleine als grote culturele organisaties uit de GLAM-sector (Galleries, Libraries, Archives & Museums) of de entertainmentwereld.

Lage Landen

Beginnen doen we in eigen land, waar verschillende musea hun best hebben gedaan om een alternatieve beleving van hun collecties en/of (tijdelijke) tentoonstellingen mogelijk te maken. Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is het grootste oudheidkundig museum van ons land en had al voor de verplichte sluiting van niet-essentiële sectoren in ons land werk gemaakt van hun online aanwezigheid. Op hun website kon je bijvoorbeeld al terecht voor een video-overzicht van afgelopen tentoonstellingen, maar vind je ook een link naar het Exploratorium, een website waar je hun uitgebreide collectie kan doorzoeken en ook themamappen kan raadplegen. Een deel van de collectie – zo’n 10 000 van de in totaal ongeveer 170 000 objecten – kan je ook raadplegen via de erfgoeddatabank voor Limburg en Vlaams-Brabant: Erfgoedplus. Wegens de voorlopige sluiting van de tijdelijke tentoonstelling ‘Dacia Felix’ over het roemrijke verleden van Roemenië stelt het museum ook hun gratis audiotours online ter beschikking. Daarop kan je verschillende topstukken uit de tijdelijke expositie ontdekken in woord en beeld, naast uitleg over 50 unieke objecten uit de eigen collectie. Voor de nieuwe tentoonstelling ‘Oog in oog met de Romeinen’ werkt het museum samen met acteur Jelle De Beule en kan je de expo ook virtueel beleven dankzij enkele educatieve video’s.

Het Exploratorium, een website waar je de collectie van het Gallo-Romeins museum van Tongeren kan doorzoeken en themamappen kan raadplegen

Ook het recent geopende Teseum van Tongeren in dezelfde buurt blijft momenteel ontoegankelijk voor het publiek. Naast de schatkamer herbergt dit museum ook een archeologische site waar de 2000 jaar oude sporen van de Romeinse bouwwerken nog werden aangetroffen. Onderstaande video biedt alvast een virtuele inkijk in deze site met de originele muren en funderingen van de Limburgse stad.

Het Romeins Archeologisch Museum (RAM) van Oudenburg is jammer genoeg ook tijdelijk gesloten, waardoor de tentoonstelling ‘Roma Intima’ over het intieme leven in het Oude Rome (gebaseerd op het gelijknamige boek van classicus Bert Gevaert en uroloog Johan Mattelaer) momenteel ook niet te bezoeken valt. Van de permanente collectie is ook wel een deel digitaal te bezichtigen via de website van Erfgoedinzicht, dat het erfgoed in Vlaanderen verzamelt.

Het Provinciaal Archeocentrum in Velzeke is het Gallo-Romeins museum van Oost-Vlaanderen. In de deelgemeente van Zottegem kan je normaal gezien onder meer de Romeinse invloed in de provincie Oost-Vlaanderen bestuderen. Hun tijdelijke tentoonstelling ‘Landschap Door.grond’ schetst een beeld over de relatie tussen de mens en het landschap in Zuid-Oost-Vlaanderen aan de hand van grootschalig archeologisch onderzoek van de afgelopen 10 jaar. In afwachting van de heropening krijg je via onderstaande video (en de maquette uit het museum) wel al een beeld van de weg in Leeuwergem waarlangs verschillende Romeinse huizen werden opgegraven.

Het Brusselse Museum Kunst & Geschiedenis (het vroegere KMKG) in het Jubelpark is vooral bekend voor de uitgebreide collectie van Egyptische objecten (waarvan een deel mummies). Deze collectie werd recent al toegankelijk gemaakt via een mobiele applicatie waarbij een vijftigtal stukken in woord en beeld worden voorgesteld. Daarnaast is de permanente collectie, waaronder de meer dan 5000 oudheidkundige objecten, ook te doorzoeken via de online museumcatalogus Carmentis.

In Wallonië, in de gemeente Malagne, kan je in normale tijden het Archéoparc van Rochefort bezoeken. Dat is een Gallo-Romeins landelijk domein waar naast opgravingen en reconstructies ook aan experimentele archeologie wordt gedaan. Een voorbeeld hiervan kan je zien in de video waarin het mogelijke gebruik van een vallus wordt gedemonstreerd, een Gallo-Romeinse oogstmachine.

Het Musée royal de Mariemont, een museum in de Henegouwse gemeente Morlanwelz, heeft een uitgebreide collectie van oudheidkundige objecten, waarvan een groot deel Egyptische kunst, maar eveneens talrijke Griekse en Romeinse beelden. Ook delen van deze collectie zijn via audiogidsen te bekijken en beluisteren, onder meer eentje gewijd aan de recente expositie ‘De lin et de laine’, over textiel uit het Egypte van het 1ste millennium (v.C.).

De Archéosite van Aubechies-Beloeil ligt ook in Henegouwen. Daar krijg je in het archeologische park (en bijhorend museum) een rondleiding die begint in het oude Neolithicum begint (rond 5000 v.C.) en eindigt met de Romeinse periode (3de eeuw n.C.). Hier worden ook vaak evenementen georganiseerd in het teken van re-enactment, zoals tijdens het weekend van de experimentele archeologie. Gladiatorengevechten en soldatenmarsen kleuren dan deze dagen, maar in deze periode is het nog onduidelijk of dit wel zal kunnen doorgaan in 2020. Gelukkig is er nog videomateriaal van de voorbije edities om dit te kunnen (her)beleven.

Musée Archéologique in Aarlen, de hoofdstad van de provincie Luxemburg, is eveneens een Belgisch museum met een uitgebreide Gallo-Romeinse collectie. Deze bevat onder meer een heleboel grafmonumenten, maar ook een collectie keramiek en glazen. Elke maand wordt op de website van het museum een object daarvan in de kijker gezet.

De mobiele applicatie van Via Belgica laat toe om augmented reality te gebruiken bij sommige sites

Nederland telt ook een heel aantal musea met een focus op de Oudheid. Het Allard Piersonmuseum in Amsterdam beheert de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, waaronder een groot deel oudheidkundige voorwerpen. Deze zijn al digitaal samengebracht in een beeldbank, later dit jaar komt er ook nog een digitale toepassing bij om zelf aan de slag te gaan met de collectie. In het openluchtmuseum Archeon in Alphen aan den Rijn kan je delen van het park virtueel bezoeken vanuit de lucht, waaronder ook het gedeelte dat is gewijd aan de Romeinse tijd.

In Heerlen kan je normaal gezien het schitterend bewaard en gerestaureerd badhuis bezoeken, maar in deze tijd zal je het moeten stellen met een audiotour over de Romeinse vondsten uit de Zuid-Limburgse stad. Nog in Zuid-Limburg kan je het initiatief van de ‘Via Belgica’ volgen, de enigszins ahistorische benaming van de Romeinse heirbaan die van Frankrijk tot Duitsland liep en de Belgische en Nederlandse provincie Limburg doorkruist. Als je van wandelen en fietsen houdt – wat je gelukkig nog mag doen – kan je de mobiele applicatie downloaden en zelf een route samenstellen, zelfs gekruid met een vleugje augmented reality.

Museum Het Valkhof in Nijmegen werkte een mooi online aanbod voor thuis uit met interessante podcasts over de museumcollectie en houdt de komende weken verschillende live rondleidingen op Facebook. In de eerste aflevering word je alvast door de Romeinse collectie gegidst.

Tot slot heeft het bekende Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, het nationale archeologiemuseum van Nederland, een partnerschap met Google afgesloten waardoor je als bezoeker ook virtueel (via Street View) kan ronddwalen door het volledige museum. Op die manier krijg je een eersteklas zicht op de verschillende afdelingen van het Oude Egypte (met ook een online tentoonstelling van de hoogtepunten), het Oude Nabije Oosten of Griekenland en Rome en kan je de collectie van bijvoorbeeld de Etruskische objecten uitgebreid bewonderen. Daarnaast kan je ook van thuis uit een (betalende) online rondleiding met museumgids volgen.

West-Romeinse Rijk

Ook in de rest van wat ten tijde van de Romeinen onder het West-Romeinse Rijk viel, kan je heden ten dage heel wat musea of archeologische sites in een virtuele vorm bezoeken. Het bekendste museum van Frankrijk bijvoorbeeld, het Louvre in Parijs, biedt enkele online bezoeken aan, waaronder eentje aan de zeer ruime Egyptische collectie. Daarnaast is het ook mogelijk om het museum in een volledige 360° in virtual reality te doorzoeken. Een andere ervaring (naast een databank met daarin al hun gedigitaliseerde objecten) biedt het Altes Museum, één van de vele museumpartners uit de wereld die samenwerken met een ander platform van Google, Arts & Culture. Daarop kan je voor het Berlijnse museum maar liefst zeven online exposities bezoeken, waaronder eentje met de tongue-in-cheek titel: ‘When Cleo met Julius … by rolling herself up in a carpet‘. Ook het Pergamonmuseum in de Duitse hoofdstad opent virtueel zijn deuren, hetgeen je bijvoorbeeld toelaat om in te zoomen op de details van de friezen van het Pergamonaltaar. De mobiele applicatie van Google laat ook toe om enkele van deze exposities in virtual reality te beleven. Datzelfde gebeurt ook bij het Londense British Museum, die naast een eigen online collectie, ook op hetzelfde platform een online expositie over religie in het Egypte na de farao’s aanbieden. Het Museo Arqueológico Nacional (MAN) in Madrid gaat zelfs nog een stap verder en ontwikkelde een eigen applicatie (die ook op het web beschikbaar is), waarbij je zaal per zaal kan binnenwandelen en verder onbeperkt inzoomen op de vele archeologische objecten uit de Oudheid die in de vitrines liggen en onder meer de geschiedenis van de provincie Hispania vertellen.

Ook in Italië (en vooral haar hoofdstad) bestonden al verschillende initiatieven om de Oudheid op een virtuele manier tastbaar te maken, denk maar aan een 3D-bezoek aan het hedendaagse Rome of Rome Reborn, een ervaring in virtual reality die de stad rond 320 n.C. nabouwt. Dat laatste project – al begonnen in de jaren 90 van de vorige eeuw – maakt het ook mogelijk om met een VR-bril (zoals de Oculus Rift) over de Romeinse hoofdstad te vliegen, een waarlijk unieke ervaring.

Met de recente ontdekkingen van nieuwe huizen en de vele andere restauraties in Pompeï en Herculaneum in het achterhoofd, is een virtueel bezoek aan beide steden zeker de moeite waard. Je hebt zelfs de keuze tussen bijvoorbeeld een geleide wandeling van Pompeï op YouTube – van meer dan 5 uur, maar wel in 4K! – of ook een zelfgekozen pad via Google Street View. Voor Herculaneum kan je dan weer een volledige 360°-ervaring beleven.

En als je toch liever in de gesloten ruimte van een museum de schatten van beide steden bekijkt, kan je altijd terecht op de online tentoonstelling van het nationaal archeologisch museum van Napels over de stillevens van oud-Romeinse aristocraten uit Pompeï en Herculaneum.

8 musea uit de hoofdstad verenigden zich recent ook om een virtuele tour (in het Italiaans of het Engels) te kunnen aanbieden en het gaat niet om de minste:

  • Musei Capitolini
  • Museo dell’Ara Pacis
  • Museo Napoleonico
  • Mercati di Traiano – Museo dei Fori Imperiali
  • Casino Nobile di Villa Torlonia
  • Centrale Montemartini
  • Museo delle Mura
  • Museo di Roma

Je kan tentoongestelde objecten bekijken of krijgt meer informatie erover, maar evengoed navigeer je door de musea zoals op Google Streetview. Ook wanneer er video of audio beschikbaar is, kan je dit aanklikken. Mogelijk sluiten in de toekomst nog meer musea uit Rome zich aan bij dit project en kan je als bezoeker nog meer collecties van thuis uit ontdekken.

Oost-Romeinse Rijk

Ook in het oosten van het Romeinse Rijk valt veel te beleven online. In Griekenland alleen al bieden verschillende musea hun verzamelingen aan in virtuele vorm. In de hoofdstad Athene kan je op bezoek bij onder meer het Benaki Museum of Greek Culture voor een 360°-tour, het Museum of Cycladic Art (via Google), het nationaal Archeologisch Museum (met een uitgebreide online collectie) en niet te vergeten natuurlijk, het vernieuwde Acropolis Museum. Het bekendste museum van Griekenland heeft naast een eigen pagina op Google Arts & Culture, ook een volledige website met digitale toepassingen voor educatieve doeleinden. Daarop kan je bijvoorbeeld een virtuele – en volledige – representatie van de Parthenonfriezen bewonderen. Recent investeerde de regering van het land ook in een website met zoekplatform, Search Culture, waarop in totaal meer dan 400 000 items zijn verzameld uit 67 collecties (waaronder musea, archieven, culturele stichtingen en dus ook oudheidkundige objecten uit allerlei plaatsen). Tot slot is er ook een nieuwe applicatie waarbij je een volledige virtuele tour kan maken op de Acropolis en kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten.

De Acropolis Virtual Tour waarmee je kan inzoomen op de verschillende antieke monumenten

In Macedonië – of Noord-Macedonië zoals het land sinds kort wordt genoemd – was er al het project Macedonia From Above, waarbij verschillende musea en historische sites in 360°-perspectief te bezichtigen zijn. De virtuele tour brengt je bijvoorbeeld ook langs Stobi, een oorspronkelijke Paeonische nederzetting die in de 3e eeuw v.C. door Antigonus Gonatas en Philippus V bij Macedonië werd ingelijfd, en die in 168 v.C. onder Romeins gezag kwam. Een Romeins theater en het paleis van keizer Theodosius I zijn hiervan de zichtbare getuigen.

Het huidige Syrië was als Romeinse provincie onder dezelfde naam bekend, maar heeft natuurlijk ook uitgebreid historisch erfgoed van eerdere en latere periodes. Jammer genoeg zijn de voorbije jaren verschillende van deze sites ten prooi gevallen aan verschillende groeperingen die er vernietigingen hebben aangebracht. Het ‘Syrian Heritage Archive’-project (in samenwerking met het Berlijnse Staatliche Museen) probeert dat ook om dit erfgoed ten minste digitaal te bewaren. Op de website kan je dan navigeren op de kaart van de verschillende erfgoedsites en vind je ook meer informatie (in woord en beeld) over de overblijfselen van de Oudheid in het land. Buurland Libanon is dan op zijn beurt de nieuwste toevoeging aan het ‘Reborn’-project: Baalbek Reborn presenteert de antieke site van Heliopolis met de monumenten uit de Romeinse periode in VR en via zogenaamde flyovers, prachtige video’s waarbij je in vogelvlucht de stad te zien krijgt.

Voor het antieke Turkije bestaat zelfs een volledige website waarbij een dertigtal sites (waaronder steden als Efeze, Milete en Laodikeia) volledig in 3D werden ingescand. KU Leuven, onze eigenste universiteit, heeft al sinds 1990 een archeologisch project lopen op de antieke site van Sagalassos (in Pisidië, in het zuidwesten van Turkije). De onderzoeksgroep archeologie (eerst onder leiding van professor emeritus Marc Waelkens, intussen opgevolgd door professor Jeroen Poblome) begeeft zich – normaal gezien toch – jaarlijks in de zomer naar daar voor een nieuwe opgravingscampagne. Unieke vondsten zoals een kolossaal beeld van keizer Hadrianus, maar ook verschillende delen van de antieke stad uit meerdere periodes, bijvoorbeeld een laathellenistische Dorische tempel, de bovenste en lagere agora of het Nymphaeum van Antoninus Pius, zijn nu te bezichtigen (of zelfs na te bouwen) via de 3D-modellen op Sketchfab. Daarnaast is ook de tentoonstelling ‘Meanwhile in the Mountains: Sagalassos’ die momenteel in het Yapi Kredi Cultural Centre in Istanboel staat volledig virtueel, met de mogelijkheid tot VR, te bezoeken: een aanrader!

Egypte & de rest van de wereld

Ook in Egypte en de rest van de wereld zijn er allerhande initiatieven om in deze periode – en hopelijk nadien – digitaal de Oudheid (en andere historische periodes) in beeld te brengen. Het Egyptische minsterie van toerisme besloot om de dagelijkse lichtshow op plateau van Gizeh aan te passen aan COVID-19 en liet boodschappen zoals “Experience Egypt from Home. Stay Home. Stay Safe.” in het Engels en Arabisch op de piramides projecteren. Bovendien lieten ze het slechte nieuws dat de opening van het Grand Egyptian Museum in Caïro nog tot 2021 op zich zou laten wachten, volgen op het goede nieuws dat verschillende toeristische trekpleisters in digitale vorm te bezoeken zouden zijn. Blikvangers hierbij zijn het graf van Meresanch III (de nicht en vrouw van farao Chefren), het graf van Menna (een hooggeplaatste Egyptische functionaris uit de 18de dynastie) en het rode klooster van Sohag (gesticht in het begin van de 4de eeuw n.C. door de heilige woestijnvader Pischoi). Ook het graf van Ramses VI uit de Vallei der Koningen is op deze manier te bezoeken (en daarbij kan je proberen om de verschillende graffiti met zijn naam die Dryton, een Griekse officier uit de 2de eeuw v.C. uit de regio van Thebe, hier als toerist heeft achtergelaten). Elke virtuele ervaring bevat gedetailleerde 3D-beelden waarmee gebruikers kunnen “wandelen” door op hotspots langs de verdiepingen van de structuren te klikken.

Ook in de Verenigde Staten bieden meerdere musea hun collectie digitaal aan. Het bekende Metropolitan Museum (‘The Met’) uit New York bezit ook een hele schare antiquiteiten uit de Oudheid. De historische tijdlijn op de website van Google Arts & Culture maakt het mogelijk om chronologisch door hun collectie van Egyptische, maar ook Grieks-Romeinse objecten te scrollen. Hetzelfde kan je doen voor het J. Paul Getty Museum in Los Angeles, dat eveneens over een uitgebreide collectie Griekse, Romeinse en Etruskische beelden en vazen beschikt, bovendien tentoongesteld in een replica van de ‘Villa dei Papiri’ in Herculaneum.

Ook in andere continenten vinden we musea die (gedeeltelijk) gewijd zijn aan de Oudheid en hun collectie digitaal openstellen. Het befaamde Hermitage Museum van Sint-Petersburg doet dat door alle zalen van het grote Russische museumcomplex (waaronder enkele tientallen in het teken van Griekse of Romeinse kunst) virtueel te laten bezoeken. Ook het Braziliaanse Museu Nacional in Rio de Janeiro, dat in 2018 een zware brand te verwerken kreeg, werd opgenomen in het Arts & Culture-project. Daardoor zijn een heleboel hoogtepunten uit hun oudheidkundige collectie (Egyptische mummies, maar ook Griekse kunst of fresco’s uit Pompeï) nog in digitale vorm bewaard gebleven en kan dit mogelijk waardevol blijken bij een eventuele restauratie van de gevonden resten van deze collectie.

Games over de Oudheid

Ook games bieden enorme mogelijkheden om de Oudheid digitaal te recreëren, denk maar aan de reeks Assassins Creed, waarvan een game (‘Origins’) zich afspeelde in Ptolemaeïsch Egypte, en een andere (Odyssey) het Griekenland ten tijde van de Peloponnesische Oorlog opnieuw tot leven bracht. De ontwikkelaars van deze reeks (Ubisoft) staken enorm veel tijd in het zo realistisch mogelijk nabootsen van de historische setting (bijvoorbeeld de gebouwen, maar ook klederdracht). Hierdoor brachten ze voor beide games ook een ‘Discovery Mode’ uit, die door leerkrachten geschiedenis, maar ook door classici kan worden gebruikt om op een educatieve manier deze periodes uit de Oudheid te onderwijzen.

Ook VR en AR hebben het potentieel om ooit (in games of in educatieve applicaties) een meerwaarde te creëren, maar dit hangt natuurlijk sterk samen met de technologische ontwikkelingen. De laatste jaren hebben bepaalde toepassingen (zoals een VR-bril of mobiele AR-applicaties) dankzij hun goedkopere ontwikkeling en prijs meer en meer aan populariteit gewonnen, maar de definitieve doorbraak hiervan laat momenteel toch nog even op zich wachten.

Alleen nog digitale cultuur?

We leven momenteel in onzekere tijden, maar het lijkt toch niet uitgesloten dat we weldra opnieuw in staat zullen zijn om te reizen. Dat zou dan ook betekenen dat we opnieuw (oudheidkundige) musea en sites ter plaatse kunnen gaan bewonderen, iets dat voorlopig – in onze ogen althans – niet kan vervangen worden door de digitale of virtuele alternatieven. Het is natuurlijk wel toe te juichen dat meer en meer culturele organisaties – ook in België, echter wel met wat achterstand op vele (rijkere) buitenlandse organisaties – hun collecties, zowel objecten als onderzoek, digitaal ter beschikking stellen. Dit laat namelijk een meer democratische toegang tot bijvoorbeeld de Oudheid toe (hoewel dit natuurlijk ook sterk afhankelijk is van al dan niet toegang tot technologie) en initiatieven zoals Google Arts & Culture zorgen voor een lagere instapdrempel bij online tentoonstellingen opgebouwd rond specifieke thema’s of collecties. Toch kijken we al uit naar het moment waarop we opnieuw in Rome kunnen rondstruinen langs de vele bezienswaardigheden, in Griekenland kunnen rondtrekken van Sparta tot Athene of in Egypte nogmaals alle Grieks-Romeinse tempels kunnen bezichtigen. Tot dan behelpen we onszelf maar met elke week minstens eenmaal een van de hierboven opgesomde alternatieven virtueel te bezoeken…

10/04/2021: deze blogpost werd geüpdatet met enkele recente toevoegingen van virtuele activiteiten uit onder meer het GRM, de Nederlandse musea, de virtuele tours van de Acropolis en de Romeinse musea en het ‘Baalbek Reborn’-project.

Het bericht Cultuur tijdens Corona: beleef de Oudheid vanuit je zetel van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/04/2020/cultuur-tijdens-corona-beleef-de-oudheid-vanuit-je-zetel/feed/ 0 1505
Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/#respond Wed, 25 Mar 2020 14:57:22 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1052 Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De uitspraak (van Arrianus) als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Wij bieden hier een kleine greep uit het aanbod.

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De titel van dit stukje is ontleend aan een uitspraak van de Griekse historicus Lucius Flavius Arrianus (89? – na 145/146 n.C.), die in zijn Anabasis Alexandri (I, 12, 2) de volgende uitspraak doet:

[…] οὐδὲ ἐξηνέχθη ἐς ἀνθρώπους τὰ Ἀλεξάνδρου ἔργα ἐπαξίως, οὔτ᾽ οὖν καταλογάδην, οὔτε τις ἐν μέτρῳ ἐποίησεν: ἀλλ᾽ οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος […]
[…] en de daden van Alexander werden niet op een passende manier bekendgemaakt bij de mensen, in proza noch in verzen vertelde iemand erover: Alexander werd zelfs niet in een lied bezongen […]

In deze passage zet Arrianus eigenlijk de reden uiteen waarom hij schrijft over Alexander de Grote: volgens hem zijn diens daden nog niet goed in een historisch werk besproken. Hij laat Alexander zichzelf ook vergelijken met Achilles, die gelukkig Homerus had om beroemd te worden. Het spreekt voor zich dat Arrianus graag de rol van Homerus vervult voor Alexander. De uitspraak als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Een kleine greep uit het aanbod:

Vermeldingen

1. Rock en metal

In de rockmuziek wordt Alexander vermeld in het nummer Hush Hush Hush van Paula Cole uit 1996. Het werd gecoverd door Annie Lennox op het album Possibilities van jazzmuzikant Herbie Hancock uit 2005. Het nummer gaat over een jongeman die sterft aan aids:

Cruel joke you waited so long to show
The one that you wanted wasn’t a girl
All your life you kept it hidden inside
Now when you step
You stumble
You die

In de volgende strofe wordt een vergelijking gemaakt met twee verschillende historische figuren:

Oh maybe next time
You’ll be Henry the 8th
Wake up tomorrow, Alexander the Great
Open your eyes in a new life again
Oh maybe next time
You’ll be given a chance (Lyrics.com)

Hendrik VIII, die naast zijn huwelijken met achtereenvolgens Catharina van Aragon, Anna Boleyn, Jane Seymour, Anna van Kleef, Catharina Howard en Catharina Parr ook de tijd vond om zich bezig te houden met een aantal maîtresses, wordt hier als prototype van de heteroseksuele man genomen. Alexander de Grote wordt hier als tegenpool gebruikt: hoewel de huidige problematiek rond homorechten de oude Grieken totaal vreemd was en Alexander tegelijk getrouwd was met drie oosterse prinsessen en een bastaardzoon had bij een minnares, wordt in deze tekst toch vooral gedacht aan de relatie die Alexander waarschijnlijk had met zijn vriend Hephaistion.

Een andere, meer terloopse vermelding van Alexander de Grote vinden we in het nummer Circus of Heaven uit 1978, van de Engelse rockband Yes. In het nummer, waarin een reeks visioenen beschreven wordt, komt op een bepaald moment de Oudheid in beeld:

Then there above their heads just as vivid as life
Each vision transported multitudes inventing light
Grecian galleons, the sack of Troy, to the Gardens of Babylon
A play of millions roared along
The gigantic dreams of Alexander the Great
Civil wars where brothers fought and killed their friendship with hate
All seen by Zeus performing scenes in the magical way
The day the circus came to town
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier vooral vernoemd omwille van zijn veroveringen en zijn ambitie het Westen en het Oosten in één rijk samen te brengen. Hij is bovendien de enige historische figuur die in deze strofe bij naam wordt genoemd.

Een laatste vermelding van Alexander de Grote in de rockmuziek is te vinden in Mine van de Australische band Hoodoo Gurus uit 1996.

I want for nothing,
Yeah, I got it all.
I’m a superhuman
And I’m ten feet tall.
I’m truly perfect
In every way
And, like Alexander,
I feel great!
(Lyrics.com)

Hier wordt vooral gespeeld met de bijnaam The Great, een fenomeen dat ook nog zal opduiken in de rap- en hiphopmuziek. (cf. infra)

Voor de fans van het iets zwaardere werk is er in deze categorie Alice Cooper. In You’re a Movie uit 1981 worden pretentieuze gedachten van een legeraanvoerder verwoord. De eerste strofe gaat als volgt:

I fearlessly walk into battle
With a shine on my boots and my teeth
Never flinch, never blink, never rattle
My blood is like ice underneath
Oh, I’m the reincarnation of Patton
And I’ve got Hannibal’s heart in my chest
God told me I would have rivalled
Alexander the Great at his best
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier genoemd in een rijtje van drie grote namen. Hoewel hij als derde genoemd wordt, is de volgorde climactisch en lijkt hij dus de nummer één boven Patton en Hannibal.

 

2. Folk

Ook in de folkmuziek heeft Alexander een kleine plaats gekregen en niet bij de minste artiest: Woody Guthrie, één van de invloedrijkste exponenten van het genre, heeft het over hem in The Many and the Few, een nummer uit de jaren 40 dat pas in 1999 werd uitgebracht. Het heeft de Joodse geschiedenis en vooral de opeenvolgende onderdrukkers (de “Few” uit de titel) van de Joden (de “Many”) als thema. Ook Alexander de Grote passeert de revue:

My name is Alexander the Great
More than half of this wide world is mine
Come stand around, my servants all
I’m wrapped on my bed here to die

Ook hier wordt Alexander gepresenteerd als de grote veroveraar, hoewel hij hier niet echt positief in beeld lijkt te komen, in een rijtje onderdrukkers van het Joodse volk. Toch brengt hij het er vanuit een Joods oogpunt beter van af dan Antiochus IV Epiphanes (ca. 215 – 164 v.C.), over wie de volgende strofe luidt:

As the King of Syria and Palestine
Antiochus the Fourth, you’ll stand
To kill the Jews if they refuse
To worship our idols and gods
(Lyrics.com)

Een ander folknummer waarin Alexander in verband gebracht wordt met een grote veldheer uit een recenter verleden dan de Oudheid, is Bony on the Isle of St. Helena van de Amerikaanse folkband Uncle Earl. Het nummer gaat over de heimwee van de naar Sint-Helena verbannen Napoleon Bonaparte (de “Bony” uit de titel) en verscheen in 2007 niet toevallig op hun album Waterloo, Tennessee, samen met een nummer over hetzelfde thema dat de titel Buonaparte meekreeg. In Bony on the Isle of St. Helena wordt Napoleon vergeleken met die andere grote veldheer uit het verleden, Alexander:

No more in St. Cloud he’ll be seen in such splendor.
Or go on with his wars like the great Alexander.
He sees his victories and how fleeting they all were.
While his eyes are on the waves that surround St. Helena.
(Metrolyrics.com)

 

3. Rap en hiphop

Alexander krijgt opvallend veel vermeldingen in een genre waarin we dat misschien minder zouden verwachten, namelijk de hiphopmuziek. Een aantal passages werken de vermelding verder uit, anderen zijn dan weer puur gericht op het laten vallen van de naam, soms zelfs bijna alleen om het rijm te doen kloppen of puur omwille van de klank.

Een eerste tekst waarin de vermelding van Alexander nog wat uitgewerkt wordt, is I Can van Nas, uit 2003. In het nummer, waarin “Don’t do drugs, stay in school” de voornaamste boodschap aan zwarte jongeren is, wordt in een kort historisch overzichtje geschetst hoe het zover is kunnen komen met de Amerikaanse zwarte jeugd:

Be, be, ‘fore we came to this country
We were kings and queens, never porch monkeys
It was empires in Africa called Kush
Timbuktu, where every race came to get books
To learn from black teachers who taught Greeks and Romans
Asian Arabs and gave them gold when
Gold was converted to money it all changed
Money then became empowerment for Europeans
The Persian military invaded
They learned about the gold, the teachings and everything sacred
Africa was almost robbed naked
Slavery was money, so they began making slave ships
Egypt was the place that Alexander the Great went
He was so shocked at the mountains with black faces
Shot up they nose to impose what basically
Still goes on today, you see?
(Lyrics.com)

Ook hier wordt Alexander neergezet als een onderdrukker. De ironie wil dat hij in Egypte eigenlijk ontvangen werd als de man die Egypte bevrijdde van het Perzische juk, dus dit beeld klopt niet, maar past wel in het plaatje van blanke onderdrukking dat Nas wil schetsen.

Een vermelding van Alexander de Grote vinden we ook bij de bij ons onbekende Ierse rapper Rejjie Snow. In het nummer Pink Flower uit 2017, dat gaat over zijn moeilijke jeugd, is de vermelding van Alexander de Grote niet toevallig, aangezien Snows echte naam Alexander Anyaegbunam is. Dat het over hemzelf gaat, lijdt geen twijfel, want hij vermeldt in één adem ook zijn geboortedatum:

I was born with a vision, Alexander the Great
And that fake love creeping like the cancer I born
June 27th, 1993, I came on
With them black fists high and them blisters in it
(Lyrics.com)

Een meer uitgewerkte en inhoudelijk relevantere vermelding van onze bekendste Macedonische koning vinden we in Chase That (Ambition) van de Amerikaanse rapper Lecrae uit 2011. In een nummer dat gaat over de ijdelheid van zijn eigen ambitie vergelijkt hij zijn eigen veroveringsdrang met die van Alexander de Grote:

All I wanted was doom.
The same kind Alexander the Great felt when the earth ran out of room.
He conquered all he could, but yet he’s feelin’ consumed.
By this neverending quest for glory he couldn’t fuel.

Op het einde van het nummer vergelijkt hij dat ijdel najagen van eigen glorie zelfs met de val van Lucifer:

But history repeats itself, evil’s what it is.
‘Cause Lucifer was cast away for doing what I did.
Created by the God who spoke the earth into existence,
Instead of chasing the Father’s glory, he was chasin’ his.
(Lyrics.com)

Nog steeds in het hiphopgenre zijn er nog een paar meer uitgewerkte verwijzingen naar Alexander de Grote te vinden, telkens met een andere focus. In Nature of the Threat uit 1996 schildert de Amerikaanse rapper Ras Kass een overzicht van de menselijke geschiedenis vanaf ongeveer 20.000 v.C. tot vandaag in een nummer dat bijna 8 minuten duurt. Hij kadert deze geschiedenis, die qua realia overigens vrij accuraat en de moeite van het beluisteren of zelfs lezen waard is, in een bredere visie waarin de onderdrukking van zwarten centraal staat. Ook Alexander de Grote passeert in die zin de revue:

The Hellenistic Era, Alexander the Great
Conquers all the way to India leavin’ four successor states
By the Fifth century B.C., R.O.M.E
Succeeds to be the conqueror of Egypt and Greece
(Genius.com)

De “four successor states” waarvan sprake zijn uiteraard de delen waarin Alexanders rijk uiteenviel toen hij stierf en die in handen vielen van verschillende van zijn generaals, namelijk Egypte, Hellas, Thracië en het Perzische Rijk. Er is hier sprake van vier staten, maar de onderstaande kaart toont dat de geopolitieke situatie in de Oudheid complexer was dan Ras Kass in het korte bestek van zijn tekst laat uitschijnen.

Kaart van de diadochenrijken (300 v.C.)

Ook een hiphopgroep waarmee Ras Kass al samenwerkingen aanging, Jedi Mind Tricks, bestaande uit rappers Vinnie Paz en Jus Allah en dj/producer DJ Kwestion, heeft een nummer waarin Alexander de Grote een vermelding krijgt. Het nummer Saviorself begint immers met deze regels:

Yeah, I built with Alexander the Great
He told the Persians they should stay gone
Then he told me about the Oracle of Amon
He gave me no clue, where it is (Genius.com)

In deze paar regels wordt melding gemaakt van het feit dat Alexander de Perzische overheersing van Egypte beëindigde. Bovendien wordt er ook verwezen naar zijn bezoek aan het orakel van Zeus-Amon vlakbij de Siwa-oase. Alexander bracht in 332 v.C. een bezoek aan dit orakel na zijn verovering van Egypte. Daar werd hij naar verluidt door de lokale priester verwelkomd in het Grieks. De priester wou hem aanspreken met ὦ παιδίον, “mijn zoon”, maar hij zou er ὦ παῖ Διός, “zoon van Zeus” van gemaakt hebben. Alexander zou dit dan opgevat hebben als een goddelijk teken dat hij van goddelijke afkomst was.

Een aantal andere vermeldingen van Alexander in de hiphopmuziek zijn zeer terloops, vaak beperkt tot de naam, zonder dat er echt een inhoudelijke functie te bespeuren valt, waarschijnlijk onder invloed van het nogal associatieve karakter van rapmuziek. We zetten ze hier op een rijtje:

Fu-Schnickens – La Schmoove (1992)

Not Alexander but considered to be Great
Great, but, like the Grape Ape
(Lyrics.com)

E-40 – The Element of Surprise (1998):

Buying yellow clusters instead of counterfeit dope
Alexander the Great, macadamia nut, chief rockin’ soap
No rebate, no refunds
(Lyrics.com)

Flipmode Squad (een rapperscollectief met onder anderen Rampage) – Run for Cover (1998):

Rampage Alexander the Great (Lyrics.com)

Chico & CoolwaddaWild ‘n tha West (2001):

I’m Alexander the Great 38 (Lyrics.com)

Raekwon – Robbery (2003):

They call me Alexander Sean the Great
‘cause ya bitch said she love the way the dick talk all in the cake
 (Lyrics.com)

Andre Nickatina & Equipto – Rap Candy Bars (2006):

Alexander the Grape, section eight (Genius.com)

Nummers over Alexander de Grote

Naast vermeldingen in nummers met een ander of breder thema, zijn er ook nummers die in hun geheel gewijd zijn aan Alexander de Grote. Een korte zoektocht leverde een tiental nummers op, waarvan we hier een overzicht geven. Alle nummers dragen als titel Alexander the Great.

1. Iron Maiden (1986)

Het bekendste nummer in deze serie, zeker bij metalheads, is Alexander the Great van de Britse metalband Iron Maiden. Overigens zijn is de metalmuziek het ruimst bedeeld met volledige nummers over Alexander de Grote: ook de Belgische powermetalband Iron Mask (met Alexander the Great), de Amerikaanse deathmetallers van Nile (met Iskander D’hul Karnon) en het Oostenrijkse Serenity, dat zich toelegt op het genre van de symfonisch powermetal (met Age of Glory) hebben een nummer aan Alexander de Grote gewijd. In dit bestek zou een volledige bespreking van al deze teksten echter te veel ruimte in beslag nemen, maar dit wordt zeker nog vervolgd. We concentreren ons daarom op het nummer van Iron Maiden. We laten hier de volledige tekst volgen, met per deel een korte bespreking.

My son ask for thyself another Kingdom, for that which I leave is too small for thee

Dit is een bijna letterlijke vertaling van de woorden die Philippus II van Macedonië tot zijn zoon gezegd zou hebben volgens ‘Het leven van Alexander’ van Plutarchus van Chaeronea (ca. 46 – ca. 120 n.C.), die het zesde kapittel van dat werk, dat gaat over hoe Alexander het paard Bucephalus temt, afsluit met deze woorden: “ὦ παῖ” φάναι, “ζήτει σεαυτῷ βασιλείαν ἴσην· Μακεδονία γάρ σ’ οὐ χωρεῖ.”  “Mijn zoon,” zei hij, “zoek voor jezelf eenzelfde koninkrijk, want Macedonië heeft niet genoeg plaats voor jou.”

Near to the east
In a part of ancient Greece
In an ancient land called Macedonia
Was born a son
To Philip of Macedon
The legend his name was Alexander

In deze strofe worden de antieke en de moderne geopolitieke toestand met elkaar vermengd: Macedonië was in de Oudheid geen deel van Griekenland, omdat Griekenland om te beginnen geen politieke eenheid was. Het huidige Macedonië ligt iets noordelijker dan het antieke Macedonië, dat grotendeels overeenkomt met de huidige Griekse provincie Macedonië. In die zin is Macedonië dus wel een deel van Griekenland. De strijd om de naam “Macedonië” sleept al lang aan en het feit dat het antieke Macedonië voor het grootste deel in de huidige Griekse provincie ligt en niet in het land Macedonië, is één van de voornaamste argumenten van de Grieken om de naam Macedonië niet te erkennen. Pas begin 2019 kwam er (nipt) een compromis om het buurland van Griekenland de naam Noord-Macedonië te laten dragen.

At the age of nineteen
He became the Macedon King
And he swore to free all of Asia Minor

Alexander werd inderdaad op zijn negentiende koning van Macedonië, na de nogal verdachte dood van zijn vader. Hij zette de voorbereiding van de militaire campagne tegen het Perzische rijk, die begonnen was door zijn vader, verder.

By the Aegean Sea
In 334 B.C.
He utterly beat the armies of Persia

Dit was in de Slag bij de Granikosrivier, die inderdaad in 334 v.C. plaatsvond. De grote nederlaag voor de Perzen die hier vermeld wordt, lijkt eerder te wijzen naar de Slag bij Issos. Beide veldslagen lijken hier te zijn samengenomen. Hierna volgt het refrein:

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
Became a legend ‘mongst mortal men

Na dit refrein volgt een strofe waarin de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen:

King Darius the third
Defeated fled Persia

Volgens Arrianus vluchtte Darius inderdaad halsoverkop van het slagveld weg, met achterlating van zijn mantel, schild, vrouw en kinderen. Symbolisch laat hij dus achtereenvolgens zijn koninklijke waardigheid, militaire eer en de toekomst van zijn koningshuis achter. Het achterlaten van een schild moet overigens niet onderschat worden, want in Griekse ogen was dit een grote schande, zoals blijkt uit een fameuze uitspraak van een Spartaanse moeder tot haar zoon: ἢ τὰν ἢ ἐπὶ τᾶς, “[keer terug] ofwel met je [schild] ofwel op je [schild]” en een scandaleus epigram van de huurling-dichter Archilochos van Paros:

ἀσπίδι μὲν Σαΐων τις ἀγάλλεται, ἣν παρὰ θάμνωι,
ἔντος ἀμώμητον, κάλλιπον οὐκ ἐθέλων·
αὐτὸν δ’ ἐξεσάωσα. τί μοι μέλει ἀσπὶς ἐκείνη;
ἐρρέτω· ἐξαῦτις κτήσομαι οὐ κακίω.

Een of andere Saiër verheugt zich met mijn schild, dat ik bij een bosje
tegen mijn zin achterliet, een schitterend wapen.
Ik heb mezelf gered. Wat kan dat schild me schelen?
Naar de maan ermee: ik zal er opnieuw een kopen, niet slechter [dan het vorige].

Het epigram is naar Griekse normen scandaleus omdat de dichter er ronduit voor uitkomt dat hij zijn eigen hachje gered heeft en daarvoor zijn schild moest achterlaten. Hij gaat zelfs nog een stap verder door zich af te vragen “wat dat schild hem interesseert” en er dan ἐρρέτω (“foert” of vrijer maar dichter bij de bedoelde betekenisnuance: “fuck it“) aan toe te voegen.

The Scythians fell by the river Jaxartes

Alexander versloeg de Scythen inderdaad bij de Jaxartes, nu de Syr Darja, in 329 v.C. De slag vond waarschijnlijk plaats vlakbij Tasjkent, de huidige hoofdstad van Oezbekistan, op een plaats waar de grenzen van Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Kazachstan elkaar raken.

Then Egypt fell to the Macedon King as well

Dit gebeurde in 332 v.C. Alexander zorgde er op die manier voor dat Egypte niet meer onder Perzisch gezag viel. De chronologische volgorde van de verschillende veldslagen wordt in het nummer dus niet gerespecteerd. Alexanders generaal Ptolemaios werd na de dood van Alexander in 323 v.C. satraap van Egypte en zou dat blijven tot hij zichzelf in 304 v.C. tot farao van Egypte uitriep. Daarmee stichtte hij de naar hem genoemde Ptolemeïsche dynastie die de laatste en langst regerende dynastie van farao’s zou zijn, totdat de laatste farao, Cleopatra VII – u weet wel, dé Cleopatra-  in 31 v.C. door Octavianus, de latere keizer Augustus, verslagen werd bij Actium en in de nasleep van de zeeslag zelfmoord pleegde.

And he founded the city called Alexandria

Alexander stichtte inderdaad deze stad in de Nijldelta, maar hij stichtte ook vele gelijknamige steden verspreid over het enorme rijk dat hij in zijn leven veroverde. Het Egyptische Alexandrië is echter het bekendste, mede door zijn legendarische bibliotheek.

By the Tigris river
He met King Darius again
And crushed him again in the battle of Arbela

De Slag bij Arbela, beter bekend als de Slag bij Gaugamela, was de definitieve genadeklap voor Darius III en vond plaats in 331 v.C.

Entering Babylon
And Susa, treasures he found
Took Persepolis the capital of Persia

Babylon, Susa en Persepolis waren residentiesteden van de Perzische koningen, die met hun hof tussen deze steden rondtrokken. Dit had het voordeel dat de koning, die in Perzië een absolute heerser was in de meest letterlijke betekenis van het woord, op verschillende momenten dicht bij de verschillende delen van zijn enorme rijk was en zo sneller bereikt kon worden voor dringende berichten.

Hierna volgt opnieuw het refrein en een volgende strofe:

A Phrygian King had bound a chariot yoke
And Alexander cut the ‘Gordian knot’
And legend said that who untied the knot
He would become the master of Asia

Deze beschrijving klopt: in Gordium hakte Alexander de later spreekwoordelijk geworden Gordiaanse knoop door, die door de Frygische koning Midas ter ere van zijn vader Gordias rond de disselboom van een strijdwagen was gebonden.

Hellenism he spread far and wide
The Macedonian learned mind
Their culture was a western way of life
He paved the way for Christianity

Deze thesen zijn overtrokken, maar hebben wel degelijk een zekere basis. Alexander legde met zijn veroveringen de basis voor wat men later het hellenisme zou noemen, een bloeiperiode voor Griekse literatuur en wetenschap die we vooral kennen uit Alexandrië, met zijn bibliotheek en de rijke literaire en wetenschappelijke erfenis die die naliet. “The Macedonian learned mind” was dan ook eerder een “Alexandrian learned mind” die grotendeels dateert van de regeerperiode van de Ptolemaeën, Alexanders opvolgers in Egypte. Om te stellen dat hun cultuur een “western way of life” was, is echter een stap te ver: de dominante taal van de hoge cultuur werd inderdaad het (westerse) Grieks, maar dat wil niet zeggen dat lokale culturen onderdrukt of uitgeroeid werden, integendeel zelfs. Het feit dat Grieks over een enorm territorium de lingua franca werd en zelfs dominant bleef tegenover het Latijn na de Romeinse veroveringen in het Oosten, legde in zekere zin de basis voor het christendom. Veel mensen kenden immers wat Grieks en het is dan ook geen toeval dat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven werd om zoveel mogelijk mensen te bereiken met de Blijde Boodschap. Volledige Latijnse vertalingen werden pas ondernomen in een periode waarin de kennis van het Grieks in het Westen van het Romeinse Rijk begon te tanen.

Marching on, marching on
The battle weary marching side by side
Alexander’s army line by line
They wouldn’t follow him to India
Tired of the combat, pain and the glory

Als het van Alexander zelf had afgehangen, zouden zijn veroveringen niet gestopt zijn aan de Indus. Zijn leger, dat hem trouw gevolgd had sinds het begin, wilde echter niet meer mee. Hij moest zich dus noodgedwongen gaan bezighouden met het organiseren van het enorme rijk dat hij veroverd had.

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
He died of fever in Babylon

Alexander stierf inderdaad in Babylon na een korte ziekte met koortsverschijnselen. Dit gebeurde naar verluidt niet lang nadat hij in de rivier was gaan baden en mogelijk was er een oorzakelijk verband tussen dit bad en zijn overlijden. Het is echter moeilijk om op basis van de antieke bronnen de exacte ziekte te bepalen waaraan hij overleed, een probleem dat wel vaker opduikt bij pathologische beschrijvingen in de Oudheid. De beschrijving van de pest in Athene bij Thucydides is een notoire uitzondering op die regel.

Andere nummers, met dezelfde titel Alexander the Great, zijn van de volgende artiesten. Ondanks herhaalde pogingen kon de auteur van dit stukje echter niet aan de teksten ervoor komen. Alle hulp hierbij is dan ook welkom. We zetten de uitvoerders even op een rijtje:

  • Strawbs (1996)
  • Aegean Voices (1996)
  • Greg Osby en Joe Lovano (1999)
  • Manos Hadjikakis (1999)
  • Bond (2000)
  • Vinnie Moore (2001)
  • Saxophone Summit (2004)
  • Manowar (2004)
  • Holy Family (2015)

2. Caetano Veloso (1998)

Voor de aardigheid geven we ook nog”Alexandre” mee, van de Braziliaanse artiest Caetano Veloso. Het nummer verscheen op zijn album ‘Livro‘ uit 1998. Deze muziek behoort tot het genre van de MBP, wat staat voor Música popular brasileira, een mix van typisch Braziliaanse muziekstijlen zoals samba en baião, gecombineerd met niet-Braziliaanse jazz-, rock- en andere invloeden. We laten hier de Portugese tekst volgen. Net zoals het nummer van Iron Maiden gaat het ook hier over een soort modern “chanson de geste”. Veel elementen komen aan bod: het temmen van Bucephalus (Ele escolheu seu cavalo Por parecer indomável // E pôs-lhe o nome Bucéfalo ao domina-lo), het feit dat Aristoteles Alexanders leraar was (Ele ensinou o jovem Alexandre a sentir filosofia), de relatie met Hephaistion (compleet met de vaak gemaakte vergelijking met Patroklos), de slag bij Chaeronea, waarin Alexander de cavalerie leidde en een ongeziene slachting aanrichtte in de rangen van de Thebaanse Heilige Schare (Na grande batalha de Queronéia, Alexandre destruía // A esquadra Sagrada de Tebas, chamada e Invencível), zijn kroning op twintigjarige leeftijd en zijn vroegtijdige dood. Één beschouwing vat een genuanceerde visie op Alexander de Grote samen:

Foi generoso e malvado, magnânimo e cruel

“Hij was genereus en slecht, grootmoedig en wreed.”

3. Iskander (album van Supersister)

We sluiten dit overzicht af met een conceptalbum, dat in 1973 werd uitgebracht door de Nederlandse progressieverockband Supersister. Het album Iskander gaat volledig over Alexander de Grote. De titel is de oosterse versie van de naam Alexander. De oorspronkelijke lp bevat de volgende nummers, waarvan de titels veelzeggend zijn:

  • Introduction
  • Dareios the Emperor
  • Alexander
  • Confrontation Of The Armies
  • The Battle
  • Bagoas
  • Roxane
  • Babylon
  • Looking Back (The Moral Of Herodotus)

Aangezien de weinige tekst in de grotendeels instrumentale nummers weinig specifiek is in verwijzingen naar Alexander de Grote (bijvoorbeeld in Dareios the Emperor en Alexander), heeft een bespreking van de tekst zoals bij de andere hierboven genoemde nummers in dit bestek weinig zin. De muziek is echter wel sfeervol te noemen, hoewel het album destijds niet zo succesvol was als gehoopt omdat de fans niet konden wennen aan het nieuwe, meer bij jazz aanleunende geluid van het album. De band ging een jaar later mede daardoor uit elkaar.

Selecte bibliografie

https://en.wikipedia.org/wiki/Cultural_depictions_of_Alexander_the_Great#Music

Claudia Hattendorff, Peter von Möllendorff, Alexander Rubel, Wolfgang Will: Alexander. In: Peter von Möllendorff, Annette Simonis, Linda Simonis (Hrsg.): Historische Gestalten der Antike. Rezeption in Literatur, Kunst und Musik (= Der Neue Pauly. Supplemente. Band 8). Metzler, Stuttgart/Weimar 2013.

Coverfoto: bestand ‘Transparent Alexander The Great Png – Iron Maiden Alexander The Great’ op KindPNG door Nathalie C (non-commercial use)

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/feed/ 0 1052
Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/ https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/#respond Mon, 27 Jan 2020 08:18:39 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1405 Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides 19 stukken bewaard zijn, overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat, zoals zijn Archelaos, een stuk dat we kunnen benoemen als Trümmertragödie. Fragmenten ervan zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides (ca. 480 v.C. – 406 v.C.), één van de grote drie tragici van het klassieke Athene (naast Aeschylus en Sophocles), 19 stukken bewaard zijn (plus één stuk waarvan het auteurschap betwijfeld wordt), overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat. Vandaar de keuze voor het Duitse neologisme Trümmertragödie in de titel: het is een tragedie (Tragödie) waarvan enkel brokstukken (Trümmer) bewaard zijn. De meer taalkundig georiënteerde zielen onder ons herkennen hierin ook de term Trümmersprache, die gebruikt wordt voor talen die enkel bewaard zijn via inscripties, maar niet in literaire bronnen of manuscripten. Deze fragmenten zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Zicht op de verwoeste Lakenhal, met daarin de universiteitsbibliotheek, in Leuven in 1915

Het fragment [TM 59840]  kan met zekerheid worden beschouwd als een deel van een stuk met de titel Archelaos. Twee regels in de zwaar beschadigde papyrus komen immers overeen met een paar verzen die bewaard zijn in het Anthologion (“Bloemlezing”) van Joannes Stobaeus (5de eeuw n.C.). Hij wijst ze expliciet toe aan Euripides’ Archelaos (Stob. III, 7, 4). Hoewel het stuk niet bewaard is, kennen we de inhoud uit de Fabulae van Hyginus, een verder niet bekende auteur uit de 2de eeuw n.C. Dat werk bestaat uit 220 Latijnse samenvattingen – in het Latijn fabulae, vandaar de titel – van antieke stukken. Fabula 219 is de samenvatting van Archelaos.

Inhoud van het stuk

Het stuk begint wanneer Archelaos, nadat hij door zijn broers is verbannen, asiel vraagt bij de Thracische koning Kisseus. Deze staat hem dat toe, op voorwaarde dat Archelaos helpt de oorlog te winnen tegen invallers (die verder niet met naam genoemd worden). Als beloning zou Archelaos met Kisseus’ dochter mogen trouwen. Archelaos weet de vijand snel te verdrijven en vraagt dan ook de beloofde beloning. Kisseus’ entourage raadt hem echter af zijn belofte na te komen en de koning volgt dit advies. Hij probeert vervolgens Archelaos te vermoorden door hem in een kuil met brandende houtskool te doen vallen. Een slaaf verraadt het plan echter aan Archelaos. Deze vraagt om een gesprek onder vier ogen met Kisseus en daarbij gooit hij de koning in de put die deze laatste voor een ander gegraven had. Vervolgens vlucht Archelaos op aanraden van Apollo naar Macedonië. Hij krijgt de opdracht een geit te volgen en een stad te stichten op de plaats waar de geit halt houdt. Deze stad zal Aigai heten, naar het Griekse woord voor geit (αἶξ). Hiermee eindigt het stuk.

Context van het stuk

Op het einde van zijn leven woonde en werkte Euripides aan het Macedonische hof en niet meer in Athene. De toenmalige koning van Macedonië was Archelaos I. Deze overeenkomst met de naam is waarschijnlijk niet toevallig, aangezien Euripides een protégé was van de koning, die ook andere Griekse kunstenaars naar zijn hof had gehaald. In het stuk wordt de mythologische Archelaos een afstammeling van Herakles en deze afstamming verhoogde ook het prestige van het Macedonische koningshuis. Mogelijk werd het stuk in 407 v.C. opgevoerd in het kader van een door Archelaos georganiseerd festival in Dion ter ere van Zeus en de Muzen, maar dit is niet zeker.

Didrachme van Archelaos I, koning van Macedonië

De papyrus

Bernard Pyne Grenfell en Arthur Surridge Hunt, de archeologen die de Oxyrhynchuspapyri ontdekten en uitgaven

De papyrus waarop een aantal verzen van de Archelaos bewaard zijn, is jammer genoeg het slachtoffer van de geschiedenis geworden: hij ging verloren in de brand van de Leuvense Universiteitsbibliotheek in 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Er is geen enkele foto van bewaard en daardoor moet deze papyrus zeer indirect bestudeerd worden, op basis van tekstuitgaven, vooral de eerste uitgave van Grenfell en Hunt uit 1903. Zij dateren de papyrus op basis van het gebruikte unciaalschrift in de 2de of 3de eeuw n.C. Een tentatieve vertaling van de zeer slecht bewaarde 16 regels is de volgende. Dit is bij mijn weten ook de eerste poging tot een vertaling in het Nederlands van deze papyrus.

gedachte (?)

hij die doodt

hij zou

Heer Apollo, zet neer

kind, gooi weg (?)

Enkel dit vraag ik je: dat je nooit in slavernij

Leeft uit vrije wil, wanneer je de mogelijkheid hebt te sterven als een vrij man

naar binnen

als ze slagen

voortaan

een man moet

dag

want het lot

rennend (?)

Lees meer

Austin, C. 1968. Nova fragmenta Euripidea in papyris reperta. Berlijn : De Gruyter.

Collard, C. en Cropp, M. Euripides. Fragments. Aegeus. Meleager. Cambridge/Londen : Harvard University Press.

Donovan B. E. 1969. “Euripides Papyri. I : Texts from Oxyrhynchus.” In: American Studies in Papyrology. Volume 5. New Haven/Toronto: The American Society of Papyrologists.

Harder, A. 1985. Euripides’ Kresphontes and Archelaos. Introduction, Text and Commentary. Leiden: Brill.

Jouan, F. en Van Looy, H. 1998. Euripide. Tome VIII. Fragments 1re partie. Aigeus. Autolykos. Parijs : Les Belles Lettres.

Noot: de inhoud van dit stuk werd door de auteur samengesteld in het kader van het mastervak Papyrologie en de multiculturele samenleving in Egypte, gedoceerd door prof. dr. Katelijn Vandorpe. Wij danken haar dan ook voor de begeleiding hierbij.

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeelding ‘Aegae, Vergina theater’ van yiannis mitos op Vici.org (CC BY-SA 3.0) en de afbeelding ‘Euripides, Nordisk familjebok’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/feed/ 0 1405
Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/#respond Tue, 20 Feb 2018 13:52:09 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=627

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië en daar vormen munten de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadzjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië. De Oxus – vandaag bekend als de Amu Darya – bevloeit de regio, en reeds in het 3de millennium v.C. ontstonden agrarische gemeenschappen rond de vruchtbare oases gecreëerd door de rivier.

Het huidige verhaal speelt zich echter af in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers. Alexanders epische veroveringstocht van het Perzische Rijk en India (334-326 v.C.) leidde hem onder andere naar Baktrië, dat uiteindelijk deel ging uitmaken van zijn rijk. Vermoedelijk hadden de Perzen reeds Grieken gesetteld in de regio: gedwongen verhuizingen waren in de Oudheid een populaire strategie om opstandige bevolkingsgroepen te pacificeren. Alexander liet op zijn beurt eveneens Griekse en Macedonische soldaten achter om de orde te handhaven. Na de dood van Alexander in 323 v.C. verdeelden zijn generaals het rijk al snel onder elkaar, en zo kwam Baktrië aan het eind van 4de eeuw v.C. in handen van de Seleuciden, die opnieuw een influx van Grieken en Macedoniërs stimuleerden. Een goede 50 jaar later (ca. 250 v.C.) deed de provinciegouverneur Diodotos een gooi naar de macht, en Baktrië scheurde zich af als onafhankelijk staat, die een eeuw lang geregeerd zou worden door Grieks-Macedonische koningen, alvorens veroverd te worden door steppenomaden (de Dothraki van de Oudheid) in de late 2de eeuw v.C.

Graeco-Baktrische Rijk ca. 180 v.C. Succesvolle veroveringen breidden het rijk enorm uit

De Graeco-Baktrische samenleving was een multiculturele samenleving bij uitstek, waar Baktrische, Perzische, Griekse en Indiase invloeden door elkaar vloeiden op politiek, cultureel en religieus vlak. Omdat Baktrië echter zo ver verwijderd lag van Middellandse Zeegebied, hadden weinig antieke auteurs aandacht voor de geschiedenis van het koninkrijk. Bijgevolg zijn we hier slecht over geïnformeerd, en de recente oorlogen in Afghanistan maken dat het gebied ontoegankelijk is voor archeologen. Voor de meeste Graeco-Baktrische koningen zijn de munten die ze sloegen het enige bewijs dat ze ooit geleefd hebben, en munten vormen dan ook de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

De onderstaande munt, een zilveren tetradrachme uit mijn persoonlijke collectie, werd geslagen door één zo’n koning: Antimachos I, die in de eerste helft van de 2de eeuw v.C. regeerde. De exacte herkomst van Antimachos is niet bekend. Sommige onderzoekers claimen dat hij een verwant is van de Diodotos die Baktrië van het Seleucidenrijk afscheurde, anderen houden vol dat hij een lid was van de Euthydemiden, de dynastie die de Diodotiden opvolgde. Uitzonderlijk bestaat voor deze koning nog een andere historische bron die zijn bestaan bevestigt, namelijk een belastingkwitantie op leer die de naam van de koning en twee mederegenten vermeldt.

Zilveren tetradrachme van Antimachos I, geslagen in Pushkalavati ca. 174-165 v.C.

Op de voorzijde van de munt staat het portret van de koning, die een ietwat grappige hoed draagt, een zogenaamde kausia. Deze kausia was typisch Macedonisch, en was misschien bedoeld om aan zijn onderdanen te tonen dat hij wel degelijk een Macedoniër was, en dus in de traditie van Alexander de Grote stond. Het portret van de koning is met grote kunde gegraveerd, en hij toont een mysterieuze, quasi Mona Lisa-achtige glimlach. Onder numismaten staat de Graeco-Baktrische muntslag bekend om haar uitstekende portretkunst, die quasi ongeëvenaard is in de numismatische geschiedenis. Op de keerzijde van de munt staat Poseidon, best bekend als zeegod. Dit is enigszins enigmatisch, gezien Baktrië ver van de zee lag. Sommige onderzoekers zagen in Poseidon een symbool voor de Oxus die door Baktrië stroomde, of zelfs voor een scheepsslag op de Oxus. Een andere denkpiste houdt rekening met het feit dat Poseidon ook verantwoordelijk was voor aardbevingen, die veelvuldig voorkomen in de regio. De legende, tot slot, luidt ΒΑΣΙΛΕΩΣ ΘΕΟΥ ΑΝΤΙΜΑΧΟΥ, wat zoveel betekent als ‘Van koning Antimachos, god’. Deze munten zijn de eerste attestatie van een Graeco-Baktrische koning die zichzelf een god noemt, en impliceren de start van een dynastieke cultus. Hoewel we voor de rest zo goed als niets weten over Antimachos, lijkt bescheidenheid alleszins geen belangrijke karaktertrek geweest te zijn.

Bibliografie

Holt, F.L., Thundering Zeus. The Making of Hellenistic Bactria, Berkeley, Los Angeles en Londen, 1999.

Hoover, O.D., Handbook of Coins of Bactria and Ancient India, Lancaster (Pennsylvania) en Londen, 2013.

Narain, A.K., The Indo-Greeks, Oxford, 1957.

Tarn, W.W., The Greeks in Bactria and India, 2de editie, Cambridge, 1951.

Coverfoto: adaptatie van “Silver_tetradrachm,_Greek_Bactrian,_Antimachos_I,_174-165_BC”, door Classical Numismatic Group, Inc., op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/feed/ 0 627