Kisseus Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/kisseus/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 21 Apr 2021 09:53:22 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Kisseus Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/kisseus/ 32 32 136391722 Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/ https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/#respond Mon, 27 Jan 2020 08:18:39 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1405 Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides 19 stukken bewaard zijn, overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat, zoals zijn Archelaos, een stuk dat we kunnen benoemen als Trümmertragödie. Fragmenten ervan zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides (ca. 480 v.C. – 406 v.C.), één van de grote drie tragici van het klassieke Athene (naast Aeschylus en Sophocles), 19 stukken bewaard zijn (plus één stuk waarvan het auteurschap betwijfeld wordt), overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat. Vandaar de keuze voor het Duitse neologisme Trümmertragödie in de titel: het is een tragedie (Tragödie) waarvan enkel brokstukken (Trümmer) bewaard zijn. De meer taalkundig georiënteerde zielen onder ons herkennen hierin ook de term Trümmersprache, die gebruikt wordt voor talen die enkel bewaard zijn via inscripties, maar niet in literaire bronnen of manuscripten. Deze fragmenten zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Zicht op de verwoeste Lakenhal, met daarin de universiteitsbibliotheek, in Leuven in 1915

Het fragment [TM 59840]  kan met zekerheid worden beschouwd als een deel van een stuk met de titel Archelaos. Twee regels in de zwaar beschadigde papyrus komen immers overeen met een paar verzen die bewaard zijn in het Anthologion (“Bloemlezing”) van Joannes Stobaeus (5de eeuw n.C.). Hij wijst ze expliciet toe aan Euripides’ Archelaos (Stob. III, 7, 4). Hoewel het stuk niet bewaard is, kennen we de inhoud uit de Fabulae van Hyginus, een verder niet bekende auteur uit de 2de eeuw n.C. Dat werk bestaat uit 220 Latijnse samenvattingen – in het Latijn fabulae, vandaar de titel – van antieke stukken. Fabula 219 is de samenvatting van Archelaos.

Inhoud van het stuk

Het stuk begint wanneer Archelaos, nadat hij door zijn broers is verbannen, asiel vraagt bij de Thracische koning Kisseus. Deze staat hem dat toe, op voorwaarde dat Archelaos helpt de oorlog te winnen tegen invallers (die verder niet met naam genoemd worden). Als beloning zou Archelaos met Kisseus’ dochter mogen trouwen. Archelaos weet de vijand snel te verdrijven en vraagt dan ook de beloofde beloning. Kisseus’ entourage raadt hem echter af zijn belofte na te komen en de koning volgt dit advies. Hij probeert vervolgens Archelaos te vermoorden door hem in een kuil met brandende houtskool te doen vallen. Een slaaf verraadt het plan echter aan Archelaos. Deze vraagt om een gesprek onder vier ogen met Kisseus en daarbij gooit hij de koning in de put die deze laatste voor een ander gegraven had. Vervolgens vlucht Archelaos op aanraden van Apollo naar Macedonië. Hij krijgt de opdracht een geit te volgen en een stad te stichten op de plaats waar de geit halt houdt. Deze stad zal Aigai heten, naar het Griekse woord voor geit (αἶξ). Hiermee eindigt het stuk.

Context van het stuk

Op het einde van zijn leven woonde en werkte Euripides aan het Macedonische hof en niet meer in Athene. De toenmalige koning van Macedonië was Archelaos I. Deze overeenkomst met de naam is waarschijnlijk niet toevallig, aangezien Euripides een protégé was van de koning, die ook andere Griekse kunstenaars naar zijn hof had gehaald. In het stuk wordt de mythologische Archelaos een afstammeling van Herakles en deze afstamming verhoogde ook het prestige van het Macedonische koningshuis. Mogelijk werd het stuk in 407 v.C. opgevoerd in het kader van een door Archelaos georganiseerd festival in Dion ter ere van Zeus en de Muzen, maar dit is niet zeker.

Didrachme van Archelaos I, koning van Macedonië

De papyrus

Bernard Pyne Grenfell en Arthur Surridge Hunt, de archeologen die de Oxyrhynchuspapyri ontdekten en uitgaven

De papyrus waarop een aantal verzen van de Archelaos bewaard zijn, is jammer genoeg het slachtoffer van de geschiedenis geworden: hij ging verloren in de brand van de Leuvense Universiteitsbibliotheek in 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Er is geen enkele foto van bewaard en daardoor moet deze papyrus zeer indirect bestudeerd worden, op basis van tekstuitgaven, vooral de eerste uitgave van Grenfell en Hunt uit 1903. Zij dateren de papyrus op basis van het gebruikte unciaalschrift in de 2de of 3de eeuw n.C. Een tentatieve vertaling van de zeer slecht bewaarde 16 regels is de volgende. Dit is bij mijn weten ook de eerste poging tot een vertaling in het Nederlands van deze papyrus.

gedachte (?)

hij die doodt

hij zou

Heer Apollo, zet neer

kind, gooi weg (?)

Enkel dit vraag ik je: dat je nooit in slavernij

Leeft uit vrije wil, wanneer je de mogelijkheid hebt te sterven als een vrij man

naar binnen

als ze slagen

voortaan

een man moet

dag

want het lot

rennend (?)

Lees meer

Austin, C. 1968. Nova fragmenta Euripidea in papyris reperta. Berlijn : De Gruyter.

Collard, C. en Cropp, M. Euripides. Fragments. Aegeus. Meleager. Cambridge/Londen : Harvard University Press.

Donovan B. E. 1969. “Euripides Papyri. I : Texts from Oxyrhynchus.” In: American Studies in Papyrology. Volume 5. New Haven/Toronto: The American Society of Papyrologists.

Harder, A. 1985. Euripides’ Kresphontes and Archelaos. Introduction, Text and Commentary. Leiden: Brill.

Jouan, F. en Van Looy, H. 1998. Euripide. Tome VIII. Fragments 1re partie. Aigeus. Autolykos. Parijs : Les Belles Lettres.

Noot: de inhoud van dit stuk werd door de auteur samengesteld in het kader van het mastervak Papyrologie en de multiculturele samenleving in Egypte, gedoceerd door prof. dr. Katelijn Vandorpe. Wij danken haar dan ook voor de begeleiding hierbij.

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeelding ‘Aegae, Vergina theater’ van yiannis mitos op Vici.org (CC BY-SA 3.0) en de afbeelding ‘Euripides, Nordisk familjebok’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/feed/ 0 1405