Imhotep Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/imhotep/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 20 Feb 2021 15:54:05 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Imhotep Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/imhotep/ 32 32 136391722 Valentijn in Egypte: overspel in de papyri https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/ https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/#respond Thu, 14 Feb 2019 15:39:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1238 overspel in de papyri

Naar aanleiding van Valentijn schrijven we een special over papyri die ons een geprivilegieerde inkijk bieden in de dagdagelijkse realiteit van de Egyptische oudheid. De meeste papyrusteksten die tot ons zijn gekomen zijn nooit bestemd geweest voor een ruim publiek, maar alleen voor beperkt gebruik. Maar bieden deze papyri ook een inkijk in de slaapkamer van onze voorouders? Wat vertellen de papyri over overspel?

Het bericht Valentijn in Egypte: overspel in de papyri van Gert Baetens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
overspel in de papyri

In 2017 pakte het weekblad Flair uit met een onthutsend artikel: uit een wereldwijde bevraging (door datingsite Victoria Milan) bleek dat 38% van de vrouwen en 36% van de mannen Valentijn liever zouden doorbrengen met hun minnaar dan met hun vaste partner. Maar liefst 21% van de bevraagden gaven aan Valentijn bij voorkeur te willen vieren met hun minnaar én partner. Verontrustende resultaten, maar Flair heeft altijd gelijk. Wij grijpen deze feestdag van de liefde graag aan voor een korte uiteenzetting over overspel in de papyri.

De vele duizenden papyri die de tand des tijds hebben doorstaan in het droge klimaat van Egypte bieden een geprivilegieerde inkijk in de dagdagelijkse realiteit van de Egyptische oudheid. De meeste papyrusteksten die tot ons zijn gekomen zijn nooit bestemd geweest voor een ruim publiek, maar alleen voor beperkt gebruik: brieven, contracten, gerechtsstukken, kwitanties, rekeningen en dergelijke meer, niet zo verschillend van wat je vandaag aantreft in de prullenmand. De schrijvers van deze papyrusteksten hadden echter nooit kunnen bevroeden dat beschaving de mens op een dag zo ver zou drijven deze papyri uit hun prullenmand op te diepen en letter voor letter te ontcijferen om de arme stakkers hun diepste geheimen te ontfutselen. Dit voyeurisme heeft zich vandaag ontwikkeld tot een wetenschappelijke discipline, druk beoefend door Leuvense oudheidkundigen. Maar bieden deze papyri ook een inkijk in de slaapkamer van onze voorouders? Wat vertellen de papyri over overspel?

#MeToo

We beginnen onze reis in het Nieuwe Rijk, iets langer dan 3000 jaar geleden. Overspel met gehuwde vrouwen bekleedt een prominente plaats in een aantal klachten uit de Ramessidentijd, hoofdzakelijk afkomstig uit de arbeidersnederzetting Deir el-Medina, nabij de Vallei der Koningen. Een goed voorbeeld van zulke klacht is Papyrus Salt 124 (= P. BM 10055), waarin een zekere Amennacht zijn dorpsgenoot Paneb van allerhande kwaad beschuldigt ten overstaan van de vizier (de eerste minister zeg maar). Paneb werd niet alleen beschuldigd van diefstal, omkoping en geweld, maar ook van onkuise handelingen met een hele resem vrouwen:

Paneb had seks met de dorpsbewoonster Tuy, die de vrouw is van de werkman Qenna; hij had seks met Hul, die samen is met Pendwau; hij had seks met de dorpsbewoonster Hul, die samen is met Hesysunebef (…) en wanneer hij seks had gehad met Hul, had hij seks met Webchet, haar dochter; en Aapehty, zijn zoon, had eveneens seks met Webchet.

Paneb maakte het dus wel erg bont. Mogelijk was hierbij machtsmisbruik in het spel: Paneb was opzichter van de werken aan het koningsgraf in de Vallei der Koningen en had als dusdanig heel wat invloed in het arbeidersdorp Deir el-Medina. #MeToo in het oude Egypte?

Deir el-Medina
Deir el-Medina Wikimedia

Het voorbeeld van womanizer Paneb mag natuurlijk niet veralgemeend worden. Een heel andere kijk op huwelijkstrouw vinden we in P. Leiden I 371, eveneens uit de Ramessidische periode. In deze brief van een man aan zijn overleden echtgenote – zulke brieven schreven Egyptenaren wel vaker – benadrukt de eerste herhaaldelijk dat hij zijn vrouw altijd trouw is gebleven, zowel voor als na haar dood. Misschien brengt deze geste de romantische zielen onder ons in vervoering, maar recent onderzoek door Lana Troy stelt vraagtekens bij de traditionele romantische interpretatie van deze papyrus. Volgens Troy beschuldigt de schrijver van P. Leiden I 371 de geest van zijn dierbare van onheil: ofschoon hij altijd zo goed voor zijn vrouw heeft gezorgd, valt zij hem lastig vanuit het dodenrijk.

De wijze raad van Anchsjesjonqy

 Vooraleer we kijken naar documentaire papyri uit latere periodes, kan het interessant zijn om even stil te staan bij referenties naar overspel in literaire papyri. Een eerste verwijzing naar overspel vinden we in het Dodenboek, een verzameling van funeraire teksten die sinds het Nieuwe Rijk gebruikt wordt om doden te begeleiden tijdens hun tocht door de onderwereld en occasioneel ook om de mummie van Imhotep tot leven te wekken. In de zogenaamde ‘Negatieve confessie’, uitgesproken door de overledenen wanneer zij voor de dodengod Osiris verschijnen en hun hart door Anubis wordt gewogen, geven de doden een opsomming van allerhande stoute zaken waaraan zij zich nooit hebben bezondigd: zij hebben niet gemoord, niet gestolen, niet gelogen, niemand pijn gedaan, niemand doen wenen … én zij zijn niet vreemdgegaan. Als hun hart rechtvaardig blijkt, mogen zij in de onderwereld blijven wonen; zo niet, worden zij opgegeten door de nijlpaardleeuwkrokodil Amemet (kan je het horen?), een onplezierige tweede dood.

Het wegen van het hart in het Dodenboek van Any (P. BM 10470, ca. 1250 v.C.)
Het wegen van het hart in het Dodenboek van Any (P. BM 10470, ca. 1250 v.C.) Wikimedia

Al even gruwelijk is het ‘Verhaal van de twee broers’, bewaard op Papyrus D’Orbiney (P. BM 10183). Deze vertelling gaat – ja hoor! – over twee broers, Anubis en Bata, die eerst eensgezind samen land bewerkten, maar spoedig in een ruzie verwikkeld raakten om een vrouw. Toen de echtgenote van Anubis hem op een dag kwam vertellen dat zijn jongere broer Bata haar had proberen verleiden, besloot Anubis zijn broer te vermoorden. Bata kon ternauwernood ontsnappen door een schietgebedje tot de zonnegod te richten, die een meer vol krokodillen tussen de twee broers tevoorschijn toverde. Dit bood Bata de gelegenheid om zich te verdedigen: allereerst verzekerde hij zijn broer van zijn eerlijkheid door zijn eigen edele delen af te snijden en in het water te werpen en vervolgens legde hij uit dat hij zijn schoonzus helemaal niet had proberen versieren, maar zijn schoonzus hem! Toen zij was afgewezen, had de listige vrouw het verhaal omgedraaid in de hoop dat haar echtgenoot zich op Bata zou wreken. Toen Anubis dat vernomen had, keerde hij onmiddellijk naar huis terug, doodde hij zijn echtgenote en wierp hij haar voor de honden. Het verhaal gaat nog even verder, maar uiteindelijk werden Bata en Anubis koning en kroonprins en leefden zij nog lang en gelukkig.

Ook de zogeheten Egyptische wijsheidsteksten bieden een interessante blik op morele concepties rond overspel in het oude Egypte. De ‘Leer van Anchsjesjonqy’ (P. BM 10508 e.a.) kan dienen als voorbeeld. Deze lange reeks van raadgevingen van de gevangen priester Anchsjesjonqy aan zijn zoon, aldus het kaderverhaal, bevat niet alleen belangrijk huwelijksadvies van algemene aard (bv. “degene die zich schaamt voor seks met zijn vrouw zal geen kinderen krijgen”), maar verwijst ook meerdere malen naar overspel. Bij momenten zijn de raadgevingen best geestig: “huw niet met een vrouw wier echtgenoot nog leeft, opdat je jezelf geen vijand zou maken”, “indien je je vrouw met haar minnaar aantreft, troost jezelf dan eveneens met een (nieuwe) bruid”, of “als een vrouw geen zorg draagt voor het bezit van haar echtgenoot, heeft zij een andere man in gedachten”. Waarschuwingen zoals “degene die een gehuwde vrouw liefheeft zal gedood worden op haar deurdrempel” of “degene die een gehuwde vrouw neemt op haar bed, zijn vrouw zal genomen worden op de grond” zijn veel minder grappig: zij getuigen van moord en verkrachting als vorm van eerwraak. In het algemeen is de wijze raad van Anchsjesjonqy weinig vrouwvriendelijk.

God, geld en seks

De talrijke papyri uit Ptolemaeïsch Egypte bevatten ook interessante gegevens. Een eerste belangrijke groep van teksten in dit kader zijn de tempeleden: deze eden, overigens een uitvinding van vroegere datum, werden gezworen in heiligdommen in de naam van de goden en houden doorgaans verband met rechtszaken en disputen. Zij werden neergeschreven op potscherven (ostraca), die eveneens deel uitmaken van het papyrologische werkveld. Meer dan twintig van deze eden betreffen huwelijksproblemen en verschillende van deze teksten refereren naar overspel. Zo zwoer bijvoorbeeld een zekere Taminis omstreeks het einde van de 2de eeuw v.C. in Djeme (op de oostelijke oever van Thebe): “Sinds mijn huwelijk met jou tot op vandaag heb ik jou niet bestolen, heb ik jou niet beroofd, heb ik niets in het geheim gedaan, voor meer dan 20 zilverlingen; ik heb niet met een (andere) man geslapen tijdens ons huwelijk” (O. BM 31940 = O. Tempeleide 7). Wanneer je dit corpus van teksten van naderbij bekijkt, valt het op dat het overgrote deel van deze eden met betrekking tot overspel gezworen worden door vrouwen. Opnieuw een teken van vrouwonvriendelijkheid? Ja en neen: onderzoekers hebben gewezen op een nauwe band tussen deze eden en bepalingen in het Egyptische huwelijksrecht. Een echtscheiding zonder grondige reden kon een man een bomvol geld kosten; kon hij echter aantonen dat zijn vrouw hem ontrouw was geweest of oneerlijk was geweest over de financiële huishouding, was hij veel minder geld aan zijn echtgenote verschuldigd. Het eisen van een tempeleed was een goede manier om dit te bewijzen. Mannen konden hun vrouw wel beter niet in het wilde weg van ontrouw beschuldigden: als zij uiteindelijk de eed durfden zweren en aldus hun onschuld bewezen, moest hun echtgenoot een boete betalen. “Waarom lieg je dan niet gewoon?”, vraag je je vandaag af. Het antwoord is eenvoudig: de goden in wier naam je meineed had gezworen en in wie de Egyptenaren hartstochtelijk geloofden, konden je op allerlei vreselijke manieren straffen.

De reglementen van religieuze verenigingen vormen een tweede belangrijke bron van informatie. Het reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille Dem. I 29, 223 v.C.) bestraft overspel met de echtgenote van een ander lid van de vereniging met uitsluiting uit de associatie en een boete van 2 kite zilver: op zich niet onoverkomelijk als je weet dat dit bedrag overeenstemt met zo’n 12 daglonen en dat je vier keer zwaarder werd beboet als je een ander lid van de vereniging vertelde dat hij lepra had, terwijl dat niet waar was. In de ‘associatie van de krokodil’ in Tebtynis was het wel opletten geblazen: daar betaalde je in geval van overspel 300 deben of 3000 kite (P. Prague, 137 v.C.). Het is moeilijk om de precieze waarde van deze geldsom in te schatten, vanwege de instabiliteit van het Ptolemeïsche monetaire systeem in deze periode, maar in ieder geval lijkt het om een aanzienlijk bedrag te gaan: voor 300 deben kon je in deze vereniging even goed driemaal je overste slaan of drie collega’s van lepra beschuldigen. Misschien was de krokodillenclub recentelijk opgeschrikt door een schandaaltje?

Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.)
Demotisch reglement van de ‘associatie van de tempel van Horus Behdety’ (P. Lille dem. I 29, 223 v.C.) F. De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d'après les documents démotiques

Crimes passionnels

De laatste papyrus die hier de revue zal passeren, dateert uit de late 4de eeuw n.C. BGU IV 1024 is een fragment uit een juridisch handboek, dat drie samenvattingen van moordprocessen bevat. De eerste zaak betreft een man die zijn echtgenote op heterdaad betrapte met een minnaar; laatstgenoemde kon vluchten, maar de vrouw werd door haar man neergestoken. De tweede zaak, “tegen iemand die zijn vriendin te graag ziet”, lijkt sterk op de eerste, maar in dit geval zijn de man en de overspelige vrouw niet gehuwd. De derde zaak, tot slot, gaat over de moord op een prostituee door een jaloerse Alexandrijnse senator. Deze ‘crimes passionnels’ herinneren aan de Ptolemaeïsche petities van de tweelingzussen in het Memphitische Serapeum, die al eens besproken werden op deze blog: de moeder van deze meisjes had haar minnaar gevraagd om haar echtgenoot uit de weg te ruimen. Het lot van de eerste man uit het juridische handboek is onbekend. In de tweede zaak gold de liefde als verzachtende omstandigheid en werd de moordenaar ‘slechts’ veroordeeld tot levenslange dwangarbeid in de mijnen. De Alexandrijnse senator op zijn beurt kon op minder clementie rekenen: de rechter koos partij voor de prostituee, een meelijwekkend wezen dat gedwongen werd haar lichaam te verkopen, en veroordeelde de senator, die zijn stand ten schande had gemaakt, tot de dood. Ook vandaag nog wordt liefdeswaanzin in sommige rechtssystemen ingeroepen als verzachtende omstandigheid in moordzaken. In België is dit gegeven in 1997 uit de wet geschrapt. Toch nog niet helemaal gerust? Dan moet je maar Valentijn vieren met je eigen partner!

Lees meer

Christopher Eyre, ‘Crime and Adultery in Ancient Egypt’, The Journal of Egyptian Archaeology 70 (1984), p. 92-105.

Françoise De Cenival. Les associations religieuses en Égypte d’après les documents démotiques (Bibliothèque d’étude de l’Institut français d’archéologie orientale 46). Caïro, 1972.

James Keenan, ‘Roman Criminal Law in a Berlin Papyrus Codex (BGU IV 1024-1027), Archiv für Papyrusforschung 35 (1989), p. 15-23.

Sandra Lippert, S., Einführung in die altägyptische Rechtsgeschichte (2de editie), Berlin, 2012.

Lana Troy, ‘How to treat a lady: Reflections on the ‘notorious’ P. Leiden I 371’, in Rune Nyord & Kim Ryholt (edd.), Lotus and Laurel: Studies on Egyptian Language and Religion in Honour of Paul John Frandsen, Kopenhagen, 2015, p. 403-418.

Coverfoto: adaptatie van schilderij ‘Cleopatra’ door Alexandre Cabanel op Wikimedia (CC0) en de afbeelding ‘Turin Erotic Papyrus Scene’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Valentijn in Egypte: overspel in de papyri van Gert Baetens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/14/02/2019/valentijn-in-egypte-overspel-in-de-papyri/feed/ 0 1238
Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/#respond Wed, 23 Jan 2019 15:44:19 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1211 Osiris-Apis processie

Het papyrusarchief van Ptolemaios, de katochos van het Serapeum van Memphis, bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Daaronder bevinden zich ook enkele verzoekschriften vanwege de tweelingzussen Thaues en Taous die, nadat hun vader vermoord werd door de minnaar van hun moeder, daar konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Lees in dit artikel alles over deze tweeling en hun speciale functie als priesteres in dienst van de cultus voor de Apisstier en de god Sarapis.

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Osiris-Apis processie

De tweelingzussen Thaues en Taous behoorden tot de gegoede Egyptische klasse in de tijd van de Ptolemaeïsche koningen (332-30 v.C.). In 164 v.C. werden de meisjes door hun moeder Nephorys verjaagd, nadat haar minnaar Philippos de vader van de tweeling had vermoord. De meisjes zochten hun toevlucht bij Ptolemaios, een Macedoniër die als katochos (zie verder) verbleef in het grote Serapeum van Memphis en bovendien een vriend van hun vermoorde vader was. Ptolemaios ving de meisjes op en zorgde ervoor dat ze konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Het papyrusarchief van Ptolemaios bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Vandaag is het versnipperd over verschillende musea in Europa, waaronder Parijs, Leiden en Bologna. Een 42-tal teksten uit dit archief hebben betrekking op de tweeling, wat duidt op hun zeer belangrijke rol in het leven van Ptolemaios.

Het verzoekschrift UPZ 1.18

UPZ 1.18 (Wilcken, Urkunden der Ptolemäerzeit I) is een verzoekschrift en staat ons toe het leven van de Egyptische zusjes Thaues en Taous voor een groot deel te volgen. Deze tweeling was met hun moeder, vader en stiefbroer Pachratesp woonachtig in Memphis. In de bron wordt verteld dat hun moeder Nephorys hun vader had bedrogen met de Griekse soldaat Philippos. Deze Philippos had de vader van de tweeling vermoord en hen uit huis verdreven. De papyrus vertelt ons dat Ptolemaios de tweeling redde ‘op bevel van de god’. De inhoud van de papyrus gaat als volgt:

“Van Thaues en Taous, de tweelingen uit het grote Serapeum in Memphis. Wij lijden onrecht door onze moeder Nephorys. Ze heeft onze vader laten vertrekken en ze woonde samen met Philippos, zoon van Sogenes, een soldaat uit de troepen van Py…ros, maar Philippos, omdat zij vol ontrouw zat en ze hem had opgedragen, onze vader – …. γυν… (Hargynouti?) –  te vermoorden, trok hij zijn zwaard en liep achter hem aan. Het huis van onze vader is dicht bij de rivier, hij stortte zich in de rivier en dook onder tot hij het eiland in de stroom bereikte, een boot pikte hem op, bracht hem naar Herakleopolis, waar hij stierf van een gebroken hart. Zijn broers gingen hem halen, ze brachten hem naar de necropool waar ze hem gedeponeerd hebben, en hij is nog steeds zonder graf. Zijn bezittingen heeft zij genomen en zij ontvangt elke maand 1400 bronzen drachmen. Ze gooide ons buiten, en wij, stervend van de honger, gingen naar het Serapeum naar Ptolemaios, een van degenen, die in zich in des gods hechtenis bevindt. Deze Ptolemaios was een vriend van onze vader, hij nam ons binnen en gaf ons eten. Wanneer het ochtend was, namen ze ons mee naar beneden om te rouwen voor de god. De kennissen van onze moeder overtuigden ons om haar zoon Pachratesp te nemen als beschermheer. We stuurden hem om te verzamelen wat ons verschuldigd was uit de koninklijke schatkist voor jaar 17. En hij stal wat we hadden in het Serapeum en wat hij op onze naam uit de schatkist verzameld had, namelijk één metreet olie (± 40 liter), hij ging terug naar zijn moeder. Ptolemaios die in gevangenschap was in de tempel, redde ons, op bevel van god.

Van Ptolemaios, zoon van Glaukias, een Macedoniër, in ‘gevangenschap’ voor het elfde jaar.”

(eigen vertaling, gebaseerd op Wilcken, UPZ I)

De tekst is geschreven door Apollonios, de jongere broer van Ptolemaios, in naam van de tweeling en was gericht aan de koning. Hierin vroeg men om een beter leven voor de tweeling en een bestraffing van de moeder en Philippos. Het is een petitie of klaagschrift van de tweeling tegen hun moeder Nephorus. In dergelijke tekst vroeg men om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen de beklaagde.

Verzoekschrift UPZ 1.20, net zoals 1.18, vanwege Thaues en Taous
Verzoekschrift UPZ 1.20, net zoals 1.18, vanwege Thaues en Taous Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Het Serapeum van Memphis

Een Serapeum of Sarapieion is een tempel voor de god Sarapis (of Serapis). Deze god, die eigenschappen van zowel Griekse als Egyptische goden had gekregen, werd zowel vereerd door de Griekse als de Egyptische bevolking. Qua uiterlijk leek hij op de Griekse oppergod Zeus en zijn naam gaat wellicht terug op Osorapis oftewel Osiris-Apis, de dode Apisstier. Sarapis was een laat-Egyptische god die door Alexander de Grote of Ptolemaios I werd gecreëerd. Hij werd in Sarapieia-tempels vereerd. Zijn tempel in Memphis werd gebouwd op de resten van een oudere tempel gewijd aan de vergoddelijkte architect Imhotep. In het Serapeum in Memphis werden de Apisstieren al sinds de 14de eeuw v.C. (Nieuwe Rijk) begraven. Hun catacomben bevinden zich in een ondergronds gangencomplex. Bovengronds was er een tempelcomplex, waar ook de tempel van Sarapis lag. Er bevonden zich bovengronds ook tempels voor andere godheden, zoals Isis, Horus, Amon, Thoth en Astarte. Binnen de tempelmuren waren er winkels, huizen en herbergen voor de bezoekers van de tempel. Het Serapeum van Memphis was dus eigenlijk een kleine stad op zichzelf. Het bevindt zich net buiten het Nijldal, niet zo heel ver van de trappenpiramide van Djoser. Vandaag blijven er enkel nog de fundamenten van het Serapeum over en de ondergrondse catacomben.

Schets van de ondergrondse gang in het Serapeum (van Saqqara)
Schets van de ondergrondse gang in het Serapeum (van Saqqara) Wikimedia

Ptolemaios en Apollonios, twee κάτοχοι in het Serapeum

Ptolemaios leefde in het Serapeum van ongeveer 172 tot 152 v.C. en was verbonden aan het heiligdom van de Fenicische godin Astarte. Hij was ἐν κατοχῇ in een pastophorion, een verblijfplaats voor priesters van lage rang, maar het is niet zeker of hij zelf ook een pastophoros was. Hij woonde er samen met zijn kamergenoot en vriend Harmais. Ptolemaios was de zoon van Glaukias, een Macedonische soldaat-kolonist, die naar Egypte was geëmigreerd. De familie woonde oorspronkelijk in Psichis, een dorpje in de Herakleopolitische gouw in Midden-Egypte. Ptolemaios had minstens drie broers: Hippalos, Sarapion en Apollonios en mogelijk ook een zus Berenike. Ptolemaios zou op de leeftijd van dertig jaar κάτοχος geworden zijn. Over wat de term κάτοχος nu precies inhoudt is enorm veel discussie. Het zou zowel over een kluizenaar, een tempelslaaf of zelfs een asielzoeker kunnen gaan. Het betekent letterlijk ‘door de god gegrepen’ en impliceerde dat Ptolemaios de tempel niet mocht verlaten. Hij voerde een deel van de tempeladministratie uit, waarvoor hij een zekere toelage ontving. Ptolemaios werd vooral verantwoordelijk geacht voor de cultusinkopen van de tempel, maar tekende ook een hele reeks dromen op van zichzelf, van zijn broer Apollonios en van een andere κάτοχος Nektembes. Deze dromen hadden bijna altijd betrekking op de tweelingzussen Thaues en Taous, die door Ptolemaios in de tempel waren opgevangen. Hij probeerde de dromen te verklaren en dacht vermoedelijk dat ze een voorspellende waarde hadden. Het zou eventueel kunnen dat één van zijn priesterlijke functies droomuitlegging was, maar waarschijnlijk is dit toch niet correct. Hij zou ze eerder verzameld hebben om ze vervolgens aan een droomuitlegger voor te leggen. Een ander personage uit het archief is Apollonios, de jongste broer van Ptolemaios, die maar liefst dertig jaar jonger zou geweest zijn. Aangezien Apollonios Grieks schreef met een Egyptisch “accent” en daarnaast ook het Demotische schrift gebruikte, zou het eventueel kunnen dat hij de halfbroer was van Ptolemaios, eerder dan de broer. Hij heeft een groot aantal documenten geschreven voor Ptolemaios, die in het archief bewaard zijn, zoals het eerder besproken verzoekschrift UPZ 1.18.

Thaues en Taous, twee priesteressen in het Serapeum

Zoals hierboven vermeld, was de vader van de tweeling, Hargynuti of Argnoûtes, vermoord door Philippos. De tweelingzusjes hadden uiteraard recht op een deel van de erfenis van hun vader, maar hun moeder wilde evenmin de begrafeniskosten betalen. Ook om deze redenen klaagde de tweeling over hun moeder in UPZ 1.18. De meisjes werden bijgestaan door Apollonios en Demetrios. Deze laatste was hun rechtsvertegenwoordiger zolang ze in het Serapeum verbleven. Waarschijnlijk konden de meisjes geen Egyptisch schrijven en spraken ze helemaal geen Grieks, aangezien de petities door anderen geschreven werden in hun naam.

Een sarcofaag van een Apisstier uit het Serapeum van Saqqara
Een sarcofaag van een Apisstier uit het Serapeum van Saqqara Wikimedia

Op 6 april 164 v.C. stierf de Apisstier Ta-Renenutet II. Na de dood van deze heilige stier werden er 70 dagen van rouw afgekondigd. De stier werd bij zijn dood gelijkgesteld aan Osiris, de god van de onderwereld. Bij de dood van Osiris rouwden de goddelijke tweelingzussen Isis en Nephtys om zijn dood. In navolging van deze rouwperiode was er bij de dood van een Apisstier ook een tweeling nodig die rouwde om hem. Thaues en Taous namen deze rol op zich. Maagdelijkheid was een voorwaarde voor het priesterschap van de tweeling. Na deze 70 dagen bleven ze hun functie van priesteressen behouden in het Serapeum. Na de dood van de stier gingen de meisjes naar Memphis.

De mannen die de mummificatie van de stier uitvoerden, moesten zich wassen en scheren en andere kleren aantrekken. De voorwerpen die gebruikt werden voor de mummificatie mochten niet op de grond liggen, maar lagen op een mat. De Apisstier zelf lag op een berg zand. Bij de mummificatie verwijderde men eerst de ogen, vervolgens de hersenen en tenslotte de ingewanden.

Een beeld van een Apisstier uit de Ptolemaeïsche periode
Een beeld van een Apisstier uit de Ptolemaeïsche periode Wikimedia

Na de mummificatie werd het lichaam gewikkeld in linnen en in een kist gelegd. Op de 69ste dag werd de stier naar buiten gebracht en in een schrijn geplaatst, waarna hij naar het meer Mareotis werd gedragen. Daarnaast werd er een draagstoel met Isis en Nephtys gedragen, die in dit geval vertegenwoordigd werden door Thaues en Taous. Vervolgens vond er een boottocht plaats op het meer. De Apisstier werd daarna naar een reinigingstent gebracht. Hier werd het mondopeningsritueel, dat er voor zorgde dat de mummie kon functioneren als symbool van Osiris, uitgevoerd. Deze handeling was een rite de passage waarbij de dode naar de onderwereld ging en waarbij men een beitel gebruikte om de rijen tanden te openen. Tenslotte vond op de 70ste dag de begrafenis plaats. De stier werd in een processie naar het Serapeum gedragen en daar begraven in de ondergrondse gangen.

Thaues en Taous werden beloond voor hun diensten in de Apiscultus. Ze waren dé tweeling die de godinnen Isis en Nephthys ‘speelden’ tijdens de rouwperiode voor de stier. De tweeling kreeg acht artabas graan per maand, wat gelijkstond met vier sneetjes brood per dag. Ze kregen ook dagelijks olyra (een graansoort) en jaarlijks een portie sesamolie en een portie castorolie, een hoge toelage. Hun beloofde uitkeringen werden echter keer op keer niet uitbetaald. Ptolemaios zond in naam van de tweeling verschillende petities naar de koning en hoge functionarissen. Het niet uitbetalen van hun beloning had in de eerste plaats betrekking op olie en brood. Hun allereerste uitkering werd ook gestolen door hun stiefbroer Pachratesp.

Enkele jaren later leken de zussen er weer bovenop want ze waren in staat Ptolemaios 5000 drachmen te lenen. Mogelijk was hun moeder Nephorys gedwongen hun het rechtmatige deel van de erfenis af te staan. Nadat de tweeling hun functie had uitgeoefend in de Apiscultus, mochten ze als priesteressen blijven dienen in het Serapeum. Van 159 tot 158 v.C. woonden ze de rituelen bij voor de begrafenis van de overleden Mnevisstier, die in Heliopolis begraven werd. Ze voerden eveneens in het Serapeum het dagelijkse libatie-offer uit voor de god Asklepios die met de architect-god Imhotep werd gelijkgesteld. Ze ontvingen ook de offerandes voor de god. Imhotep was de vizier van farao Djoser uit de derde dynastie. Hij werd later vergoddelijkt en aanbeden en ging deel uitmaken van de grote triade van Memphis: Ptah, zijn vrouw Sechhmet en hun zoon Imhotep.

De Apiscultus

De god Sarapis
De god Sarapis Wikimedia

De Apisstier werd al vereerd vanaf de vroege periode van de Egyptische geschiedenis in Memphis. De stier symboliseerde de cyclus van het leven, van geboorte tot de dood, van Apis tot Osiris-Apis of Osorapis. De Hellenistische of gesyncretiseerde god Sarapis is afgeleid van de god Apis. Of het bij deze afleiding enkel gaat om de naam of om het totale beeld van de god is niet zeker. De god Sarapis werd afgebeeld als een man met gekruld haar en een baard. Hij droeg alsook een modius (een afgevlakte cilindrische kroon) op zijn hoofd. De Apisstieren waren niet zomaar gewone stieren, ze werden uitgekozen omwille van enkele bijzondere kenmerken. Ze moeste drie specifieke witte vlekken hebben op hun lichaam: (1) een witte driehoek op hun voorhoofd, (2) een witte vlek in de vorm van een gier op hun rug en (3) een witte vlek in de vorm van een maan op hun rechterzijde. Verder moesten ze ook een scarabeeteken onder hun tong hebben en een gespleten staart.

De mummificatieceremonies duurden van 7 april tot 15 juni 164 v.C. Tijdens de 70 dagen rouw droegen de aanbidders van de Apisstier specifieke gewaden, lieten hun haar groeien en wasten zich niet. Ze aten geen voedsel dat afkomstig was van dieren, maar hielden zich aan een dieet van brood en groenten, en dronken alleen water. Na zijn dood werd de stier naar het ‘huis van de reiniging’ gebracht. Hier werd de stier gewassen en ingewreven met natron. Vervolgens werd hij naar het ‘huis van de balseming’ of de wˁb.t (wabet) gebracht. Op deze plek vond de verrijzenis van de stier plaats, waarbij Apis gelijkgesteld werd aan Osiris.

In dit filmpje wordt het leven van de tweeling voorgesteld a.d.h.v. UPZ 1.18.

Meer lezen

Hoogendijk, F.A.J. ‘Ptolemaios: een Griek die leeft en droomt in een Egyptische tempel’, in P.W. Pestman (Ed.), Familiearchieven in het land van de Pharao, Zutphen, 1989, 46-69 en 165-167.

Scheerlinck, E. Klachten en verzoeken uit Ptolemeïsch Memphis, Vrouwelijke onderdanen schrijven aan de overheid, Onuitgegeven masterthesis, Universiteit Gent, departement Geschiedenis, 2008.

Stevens, M. Het katochoi-archief en de acculturatie tussen Egyptenaren en Grieken in Ptolemaeïsch Memphis, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, departement Geschiedenis, 2006-2007.

Vos, R.L. The Apis embalming ritual: P. Vindob. 3873 (Orientalia Lovaniensia Analecta, 50), Leuven, 1993.

Wilcken, U., Urkunden der Ptolemäerzeit I (UPZ I), 199-201.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘The sacred procession of Apis Osiris by F.A. Bridgman’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/feed/ 0 1211