Horos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/horos/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Tue, 08 Nov 2022 14:33:11 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Horos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/horos/ 32 32 136391722 Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/ https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/#respond Wed, 29 Dec 2021 16:42:16 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2145

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte, van de piramideteksten bij farao Oenas tot sarcofaagteksten in het Middenrijk en papyrusteksten zoals het Dodenboek in het Nieuwe Rijk. Ook in de Grieks-Romeinse periode waren er nog zulke funeraire teksten in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de 'Documenten van het Ademen'.

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte. Deze teksten, die ervoor moesten zorgen dat je na de dood kon verder leven in het hiernamaals, werden eerst geschreven op de binnenkant van de piramides uit het Oude Rijk. Vervolgens kregen ze een nieuwe drager, want vanaf het Middenrijk kwamen ze voor op sarcofagen en vanaf het Nieuwe Rijk op papyri, als het zogenaamde Dodenboek. Voor de meeste onderzoekers stopt deze lange geschiedenis van de funeraire teksten met het Dodenboek, maar ook in de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) waren de teksten nog in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de ‘Documenten van het Ademen’.

De evolutie in een paar woorden

Het startpunt ligt bij farao Oenas (ca. 2367-2347 v.C.) in de 5de dynastie. Zijn piramide in Saqqara bevat het oudste corpus van funeraire en religieuze teksten en de wanden van zijn grafkamer staan vol met hiëroglyfische teksten, de zogenaamde piramideteksten. Het zijn spreuken die Oenas moesten helpen om goed in het hiernamaals te kunnen leven. Aangezien de teksten vol typische “kopieerfouten” staan, wordt er doorgaans van uitgegaan dat het om reeds bestaande teksten gaat, die op de wanden van de piramide gekopieerd werden. De belangrijkste functie van de teksten was om de niet-materiële elementen van de mens samen te brengen. Naast het fysieke lichaam, bevatte de mens volgens de Egyptenaren een ba (de individuele levenskracht) en een ka (de persoonlijkheid of de ziel). De ka maakte het verschil tussen een levend en een dood lichaam, terwijl de ba iemand tot een individu maakte. Wanneer iemand stierf werden de ba en de ka van het lichaam gescheiden. Als deze persoon wilde verder leven in het hiernamaals moesten zijn ba en ka herenigd worden tot een akh. De piramideteksten hadden tot doel deze vereniging te vereenvoudigen. Dankzij de teksten in zijn grafkamer kon Oenas dus een akh worden. De piramideteksten komen voor in 10 koninklijke graven uit het Oude Rijk. Naast de piramide van Oenas bevatten ook de volgende piramides deze funeraire teksten: Teti, Pepi I, Ankhesenpepi II (een vrouw van Pepi I), Merenre, Pepi II, Neith (een vrouw van Pepi II), Iput II (een vrouw van Pepi II), Wedjebetni (een vrouw van Pepi II) uit de 6de dynastie (ca. 2347-2216 v.C.) en Ibi uit de 8ste dynastie (ca. 2216-2134 v.C.).

De binnenkant van de piramida van farao Oenas

Vanaf het Middenrijk (ca. 2040-1783 v.C.) werden de teksten niet meer op piramides geschreven maar kwamen ze voor op sarcofagen. Ook de naam van de funeraire literatuur veranderde naar sarcofaagteksten. Deze evolutie begon al op het einde van het Oude Rijk en in de Eerste Tussentijd (ca. 2216-2040 v.C.) maar kende zijn hoogtepunt in het Middenrijk. Aangezien de teksten nu op lijkkisten geschreven werden, bevonden ze zich al dichter bij het lichaam. Hierdoor ging de vereniging van de ba en de ka in een akh nog vlotter. De sarcofaagspreuken zijn afgeleid en gekopieerd van de piramideteksten, maar er ontstonden ook nieuwe composities. Het belangrijkste verschil met de piramideteksten is dat de sarcofaagteksten ook voor privépersonen konden gebruikt worden, terwijl de piramideteksten alleen voor koningen waren.

Voorbeeld van een sarcofaagtekst op de doodskist van Khnumnakht uit het Middenrijk

De derde fase van de evolutie voltrok zich in het Nieuwe Rijk (ca. 1550-1070 v.C.), wanneer de funeraire literatuur op papyrusrollen werd geschreven. De naam voor de literatuur in het Nieuwe Rijk is het Dodenboek. Ook hier werden de spreuken afgeleid van piramide- en sarcofaagteksten, maar daarnaast werden er nieuwe composities geschreven. De term ‘Dodenboek’ is eigenlijk heel misleidend, want de Dodenboekteksten konden ook in graven voorkomen. Zo zijn de meeste graven in de Vallei der Koningen gedecoreerd met Dodenboekteksten om de farao te helpen in het hiernamaals te geraken. Het gaat ook niet om een standaardversie die gekopieerd werd. Het is een corpus van spreuken die in verschillende combinaties konden voorkomen, waarbij soms vignetten werden toegevoegd die bij een bepaalde spreuk hoorden. Het Dodenboek bleef in omloop tot in de Grieks-Romeinse periode en betreft bijgevolg het genre van funeraire literatuur dat het langste in gebruik was.

Documenten van het Ademen

In de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) ontstond er een nieuw genre funeraire literatuur, de ‘Documenten van het Ademen’. Ze verschenen in verschillende vormen in de multiculturele samenleving van Grieks-Romeins Thebe en vervingen geleidelijk aan het Dodenboek. Ze kunnen gezien worden als de opvolgers van de piramideteksten, de sarcofaagteksten en het Dodenboek. De teksten werden aan de overledene meegegeven als grafgift. Ze werden mee ingezwachteld met de mummie en ook hier hebben de teksten als functie een soort aanbevelingsbrief te zijn voor de overledene in het hiernamaals. Ze moesten de overledenen een tweede leven “vrij van zorgen” geven en ervoor zorgen dat de overledene voor eeuwig en altijd kon ademen. De funeraire teksten uit de Grieks-Romeinse tijd kenden een grote diversiteit en verschillende soorten teksten konden op één papyrus gecombineerd worden. De composities zijn geschreven in het hiëratisch, een cursieve vorm van hiërogliefen. De taal van de documenten is gebaseerd op het klassieke Middelegyptisch met invloed van het Laat-Egyptisch en het Demotisch.

Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft (P. Louvre N. 3284)

Ze zullen Osiris naar het binnenste van het grote meer van Chonsoe brengen. Nadat hij zijn hart heeft gegrepen, zullen ze het document van het ademen, dat aan de binnen- en buitenkant is beschreven, omzwachtelen met koninklijk linnen, geplaatst zijnde onder zijn linkerarm in de buurt van zijn hart. Het overige van de omzwachteling zal erbuiten worden gedaan. Indien deze papyrusrol voor hem wordt gebruikt, dan zal hij samen met de ba’s en de goden voor eeuwig en altijd ademen.

Tweede Document van het Ademen (BM EA10110)

Deze tekst bevat de laatste paragraaf van het zogenaamde ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ en toont aan dat het in de buurt van het hart moest ingezwachteld worden. Dit in tegenstelling tot het ‘Eerste’ en ‘Tweede Document van het Ademen’ die respectievelijk onder het hoofd en onder de voeten van de mummie geplaatst moesten worden. Er bestaan bijgevolg drie verschillende ‘Documenten van het Ademen’ en allen hebben ze een andere inhoud. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ lijkt iets ouder te zijn (Ptolemaeïsch tot Vroeg-Romeins) dan de andere twee composities die eerder in de Late Ptolemaeïentijd verschenen en nog voorkwamen tot in de Romeinse periode. Vanaf de eerste eeuw na Christus ontstonden er ook Demotische ‘Documenten van het Ademen’, de zogenaamde “paspoorten voor het hiernamaals”. Deze teksten waren doorgaans korter dan hun hiëratische tegenhangers. Deze papyri werden ook op de mummie geplaatst, maar daarnaast werden ze ook teruggevonden op tempelmuren, sarcofagen, lijkkisten, ostraca, linnen, enzovoort.

Het slotvignet met de Hathor-koe op het graf

Naast de drie soorten ‘Documenten van het Ademen’ waren er ook verkorte versies in omloop. Verder konden de verscheidene paragrafen in de teksten weggelaten of omgewisseld worden en konden er extra paragrafen aan toegevoegd worden. Sommige documenten bevatten ook iconografie, alhoewel dit geen vereiste was. De iconografie van het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ is in de meeste gevallen redelijk gestandaardiseerd. De meeste teksten bevatten meerdere vignetten of afbeeldingen. Het openingsvignet geeft doorgaans de introductie van de overledene aan de god Osiris weer. Een ander veel voorkomend type vignet is het ‘wegen van het hart’. Deze iconografie stamt af van hoofdstuk 125 van het Dodenboek, de zogenaamde ‘negatieve confessie’ en toont hoe het hart van de overledene op een weegschaal wordt gelegd en wordt afgewogen tegen de Maät-veer (de rechtvaardigheid). Als de weegschaal in balans is, heeft de overledene een goed leven geleid en mag hij of zij de onderwereld betreden. Als dit niet het geval is, wordt de overledene verscheurd door de verslindster, een monster dat doorgaans aanwezig is op het vignet. Het eindvignet toont de Hathor-koe op het graf van de overledene. Meestal wordt er wierook geofferd aan de godin Hathor. Er was geen directe relatie tussen de iconografie en de inhoud van de tekst. De afbeeldingen op de papyri voegen iets toe aan de compositie, eerder dan de inhoud van de tekst te illustreren.

Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd geschreven door de god Thoth in naam van Isis. De inhoud van de tekst legt de nadruk op de toegang van de overledene tot de onderwereld en de mogelijkheid om voor eeuwig en altijd vrij te kunnen ademen.

Introductie van de overledene aan de god Osiris (BM EA9995,1)

Een heel interessant gegeven aan deze documenten is dat ze steeds geschreven zijn voor een overledene en dat de naam en titels van deze eigenaar op het document werden geschreven. Hierdoor kunnen we reconstrueren wie zo een document meekreeg en welke functie deze persoon had. De eigenaren behoorden tot tempelpersoneel werkzaam in verschillende Thebaanse culten. Het ‘Document van het Ademen dat Isis gemaakt heeft’ werd voornamelijk meegegeven aan overledenen die tot de hoge clerus van Amon-Ra behoorden en dus tijdens hun leven werkzaam waren in de tempel van Karnak. Een bekend voorbeeld betreft de priester Horos, eigenaar van de ‘Joseph Smith papyri’. De twee meest voorkomende titels zijn ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ en ‘sistrum-speelster van Amon-Ra’. De eigenaren van deze teksten konden niet alleen verbonden worden aan de cultus van Amon-Ra, maar bijvoorbeeld ook aan de cultussen van Montoe van Hermonthis (Armant) en de god Chonsoe, die een tempel had binnen het Karnak-complex. De meeste priesters waren niet verbonden aan één cultus, maar konden verschillende goden tegelijkertijd dienen. De weergave van de verscheidene priestertitels in de documenten toont aan dat in dezelfde funeraire papyrus verschillende combinaties van titels kunnen voorkomen. Zo kan iemand in de eerste lijn van de papyrus ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’ zijn en enkele lijnen verderop alleen ‘godsvader’. Daarnaast konden er later in de tekst titels voorkomen die niet in de introductie van de overledene aanwezig waren. Naast de titels, werd de filiatie van de overledene doorgaans meegegeven. Vaak werden zowel de moeder als de vader weergegeven, en in enkele uitzonderlijke gevallen zien we een hele stamboom. In andere gevallen hebben we alleen de naam van de moeder of de vader, en soms helemaal geen filiatie. De vader van de overledene kan geïntroduceerd worden door de titel ‘mi nn‘, oftewel van dezelfde rang. Hiermee wordt bedoeld dat de vader tot dezelfde priesterklasse behoorde en dus naar alle waarschijnlijkheid ook een heleboel titels bezat, maar dat in het funeraire document ervoor gekozen werd om enkel de rang van de priester aan te duiden.

Funeraire composities in de Grieks-Romeinse periode

Zoals vaak het geval is met papyri kennen we van de meeste funeraire teksten die vandaag in verscheidene musea verspreid zijn, geen oorspronkelijke archeologische context. Eén graf in de Thebaanse necropool vormt de grote uitzondering, de zogenaamde Soter-tombe. Dit graf, beter bekend als Thebaanse Tombe 33, ligt in de al-Khukha necropool, net naast het Assasif in de buurt van de dodentempel van koningin Hatsjepsoet (Deir el-Bahari). Het graf werd net zoals zovele graven in de Thebaanse necropool hergebruikt in de Grieks-Romeinse periode. Eén van de mensen die hier in een later stadium in begraven werd was Soter, vandaar de naam van de tombe. Hij en zijn familieleden kregen enkele ‘Documenten van het Ademen’ mee. Waarschijnlijk zijn er een twintigtal documenten afkomstig uit dit graf. Naast het ‘Eerste Document van het Ademen’ en het ‘Tweede Document van het Ademen’ verkregen de overledenen, die hier begraven werden, ook late versies van het Dodenboek en een versie van het ‘Boek van het Doorlopen van de Eeuwigheid’, een andere funeraire compositie uit de Grieks-Romeinse tijd. De funeraire literatuur uit deze periode is wel degelijk nog heel bruisend. Vaak wordt het afgedaan als minderwaardig omdat de composities vergeleken worden met de Dodenboeken uit het Nieuw Rijk, die doorgaans als veel kwalitatiever en gedetailleerder beschouwd worden. Hoewel de ‘Documenten van het Ademen’ dan stilistisch minder mooi mogen zijn, vormen ze wel het bewijs dat een typische faraonische traditie nog steeds gevolgd werd en dat er zelfs nieuwe composities werden geschreven in verschillende vormen en combinaties. De creativiteit van de Thebaanse clerus die deze documenten ontwikkelde, vierde dus hoogtij tot ver in de Romeinse periode.

Meer lezen

Coenen, M. & J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek 5, Leuven, 1995.
Coenen, M., ‘Owners of Documents of Breathing Made by Isis’, Chronique d’Egypte 79: 157-158, 2004, 59-72.
Herbin, F.R., Books of Breathing and Related Texts, London, 2008.
Herbin, F.R., Le livre de parcourir l’éternité, OLA 58, Leuven, 1994.
Mosher, M., ‘Theban and Memphite Book of the Dead Traditions in the Late Period’, Journal of the American Research Center in Egypt 29, 1992, p. 143-172.
Smith, M., Traversing Eternity: Texts for the afterlife from Ptolemaic and Roman Egypt, Oxford, 2009.

Coverafbeelding: Adaptatie van een funeraire papyrus met daarop het ‘Boek van het Ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris’ uit het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/29/12/2021/voor-eeuwig-en-altijd-ademen-funeraire-literatuur-uit-de-grieks-romeinse-periode/feed/ 0 2145
Mummies en Mormonen https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/ https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/#respond Sat, 06 Nov 2021 18:39:57 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2113

De link tussen de Mormonen en het antieke Egypte is er van in het begin geweest, via de collectie mummies en papyri van stichter Joseph Smith. Hij vertaalde ook zelf verschillende fragmenten van deze funeraire papyri uit Thebe en meende daarin verschillende bijbelse thema's te herkennen, onder andere uit de boeken van Abraham en Jozef. Egyptologen waren al meteen vernietigend in hun oordeel over deze interpretaties, maar pas toen na de dood van Smith de verloren gewaande papyri opdoken in het New Yorkse Metropolitan Museum konden ze de hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten zelf bestuderen. Dat onderzoek leverde enkele verrassende vaststellingen op.

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op 21 september 1823 verscheen de engel Moroni aan de 17-jarige Joseph Smith en onthulde hem dat een collectie gouden platen, geschreven door profeten van het Oude Testament, verborgen was onder een heuvel in de buurt van New York. De tekst op de platen was geschreven in een “hervormd Egyptisch schrift”. Pas vier jaar later krijgt Smith toestemming om de platen mee te nemen om ze ontcijferen en te vertalen. Hij dicteert zijn vertaling aan zijn discipelen in 1828 en 1829, en na heel wat moeilijkheden verschijnt een eerste druk in 1830. De eerste oplage bestaat uit 5000 exemplaren. Het manuscript van die eerste druk is gedeeltelijk bewaard en online beschikbaar. Ondertussen zijn er 200 miljoen exemplaren geproduceerd!

Boek van Mormon

Joseph Smith (1805-1844), de stichter van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en grondlegger van het Mormoonse geloof

Het ‘Boek van Mormon’ is “een verslag geschreven door de hand van Mormon, op platen genomen van de platen van Nephi“. Mormon was een profeet, generaal van de Nephieten en historicus, die leefde in Amerika omstreeks 400 n.C. en vader was van Moroni, die zelf ook een deel van het werk redigeerde en na zijn dood en verrijzenis het boek aan Joseph Smith liet zien. Het boek bevat een profetisch verslag over gebeurtenissen die zich afspelen vanaf de val van Adam en Eva, over de vlucht van enkele Joden juist voor de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs tot de verschijning van de verrezen Christus in Amerika. Het wordt door de Mormonen gezien als een aanvulling op de Bijbel. Behalve Smith zelf hebben elf medewerkers de platen (even) gezien voor hij ze teruggaf aan de engel Moroni. Voor zijn volgelingen bevat het boek een authentieke historische beschrijving, maar het speelt geen rol in de professionele geschiedschrijving. In de Mormoonse kerk is het boek van Mormon “een ander testament van Jezus Christus”, een standaardwerk voor theologie en liturgie, hoewel het niet overal even enthousiast is onthaald, ook niet binnen de Mormoonse gemeenschap.

Mummies en papyri

Begin juli 1835 presenteerde M.H. Chandler in Kirkland, Ohio, een rondreizende tentoonstelling met vier Egyptische mummies en enkele papyri, afkomstig uit de opgravingen van de Italiaanse archeoloog Antonio Lebolo in Gebel Gurnah (op de westelijke Nijloever recht over Luxor) tussen 1818 en 1822. Smith, die via het boek van Mormon kennis had van het “hervormd Egyptisch schrift”, was geïnteresseerd en stelde zijn voorlopige vertalingen ter beschikking van Chandler.

The Huntington Library

Kirtland, July 6,1835.
This is to make known to all who may be desirous, concerning the knowledge of Mr. Joseph Smith, Jr., in deciphering the ancient Egyptian hieroglyphic characters in my possession, which I have, in many eminent cities, showed to the most learned; and, from the information that I could ever learn, or meet with, I find that of Mr. Joseph Smith, Jr., to correspond in the most minute matters.
“Michael H. Chandler.
Traveling with, and proprietor of, Egyptian mummies’

Nog dezelfde maand kochten enkele leden van zijn jonge kerk de hele tentoonstelling voor 2400 dollar. Smith herkende in deze teksten verschillende bijbelse thema’s, onder andere een boek van Abraham, een boek van Jozef (de patriarch) en een verhaal van een Egyptische prinses Katumin. Alleen zijn vertaling van het boek van Abraham werd ook uitgegeven in 1842. Jean-François Champollions ontcijfering van het hiërogliefenschrift – Champollions brief aan de Franse historicus Bon-Joseph Dacier dateert van 1822) was toen in Amerika nog niet bekend en Smith vertaalt in de traditie van de 18de eeuw, die aannam dat de hiërogliefen begrippen en zelfs hele zinnen uitdrukten.

Na de dood van Smith, die in 1844 gelyncht werd terwijl hij in Carthago, Illinois in de gevangenis zat, trokken de Mormonen onder leiding van Brigham Young westwaarts, om zich uiteindelijk te vestigen in Salt Lake City, Utah. De mummies en de papyri bleven bezit van Smith’s familie en gingen nadien verloren. Men dacht dat ze waren vernietigd in de grote brand van Chicago in 1871, tot ze in 1967 plots opdoken in het Metropolitan Museum van New York, dat ze in 1947 had gekocht van een bediende van Smiths familie. Nu zijn ze in handen van de Mormoonse kerk in Salt Lake City.

Joseph Smith papyri

Terwijl professionele egyptologen tot hiertoe enkel een paar platen in de uitgave van het boek van Abraham konden vergelijken met de vertalingen van Smith (en hierover een vernietigend oordeel uitspraken), was nu plots de hele papyrus beschikbaar, met meerdere kolommen hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten. Vijf objecten kunnen nu worden geïdentificeerd met de papyri die ooit in het bezit waren van Joseph Smith. Van het dodenboek van Nainoub (3) en de hypokephalos van Sesongosis (5) is alleen een facsimile bewaard.

 type object

 beschrijving door Smith

 identificatie

 TM nummer(*)

 1

 papyrus

 boek van Abraham

 boek van ademen voor de priester Horos

 48570

 2

 papyrus

 boek van Jozef

 dodenboek van Senminis

 56951

 3

 papyrus

 niet vermeld bij Smith

 vignet van dodenboek van Nai-noub

 56952

 4

 papyrus

 verhaal van prinses Katumin dochter van farao Onitas

 funeraire papyrus van Amenothes

 133517

 5

 hypokephalos

 facsimile 2 in het boek van ademen

 hypokephalos van Sesongosis

 117796

(*) De TM nummers verwijzen naar de Leuvense database Trismegistos [https://www.trismegistos.org/] , waar men alle metadata (plaats, tijd, bewaarplaats etc.) en bibliografische referenties kan vinden, alsook links met de foto's die online beschikbaar zijn.

Het boek van Abraham “translated from the papyrus translated by Joseph Smith” bevat, volgens de editie “een vertaling van enkele antieke geschriften die in onze handen zijn gevallen van de catacomben van Egypte, de geschriften van Abraham toen hij in Egypte was, geschreven in zijn eigen hand op papyrus”. De vertaling begint als volgt :

In het land van de Chaldeeërs, in de verblijfplaats van mijn vader, zag ik, Abraham, dat het nodig was voor mij een andere verblijfplaats te vinden. Die vondst bracht voor mij groter geluk en vrede en rust. Ik zocht naar de zegeningen van de vaders en het recht waardoor ik zou worden gewijd om datzelfde te beheren.” De vertaling is duidelijk afhankelijk van de Engelse bijbelvertaling (de King James bible) en vele hoofdstukken zetten de bijbeltekst om van de derde naar de eerste persoon. Volgens Smyth gebruikte Mozes het boek van Abraham toen hij het boek Genesis redigeerde. Omdat de papyrus door Abraham zelf geschreven is, staat alles in de eerste persoon.

Joseph Smith Papyri Fragment XI

Boek van het Ademen

Voor egyptologen bevat de papyrus een kopie van het hiëratische ‘Boek van het Ademen’ voor de Thebaanse priester Horos. Boeken van het Ademen zijn welbekend in de Ptolemaeïsche en vroeg-Romeinse periode, waar ze het bekende dodenboek vervangen of aanvullen. Ze garanderen een gelukkig hiernamaals voor de overledene (“gerechtvaardigd” voor de rechter Osiris) en geven hem “de adem van het leven” terug. Ze vergezelden de mummie in het graf, wellicht één van de mummies die door Chandler werden tentoongesteld, zoals blijkt uit een beschrijving in de Painesville Telegraph van 1835 (nog voor Smith de papyri kocht). De papyrus van Horos is een “boek van het ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris”, waardoor de dode, één met de gestorven en herrezen Osiris, al zijn mogelijkheden terugkrijgt in het hiernamaals.

We beschikken over een twintigtal gelijkaardige funeraire papyri, die alleen verschillen door de naam en titels van de gestorvene en door enkele varianten. De papyrus, oorspronkelijk ongeveer anderhalve meter lang, is beschadigd, maar kan dankzij die parallellen gemakkelijk worden aangevuld. De tekst begint met de identificatie van de dode:

[Osiris godsvader en] profeet van Amon-Re koning der goden, dienaar van Min die zijn vijanden slacht, dienaar van Chonsou die macht heeft in Thebe, Horos (gerechtvaardigd) zoon van de man met dezelfde titels, directeur van de geheimen en reiniger van de god Osoroeris (gerechtvaardigd), en van de muzikante van [Amon-]Re Chibois (gerechtvaardigd).

Dan volgen spreuken die aan Horos het eeuwig leven garanderen, beginnend met:

Moge uw ba leven onder hen en moge je begraven worden in het westen [van Thebe]. [O Anubis, moge jij hem] een mooie schitterende begrafenis geven in het westen van Thebe in het gebergte van Manoe.

Joseph Smith Papyri Fragment I

Facsimile van de papyrus in het Mormoonse heilige boek ‘De Parel van Grote Waarde’

Bij de ‘Hor papyrus’ hoort ook bovenstaand vignet met hiëroglyfische tekst dat door Smith uitvoerig wordt becommentarieerd en waarvan een facsimile is opgenomen in de publicatie van het boek van Abraham. De scène komt alleen hier voor op een papyrus, maar ze is bekend uit scènes op de muren van de tempels: Osiris ligt op een dodenbed, en wordt tot leven gewekt door Anubis, de dodengod met de hondenkop; symbool van dit leven is zijn erecte penis, waarmee hij zijn postume zoon de god Horus (toevallig draagt de bezitter van de tekst dezelfde naam) tot leven zal wekken. Onder hem staan de vier kruiken of canopen voor de gemummificeerde ingewanden van de overledene. Daaronder ziet men de Nijl met daarin een krokodil, het dier dat hielp bij het bijeenbrengen van de ledematen van de vermoorde Osiris, die door zijn broer Seth in 50 stukken was gehakt. Smith heeft deze scène helemaal anders geïnterpreteerd en ingebed in zijn verhaal over Abraham in Egypte: op een altaar ligt Abraham vastgebonden, terwijl de heidense priester Elkenah op het punt staat hem te offeren. De ba-vogel (de ziel of individualiteit van de dode) is bij hem een engel des heren en de Nijl wordt de pijlers van de hemel, met daarin de afgod van farao (de krokodil). Op het facsimile wordt dit netjes getoond door middel van cijfers, zodat er geen twijfel kan bestaan over hoe de lezer van Smith dit moet begrijpen.

Hypokephalos van Sheshonq

De hypokephalos van Sheshonq

Ook de hypokephalos van Sheshonq werd door Smith geïnterpreteerd als een deel van het boek van Abraham. Een hypokephalos is een cirkelvormig amulet, dat onder het hoofd van de afgestorvene werd gelegd en meestal een hoofdstuk bevat van kapittel 162 van het dodenboek. De tekst is geschreven in cursieve hiërogliefen, en de beschadigde stukken zijn in de gedrukt editie “hersteld” met tekens uit andere teksten (een oudere kopie van Smith laat zien waar de tekst toen al verloren was). De hypokephalos zelf is niet bewaard en de egyptologen moeten het dus doen met de twee facsimiles. Maar de tekst kan gemakkelijk gereconstrueerd worden op basis van tientallen parallellen, en de naam van de bezitter, een zekere Sheshonq (Sesongosis), is bewaard zonder titels.

De gereconstrueerde hypokephalos van Joseph Smith

Smiths nummering en interpretatie van de scènes laat zien dat hij niet had begrepen dat je van rechts naar links moet lezen en dat sommige scènes binnen de cirkel 180° gedraaid zijn. Voor Smith had de hypokephalos betrekking op Egyptische astronomie. Hij geeft 21 nummers, tekst en vignetten dooreen. Scène 5 bijvoorbeeld toont de Hathor-koe in het midden en de vier mummificatiekruiken (de vier Horos-zonen, dezelfde als in het vignet van onze eerste tekst) voor haar. Zo interpreteert hij de hemelkoe (zonder de tekst) als volgt “Dit is in het Egyptisch Enish-go-on-dosh. Dit is ook één van de leidende planeten. De Egyptenaren zeggen dat het de zon is en dat hij zijn licht ontvangt van Kolob via het medium van Kae-e-vanrash, die andere vaste planeten of sterren bestuurt.” De namen zijn gewoon verzonnen. De vier mummificatiekruiken worden bij hem de vier windstreken. Vier korte hiëroglyfische teksten (zijn nummers 8-11), die een gebed met de naam van de overledene bevatten, bevatten voor hem “geschriften die nog niet aan de wereld mogen worden geopenbaard, maar die men zal verkrijgen in de tempel van god.”

Horos, de Thebaanse priester

De overleden Horos, zoon van Osoroeris, is een priester van de grote tempel van Karnak, een “profeet van Amon-Re koning der goden”, maar hij draagt ook de zeldzame titel “dienaar van Min die zijn vijanden slacht”. Deze titel komt eigenlijk maar voor bij één familie, waarvan de gecompliceerde stamboom door de Leuvense onderzoeker Mark Coenen tussen 1995 en 2003 werd gereconstrueerd op grond van tien funeraire papyri, één standbeeld en een mummiewindsel in Europese en Amerikaanse musea (Tübingen, Wenen, Parijs, Genève, Oxford en Baltimore). De papyri stammen wellicht alle uit dezelfde opgraving als de ‘Joseph Smith papyrus’ en bieden informatie over zeven generaties priesters in de 2de en 1ste eeuw v.C. In zes daarvan verschijnt de priester Horos, die naast het ‘Boek van het Ademen’ (de ‘Joseph Smith papyrus’) ook nog een dodenboek meenam in zijn graf (nu in het Louvre).

Tom Gheldof | OUDE GESCHIEDENIS

Stamboom van de priester Horos

Opinie van de egyptologen

Voor de Mormoonse theologen is de restitutie van de papyri tegelijk een godsgeschenk en een reuzegroot probleem. In 1861 al had Théodule Devéria, een erkend specialist van funeraire schriften die onder andere de cataloog van de Louvre papyri had gepubliceerd, gewezen op absurditeiten en anachronismen in de vertalingen van Joseph Smith. Abraham leefde, als hij al bestond, meer dan duizend jaar voor de papyri door hem werden geschreven. In 1912 vroeg F.S. Spalding, de Anglicaanse bisschop van Utah, een tiental bekende geleerden hun mening over Smiths vertaling; de antwoorden waren vernietigend.

Nadat in 1967 de geschriften publiek werden gemaakt, met foto’s die toelieten de lezingen te controleren, was het onmogelijk om de eensgezinde opinie van de egyptologen te negeren. Behalve enkele replieken ad hominem, waarbij de persoon van meerdere geleerden werd in vraag gesteld (“a jury of Gentiles, prejudiced, ill-tempered, and mad with pride of human learning“), hebben ze twee uitwegen. Volgens sommigen gebruikte Smith de ‘Hor papyrus’ enkel als een “mnemonic device” om de goddelijke inspiratie in de juiste banen te gidsen, maar dit is in tegenspraak met Smiths eigen nadruk op de wetenschappelijke waarde van zijn “vertalingen” (een studie met alfabet en grammatica van zijn hand is bewaard). Anderen wijzen erop dat Egyptische hiërogliefen verschillende interpretaties toelaten, op verschillende niveaus. Hier kunnen ze zich beroepen op de profeet, die zelf verschillende niveaus onderscheidde bij zijn vertaalwerk (doch die sloten wel vrij dicht bij elkaar aan). Of, zoals een Mormoonse egyptoloog het uitdrukte bij zijn uitgave van de tekst: “Wat ik hier bied, is een letterlijke egyptologische vertaling van de papyrus, maar die kan natuurlijk niet tippen aan de geïnspireerde vertaling van Joseph Smith”. Of hoe de “multiplicity of approaches” het geloof toch nog kan redden. Maar ik heb niet kunnen vinden hoe de theologen verklaren dat er tientallen nagenoeg identieke kopieën zijn van het boek van het ademen. Die kunnen toch niet allemaal door Abraham zijn geschreven?

Bibliografie

R.K. Ritner, The Joseph Smith Egyptian papyri. A complete edition, Salt Lake City, 2013

M. Coenen – J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek nr. 5, Leuven, 1995

Coverfoto: adaptatie van het schilderij ‘The Hill Cumorah by C.C.A. Christensen’ van Wikimedia (Public Domain), de ‘Only Known Depiction From Michael Chandler Mummy Collection By Samuel Morton Crania Aegyptica’ van Wikipedia (Public Domain) en de ‘Joseph Smith Papyrus V’ van Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/feed/ 0 2113
Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/#respond Tue, 30 Oct 2018 14:34:54 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1090 architectuur Karnaktempel

Uit de Ptolemaïsche periode zijn relatief veel private papyrusarchieven bewaard - we kennen er momenteel 319 - die een belangrijke bron vormen voor onze kennis over het dagelijkse leven uit deze periode. Zo kennen we uit het archief van Osoroeris, zoon van Horos, enkele papyri die de basis vormen van het Hermias-proces. Lees hier alles over de aanleiding en het verloop van de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte.

Het bericht Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
architectuur Karnaktempel

Ptolemaeïsch Egypte (332 v.C.-30 v.C.) kwam tot stand nadat Alexander de Grote in 332 v.C. het land had bevrijd van de Perzen, en generaal Ptolemaios de troon besteeg na het uitsterven van de Argeadische dynastie. Nadien immigreerden heel wat Grieken naar Egypte, waardoor er een multiculturele maatschappij ontstond. Daarin leefden Grieken en Egyptenaren met elkaar samen en werd zowel de Griekse als Egyptische taal in officiële en private context gebruikt. Er zijn uit deze periode relatief veel private papyrusarchieven, door een archiefeigenaar samengebracht, bewaard – we kennen er momenteel 319 – die een belangrijke bron vormen voor onze kennis over het dagelijkse leven uit deze periode. Zo kennen we uit het archief van Osoroeris enkele papyri die de basis vormen van het Hermias-proces, de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte.

Archief van Osoroeris

Het tweetalige archief (Egyptisch-Grieks) van Osoroeris, zoon van Horos, is daar één van. Horos en zijn zoon Osoroeris behoorden tot een familie van Thebaanse choachieten, dodenpriesters die verantwoordelijk waren voor de voorbereiding van de begrafenis, de opslag van de mummie, het inrichten van het graf en het uitvoeren van de rituelen van de dodencultus. De choachieten waren werkzaam op de westelijke Thebaanse oever met onder meer de Vallei der Koningen, maar waar ook gewone mensen werden begraven. De choachieten hadden eveneens een huis op de oostelijke oever, dichtbij de Karnaktempel, waar ze mummies tijdelijk in onderbrachten. P. Survey 48 is een procesverslag bewaard op papyrus en dateert van 11 december 117 v.C. Deze papyrus maakte samen met vijf andere papyri uit het archief (P. Survey 7, 8, 11, 42 en 44) deel uit van het zogenaamde Hermias-proces, een rechtszaak die zich afspeelde in de periode 125-117 v.C. in Thebe.

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachietenP.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten, p. 9

Kaart van Thebe met daarop het huis van de choachieten

De rechtszaak gaat om het Thebaanse huis van de choachieten (A op het kaartje), dat gelegen is op de oostoever van de Nijl en waar de dodenpriesters hun mummies opsloegen. Het huis behoorde oorspronkelijk toe aan een zekere Ptolemaios, die tijdens een grote revolte in de regio in 205 v.C. uit zijn huis wegvluchtte. Deze revolte was een inheemse rebellie, die vanuit Nubië gestuurd werd. Vele Grieken, onder wie dus Ptolemaios, moesten noodgedwongen Thebe verlaten. Ptolemaios’ huis werd vervolgens ingenomen door de rebellen en verkocht aan de hoogste bieder. Tussen 153 en 146 v.C. werd het huis geleidelijk aan opgekocht door een groep choachieten. Het oorspronkelijke huis was al lang vervallen tot een ruïne en de choachieten waren net begonnen met de heropbouw, toen Hermias naar Thebe kwam. Hij was de zoon van de oorspronkelijke eigenaar Ptolemaios en een Griekse officier die gelegerd was in Ombos, 165 km ten zuiden van Thebe. Hermias claimde het huis en ondernam heel wat pogingen om het terug in zijn bezit te krijgen. Deze waren allemaal tevergeefs, want na zeven pogingen kwam de rechter tot het besluit dat Hermias geen enkel bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was en dus verloor de officier het proces. Deze laatste beslissing is samen met informatie over de voorgaande rechtszaken bijgehouden op de papyrus P. Survey 48, die door papyrologen als één van de belangrijkste juridische papyri wordt beschouwd.

De verschillende fases van het Hermias-proces

Zes papyri hebben betrekking op het proces: drie Demotische (Oud-Egypische) kopieën van verkoopcontracten en drie Griekse procesakten. In het proces kunnen we zeven fases of pogingen van Hermias onderscheiden om zijn huis terug te krijgen. De vraag is wie er nu precies wordt aangeklaagd bij al deze pogingen. In de meeste gevallen zijn dit de toenmalige eigenaars, de choachieten dus, meestal omschreven als “Horos (de vader van Osoroeris) en de zijnen”, maar soms heeft Hermias ook andere mensen aangeklaagd, zoals een van de vorige eigenaars, die een deel van het huis aan de choachieten verkocht had.

Hermias zond een aantal verschillende petities om het huis terug te krijgen. Er bestonden namelijk verschillende soorten aanklachten, die, om niet altijd duidelijke redenen, door elkaar gebruikt werden. Een enteuxis (ἔντευξις) is een petitie die gericht was aan de koning, waarin ook de functionarissen (bv. strategos of epistates) vermeld werden die zich in werkelijkheid bezighielden met de zaak, aangezien de koning dit in de meeste gevallen niet zelf kon doen. Een petitie kon daarnaast ook rechtstreeks gericht zijn aan deze beambten, namelijk via een prosangelma (προσάγγελμα) of hypomnema (ὑπόμνημα). Een prosangelma was een korte beschrijving van een onwettige daad, meestal gericht aan de politiechef. De hypomnemata werden vaak persoonlijk overhandigd en toegelicht, en hadden een meer plechtige en strakke structuur. We vernemen in één geval in detail hoe Hermias zijn aanklacht indiende. In de Thebais werd er door Griekse rechters (de chrematistai) een “vaas” (angeion) speciaal bestemd voor petities, die in 148/147 v.C. en opnieuw in 127 v.C. ter beschikking werd gesteld in de stad Ptolemais (ten noorden van Thebe) en in 126/125 v.C. in Diospolis Magna (oostelijk Thebe). Hermias maakte dan ook dankbaar gebruik van deze mogelijkheid en dropte één van zijn aanklachten in deze vaas.

Naast de aanklachten beschikken we voor de Hermias-zaak ook over drie Griekse procesakten (P. Survey 42, 44, 48), die betrekking hebben op drie van de zeven pogingen of fases.

Fase Aanklacht Griekse Procesakte?
Fase 1 Enteuxis-petitie tegen één van de verkopers /
Fase 2 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 3 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 4 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 42
Fase 5 Enteuxis-petitie tegen de choachieten P. Survey 44
Fase 6 Hypomnema-petitie tegen de choachieten /
Fase 7 Verzoek aan de strategos P. Survey 48

Verloop van het proces

In de eerste fase klaagde Hermias Lobais aan met een enteuxis-petitie bij de rechtbank van de chrematistai, een rechtbank met Griekse rechters, door de koning ingericht. Lobais was één van de personages die het huis aan de choachieten had verkocht. Hermias dacht waarschijnlijk dat hij snel de zaak zou winnen door zich rechtstreeks tot één van de verkopers te richten. Er was namelijk geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de chrematistai. Wanneer Hermias’ aanklacht tegen Lobais door de chrematistai teniet werd gedaan, kon hij dus alleen nog maar andere mensen aanklagen. Hermias heeft zich dan maar tegen de toenmalige eigenaars, de choachieten, gericht. Bij de tweede en derde poging zond Hermias een hypomnema-petitie aan de strategos van de Thebais tegen de choachieten. De strategos was verantwoordelijk voor het civiele, militaire en administratieve aspect van één of meerdere gouwen (provincies). Maar ook de strategos kon Hermias niet verder helpen, waardoor hij zich opnieuw tot andere functionarissen richtte.

Kaart Egypte met ligging Thebe

In de vierde fase zond Hermias dan maar een enteuxis-petitie aan de epistates Herakleides, die aan het hoofd stond van de Perithebaanse gouw (provincie). Deze aanklacht leidde tot een proces waarvan P. Survey 42 de procesakte is. Helaas voor Hermias werd zijn aanklacht afgewezen. In de volgende fase zond hij opnieuw een enteuxis aan de epistates Ptolemaios van de Perithebaanse gouw, die leidde tot een rechtszaak waarin zijn aanklacht opnieuw werd afgewezen (zie procesakte P. Survey 44). Bij zijn voorlaatste poging diende Hermias opnieuw een hypomnema in, ditmaal bij de epistrategos, die op zijn beurt de zaak doorschoof naar de strategos. De epistrategos stond aan het hoofd van een groot deel van Egypte, inclusief de zuidelijke regio van de Thebais en was dus één van de belangrijkste ambtenaren van het land. Maar ook deze poging leidde voor Hermias niet tot het verhoopte resultaat. Tot slot, in de laatste fase, zond Hermias opnieuw een verzoek naar de strategos Hermias, die de zaak op zijn beurt doorverwees naar de epistates van de Perithebaans gouw Herakleides. Dit leidde tot een rechtszaak met op 11 november 117 v.C. het verdict dat de aanklacht van Hermias werd afgewezen. Deze laatste fase is genotuleerd op de papyrus P. Survey 48. De belangrijkste reden waarom de zaak zo lang aansleepte, is voornamelijk omdat de choachieten bij elke poging van Hermias naar de overkant van de Nijl gingen en gewoon wachtten totdat Hermias weer naar zijn garnizoen ging. Tot 119 v.C. kwamen de choachieten zelfs bij geen enkele aanklacht opdagen.

Besluit van het proces

Vooral de laatste fase van het proces is belangrijk voor onze kennis van de werking van het juridische apparaat in Ptolemaeïsch Egypte. De choachieten hadden eigenlijk al van in het begin een advocaat, maar Hermias had er geen tot aan de laatste rechtszaak. In de laatste fase hebben beide advocaten hun pleidooi mogen houden, die zorgvuldig genoteerd werden. Aangezien Hermias geen bewijsstuk kon voorleggen dat hij de rechtmatige eigenaar was, terwijl de choachieten drie koopcontracten als bewijsstukken konden aanvoeren, moest de advocaat van Hermias heel creatief zijn om zijn zaak sterk te maken. Hij verwijst om te beginnen naar de eerste poging van Hermias, waarin hij een rechtszaak aanspande tegen Lobais, een van de mensen die het huis aan de choachieten had verkocht. Lobais had verklaard dat zij het huis niet rechtmatig bezat toen ze het verkocht aan de choachieten. De advocaat van Hermias meldde ook dat de contracten die de choachieten voorlegden (P. Survey 7, 8, 11), niet geregistreerd waren en dus niet rechtsgeldig konden zijn. Hiertegen bracht de advocaat van de choachieten in dat Hermias zelf tijdens die eerste fase had toegegeven dat de verkoop had plaatsgevonden en dat Hermias zich bovendien niet over de huidige eigenaars heen tot één van de verkopers had mogen richten.

Grafstèle van een choachietS. S harpe, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, pl. 57

Grafstèle van een choachiet

Een ander belangrijk argument van de advocaat van Hermias, was dat de choachieten het huis gebruikten om mummies op te slaan vooraleer die begraven werden in de necropool. Volgens Hermias’ advocaat was dit een daad van vervuiling en een schanddaad tegen de goden, want het huis bevond zich dicht bij de dromoi (toegangswegen) van Hera en Demeter. Dit is inderdaad zo volgens het Griekse recht, maar niet volgens het Egyptisch recht, en de choachieten vallen helaas voor Hermias onder het Egyptisch recht. Dit kwam door het koninklijke prostagma (verordening), dat een jaar eerder (in 118 v.C.) werd uitgevaardigd, waardoor de taal van het bewijsmateriaal bepalend werd voor de bevoegdheid van de rechtbank. De advocaat van Hermias had in zijn pleidooi over de opslag van de mummies eveneens een fout gemaakt door de choachieten “taricheutai” te noemen, dat zijn de balsemers, die van lagere rang waren dan de choachieten. Al deze argumenten van Hermias’ advocaat hielden dus weinig steek.

Het laatste argument dat de advocaat van de choachieten aanhaalde, was een prostagma (een koninklijke verordening) over bezit. Zoals vermeld, verklaarde Lobais in de eerste fase dat ze het huis niet rechtmatig in haar bezit had, toen ze het verkocht aan de choachieten. Wel, nu gaf de advocaat van de choachieten aan dat dit “bezit” toch gelegitimeerd werd dankzij dat prostagma over bezit, dat er gekomen was na tijden van burgeroorlog waarin veel onroerend goed zonder eigenaar kwam te staan: in die gevallen kwam het onroerend goed dan in handen van degene die het later in bezit had genomen. De advocaat van de choachieten wees er dan ook op dat zijn cliënten dus niet eens de verkoopcontracten zouden moeten voorleggen, want dat het huis sowieso in hun bezit was, dankzij het prostagma. Bijgevolg werd in het vonnis de aanklacht van Hermias afgewezen en kwam er een einde aan een lange reeks van klachten en processen.

Belang voor de papyrologie

Wat is nu het belang van het proces? Het Hermias-proces heeft hoogstwaarschijnlijk veel publieksaandacht getrokken. Aan de Egyptische kant stond een groep priesters met wie veel mensen die zich wilden laten begraven in de Thebaanse necropool ooit in contact zouden komen, en aan de Griekse kant stond een belangrijke militair. Het is ook interessant om vast te stellen dat Hermias telkens naar een verschillende instantie kon gaan met zijn grieven en verschillende soorten aanklachten door elkaar kon gebruiken. Dankzij het proces hebben we een beter inzicht in de werking van de verscheidene juridische instellingen die tegelijkertijd actief waren in Egypte. Hermias zal hoogstwaarschijnlijk gehoopt hebben op een makkelijke overwinning, aangezien hij als Griekse militair toch veel aanzien had, maar helaas voor hem hadden de autoriteiten alleen oog voor de juridische aspecten van de zaak. Tot slot was het proces zeker ook relevant voor gelijkaardige rechtszaken. Hermias zal ongetwijfeld niet de enige geweest zijn wiens huis was ingepalmd na de grote revolte. We moeten tot slot toch wel toegeven dat Hermias een enorm doorzettingsvermogen had en de choachieten maar een beetje flauwtjes zaten te wachten tot het allemaal voorbij was.

Lees meer

P.W. Pestman, Het archief van de Thebaanse Choachieten 2de eeuw v.Chr., Handboekje en catalogus bij de tentoonstelling ingericht ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het Papyrologisch instituut 21-25 januari 1985, Leiden, 1985.

P.W. Pestman, The archive of the Theban choachytes (second century B.C.): a survey of the Demotic and Greek papyri contained in the archive, Leuven, 1993.

S. S​​harpe, ‘A Tablet in the Museum at York’, Egyptian Inscriptions from the British Museum and Other Sources, 2de ed., Londen, 1855, pl. 57.

S.P. Vleeming, ‘The office of a choachytes in the Theban area’, Hundred-gated Thebes: acts of a colloquium on Thebes and the Theban area in the Graeco-Roman period (P. L. Bat. 27), Leiden, 1995.

 

Coverafbeelding: adaptatie van de foto ‘Architecture Karnak Temple Luxor Travel Egypt’ op de website Max Pixel (CC0 1.0)

Het bericht Het Hermias-proces: de bekendste rechtszaak uit Ptolemaeïsch Egypte van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/10/2018/het-hermias-proces-de-bekendste-rechtszaak-uit-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 1090