Gallia Belgica Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/gallia-belgica/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 05 Feb 2023 23:17:00 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Gallia Belgica Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/gallia-belgica/ 32 32 136391722 “Een volk van bij ons?”: het grondgebied van de Menapii in Gallia Belgica https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2023/een-volk-van-bij-ons-het-grondgebied-van-de-menapii-in-gallia-belgica/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2023/een-volk-van-bij-ons-het-grondgebied-van-de-menapii-in-gallia-belgica/#respond Sun, 05 Feb 2023 18:24:53 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2379 Scène uit de één-reeks 'Het verhaal van Vlaanderen' met de uitroeping van de Menapiër Carausius als keizer

Wie tot voor kort nog nooit van de Menapiërs gehoord had, kan er nu niet meer omheen. In de Eén-reeks ‘Het verhaal van Vlaanderen’ noemt presentator Tom Waes hen meerdere keren, onder andere als geboorteplaats van de “West-Vlaamse” keizer Carausius. Zijn de Menapii werkelijk een volk “van bij ons”? In dit artikel onderzoeken we wat we over deze volksstam en hun grondgebied in Gallia Belgica weten.

Het bericht “Een volk van bij ons?”: het grondgebied van de Menapii in Gallia Belgica van Sien Demuynck verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Scène uit de één-reeks 'Het verhaal van Vlaanderen' met de uitroeping van de Menapiër Carausius als keizer

Wie tot voor kort nog nooit van de Menapiërs gehoord had, kan er nu niet meer omheen. In de Eén-reeks ‘Het verhaal van Vlaanderen’ noemt presentator Tom Waes hen meerdere keren. Hij besteedt ook veel aandacht aan “West-Vlaams” keizer Carausius, “iemand van bij ons”. Hoewel we die titel met een korrel zout moeten nemen, bewoonden de Menapiërs wel degelijk een deel van het huidige België. Maar wie waren die Menapiërs of Menapii precies en wat weten we over hun grondgebied?

Onderzoek

De voorbije decennia nam het aantal archeologische onderzoeken in Vlaanderen serieus toe. Dankzij de luchtfotografie en betere onderzoekstechnieken, kwamen meer en meer historische vindplaatsen aan het licht. De interesse voor de Menapiërs wakkerde aan. Het beeld van afgesloten gemeenschappen werd bijgesteld: de Menapische interactie met de Noordzee én het binnenland bleek veel uitgebreider dan tot nu toe gedacht.

Reconstructie van Gallische hoeve, mogelijk onderdeel van een Menapische nederzetting uit de tijd van Caesar

Eén element wordt in het nieuwe onderzoek echter nooit in vraag gesteld: de grenzen van het gebied van de Menapii, de civitas Menapiorum. De hypotheses hierover dateren uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Ze werden later vrijwel algemeen aanvaard, maar dat blijkt problematisch, want onderzoekers als Siegfried De Laet en Pierre Leman baseerden zich grotendeels op Middeleeuwse bronnen, die we niet zomaar op de Oudheid mogen projecteren. Terug naar het begin dan maar, waarbij we alle mogelijke bronnen over de Menapii samenbrengen en het historisch onderzoek combineren met de archeologie, toponymie en een literatuurstudie. Die synthese leidt tot enkele opvallende vaststellingen en nieuwe inzichten.

Situering

Over het gebied van de Menapii komen we het meest te weten bij de antieke auteurs. Geen beschrijvingen van strakke grenzen, maar wel aanwijzingen voor een geografische situering. Caesar merkt in zijn De Bello Gallico meerdere keren op dat de Menapiërs zich terugtrokken in bossen en moerassen. Hij beschrijft ook hun samenwerking met de Morini, Nervii, Atuatuci en Eburones, de Gallische stammen die de Menapii omringden. Nog belangrijker echter: Caesar leert ons dat de Menapii oorspronkelijk de oevers van de Rijn bewoonden. Door aanhoudende druk van de Usipetes en Tencteri, trokken ze zich terug op de linkeroever en verder naar het zuiden. De Menapii zijn dus immigranten in het Noordzeegebied.

De Gallische stammen en steden, met de buren van de Menapiërs, ten tijde van Julius Caesar

Verder vermelden onder andere Orosius, Strabo en Tacitus de Menapii. Uit hun beschrijvingen weten we dat het Menapisch gebied aan de kust gelegen was. In het westen deelde het een grens met de Morini. Plinius (de Oudere) spreekt ook over de Schelde, een interessante demarcatielijn die later nog aan bod komt. Vanaf de monding van de Schelde woonden volgens hem eerst de Texuandri, dan de Menapii. De bonte variatie aan genoemde stammen en regio’s bij de verschillende auteurs is opvallend. Het mag duidelijk zijn dat het bestaan en het territorium van volkeren dynamisch en veranderlijk was doorheen de oudheid. De Menapii kunnen we op dit moment grofweg situeren in het huidige Noord-Frankrijk, West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen ten westen van de Schelde.

Menapische varkens

Het Menapische varken wordt vandaag ook terug gekweekt, dankzij een samenwerking tussen slagerij ‘Menapii’ en onderzoekers en archeologen van UGent

Zoals vermeld in ‘Het verhaal van Vlaanderen’ worden de Galliërs, en dan specifiek de Menapii, stevig gelinkt aan varkens. In de antieke bronnen vinden we die link terug bij Martialis (1e eeuw n.C.). Hij schrijft:

Cerretana mihi fiat vel missa licebit de Menapis: lauti de petasone vorent
“Laat ze me ham serveren uit het land van de Cerretani of stuur me ham van bij de Menapii: laat fijnproevers de ham verslinden” (Mart. XIII.54)

Blijkbaar was de Menapische ham een bekend product tot in de hoogste kringen en werd hij verhandeld naar Rome. Ook in het ‘Edict van Diocletianus‘ wordt ham van bij de Menapii vermeld. Het lijkt er zelfs op dat de benaming in de loop van de tijd een kwaliteitslabel is geworden. Varkens leven van nature in een bosrijk gebied, wat overeenkomt met de informatie die Caesar ons geeft. Om het vlees tot in Rome te krijgen, moet het goed bewaard kunnen worden én is een handelsnetwerk nodig. En laat dat nu net zijn wat we in een volgende bron lezen.

Zout en handelaars

Votiefaltaar uit Tongeren, waarop een inscriptie de Mun[icipium] Tung[rorum] vermeldt

In Tongeren werd een prachtig votiefaltaar met perfect bewaarde inscriptie opgegraven [TM 209480]. Daarop valt te lezen:

Aan de zeer goede en zeer grote Jupiter en aan de genius van de municipium van de Tungri, Catius Drusus, Menapisch salinator, heeft zijn belofte ingewilligd graag en wel verdiend.

Drusus noemt zichzelf een Menapische zouthandelaar (salinator Menapius), een titel  die we ook lezen in een grafinscriptie uit Rimini [TM 517527]. Naast varkensvlees, lijkt zout dus een belangrijk handelsproduct van de Menapiërs. Dat met die handel goed te verdienen was, bewijst het bewaarde votiefaltaar. Verder blijkt vooral uit de archeologische vondsten dat er een levendige handel bestond zowel tussen de Menapische nederzettingen onderling als met het grotere Romeinse Rijk.

Romeins kader

We weten nu dat de Menapii migreerden van de oevers van de Rijn naar zuidelijker gelegen gebied. Met de komst van Caesar werd de hele regio onder Romeins gezag geplaatst. Hoe sterk de Romeinse invloed lokaal was, is moeilijk te achterhalen. We zien wel dat Menapische handelaars binnen het Rijk rondtrekken met ham en zout en zich uitdrukken in Romeinse inscripties. En er is nog een manier waarop de Menapii zich in het Romeinse kader inpassen: het leger.

De oudste epigrafische vermelding van de Menapii is ook de oudste attestatie van een Menapiër  in het Romeinse leger. Het gaat om het grafopschrift van Adiutor, daterend uit de tweede helft van de 1ste eeuw n.C. en gevonden in Aquileia. Het opschrift vermeldt expliciet de Menapische afkomst van Adiutor en zijn statuut als lid van de civitas Menapiorum. Adiutor maakte deel uit van de cohors I Pannoniorum.

Een militair diploma waarop de ‘cohors I Menapiorum’ vermeld staat

Militaire diploma’s wijzen ook op het bestaan van een Menapische cohorte. Op maar liefst drie exemplaren van zulke diplomata krijgen we een schriftelijk bewijs van de cohors I Menapiorum, gestationeerd in Britannia aan het begin van de 2de eeuw n.C. Daarnaast is er ook de Notitia dignitatum, een administratief werk opgesteld tussen 395 en 430 n.C. Die vermeldt militaire eenheden met het ethnicon ‘Menapii in Thracië en in het westen van het rijk.

Tot slot vinden we ook sporen van die militaire eenheid in het westen. In de ruime omgeving van de Rijn zijn op Romeinse gebakken dakpannen (tegula) militaire stempels teruggevonden die verwijzen naar de Menapii. Het gaat om stempels die allemaal geplaatst zijn in het jaar 369 n.C. in Tabernae, het huidige Rheinzabern, in de provincia Germania Superior. Tabernae viel in de Oudheid onder het gezag van de dux Mogontiacensis, net zoals de Menapische eenheid die vermeld wordt in de Notitia dignitatum.

Nederzettingen

De nederzettingen in het Menapisch gebied kunnen we langs twee wegen bestuderen: aan de hand van antieke reiskaarten enerzijds en op basis van de archeologie anderzijds. De antieke itineraria tonen ons duidelijk de belangrijkste steden en routes. Deze zijn later van belang in het bepalen van de grenzen van het Menapisch gebied.

Antieke wegenkaarten

Voor de Romeinse tijd kunnen we terugvallen op drie geschreven bronnen: het Itinerarium provinciarum Antonini Augusti, de Tabula Peutingeriana en de Notitia Galliarum. Elk afzonderlijk hier bespreken zou ons te ver leiden, daarom houden we het bij een korte samenvatting. In de routebeschrijvingen komen verschillende steden uit Gallia Belgica meermaals voor; die kunnen we als knooppunten beschouwen.

Castellum (Cassel), de hoofdstad van de Menapii, komt voor in drie routes in het Itinerarium:

  1. als tussenstop in de route van Gesoriacum (Boulogne-sur-mer) naar Bagacum (Bavay)
  2. als vertrekpunt van de route naar Turnacum (Tournai of Doornik)
  3. als vertrekpunt van de route naar Colonia (Keulen)

Het Menapisch gebied zoals afgebeeld op de Peutingerkaart

Andere duidelijk aanwezige nederzettingen zijn Viroviacum (Wervik), Pontes Caldis (Escautpont) en Minariacum (Estaires of Stegers). Het valt op dat de grote wegen zich vooral in het zuiden van Gallia Belgica bevinden. Noordelijker, in het huidige Vlaanderen, zullen lokale wegen en waterwegen de overhand gehad hebben. In elk geval is het duidelijk dat de nederzettingen, ook in het Menapisch gebied, wel degelijk met elkaar in contact stonden.

De ‘Mijlpaal van Tongeren’ of ‘Itinerarium van Tongeren’ met daarop de afstanden tussen plaatsen uit Gallia Belgica, Germania Inferior en Germania Superior

Een uitzonderlijk interessante epigrafische bron is de mijlpaal van Tongeren [TM 209478]. Deze achthoekige steen werd gevonden in Tongeren rond 1820 en was vermoedelijk opgesteld op het forum van Atuatuca Tungrorum. Ze is op drie zijden beschreven met plaatsnamen in Gallia Belgica, Germania Inferior en Germania Superior en de afstanden ertussen. Op basis van de taal en het gebruik van leugae als maateenheid dateert de steen vermoedelijk uit het eerste kwart van de 3de eeuw n.C. Interessant voor dit onderzoek is de vermelding van Castellum Menapiorum mét afstand tot ‘Fines Atrabatium’, de grens of het gebied van de Atrebates. Dit is de enige bekende antieke bron die mogelijk verwijst naar een grens tussen de Menapii en deze Keltische stam.

Maar waar ligt die grens nu? Helaas, daarover is onenigheid. Het is zelfs niet helemaal duidelijk of de vermelding naar een specifieke plaats of eerder naar een ruimer gebied verwijst. De bron, de mijlpaal van Tongeren, leert ons dat de ‘Fines Atrebatium‘ op 14 leugae (ca. 30,8 km) van Cassel ligt, in de richting van Nemetacum (Arras). Omdat een reiziger tussen beide steden wel degelijk een grens moet oversteken, hechtten historici toch enorm veel belang aan de vermelding van ‘Fines Atrebatium‘ als plaats.

Voor de locatie van die plaats zijn ook verschillende opties gegeven. Zo is de nederzetting Minariacum een veel beschreven mogelijkheid, hoewel deze plek slechts ongeveer 24 kilometer van Cassel verwijderd is. Een andere mogelijkheid zou Rouge-Croix (Neuve-Chapelle) zijn, gelegen op bijna exact 30 kilometer van Cassel langs een Romeinse weg. De Franse historicus Roland Delmaire verwijst naar een grenssteen die daar in 1123 gestaan zou hebben, maar dat kan onmogelijk iets zeggen over de Oudheid. Tot slot is er het gehucht Fins bij Lille. Het toponiem, mogelijk afgeleid van het Latijnse fines, wijst vermoedelijk op een antieke(?) grens, maar de locatie zelf ligt mogelijk te perifeer om geïdentificeerd te worden met de ‘Fines Atrebatium‘. Verder onderzoek kan hierover mogelijk meer opheldering brengen.

Archeologie

In zowat elke gemeente in België zijn vondsten gedaan uit de Romeinse tijd. Meestal gaat het echter om enkele losse sporen en zijn deze vondsten niet bepalend voor de conclusie van dit onderzoek. Daarom richten we ons op de grotere vindplaatsen die getuigen van bewoning, handel of militaire aanwezigheid. Door de antieke wegenkaarten te combineren met de Digital Atlas of the Roman Empire komen we tot 32 sites. Wat blijkt wanneer we deze sites op kaart uitzetten? Ze situeren zich grotendeels langs drie belangrijke waterlopen: de Noordzee, de Leie en de Schelde.

Overzichtskaart van de types sitesS. Demuynck (2020), p. 173.

Overzichtskaart van de types sites

Aan de kust blijken zich vooral castella te bevinden, zoals die van Oudenburg, Aardenburg en Maldegem-Vake. Deze militaire nederzettingen opgericht tegen invallende migranten waren hoofdzakelijk actief in het laatste kwart van de 2de eeuw en in de 3de eeuw n.C. Er zijn heel wat pottenbakkerstempels gevonden die duiden op contact met het hinterland. De kustregio was een belangrijke verdedigingslinie, maar ook de plek waar zout gewonnen werd. Naast de militaire aanwezigheid was er ook civiele bewoning in onder andere Wenduine en Brugge.

Andere nederzettingen concentreerden zich langs de Leie en de Schelde. Sommige daarvan, zoals Wervik, Kortrijk en Doornik, bestaan tot vandaag. Tegelijk is er een opvallende gelijkenis in het ontstaan en de ondergang van deze nederzettingen. Rond het midden van de 1ste eeuw n.C. en zeker vanaf de Flavische dynastie duiken langs de rivieren meer en meer vaste woonplaatsen op, zoals Ploegsteert, Harelbeke en Kruishoutem. Deze nederzettingen bloeien in de vroege 2de eeuw n.C. met duidelijke sporen van uitbreiding en handel.

Vanaf het jaar 170 n.C. tekent zich een korte periode van stagnatie of verval af, onder andere in Wervik, Kerkhove en Destelbergen. Naast de invallen van de Chauci zijn andere mogelijke oorzaken voor deze terugloop de pestepidemie in 166 n.C., de oorlogen met de Marcomanni (166-180 n.C.) en de opstand van de deserteur Maternus in Gallia in 185-186 n.C. Desalniettemin bleven de meeste nederzettingen een voorspoedig bestaan leiden tot in het midden van de 3de eeuw n.C, toen een crisis het Romeinse Rijk op vele vlakken trof.

Munt gevonden in Londen, geslagen door de Romeinse tegenkeizer Marcus Aurelius Mausaeus Carausius die uit het Menapische gebied afkomstig was

In deze context betreedt Carausius het toneel. De ‘Menapiër’, zoals de Romeinse geschiedschrijver Aurelius Victor hem noemt, liet zich opmerken tijdens de Gallische veldtocht van keizer Maximianus en riep zichzelf in 286 uit tot keizer (van Britannia – waar hij met zijn vloot en legioenen verbleef – en Noord-Gallië). Dat was minder spectaculair dan je misschien zou denken, want hij was lang niet de enige usurpator in de Romeinse Keizertijd en werd enkele jaren later al vermoord. Dat houdt hedendaagse stemmen (zoals te horen in de tweede aflevering van ‘Het verhaal van Vlaanderen’) niet tegen om naar hem te verwijzen als de “West-Vlaamse” keizer, hoewel het Menapische kerngebied (en Carausius dus ook) grotendeels geromaniseerd was in deze periode.

Ondanks de aangetroffen wegen speelde het water een niet te onderschatten rol. Grotere nederzettingen zoals Kerkhove en Tournai konden dankzij hun ligging uitgroeien tot handelscentra, draaiende gehouden door de omliggende villae. De productiecentra ten zuiden van Doornik droegen hier zonder twijfel ook aan bij. Een opsomming van de gevonden opschriften biedt inzicht in de handel in en verspreiding van aardewerk. In de 1ste eeuw n.C. kwam dit hoofdzakelijk uit La Graufesenque (Zuid-Frankrijk).

De daaropvolgende eeuw wordt gekenmerkt door aardewerk uit Lezoux (Centraal-Frankrijk). Vooral in Wervik en Waasmunster zijn deze productiecentra goed vertegenwoordigd. Vanaf het midden van de 2de eeuw n.C vond er een omslag plaats naar aardewerk uit Centraal-Gallië en Germanië. Pottenbakkerstempels uit deze regio’s zijn rijkelijk aanwezig in Wenduine en Brugge. Vondsten van dezelfde stempel op verschillende plaatsen geven duidelijk het contact tussen de nederzettingen weer. Verder onderzoek naar pottenbakkerstempels buiten de civitas Menapiorum zou interessante gegevens kunnen opleveren over het contact tussen de civitates.

De grenzen

De antieke wegenkaarten en de archeologie wijzen op een duidelijke samenhang van het Menapisch gebied. Jammer genoeg weten we op basis hiervan nog altijd weinig over de exacte grenzen van de regio. Daarom is het nodig om de hypotheses van archeologen en historici erbij te betrekken.

Over de westelijke en oostelijke grens, respectievelijk de Aa, de Leie en de Schelde, heerst algemeen consensus. Deze rivieren zouden zowel in de oudheid als in de middeleeuwen een duidelijke demarcatielijn gevormd hebben, hoewel niet onomstotelijk bewezen door de antieke bronnen. Herinner wel Plinius die de Schelde ziet als het begin van een nieuw gebied. De Aa vormt dan weer een van de weinige natuurlijke grenzen op een logische locatie tussen het gebied van de Morini en de Menapii. Het is belangrijk hierbij te beseffen dat waterwegen geen harde grens vormden, maar net een uitnodiging tot handel en uitwisseling.

De bepaling van de grens met de Atrebates in het zuiden ligt moeilijker. In de ruime regio tussen de Leie en de Schelde zijn heel wat kleinere waterlopen te vinden die als demarcatielijn kunnen dienen. Historicus Siegfried De Laet spreekt over de kleine rivier Courant des Coutiches als grens, maar kanalisering en aanleg van grachten zorgt ervoor dat we deze en andere waterlopen niet zonder meer op de Oudheid mogen projecteren. Ook geografische elementen zoals bossen en heuvels – vandaag verdwenen – kunnen een rol gespeeld hebben.

Daarnaast is er de problematiek rond ‘Fines Atrebatium’ op de mijlsteen van Tongeren, die eerder aan bod kwam. De Laet stelt op basis van zijn onderzoek Fins-Lille voor als locatie voor deze plaats, terwijl een andere onderzoeker, Pierre Leman, zich op Neuve-Chapelle richt. Een mogelijke route van de Romeinse weg Estaires-Tournai in dit gebied biedt verdere mogelijkheden om eventuele grenzen te tekenen. Maar we moeten eerlijk zijn: het blijft giswerk.

De zuidelijke grens van de civitas Menapiorum volgens de hypotheses van De Laet, Leman en DerolezS. Demuynck (2020) op basis van Leman (1967), p. 736

De zuidelijke grens van de civitas Menapiorum volgens de hypotheses van De Laet, Leman en Derolez

Het recentere toponymisch onderzoek heeft tot enkele nieuwe argumenten geleid. Interessant zijn de plaatsnamen met het Latijnse element fines, zoals Fines Atrebatium en het gehucht Fins in Lille, eerder aangehaald. In de meest zuidelijke regio van het Menapisch gebied vinden we ook toponiemen zoals Templemars en Famars, en Flines-lez-Râches met een vermeend heiligdom. Deze plaatsnamen wijzen mogelijk op een religieuze zone die gelinkt kan worden aan een grensgebied.

Tot slot draagt het Keltische equoranda, met de betekenis ‘grens van water’ bij aan de bepaling van de grenzen. De plaatsnaam Guéronde-sous-Antoing zou teruggaan op equoranda. Guéronde bevindt zich ten zuidoosten van Doornik op ongeveer een kilometer van de rechteroever van de Schelde. Hier zag onder andere de Belgische archeologe Germaine Faider-Feytmans in het midden van vorige eeuw een bewijs voor de Schelde als grens. Net als bij de waterlopen is het jammer genoeg niet altijd bevestigd dat deze toponiemen tot de Oudheid teruggaan. Alle argumenten en hypotheses in acht genomen, toont onderstaande kaart de momenteel meest waarschijnlijke begrenzing van de civitas Menapiorum.

Vermoedelijke grenzen van de civitas Menapiorum op basis van het gevoerde onderzoek. De stippellijnen wijzen op een onzekere afbakeningS. Demuynck (2020), p. 196.

Vermoedelijke grenzen van de civitas Menapiorum op basis van het gevoerde onderzoek. De stippellijnen wijzen op een onzekere afbakening

Conclusie

De Menapiërs enkel omschrijven als de geboortestam van keizer Carausius doet hen onrecht aan. Dit onderzoek heeft getoond dat ze immigranten in het Noordzeegebied waren die zich vestigden tussen de rivier de Aa in het oosten en de Schelde in het westen. Tijdens de Romeinse overheersing bloeiden hun nederzettingen, productiecentra en handel. De Menapiërs werden al snel bekend als zouthandelaars en geroemd om hun voortreffelijke ham. Een kleine elite schreef zich snel in in het Romeinse kader, terwijl het grootste deel van de bevolking eerder geleidelijk elementen uit de Romeinse cultuur overnam. De archeologische resten leren ons veel over het leven “bij ons” in de Romeinse tijd. Maar de exacte grenzen van het Menapisch gebied? Die laten zich niet zomaar vastleggen. Het is wachten op de vondst van nieuw literair, documentair of archeologisch materiaal om de bestaande hypotheses te bevestigen of weerleggen.

Lees meer

Demuynck, S., De Menapii in Gallia Belgica. Onderzoek naar de grenzen van het Menapisch gebied in de keizertijd, onuitgegeven masterproef, KU Leuven, faculteit Letteren, 2020. (de masterproef is volledig te lezen op de Scriptiebank en een samenvatting en poster zijn te vinden op de website van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis)
Deru, X., La Gaule Belgique, Parijs, 2016.
De Clercq, W., Lokale gemeenschappen in het Imperium Romanum: transformaties in de rurale bewoningsstructuur en de materiële cultuur in de landschappen van het noordelijk deel van de civitas Menapiorum (Provincie Gallia-Belgica, ca. 100 v.Chr. – 400 n.Chr.), Onuitgegeven doctoraatsproefschrift, Universiteit Gent, departement Archeologie, 2009.
Dhaeze, W., ‘In het land van de Menapiërs’, Zeeuws Tijdschrift, 58 (2008), 35-44.
Delmaire, R. en Delmaire, B., ‘Les limites de la cité des Atrébates (nouvelle approche d’un vieux problème)’, Revue du Nord, 72 (1990), 697-735.
Delmaire, R., Etude archéologique de la partie orientale de la cité des Morins (civitas Morinorum) (Memoires de la Commission départementale des monuments historiques de Pas-de-Calais, 16), Arras, 1976.
Leman, P., ‘Aux confins méridionaux de la cité des Ménapiens’, Revue du Nord, 49 (1967), 721-739.
De Laet, S., ‘Les limites des Cités des Ménapiens et des Morins’, Helinium, 1 (1961), 20-34.
Derolez, A., ‘La Cité des Atrébates à l’époque romaine: documents et problèmes’, Revue du Nord, 40 (1958), 505-533.
Faider-Feytmans, G. ‘Les limites de la cité des Nerviens’, L’antiquité classique, 21 (1952), 338-358.

Luister verder

‘Over de vloer’: een (voorlopig) tweedelige podcastreeks door Sien Demuynck over de Romeinse en vroeg-middeleeuwse periode “bij ons”. Op een luchtige en speelse, maar daardoor niet minder wetenschappelijke manier toont Sien dat geschiedenis helemaal niet saai hoeft te zijn. Voor jonge en iets oudere luisteraars, te vinden op SoundCloud.

Coverfoto: scène uit de één-reeks ‘Het verhaal van Vlaanderen’ waarin de Menapiër Carausius wordt uitgeroepen tot keizer (© VRT)

Het bericht “Een volk van bij ons?”: het grondgebied van de Menapii in Gallia Belgica van Sien Demuynck verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2023/een-volk-van-bij-ons-het-grondgebied-van-de-menapii-in-gallia-belgica/feed/ 0 2379
Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/#respond Fri, 12 Apr 2019 15:49:21 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1295 Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de 'Afrikaanse keizer'. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om "fake news", dan wel om een slimme strategie gaat.

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de ‘Afrikaanse keizer’. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om “fake news”, dan wel om een slimme strategie gaat.

In 193 n.C. was het Romeinse Rijk in een diepe crisis verwikkeld. De Praetoriaanse Garde had de heersende keizer, Pertinax, na enkele maanden regering van kant gemaakt, in reactie op diens pogingen om de discipline van de keizerlijke lijfwacht weer op te krikken. De Praetorianen verkochten de keizertitel per opbod: Didius Julianus, eerder nog de prefect van Gallia Belgica, wist de veiling te winnen met een belofte van 25 000 sestertii (ongeveer 1,6 kilogram goud) per soldaat. De Romeinse legioenen die in de provincies gelegerd waren, lieten zo’n schandelijke verkoop echter niet over hun kant gaan en al snel kwamen drie commandanten openlijk in opstand: Clodius Albinus in Britannia, Septimius Severus aan de Donau en Pescennius Niger in het Oosten. Severus marcheerde terstond naar Rome als ‘wreker van Pertinax’. Didius Julianus trachtte nog enige weerstand te bieden, maar werd uiteindelijk, net als zijn voorganger, door de eigen troepen geëxecuteerd. De Senaat in Rome had weinig andere keuze dan Severus’ keizerschap te ratificeren: de nieuwe Severische dynastie was een feit. Na zijn troonsbestijging vocht de kersverse keizer eerst nog een bittere burgeroorlog uit met Pescennius Niger, daarna met zijn co-keizer Clodius Albinus.

Pertinax, Didius Julianus, Pescennius Niger, Clodius Albinus & Septimius Severus; de 5 keizers uit het vijfkeizerjaar 193

De keizerlijke zelfadoptie

Gezien de precaire basis voor zijn macht – militaire staatsgrepen waren op dat moment nog steeds eerder uitzonderlijk in het Romeinse Keizerrijk – diende Septimius Severus op zoek te gaan naar legitimiteit. Hij koos ervoor zichzelf te associëren met het illustere geslacht van de Antonijnen, in het bijzonder met de keizer-filosoof Marcus Aurelius. Deze associatie ging zeer ver. Via een knap staaltje ‘mentale gymnastiek’ adopteerde Septimius Severus zichzelf in 195 n.C. als zoon van Marcus Aurelius, die vijftien jaar eerder overleden was. De gehate Commodus, bekend als de megalomane keizer uit Gladiator, werd, als natuurlijke zoon van Marcus Aurelius, vergoddelijkt, en Caracalla, de oudste zoon van Septimius Severus, kreeg de nieuwe naam Marcus Aurelius Antoninus. Severus’ tijdsgenoten dachten er het hunne van. Zo feliciteerde de senator Auspex de keizer dat hij eindelijk “een vader gevonden had”, een sarcastische opmerking die zinspeelde op de weinig indrukwekkende afstamming van de keizer.

“Zo vader, zo zoon”

De keizerlijke zelfadoptie vond in het bijzonder haar weerslag in de portretkunst. Zowel de standbeelden als de muntportretten van Septimius Severus waren erop gericht de keizer te associëren met Marcus Aurelius. Opvallend is de ‘filosofische baard’ van Marcus Aurelius die ook verschijnt bij het heersersportret van Septimius Severus. De onderstaande munten, respectievelijk geslagen in Alexandrië en Antiochië, tonen enerzijds Septimius Severus, anderzijds Marcus Aurelius. De gelijkenissen tussen de twee portretten zijn dermate groot, dat het zonder muntlegendes quasi onmogelijk zou zijn hen te onderscheiden.

Tetradrachme van Septimius Severus, geslagen in Alexandrië in 195/6 n.C. (CNG, auction 105, lot 614)

Tetradrachme van Marcus Aurelius, geslagen in Antiochië in 176/7 n.C. (CNG, e-auction 379, lot 317)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een knap staaltje beeldmanipulatie? Fake news? Naar onze normen misschien wel, maar Romeinse (keizerlijke) portretten waren er niet noodzakelijk op gericht “de werkelijkheid” weer te geven. Eerder hadden ze een symbolische functie: zowel de stijl als de attributen drukten bepaalde boodschappen uit, bijvoorbeeld dat de keizer een succesvol militair was, dat de keizer op harmonieuze wijze regeerde, et cetera. In dit geval benadrukte het heersersportret van Septimius Severus de – weliswaar fictieve – band met Marcus Aurelius, en hield het portret ook de belofte in dat de keizer naar het voorbeeld van zijn adoptiefvader zou heersen.

Bibliografie

Baharal, D., ‘Portraits of the Emperor L. Septimius Severus (193-211 A.D.) as an Expression of his Propaganda’, Latomus 48, 1989, p. 566-580.

Birley, A., The African Emperor: Septimius Severus, 1971, London.

King, C., ‘Roman Portraiture: Images of Power’, in G. M. Paul & M. Ierardi (eds.), Roman Coins and Public Life under the Empire: E. Togo Salmon Papers II, 1999, p. 123-136.

McCann, A.M., The Portraits of Septimius Severus (A.D. 193–211), 1968, Rome.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Libya 5458 Leptis Magna Luca Galuzzi 2007.jpg’ genomen door Luca Galuzzi – www.galuzzi.it vanop Wikimedia (CC BY-SA 2.5)

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/feed/ 0 1295
Munt van de maand: Happy Days Are Here Again https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/ https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/#respond Tue, 10 Apr 2018 11:33:28 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=825

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Tussen Rome en Amerika

“Happy Days Are Here Again”, zo klonk in 1932 het campagnelied van Franklin Delano Roosevelt, die in 1933 als 32ste president van de Verenigde Staten ingezworen werd. De hoopgevende boodschap van zijn campagne bleek geen leugen te zijn: als crisismanager bij uitstek loodste Roosevelt zijn land zowel door de Grote Depressie als door de Tweede Wereldoorlog. In de ‘Presidential Historians Survey‘ van 2017 verkozen Amerikaanse historici F. D. Roosevelt zelfs tot derde “beste” president in de Amerikaanse geschiedenis.

Menig Romeins keizer heeft getracht een dergelijke populariteit te winnen, en munten vormden hier een dankbaar instrument voor. Quasi iedere Romein – van de keuterboer in Gallia Belgica tot de rijke senator in Africa Proconsularis – kreeg in zijn of haar leven immers munten in de hand. We weten niet zeker wie er in de Keizertijd bepaalde wat er op de munten kwam te staan: hield de keizer zich hier persoonlijk mee bezig of werd deze taak gedelegeerd aan de (munt)administratie? In het tweede geval kon de administratie zo niet alleen de keizer ophemelen bij de bevolking, maar ook in het aanzien van de keizer zelf stijgen door hem te flatteren met nieuwe muntontwerpen. Wellicht lieten sommige keizers zich meer in met monetaire zaken dan anderen, en ligt de waarheid ergens in het midden.

Romeinse broedertwist

De broers Constans en Constantius II waren zonen van de vermaarde Constantijn de Grote (306-337 n.C.), de eerste christelijke Romeinse keizer. Dat christelijke geloof stond geduchte familieruzies alleszins niet in de weg. In ware Game of Thrones-stijl overleefden Constans en Constantius als enigen een bloedige machtsstrijd waarin systematisch de mannelijke nakomelingen van Constantijn uitgeschakeld werden. Tussen de resterende broers heerste evenmin eendracht: Constantius was een Ariaanse ketter, Constans een orthodoxe gelovige. In de jaren ’40 van de 4de eeuw stonden de twee op het punt slaags te raken met elkaar. Oorlog kon echter nipt vermeden worden, en monetaire noden dwongen de broers hun broederlijke twisten opzij te zetten. In 348 n.C. hervormden ze het bronsgeld, dat een geheel nieuwe iconografie en slogan kreeg.

Romeinse Rijk in 348 n.C. Constans heerste over de westelijke gebieden (rood), Constantius II over het oosten (paars)

Conflict aan het oostfront

Één van de nieuwe muntbeelden – zeer bekend onder numismaten – was de zogenaamde ‘falling horseman‘ Op de onderstaande munt is te zien hoe een Romeinse soldaat een vallende ruiter neersteekt, een quasi unieke scène in de Romeinse beeldtaal. De ruiter heeft op dit exemplaar een merkwaardig hoofddeksel op, dat te herkennen valt als een ‘Phrygische muts’. De Romeinen associeerden zo’n muts automatisch met de klederdracht van de Perzen in het Oosten. Het Perzische Rijk stond in 348 n.C. onder het bewind van de dynastie der Sassaniden (224 – 651 n.C.),  die het verzwakte Parthenrijk omtoverde in een geduchte tegenstander voor de Romeinen, en hen regelmatig het leven zuur maakte. De Sassaniden stonden – net als hun Parthische voorgangers – overigens bekend om hun excellente cavalerie. Constantius, die het oostelijke deel van het Romeinse Rijk bestierde, lag regelmatig in conflict met de Sassaniden, veelal met wisselend succes. Dat hield hem – of zijn administratie – alvast niet tegen de situatie aan het oostelijk front op de munten als een groot Romeins succes voor te stellen. De munt ademt als het ware typische Romeinse zelfverzekerdheid uit. Het muntbeeld moet vooral aan Constantius gelinkt worden: Constans kreeg een aantal eigen muntbeelden die meer op zijn politieke situatie in het westen afgestemd waren.

De kwaliteit van het muntbeeld durfde nogal eens variëren. Op de linkse munt gaat het duidelijk om een paard dat valt met zijn ruiter

op de rechtse munt lijkt het paard eerder op een gemutileerde krokodil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het verbindende element bij uitstek tussen de verschillende muntbeelden van de hervorming van 348 n.C. was de sloganeske keerzijdelegende FEL TEMP REPARATIO. Wellicht moeten we dit lezen als FEL(icium) TEMP(orum) REPARATIO, wat zoveel betekent als “Het herstel van gelukkige tijden”, of zoals één numismaat het vlotter vertaalde, “Happy Days are Here Again”. Constans en Constantius waren uiteraard de architecten van dat herstel. Om het Romeinse Rijk weer “groot” te maken, was de vernietiging of onderwerping van “barbaren” een belangrijke voorwaarde. Voor de meeste Romeinen was de enige goede barbaar immers een dode of tot slaaf gemaakte barbaar. Niet toevallig was vernietiging of onderwerping van barbaren (Perzisch, Gotisch, Frankisch, of iets anders) een geliefd thema voor munttypes. In onze tijd kunnen we maar afwachten of bepaalde potentaten een gelijkaardige oorlogszuchtige koers zullen varen om hun land “groot” te maken.

Lees meer

KENT, J.C.P., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 7 (1976), 83–90.

KRAFT, K., ‘Die Taten des Kaiser Constans und Constantius II’, Jahrbuch für Numismatik und Geldgeschichte, 9 (1958), 141-186.

LEVICK, B., ‘Propaganda and the Imperial Coinage’, Antichthon, 16 (1981), 104-116.

MATTINGLY, H., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 13 (1933), 182-202.

PORTMANN, W.‚ ‘Die politische Krise zwischen den Kaisern Constantius II. und Constans’, Historia, 48 (1999), 301-329.

Presidential Historians Survey 2017 (https://www.cspan.org/presidentsurvey2017/?page=methodology). Geraadpleegd op 27/03/2018.

VANEERDEWEGH, N., ‘Fel Temp Reparatio: image, audience and meaning in the mid-4th century’, Revue Belge de Numismatique et de Sigillographie, 163 (2017), 143-166.

Coverfoto: adaptatie van foto “Yalta Conference (Churchill, Roosevelt, Stalin)” op Wikimedia (Public Domain) met ‘Falling Horseman’-munt uit Aquileia van de American Numismatic Society (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/feed/ 0 825