fluit Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/fluit/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 21 Apr 2021 09:53:22 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png fluit Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/fluit/ 32 32 136391722 Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949
Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/#respond Sat, 23 Jan 2021 15:47:28 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1793

Rijke Grieken konden goed hun geld en roem verdienen met muziek, terwijl andere types muzikanten in Ptolemaeïsch en Romeins Egypte minder kans hadden om hun talenten in de verf te zetten, zoals de provinciale muzikanten. Dankzij bewaarde papyri is het toch mogelijk om een analyse te maken van het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte.

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Heel wat onderzoekers bogen zich de laatste decennia over muziek en muzikanten in de Oudheid, waarbij ze voornamelijk focusten op muzikanten in het antieke Griekenland en Rome. De faraonische periode in Egypte wordt in mindere mate bestudeerd, en Ptolemaeïsch en Romeins Egypte (Grieks-Romeins Egypte) zit al helemaal in het verdomhoekje. Nochtans bevatten een aantal Griekse papyri uit die periode informatie over de Oudheid die elders niet voorhanden is. Een studie naar muzikanten in Grieks-Romeins Egypte kan daarom onze kennis over de Griekse wereld aanvullen, maar is an sich ook een boeiend onderwerp.

Muzikanten vormden een specifieke beroepscategorie in Grieks-Romeins Egypte. De grote diversiteit in muzikanten en instrumenten in die periode wijst erop dat muziek alomtegenwoordig was in verschillende domeinen en lagen van de antieke samenleving. Zo werden offers voor de goden gebracht onder muzikale begeleiding, marcheerden infanteriesoldaten op het ritme van fluitmuziek, verlichtten andere muzikanten het werk van plukkers tijdens de druivenoogst, enzovoort. Muziek, vaak in combinatie met dans, kwam je uiteraard ook tegen op de talrijke dorpsfestivals in de Egyptische chora.

Scène uit een Romeinse mozaïek met twee druivenpletters en een fluitspeler (rechts) uit de 3de eeuw n.C.

Muziek in Ptolemaeïsch Egypte

Bepaalde mannelijke leden van de rijke Griekse elite lieten zich in Ptolemaeïsch Egypte in met muziek. Dat gebeurde al van kindsbeen af (ca. 12 jaar of jonger) en op een intensieve manier. Dergelijke jongens deden de “muziekmicrobe” waarschijnlijk op tijdens hun algemene vorming in de gymnasia, want dit vormde een belangrijk onderdeel van hun basisopleiding. Nadien zochten ze een muziekmeester (hoogstwaarschijnlijk zelf een ex-muzikant) die hen tijdens de vele trainingsuren kon begeleiden. Die vroege voorbereiding had als doel om op latere leeftijd uit te blinken op (inter)nationale muziekwedstrijden tijdens sacrale festivals in de toenmalige Griekse wereld. Muzikanten die schitterden tijdens die wedstrijden konden in sommige gevallen genieten van een grote naambekendheid in (een deel van) de antieke Griekse wereld, belastingprivileges verkrijgen en een fortuin verwerven.

De bekendste wedstrijden speelden zich af in Griekenland, met de Pythische Spelen in Delphi als absolute topper voor muzikanten. Koning Ptolemaios II riep in Egypte soortgelijke festivals in het leven (onder meer de Ptolemaia en Basileia) die gemodelleerd waren naar de oude Griekse festivals met sport- en muziekwedstrijden. Hij noemde ze ‘isolympische spelen’ en stuurde boodschappers naar verschillende Griekse steden om zijn spelen te promoten. De steden werden gevraagd om hun potentiële winnaars op dezelfde wijze te belonen en te behandelen als winnaars van de Olympische Spelen (in CID 4.40 [TM 813992]). Toch evenaarden de Ptolemaia nooit de grote Griekse spelen en zijn ze in Egypte voor de laatste keer in 211-210 v.C. geattesteerd.

Om de diversiteit tussen verschillende types muzikanten aan te tonen volgen hieronder twee casestudy’s. Ten eerste staan we even stil bij het leven van Herakleotes, een jonge Griekse kitharôde. Hij staat model voor het leven van een wedstrijdmuzikant die uit een rijker, Grieks milieu kwam. Dergelijke artiesten hadden soms een jarenlange voorbereiding achter de kiezen om zich klaar te stomen voor een belangrijke wedstrijd. Het niveau van professionalisering lag hoogstwaarschijnlijk bijzonder hoog. Het bestaan van ‘provinciale muzikanten’ toont aan dat het beroep muzikant niet enkel was weggelegd voor welgestelden in Romeins Egypte. Dit type muzikanten verenigde zich in groepen en bood entertainment aan op lokale dorpsfestivals in plaats van op te treden op grote muziekwedstrijden.

Herakleotes: tonnen ambitie, maar geen middelen

Roodfigurige vaas met afbeelding van een jongeman die de kithara bespeelt (ca. 490 v.C.)

In het bekende papyrusarchief van Zenon, komen drie teksten voor die een Griekse jongeman uit de 3de eeuw v.C. schreef (P. Cairo Zen. 3 59440 [TM 1080], PSI 9 1011 [TM 2448] en P. Lond. 7 2017 [TM 1579]). Zijn naam was Herakleotes en hij was een van de Griekse inwoners van het dorpje Philadelpheia in de Fajoem. Uit de drie verzoekschriften (hypomnèmata of memoranda) die hij richtte aan Zenon, zijn we deels ingelicht over de moeilijke situatie waarin hij verkeerde. Herakleotes zat namelijk midden in zijn opleiding tot professionele kitharôde (κιθαρῳδός) – een type muzikant dat liederen zong en zichzelf daarbij begeleidde op de kithara (κιθάρα), een hoogwaardig snaarinstrument – toen het noodlot voor hem toesloeg. Zijn muziekleerkracht Demeas, tevens hoofd van het lokale gymnasion, overleed terwijl hij Herakleotes nog twee jaar had moeten opleiden. Dat de band tussen leerling en leerkracht sterk was (misschien was Herakleotes zelfs geadopteerd door zijn muziekleerkracht), bewees Demeas’ testament waarin de jongeman opgenomen was. Het maakte van Herakleotes de erfgenaam van Demeas’ muziekinstrument, hoogstwaarschijnlijk een kithara van uitmuntende kwaliteit. In zijn memoranda kaartte de jonge muzikant aan dat hij als rechtmatige erfgenaam nog steeds niets gezien had van zijn beloofde erfenis. Sterker nog, de kithara was zelfs niet opgenomen in een inventaris van Demeas’ spullen die na zijn dood was opgesteld en leek dus spoorloos verdwenen. Herakleotes achterhaalde voor het schrijven van een volgend memorandum dat Demeas’ kithara zich bij een zekere Hiëron bevond. Het instrument diende als onderpand met een waarde van 105 drachmen. Daaruit kan afgeleid worden dat de kostprijs van een nieuwe kithara veel hoger lag en dus uitsluitend aangekocht kon worden door rijke Grieken uit de elite. Bijgevolg waren alleen de rijkste (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die de financiële middelen hadden, in staat om zich te professionaliseren op een hoogstaand niveau.

Hieronder volgt de vertaling van een van de drie memoranda (P. Lond. 7 2017 [TM 1579]) die Herakleotes aan zijn voogden Zenon en Nestos schreef en waarin hij op een beleefde, maar wel wanhopige toon, beterschap voor zijn toestand hoopte te verkrijgen.

Memorandum van Herakleotes aan Zenon en Nestos, mijn aangewezen voogden.
Ik heb u al drie memoranda bezorgd met de volgende vraag: mijn leraar Demeas heeft bij testament voor mij bepaald dat voor mijn onderhoud moet worden gezorgd en dat ik alles moet krijgen wat een gentleman (vrij man) nodig heeft om zich te oefenen in het citherspel, totdat ik kan optreden in de wedstrijd. U geeft me elke maand drie drachmen en vier en een halve obool voor vlees, drie drachmen en drie chalkoi voor olie, twee drachmen en een halve obool voor vis, zeven en een halve chous wijn. Ik heb u gezegd dat dit niet voldoende is voor mij om te oefenen en u gevraagd mij omwille van Demeas en uit eerlijkheid, een maandelijkse uitkering te geven van zeven drachmen en drie obolen voor vlees, zes drachmen en zes chalkoi voor olie, zeven drachmen en drie obolen voor vis en vijftien choës wijn. Maar u hebt helemaal niet gereageerd op mijn memoranda.
Daarom vraag ik u nog een keer om mijn instrument terug te geven, dat me bij testament werd nagelaten en dat nu in het bezit is van Hiëron, of om een ander evenwaardig instrument te kopen en het mij te geven. Zo zal ik kunnen oefenen en deelnemen aan de wedstrijd, anders zal ik achterstand oplopen omdat ik geen instrument heb. En ik vraag u ook mij al het nodige te geven, zoals ik het schrijf in mijn memorandum en zoals het testament bepaalt, tot ik kan optreden in de wedstrijd. Als u dat niet wilt doen, vraag ik u mij voor twee jaar de overeenkomstige maandelijkse som te geven, zodat ik voor mezelf kan zorgen, een manager kan vinden en kan deelnemen aan de wedstrijden die de koning uitschrijft. Zo zal ik hier niet verkommeren, maar in staat zijn mezelf te helpen.
Vaarwel. Jaar 6 van de maand […]

(CLARYSSE, W. en VANDORPE, K., Zenon: Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990, p. 60-61).

Dit verzoekschrift behandelt opnieuw de vraag naar Demeas’ instrument, maar toont daarnaast aan dat Herakleotes maandelijkse voedseltoelagen ontving, maar er niet tevreden mee was. Het geld zou volgens de papyrus besteed worden aan olie, wijn, vlees en vis. Achter de keuze voor die specifieke voedingswaren kunnen we waarschijnlijk meer afleiden dan enkel het lievelingseten van de jonge Griek. Zo is geweten uit literaire bronnen dat bepaalde muzikanten in de Griekse wereld er een specifiek dieet op nahielden, omdat ze geloofden dat sommige voedingswaren een positief effect hadden op hun muziekspel. Zo komen vis (paling) en vlees bijvoorbeeld terug in de werken van Athenaeus van Naukratis (Deipnosophistae, 14.623C) en Plutarchus (De gloria Atheniensium, 6) als middeltjes die de adem konden versterken en de stem krachtiger konden maken. Uiteraard kwam dat goed van pas als kitharôde in opleiding. Dit memorandum is dus mogelijk de enige documentaire bron die dat gebruik uit literaire bronnen kan bevestigen.

De Romeinse geschiedschrijver Suetonius geeft in zijn keizersbiografieën een ander voorbeeld van een strikt dieet voor artiesten. In zijn beschrijving van keizer Nero vermeldde hij hoe Nero zelf de ambitie koesterde om een bekend artiest te worden en wat hij er voor over had om die droom te laten uitkomen. Hij zou zichzelf allerlei voedingsvoorschriften opgelegd hebben, dronk cocktails die het braken stimuleerden en liep een hele tijd rond met loden borstplaten die zijn longinhoud en zangstem moesten versterken (De vita Caesarum, Nero 20).

Hoewel Herakleotes met zijn acht drachmen en vijf obolen per maand over een groter budget beschikte om te spenderen aan voedsel dan toenmalige landarbeiders, hoopte hij via zijn verzoekschriften het maandelijkse bedrag ruim te verdubbelen.

Voeding

Gekregen toelage

Gewenste toelage

Vlees

3 drachmen, 4 obolen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Olie

[3] drachmen & 3 chalkoi

6 drachmen & 6 chalkoi

Ὄψον (vis)

2 drachmen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Wijn

7,5 choës

15 choës

TOTAAL

8 drachmen, 5 obolen, 3 chalkoi & 7,5 choës

21 drachmen, 6 chalkoi & 15 choës

Tabel met overzicht van de maandelijkse toelagen van Herakleotes en zijn gewenste toelage voor vlees, olie, vis en wijn.

De reden waarom Herakleotes telkens opnieuw hamerde op het terugkrijgen van het instrument (of een nieuw instrument van dezelfde goede kwaliteit) en zichzelf hoogstwaarschijnlijk voedde met stemversterkende middeltjes lezen we in de voorlaatste regel van het verzoekschrift: “Zodat hij zou kunnen deelnemen aan de wedstrijd die de koning had uitgeschreven”. De jonge kitharôde was dus van plan om binnen twee jaar deel te nemen aan een grote muziekwedstrijd op een sacraal festival in Egypte. Het is helaas onduidelijk of het om de Basileia of Ptolemaia ging. Een van zijn grootste angsten lezen we ook in de papyrus, namelijk dat hij een achterstand zou oplopen op de andere deelnemers omdat hij niet beschikte over een instrument waarop hij dagelijks kon oefenen. Zijn dossier toont aan dat de voorbereidingen voor een dergelijke muziekwedstrijd al zeer vroeg aanvatten en verduidelijkt opnieuw het professionalisme dat door de artiesten aan de dag werd gelegd.

De afloop van het verhaal van de jonge muzikant is helaas niet overgeleverd. Of hij ooit uitgroeide tot een succesvol kitharôde en fortuin verwierf, weten we evenmin. Zijn verhaal is waarschijnlijk wel exemplarisch voor de inspanningen die jonge Grieken in Egypte moesten leveren om het te schoppen tot professionele muzikant. Ze hadden een flinke portie motivatie (om dagelijks te trainen), discipline (zich houden aan de juiste voedingsvoorwaarden), begeleiding (een goede leermeester die hen de kneepjes van het vak moest bijbrengen en een mentorfunctie vervulde) en vooral een groot budget nodig (om het dure concertinstrument, de levensmiddelen en het loon van hun trainer te financieren).

Provinciale muzikanten in Romeins Egypte

Niet alle muzikanten in Grieks-Romeins Egypte hadden de mogelijkheid om zich evenzeer te professionaliseren als de rijke Griekse elite en deel te nemen aan muziekwedstrijden. Dat wil daarom niet zeggen dat enkel rijke personen het beroep van muzikant konden uitoefenen. Het werd uitgeoefend door mensen uit verschillende sociale lagen van de antieke samenleving. Zo bestond er bijvoorbeeld een middenklasse onder de muzikanten waarover meerdere details bekend zijn. Die informatie hebben we te danken aan een twintigtal (deels) bewaarde juridische documentaire bronnen (contracten) die de muzikanten afsloten met particulieren (bijvoorbeeld P. Oxy. 10 1275 [TM 31729], P. Oxy. 74 5014 [TM 128320], P. L. Bat. 6 54 [TM 10761], P. Flor. 1 74 [TM 23578]).

Daarnaast bestaan er nog enkele gelijkaardige contracten die afgesloten werden door dansers of danseressen of andere types van artiesten (bijvoorbeeld P. Corn. 9 [TM 10609] en BGU 7 1648 [TM 27600]). De documenten laten zien dat bepaalde muzikanten zich verenigden in ensembles en rondtrokken in hun eigen gouw of provincie om lokale dorpsfestivals tegen betaling op te vrolijken met hun muziek. Dat gebeurde voornamelijk in de Romeinse periode, hoewel er mogelijk precedenten waren in de Ptolemaeïsche periode (P. Hib. 1 54 [TM 8204], P. Oxy. 4 731 [TM 20431] en CPR 18 1 [TM 7760]). Hun beperkte actieradius (voornamelijk binnen hun eigen gouw/provincie) leverde hen de bijnaam ‘provinciale muzikanten’ in het huidige onderzoek op.

De contracten bieden informatie over de werkgevers, de muzikanten zelf (auleten waren muzikanten die de aulos bespeelden, een typisch Grieks blaasinstrument, en dat type muzikanten komt in papyri het vaakst voor) en de interne hiërarchie, de duur van de voorziene arbeid, de uitbetaling van de artiesten (een krotalistria was bijvoorbeeld een vrouwelijke danseres die een soort castagnetten hanteerde terwijl ze danste), de regeling van hun transport naar het dorp, hun bezittingen, enzovoort. Onderstaande vertaling van een 3de-eeuwse papyrus uit Oxyrhynchus (P. Oxy. 34 2721 [TM 16593]) kan dienen als pars pro toto wegens de grote uniformiteit van de contracten:

Zijn onderling overeengekomen, Aurelios Ptollion, zoon van Barbaros, en Heras, zoon van Heras, beiden burgemeester van de mannen die feest vieren in het dorp Nesmeimis, en anderzijds Antinoos, zoon van Hermias, eerste auleet en aan het hoofd geplaatst van drie auleten en een krotalistria:
Ptollion en de anderen huurden Antinoos in met zijn volledige compagnie om op te treden voor de mannen die feesten op een festival van vier dagen vanaf de elfde van de volgende maand van Hathyr van dit jaar, voor een dagelijks salaris van 50 drachmen, 12 paren brood, twee kotylai radijsolie, behalve degene die voor verlichting dient, en een rantsoen, en de gebruikelijke diensten, en, voor alle dagen een keramion wijn, alle waren zijn puur.
In verband met hun salaris. Antinoos krijgt hier als voorschot 20 drachmen, en ze (Aurelios en Heras) zullen hem en de anderen transporteren met drie ezels, behalve bij overmacht, van de Oxyrhynchitische gouw. Ze zullen hen brengen naar het dorp en hen een veilige en stille accommodatie aanbieden, en na de vier dagen, nadat ze tevreden zijn met hun salarissen en de fooien, in totaal en verplicht, zullen ze hen transporteren op de vijftiende naar dezelfde Oxyrhynchites met eenzelfde aantal ezels, drie, gezond en wel.
Antinoos van zijn kant stemt in met alle vastgestelde bepalingen hierboven. De wederzijdse overeenkomst, opgemaakt in twee exemplaren is geldig.
Het veertiende jaar van de keizer Marcus Aurelius Severus Alexander, Pius, Felix, Augustus, de dertiende Phaophi.

Deze juridische documenten laten zien dat het contract vaak onderhandeld werd tussen twee partijen. De eerste partij was die van de werkgever, die de muzikanten inhuurde. In sommige gevallen was dat een van de prostatai (προστάται: dorpsautoriteiten) van de kleine kômai (κῶμαι: dorpjes) op het Egyptische platteland. Toch konden het ook gewoon (rijke) particulieren of leden van een lokale dorpsvereniging zijn die een beroep deden op de kunsten van de muzikanten. De andere partij in de contracten, die de muzikanten of artiesten vertegenwoordigde, was vaak de prôtaulès (πρωταύλης: eerste auleet of fluitspeler, hoofdauleet) en/of proestôs (προεστώς: leidinggevende of letterlijk “aan het hoofd geplaatste”). In sommige papyri ontving de hoofdauleet ook een voorschot, dat hij waarschijnlijk volledig in eigen zak kon steken.

Roodfigurige vaas met afbeelding van een vrouwelijke auleet (ca. 480 v.C.)

De betaling voor het hele orkest was steeds tweeledig. Naast een goed salaris, uitbetaald in drachmen, ontvingen ze levensmiddelen (olie, wijn en brood) voor de tijd die ze spendeerden in het dorp. Vaak kregen ze daar ook een verblijfplaats aangeboden. Helaas zwijgen de papyri over hoe het geld nadien verdeeld werd. Kregen alle leden van de compagnie hetzelfde salaris, of hadden bepaalde muzikanten recht op meer vergoeding dan anderen? Een aparte clausule in het contract toont dat de werkgevers ezels (en waarschijnlijk een soort escorte) ter beschikking stelden om de muzikanten te helpen met hun transport (van en) naar het dorp. Dat was geen overbodige luxe, want de dure instrumenten en de goede uitbetaling van hun loon maakten hen hoogstwaarschijnlijk tot een geliefd doelwit voor dieven.

Helaas roepen de contracten meer vragen op dan dat ze ons antwoorden verschaffen. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de rekrutering van dergelijke artiesten gebeurde en of ze een formele opleiding hadden genoten. Daarnaast is er het hierboven besproken probleem van de betaling. Wie kreeg welk deel van de uitbetaling en verdeelde de prôtaulès het geld? De ambulante ensembles leken dus op korte termijn heel wat geld te kunnen verdienen, maar het is onduidelijk of dit een fulltime bezigheid was.

Lees meer

Bélis, A., ‘Les termes grecs et latins désignant des spécialités musicales’, Revue de Philologie de Litterature et d’Histoire anciennes 62 (1988), p. 227-250.
Bélis, A., Les musiciens dans l’antiquité, Parijs, 1999.
Bélis, A., ‘Contrats et engagements de musiciens et d’artistes transmis par des papyrus grecs’, p. 149-157 in Emerit (ed.), Le statut du musician dans la méditerranée ancienne: Égypte, Mésopotamie, Grèce, Rome, Parijs, 2013.
Manniche, L., Music and musicians in ancient Egypt, Londen, 1991.
Power, T., The culture of kitharôidia, Cambridge, Massachusetts en Londen, 2010.
Vandoni, M., Feste pubbliche e private nei documenti greci, Milaan, 1964, n° 14-27.

Coverafbeelding: adaptatie van de flyer van de tentoonstelling ‘Sounds of Roman Egypt’ in het UCL Petrie Museum (22 januari-22 april 2019) (CC BY-SA 3.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1793