Capri Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/capri/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 23 Oct 2021 15:52:01 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Capri Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/capri/ 32 32 136391722 Woord met een historie: sartago https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/#respond Sat, 09 Oct 2021 15:50:53 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=124

In onze reeks 'Woorden met een Historie' gaan we op zoek naar de geschiedenis van een antiek woord. Het Latijnse 'sartago' is zo'n term die in de Oudheid werd gebruikt in verschillende betekenissen, de meeste verbonden aan de oorspronkelijke betekenis van het keukengerei. Toch leefde dit woord nog verder in verschillende werelden: van een (christelijke) interpretatie bij de kerkvaders tot een lokale legende van een Portugees dorp.

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Nu de herfst is begonnen en het weer wat kouder is, kan een lekker stoofpotje wel eens smaken. Stoofvlees met een Belgisch bier, Gentse waterzooi of een stoofpotje van wintergroenten, allemaal gerechten die de moeite zijn om je braadpan boven te halen, iets wat de Grieken en Romeinen ook al deden. Onder andere de Latijnse term ‘sartago‘ werd gebruikt om zo’n koekenpan aan te duiden, maar dat was niet de enige betekenis van dat historische woord.

Geschiedenis en betekenissen

Al in Mesopotamië werden koperen braadpannen gebruikt, en dat keukengerei verspreidde zich nadien ook naar de Egyptenaren, Grieken en Romeinen. Bij de oude Grieken werden deze koekenpannen aangeduid met het woord tagènon, de Romeinen gebruikten de termen patella of sartago. Zulke braadpannen werden gebruikt in heel het Romeinse Rijk (zoals het voorbeeld van de coverafbeelding, daterend uit de 3de uit een opgraving in het Welshe Caerleon, waar een Romeins fort lag) en leken ook uitermate geschikt voor gebruik tijdens een militaire campagne, hoewel daarvoor het archeologische bewijs ontbreekt.

Een Cycladische “koekenpan” met spiraalvormige decoratie van sterren, gemaakt omstreeks 2800-2500 v.C. en bewaard in het Archeologisch Museum van Naxos

Letterlijk betekent sartago dus ‘braadpan’, maar in de uitdrukking “sartago loquendi”, die we bij de Romeinse satirendichter Aules Persius Flaccus (34 – 62 n.C.) aantreffen, betekent het “een hutsepot van spreken” en dus “wartaal”. In Persius eerste satire (vers 79 e.v.) lezen we immers het volgende:

Hos pueris monitus patres infundere lippos
cum videas, quaerisne unde haec sartago loquendi
venerit in linguas, […]?

Wanneer je vaders deze raadgevingen in de oren van hun kinderen ziet gieten, vraag je je dan af vanwaar die hutsepot van taal op hun tong komt?

Koperen braadpan uit de 5de-4de eeuw v.C., gevonden in Thessaloniki

De term wordt ook gebruikt in de eigenlijke betekenis van braadpan. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de Vulgaatvertaling van Leviticus 7:9:

Et omne sacrificium similae quod coquitur in clibano et quicquid in craticula vel in sartagine praeparatur eius erit sacerdotis a quo offertur.

En elk graanoffer dat wordt gebakken in een oven en al wat wordt bereid op een rooster of in een pan zal toebehoren aan de priester door wie het geofferd wordt.

Martelinstrument

Deze braadpannen werden blijkbaar ook gebruikt als martelinstrumenten (een verhitte pan en wat verbeelding van de lezer behoeven geen verdere uitleg). Daarom is het ook niet verwonderlijk dat we de sartago, zij het niet als martelwerktuig, ook tegenkomen in de volgende passage uit de Satiren van Decimus Iunius Iuvenalis (ca. 60 – tussen 133 en 140 n.C.), nota bene in dezelfde tiende satire waaruit ook de fameuze uitspraken “panem et circenses” (“brood en spelen”) en “mens sana in corpore sano” (“een gezonde geest in een gezond lichaam”) te vinden zijn. In deze passage heeft Juvenalis het over de ijdelheid van macht en status en gebruikt hij Lucius Aelius Seianus als voorbeeld. Tijdens de regeerperiode van keizer Tiberius had die immers een grote invloed, zeker toen Tiberius zich vanaf 26 n.C. op het eiland Capri terugtrok. Sejanus vervulde de facto enige jaren de rol van heerser over het gehele Romeinse rijk. In 31 n.C. viel hij echter plotseling in ongenade, net op het moment dat hij tot consul was verkozen:

iam strident ignes, iam follibus atque caminis
ardet adoratum populo caput et crepat ingens
Seianus, deinde ex facie toto orbe secunda
fiunt urceoli pelves sartago matellae.
pone domi laurus, duc in Capitolia magnum
cretatumque bovem! Seianus ducitur unco
spectandus, gaudent omnes: ‘quae labra, quis illi
vultus erat! numquam, si quid mihi credis, amavi
hunc hominem.’ ‘Sed quo cecidit sub crimine? quisnam
delator? quibus indicibus, quo teste probavit?’
‘ nil horum; verbosa et grandis epistula venit
a Capreis.’ ‘bene habet, nil plus interrogo.’ […]

(Juvenalis, Sat. X, 63)

Het vuur loeit al, door blaasbalgen en ovens brandt dat door het volk zo beminde hoofd al en knettert de grote Seianus, en vervolgens wordt dat gezicht, dat in de hele wereld op de tweede plaats kwam (sc. na de keizer) veranderd in kruikjes en schalen en potten en pannen. Versier je huis met laurier, leid een grote witgekrijte stier naar het Capitool! Seianus wordt in het openbaar aan een haak voortgetrokken, iedereen viert feest: ‘Zie zijn lippen, zie zijn gezicht! Nooit, geloof me maar, vond ik die vent sympathiek.’ ‘Maar door welke misdaad kwam hij ten val? Wie was de aanbrenger? Met welke bewijzen, door welke getuige werd hij veroordeeld?’ ‘Niets van dat alles: er kwam een lange en pompeuze brief uit Capri.’ ‘Dan is het goed, dan vraag ik niets meer.’ […]

Braadpannen en bisschoppen

Nog een voorbeeld van een (slechts gedeeltelijk) bewaarde Romeinse koperen braadpan zonder handgreep, gevonden in het Britse Colchester

Voor een meer “wetenschappelijke” benadering wenden we ons tot Isidorus van Sevilla (560 – 636 n.C.), de aartsbisschop van Sevilla en auteur van de Etymologiae, een soort van encyclopedie avant la lettre. Om die reden geldt hij ook als de beschermheilige van het internet. Hij vermeldt de sartago in een passage die gaat over keukengerei en potten en pannen (vasa coquinaria) en in dit geval waagt hij zich aan een etymologie in de hedendaagse betekenis van het woord: hij verklaart het als een klanknabootsing of onomatopee.

Sartago ab strepitu sonus vocata quando ardet in ea oleum.

(Isidorus Hispalensis, Etymologiae XX, VIII)

De “sartago” wordt zo genoemd door het geluid die ze maakt wanneer er olie in brandt.

Het bekendste – en figuurlijke – gebruik van het woord sartago vinden we echter in de Confessiones (Belijdenissen) van de kerkvader Augustinus van Hippo (354 – 430 n.C.). Hij begint het derde boek van de Belijdenissen als volgt, met een woordspel op Carthago – sartago: “Veni Carthaginem, et circumstrepebat me undique sartago flagitiosorum amorum”. Of vrij vertaald: “Ik ging naar Carthago [om er te studeren] en langs alle kanten omringde me een heksenketel van losbandige liefdesavontuurtjes.” Niet exact wat we als moderne lezer verwachten van iemand die later bisschop zou worden en zelfs heiligverklaard werd, maar de normen van de Kerk waren toen anders. Vóór zijn priesterwijding had Augustinus immers een langdurige vaste relatie met een slavin en ze hadden zelfs een kind samen. Een huwelijk was uitgesloten, omdat een vrijgeborene zoals Augustinus niet kon trouwen met een slavin, maar de Kerk keurde dit soort relaties niet af zolang ze maar monogaam waren. Ten tijde van Augustinus moest een priester bovendien pas na zijn wijding celibatair leven. Als hij daarvoor al getrouwd was, werd er verwacht dat man en vrouw voortaan “als broeder en zuster” zouden samenleven.

Sartago en de legende van Sertã

Wapenschild van Sertã met Latijnse spreuk

Een andere opvallende en veel minder bekende tekst waarin onze koekenpan opduikt, is in de wapenspreuk van het Portugese dorp Sertã (of in het Latijn: Sartago). Het – allitererende – opschrift is het volgende:

Sartago Sternit Sartagine Hostes.

Serta vloert zijn vijanden met een koekenpan.

Dit is een verwijzing naar een legende rond de stichting van Sertã. Die legende schrijft de bouw van het kasteel van Sertã toe aan een historische Romeinse figuur en dateert uit de 1ste eeuw v.C. Quintus Sertorius, een Romeinse politicus en generaal die in 83 v.C. verbannen was om politieke redenen, ontketende een opstand waarbij hij de volkeren van het Iberisch schiereiland leidde tegen de legers van de Romeinse Republiek, onder leiding van Pompeius. Omstreeks 80 v.C. vluchtte Sertorius naar het Iberisch schiereiland en sloot zich aan bij Lusitaniërs, een volk dat grofweg het grondgebied van het huidige Portugal bewoonde.

Volgens de legende was er tijdens de strijd die plaatsvond voor de verovering van Lusitania, een Romeinse aanval op het kasteel, waarbij de leider omkwam. Toen ze het nieuws hoorde en zich realiseerde dat de vijand de muren bereikte, beklom diens vrouw Celinda de kantelen met een enorme pan, gevuld met kokende olie en goot die op de aanstormende vijand. Zo kon ze de Romeinen iets langer tegenhouden en kregen de verdedigers de tijd om versterkingen uit de dichtstbijzijnde plaatsen aan te laten komen. Zo zou de naam Sartago (en later het daarvan afgeleide Sertã) aan de plaats zijn gegeven.

Het mocht Sertorius echter niet baten, ondanks zijn initiële militaire successen tegen de Romeinen, die in hem een nieuwe Hannibal zagen: in 72 v.C. werd hij door een jaloerse officier, Perperna Vento, vermoord tijdens een banket en kwam het Iberische schiereiland opnieuw onder Romeins gezag. Wat overblijft, is een heroïsch verhaal met een koekenpan.

houtsculpturen, gebaseerd op vondsten van keukengerei, waaronder braadpannen, in Pompeï

Coverafbeelding: ‘Roman iron frying pan’ uit het National Museum Wales (© Amgueddfa Cymru – National Museum Wales)

De auteur wenst Tom Gheldof te bedanken voor zijn suggesties bij het schrijven van dit stukje.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/feed/ 0 124
De visie van Verreth: ‘Asterix en de race door de laars’ https://www.oudegeschiedenis.be/03/11/2017/de-visie-van-verreth-asterix-en-de-race-door-de-laars/ https://www.oudegeschiedenis.be/03/11/2017/de-visie-van-verreth-asterix-en-de-race-door-de-laars/#respond Fri, 03 Nov 2017 14:05:42 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=362 Asterix en de race naar de laars

Onze cultuurkenner Herbert Verreth neust regelmatig rond in de culturele wereld om ons zijn visie te geven op de historiciteit en amusementswaarde van de laatste nieuwe strips, films en andere creatieve uitingen. Lees hier zijn mening over de meest recente Asterix-strip: 'Asterix en de race door de laars'.

Het bericht De visie van Verreth: ‘Asterix en de race door de laars’ van Herbert Verreth verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
De stripreeks Astérix, voor de eerste keer verschenen in het tijdschrift Pilote in het najaar van 1959, was de creatie van René Goscinny en Albert Uderzo. Na de dood van Goscinny in 1977 ging Uderzo alleen verder, tot hij in 2009 op 82-jarige leeftijd zijn 34ste en laatste Asterix-album afwerkte. De toekomst van de succesrijke reeks was een tijdje onduidelijk, maar er werd een nieuw team gevonden, namelijk tekenaar Didier Conrad, scenarist Jean-Yves Ferri en inkleurder Thierry Mébarki, die in 2013 (nummer 35) ‘Asterix bij de Picten’, in 2015 (36) ‘De papyrus van Caesar’ en nu in 2017 (37) ‘Asterix en de race door de laars’ (‘Astérix et la Transitalique’) uitbrachten. Over het eerste van deze albums was ik niet direct enthousiast, het tweede was qua verhaal al wat beter en aan het meest recente Asterix-album heb ik gelukkig opnieuw van het begin tot het einde veel plezier beleefd.

De cover van ‘Asterix en de race door de laars’

Het verhaal

Het verhaal op zich is relatief simpel (en doet soms wel denken aan ‘Asterix en de ronde van Gallia’ uit 1963): de Romeinse senator Lactus Bifidus is verantwoordelijk voor het onderhoud van de beroemde Romeinse wegen, maar hij heeft het merendeel van de fondsen verduisterd om zich met zijn echtgenote Mozzarella de hele tijd in orgieën te kunnen storten. Hij probeert dan ook de aandacht af te leiden door een wagenrace te organiseren doorheen heel Italië, van Modicia (Monza) in het noorden tot Neapolis (Napoli) in het zuiden, ‘open voor wagenmenners uit de hele wereld (inclusief barbaren)’. Een ‘handlezeres’ heeft Obelix voorspeld dat hij een groot auriga of ‘racewagenmenner’ zal worden, zodat hij per se wil meedoen, ook al moet hij zich daarvoor ‘omscholen’. Een groot deel van het kijkplezier zijn dan ook de vele wagenmenners uit alle hoeken van de wereld in hun nationale klederdrachten, met soms opmerkelijke wagens getrokken door kamelen of zebra’s, terwijl de Helvetiërs met een slee afkomen en de wagen van de Lusitaniërs steeds in panne staat.

Historische referenties

Opvallend is ook dat vele talen grafisch elk op een andere manier worden weergegeven: de prinsessen Hasjeohfer en Europalahfer uit ‘het verre koninkrijk Koush’ ten zuiden van Egypte spreken een soort beeldschrift dat aan hiërogliefen doet denken. De Goten krijgen Gotische letters, de Grieken het bekende pseudo-Griekse schrift met hoekige letters en de Sarmaten een schrift met letters in spiegelschrift die het Cyrillisch dienen te evoceren (terwijl ze zweren ‘bij Marx‘ in plaats van ‘bij Mars‘). De (Deense) Kimbren Zerøgluten en Betäkärøten schrijven elke ‘a’ met een trema en elke ‘o’ wordt vervangen door een ø. De Britten Madmax en Ecotax worden dan weer gekarakteriseerd door vertaalde uitdrukkingen zoals ‘oerosdrek’ (bullshit), ‘genadige goedheid’ (goodness gracious) of ‘Werkelijk, het is!’. Ook in Latijnse opschriften wordt de ‘U’ veelal weergegeven door een ‘V’. Het is ondertussen duidelijk dat ook de persoonsnamen – zoals gewoonlijk in de reeks – een heleboel grapjes bevatten (vaak van de hand van de Nederlandse vertaler Frits van der Heide); vermeldenswaard zijn bijvoorbeeld nog de senator Thermocumulus, de tandarts Kiesmatrix, de wagenverkoper Krukaspoelix en zijn bevallige verkoopster Cabrioletta, de familie Tiramisus, de Romeinse wagenmenners Coronavirus en Bacillus, de Belg (?) Ambetanterix, de Noormannen Senotaf en Dekaf, en de vrouw Dolcevita.

Prent uit ‘Asterix en de race door de laars’

Een andere vaste waarde zijn anachronismen en ‘politieke’ uitspraken over bijvoorbeeld onverantwoord rijgedrag, parkeerproblemen (‘alleen de bewoners mogen hun wagens in het historische centrum parkeren’) en vervelende sportjournalisten. Wanneer Obelix merkt dat Bacillus omgekocht wordt, vertelt hij dat pas veel later aan Asterix, want “ik dacht dat zoiets normaal was in de sport”. Een inwoner van Venexia merkt op dat zijn stad niet wegzinkt, maar dat ‘het water in de lagune stijgt. Het klimaat is niet meer wat het was.’ Ook beroemdheden als Leonardo da Vinci, de Mona Lisa, Luciano Pavarotti (de waard die ‘Nessundorma’ zingt), Alain Prost (de wagenmenner Coronavirus alias de Siciliaan Testus Sterone) en Silvio Berlusconi (de steenrijke garum-fabrikant Cresus (!) Lupus) passeren de revue, en Coronavirus verzaakt aan zijn villa in Capri met de woorden “Capri fini”, naar de hit ‘Capri, c’est fini’ van Hervé Villard uit 1966.

Toponymie

Elke stad waar de race passeert, wordt gekarakteriseerd door een bezienswaardigheid of door een typisch Italiaans gerecht: Modicia (Monza) is bekend om zijn Grand Prix-circuit; in Parma proeven ze van de gelijknamige ham; in Florentia (Firenze) bewonderen ze ‘de moderne architectuur en de beelden’ en in de buurt van Pisae (Pisa) ziet een dronken Obelix ‘een toren die scheef staat’; in Sena Iulia (Sienna) levert deze race het idee voor de toekomstige Palio-race in het centrum van de stad, en proeven Asterix en Obelix voor het eerst ‘de pastae – die komt uit het oosten’; in Tibur (Tivoli) eten ze ‘pinsae van Neapolis’, platte koeken van tarwedeeg (sc. pizza’s), maar zonder tomatensaus, want een voetnoot leert ons dat de tomaat ‘pas xvii eeuwen later in Europa geïntroduceerd wordt’. Alomtegenwoordig in het verhaal is ook de vissaus of garum van het merk Lupus, die de hoofdsponsor is van de race.

Op historisch vlak is het opmerkelijk dat Italië -zeer terecht- wordt voorgesteld als een amalgaam van volkeren die de Romeinen niet allemaal even gunstig gezind zijn. De Bondgenotenoorlog van 91-88 v.C is duidelijk nog niet helemaal verteerd: ‘Net als in Gallië wonen er in Italië veel verschillende volken: Venetianen, Etrusken, Umbriërs, Osken, Messapiërs, Apuliërs… en Caesar kan ze nauwelijks de baas’. Veelbetekenend is ook een reclamebord met de boodschap ‘V komt nv in Vmbrië. Voor vw veiligheid pacificeert het Romeinse leger hier de regio’, terwijl ‘onverzettelijke Umbriërs’ helpen om het Romeinse team te verslaan.

Het besluit van Herbert

De tekeningen zijn zeer gedetailleerd en bevatten veel leuke grapjes voor wie de moeite doet rustig rond te kijken. Zo vind je in het album bijvoorbeeld een mijlpaal met een pijl naar Rome in beide richtingen, want iedereen weet dat alle wegen naar Rome leiden (pl. 1 & 44); een soldaat die drie prentjes lang op de achtergrond lastig gevallen wordt door een vlinder (pl. 3); het boek ‘Caesar, De Gallische Oorlog’ dat in aanbieding staat (pl. 5) (tegelijk een verwijzing naar de vorige strip); een mijlpaal naar de stad Oderzo (pl. 17), maar ongetwijfeld ook een knipoog naar de striptekenaar Uderzo.

Ik heb wel de wenkbrauwen gefronst bij het lezen van het toponiem ‘Venexia’ in plaats van het verwachte Venetiae (een stad die overigens waarschijnlijk pas in de 5de-6de eeuw n.C. gesticht is) en Noormannen zijn geen ‘Normandiërs’, Het is ook maar de vraag of het parcours van de race (ca. 780 km) effectief in vijf dagen kan worden afgelegd, vooral omdat de bestaande Romeinse wegen niet altijd gevolgd worden: Florentia ligt niet op de weg tussen Parma en Sena Iulia, en ook Tibur ligt niet op de weg naar Neapolis, terwijl Umbria eigenlijk helemaal niet op het parcours ligt. Over het algemeen zit het verhaal echter behoorlijk in elkaar en wordt de lezer de hele tijd verblijd door een stortvloed aan visuele en verbale grapjes

Coverfoto: uitsnijding van de cover van het stripalbum ‘Asterix en de race door de laars’, ® Les Editions Albert René

Het bericht De visie van Verreth: ‘Asterix en de race door de laars’ van Herbert Verreth verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/03/11/2017/de-visie-van-verreth-asterix-en-de-race-door-de-laars/feed/ 0 362