quotes Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/category/quotes/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png quotes Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/category/quotes/ 32 32 136391722 De vergeten dichters van Alexander de Grote https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/#respond Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2800 Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

Tijdens zijn veldtocht omringde Alexander de Grote zich doelbewust met dichters, in de hoop zijn daden literair te laten vereeuwigen. Helaas blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over, al zijn er gelukkig nog de namen van enkele van deze auteurs overgeleverd, zodat ze niet helemaal vergeten worden.

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

In de Griekse geschiedenis – en eigenlijk ook daarbuiten – behoort de onderneming van Alexander de Grote ongetwijfeld tot de meest epische daden. In de geschiedschrijving heeft Alexander dan ook een blijvende indruk nagelaten, maar zijn naam is, merkwaardig genoeg, aan geen enkel epos verbonden. En dat terwijl Alexander zelf wel degelijk moeite deed om te verzekeren dat zijn daden bezongen zouden worden. Verschillende bronnen vermelden namelijk dat hij een groep dichters meenam op zijn expeditie naar het Oosten, die hij bovendien rijkelijk beloonde. Sommigen van hen zijn nauwelijks bekend (Choerilos van Iasos, Agis van Argos, Pranikos of Pierion) maar Alexander wist ook beroemde figuren aan te trekken, zoals de redenaar Anaximenes van Lampsakos en de filosoof Pyrrho van Elis. Opmerkelijk genoeg blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over.

Choerilus van Iasos

Van de dichters die Alexander op zijn tocht naar het Oosten vergezelden, is Choerilos van Iasos ongetwijfeld de bekendste. Hij wordt genoemd door Horatius en vele andere auteurs, maar zijn reputatie is ronduit slecht: Choerilos geldt als de slechtste dichter uit de Griekse Oudheid. Van zijn werk is bijna niets bewaard gebleven, maar er circuleren tal van anekdotes over hem.

Detail van het beroemde Alexandermozaïek uit de 2de -1ste eeuw v.C., afkomstig uit de exedra van de ‘Casa del Fauno’ in Pompeï

Volgens Horatius (Brief aan Augustus, vv. 232-234) zou Alexander hem met een gouden munt hebben beloond voor elke vers die hij over hem schreef. Andere bronnen vertellen echter een ander verhaal: Alexander beloofde een munt voor elke goede vers, maar een klap voor elke slechte vers – en omdat de slechte verzen talrijker waren, zou Choerilos zijn dood hebben gevonden onder de slagen van de koning.

Deze laatste versie van het verhaal is waarschijnlijk een later verzinsel, want Choerilos lijkt Alexander te hebben overleefd: hij schreef namelijk een werk met de titel Lamiaka. Van dat gedicht is alleen de titel overgeleverd, maar het moet een epos zijn geweest over de Lamische Oorlog (322 v.C.), waarin de Atheners zich tegen de Macedoniërs keerden om hun onafhankelijkheid te herwinnen. Mogelijk componeerde Choerilos het gedicht om de daden van de Macedonische generaal Antipater te verheerlijken, zoals hij eerder voor Alexander had gedaan.

Anaximenes van Lampsakos

Er wordt ook een gedicht over Alexander toegeschreven aan Anaximenes van Lampsakos, de beroemde redenaar en geschiedschrijver van Philippos II en Alexander. Ook over hem is een amusante anekdote overgeleverd. Toen Alexander Troje bezocht en het graf van Achilles zag, greep hij de gelegenheid aan om de roem van Achilles en van zijn dichter, Homerus, te prijzen. Anaximenes was daarbij aanwezig en riep, om hem te vleien, dat hij ook Alexanders glorie onsterfelijk zou maken. Maar Alexander kapte hem meteen af met de woorden:

Ik zou liever Homerus’ Thersites zijn dan jouw Achilles!

Een soortgelijk verhaal wordt trouwens ook over Choerilos van Iasos verteld. De geograaf Pausanias (2de eeuw n.C.) twijfelde of Anaximenes werkelijk zo’n werk had geschreven, maar daar is waarschijnlijk geen reden toe.

Agis van Argos

Twee van de belangrijkste geschiedschrijvers van Alexander, Curtius Rufus en Arrianus, noemen nog een andere dichter: Agis van Argos. Agis wordt beschreven als een van Alexanders meest schaamteloze vleiers. Volgens de bronnen steunde hij de koning vooral tijdens het debat over de proskynesis (προσκύνησις) – een Perzisch gebruik waarbij men zich diep voor de heerser boog. Voor de meeste Grieken was dit ondenkbaar, omdat het neerkwam op de vergoddelijking van een levende vorst. De bronnen zijn dan ook zeer kritisch over Alexanders overname van dit gebruik, dat vaak wordt gezien als het begin van de ontsporing van zijn macht.

Titelpagina voor een 17de eeuwse uitgave van Curtius Rufus’ ‘Historia(e) Alexandri Magni’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Curtius Rufus bijzonder harde woorden heeft voor Agis: hij noemt hem een “slecht dichter”, die alleen nog wordt overtroffen door Choerilos – of beter gezegd, Choerilos is de enige die voor hem moet onderdoen. Blijkbaar speelde Agis gretig in op Alexanders grootheidswaanzin, door in zijn gedicht te beschrijven hoe Herakles, Dionysos en de Dioskouren (Castor en Pollux) Alexander opwachtten om hun plaats aan hem af te staan.

Agis was bovendien buitengewoon jaloers. Volgens Plutarchus (1ste-2de eeuw n.C.) zou hij, toen hij zag hoe Alexander een hofnar rijkelijk beloond had, hebben uitgeroepen:

Ik vind het verachtelijk om te zien hoe de zonen van Zeus zulke onwaardige vleiers waarderen: zoals Herakles bepaalde Kekropen waardeert, en Dionysos zich omringt met Silenen, zo laat ook jij je vleien door dit soort narren!

Die uitval bevat natuurlijk ook verborgen lof, want ze gaat ervan uit dat Alexander een rechtstreekse afstammeling van Zeus was, en bijgevolg gelijk aan Herakles of Dionysos. Toch is het beeld van Agis bijna grotesk: hij bekritiseert Alexanders slechte smaak en gebrek aan oordeel, zonder te beseffen dat hij zelf het meest aan vleierij schuldig is.

Pranikos of Pierion en andere dichters

Plutarchus vertelt ook een anekdote over nog een andere dichter die Alexander vergezelde, wiens naam in twee vormen is overgeleverd: Pranikos of Pierion. Het verhaal speelt zich af tijdens het banket waarop Alexander zijn vriend en bevelhebber Clitus (de Zwarte, Κλεῖτος ὁ Μέλας) doodde. Toen iedereen al dronken was, werden enkele verzen van deze dichter voorgedragen. De verzen in kwestie waren geschreven om generaals te bespotten die door de “barbaren” waren verslagen. Alexander – en natuurlijk ook zijn vleiers – leek deze verzen bijzonder geestig te vinden, maar de oudere gasten voelden zich beledigd door zo’n gebrek aan respect. Vooral Clitus verhief zijn stem tegen Alexander en, aangewakkerd door de wijn, liep de situatie al snel uit de hand, tot Alexander hem uiteindelijk met eigen hand doodde.

De bronnen noemen ook andere dichters, onder wie een obscure Aischrion van Samos (of van Mytilene). Tot Alexanders vleiers behoorde ook een zekere Cleon van Sicilië, die mogelijk een dichter was. Sommige auteurs vermelden zelfs dat de sceptische filosoof Pyrrho van Elis door Alexander zou zijn beloond voor een gedicht dat hij ter ere van hem schreef.

Het verdwijnen van poëzie over Alexander

Uit de bronnen blijkt duidelijk dat Alexander veel aandacht en middelen besteedde om zichzelf te omringen met dichters die zijn onderneming konden vereeuwigen. Zijn doel was wellicht een dichter te vinden die hem kon bezingen zoals Homerus Achilles had bezongen. Misschien wilde hij zich ook laten vergelijken met Herakles, de stamvader van de Macedonische dynastie, met wie hij ook in de kunst vaak wordt geassocieerd. Daarnaast identificeerde Alexander zich met Dionysos, in wie hij een soort voorganger zag van omwille van zijn eigen veldtochten, vooral van die naar Azië.

Alexander de Grote met de leeuwenhuid van Herakles, detail van de zogenaamde “Alexander-sarcofaag”; afkomstig uit Sidon uit de late 4de eeuw v.C.

Toch bereikte Alexander zijn doel niet. Niets van de poëzie die voor hem werd geschreven, is bewaard gebleven. Misschien had hij niet de juiste dichters gekozen door een tekort aan persoonlijk inzicht – of had hij gewoon pech. De omstandigheden van zijn korte leven bieden echter een geloofwaardige verklaring voor dit gemis. In tegenstelling tot wat later gebeurde bij keizer Augustus of bij de Ptolemeïsche dynastie, stierf Alexander op het hoogtepunt van zijn succes, zonder de kans om een periode van vrede mee te maken. In zo’n rustigere tijd had hij misschien een literaire kring kunnen vormen die hem passend zou verheerlijken. De anekdote over Pranikos of Pierion suggereert dat dit soort poëzie soms ook tijdens veldtochten zelf werd gecomponeerd en vervolgens voorgedragen werd tijdens banketten.

Het volledig verdwijnen van deze poëzie lijkt samen te hangen met het overwegend negatieve oordeel dat de antieke bronnen over deze dichters delen. Choerilos geldt als de slechtste dichter van Griekenland, Agis komt vlak na hem, en ook in de anekdotes over Anaximenes en Pranikos of Pierion klinkt eenzelfde oordeel. Maar waren Alexanders dichters werkelijk zo slecht? Helaas kunnen we, zonder ook maar enig overgeleverd fragment, dit oordeel van de Antieken noch bevestigen, noch weerleggen. We kunnen alleen maar hopen dat ze zich niet hebben vergist.

Verder lezen

Het materiaal over Alexander de Grote in de Hellenistische poëzie wordt uitvoerig besproken door Silvia Barbantani, “‘His σῆμα are both continents’. Alexander the Great in Hellenistic Poetry”, in Studi ellenistici 31 (2017), 51–127.

De fragmenten van Choerilus van Iasos zijn verzameld en geanalyseerd door Marco Pelucchi, Cherilo di Iaso, Testimonianze, frammenti, fortuna, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022.

Over de zogenaamde “slechtste dichters” uit de oudheid zie Marco Pelucchi, “Pessimi poetae: On Philodemus, Ancient Tradition, and Selection Criteria”, in N. Bruno, M. Filosa, G. Marinelli (red.), Fragmented Memory: Omission, Selection, and Loss in Ancient and Medieval Literature and History, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022, 27–54.

Coverfoto: Het schilderij ‘Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero’ van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze (CC BY 4.0)

[De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/feed/ 0 2800
Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/ https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/#respond Sun, 08 Oct 2023 16:25:24 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2472

In onze reeks 'Quis est?' beschrijven we minder bekende figuren uit de Oudheid, zoals deze Sostratos van Aegina? Is deze handelaar, die zowel bij Herodotus als in teksten uit Italië en Egypte wordt vermeld, de rijkste aller Grieken?

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Vorige week pakte de krant De Standaard uit met de test “bent u rijk?”, en voegde daar de boude bewering aan toe dat je “met 2 miljoen tegenwoordig niets bent”. Zorgen over de groeiende ongelijkheid klinken steeds luider, maar tegelijk blijven lijstjes van rijke mensen populair, en kunnen we de capriolen van ’s werelds meest welvarende persoon, Elon Musk, bijna in real time volgen. Hoewel hun invloed misschien wel groter is dan ooit, zijn superrijken niet alleen een hedendaags fenomeen, en ook over hun historische voorgangers doen vaak allerlei straffe verhalen de ronde, waaronder ook over een zeker Sostratos van Aegina.

Het lot van Crassus, in de zestiende-eeuwse verbeelding

Een andere persoon die wel eens omschreven wordt als de rijkste man in de wereldgeschiedenis is Mansa Musa, de veertiende-eeuwse heerser over het koninkrijk Mali. Op bedevaart naar Mekka zou hij in Caïro zoveel goud uitgedeeld hebben, dat de goudprijs en daarmee de hele economie crashte. In Rome was er de fabelachtige rijkdom van Marcus Licinius Crassus, de triumvir die een groot fortuin vergaarde via speculatie op de vastgoedmarkt. De Parthen waren zich welbewust van ’s mans reputatie, en nadat hij sneuvelde in de slag bij Carrhae (53 v.C.) goten ze volgens de overlevering gesmolten goud in zijn mond. De Griekse steden waren meer egalitair, en het is minder duidelijk wie de rijkste aller Hellenen geweest zou kunnen zijn. Eén man heeft echter een sterke claim, als we tenminste Herodotus mogen geloven. En andere bronnen voor die Sostratos van Aegina suggereren inderdaad dat zijn beschrijving op waargebeurde feiten gebaseerd is.

De reputatie van Sostratos (en die van Herodotus)

Haast terloops, als deel van een verhaal over de Samiërs, merkt de geschiedschrijver Herodotus op dat geen enkele handelaar ooit meer inkomsten vergaarde dan een zekere Sostratos uit Aegina, de zoon van Laodamas:

“ἀπονοστήσαντες οὗτοι ὀπίσω μέγιστα δὴ Ἑλλήνων πάντων τῶν ἡμεῖς ἀτρεκείην ἴδμεν ἐκ φορτίων ἐκέρδησαν, μετά γε Σώστρατον τὸν Λαοδάμαντος Αἰγινήτην: τούτῳ γὰρ οὐκ οἷά τε ἐστὶ ἐρίσαι ἄλλον.”

“Naar huis teruggekeerd, haalden zij [sc. de Samiërs] de meeste winst uit hun vracht van alle Grieken waarover we zekerheid hebben, behalve dan Sostratos, zoon van Laodamas, uit Aegina: met hem kan geen enkel ander wedijveren.” (Historiae 4, 152)

Herodotus, de Griekse geschiedschrijver

Aldus vervoegde Sostratos de selecte groep van Griekse handelaars die bij naam vereeuwigd werden in de literaire bronnen. De Griekse upper class had, net als de Romeinse senatoriale elite, namelijk geen al te hoge pet op van handelaars, en voelde niet vaak de behoefte om hun verwezenlijkingen te vereeuwigen. Desalniettemin suggereert Herodotus’ opmerking dat zijn publiek goed genoeg wist over wie hij het had, aangezien hij geen enkel detail over Sostratos’ activiteiten vermeldt. Gelukkig voor ons is Sostratos (of zijn familie) een van die gevallen waar de literaire en documentaire bronnen elkaar aanvullen. Uit die laatste categorie blijkt een uitgebreid handelsnetwerk, dat zich uitstrekte doorheen het Middellandse Zeegebied. Tegelijk bevestigen deze teksten de geloofwaardigheid van de “vader van de geschiedschrijving”, waar zowel antieke als moderne historici wel eens aan durven twijfelen.

Aegina in de 6de eeuw v.C.

Zesde-eeuwse stater van Aegina met de schilpad

Sostratos’ thuisregio Aegina was een eiland in de Saronische golf, tussen Attica en de Peloponnesos, een strategische locatie om aan handel te doen. Het was dan ook een welvarende gemeenschap, die in de 6de eeuw v.C. belangrijker was dan het nabijgelegen Athene. De Aeginese stater met de bekende schildpad was een van de eerste munten in de Griekse wereld, en andere steden volgden de muntstandaard van Aegina voor het slaan van hun eigen munten. Handelaars als Sostratos speelden hierin een aanzienlijke rol. Aan het einde van de 6de eeuw v.C. bouwde de stad een monumentale tempel voor Aphaea, nog steeds een populaire bezienswaardigheid, en een heiligdom voor Apollo. Sommige onderzoekers willen hier ook de hand van Sostratos in zien, en twee sokkels voor standbeelden dragen inderdaad een inscriptie die verwijst naar iemand met die naam. Na de Perzische oorlogen verloor Aegina aan belang ten voordele van grote rivaal Athene.

Sostratos in Italië

Sostratos zou misschien voor altijd een semi-legendarische figuur gebleven zijn, als de ontdekking van een intrigerende inscriptie in het Etruskische Gravisca daar geen verandering in had gebracht. Het gaat om een stenen anker, gewijd aan een godheid, zoals dat wel vaker gebeurde onder zeelieden als dank voor een veilige zeereis. De tekst is simpel en slechts gedeeltelijk bewaard, maar in al zijn kortheid bijzonder significant:

ΑΠΟΛΟΝΟΣ ΑΙΓΙΝΑΤΑ ΕΜΙ ΣΟΣΤΡΑΤΟΣ ΕΠΟΙΗΣΕ ΗΟ

“Ik behoor toe aan Apollo van Aegina. Sostratos, zoon van … heeft mij gemaakt”

Het anker van SostratosWikimedia

Het anker van Sostratos

De tekst dateert naar alle waarschijnlijkheid uit de late 6de eeuw v.C., en de combinatie van de naam Sostratos met de godheid uit Aegina maken het zeer waarschijnlijk dat het hier om de handelaar van Herodotus gaat. Bovendien liep het in Gravisca, de haven van de welvarende stad Tarquinia, vol met handelaars. De Etruskische steden waren belangrijke handelspartners voor de Grieken en hun havens waren levendige en kosmopolitische plaatsen met ruimte voor vreemde, niet-Etruskische goden.

Ook in Pyrgi, de haven van dat andere Etruskische centrum Caere, werd een dedicatie gevonden die mogelijk aan Sostratos toegeschreven kan worden. Met welke producten Sostratos zijn fortuin vergaarde, weten we niet zeker, maar tientallen beschilderde Attische vazen met het merkteken “So” (= So(stratos)?) suggereren dat hij de grootste invoerder van aardewerk van zijn tijd was. Belangrijker nog was hun inhoud: Griekse wijn. Hoewel de Etrusken zelf aan viticultuur deden, en hun wijn zelfs exporteerden naar Gallië, verkoos de elite het Griekse product van hogere kwaliteit. Dat ligt vandaag wel even anders: grote delen van Etrurië maken nu deel uit van Toscane, wereldberoemd voor haar Chianti en Brunello. De Etrusken importeerden verder olijfolie, allerlei metalen, luxeproducten zoals ivoor, en slaven. Mogelijk handelde Sostratos ook in sommige van deze goederen.

Sostratos in Egypte?

Sostratos’ activiteiten in Etrurië zouden op zichzelf al indrukwekkend geweest zijn, maar enkele vondsten uit het Egyptische Naukratis zouden er op kunnen wijzen dat zijn netwerk echt het hele Middellandse zeegebied omspande. Naukratis was een belangrijke handelspost in het noorden van Egypte, op dat moment deel van het Perzische rijk (we schrijven enkele decennia vòòr de grote confrontatie tussen dat rijk en de Griekse steden). Net als Gravisca was het een multicultureel emporium, maar Naukratis had een meer uitgesproken Grieks karakter. Het was geen kolonie van een enkele polis, maar een gemeenschap onderhouden met de steun van twaalf verschillende Griekse steden, waaronder Aegina, Sostratos’ thuisstad.

Schaal gewijd door een Sostratos in Naukratis

Enkele dedicaties die op de site teruggevonden zijn, zouden kunnen wijzen op de betrokkenheid van Sostratos en zijn familie: verschillende potten dragen er wijdingen aan Aphrodite Aphrodite van een Sostratos en een Leodamas (een variant van de naam van Sostratos’ vader bij Herodotus, Laodamas). Aphrodite had geen corresponderende tempel op Aegina zoals Apollo, maar speelde in het algemeen een belangrijke rol als beschermster van zeereizigers. Als Aphrodite Euploia kon ze de golven bedwingen en haar adepten een veilige vaart garanderen, en handelaars schreven soms hun commerciële successen aan haar tussenkomst toe.

Ook in Egypte importeerden Grieken hun veelgeprezen wijn, maar het grote geld viel eerder te rapen met het doorverkopen van Egyptische producten zoals graan, linnen en papyrus in de Griekse wereld. Er zijn echter enkele bezwaren tegen de interpretatie dat het hier om de Sostratos van Herodotus zou gaan: Leodamas wordt geïdentificeerd als zijnde afkomstig van de stad Teos, en de dedicatie door Sostratos gebruikt het alfabet van het eiland Chios. Het zou natuurlijk om een bijzonder internationale familie kunnen gaan, en misschien heeft Sostratos zijn graffiti niet zelf geschreven, maar voorzichtigheid is hier toch geboden.

Eén steenrijke Sostratos, of toch meerdere Sostratoi?

Sostratos was geen zeldzame naam in de Oudheid, en sommige onderzoekers betwijfelen dat al deze bronnen verwijzen naar een en dezelfde man, de Sostratos van Herodotus. Anderen kiezen een middenweg, en reconstrueren een familie van handelaars eerder dan één individu. Zowel beroepen als namen werden inderdaad vaak doorgegeven van vader (of grootvader) op zoon. Het blijft moeilijk om alle elementen hard te maken, in het bijzonder de Egyptische connectie, maar zeker het anker voor Apollo van Aegina uit Gravisca spreekt in het voordeel van de betrouwbaarheid van Herodotus. Bovendien kennen we andere handelaars, met veel ongebruikelijkere namen, die sporen achterlieten in zowel Etrurië als Naukratis, zoals een zekere Lethaios en een meneer Hyblesios. We kunnen dus terecht spreken van een geconnecteerde en mobiele wereld, waarin internationale handelaars aanzienlijke fortuinen verdienden. En de terloopse manier waarop Herodotus Sostratos van Aegina vermeldt, leert ons dat zijn succes fabelachtig geweest moet zijn.

Lees meer

Gill, D.W.J., ‘Positivism, Pots and Long-Distance Trade’, in I. Morris (ed.), Classical Greece: Ancient Histories and Modern Archaeologies, Cambridge, 1994, 99–107.
Hornblower, S., ‘Personal Names and the Study of the Ancient Historians’, Proceedings of the British Academy 104 (2000), 129–143.
Johnston, A., ‘Trading Families?’, in R.W.V. Catling and F. Marchand (eds.), Onomatologos. Studies in Greek Personal Names presented to Elaine Matthews, Oxford, 2010, 470–478.
Schweizer, B., ‘Zwischen Naukratis und Gravisca: Händler im Mittelmeerraum des 7. und 6. Jhs. v. Chr.’, in M. Fitzenreiter (ed.), Das Heilige und die Ware: Zum Spannungsfeld von Religion und Ökonomie, London, 2007, 307–324.

Coverafbeelding: adaptatie van een foto van een zwartfigurige vaas (kylix) uit de 6de eeuw v.C. met daarop Dionysus op een schip tussen de druiven en dolfijnen, via de afbeelding ‘Kylix Dionysus on a ship between dolphins’ vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0 DEED).

Het bericht Quis est? Sostratos van Aegina: de rijkste aller Grieken? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/08/10/2023/quis-est-sostratos-van-aegina-de-rijkste-aller-grieken/feed/ 0 2472
‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/ https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/#respond Mon, 15 Jan 2018 16:38:51 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=555 Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House'

De inleiding van het veelbesproken boek van Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House' opent met een paragraaf over de methode waarin de auteur van dit schandaalboek uitlegt welke methode hij heeft gebruikt om verhalen over de president neer te schrijven. Iemand die zijn klassiekers (of althans de historiografen) een beetje kent, heeft de indruk dit al eens gelezen te hebben.

Het bericht ‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House'

“Heel wat verhalen over wat gebeurt in het Witte Huis onder Trump zijn in tegenspraak met andere verhalen. Andere verhalen zijn, geheel in de stijl van Trump zelf, onwaarheden. Die tegenstellingen, en dat losse omgaan met de waarheid en de realiteit, vormen een rode draad in dit boek. Soms heb ik de spelers hun versie van de feiten laten weergeven en is het aan de lezer ze te beoordelen. In andere gevallen heb ik, door de consistentie van verschillende bronnen die ik kan vertrouwen, versies neergezet van gebeurtenissen waarvan ik geloof dat ze echt zijn.”

Aldus citeert Het Laatste Nieuws de inleiding van het veelbesproken boek van Michael Wolff, ‘Fire and Fury: Inside the Trump White House. Iemand die zijn klassiekers (of althans de historiografen) een beetje kent, heeft de indruk dit al eens gelezen te hebben.

Herodotus

En inderdaad, bij de Griekse historicus Herodotus (ca. 485-425/420 v.C.) vinden we de volgende passage:

ἐγὼ δὲ ὀφείλω λέγειν τὰ λεγόμενα, πείθεσθαί γε μὲν οὐ παντάπασι ὀφείλω, καί μοι τοῦτο τὸ ἔπος ἐχέτω ἐς πάντα λόγον. (Hist. VII, 152)

Ik moet zeggen wat gezegd is, ik moet zelf geenszins overtuigd zijn, en moge dit principe voor mij gelden in mijn hele werk.

Dit is het oordeel van betrouwbaarheid aan de lezer overlaten, door de verschillende versies allemaal aan te reiken, zonder zelf -expliciet- een voorkeur te laten blijken. Maar “in andere gevallen heb ik, door de consistentie van verschillende bronnen die ik kan vertrouwen, versies neergezet van gebeurtenissen waarvan ik geloof dat ze echt zijn, beweert Wolff. Bovendien gebruikt Herodotus hoofdzakelijk mondelinge bronnen, net zoals Wolff ook beweert te doen.

Thucydides

Thucydides, Grieks historicus

In zijn bekende methodekapittel vermeldt de Griekse historicus Thucydides (ca. 460-400 v.C.) expliciet zijn gevolgde methode bij het neerschrijven van zijn geschiedwerk. Dat klinkt bij hem zo:

Καὶ ὅσα μὲν λόγῳ εἶπον ἕκαστοι ἢ μέλλοντες πολεμήσειν ἢ ἐν αὐτῷ ἤδη ὄντες, χαλεπὸν τὴν ἀκρίβειαν αὐτὴν τῶν λεχθέντων διαμνημονεῦσαι ἦν ἐμοί τε ὧν αὐτὸς ἤκουσα καὶ τοῖς ἄλλοθέν ποθεν ἐμοὶ ἀπαγγέλλουσιν: ὡς δ᾽ ἂν ἐδόκουν ἐμοὶ ἕκαστοι περὶ τῶν αἰεὶ παρόντων τὰ δέοντα μάλιστ᾽ εἰπεῖν, ἐχομένῳ ὅτι ἐγγύτατα τῆς ξυμπάσης γνώμης τῶν ἀληθῶς λεχθέντων, οὕτως εἴρηται.
Τὰ δ᾽ ἔργα τῶν πραχθέντων ἐν τῷ πολέμῳ οὐκ ἐκ τοῦ παρατυχόντος πυνθανόμενος ἠξίωσα γράφειν, οὐδ᾽ ὡς ἐμοὶ ἐδόκει, ἀλλ᾽ οἷς τε αὐτὸς παρῆν καὶ παρὰ τῶν ἄλλων ὅσον δυνατὸν ἀκριβείᾳ περὶ ἑκάστου ἐπεξελθών. Ἐπιπόνως δὲ ηὑρίσκετο, διότι οἱ παρόντες τοῖς ἔργοις ἑκάστοις οὐ ταὐτὰ περὶ τῶν αὐτῶν ἔλεγον, ἀλλ᾽ ὡς ἑκατέρων τις εὐνοίας ἢ μνήμης ἔχοι. (Hist. I, 22)

Wat de verschillende sprekers in de toespraken die ik zelf gehoord heb, precies gezegd hebben, kon ik me niet goed meer herinneren en de mensen die mij verslag hebben uitgebracht over andere toespraken hadden dezelfde ervaring. Bij de weergave van de toespraken ben ik daarom uitgegaan van wat de sprekers naar mijn mening gezegd moeten hebben, gegeven de op dat moment bestaande situatie. Daarbij ben ik over het geheel genomen zo dicht mogelijk gebleven bij de strekking van wat er werkelijk is gezegd.
Wat de feitelijke oorlogshandelingen betreft, leek het me echter niet juist op te schrijven wat de eerste de beste informant me daarover te melden had of wat me waarschijnlijk voorkwam. Naar alle gebeurtenissen heb ik zo nauwkeurig mogelijk onderzoek verricht, of ik er nu zelf bij geweest was of mijn kennis van anderen gekregen had. Het heeft me heel wat moeite gekost de waarheid te achterhalen, want ooggetuigen vertelden verschillende verhalen over dezelfde gebeurtenissen. Dat hing ervan af welke partij hun voorkeur had of wat ze zich nog konden herinneren.

Ook Thucydides worstelde dus met het probleem van ooggetuigenverslagen die elkaar tegenspraken en is dus verplicht de gebeurtenissen te reconstrueren. Hij maakt daarbij echter wel een onderscheid tussen wat gezegd is (“ὅσα μὲν λόγῳ εἶπον”) en wat gedaan is (“τὰ δ᾽ ἔργα τῶν πραχθέντων”). Wolff maakt dit onderscheid duidelijk niet.

Tacitus

De Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus (ca. 56-117 n.C.) geeft ook aanwijzingen over zijn methode wanneer er verschillende versies van een verhaal de ronde doen. Zo merkt hij in het dertiende boek van zijn ‘Annales‘ het volgende op:

Nos consensum auctorum secuturi, quae diversa prodiderint sub nominibus ipsorum trademus. (Ann. XIII, 20)

Wij zullen de overeenstemmende mening van de auteurs volgen, maar waar ze verschillende versies overgeleverd hebben zullen wij ze onder hun eigen naam overleveren.

Suetonius

Michael Wolff, auteur van het schandaalboek over de Amerikaanse president Donald Trump

De eerste antieke auteur aan wie classici denken wanneer ze de auteur van een schandaalboek met een auteur uit de Oudheid moeten vergelijken, is wellicht de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70-140 n.C.). David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, vergelijkt Donald Trump in zijn editoriaal met de Romeinse Keizer Nero en citeert daarbij Suetonius zonder Wolff expliciet met Suetonius te vergelijken:

What made the Emperor Nero tick, Suetonius writes in “Lives of the Caesars,” was “a longing for immortality and undying fame, though it was ill-regulated.” Many Romans were convinced that Nero was mentally unbalanced and that he had burned much of the imperial capital to the ground just to make room for the construction of the Domus Aurea, a gold-leaf-and-marble palace that stretched from the Palatine to the Esquiline Hill.

Het feit dat Remnick Suetonius citeert, is hier misschien gepaster dan men op het eerste gezicht zou denken: hoewel Suetonius niet expliciet zijn manier van werken vermeldt, blijkt uit zijn werk toch dat hij zich sterk focust op de figuur van de keizer, schrijft over alle aspecten van het leven van de keizers en de feiten voor zichzelf laat spreken, zij het meestal zonder een expliciet oordeel te vellen. Daarbij maakte hij zeker ook gebruik van mondelinge tradities en zelfs van praatjes en roddels. Michael Wolff werd in het verleden ook al beticht van een dergelijke losse omgang met de waarheid en de realiteit. Geheel passend in het thema laten we een paar bronnen voor zich spreken:

“De 64-jarige Wolff is allerminst een conventioneel journalist. Zijn procedé is telkens hetzelfde: hij legt zijn oor te luisteren op feestjes of tijdens lunch­partijen waar de drank stevig vloeit, en hij is niet vies van geruchten. Hij slaagt er vaak in om met enkele welgemikte woorden in zijn teksten een suggestieve sfeer te creëren. Het is zijn bedoeling om de lezer een blik te gunnen achter de schermen van de politiek.” (VRT News)

“In reviewing Wolff’s 2008 book “The Man Who Owns the News: Inside the Secret World of Rupert Murdoch,” the late New York Times media columnist David Carr wrote: “Historically, one of the problems with Wolff’s omniscience is that while he may know all, he gets some of it wrong.”” (CNBC)

Arrianus

Lucius Flavius Arrianus, schrijver van de Anabasis Alexandri

Een minder bekende antieke auteur dan de voorgaande, maar wel de eerste aan wie de schrijver van dit stukje moest denken, is Lucius Flavius Arrianus (89 n.C – na 145/146 n.C.), een Griekstalig schrijver die in de inleiding van zijn ‘Anabasis Alexandri‘ (‘Veldtocht van Alexander’) het volgende opmerkt:

Πτολεμαῖος ὁ Λάγου καὶ Ἀριστόβουλος ὁ Ἀριστοβούλου ὅσα μὲν ταὐτὰ ἄμφω περὶ Ἀλεξάνδρου τοῦ Φιλίππου συνέγραψαν, ταῦτα ἐγὼ ὡς πάντῃ ἀληθῆ ἀναγράφω, ὅσα δὲ οὐ ταὐτά, τούτων τὰ πιστότερα ἐμοὶ φαινόμενα καὶ ἅμα ἀξιαφηγητότερα ἐπιλεξάμενος. Ἄλλοι μὲν δὴ ἄλλα ὑπὲρ Ἀλεξάνδρου ἀνέγραψαν, οὐδ᾽ ἔστιν ὑπὲρ ὅτου πλείονες ἢ ἀξυμφωνότεροι ἐς ἀλλήλους: ἀλλ᾽ ἐμοὶ Πτολεμαῖός τε καὶ Ἀριστόβουλος πιστότεροι ἔδοξαν ἐς τὴν ἀφήγησιν. […] Ἔστι δὲ ἃ καὶ πρὸς ἄλλων ξυγγεγραμμένα, ὅτι καὶ αὐτὰ ἀξιαφήγητά τε μοι ἔδοξε καὶ οὐ πάντῃ ἄπιστα, ὡς λεγόμενα μόνον ὑπὲρ Ἀλεξάνδρου ἀνέγραψα. (Arr. An. I, pr.)

Wat Ptolemaios, de zoon van Lagos, en Aristoboulos, de zoon van Aristoboulos, beiden hetzelfde over Alexander, de zoon van Philippos, opschreven, dat schrijf ik op als volkomen waar, wat zij het niet hetzelfde [opschreven], daarvan heb ik geselecteerd wat mij betrouwbaarder voorkomt en tegelijk vermeldenswaardiger. Sommigen schreven het ene over over Alexander, anderen iets anders; en er is niemand over wie meer of meer met elkaar in tegenspraak zijnde auteurs geschreven hebben. Maar mij schijnen Ptolemaios en Aristoboulos het meest betrouwbaar voor mijn relaas […] Wat er bestaat aan geschriften die door anderen geschreven zijn, schreef ik, omdat ook die mij het vermelden waard en niet geheel onbetrouwbaar leken, op als dingen die slechts over Alexander gezegd zijn.

Conclusie

Concluderend kunnen we dus stellen dat Michael Wolff een aanpak hanteert die zo oud is als de straat. Omdat geweten is dat het relaas van antieke historici met de nodige korrel zout genomen moet worden, is het ook het beste diezelfde strategie toe te passen op Michael Wolff. Daarbij moeten we steeds de wijze woorden van Thucydides in het achterhoofd houden:

[…] οὔτε ὡς ποιηταὶ ὑμνήκασι περὶ αὐτῶν ἐπὶ τὸ μεῖζον κοσμοῦντες μᾶλλον πιστεύων, οὔτε ὡς λογογράφοι ξυνέθεσαν ἐπὶ τὸ προσαγωγότερον τῇ ἀκροάσει ἢ ἀληθέστερον […] (Thuc. I, 21)

Men moet niet te zeer afgaan op de poëzie van de dichters, want die hebben de zaken groter en mooier voorgesteld dan ze waren. Ook moet men niet te veel waarde hechten aan de geschriften van de kroniekschrijvers, want die vonden het belangrijker om met een verhaal te komen dat prettig in het gehoor lag, dan om precies de waarheid te vertellen.

Beknopte bibliografie

Lewin, L. 2002. Thucydides. Een blijvend bezit. De oorlog tussen de Peloponnesiërs en de Atheners. Κτῆμα ἐς αἰεί. Delft: Eburon.

Coverfoto: remix van de afbeelding ‘American Flag’ van de website PublicDomainPictures.net (CC0 1.0) en de cover van het boek Fire and Fury van Michael Wolf op Wikipedia

Het bericht ‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/feed/ 0 555
Accipere quam facere praestat iniuriam https://www.oudegeschiedenis.be/03/12/2017/accipere-quam-facere-praestat-iniuriam/ https://www.oudegeschiedenis.be/03/12/2017/accipere-quam-facere-praestat-iniuriam/#respond Sun, 03 Dec 2017 00:31:31 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=258 uitspraak_Bart_De_Wever

Afgelopen week gebruikte Bart De Wever de Latijnse uitspraak "accipere quam facere praestat iniuriam" (het is beter onrecht te ondergaan dan te plegen), maar in welke antieke context werd deze quote de eerste keer gebruikt?

Het bericht Accipere quam facere praestat iniuriam van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
uitspraak_Bart_De_Wever

Af en toe duikt eens een andere Latijnse spreuk dan “Carpe Diem” op in het dagelijkse taalgebruik van onze politici. Afgelopen week was het weer zover: de burgervader van Antwerpen, Bart De Wever, haalde – zoals beloofd in onze openingsblogpost – de volgende uitspraak boven als reactie op een nieuwe peiling na de recente schandaalsfeer die in de Scheldestad rond zijn partij N-VA was ontstaan: “Accipere quam facere praestat iniuriam“.

Ciceroniaanse conversaties

De uitspraak kan makkelijk worden toegeschreven aan Cicero en komt uit diens Tusculanae Disputationes (Tusc.), een filosofisch traktaat waarin de Romeinse redenaar fictieve gesprekken houdt op zijn landgoed in Tusculum. In deze stad, gelegen aan de Albaanse heuvels in de Italiaanse regio Latium, bezat hij net als vele consulaire families een villa niet zo ver van Rome, waar hij regelmatig heen trok om nieuwe traktaten te schrijven. Boek V van deze conversaties over ethische problemen handelt over de stelling van de stoïcijnen dat de deugd alleen volstaat om een gelukkig leven te leiden.

Overblijfselen van waar zich mogelijk de villa van Cicero in Tusculum bevond

In dit gesprek met Marcus Brutus – die van de moord op Caesar en schrijver van een verloren gegaan boek De virtute (Over de deugd), dat aan Cicero was opgedragen – komt de passage voor in de beschrijving van de deugdzaamheid van enkele consuls. Zo plaatst hij in Tusc. V, 56 het gedrag van Gaius Marius tegenover de gedwongen zelfmoord van zijn collega Quintus Lutatius Catulus, die nadat hij samen met Marius de Germaanse stam van de Cimbri versloeg in de slag bij Vercellae van 101 v.C., diens politieke tegenstander Sulla besloot te steunen in de burgeroorlog van 88-87 v.C.

“[…] Nam cum accipere quam facere praestat iniuriam, tum morti iam ipsi adventanti paullum procedere ob viam, quod fecit Catulus, quam quod Marius, talis viri interitu sex suos obruere consulatus et contaminare extremum tempus aetatis.”

“Want het is immers beter om zich te onderwerpen aan onrecht dan het te plegen, maar ook om een kleine stap vooruit te zetten naar de dood die op zich al dichterbij komt, zoals Catulus deed, dan zoals Marius deed door de moord op zo’n man, en zo de roem van zijn zes consulaten te overschaduwen en de laatste periode van zijn leven te besmeuren.”

Gorgias van Leontini

Oorsprong

Toch haalde ook Cicero al de mosterd voor de uitspraak over onrecht bij een voorganger, namelijk Socrates in Plato’s Gorgias. In deze dialoog plaatst de Griekse filosoof zijn leermeester tegenover Gorgias, een sofist uit Leontini, een stad in Sicilië. Socrates valt hem en zijn filosofische medestanders aan over hun sofistische opvattingen. In Gorgias 469C-475D (en herhaald in 483A) twist Socrates met Polos, een leerling van Gorgias, over het recht om retoriek te gebruiken om aan een terechte veroordeling te ontsnappen. Na een lange argumentatie slaagt hij erin om de sofist te overtuigen van het feit dat het slechter is om onrecht te begaan dan onrecht te ondergaan (“Τὸ ἀδικεῖν τοῦ ἀδικεῖσθαι κάκιον) en dus ook om retoriek te misbruiken voor eigen gewin.

Na deze twee voorbeelden komt deze uitspraak in allerlei variaties nog voor bij Plato zelf (als mogelijke auteur van zijn zevende brief, Epist. VII, 335A), latere heidense auteurs zoals Seneca (Phoenissae 494) en Simplicius van Cilicië (in zijn commentaar op AristotelesDe Caelo) en christelijke kerkvaders zoals Augustinus en Gregorius van Nazianze.

Het lijkt dus duidelijk dat Bart De Wever zich met zijn quote in een antieke filosofische traditie plaatst, waarin de uitspraak vooral wordt gelinkt aan het concept van de deugd (bij Cicero) en dat van de retoriek (bij Plato), en probeert de Vlaamse politicus hiermee vooral aan te tonen dat boontje om zijn loontje komt (in dit geval in de vorm van een positieve peiling voor zijn partij).

Meer lezen

E.R. Dodds, Plato. Gorgias (1959)

C. H. Tarnopolsky, Prudes, Perverts, and Tyrants: Plato’s Gorgias and the Politics of Shame (2010)

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Bart De Wever’ van Miel Pieters op Wikimedia (CC BY-SA 2.0)

Het bericht Accipere quam facere praestat iniuriam van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/03/12/2017/accipere-quam-facere-praestat-iniuriam/feed/ 0 258