lexicologie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/category/lexicologie/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 13 Aug 2025 22:14:06 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png lexicologie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/category/lexicologie/ 32 32 136391722 Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/#respond Thu, 31 Jul 2025 19:55:03 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2690 Tempel van Hathor in Deir el-Medina

In Ptolemaeïsch Thebe vertaalden tweetalige Egyptische scriba’s religieuze en administratieve termen van het Demotisch naar het Grieks met een combinatie van letterlijke vertalingen, fonetische transcripties, leenvertalingen en verklarende omschrijvingen. Deze strategieën weerspiegelen de complexe tweetalige context waarin Grieks en Egyptisch naast elkaar bestonden zonder duidelijke dominantie, al had het Grieks een hogere status in officiële domeinen. Sommige oorspronkelijk Egyptische termen groeiden via herhaald gebruik uit tot volwaardige Griekse leenwoorden, zo blijkt uit de verschillende bronnen (voornamelijk tweetalige papyri) uit Ptolemaeïsch Thebe.

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Tempel van Hathor in Deir el-Medina

Net zoals we tegenwoordig zonder nadenken googelen of binge-watchen – woorden die uit het Engels zijn overgenomen en helemaal zijn ingeburgerd – zo nam men in de Oudheid ook leenwoorden over wanneer een directe vertaling ontbrak. Tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe moesten vaak creatief zijn bij het vertalen van religieuze termen, zoals priestertitels en godennamen, van Demotisch naar Grieks. Soms vonden ze een passend Grieks equivalent, maar als dat er niet was, grepen ze naar slimme alternatieven: leenvertalingen, fonetische transcripties of verklarende omschrijvingen. Sommige van deze woorden raakten zo ingeburgerd dat ze uiteindelijk als volwaardige Griekse termen werden beschouwd.

Tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe

Een Egyptisch schrijverspalet

De sociolinguïstische realiteit van Ptolemaeïsch Egypte kan het best worden omschreven als een situatie van “living apart together”. Er waren individuen die uitsluitend Grieks spraken en anderen die alleen Egyptisch gebruikten, terwijl een derde groep tweetalig was. Beide talen genoten een vergelijkbaar prestige, zonder dat een van de twee volledig dominant was. Toch werd Grieks steevast gebruikt voor officiële en administratieve aangelegenheden. Dit verklaart waarom Egyptenaren eerder geneigd waren Grieks te leren dan omgekeerd. De elites hechtten vermoedelijk het meeste prestige aan hun eigen taal, al hadden zij doorgaans ook kennis van de andere. In Ptolemaeïsch Thebe (het huidige Luxor), in het zuiden van Egypte, bestond de elite voornamelijk uit Egyptische priesters. Zij waren cultureel geworteld in de Egyptische traditie, maar hadden vaak ook een zekere beheersing van het Grieks. De papyri die zij hebben nagelaten, vormen dan ook een waardevolle bron voor het onderzoek naar tweetaligheid in deze periode.

Scriba’s en hun kennis

De Demotische (Egyptische) papyri uit Ptolemaeïsch Thebe zijn in veel gevallen geschreven door notarissen (monographoi), die deel uitmaakten van de Egyptische clerus en werkten voor het notariaat van de tempel. Wie een huis wilde kopen of een huwelijk wilde sluiten, moest naar het notariaat gaan om een contract te laten opstellen, waarbij ook getuigen aanwezig moesten zijn. Soms moesten deze Demotische contracten in het Grieks worden vertaald, bijvoorbeeld wanneer een zaak voor de (Griekse) rechtbank werd gebracht. Dit verklaart waarom zoveel tweetalige papyri uit Ptolemaeïsch Thebe bewaard zijn gebleven (bijvoorbeeld P. BM Andrews 28 [TM 2732]). Naast het Demotische notariaat, waar scriba’s in het Egyptisch schreven, bestond er ook een Grieks notariaat, waar scriba’s (agoranomoi) in het Grieks schreven. Interessant genoeg waren deze Grieks-schrijvende scriba’s vaak Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. In sommige gevallen is hun Egyptische achtergrond duidelijk herkenbaar, bijvoorbeeld door de invloed op hun geschreven Grieks en de “fouten” die zij maakten. Juist deze fouten, evenals de manier waarop Egyptische woorden in het Grieks werden weergegeven, bieden waardevolle inzichten in de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe en het taalniveau van deze scriba’s.

Voorbeeld van een tweetalig (Demotisch/Grieks) contract uit Ptolemaeïsch Thebe (P. BM Andrews 28 [TM 2732])

Religieuze terminologie in Demotisch en Grieks

Een kruik waarin een Thebaans tweetalig papyrusarchief werd bewaard

Een interessante casus om de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe te onderzoeken, is de religieuze terminologie in de tweetalige papyri. Deze omvat onder andere priestertitels, toponiemen van tempels en godennamen. Voor veel traditionele Egyptische (Demotische) termen bestond er geen direct equivalent in het klassieke (koine) Grieks. Om deze begrippen toch weer te geven, moesten scriba’s alternatieve strategieën toepassen wanneer een eenvoudige vertaling niet volstond. Dit leidde tot creatieve aanpassingen en interessante varianten in de manier waarop Demotische woorden in het Grieks werden weergegeven.

Vertalingen en leenvertalingen

De eenvoudigste manier om Egyptische termen in het Grieks weer te geven, was door ze rechtstreeks te vertalen. Zo werden het ‘hoofd van een phyle’ en een ‘wever’ simpelweg vertaald. Wanneer er echter geen bestaand Grieks equivalent voorhanden was, maar een gedeeltelijke vertaling wel mogelijk was, werd vaak een leenvertaling toegepast. Hierbij werd het woord niet in zijn geheel vertaald, maar werd elk afzonderlijk deel omgezet in het Grieks. Zo werd een watergieter (wah-moe) bijvoorbeeld omschreven als ‘degene die water’ (choachytes) uitgiet, en werd een wever van koninklijk linnen een ‘byssos-wever’. Bij al deze (leen)vertalingen was het duidelijk welke functies de personen met deze titels uitoefenden, en er bestond voldoende Griekse woordenschat om geschikte vertalingen te maken. Dit komt mede doordat deze functies, hoewel ze vaak verbonden waren met een tempel- of religieuze context, niet per se cultureel specifiek waren. In wezen betroffen ze vrij algemene beroeps- of taakomschrijvingen.

Buitenlandsismen en leenwoorden

Wanneer functies complexer of minder duidelijk waren, of wanneer er geen passend Grieks equivalent voorhanden was, koos men vaak voor een transcriptie. Dit betekende dat de scriba het Egyptische woord fonetisch weergaf in het Griekse schrift. Deze transcripties konden aanvankelijk een buitenlandsisme zijn, wat betekent dat ze letterlijk on the spot werden geconcipieerd, zonder een gestandaardiseerde spelling. De tweetalige documenten uit Ptolemaeïsch Thebe bevatten enkele interessante voorbeelden van dergelijke buitenlandsismen, zowel voor priestertitels als religieuze toponiemen.

Een eerste voorbeeld komt uit een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582]), waarin de namen en titels van de overledenen staan vermeld voor wie de dodenpriesters plengoffers brachten. Een van de individuen op deze lijst was een hogepriester van Ptah, pꜣ ḥm(-nṯr) Ptḥ, wat in het Grieks doorgaans wordt vertaald als hogepriester van Hephaistos (προφήτης Ἡφαίστου, prophetes Hephaistou). De scriba van deze lijst was echter niet bekend met de gangbare vertaling en kon de titel alleen fonetisch noteren, waardoor hij een buitenlandsisme introduceerde. Hij schreef de titel neer zoals hij die hoorde: φενπταιος (phenptaios; mogelijk uitgesproken als pəhəmpətáh). De scriba was zich duidelijk bewust van zijn onzekerheid, want hij voegde er bijna verontschuldigend aan toe: “of hoe de titel dan ook anders geschreven wordt”.

Griekse gedeelte van een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582])

Andere voorbeelden van buitenlandsismen zijn terug te vinden in enkele Thebaanse toponiemen. Bekende tempels kregen meestal een Griekse vertaling: de tempel van Amon (de Karnak-tempel) werd het Ammonieion, de tempel van Anubis het Anubieion, en de tempel van Isis het Isieion, enzovoort. Wanneer een letterlijke vertaling niet mogelijk was, werd vaak de interpretatio Graeca toegepast, waarbij een Egyptische god werd gelijkgesteld met een Griekse. Zo werd de tempel van Montu het Apollonieion, aangezien Montu werd vereenzelvigd met Apollo; de tempel van Mut werd het Heraion, en de tempel van Hathor het Aphrodisieion. Voor minder bekende tempels of toponiemen kon dit principe niet altijd worden gevolgd, en schreef de scriba soms fonetisch neer wat hij hoorde. Zo werd de tempel van Opet in het Karnak-domein, Pꜣ-pr-ꞽp.t-wr.t, fonetisch weergegeven als Παποηριεῖον of Πεφοηριείο (papoerieion, pephoerieion; mogelijks uitgesproken als *pəp(ʰ)əwèrə). Op dezelfde manier werd het dorp “de fundering van Isis”, gelegen naast de tempel van Deir-Shelwit, Pa-grg(-n)-ꜣs.t, fonetisch weergegeven als Πακηρκεῆσις, Πακερκεεσις (pakerkeesis; mogelijks uitgesproken als *pəkərkəʔésə).

Opvallend bij buitenlandsismen is dat ze meestal slechts één keer voorkomen, zoals in het voorbeeld van de hogepriester van Ptah. Wanneer ze daarentegen meerdere keren worden aangetroffen, zoals bij de toponiemen, ontbreekt vaak een gestandaardiseerde spelling. Dit resulteerde in verschillende Griekse varianten van dezelfde naam. Na verloop van tijd konden dergelijke buitenlandsismen uitgroeien tot volwaardige leenwoorden die zich volledig aan het Grieks hadden aangepast. De buitenlandse oorsprong van het woord speelde dan geen rol meer; het werd volledig geïntegreerd in de taal en kreeg een gestandaardiseerde spelling.

Er zijn niet veel voorbeelden van Demotische termen die uiteindelijk Griekse leenwoorden werden. Toch zijn er enkele titels waarbij dit gebeurde en die volledig ingeburgerd geraakten. Een eerste voorbeeld is de titel mr-šn, die verwees naar een functionaris die verantwoordelijk was voor de financiële administratie van de tempel en verantwoording moest afleggen aan de Ptolemaeïsche overheid. De Griekse variant, λεσῶνις (lesonis), was een fonetische weergave van de Demotische titel, maar in tegenstelling tot buitenlandsismen werd het woord volledig aangepast aan het Grieks en consequent op dezelfde manier geschreven. Een vergelijkbaar geval is de titel gl-šr, die verwees naar een soort soldaat, mogelijk een bewaker van het tempeldomein. In het Grieks werd deze titel weergegeven als καλάσιρις (kalasiris).

Niet alleen titels, maar ook Egyptische epitheta konden zich ontwikkelen tot leenwoorden. Het bekendste voorbeeld hiervan is te vinden binnen de cultus van Amon, de hoofdgod van het Thebaanse gebied. Twee van de meest voorkomende priesterfuncties binnen zijn cultus waren genoemd naar epitheta van Amon: de profeten van Amon in Karnak (Ꞽmn-n-Ꞽp.t-sw.t) en de profeten van Amon-Ra, koning der goden (Ꞽmn-Rꜥ nsw.t nṯr.w). Opmerkelijk genoeg kreeg alleen het laatste epitheton een Griekse tegenhanger: Ἀμονρασονθήρ. Dit was waarschijnlijk omdat dit het meest prominente epitheton van de twee was. Vermoedelijk werd dit Griekse leenwoord ontwikkeld door Egyptische priesters die naar de meest geschikte “vertaling” zochten om de belangrijke cultus van Amon in het Grieks weer te geven.

Verklarende beschrijvingen

Een beeld van een Egyptische scriba (5de dynastie)

Wanneer het oorspronkelijke Egyptische woord voor de scriba duidelijk was, maar er geen Grieks equivalent bestond, kon hij naast een transcriptie ook een verklarende beschrijving ontwikkelen. In zulke gevallen werd niet simpelweg een woord overgenomen, maar werd uitgelegd welke functie een persoon met die titel uitoefende. Opvallend is dat de Griekse equivalenten in veel gevallen explicieter en duidelijker zijn dan de oorspronkelijke Demotische termen.

Het feit dat het Grieks vaak duidelijker is dan het oorspronkelijke Demotisch, komt vooral naar voren in de cultus van heilige valken en ibissen. Deze vogels werden tijdens hun leven verzorgd en gevoed door een bepaalde groep priesters, vervolgens waarschijnlijk ritueel gedood als offer, en daarna gemummificeerd en begraven door een andere groep priesters. In het Demotisch werden de verzorgers aangeduid als ‘dienaar van de ibissen’ (bꜣk nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (bꜣk pꜣ bꞽk). Het Grieks biedt echter een veel specifiekere omschrijving: ἰβιοβοσκός (‘degene die de ibissen voedt’) en ἱερακοβοσκός (‘degene die de valken voedt’). Voor de priesters die de dieren mummificeerden en begroeven, die met een andere Demotische term eveneens ‘dienaar van de ibissen’ (sḏm nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (sḏm pꜣ bꞽk) werden genoemd, bood het Grieks opnieuw een verduidelijking: ἰβιοτάφος (‘degene die de ibissen begraaft’) en ἱερακοτάφος (‘degene die de valken begraaft’). Dit onderscheid zou op basis van het Demotisch alleen nooit zo helder zijn geweest, aangezien beide functies in die taal simpelweg als dienaar werden omschreven.

Een vergelijkbaar fenomeen doet zich voor bij de portiers van de tempel (ry-ꜥꜣ), die in het Grieks werden omschreven als ‘degene die het gordijn omhoog doet’ (παστοφόρος). Deze verklarende beschrijving is veel specifieker dan de algemene Demotische titel ‘portier’. Ook de Egyptische rechter, wpty in het Demotisch, wordt in het Grieks specifieker omschreven als ‘rechter van het volk’ (λαοκρίτης). Dit komt doordat de Grieken het rechtssysteem in Egypte diversifieerden. Naast de Egyptische rechters, die vaak priesters waren en rechtszittingen hielden bij de poorten van de tempels, voegden de Grieken ook hun eigen rechters, chrematistai (koninklijke rechtbanken) en dikastai (Griekse rechtbanken), toe. Deze diversificatie maakte het noodzakelijk om de Egyptische rechters, die al lange tijd bestonden, in het Grieks specifieker te beschrijven. Eveneens interessant is de titel van de Demotische voorleespriester, ẖry-ḥb, die naast het voorlezen van rituele teksten ook verantwoordelijk was voor de mummificatie van lijken. In het Grieks kreeg hij de specifieke titel ‘pekelaar’ (ταριχευτής), omdat hij degene was die de lijken met natron pekelde. Waar de oorspronkelijke Egyptische titel sterk de nadruk legde op de religieuze functie – hij is iemand die rituele teksten voorleest – richt de Griekse titel zich duidelijker op de praktische aspecten van de mummificatie. De Griekse term pekelaar werd overigens ook gebruikt voor mensen die werkzaam waren in de voedselindustrie, specifiek voor degenen die verantwoordelijk waren voor het pekelen van voedsel met zout.

Conclusie

Al deze Griekse verklarende beschrijvingen, die vaak beter uitlegden wat er precies werd bedoeld dan de oorspronkelijke Demotische termen, werden mogelijk ook ontwikkeld door Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. Ze werden in ieder geval opgesteld door individuen die goed begrepen welke specifieke functies er uitgevoerd werden. Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat het beschrijven van bepaalde priesterfuncties om een titel te creëren geen nieuw concept was. De Egyptenaren deden dit al in eerdere periodes. Zo werden de verschillende handelingen die bijvoorbeeld tijdens het dagelijkse offerritueel voor de god in de tempel werden uitgevoerd, als volgt beschreven: degene die de horizon binnengaat en ziet wat er is, degene die het schrijn opent en de god ziet, enzovoort. Dit soort verklarende beschrijvingen werden al toegepast in eerdere hiëratische en hiëroglyfische titels. Dit kan een extra reden zijn om aan te nemen dat de Griekse verklarende beschrijvingen voor de Demotische titels eveneens door Egyptenaren werden gemaakt die de Griekse taal hadden geleerd.

Hoewel de tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe niet altijd volledig begrepen wat er precies aan de hand was en soms fonetisch moesten neerschrijven wat ze hoorden, bezaten ze in de meeste gevallen veel kennis en deden ze hun uiterste best om de religieuze Demotische terminologie zo nauwkeurig mogelijk in het Grieks weer te geven.

Meer Lezen

Coussement, S., “Because I am Greek”. Polyonymy as an Expression of Ethnicity in Ptolemaic Egypt, Stud. Hell. 55, Leuven, 2016.

Depauw, M., “Language Use, Literacy, and Bilingualism”, in C. RIGGS (ed), Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, pp. 671-689.

Fewster, P., “Bilingualism in Roman Egypt”, in J. N. ADAMS, M. JANSE and S. SWAIN (eds), Bilingualism in Ancient Society. Language Contact and the Written Word, 2002, pp. 220-245.

Kilani, M., “On the Vocalization of Semitic Words in Late Bronze Age Egyptian transcriptions: New Evidence from Papyrus Anastasi I”, in L. QUICK, S. NOLL, P. Y. YOO and E. KOZLOVA (eds), To Gaul, to Greece and Into Noah’s Ark. Essays in Honour of Kevin J. Cathcart on the Occasion of His Eightieth Birthday, Oxford, 2019, pp. 167-186.

Mairs, C. J. & Martin, R., “A Bilingual ‘Sale’ of Liturgies from the Archive of the Theban Choachytes. P. Berlin 5507, P. Berlin 3098 and P. Leiden 413”, Enchoria 31, 2008/9, pp. 22-67.

Schneider, T., “Three Histories of Translation. Translating in Egypt, Translating Egypt, Translating Egyptian”, in S. MCELDUFF, E. SCIARRINO (eds), Complicating the History of Western Translation. The Ancient Mediterranean in Perspective, London, 2011, pp. 176-188.

Vierros, M., Bilingual Notaries in Hellenistic Egypt. A Study of Greek as a Second Language, Coll. Hell 5, Leuven, 2012.

 

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Temple of Hathor, Deir el-Medina’, vanuit Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/feed/ 0 2690
Woord met een historie: sartago https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/#respond Sat, 09 Oct 2021 15:50:53 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=124

In onze reeks 'Woorden met een Historie' gaan we op zoek naar de geschiedenis van een antiek woord. Het Latijnse 'sartago' is zo'n term die in de Oudheid werd gebruikt in verschillende betekenissen, de meeste verbonden aan de oorspronkelijke betekenis van het keukengerei. Toch leefde dit woord nog verder in verschillende werelden: van een (christelijke) interpretatie bij de kerkvaders tot een lokale legende van een Portugees dorp.

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Nu de herfst is begonnen en het weer wat kouder is, kan een lekker stoofpotje wel eens smaken. Stoofvlees met een Belgisch bier, Gentse waterzooi of een stoofpotje van wintergroenten, allemaal gerechten die de moeite zijn om je braadpan boven te halen, iets wat de Grieken en Romeinen ook al deden. Onder andere de Latijnse term ‘sartago‘ werd gebruikt om zo’n koekenpan aan te duiden, maar dat was niet de enige betekenis van dat historische woord.

Geschiedenis en betekenissen

Al in Mesopotamië werden koperen braadpannen gebruikt, en dat keukengerei verspreidde zich nadien ook naar de Egyptenaren, Grieken en Romeinen. Bij de oude Grieken werden deze koekenpannen aangeduid met het woord tagènon, de Romeinen gebruikten de termen patella of sartago. Zulke braadpannen werden gebruikt in heel het Romeinse Rijk (zoals het voorbeeld van de coverafbeelding, daterend uit de 3de uit een opgraving in het Welshe Caerleon, waar een Romeins fort lag) en leken ook uitermate geschikt voor gebruik tijdens een militaire campagne, hoewel daarvoor het archeologische bewijs ontbreekt.

Een Cycladische “koekenpan” met spiraalvormige decoratie van sterren, gemaakt omstreeks 2800-2500 v.C. en bewaard in het Archeologisch Museum van Naxos

Letterlijk betekent sartago dus ‘braadpan’, maar in de uitdrukking “sartago loquendi”, die we bij de Romeinse satirendichter Aules Persius Flaccus (34 – 62 n.C.) aantreffen, betekent het “een hutsepot van spreken” en dus “wartaal”. In Persius eerste satire (vers 79 e.v.) lezen we immers het volgende:

Hos pueris monitus patres infundere lippos
cum videas, quaerisne unde haec sartago loquendi
venerit in linguas, […]?

Wanneer je vaders deze raadgevingen in de oren van hun kinderen ziet gieten, vraag je je dan af vanwaar die hutsepot van taal op hun tong komt?

Koperen braadpan uit de 5de-4de eeuw v.C., gevonden in Thessaloniki

De term wordt ook gebruikt in de eigenlijke betekenis van braadpan. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de Vulgaatvertaling van Leviticus 7:9:

Et omne sacrificium similae quod coquitur in clibano et quicquid in craticula vel in sartagine praeparatur eius erit sacerdotis a quo offertur.

En elk graanoffer dat wordt gebakken in een oven en al wat wordt bereid op een rooster of in een pan zal toebehoren aan de priester door wie het geofferd wordt.

Martelinstrument

Deze braadpannen werden blijkbaar ook gebruikt als martelinstrumenten (een verhitte pan en wat verbeelding van de lezer behoeven geen verdere uitleg). Daarom is het ook niet verwonderlijk dat we de sartago, zij het niet als martelwerktuig, ook tegenkomen in de volgende passage uit de Satiren van Decimus Iunius Iuvenalis (ca. 60 – tussen 133 en 140 n.C.), nota bene in dezelfde tiende satire waaruit ook de fameuze uitspraken “panem et circenses” (“brood en spelen”) en “mens sana in corpore sano” (“een gezonde geest in een gezond lichaam”) te vinden zijn. In deze passage heeft Juvenalis het over de ijdelheid van macht en status en gebruikt hij Lucius Aelius Seianus als voorbeeld. Tijdens de regeerperiode van keizer Tiberius had die immers een grote invloed, zeker toen Tiberius zich vanaf 26 n.C. op het eiland Capri terugtrok. Sejanus vervulde de facto enige jaren de rol van heerser over het gehele Romeinse rijk. In 31 n.C. viel hij echter plotseling in ongenade, net op het moment dat hij tot consul was verkozen:

iam strident ignes, iam follibus atque caminis
ardet adoratum populo caput et crepat ingens
Seianus, deinde ex facie toto orbe secunda
fiunt urceoli pelves sartago matellae.
pone domi laurus, duc in Capitolia magnum
cretatumque bovem! Seianus ducitur unco
spectandus, gaudent omnes: ‘quae labra, quis illi
vultus erat! numquam, si quid mihi credis, amavi
hunc hominem.’ ‘Sed quo cecidit sub crimine? quisnam
delator? quibus indicibus, quo teste probavit?’
‘ nil horum; verbosa et grandis epistula venit
a Capreis.’ ‘bene habet, nil plus interrogo.’ […]

(Juvenalis, Sat. X, 63)

Het vuur loeit al, door blaasbalgen en ovens brandt dat door het volk zo beminde hoofd al en knettert de grote Seianus, en vervolgens wordt dat gezicht, dat in de hele wereld op de tweede plaats kwam (sc. na de keizer) veranderd in kruikjes en schalen en potten en pannen. Versier je huis met laurier, leid een grote witgekrijte stier naar het Capitool! Seianus wordt in het openbaar aan een haak voortgetrokken, iedereen viert feest: ‘Zie zijn lippen, zie zijn gezicht! Nooit, geloof me maar, vond ik die vent sympathiek.’ ‘Maar door welke misdaad kwam hij ten val? Wie was de aanbrenger? Met welke bewijzen, door welke getuige werd hij veroordeeld?’ ‘Niets van dat alles: er kwam een lange en pompeuze brief uit Capri.’ ‘Dan is het goed, dan vraag ik niets meer.’ […]

Braadpannen en bisschoppen

Nog een voorbeeld van een (slechts gedeeltelijk) bewaarde Romeinse koperen braadpan zonder handgreep, gevonden in het Britse Colchester

Voor een meer “wetenschappelijke” benadering wenden we ons tot Isidorus van Sevilla (560 – 636 n.C.), de aartsbisschop van Sevilla en auteur van de Etymologiae, een soort van encyclopedie avant la lettre. Om die reden geldt hij ook als de beschermheilige van het internet. Hij vermeldt de sartago in een passage die gaat over keukengerei en potten en pannen (vasa coquinaria) en in dit geval waagt hij zich aan een etymologie in de hedendaagse betekenis van het woord: hij verklaart het als een klanknabootsing of onomatopee.

Sartago ab strepitu sonus vocata quando ardet in ea oleum.

(Isidorus Hispalensis, Etymologiae XX, VIII)

De “sartago” wordt zo genoemd door het geluid die ze maakt wanneer er olie in brandt.

Het bekendste – en figuurlijke – gebruik van het woord sartago vinden we echter in de Confessiones (Belijdenissen) van de kerkvader Augustinus van Hippo (354 – 430 n.C.). Hij begint het derde boek van de Belijdenissen als volgt, met een woordspel op Carthago – sartago: “Veni Carthaginem, et circumstrepebat me undique sartago flagitiosorum amorum”. Of vrij vertaald: “Ik ging naar Carthago [om er te studeren] en langs alle kanten omringde me een heksenketel van losbandige liefdesavontuurtjes.” Niet exact wat we als moderne lezer verwachten van iemand die later bisschop zou worden en zelfs heiligverklaard werd, maar de normen van de Kerk waren toen anders. Vóór zijn priesterwijding had Augustinus immers een langdurige vaste relatie met een slavin en ze hadden zelfs een kind samen. Een huwelijk was uitgesloten, omdat een vrijgeborene zoals Augustinus niet kon trouwen met een slavin, maar de Kerk keurde dit soort relaties niet af zolang ze maar monogaam waren. Ten tijde van Augustinus moest een priester bovendien pas na zijn wijding celibatair leven. Als hij daarvoor al getrouwd was, werd er verwacht dat man en vrouw voortaan “als broeder en zuster” zouden samenleven.

Sartago en de legende van Sertã

Wapenschild van Sertã met Latijnse spreuk

Een andere opvallende en veel minder bekende tekst waarin onze koekenpan opduikt, is in de wapenspreuk van het Portugese dorp Sertã (of in het Latijn: Sartago). Het – allitererende – opschrift is het volgende:

Sartago Sternit Sartagine Hostes.

Serta vloert zijn vijanden met een koekenpan.

Dit is een verwijzing naar een legende rond de stichting van Sertã. Die legende schrijft de bouw van het kasteel van Sertã toe aan een historische Romeinse figuur en dateert uit de 1ste eeuw v.C. Quintus Sertorius, een Romeinse politicus en generaal die in 83 v.C. verbannen was om politieke redenen, ontketende een opstand waarbij hij de volkeren van het Iberisch schiereiland leidde tegen de legers van de Romeinse Republiek, onder leiding van Pompeius. Omstreeks 80 v.C. vluchtte Sertorius naar het Iberisch schiereiland en sloot zich aan bij Lusitaniërs, een volk dat grofweg het grondgebied van het huidige Portugal bewoonde.

Volgens de legende was er tijdens de strijd die plaatsvond voor de verovering van Lusitania, een Romeinse aanval op het kasteel, waarbij de leider omkwam. Toen ze het nieuws hoorde en zich realiseerde dat de vijand de muren bereikte, beklom diens vrouw Celinda de kantelen met een enorme pan, gevuld met kokende olie en goot die op de aanstormende vijand. Zo kon ze de Romeinen iets langer tegenhouden en kregen de verdedigers de tijd om versterkingen uit de dichtstbijzijnde plaatsen aan te laten komen. Zo zou de naam Sartago (en later het daarvan afgeleide Sertã) aan de plaats zijn gegeven.

Het mocht Sertorius echter niet baten, ondanks zijn initiële militaire successen tegen de Romeinen, die in hem een nieuwe Hannibal zagen: in 72 v.C. werd hij door een jaloerse officier, Perperna Vento, vermoord tijdens een banket en kwam het Iberische schiereiland opnieuw onder Romeins gezag. Wat overblijft, is een heroïsch verhaal met een koekenpan.

houtsculpturen, gebaseerd op vondsten van keukengerei, waaronder braadpannen, in Pompeï

Coverafbeelding: ‘Roman iron frying pan’ uit het National Museum Wales (© Amgueddfa Cymru – National Museum Wales)

De auteur wenst Tom Gheldof te bedanken voor zijn suggesties bij het schrijven van dit stukje.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/feed/ 0 124
Woord van de maand: λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοκαραβομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων https://www.oudegeschiedenis.be/26/09/2018/woord-van-de-maand-%ce%bb%ce%bf%cf%80%ce%b1%ce%b4%ce%bf%cf%84%ce%b5%ce%bc%ce%b1%cf%87%ce%bf%cf%83%ce%b5%ce%bb%ce%b1%cf%87%ce%bf%ce%b3%ce%b1%ce%bb%ce%b5%ce%bf%ce%ba%cf%81%ce%b1%ce%bd%ce%b9%ce%bf%ce%bb/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/09/2018/woord-van-de-maand-%ce%bb%ce%bf%cf%80%ce%b1%ce%b4%ce%bf%cf%84%ce%b5%ce%bc%ce%b1%cf%87%ce%bf%cf%83%ce%b5%ce%bb%ce%b1%cf%87%ce%bf%ce%b3%ce%b1%ce%bb%ce%b5%ce%bf%ce%ba%cf%81%ce%b1%ce%bd%ce%b9%ce%bf%ce%bb/#comments Wed, 26 Sep 2018 14:21:28 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=181 Lopadotemachoselachogaleokranioleipsanodrimhypotrimmatosilphioparaomelitokatakechymenokichlepikossyphophattoperisteralektryonoptekephalliokigklopeleiolagoiosiraiobaphetraganopterygon

Dat leest u goed beste lezer: het woord van deze maand is een hele mond vol. Het zal dan ook niet verbazen dat het om een soort gerecht gaat, waarvan alle ingrediënten in een lange samenstelling zijn gegoten. Dit is uiteraard pure parodie op sympotische poëzie die graag een uitgebreide beschrijving van gerechten gaf en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat we deze hapax terugvinden in de komedie Ἐκκλησιάζουσαι (Ecclesiazusae, vrij vertaald: Vrouwenparlement) van de Atheense blijspeldichter Aristophanes (446 v.C. – 386 v.C.).

Het bericht Woord van de maand: λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοκαραβομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Lopadotemachoselachogaleokranioleipsanodrimhypotrimmatosilphioparaomelitokatakechymenokichlepikossyphophattoperisteralektryonoptekephalliokigklopeleiolagoiosiraiobaphetraganopterygon

Dat leest u goed beste lezer: het woord van deze maand is een hele mond vol. Het zal dan ook niet verbazen dat het om een soort gerecht gaat, waarvan alle ingrediënten in een lange samenstelling zijn gegoten. Dit is uiteraard pure parodie op sympotische poëzie die graag een uitgebreide beschrijving van gerechten gaf en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat we deze hapax terugvinden in de komedie Ἐκκλησιάζουσαι (Ecclesiazusae, vrij vertaald: Vrouwenparlement) van de Atheense blijspeldichter Aristophanes (446 v.C. – 386 v.C.): λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοκαραβομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων of Lopadotemachoselachogaleokranioleipsanodrimhypotrimmatosilphioparaomelitokatakechymenokichlepikossyphophattoperisteralektryonoptekephalliokigklopeleiolagoiosiraiobaphetraganopterygon.

Variante lezingen

Ons bewuste woord telt maar liefst 172 tekens, althans in de langst mogelijke versie, die we niet toevallig – en niet geheel gespeend van enige sensatiezucht – als titel hebben gekozen. Met dat indrukwekkende aantal karakters geeft het Mary Poppins met Supercalifragilisticexpialidocious (34 karakters) ruim het nakijken.

Het aantal tekens is afhankelijk van welk handschrift of editie van de tekst men volgt, want in de loop der tijden hebben kopiisten om evidente redenen veel geknoeid met dit woord. Een aantal variante lezingen zijn de volgende (verschillen worden in het vet aangeduid):

  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιολιπαρομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγαλοπτερύγων (Loeb-editie)
  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοτυρομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοκεφαλιοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγαλοπτερύγων (Budé-editie)
  • λοπαδοτεμαχος σελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοπαραομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτεκεφαλλιοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων (Meineke)
  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοτυρομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτεκεφαλλιοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων (Oxford, 1906)
  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοπαραλομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφατ<τ>οπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων (Oxford, 2007)
  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοπαραλομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοκεφαλιοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγαλοπτερύγων (Vetta)
  • λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοπαραλομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυον†οπτεγκεφαλλιο†κιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγαλοπτερύγων (Sommerstein)
  • λεπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοπρασομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτεγκεφαλοκιγκλοπελειολαγωοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων (Dindorf)

Wat schaft de pot?

Het hele woord loopt over 6,5 verzen (1169 – 1179a) in de komedie. Omdat het niet letterlijk vertaald kan worden, geven we een opsplitsing en een lijstje van de ingrediënten:

λοπᾰδο-τεμᾰχο-σελᾰχο-γᾰλεο-κρᾱνιο-λειψᾰνο-δρῑμ-ῠποτριμμᾰτο-σιλφῐο-κᾱρᾰβο-μελῐτο-κᾰτᾰκεχῠμενο-κιχλ-επῐ-κοσσῠφο-φαττο-περιστερ-ᾰλεκτρῠον-οπτο-πιφαλλιδο-κιγκλο-πελειο-λᾰγῳο-σῐραιο-βᾰφη-τρᾰγᾰνο-πτερύγων

  • λοπᾰδο-: komt van ἡ λοπάς (gen. λοπάδος), “schotel, pan”. Het kan echter ook “schaaldier” betekenen. Een variante lezing is λεπαδο- van ἡ λεπάς (gen. λοπάδος), “zeeslak”. De bedoelde zeeslak is een soort uit de familie van de patellidae of schaalhoornachtigen. Patellidae betekent letterlijk “panachtigen”, dus in feite zijn beide lezingen onderling inwisselbaar.
  • τεμᾰχο-: van τὸ τεμαχος, dat “afgesneden en gezouten stuk vis” betekent.
  • σελᾰχο-· dit komt van τὸ σέλαχος, “kraakbeenvis” (en dus vaak “haai” of “rog”, aangezien deze tot de kraakbeenvissen behoren).
  • γᾰλεο-: hier is in theorie twijfel mogelijk: ofwel is hier sprake van ἡ γαλέη (of γαλῆ), “wezel”, “marter” of “fret”, ofwel slaat het op ὁ γαλεός, “hondshaai”.
  • κρᾱνιο-: van τὸ κρανίον, “kruin” (van het hoofd).
  • λειψᾰνο-: van τὸ λείψανον, “restje”.
  • δρῑμ-: van δριμύς, “zuur”, “bitter”, “doordringend”.
  • ῠποτριμμᾰτο-: van τὸ ὑπότριμμα, een soort stamppot van verschillende ingrediënten die samen werden fijngemalen. Volgens Liddell and Scott’s Intermediate Greek-English Lexicon (1889) was dit te vergelijken met een gerecht dat de Romeinen “moretum” noemden. Het lijkt nog het meest op een soort pesto. Het gerecht werd bij de Romeinen traditioneel geassocieerd met het boerenleven, wat meteen al een opstapje kan zijn naar de “boerse” humor van de oude komedie zoals Aristophanes die bedrijft.
  • Silphium, een geneeskrachtig kruid uit Cyrene dat mogelijk uitgestorven is en mogelijk verwant met deze Ferula tingitana

    σιλφῐο-: van τὸ σίλφιον, silphium of laserpicium in het Latijn. Van deze plant, die in de oudheid veel gebruikt en vermeld werd als specerij en geneesmiddel, is moeilijk te zeggen met welke moderne plant hij overeenkomt (mogelijk Margotia gummifera of Ferula tingitana) en het is zelfs mogelijk dat het gaat om een uitgestorven soort, mogelijk van het genus Ferula.

  • κᾱρᾰβο-: van ὁ κάραβος, dat “vliegend hert” of “rivierkreeft” kan betekenen. Gezien het feit dat er nog andere soorten vis en schaaldieren vermeld worden, is de tweede mogelijkheid de meest waarschijnlijke, maar het parodiërende karakter laat ruimte om de dubbelzinnigheid te laten bestaan. Vele edities hebben hier echter niet –καραβο- in de tekst en dit heeft ook invloed op de vertaling (cf. infra). Dit stukje van het woord is dan ook een tekstkritisch problematische passage, waar elke uitgever een andere reconstructie van voorstelt, zoals –λιπαρο- (van λιπαρός, “olieachtig”, “vet”), -τυρο- (van ὁ τυρός, “kaas”), -(ε)(γ)κεφαλ(λ)(ι)ο- (van τὸ ἐγκεφάλιον, “palmboomhart”), -παρα(λ)ο- (mogelijk van παραλος, “van bij de zee”, “zee-“) en -πρασο- (van τὸ πράσον, “prei”).
  • μελῐτο-: van τὸ μέλι (genitief μέλιτος), “honing”
  • κᾰτᾰκεχῠμενο-: van καταχέω, “overgieten”. De combinatie -μελῐτοκᾰτᾰκεχῠμενο- betekent dus “met honing overgoten”.
  • κιχλ-: van ἡ κίχλη, “lijster” ofwel “lipvis”. Aristophanes gebruikt dit woord in beide betekenissen, maar gezien de context is hier geen van beide uit te sluiten.
  • επῐ-: van het voorzetsel ἐπί, “op”.
  • κοσσῠφο-: van ὁ κόσσυφος, ook wel κόττῠφος of κόσσυκος, “merel”.
  • φαττο-: van ἡ φάττα, “houtduif”.
  • περιστερ-: van ἡ περιστερά, “duif”, of specifieker de gewone gedomesticeerde duif Columba livia domestica.
  • ᾰλεκτρῠον-: van ὁ/ἡ ἀλεκτρυών, “haan” of “hen”, afhankelijk van het lidwoord.
  • οπτο-: van ὀπτός, “geroosterd”.
  • πιφαλλιδο-: van ἡ πιφαλλίς, een niet met zekerheid te identificeren vogelsoort, mogelijk de “kuifleeuwerik” en in de teksten vaak onjuist gegeven als –κεφαλλιδο-. De combinatie –οπτοπιφαλλιδο- betekent dus zoiets als “geroosterde kuifleeuwerik”.
  • κιγκλο-: van ὁ κίγκλος, “kwikstaart”.
  • πελειο-: van πελείους, “blauwachtig” of “bont en blauw geslagen”.
  • λᾰγῳο-: van ὁ λαγῶς of λαγώς, “haas”.
  • σῐραιο-: van τὸ σίραιον, “ingekookte most”. Most is het sap van druiven voor het wijn wordt, maar nadat het al geperst is.
  • βᾰφη-: van βάπτω, “onderdompelen”.
  • τρᾰγᾰνο-: van τὸ τράγανον of τάργανον, “azijn”. De variante lezing τραγαλο- kan in verband gebracht worden met τὸ τρωγάλιον, gedroogd fruit dat bij het dessert geserveerd werd. Het hiermee verwante werkwoord τραγαλίζω, een woord dat overigens enkel bij Aristophanes voorkomt, betekent “knabbelen” en is een synoniem van het courantere τρώγω, dat stamverwant is met τρωγάλιον.
  • πτερύγων: van ἡ πτέρυξ (genitief: πτέρυγος), “vleugel”.

Vertaling van een onvertaalbaar woord

Wie als vertaler geconfronteerd wordt met een dergelijke draak van een woord, moet op een of andere manier toch een oplossing zien te vinden voor dit probleem en dat is ook gebeurd. We presenteren een kleine greep uit het aanbod.

  • Limpets and saltfish and sharksteak and dogfish and mullets and oddfish with savory pickle sauce and thrushes with blackbirds and various pigeons and roosters and pan-roasted wagtails and larks and nice chunks of hare marinated in mulled wine and all of it drizzled with honey and silphium and vinegar, oil, and spices galore (Loeb-editie)
  • Patelles-saline-raies-mustelles-rémoulade de restants de cervelles assaissonnée de silphium et de fromage-grives arrosées de miel-merles-ramiers-bisets-coqs-fritures de muges-bergeronnettes-pigeons-lièvres-croquants en forme d’ailes macérés dans du vin cuit (Budé-editie)
  • Ostriche-baccalà-razze-teste di palombo-frattaglie in salsa piccante didi silfio formaggio miele versata su tordi-merli-colombi-piccioni-galletti arrosto-cefali-cutrettole-lepri-mostard-ali (Vetta)
  • Dishy-slicy-sharky-dogfishy-heady-left-oversy-very-strong-saucy-silphiumy-bit-salty-honey-poured-overy-thrush-upon-blackbirdy-ringdovey-pigeony-chickeny-roast-cooty-wagtaily-rockdovey-haremeaty-boiled-winy-dippy-deliciousy-wingedy thing (Sommerstein)
  • Schüsselschetzelrochenhaifischhirnwurstessigrettichknoblauchkäsehonigsaucedrosselaufamselringelturteltaubenhähnchengrillhirnschnepfenwachtelhasensiruptunkenschlemmerflügel (Bremer-Holzberg-Feller)
  • Schotels-en-stukken-van-roggen-en-haaien-en-scherpe-hersenpastei-met-silphium-en-kruiden-en-kaas-en-ook-lijsters-met-honing-besprenkeld-en-merels-en-duiven-en-mussen-en-hanen-en-knappende-strandvogels-in-most-ingedompeld (Jonkers)
  • Tot slot is er nog de Latijnse vertaling van Dindorf: ostrea, salsamenta, cartilaginosi pisces, mustelli, reliquiae calvariarum cum acri intrito, laserpitium cum melle interfuso, turdi, merulae, palumbi, columbae, gallinaceorum tosta capitula, cincli, liviae, leporinae carnes cum intinctu defruti, cum alis.

Elke vertaling heeft haar eigen verdiensten: zo weerspiegelt Sommersteins frequente gebruik van –y het in het Grieks even frequente gebruik van de tussenletter –ο, maar worden de woorden in een samenkoppeling gezet, niet in een samenstelling. Visueel wordt het effect van één solide woordblok het best geïmiteerd door de Duitse vertaling van Bremer, Holzberg en Feller. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het Duits veel dichter in de buurt ligt van het Grieks als het aankomt op mogelijkheden om samengestelde woorden te maken, zeker ten opzichte van de Romaanse talen of het Latijn, zodat dit verschil al deels veroorzaakt wordt door de keuze van de taal waarin men vertaalt.

Poëtisch effect

Aristophanes besloot zijn komedie waarschijnlijk niet toevallig met dit huzarenstukje: het was zeker zijn bedoeling te eindigen met een knaller, of zoals Victor Coulon het in de voetnoot in de Budé-editie verwoordt:

Ces composés multiples n’étaient pas rares chez les Comiques. Cf. Oiseaux, 491. Ce qui rend celui-ci particulièrement plaisant et expressif, c’est la rapidité avec laquelle est débité cet entassement prodigieux de mets divers composant un seul repas.

Dit effect, namelijk het opvoeren van een memorabel kunststukje, is enigszins te vergelijken met het effect van het beruchte “snelle deel” uit het nummer Rap God van Eminem, waarin de rapper maar liefst 97 woorden in 15 seconden weet te wurmen, oftewel 6,5 woorden per seconde. Het nummer als geheel brak overigens het snelheidsrecord, met gemiddeld 4,28 woorden per seconde. Immers: why be a king, when you can be Aristophanes?

Lees meer

Amigues, S. 2004. Le silphium. État de la question. In: Journal des savants, pp. 191-226.

Coverfoto: gemaakt met de Bart Simpson Chalcboard Generator

Het bericht Woord van de maand: λοπαδοτεμαχοσελαχογαλεοκρανιολειψανοδριμυποτριμματοσιλφιοκαραβομελιτοκατακεχυμενοκιχλεπικοσσυφοφαττοπεριστεραλεκτρυονοπτοπιφαλλιδοκιγκλοπελειολαγῳοσιραιοβαφητραγανοπτερύγων van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/09/2018/woord-van-de-maand-%ce%bb%ce%bf%cf%80%ce%b1%ce%b4%ce%bf%cf%84%ce%b5%ce%bc%ce%b1%cf%87%ce%bf%cf%83%ce%b5%ce%bb%ce%b1%cf%87%ce%bf%ce%b3%ce%b1%ce%bb%ce%b5%ce%bf%ce%ba%cf%81%ce%b1%ce%bd%ce%b9%ce%bf%ce%bb/feed/ 1 181
Woord van de maand: aesar https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2018/woord-van-de-maand-aesar/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2018/woord-van-de-maand-aesar/#respond Fri, 20 Apr 2018 15:55:49 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=126 Woord_van_de_maand_aesar

Nomen est omen, zo wil een Latijns spreekwoord: "de naam is een voorteken". In één beroemd geval werd een eigennaam echter het voorwerp van een voorteken. De antieke biograaf Suetonius (69/70 – 140 n.C.) vermeldt in een dergelijke context immers het Etruskische woord voor 'god', dat aesar zou zijn. Lees meer over de herkomst hiervan in deze aflevering van 'Woord van de maand'.

Het bericht Woord van de maand: aesar van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Woord_van_de_maand_aesar

Nomen est omen, zo wil een Latijns spreekwoord: “de naam is een voorteken”. In één beroemd geval werd een eigennaam echter het voorwerp van een voorteken. De antieke biograaf Suetonius (69/70 – 140 n.C.) vermeldt in een dergelijke context immers het Etruskische woord voor ‘god’, dat aesar zou zijn.

Goddelijke blikseminslag

Suetonius vermeldt dit in zijn biografie van Augustus (Vita Divi Augusti, 97), wanneer hij het heeft over de voortekenen die de dood van keizer Augustus zouden aangekondigd hebben:

Sub idem tempus ictu fulminis ex inscriptione statuae eius prima nominis littera effluxit; responsum est, centum solos dies posthac victurum, quem numerum C littera notaret, futurumque ut inter deos referretur, quod aesar, id est reliqua pars e Caesaris nomine, Etrusca lingua deus vocaretur.

Rond dezelfde tijd sloeg een blikseminslag de eerste letter van zijn naam weg van een een inscriptie op een standbeeld van hem. Er werd verklaard [sc. door de waarzeggers] dat hij vanaf dan nog slechts honderd dagen te leven had, een aantal dat werd aangeduid met de letter C, en dat hij onder de goden zou worden opgenomen, omdat een god in het Etruskisch “aesar”, dat is het overblijvende deel van de naam Caesar, werd genoemd.

Het opvallendste voorteken was dus dat een blikseminslag tijdens hevig onweer de letter C (100 in Romeinse cijfers) van het woord Caesar wegsloeg. Na zijn dood zou Augustus officieel vergoddelijkt worden, volgens de Etruskische betekenis en interpretatie van het voorteken. Het feit dat waarzeggerij bij de Romeinen Etruskische wortels had en in het Latijn aangeduid wordt als de Etrusca disciplina, de ‘Etruskische kunst’, is hier waarschijnlijk niet vreemd aan.

De Griekse historicus Cassius Dio (ca. 155 – 235 n.C.) vermeldt dezelfde anekdote (Dio Cass. LVI, 29), waarschijnlijk gebruik makend van dezelfde bron als Suetonius:

Καὶ κεραυνὸς ἐς εἰκόνα αὐτοῦ ἐν τῷ Καπιτωλίῳ ἑστῶσαν ἐμπεσὼν τὸ γράμμα τὸ πρῶτον τοῦ ὀνόματος τοῦ Καίσαρος ἠφάνισεν, ὅθεν οἱ μάντεις ἑκατοστῇ μετὰ τοῦτο αὐτὸν ἡμέρᾳ θείας τινὸς μοίρας μεταλήψεσθαι ἔφασαν, τεκμαιρόμενοι ὅτι τό τε στοιχεῖον ἐκεῖνο τὸν τῶν ἑκατὸν ἀριθμὸν παρὰ τοῖς Λατίνοις καὶ τὸ λοιπὸν πᾶν ὄνομα θεὸν παρὰ τοῖς Τυρσηνοῖς νοεῖ.

En de bliksem die was ingeslagen op een standbeeld van hem dat op het Capitool stond opgesteld, sloeg de eerste letter van de naam Caesar weg, waaruit de zieners afleidden dat hij honderd dagen daarna een of andere goddelijke staat zou bereiken, terwijl ze er op wezen dat die letter bij de Romeinen het cijfer honderd aanduidde en de rest bij de Etrusken het volledige woord voor god was.

Etruskische inscriptie uit het Museo Archeologico Nazionale dell’Umbria

Etruskische etymologie

Of aesar in het Etruskisch effectief ‘god’ betekent, is moeilijk te achterhalen, aangezien het Etruskisch slechts zeer fragmentarisch bekend is (als zogenaamde Trümmersprache). We weten dat keizer Claudius (10 v.C. – 54 n.C) een historiografisch werk en een woordenboek Etruskisch geschreven heeft, maar die werken zijn jammer genoeg niet bewaard.

Voor onze kennis van het Etruskisch moeten we het dus hebben van Etruskische (graf)opschriften en een sporadische getuigenis in de literatuur zoals die van Suetonius, waarvan de betrouwbaarheid niet altijd even groot is. Waarschijnlijk is aesar of aisar zelfs een meervoudsvorm van de overgeleverde enkelvoudsvorm ais, want er zijn ook andere woorden in de meervoudsvorm op -ar overgeleverd. Dit zou eventueel kunnen wijzen op overeenstemming met de formule in numero deorum relatus (vrij vertaald: “opgenomen in de schare der goden”) die gebruikt werd in officiële decreten. Dit is echter niet helemaal hard te maken met de informatie die ons uit de Oudheid is overgeleverd. We moeten dus concluderen dat wat Suetonius ons vertelt, waar kan zijn volgens de gegevens waarover we beschikken, maar dat we moeten oppassen met conclusies trekken op basis van zijn informatie.

Coverfoto: remix van “standbeeld van de Romeinse keizer Augustus, Via dei Fori Imperiali” door Szilas (Wikimedia) & “Thunderstorm near Pritzerbe (Germany)” door Mathias Krumbholz (CC-BY SA 3.0)

Het bericht Woord van de maand: aesar van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2018/woord-van-de-maand-aesar/feed/ 0 126
Woord van de maand: ἱστοπέδη https://www.oudegeschiedenis.be/06/02/2018/woord-maand-%e1%bc%b1%cf%83%cf%84%ce%bf%cf%80%ce%ad%ce%b4%ce%b7/ https://www.oudegeschiedenis.be/06/02/2018/woord-maand-%e1%bc%b1%cf%83%cf%84%ce%bf%cf%80%ce%ad%ce%b4%ce%b7/#respond Tue, 06 Feb 2018 18:36:25 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=174 schilderij 'Odysseus and the Sirens' van John William Waterhouse (1891) uit de National Gallery of Victoria

In ons nieuwste artikel van de categorie 'Woord van de Maand' gaan we op zoek naar de betekenis en oorsprong van ἱστοπέδη ('histopedè), mastvoet. Lezers van Homerus' 'Odyssee' zullen deze scheepsterm zeker herkennen.

Het bericht Woord van de maand: ἱστοπέδη van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
schilderij 'Odysseus and the Sirens' van John William Waterhouse (1891) uit de National Gallery of Victoria

Wie de scheepsterm ‘histopedè’ (ἱστοπέδη), die in het Nederlands vertaald wordt als onder andere mastvoet, al kent, heeft waarschijnlijk het twaalfde boek van Homerus‘ ‘Odyssee gelezen. Daarin laat Odysseus zich namelijk vastbinden aan dit onderste deel van de mast om niet toe te geven aan de lokroep van de sirenen, die zeemannen betoverden met hun mooie stem. Hij was immers nieuwsgierig genoeg om zijn oren niet dicht te stoppen met was, zoals de rest van zijn bemanning. Door zich te laten vastbinden kon hij de lokroep van de sirenen horen, zonder eraan te kunnen toegeven.

mastvoet (histopedè) van een trireem

Homerus’ Odyssee

Opvallend is dat het woord ἱστοπέδη drie keer voorkomt in dit boek van de ‘Odyssee en verder bijna nergens anders. Dit kan eenvoudig verklaard worden door het feit dat het een zeer gespecialiseerde term is: wanneer was immers de laatste keer dat u het nog had over de mastvoet van uw jacht? Nog opvallender is echter dat de verzen waarin het woord voorkomt nagenoeg identiek zijn. Het gaat om de volgende verzen:

Δησάντων σ’ ἐν νηὶ θοῇ χεῖράς τε πόδας τε
ὀρθὸν ἐν ἱστοπέδῃ, ἐκ δ’ αὐτοῦ πείρατ’ ἀνήφθω. (Od. 12, 50-51)

Ze moeten je op het snelle schip met handen en voeten vastbinden
rechtop aan de mastvoet, daaraan moet het touw vastgemaakt worden.

[…] ἀλλά με δεσμῷ
δήσατ’ ἐν ἀργαλέῳ, ὄφρ’ ἔμπεδον αὐτόθι μίμνω,
ὀρθὸν ἐν ἱστοπέδῃ, ἐκ δ’ αὐτοῦ πείρατ’ ἀνήφθω. (Od. 12, 160b-162)

[…] maar bind me vast
met een pijnlijke keten, opdat ik op deze plaats gekluisterd zou blijven,
rechtop aan de mastvoet, daaraan moet het touw vastgemaakt worden.

Οἱ δ’ ἐν νηί μ’ ἔδησαν ὁμοῦ χεῖράς τε πόδας τε
ὀρθὸν ἐν ἱστοπέδῃ, ἐκ δ’ αὐτοῦ πείρατ’ ἀνῆπτον. (Od. 12, 178-179)

En ze bonden me op het schip de handen en voeten samen,
rechtop aan de mastvoet, daaraan maakten ze het touw vast.

Ook dit verschijnsel is tamelijk eenvoudig te verklaren: in de eerste passage geeft Circe, de tovenares die leefde op het eiland Aeaea, Odysseus het advies om zich te laten vastbinden als hij uit nieuwsgierigheid toch zou willen luisteren naar het gezang. In de tweede passage geeft Odysseus aan zijn mannen het bevel hem vast te binden en in de laatste passage vertelt Odysseus dat dit bevel ook effectief uitgevoerd werd. Dergelijke (bijna) woordelijke herhalingen zijn in het epos niet ongewoon bij het overbrengen van orders via een boodschapper. Daar komt nog bij dat de verteltechniek van Homerus formulair is, dat wil zeggen dat hij vaak dezelfde bewoordingen gebruikt wanneer een gebeurtenis zich herhaalt. Dit werd al aangetoond door Milman Parry in de jaren 30 van de vorige eeuw en het is een kenmerk van alle mondelinge volkspoëzie, waarvan de ‘Ilias’ en de ‘Odyssee’ de schriftelijke neerslag zijn.

Alcaeus van Lesbos

Een andere bekende passage waarin ἱστοπέδη voorkomt, is te vinden bij de dichter Alcaeus van Lesbos (6de eeuw v.C.), wanneer hij het heeft over een schip dat in een storm is terechtgekomen:

Ἀσυνέτημι τῶν ἀνέμων στάσιν
Τὸ μὲν γὰρ ἔνθεν κῦμα κυλίνδεται
Τὸ δ’ ἔνθεν. Ἄμμες δ’ ὂν τὸ μέσσον
Νᾶϊ φορήμεθα σὺν μελαίνᾳ

Χείμωνι μόχθεντες μεγάλῳ μάλα
Πὲρ μὲν γὰρ ἄντλος ἰστοπέδαν ἔχει
Λαῖφος δὲ πὰν ζάδηλον ἤδη
Καὶ λάκιδες μέγαλαι κατ’ αὖτο

Χόλαισι δ’ ἄγκυραι.

 
Waar de wind staat kan ik niet zeggen:
de éne vloedgolf komt van her aangerold,
de andere van der; en wij middenin
zwalpen rond met ons donkere schip

zwoegend tegen ’t felle stormgeweld;
water omspoelt reeds de mastschoor,
het zeil zit overal vol gaten
en hangt er bij in grote flarden,

de binten wrikken los … (vertaling Wikisource)

Sappho & Alcaeus, schilderij van Lawrence Alma Tadema uit het Walters Art Museum, Baltimore, V.S.

Dat ἱστοπέδη hier gespeld wordt als ἰστοπέδα hoeft niet te verbazen, aangezien Alcaeus schreef in een Aeolisch dialect van het Grieks, waarin de spiritus asper niet werd uitgesproken (een fenomeen dat ‘psilosis’ heet) en waarin de vrouwelijke woorden eindigden op –α en niet op –η zoals meestal het geval is in het Attische dialect van Athene.

Met het bespreken van de bovenstaande passages hebben we eigenlijk alle plaatsen waar dit woord voorkomt al uitgeput: het is duidelijk dat het hier om een zeer zeldzaam woord gaat, hoewel we zouden verwachten dat het meer zou voorkomen, aangezien de Grieken toch een zeevarend volk waren en nog steeds zijn. Dit toont ook aan dat elke snipper papyrus met een fragment Grieks ons nieuwe informatie kan bieden over de Griekse taal: buiten Homerus is het woord immers enkel bewaard in het hierboven geciteerde fragment van Alcaeus.

Coverfoto: adaptatie van schilderij schilderij ‘Odysseus and the Sirens’ van John William Waterhouse (1891) uit de National Gallery of Victoria (Google Arts & Culture)

Het bericht Woord van de maand: ἱστοπέδη van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/06/02/2018/woord-maand-%e1%bc%b1%cf%83%cf%84%ce%bf%cf%80%ce%ad%ce%b4%ce%b7/feed/ 0 174
Woord van de maand: historia https://www.oudegeschiedenis.be/14/11/2017/woord-van-de-maand-historia/ https://www.oudegeschiedenis.be/14/11/2017/woord-van-de-maand-historia/#comments Tue, 14 Nov 2017 14:42:58 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=121 schilderij 'Die Seeschlacht bei Salamis' van Wilhelm Von Kaulbach (1868)

Elke maand bespreekt oudegeschiedenis.be een woord uit de oudheid, bijvoorbeeld uit het Grieks of het Latijn. Het Latijnse leenwoord 'historia' is in de meeste moderne Europese talen hét woord om het begrip 'geschiedenis' uit te drukken. Ontdek hier de herkomst van dit woord.

Het bericht Woord van de maand: historia van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
schilderij 'Die Seeschlacht bei Salamis' van Wilhelm Von Kaulbach (1868)

Het Latijnse leenwoord ‘historia‘ is in de meeste moderne Europese talen hét woord om het begrip ‘geschiedenis’ uit te drukken. In het Nederlands en Duits hebben we ‘historisch’ (‘geschiedenis’ en ‘Geschichte‘ zijn Germaanse woorden), in het Engels ‘history‘ én ‘story‘, in het Frans ‘histoire‘, in het Italiaans ‘storia‘, in het Spaans ‘historia‘, in het Russisch ‘История’, enzovoort. Dit woord betekent in het Grieks oorspronkelijk ‘een onderzoek’ of ‘een schriftelijke neerslag van observaties’. De Griekse historicus (daar hebben we de term al) Herodotus (ca. 485 – 425/420 v.C.), die dankzij de Romeinse politicus Marcus Tullius Cicero (106 – 43 v.C.) vaak de eretitel ‘vader van de geschiedschrijving’ krijgt, gebruikte de term voor het eerst om zijn eigen werk mee aan te duiden. Zo begint hij zijn werk, dat later net om die reden ‘Historiën’ (Ἱστορίαι) genoemd zou worden, met de woorden “Dit is het verslag van het onderzoek van Herodotus van Halicarnassus”, of in het Grieks “Ἡροδότου Ἁλικαρνησσέος ἱστορίης ἀπόδεξις ἥδε“. Vele Griekse en Romeinse historici zouden hem navolgen door hun geschiedwerken ook ‘Ἱστορίαι’/’Historiae‘ te gaan noemen. In wat volgt bespreken we kort hoe terecht die bijnaam van Herodotus eigenlijk is.

Vader van de geschiedschrijving

Het staat vast dat Herodotus de “vader van de geschiedschrijving” is in de zin dat hij het is die als eerste een groot historisch werk in proza geschreven heeft over wereldgeschiedenis en dat is ook de reden dat Cicero hem de titel toekent. Daarbij moet echter opgemerkt worden dat ‘de eerste zijn om iets te doen’ in de oudheid vaak betekende dat men ‘de eerste was om iets op een uitmuntende wijze te doen’.  Dat betekent dat de titel van ‘vader van de geschiedschrijving’ niet gaat naar degene die als eerste een poging ondernam om aan (een soort van) historiografie te doen. Zo wordt Homerus in de Oudheid beschouwd als de eerste en belangrijkste dichter van de Griekse literatuur, maar uit onderzoek is geweten dat hij voorlopers had. Iets gelijkaardigs kan gezegd worden van Herodotus.

Romeinse kopie van een Grieks bronzen beeld van het hoofd van Herodotus uit het Metropolitan Museum of Art

Historiografische traditie

Het idee om het verleden te bewaren voor het nageslacht was al veel ouder dan Herodotus. Zo hadden de Sumeriërs al kronieken en zijn er ook Egyptische, Hettitische, Assyrische, Babylonische en Perzische koningsannalen en -kronieken bekend. Daarnaast zijn ook de historische boeken van het Oude Testament het vermelden waard in dit overzicht. Wat Herodotus echter onderscheidt van al deze geschriften, is dat hij zoveel mogelijk objectief probeert te zijn, terwijl de genoemde voorgaande geschriften vaak een ideologisch karakter hebben. Bovendien is het weinig waarschijnlijk dat Herodotus als Griek deze tradities gekend heeft.

Een tweede categorie voorgangers lag voor Herodotus (geografisch) dichter bij huis: in de Griekse dichtkunst zijn immers al bepaalde trekken van de latere historiografische traditie terug te vinden. Homerus (alweer hij) geeft immers al blijk van een historisch bewustzijn. Het is niet toevallig dat de ‘Ilias‘, het oudst bewaarde dichtwerk in het Grieks, een onderwerp heeft dat historisch is, of ten minste als historisch beschouwd werd. Bovendien heeft Homerus ook aandacht voor de oorzakelijke samenhang van de gebeurtenissen (een belangrijk kenmerk van historiografie), en valt het op dat de Trojanen niet gediaboliseerd worden[1], hoewel dat niet onlogisch zou zijn voor een Griekse dichter die schrijft over een oorlog die de Grieken wonnen tegen een buitenlands volk. Een ander kenmerk van historiografie, namelijk de systematisering en rationalisering van “wat verteld wordt”, is te vinden bij de dichter Hesiodus (midden 8ste eeuw v.C.). Hij probeert uit vele tegengestelde tradities een eenduidige godenstamboom op te stellen in zijn ‘Theogonie’. Verder kan de tragicus Aeschylus (ca. 525– 456 v.C.) ook als een voorganger van Herodotus worden beschouwd: zijn tragedie ‘Perzen’ (opgevoerd in 472 v.C.) behandelde immers een historisch thema en dat zelfs zeer kort nadat de feiten plaatsgevonden hadden.

Herodotos en Thucydides

Een derde categorie voorgangers ligt niet alleen geografisch, maar ook qua genre dichter in Herodotus’ buurt: het gaat om de zogenaamde logografen, een groep prozaschrijvers uit de tweede helft van de 6de en de 5de eeuw v.C. In de Oudheid kregen ze wel al kritiek van de historicus Thucydides (ca. 460 – 400 v.C.), die vond dat ze de zaken vaak te overdreven voorstelden, maar aangezien van hun werken slechts fragmenten bewaard zijn gebleven, is hun waarde moeilijk te bepalen. Over het algemeen wordt aangenomen dat Thucydides ze iets te veel over dezelfde kam schoor, maar dat zijn kritiek wel gegrond is.

Alles bij elkaar kan men dus stellen dat Herodotus’ titel pater historiae wel verdiend is, met dien verstande dat het idee voor zijn werk niet uit het niets ontstond.

[1] Hector is als jonge vader zelfs sympathieker dan de woesteling Achilles, naar de mening van de schrijver.

Lees meer

G. Schepens (2010), Historiografie in de oudheid.

Coverfoto: adaptatie van schilderij ‘Die Seeschlacht bei Salamis’ van Wilhelm Von Kaulbach (1868) op Wikimedia

Het bericht Woord van de maand: historia van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/14/11/2017/woord-van-de-maand-historia/feed/ 1 121