varkenshoeder Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/varkenshoeder/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 02 Aug 2026 23:04:50 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png varkenshoeder Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/varkenshoeder/ 32 32 136391722 De voorspellende kracht van een niesbui https://www.oudegeschiedenis.be/02/08/2026/de-voorspellende-kracht-van-een-niesbui/ https://www.oudegeschiedenis.be/02/08/2026/de-voorspellende-kracht-van-een-niesbui/#respond Sun, 02 Aug 2026 14:35:55 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2865

Wens jij iemand die niest automatisch "Gezondheid"? Dan deel je een gewoonte die al duizenden jaren oud is. In de Grieks-Romeinse Oudheid werd niezen niet alleen gezien als een lichamelijke reactie, maar ook als een goddelijk teken dat woorden kon bevestigen, voorspellingen kon aankondigen of belangrijke beslissingen kon beïnvloeden. Van Homerus en Xenophon tot Plutarchus en Augustinus: deze blogpost volgt de opmerkelijke geschiedenis van de niesbui en haar verrassende betekenis in de antieke wereld.

Het bericht De voorspellende kracht van een niesbui van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Als kleuter bracht ik vele uren door in het werkhuisje van mijn grootvader, die schoenmaker was. Er stond daar ook een kleine kachel, die mijn nichtje en ik mochten “voederen” met papier en stukjes hout. Dat gaf veel stof natuurlijk en als we moesten niezen, dan zei mijn opa onvermijdelijk “God zegene je”, wat ik als kind begreep als “gods zegentje”. Niezen kon er immers op wijzen dat een verkoudheid of erger in aantocht was en dat moest je bezweren met een schietgebedje.

Een bekende Nederlandse tegelspreuk met een wens voor mooi weer bij het niezen

Ook nu nog wenst men iemand die niest vaak “Gezondheid” toe. Bij de jongere generaties is de religieuze factor verdwenen, maar niezen lokt nog altijd een bezwerende reactie uit en van de voorspellende kracht van zo’n niesbui vinden we onder meer al in de Grieks-Romeinse Oudheid heel wat voorbeelden.

Schietgebedjes

Bij de Romeinen kon je hiervoor “salve” zeggen of “salus“, bij de Grieken Ζεῦ σῶσον “Zeus, red me”. “Salus” zegt bijvoorbeeld bij Apuleius (Metamorphoses IX.25.1) een bedrogen echtgenoot, die aanvankelijk niet door heeft dat de minnaar van zijn vrouw verstopt zit in een mand met wasgoed. Toen hij het geluid van de niesbui hoorde meende hij dat het van zijn vrouw kwam  en wenste haar met de gewone formule “salus” toe (ut acceperat sonum sternuationis solito sermone salutem ei fuerat imprecatus).

Zelfs keizer Tiberius, de “grootste misantroop onder de mensen” zei “salus” als iemand niesde in zijn wagen (Plinius, Nat. Hist. XXVIII 23). De Griekse variant vindt men in een gedichtje uit de Anthologia Palatina, dat grappig bedoeld is maar misschien toch over de schreef gaat.

Οὐ δύναται τῇ χειρὶ Πρόκλος τὴν ῥῖνα ἀπομύσσειν·
τῆς ῥινὸς γὰρ ἔχει τὴν χεῖρα μικροτέρην·
οὐδὲ λέγει Ζεῦ σῶσον ἐὰν πταρῇ; οὐ γὰρ ἀκούει
τῆς ῥινός· πολὺ γὰρ τῆς ἀκοῆς ἀπέχει. (Anth. Pal. XI 268)

Proclus kan zijn neus niet snuiten met zijn hand
want zijn arm is korter dan zijn neus.
Hij zegt ook niet “Zeus red me” als hij niest, want hij hoort
zijn neus niet : ze staat te ver van zijn oren.

Niezen bij antieke auteurs

Ook vandaag worden er nog veel comics en memes gemaakt over de symptomatische waarde van het niezen

In de Oudheid kende men wel de symptomatische waarde van het niezen. Zo vermeldt bijvoorbeeld Thucydides in een bekende passage het niezen als één van de symptomen van de pest in Athene (Hist. II.49.3 : πταρμὸς καὶ βράγχος). Maar meestal wordt niezen eerder als positief ervaren, in tegenstelling tot hoesten en kuchen, bijvoorbeeld in het 33ste boek van AristotelesProblemata.

Hier bespreekt Aristoteles (of een navolger) problemen die te maken hebben met de neus, zoals de behandeling van een bloedneus of het verband tussen krulhaar en een platte neus. Maar de meeste hoofdstukjes gaan over niezen. “Waarom niezen mensen meer dan andere dieren en ruiken ze minder?” vraagt hij zich af. “Waarom niest men als men in de zon kijkt? Waarom niest men nooit in zijn slaap? Waarom niest men meestal twee keer na mekaar (wellicht omdat er twee neusgaten zijn?)”.

De lezer vindt in dat hoofdstuk heel veel vragen, maar weinig zinnige antwoorden. Zo vraagt de auteur zich verder ook af waarom niezen beschouwd wordt als iets goddelijks, maar hoesten of een druipneus of oprisping van de maag niet (“wellicht omdat niezen voortkomt uit het hoofd, het meest edele deel van de mens?”). Niezen van middernacht tot de middag is een goed voorteken, maar niezen na de middag tot middernacht niet (33.11) Wellicht, zegt de auteur, omdat niezen bij het begin van een activiteit, ons ervan afhoudt ermee verder te gaan (en de periode van middernacht tot de middag is ook een soort begin). In zijn Historia Animalium (I 8) definieert Aristoteles niezen kernachtig als πνεύματος ἀθρόου ἔξοδος (“het naar buiten komen van een plotse ademstoot”) en voegt eraan toe dat het de enige adem is die “profetisch is en heilig” (οἰωνιστικόν καὶ ἱερόν).

Bepaalde voorspellingen bij niezen, bijvoorbeeld bij Chinese waarzeggers, gebeuren aan de hand van het tijdstip van de niesbui

De voorspellende kracht van het niezen gaat terug tot het verre verleden. Het oudste voorbeeld vinden we bij Homerus in het 17de boek van de Odyssee, waar Penelope aan de varkenshoeder Eumaios vraagt om de bedelaar (die ze niet heeft herkend) aan haar voor te stellen, en eindigt met de wens dat Odysseus zou terugkeren en met zijn zoon de vrijers zou straffen voor hun wangedrag.

ὣς φάτο, Τηλέμαχος δὲ μέγʼ ἔπταρεν, ἀμφὶ δὲ δῶμα
σμερδαλέον κονάβησε· γέλασσε δὲ Πηνελόπεια,
αἶψα δʼ ἄρʼ Εὔμαιον ἔπεα πτερόεντα προσηύδα·
ἔρχεό μοι, τὸν ξεῖνον ἐναντίον ὧδε κάλεσσον.
οὐχ ὁράᾳς ὅ μοι υἱὸς ἐπέπταρε πᾶσιν ἔπεσσι;
τῷ κε καὶ οὐκ ἀτελὴς θάνατος μνηστῆρσι γένοιτο
πᾶσι μάλʼ, οὐδέ κέ τις θάνατον καὶ κῆρας ἀλύξει. (Od. XVII, 541-547)

“Toen zij die woorden gesproken had, niesde Telemachos luid, waardoor het huis geweldig galmde. Penelope lachte, richtte zich dus tot Eumaios en sprak de gevleugelde woorden: “Maar ga nu toch en roep de vreemdeling nu meteen bij mij! Zie je dan niet dat mijn zoon heeft geniesd bij al wat ik net zei? Dus zal de dood voor de vrijers nu zeker een realiteit zijn, niemand uitgezonderd: geen man zal zijn doodslot ontlopen!” (vertaling G.W.J.Janssen)

Afbeelding op een Attische vaas van Penelope bij haar zoon Telemachos

Ook in de Homerische hymne voor Hermes wordt Apollo’s karakterising van de kleine dief, die zijn runderen heeft gestolen, bevestigd, eerst door een flinke wind (“een dienaar van zijn buik” zegt Homerus eufemistisch) en dan door een niesbui.

Een vergelijkbare situatie vindt men in Xenophons Anabasis (III.2.9). Xenophon raadt in een speech de soldaten aan om zich terug te trekken. Op dat moment gaat iemand aan het niezen. Als de soldaten dit goede voorteken horen, knielen ze als één man neer en vereren ze Zeus Sôtêr, die dit goede voorteken gestuurd had. Hier komt het Ζεῦ σῶσον uit het begin terug, want dat is natuurlijk waarop “Zeus Sôtêr” hier alludeert.

Xenophon gaat hierop in en zegt “Aangezien er, juist toen we het woord “redding” uitspraken, een voorteken van Zeus is verschenen stel ik voor dat dat we een gelofte afleggen dat we aan Zeus de redder dankoffers zullen brengen zodra we zijn aangekomen in een bevriend land.” Iedereen is akkoord met dit voorstel. In beide gevallen, in de Odyssee en bij Xenophon, geldt het motto “het is beniesd, dus is het waar”. Niezen als bevestiging van wat iemand gezegd heeft, is goed geattesteerd in het Nederlands en in het Duits.

Plutarchus beschrijft een gelijkaardig voorval in zijn vita van Themistokles (13.2) : drie zonen van Xerxes‘ zuster Sandauke werden voorgeleid als krijgsgevangenen. Op dat moment schoot een groot schitterend vuur omhoog uit de offerdieren en tegelijk hoorde men genies van rechts. De ziener Euphrantides greep Themistokles bij de hand en verplichtte hem, tegen zijn zin, maar met steun van het leger, om de drie te offeren aan Dionysos Omestes “de rauw-vlees-eter”. Want zo zou Griekenland worden gered en de overwinning worden verzekerd. Wat dan ook effectief gebeurde in Salamis op diezelfde dag.

20ste eeuwse tekening van de Atheense generaal Themistocles die een mensenoffer brengt vlak voor de Slag bij Salamis

Niezen als positief en negatief teken

In een gedicht van Catullus (XLV) bevestigt Amor de liefdesverklaring van Septimius en Acme door te niezen van links en van rechts (sinistra ut ante dextra sternuit approbationem) voor elk van de twee geliefden. Zo niest Amor ook bij de geboorte van Propertius‘ latere geliefde, een argutum omen (Elegiae II 3.24). In Theocritus‘ zevende idylle zijn het de erôtes die door te niezen de liefde van Simichidas voor Myrtô bevestigen.

Eerder uitzonderlijk kan niezen ook een negatief voorteken zijn, bijvoorbeeld als men niest op het kerkhof, zoals in dit gedichtje (Anthologia Palatina XI 375), waarbij de wens van de dichter, die zijn vrouw beu is, wegwaait in de wind :

Ἔπταρον ἄγχι τάφοιο καὶ ἤθελον αὐτόθ᾿ ἀκοῦσαι
οἷαπερ ὠισάμην, μοῖραν ἐμῆς ἀλόχου.
῎Επταρον εἰς ἀνέμους· ἄλοχον δέ μοι οὔ τι κιχάνει
λυγρὸν ἐν ἀνθρώποις, οὐ νόσος, οὐ θάνατος.

Ik niesde bij een graf. En ik wilde onmiddellijk horen
wat ik aan het bedenken was, de dood van mijn vrouw.
Maar ik heb in de wind geniesd. Mijn vrouw werd niet getroffen
door iets ergs onder de mensen, geen ziekte en geen dood.

De twee mogelijke interpretaties worden beschreven door Plutarchus in diens De genio Socratis (581B). Volgens sommigen, aldus Plutarchus, was het fameuze daimonion van Socrates eigenlijk een niesbui. Als iemand voor of achter hem niesde van rechts, dan schoot hij in actie (ὁρμᾶν ἐπὶ τῆν πρᾶξιν), als het geluid van links kwam, dan bleef hij af (ἀποτρέπεσθαι). Als hijzelf niesde, dan bevestigde de niesbui zijn beslissing, maar als hij niesde als zijn actie begonnen was, dan was dat een slecht teken en hield hij ermee op. Positief en negatief vallen hier (natuurlijk) samen met rechts en links.

Deze goddelijke inspiratie van het niezen was ook nog bekend aan Origenes in de 3de eeuw n.C.. In zijn Contra Celsum (4.94) commentarieert hij de beroemde passage uit de Odyssee als volgt “Als wij mensen niezen, dan niezen we omdat er in onze ziel een goddelijk en profetisch element aanwezig is”. Maar (vanzelfsprekend) staan de kerkvaders kritisch tegenover dit soort superstities. Zo vindt Augustinus (De doctrina christiana II 21 (78)) het maar niks dat sommige mensen terug in bed kruipen als ze moeten niezen bij het aantrekken van hun schoenen. Geloof in de voorspellende kracht van niezen wordt zelfs expliciet veroordeeld op het Concilie van Lestines in 743 n.C.

Niezende lampen

Niet alleen mensen kunnen niezen, maar ook een lamp. Het Grieks gebruikt inderdaad hetzelfde werkwoord πταίρω voor een lamp of kaars die sputtert In een epigram van de verder onbekende dichter Marcus Argentarius (Anthologia Palatina VI 633) is dit ook een gunstig voorteken voor de geliefden.

ἤδη, φίλτατε λύχνε, τρὶς ἔπταρες. ἦ τάχα τερπνὴν
εἰς θαλάμους ἥξειν Ἀντιγόνην προλέγεις·
εἰ γάρ, ἄναξ, εἴη τόδ᾿ ἐτήτυμον, οἷος Ἀπόλλων
θνητοῖς μάντις ἔσῃ καὶ σὺ παρὰ τρίποδι

Liefste lamp, je hebt nu al drie keer geniesd. Voorspel je
misschien dat de verrukkelijke Antigone naar de bruidskamer zal komen?
En als dat, meneer, waar zou zijn, dan zal ook jij zoals Apollo
naast de drievoet staan en een ziener zijn voor de mensen.

Europese kaart van “Hatsjoe”

Tot slot biedt niezen vandaag de dag nog heel wat inspiratie om creatief met historisch onderzoek om te gaan. Zo zijn er kaartenmakers die de fonetische manier waarop niezen in verschillende landen (en dus talen) gebeurt op een kaart afbeelden, maar evengoed wordt op sociale media, bijvoorbeeld Instagram, met de hulp van artificiële intelligentie, de betekenis van het niezen als religieus teken in het oude Griekenland in een filmpje gegoten.

Lees meer

Aronson, Stanley, “The Origins of the Sneeze: Divine Gift or Mere Goldenrod Pollen?”, Rhode Island medical journal 96 (2013), pp. 10-11.
Mayhew, Robert, “Sacred Sneezes in Aristotle, Historia animalium I 11 and [Aristotle], Problemata physica XXXIII 7 & 9”, Erga-Logoi. Rivista di storia, letteratura, diritto e culture dell’antichità 11.1 (2023). https://doi.org/10.7358/erga-2023-001-mayr
Pease, Arthur Stanley, “The Omen of Sneezing”, Classical Philology 6.4 (1911), pp. 429–43.
van der Horst, Pieter W., “The Omen of Sneezing” Ancient Society 43 (2013), pp. 213–21.

Coverafbeelding: adaptatie van een tekening (een afbeelding van een Attische rode-figuur skyphos uit het Museo Archeologico Nazionale, Chiusi, inv. 62705) van Penelope bij haar zoon Telemachos bij het weefgetouw, uit A. Furtwangler & K. Reichhold, Griechische Vasenmalerei: Auswahl hervorragender Vasenbilder, München 1921, pl. 142 (Public Domain)

Het bericht De voorspellende kracht van een niesbui van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/02/08/2026/de-voorspellende-kracht-van-een-niesbui/feed/ 0 2865
Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/#respond Sat, 05 Feb 2022 15:44:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2237

In een nieuwe aflevering van onze reeks 'Quis est?' proberen we ditmaal het leven van Artemidoros te reconstrueren. Deze arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën, kennen we vooral dankzij enkele papyri. Naast zijn medische activiteiten blijkt hij er nog heel wat andere bezigheden op na te houden.

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Geef toe, beste lezers, wie van jullie heeft niet al eens geprobeerd om meer te weten te komen over iemand door zijn of haar Facebook-pagina te doorzoeken? Sommigen onder ons hebben zich zelfs ontpopt tot professionele speurders, en kunnen via slechts een naam bijna alles terugvinden over de familie, vrienden, functies, interesses, belangrijke levensgebeurtenissen, en ja, ook gênante momenten van de persoon in kwestie. Geloof het of niet, maar oudhistorici doen net hetzelfde, alleen sporen ze zoveel mogelijk informatie op over mensen uit de Oudheid, natuurlijk niet via sociale media, maar aan de hand van de documenten (papyri en potscherven) die deze mensen zelf duizenden jaren geleden in het zand van Egypte hebben achtergelaten. Eén van hen was Artemidoros, een arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën.

Hij was niet zomaar een dokter, maar trad op als de lijfarts van de toenmalige financiële minister (διοικητής), Apollonios, een functie die vergelijkbaar is met die van de hofarts van de koning. Bijgevolg is het niet verwonderlijk dat deze Artemidoros overgeleverd is in maar liefst 25 documentaire bronnen uit Ptolemaeïsch Egypte, die allemaal deel uitmaken van het befaamde archief van Zenon, de manager van het landgoed van diezelfde Apollonios, en hij daarmee de (ons) bekendste arts van Egypte uit die periode is. Wel opvallend is dat deze documenten, waaronder vele brieven, ons nauwelijks of zelfs niets prijsgeven over zijn professionele, medisch-gerelateerde activiteiten. Sterker nog, indien hij niet geregeld als ‘de arts’ (ὁ ἰατρός) was aangesproken of geïdentificeerd in die brieven, zouden we wellicht niet eens weten dat hij dit beroep uitoefende. Wat geven de bronnen dan wel prijs over deze man? Meer dan u denkt…

“Don’t worry, he’s a doctor!”

We (of althans de fans) horen het Pascal uit F.C. De Kampioenen nog hoopvol vragen aan haar dochter Bieke wanneer ze weer eens thuiskwam met een nieuw lief: “En, is het een dokter?”. De makers van deze komische tv-serie spelen duidelijk in op het herkenbare maatschappelijk aanzien dat artsen genieten, vooral bij de oudere generatie, die maar al te blij waren wanneer zoon- of dochterlief met een arts thuiskwam. Een gelijkaardig beeld krijgen we over dokters in Ptolemaeïsch Egypte, en in het bijzonder over Artemidoros. Deze dokter werd namelijk geregeld door zijn omgeving ingeschakeld om bepaalde taken of sociale rollen op zich te nemen, niet alleen omwille van zijn connectie met de financiële minister, maar ook vanwege de (medische) kwaliteiten die hij als dokter bezat of werd geacht te bezitten.

De meest opmerkelijk bron (P. Cairo Zen. 2 59251, [TM 896]) is geschreven door Artemidoros zelf vanuit Sidon, om Zenon in te lichten dat zowel hij als Apollonios het goed stelden en op de terugweg waren nadat ze prinses Berenike tot aan de Syrische grens geëscorteerd hadden. De Ptolemaeïsche prinses zou huwen met Antiochos II, de Seleucidische koning, ter beëindiging van de Tweede Syrische Oorlog (260-253 v.C.). Haar vader, Ptolemaios II, had zijn dochter vanuit de hoofdstad Alexandrië tot aan de grensstad Pelusium begeleid in het gezelschap van hoge ambtenaren, waaronder Apollonios en Artemidoros, aan wie hij haar toevertrouwde voor het tweede deel van de reis doorheen Phoenicia tot aan de Syrische grens. Dat Artemidoros dit gezelschap mocht vervoegen, zal hij vooral te danken hebben aan zijn medische kwaliteiten en zijn connectie met Apollonios, maar dat de koning toestond en/of verkoos om zijn dochter aan deze man toe te vertrouwen, geeft aan dat Artemidoros niet alleen een goede dokter, maar ook een betrouwbaar man was in de ogen van de vorst.

De reis van prinses Berenike in het gezelschap van onder andere Artemidoros, van Alexandrië naar Sidon via Pelusium

Deze kwaliteiten, samen met zijn invloedrijke positie, werden eveneens geapprecieerd door de andere (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die op Artemidoros beroep deden als tussen-/vertrouwenspersoon, zelfs naar de koning toe. Een zekere Hierokles nam zijn toevlucht tot de arts in de hoop dat hij de vorst kon overtuigen om zijn kandidaat, Ptolemaios, aan te stellen als het hoofd van het nieuwe palaestra – het equivalent van een fitnesscentrum – in Alexandrië voor de zonen van de hoge ambtenaren nadat hieromtrent (hof)intriges waren ontstaan (P. L. Bat. 20 51, [TM 1882]).

Op dezelfde manier vroegen kennissen bij moeilijke kwesties zijn mening of goedkeuring over brieven gericht aan de financiële minister (P. Cairo Zen. 1 59044, [TM 704]), zijn overste. Die deed op zijn beurt ook beroep op Artemidoros om als een echte secretaris in zijn naam te corresponderen met en instructies te geven aan andere werknemers, bijvoorbeeld aan Panakestor, de eerste manager van Apollonios’ landgoed, over de cultivatie van gewassen (P. Cairo Zen. 5 59816, [TM 1440]). De betrouwbaarheid, invloed en autoriteit die Artemidoros als lijfarts van Apollonios uitstraalde, brachten hem dus verder dan zijn dokterskabinet, en bijgevolg vormt hij een mooi voorbeeld van de groeiende rol van artsen in het politieke en sociale leven tijdens de Hellenistische periode (332-31 v.C.).

Een riante villa tussen de varkens

De bevoorrechte positie die dokter Artemidoros in de Ptolemaeïsche maatschappij bekleedde en de dankbaarheid die de koning jegens hem koesterde, vertaalden zich in de schenking van een landgoed in Philadelpheia, dat, zoals bij Apollonios, beheerd werd door Zenon. Deze manager correspondeerde geregeld met ondergeschikten of de arts zelf over het cultiveren van gewassen op dit landgoed (bv. P. Cairo Zen. 3 59354, [TM 997]) en het Zenonarchief bevat zelfs een lijst met een opsomming van de gewassen die hier geoogst waren tijdens de warme zomermaanden (P. Ryl. Gr. 4 571, [TM 2427]):

Παχὼνς παρὰ Ἀρτεμιδώρου
ἰατροῦ
ιθ μήκωνος μελαί(νης) ια < δ´
κ Μηδικοῦ πυ(ροῦ) ιϛ <

Παῦνι ζ ὀλύρ(ας) ρα
ιζ σησάμου κα
κγ σησάμ(ου) λγ

(γίνονται) πυρ(οῦ) ιϛ <
ὀλύρ(ας) ρα
σησάμου νδ
μήκωνος \μελαί(νης)/ ια < δ´ v

τῶν Ἀρτεμιδώρου
γενημάτων.

Pachon, van Artemidoros
de arts:
19de, van zwarte maanzaad 113⁄4 artaben;
20ste, van Medische tarwe 161⁄2.

Pauni 7de, van olyra 101;
17de, van sesam 21.
23ste, van sesam 33

Totaal: 161⁄2 artaben van tarwe,
101 van olyra,
54 van sesam, 113⁄4 van zwarte maanzaad

Van de gewassen van Artemidoros.

Naast akkerland bezat Artemidoros ook een huis in Philadelpheia, waar hij vertoefde indien hij Apollonios niet als lijfarts vergezelde op één van zijn reizen doorheen Egypte. Een Demotische rekening vertelt ons dat er voor de bouw van dit huis (minstens) 10 000 bakstenen gebruikt zijn (P. Zen. Dem. 22, [TM 2318]). Nu hoor ik u denken: “Jammer dat we geen afbeelding hebben van dit huis”. Maar … niet getreurd! En daar mag je varkenshoeder Herakleides voor bedanken. Toen hij zich namelijk richtte tot Zenon met het voorstel om de varkens te beschermen tegen de komende Nijloverstroming door een palissade te bouwen, voegde hij hier een gedetailleerde schets aan toe van de locatie waar deze omheining moest komen (P. Mich. Zen. 84, [TM 1983]):

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931

Schets van de omheining langs het huis van Artemidoros, afkomstig uit een brief van varkenshoeder Herakleides

Een constructie van puntige palen (χάραξ) moest zich langs het Grote Kanaal in Philadelpheia uitstrekken “van de bezittingen van Artemidoros tot aan de omheiningsmuur van Poremanres” (ἀπὸ τῶν Ἀρτεμιδώρου ἕως τοῦ Πορεμανρῆτος τρυφάκτου). Als u goed kijkt links bovenaan, ziet u dat die bezittingen zijn verduidelijkt als Ἀρτεμιδώρου οἴκησις, “huis van Artemidoros”. Dankzij de overige bewaarde papyri weten we dat met deze persoon onze arts wordt bedoeld, en dit huis bijgevolg aan hem kan toegeschreven worden. Deze bron geeft weliswaar geen echte afbeelding van zijn huis, maar wel een unieke visuele voorstelling van de omgeving en plaats waar het gebouwd was, vergelijkbaar met de hedendaagse kaarten op Google Maps. Gelegen langs de oostelijke zijde van het Grote kanaal, bevond het huis van Artemidoros zich tussen belangrijke gebouwen zoals de tempels van Hermes en Poremanres. We kunnen ons bijgevolg goed voorstellen dat deze dokter tijdens zijn vrije tijd in Philadelpheia zijn intrek kon nemen in een vermaard pand, met zicht op het water, met goden als buren en … omgeven door varkens.

Van prestigieuze lijfarts tot dierenkweker

Het laatste, en wellicht meest opmerkelijke, aspect dat de papyri over Artemidoros prijsgeven, is dat hij een fervent kweker was van verschillende diersoorten. Dit verklaart waarom deze arts zich vrijwillig liet omringen door (een groot aantal) varkens, toevertrouwd aan de zorg van een zwijnenhoeder, die er echter niet voor terugschrok om enkele dieren te stelen (P. Cairo Zen. 3 59310, [TM 954]). Maar Artemidoros had niet enkel een voorliefde voor knorrende varkens. Op de terugweg van zijn reis met prinses Berenike, richtte hij niet enkel een brief aan Zenon om zijn gezondheidstoestand mee te delen, maar gaf hij hem eveneens de instructie om goed zorg te dragen voor zijn runderen, ganzen, varkens, en ander vee.

En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, kweekte en verkocht deze dokter ook paarden. In een brief die Artemidoros richtte aan Zenon (P. Cairo Zen. 2 59225, [TM 870]), vroeg hij hem zijn connecties te gebruiken om het zwarte paard van de zonen van een zekere Leptines te bemachtigen door het te kopen voor een klein bedrag of te lenen voor het broedseizoen. De arts had namelijk vernomen dat dit paard enkel nog nuttig was om te kweken door zwellingen aan zijn benen, en aangezien zijn eigen hengst oud en zwak was, leek dit dier een ideale en goedkope vervanging. Of Artemidoros deze dieren kweekte als hobby of om geld (bij) te verdienen, kunnen we moeilijk afleiden uit de bewaarde bronnen. Het staat alleszins vast dat dit een belangrijke bezigheid voor hem was naast zijn functie als (lijf)arts.

Photographic Archive of Papyri in the Cairo Museum

De papyrus P. Cairo Zen. 2 59225 bevat meer informatie over de bezigheden van Artemidoros als paardenkweker

Conclusie

De casus van dokter Artemidoros is geen alleenstaand geval, maar wel een mooi voorbeeld van hoe oudhistorici via speurwerk meer te weten kunnen komen over de ‘gewone’ inwoners van Ptolemaeïsch Egypte dan de meeste mensen denken. Ze vertrekken vanuit de alom bekende Paul Jambers-vragen: “Wie zijn ze?”, “Wat doen ze?”, “Wat drijft hen?”. Natuurlijk kunnen de ‘antieke’ mensen die vragen niet zelf beantwoorden, maar dankzij duizenden overgeleverde brieven, rekeningen, petities, … komen deze mensen wel onrechtstreeks aan het woord. En dit stelt oudhistorici in staat om toch een zo goed mogelijk beeld te geven van wie deze mensen waren en wat ze in het dagelijkse leven deden. Dankzij zijn eigen woorden, maar ook die van zijn kennissen, kunnen we Artemidoros portretteren als een man met vele gezichten: van een betrouwbare en invloedrijke (lijf)arts tot een serieuze zakenman-dierenkweker. We hadden graag nog meer te weten gekomen over deze boeiende man, en dit is misschien nog mogelijk in de toekomst bij de ontdekking van nieuwe papyri, maar wat we alvast met zekerheid kunnen aannemen/zeggen, is dat Pascal hem een goede partij zou hebben gevonden voor haar dochter.

Verder lezen

W. Clarysse en K. Vandorpe, Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990.

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931.

H. Hauben, Escorting a princess on her way to Syria (253/252 BC),in “Chronique d’ Égypte” 94 (188), 2019, 380-396.

L. Vanoppré, Ptolemeïsch Egypte: Smeltkroes van Egyptische en Griekse artsen en ziek(t)en?, Leuven, 2019.

Coverfoto: Adaptatie van de foto ‘Kom Ombo Temple Surgical instruments’ van Ad Meskens op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 2237