ritueel Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/ritueel/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Fri, 06 Jan 2023 13:55:56 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png ritueel Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/ritueel/ 32 32 136391722 Over offers, rituelen en priesters: enkele facetten van de Egyptische festivals ontrafeld https://www.oudegeschiedenis.be/06/01/2023/over-offers-rituelen-en-priesters-enkele-facetten-van-de-egyptische-festivals-ontrafeld/ https://www.oudegeschiedenis.be/06/01/2023/over-offers-rituelen-en-priesters-enkele-facetten-van-de-egyptische-festivals-ontrafeld/#respond Fri, 06 Jan 2023 13:55:55 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2337 De bark van Amon arriveert op de Westoever van Thebe

De talrijke Egyptische festivals kennen we vooral uit het Midden- en Nieuwe Rijk, maar bloeiden ook voort tot in de Grieks-Romeinse periode. Sommige feesten werden enkel lokaal georganiseerd, andere vonden plaats doorheen het hele land. In dit artikel gaan we na, op basis van enkele attestaties van bekende voorbeelden zoals het Thebaanse Dalfeest en het Min-feest hoe priesters betrokken waren bij de organisatie van zulke festiviteiten, bijvoorbeeld met offers en rituelen.

Het bericht Over offers, rituelen en priesters: enkele facetten van de Egyptische festivals ontrafeld van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
De bark van Amon arriveert op de Westoever van Thebe

In het oude Egypte bestonden er enorm veel festivals. Deze konden zowel lokaal als op grootschalige manier in het hele land plaatsvinden. Bij deze “nationale” feesten waren er vaak lokale varianten terug te vinden. Alhoewel een Egyptisch festival doorgaans wordt voorgesteld als een processie van de ene tempel naar de andere, kwam er nog veel meer bij kijken. Een dergelijk feestgebeuren bestond ook uit verschillende rituelen, zoals het aanbrengen van offers of het uitvoeren van allerlei cultushandelingen. Priesters speelden hierin een belangrijke rol. Alhoewel we zulke feesten vooral kennen uit het Midden- en Nieuwe Rijk, floreerden verschillende Egyptische festivals nog steeds in de Grieks-Romeinse periode, wanneer eerst de Ptolemaeën en later de Romeinen het land regeerden.

Het Dalfeest

Omdat het onmogelijk zou zijn om alle Egyptische festivals uit de doeken te doen, focust dit artikel op enkele belangrijke religieuze festiviteiten. Een voorbeeld hiervan is het Thebaanse Dalfeest of het ‘Mooie Feest van de Vallei’. Dit feest vond jaarlijks plaats in Thebe (het moderne Luxor) ter ere van de god Amon. Er vond een processie plaats van de tempel van Karnak naar de tempel van Deir el-Bahari. Daarbij werd het godenbeeld van Amon uit zijn kapel in Karnak gehaald (oorspronkelijk de Rode Kapel van koningin Hatsjepsoet) en op een draagbare bark geplaatst. Vervolgens droegen priesters dat heilige schip, de Oeserhat, op hun schouders doorheen de tempel tot aan de Nijl, waarna ze het op een grote vaarbare boot plaatsten.

Overzicht van het Thebaanse gebied met de tempels van Karnak en Luxor ende Thebaanse necropool. De tempels van Medinet Habu, Merenptah, Thoetmosis IV, het Ramesseum en Deir el-Bahari zijn voorbeelden van Huizen van Miljoenen Jaren

Na de overtocht over de Nijl hield de god Amon halt bij verschillende tempels, de zogenaamde ‘Huizen van Miljoenen Jaren’. Opeenvolgende koningen lieten deze dodentempels, die zich op één rij bevonden, bouwen om er na hun overlijden miljoenen jaren te kunnen verblijven. Een van de meest bekende is de tempel van Deir el-Bahari, het eindpunt van de tocht van Amon. Het belangrijkste ritueel vond in deze tempel plaats en stond bekend als ‘Doven van de Fakkels in Melk’. Daarbij  bracht Amon de nacht door in het centrale heiligdom, omringd door vier melkbassins en fakkels.

De opstelling van de bark (f), de melkbassins (d) en fakkels (e) in de tempel van Deir el-BahariS. Schott (1937), p. 15

De opstelling van de bark (f), de melkbassins (d) en fakkels (e) in de tempel van Deir el-Bahari

De volgende ochtend werden deze fakkels gedoofd in de melk. Deze melkbassins werden vanuit Karnak meegedragen en bij elke halte, elk ‘Huis van Miljoenen Jaren, onder de boeg van de processiebark geplaatst. Het echte ritueel vond pas plaats in Deir el-Bahari zelf. Deze cultushandeling had als doel om Amon te verjongen, zodat zijn regeneratie over de hele necropool verspreid raakte, tot bij de overledenen daar. Dat het hier gebeurde en niet in de andere ‘Huizen van Miljoenen Jaren’ zorgde ervoor dat deze tempel een essentiële functie kreeg in het geheel van het ‘Mooie Feest van de Vallei’.

Het volksfeest

Naast de tempelprocessie van de ene naar de andere tempel, vond er ook een echt volksfeest plaats waarbij de bevolking feest vierde in de graven van hun overleden voorouders. Met dit onderdeel van het festival was een hele reeks van rituelen verbonden. Er werd eerst een vuuroffer gebracht voor de god Amon-Ra in de voorhof van het graf. Dit was meteen ook het belangrijkste aangeboden offer, gevolgd door de zogenaamde Stundenwachen, waarbij elk uur verschillende priesters een bepaalde taak uitvoerden. Deze taken konden bestaan uit het voorlezen van rituele teksten, maar ook opnieuw uit het aanbrengen van offers.

S. Schott (1952), p. 43

Het bespelen van een sistrum (TT 69) en het aanreiken van een Menat-halsketting (TT 82)

Verder kwamen zangeressen afkomstig uit de tempel van Karnak langs de graven in de necropool. Deze zangeressen schudden met menats (halskettingen met een contragewicht) en sistra (rituele muziekinstrumenten). Beide zijn rituele attributen van de godin Hathor. Doordat de priesteressen met deze rituele objecten langs de graven in de necropool voorbijkwamen, konden de grafeigenaren in contact komen met de magisch geladen voorwerpen van de godin. Ook de haremdames van de godin Hathor kwamen langs de graven terwijl ze een gouden palmblad uitstrekten naar het graf. Vervolgens werden er boeketten van de god Amon, die afkomstig waren uit de verschillende tempels waar halt was gehouden, gepresenteerd aan de overleden grafeigenaren.

Ter afsluiting vond er in het graf het eigenlijke feestmaal plaats voor de familieleden van de overledene, met veel muziek, dans en drank. Al deze rituelen, zoals het ‘Doven van de Fakkels in Melk’, maar tevens ook de offers, zoals het vuuroffer voor Amon-Ra, vormen samen een geheel. Ze zorgden ervoor dat het doel van het ‘Mooie Feest van de Vallei’ tot een goed einde kon gebracht worden: de regeneratie van de god Amon en alle overledenen in de necropool.

Het Dalfeest in de Grieks-Romeinse periode

Onze kennis over het Dalfeest dateert voornamelijk uit het Nieuwe Rijk, alhoewel het feest zeker en vast nog werd gevierd in de Grieks-Romeinse periode. Enkele Griekse papyri (zie verder) vermelden namelijk het festival, maar dat komt verder ook nog voor op cultusbeelden van privépersonen, enzovoort. Onze exacte kennis over de verschillende rituele handelingen is echter beperkter. Priesters voerden zeker en vast nog verscheidene rituelen of offers uit, maar de specifieke omstandigheden zijn moeilijker te achterhalen. De functie van de danseressen en zangeressen van Amon is echter wel nog geattesteerd tot in de Romeinse periode. Alhoewel een verdere uitleg ontbreekt, kunnen we er alleen maar van uitgaan dat ze nog een rol speelden tijdens de Thebaanse festiviteiten, waaronder het Dalfeest.

Ook voor de belangrijkste rituele handeling, het ‘Doven van de Fakkels in Melk’, hebben we geen concrete aanwijzingen dat het nog plaatsvond in de Grieks-Romeinse periode. Het heiligdom waarin de handeling zich afspeelde, werd echter nog vernieuwd onder de regering van PtolemaiosVIII (in de 2de eeuw v.C.). Verder is de functie van melkdragers nog geattesteerd, maar of we deze zomaar in verband mogen brengen met het ritueel dat ons voornamelijk uit het Nieuwe Rijk bekend is, is twijfelachtig. Het dragen van melk was nodig tijdens de Dalfeest-processie van het ene ‘Huis van Miljoenen Jaren’ naar het andere, maar melk werd eveneens gebruikt voor veel andere rituelen en offers. Het staat bijgevolg vast dat het ‘Mooie Feest van de Vallei’ nog een enorm belangrijke rol speelde in de Grieks-Romeinse periode, maar hoe dit zich dan vertaalde in de praktische uitvoering van rituelen en offers is minder duidelijk.

Het Min-feest

We hebben wel een duidelijker beeld over de exacte uitvoering van een ander feest, dat ter ere van de god Min, in de Grieks-Romeinse periode. De reeks van rituelen die bij dit feest hoorde, is namelijk afgebeeld op de Ptolemaeïsche en vroeg-Romeinse tempels van Edfu en Dendera. De meeste bronnen voor dit feest dateren zelfs uit de Grieks-Romeinse periode, alhoewel het feest en de bijhorende rituelen hun oorsprong kenden in de faraonische periode. Het belangrijkste ritueel tijdens het Min-feest was ‘Het Opstellen van de Ka in de Cultuskapel’ en was een soort “klim-ceremonie”. Het Min-feest was niet verbonden aan een specifieke tempel en het ritueel kende een lange geschiedenis, waarvan we de eerste attestatie uit Saqqara kennen (uit de dodentempel van farao Pepi II).

Voor het Nieuwe Rijk komen de meeste attestaties uit de tempels van Karnak en Luxor. Tijdens het ritueel werd een tent opgezet voor de Min-stier. Zoals vermeld, gaat het om een “klim-ceremonie”, waarbij de klimmers afkomstig zouden geweest zijn uit Nubië, ten zuiden van Egypte. Er waren verscheidene facetten verbonden aan het ritueel en ook hier kunnen we een “vaste” volgorde reconstrueren.

Variant van de ‘klim-ceremonie’ tijdens het Min-feest in de tempel van Horus in Edfu waarbij er 10 klimmers te zien zijnÉmile Chassinat - Le temple d'Edfou 9 (1929), pl. XXXIb

Variant van de ‘klim-ceremonie’ tijdens het Min-feest in de tempel van Horus in Edfu waarbij er 10 klimmers te zien zijn

Ten eerste bracht de koning (of in ieder geval een hogepriester in naam van de koning) er een offer voor het stiersymbool ka, dat al sinds het Nieuwe Rijk gelijkgesteld stond aan de cultuskapel (sehenet). Vervolgens werd het stiersymbool opgericht en werden er 4 steunen of pilaren toegevoegd. 8 mannen, met veren getooid, beklommen deze steunen die waarschijnlijk georiënteerd waren naar de 4 windrichtingen. Terwijl zij klommen, hielden de koning en andere aanwezigen, vermoedelijk priesters, 16 touwen vast. Vervolgens sloeg de koning viermaal met een hedj-scepter in de 4 windrichtingen voor de inzegening, een ritueel dat is afgebeeld op enkele tempels. In de tempel van Edfu zijn er zelfs 5 van dergelijke scènes te vinden, waaronder een variant: daarop staan 10 klimmers in plaats van 8.

Waarom hielden de Egyptenaren een dergelijke ceremonie voor Min? Deze god was niet alleen een vruchtbaarheidsgod (makkelijk te herkennen aan de stijve fallus in het merendeel van de afbeeldingen), maar de Egyptische bevolking zag Min ook als de god van de woestijn en bejubelde hem als ‘bedwinger van de vreemde landen’. De deelnemers, de klimmers, droegen veren op hun hoofd, vermoedelijk als voorstelling van een volk uit het zuiden. De 4 steunen, geplaatst in de verschillende windrichtingen, stelden op hun beurt de vreemde volkeren rondom Egypte voor. Door het uitvoeren van dit ritueel werd de god Min opnieuw ingezegend in alle richtingen en als god van de woestijn moest hij ervoor zorgen dat niemand de grenzen van Egypte zou oversteken.

Egyptische festivals: offer of ritueel?

De hierboven aangehaalde voorbeelden tonen de complexiteit van Egyptische festivals. Tijdens één festival voerden priesters er vaak verscheidene rituelen uit in verschillende volgordes. Ook waren sommige rituelen aan meerdere festivals verbonden. Zo maakten offers deel uit van elk festival, maar daarentegen waren het Doven van de Fakkels in Melk en Het Opstellen van de Ka in de Cultuskapel alleen aan respectievelijk het Dalfeest en het Min-feest verbonden.

De rol van priesters in de festivals

Terwijl de praktische uitvoering van rituelen in de Grieks-Romeinse periode duidelijker was vastgelegd voor het Min-feest dan voor het Dalfeest, is het bij de organisatie en de rol van priesters het omgekeerde. Voor het Min-feest hebben we geen papyri met verwijzingen naar de priesters die erbij betrokken waren. De enige informatie waarover we beschikken, valt af te leiden van de afbeeldingen op tempelmuren.

Bij het Thebaanse Dalfeest is dit anders. Onder meer de Thebaanse hoge clerus, en meer bepaald de priesters van Amonrasonther, waren betrokken bij de financiering van het feest. Op een Griekse papyrus uit de koninklijke bank van Thebe (UPZ 2 199; [TM 3601]) lezen we immers het volgende:

“het heilige schip voor (de feesten van) Phaophi en Pauni”

Deze en andere teksten uit hetzelfde archief maken duidelijk dat het heilige schip een reparatie moest ondergaan. De twee maanden Phaophi en Pauni komen overeen met de periodes waarin respectievelijk het Opet-feest (een jaarlijkse processie van Karnak naar Luxor) en het Dalfeest werden gevierd. De Ptolemaeïsche regering stortte het geld op een rekening van de Koninklijke Bank van Thebe, zodat de priesters van Amonrasonther het konden gebruiken om herstellingen aan het heilige schip, de reeds vermelde Oeserhat, uit te voeren in functie van de jaarlijkse oversteken van de Nijl.

De rol van de choachieten

Een andere Griekse papyrustekst (P. Survey 48; [TM 3563]), die dateert uit ongeveer dezelfde periode en afkomstig is uit een archief van dodenpriesters, toont aan dat deze groep priesters ook betrokken waren bij hetzelfde festival. Deze dodenpriesters, choachieten genaamd, waren verantwoordelijk voor de libatie-offers voor de overledenen in de necropool. Ze leidden ook de begrafenissen van de overledenen. P. Survey 48 vertelt ons dat ze ook meededen aan het Dalfeest. Ze mochten namelijk vooraan lopen tijdens de jaarlijkse overtochten van de grote god Amon naar de Memnoneia (de Thebaanse westoever) en de dromoi van Amon en Moet klaarmaken door ze te bestrooien met zand.

Deze dromoi zijn de processiewegen die vanuit de tempel van Karnak vertrokken: de dromos van Amon tijdens het Dalfeest, de dromos van Moet tijdens het Opet-festival. Dit maakt duidelijk dat verschillende priestergroepen betrokken waren bij een festival: de hogepriesters van Amon-Ra moesten ervoor zorgen dat het geld (gestort door de overheid) ging naar de herstelling van het heilige schip, de Oeserhat, terwijl de dodenpriesters vooraan mochten lopen tijdens de processie van het Dalfeest en de dromoi moesten klaarmaken voor zowel het Dal als het Opet-feest.

Het Dekadenfeest

Bij een ander Thebaans festival waren dezelfde priesters betrokken. De choachieten functioneerden niet alleen als dodenpriesters, maar namen ook deel aan het wekelijkse Dekadenfeest, dat om de 10 dagen (= de lengte van een Egyptische week; deka is 10 in het Oudgrieks) werd gevierd. Hierbij brachten ze plengoffers in de necropool. Bij dit feest ging de god Amenophis van de tempel in Luxor op bezoek bij de tempel van Medinet Habu aan de overzijde van de Nijl.

Ook een ander type priesters was betrokken bij hetzelfde festival. De eigenaar van de funeraire papyrus P. Denon [TM 57737], een ‘Document van het Ademen’ (= een papyrus die in de tombe van de overledene werd meegegeven als grafgift) was namelijk een ‘Dienaar van Horus, Dienaar van de Witte Kroon’. Priesters die deze titel droegen, speelden een belangrijke rol in het Dekadenfeest. Terwijl de choachieten plengoffers brachten in de necropool, speelde deze priester met de naam Nespaoetitawi de liturgische rol van ‘uitstekende erfgenaam’. Hierbij voerde hij rituelen uit voor de overleden voorouders in de tempel van Medinet Habu in naam van de god Amenophis. De eigenaar van deze papyrus was tijdens zijn leven niet alleen werkzaam in dit festival, maar hij was ook een ‘godsvader en profeet van Amon-Ra’. Bijgevolg hoorde hij tot dezelfde klasse priesters die de financiering voor de herstelling van de heilige boot van Amon verkregen.

De funeraire papyrus P. Denon waarvan de eigenaar vermoedelijk een functie had in het Dekadenfeest

Bronnen voor de Egyptische festivals?

Het bronnenmateriaal met beschrijvingen van priesterfuncties in Egyptische feesten is jammer genoeg eerder beperkt. Het is daardoor niet altijd duidelijk welke priesters bij welke festiviteiten betrokken waren en wat hun functie precies was. De tekstuele verwijzingen naar titels en festivals zitten dan ook verscholen in verschillende teksttypes, zoals funeraire of documentaire papyri. Die gebeurden verschillende talen of schriften, zoals in de verschillende schriftvarianten van de Egyptische taal (hiëratisch, hiëroglyfisch, Demotisch) of Griekse inscripties. Alhoewel ze moeilijk te vinden zijn, verwijzen enkele teksten letterlijk naar feesten. Een Demotische graffito achtergelaten in de tempel van Medinet Habu (Graff. Med. Habu 47 [TM 48569]) is geschreven door een ‘godsvader en profeet van Amon-Ra, de manager van de bark van Amon’. Meer informatie geeft het graffito ons niet, maar het toont aan dat dergelijke functies wel degelijk bestonden.

Nog iets meer informatie hebben we dankzij een ostracon uit Thebe (O. Theb. Dem. D31 [TM 50654]). Hierin verhuurt de ene priester aan een andere een maand tempeldienst. De priester die de tempelmaand huurde, moest “de bijhorende diensten en het reinigingsoffer uitvoeren, alsook de processiefeesten”. Een verdere specificatie over welk feest het hier ging, vinden we in de tekst echter niet terug.

Conclusie?

We kunnen bijgevolg in zekere mate reconstrueren welke offers en rituelen plaatsvonden tijdens Egyptische festivals in de Grieks-Romeinse periode, maar een exacte reconstructie is echter niet voor elke festival tot in detail te achterhalen. Verder zijn ook de tekstuele bronnen over Egyptische priesters niet altijd even gedetailleerd. Doorgaans betreft het eerder vage omschrijvingen en is het niet eenvoudig te achterhalen welke priesters welke functies uitoefenden. Het lijkt echter wel duidelijk dat ook de taken in Egyptische festivals verdeeld werden onder verschillende types priesters, die zowel in de tempels als de necropool werkzaam waren.

Lees meer

Birk, R.M., Türöffner des Himmels: prosopographische Studien zur thebanischen Hohepriesterschaft der Ptolemäerzeit, Wiesbaden, 2020.
Bogaert, R. ‘Un cas de faux en écriture à la Banque Royale thébaine en 131 avant J.-C.’, Chronique d’Égypte (CdÉ) 63, 1988, 145-154.
Dogaer, L., ‘The Beautiful Festival of the Valley in the Graeco-Roman Period: a Revised Perspective’, Journal of Egyptian Archaeology (JEA) 106, 2020, 205-214.
Rochholz, M. & R. Gundlach, Feste im Tempel, Wiesbaden, 1998.
Schott, S., ‘Das Löschen von Fackeln in Milch’, Zeitschrift für Ägyptische Sprache (ZÄS) 73, 1937, 1-25.
Schott, S., Altägyptische Festdaten, Wiesbaden, 1950.
Schott, S., Das Schöne Fest von Wüstentale: Festbräuche einer Totenstadt (Akademie der Wissenschaften und der Literatur Mainz. Abhandlungen der Geistes- und Sozialwissenschaftlichen Klasse, 11), Wiesbaden, 1952.

Coverafbeelding: adaptatie van schilderij ‘The Barque of Amun Arriving at the West Bank of Thebes’ van Charles K. Wilkinson uit The Met (Public Domain)

Het bericht Over offers, rituelen en priesters: enkele facetten van de Egyptische festivals ontrafeld van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/06/01/2023/over-offers-rituelen-en-priesters-enkele-facetten-van-de-egyptische-festivals-ontrafeld/feed/ 0 2337
Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/#respond Wed, 21 Oct 2020 15:46:52 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1704

Kledij was zeer belangrijk in de Oudheid: als bescherming tegen de elementen, om een identiteit uit te drukken of door hun groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren. Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Stuur ons alsjeblieft het nodige, zodat we niet in schaamte hoeven te leven. Laat hen ons niet bespotten telkens als we binnenkomen, omdat we naakt zijn. Als een versleten mantel voor ons je te duur is, laat ons dan op zijn minst een stuk linnen bezorgen.

‘Koptische’ kindertuniek uit het Metropolitan Museum of Art

Deze smeekbede uit de 3de eeuw v.C. toont hoe belangrijk kledij al was in de Oudheid. Kleren bieden bescherming tegen de elementen, laten ons toe onze identiteit uit te drukken, en hebben in elke historische periode een groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren.

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in CaïroNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in Caïro

Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Een blik in de Grieks-Romeins-Egyptische kleerkast

De koffer van Zenon:

  • een gewassen linnen gewaad (periblema),
  • een gewassen aardkleurige wintermantel (chlamys),
  • een gedragen mantel,
  • een halfgedragen zomermantel,
  • een gewassen naturel wintermantel,
  • een gedragen naturel wintermantel,
  • een nieuwe wikke-kleurige zomermantel,
  • een gewassen witte wintertuniek (chiton) met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek,
  • twee gewassen witte wintertunieken,
  • een halfgedragen tuniek,
  • drie nieuwe witte zomertunieken,
  • een ongevolde tuniek,
  • een half-gedragen tuniek,
  • een gewassen wit bovenkleed voor de winter (himation),
  • een ruwe mantel (tribôn),
  • een gewassen wit zomergewaad (theristron),
  • een halfgedragen zomergewaad,
  • een paar Sardische hoofdkussens,
  • twee nieuwe paren aardkleurige sokken,
  • twee paar nieuwe witte sokken,
  • twee nieuwe witte gordels.

Deze papyrus geeft ons een momentopname van de kleerkist van Zenon, een manager van een groot landgoed uit de 3de eeuw v.C. Door zijn maatschappelijke positie had Zenon ‘s ochtends allicht iets meer keuzestress voor de spiegel dan de gemiddelde Griek of Egyptenaar, maar de gewaden in zijn koffer zijn min of meer representatief. Het basiskledingstuk, zowel voor Egyptenaren als voor Grieken, was de tuniek (in het Grieks chiton, in het Demotisch Egyptisch gtn). De chiton kon tot op de grond komen, tot aan de knieën, of tot aan de middel – in de meeste gevallen zijn zulke details ons niet bekend. We kennen zowel tunieken met als zonder mouwen.

Laat-antieke tuniek met mouwen, in tegenstelling tot de kindertuniek hierboven

Mummieportret van een vrouw met roze himation over haar chiton gedrapeerd

Boven de tuniek droeg men soms een tweede stuk, dat over het onderkleed heen gedrapeerd werd: de himation. Beide kledingstukken bestonden in essentie uit rechthoekige stukken stof. De himation kon op verschillende manieren gedrapeerd worden, al dan niet met behulp van gordels. Soldaten en andere personen die grote afstanden moesten afleggen, vervingen de himation als overkleed al eens door een chlamys, een reismantel die met een gesp aan de schouder werd vastgemaakt.

Beeld van Ptolemaios III als Hermes met chlamys

Zoals blijkt uit de Zenon-papyrus, konden die gewaden naturel of geverfd zijn (over kleuren later meer). Belangrijk was wel dat de kleren gewassen waren, en in het geval van wol behandeld door een voller. Hoewel in de papyri specifieke mannen- en vrouwenversies van kleren voorkomen, droegen beide geslachten in essentie dezelfde kledingstukken.

De meest gebruikte grondstof voor textiel was linnen, gemaakt van de vlasplant. Het materiaal is zeer sterk en absorberend, en het droogt snel. Deze eigenschappen maken de stof ideaal voor een warm woestijnklimaat. ’s Winters en ’s avonds koelt het echter ook in Egypte af, en voor zulke omstandigheden was wol geschikter. Lange tijd werd aangenomen dat er in Egypte geen wol gedragen werd, omdat het volgens Herodotus tegen de religieuze gebruiken inging om begraven te worden of de tempel te betreden met wollen kleren. Als er al zo’n taboe was, gold dat waarschijnlijk alleen voor priesters. Archeologische opgravingen bevestigen dat wol en wollen kledij al voorkwamen in de predynastische periode. In Zenons lijst, net als in andere papyri, vinden we daarnaast winter- en zomervarianten van sommige kledingstukken. Voor de echte koukleumen waren er ook sokken. Tot afschuw van moderne fashionista’s werden deze kousen schaamteloos in de sandalen gedragen. Sterker nog: ze waren er speciaal voor gefabriceerd. De sandalen zelf waren meestal van leer of papyrus.

Een paar sokken uit Romeins Oxyrhynchus, met inkeping aan de tenen voor een sandaalriem

Een textiel-gerelateerde vraag die historici vaak te horen krijgen, is of mensen vroeger ook al ondergoed droegen. Er zijn wel degelijk enkele papyri bewaard die meer licht werpen op deze kwestie. Ongetwijfeld de meest mysterieuze is volgend fragment:

“Verklaring van Harchebis over de clandestien geweven beha’s die gevonden zijn in de tempel”

De verklaring zelf is helaas verloren gegaan. De illegaliteit van de beha’s had waarschijnlijk niets te maken met een algemeen verbod op ondergoed, maar eerder met de specifieke omstandigheden waarin deze exemplaren geproduceerd waren. Zulke tempelwerkplaatsen waren immers in de eerste plaats bedoeld voor het vervaardigen van kledij voor de godenbeelden. Het Griekse woord voor beha betekent letterlijk ‘borstband’, en de antieke exemplaren waren heel wat minder complex dan hun moderne tegenhangers. Waarschijnlijk gaat het om een soort doek, zoals afgebeeld in de Villa del Casale in Sicilië. Het is onduidelijk hoe wijdverspreid ze werkelijk waren. Hetzelfde geldt voor de lendendoek, die vaak afgebeeld werd in de faraonische periode. In de Grieks-Romeinse periode vinden we die vooral terug bij atleten.

De zogenaamde ‘bikini-mozaïek’ met atletes in de Villa del Casale (Sicilië, 4de eeuw n.C.)

De nieuwe kleren van de keizer: mode en innovatie

Vandaag is de textielindustrie een echte mode-industrie, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor fast fashion met snel veranderende trends en relatief lage prijzen. Voor de industriële revolutie was zo’n organisatie onmogelijk. Het produceren van kledij was een veel trager en arbeidsintensiever proces, en een kledingstuk was een substantiële investering, die de meeste mensen maximaal eenmaal per jaar deden. Toch veranderden smaken ook in de Oudheid al, en werden die trends ook overgenomen door anderen, zij het aan een veel trager ritme. Het volgen van de laatste mode was ook sterk vervlochten met sociale status, en was alleen weggelegd voor de elite. Het gaat daarbij niet zozeer om de vorm van kledingstukken, maar eerder over materiaal en versiering. Een ander opvallend verschil was de status van de de kleermakers. Uit de Oudheid is ons geen enkele beroemde ontwerper bekend; de opkomst van internationaal bekende modehuizen is een relatief recent fenomeen.

Munten en standbeelden zijn belangrijke bronnen voor modeverschijnselen. In het bijzonder de kapsels van Romeinse keizerinnen, zoals deze Sabina, vonden navolging bij de elite

De slakkensoort Murex waaruit purperverf gewonnen werd

Een onderscheidend kenmerk van textiel was bijvoorbeeld de kleur. In de papyri vinden we talrijke gekleurde kledingstukken terug, in zowat alle kleuren van de regenboog. Er was ook aandacht voor de juiste tint binnen dezelfde kleur: zo gaven sommigen de voorkeur aan “gras-groen”, waar anderen voor “prei-groen” of “appel-groen” kozen. Verf had meestal een plantaardige of minerale basis, maar sommige formules waren van dierlijke oorsprong. Zo werden insecten gebruikt voor het bekomen van een scharlakenrode kleur.

Mummieportret van een vrouw gehuld in verschillende tinten purper; het Tyrisch purper was een diep purperrood

Een bijzondere rol was weggelegd voor purper. Het maken van purperverf was een zeer tijdrovend en duur proces. Dit had alles te maken met de grondstof, die werd gewonnen uit de schelp van de murex (brandhoren, een soort zeeslak), in het bijzonder in Tyrus, in het huidige Libanon. Volgens experimenten zouden 12 000 slakken niet meer dan 1,4 gram verf opleveren, al moet het wel gezegd worden dat het exacte procedé onbekend is. Purperen kleding was dus een echt statussymbool, en in de laat-Romeinse periode was het recht om de kleur te dragen zelfs exclusief voorbehouden aan de keizer.

Mogelijk leek de kostbare tuniek op deze met figuren versierde mantel uit Hellenistisch Etrurië

Slakken-uitscheiding is natuurlijk niet de enige bron van purperen kleurstoffen. In de papyri vinden we ook goedkopere oplossingen, zoals het mengen van blauwe en rode verf, of het gebruik van planten. Zulke praktijken waren schering en inslag, en om het hoogwaardige slakkenpurper van deze imitaties te onderscheiden, spraken ververs van “echt purper” of “zeepurper”, in tegenstelling tot het goedkopere “lokale purper” of “wortelpurper”. Wie zijn welvaart wilde tentoonspreiden kon dat ook op andere manieren, die moeilijker te imiteren vielen. Een petitie uit 244 v.C. licht ons bijvoorbeeld in over de aankoop van een tuniek waarop figuren geborduurd waren. Het stuk kostte 1270 drachmen, het honderdvoudige van de gemiddelde prijs van een chiton in die periode, wat overeenkomt met 15 à 20 jaarlonen voor een modale Egyptenaar. Echte haute couture dus.

Tijdens de Romeinse periode deed katoen zijn intrede in Egypte

Net zoals bepaalde steden en regio’s vandaag bekend staan om hun verfijnde of modieuze textielproductie, kende Grieks-Romeins Egypte ook regionale specialiteiten. Het beste vlas en linnen kwamen bijvoorbeeld uit de noordelijke Nijldelta, in het bijzonder uit Mendes. Andere specialiteiten werden ingevoerd van elders. Zo stond Milete, in het huidige Turkije, bekend om haar bijzonder fijne wol. Griekse ondernemers importeerden daarom het Milesische schapenras in Egypte. De wol was zo kostbaar dat de dieren een leren dekkleed droegen om ze te beschermen. Klein-Aziatische producten in het algemeen waren goed vertegenwoordigd in de Egyptische textielindustrie. Zo werden de tarsikarioi een belangrijke beroepsgroep in de Romeinse periode. Deze wevers maakten kleding die oorspronkelijk een specialiteit van de stad Tarsus was. Ook de Sardische kussens die we eerder in Zenons garderobe tegenkwamen, stamden uit Klein-Azië.

Na de overwinning van Octavianus op Cleopatra VII deelden de Romeinen de lakens uit in Egypte. In hun kielzog brachten zij rijks-brede trends met zich mee. Naast de Tarsische gewaden of stoffen, deed na verloop van tijd bijvoorbeeld ook de dalmatikè haar intrede: een brede tuniek, oorspronkelijk afkomstig uit Dalmatië, die net als vele andere gewaden uit de Oudheid nog verder leeft in de christelijke liturgie. De verovering leidde echter niet tot een volledige vernieuwing van de garderobe. Zo vinden we in Egypte weinig sporen terug van de toga, het archetypische kledingstuk van de gegoede Romeinse burger. Andere ontwikkelingen in Romeins Egypte hadden niets met de Romeinse cultuur te maken. Waar de chiton in de Hellenistische periode doorgaans mouwloos was, kwam in de Romeinse periode bijvoorbeeld de tuniek met mouwen in zwang. Ook katoen werd in de vroege Romeinse periode geïntroduceerd, maar die nieuwe vezel kwam evenmin vanuit het westen. Vandaag is het de belangrijkste textielvezel in Egypte en de rest van de wereld.

Waar de welgestelde inwoners van Grieks-Romeins Egypte dus zeer bezorgd waren over hun voorkomen en het volgen van de laatste nieuwe mode, kende de regio langs de andere kant ook een bloeiende markt in tweedehands textiel. Kledij werd ook gerecycleerd voor begrafenissen, denk bijvoorbeeld maar aan de zogenaamde ‘mummie van Zagreb’, wier windsels oorspronkelijk dienstdeden als Etruskische rituele kalender. Veel mummietextiel vertoont daarnaast sporen van herstelwerk, een duidelijk teken van hergebruik. In sommige gevallen werden nieuwe stukken textiel vervaardigd uit oude kledij. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de productie van luxueuze tapijten, een praktijk die men vandaag als upcycling zou aanduiden.

De windsels met Etruskische tekst van de ‘mummie van Zagreb’ zijn een duidelijk bewijs voor het hergebruik van textiel in een funeraire context

Er wordt wel eens gezegd dat in de mode “alles terugkomt”. We kijken dan ook reikhalzend uit naar het eerste modehuis dat modellen met een chiton en himation de catwalk op stuurt!

Lees meer

Droß-Krüpe, K., Wolle – Weber – Wirtschaft. Die Textilproduktion der römischen Kaiserzeit im Spiegel der papyrologischen Überlieferung, Wiesbaden, 2011.

Dunand, F., ‘L’artisanat du textile dans l’Égypte lagide’, Ktèma 4 (1979), 47-69.

M. Harlow (ed.), A cultural history of dress and fashion in antiquity, Londen en New York, 2017.

G. Vogelsang-Eastwood, De kleren van de farao, Amsterdam, 1994.

Coverfoto: adaptatie van een scan uit het boek ‘The New Student’s Reference Work, 5 volumes, Chicago, 1914′, gepubliceerd op Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1704