redenaar Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/redenaar/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png redenaar Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/redenaar/ 32 32 136391722 De vergeten dichters van Alexander de Grote https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/#respond Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2800 Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

Tijdens zijn veldtocht omringde Alexander de Grote zich doelbewust met dichters, in de hoop zijn daden literair te laten vereeuwigen. Helaas blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over, al zijn er gelukkig nog de namen van enkele van deze auteurs overgeleverd, zodat ze niet helemaal vergeten worden.

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

In de Griekse geschiedenis – en eigenlijk ook daarbuiten – behoort de onderneming van Alexander de Grote ongetwijfeld tot de meest epische daden. In de geschiedschrijving heeft Alexander dan ook een blijvende indruk nagelaten, maar zijn naam is, merkwaardig genoeg, aan geen enkel epos verbonden. En dat terwijl Alexander zelf wel degelijk moeite deed om te verzekeren dat zijn daden bezongen zouden worden. Verschillende bronnen vermelden namelijk dat hij een groep dichters meenam op zijn expeditie naar het Oosten, die hij bovendien rijkelijk beloonde. Sommigen van hen zijn nauwelijks bekend (Choerilos van Iasos, Agis van Argos, Pranikos of Pierion) maar Alexander wist ook beroemde figuren aan te trekken, zoals de redenaar Anaximenes van Lampsakos en de filosoof Pyrrho van Elis. Opmerkelijk genoeg blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over.

Choerilus van Iasos

Van de dichters die Alexander op zijn tocht naar het Oosten vergezelden, is Choerilos van Iasos ongetwijfeld de bekendste. Hij wordt genoemd door Horatius en vele andere auteurs, maar zijn reputatie is ronduit slecht: Choerilos geldt als de slechtste dichter uit de Griekse Oudheid. Van zijn werk is bijna niets bewaard gebleven, maar er circuleren tal van anekdotes over hem.

Detail van het beroemde Alexandermozaïek uit de 2de -1ste eeuw v.C., afkomstig uit de exedra van de ‘Casa del Fauno’ in Pompeï

Volgens Horatius (Brief aan Augustus, vv. 232-234) zou Alexander hem met een gouden munt hebben beloond voor elke vers die hij over hem schreef. Andere bronnen vertellen echter een ander verhaal: Alexander beloofde een munt voor elke goede vers, maar een klap voor elke slechte vers – en omdat de slechte verzen talrijker waren, zou Choerilos zijn dood hebben gevonden onder de slagen van de koning.

Deze laatste versie van het verhaal is waarschijnlijk een later verzinsel, want Choerilos lijkt Alexander te hebben overleefd: hij schreef namelijk een werk met de titel Lamiaka. Van dat gedicht is alleen de titel overgeleverd, maar het moet een epos zijn geweest over de Lamische Oorlog (322 v.C.), waarin de Atheners zich tegen de Macedoniërs keerden om hun onafhankelijkheid te herwinnen. Mogelijk componeerde Choerilos het gedicht om de daden van de Macedonische generaal Antipater te verheerlijken, zoals hij eerder voor Alexander had gedaan.

Anaximenes van Lampsakos

Er wordt ook een gedicht over Alexander toegeschreven aan Anaximenes van Lampsakos, de beroemde redenaar en geschiedschrijver van Philippos II en Alexander. Ook over hem is een amusante anekdote overgeleverd. Toen Alexander Troje bezocht en het graf van Achilles zag, greep hij de gelegenheid aan om de roem van Achilles en van zijn dichter, Homerus, te prijzen. Anaximenes was daarbij aanwezig en riep, om hem te vleien, dat hij ook Alexanders glorie onsterfelijk zou maken. Maar Alexander kapte hem meteen af met de woorden:

Ik zou liever Homerus’ Thersites zijn dan jouw Achilles!

Een soortgelijk verhaal wordt trouwens ook over Choerilos van Iasos verteld. De geograaf Pausanias (2de eeuw n.C.) twijfelde of Anaximenes werkelijk zo’n werk had geschreven, maar daar is waarschijnlijk geen reden toe.

Agis van Argos

Twee van de belangrijkste geschiedschrijvers van Alexander, Curtius Rufus en Arrianus, noemen nog een andere dichter: Agis van Argos. Agis wordt beschreven als een van Alexanders meest schaamteloze vleiers. Volgens de bronnen steunde hij de koning vooral tijdens het debat over de proskynesis (προσκύνησις) – een Perzisch gebruik waarbij men zich diep voor de heerser boog. Voor de meeste Grieken was dit ondenkbaar, omdat het neerkwam op de vergoddelijking van een levende vorst. De bronnen zijn dan ook zeer kritisch over Alexanders overname van dit gebruik, dat vaak wordt gezien als het begin van de ontsporing van zijn macht.

Titelpagina voor een 17de eeuwse uitgave van Curtius Rufus’ ‘Historia(e) Alexandri Magni’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Curtius Rufus bijzonder harde woorden heeft voor Agis: hij noemt hem een “slecht dichter”, die alleen nog wordt overtroffen door Choerilos – of beter gezegd, Choerilos is de enige die voor hem moet onderdoen. Blijkbaar speelde Agis gretig in op Alexanders grootheidswaanzin, door in zijn gedicht te beschrijven hoe Herakles, Dionysos en de Dioskouren (Castor en Pollux) Alexander opwachtten om hun plaats aan hem af te staan.

Agis was bovendien buitengewoon jaloers. Volgens Plutarchus (1ste-2de eeuw n.C.) zou hij, toen hij zag hoe Alexander een hofnar rijkelijk beloond had, hebben uitgeroepen:

Ik vind het verachtelijk om te zien hoe de zonen van Zeus zulke onwaardige vleiers waarderen: zoals Herakles bepaalde Kekropen waardeert, en Dionysos zich omringt met Silenen, zo laat ook jij je vleien door dit soort narren!

Die uitval bevat natuurlijk ook verborgen lof, want ze gaat ervan uit dat Alexander een rechtstreekse afstammeling van Zeus was, en bijgevolg gelijk aan Herakles of Dionysos. Toch is het beeld van Agis bijna grotesk: hij bekritiseert Alexanders slechte smaak en gebrek aan oordeel, zonder te beseffen dat hij zelf het meest aan vleierij schuldig is.

Pranikos of Pierion en andere dichters

Plutarchus vertelt ook een anekdote over nog een andere dichter die Alexander vergezelde, wiens naam in twee vormen is overgeleverd: Pranikos of Pierion. Het verhaal speelt zich af tijdens het banket waarop Alexander zijn vriend en bevelhebber Clitus (de Zwarte, Κλεῖτος ὁ Μέλας) doodde. Toen iedereen al dronken was, werden enkele verzen van deze dichter voorgedragen. De verzen in kwestie waren geschreven om generaals te bespotten die door de “barbaren” waren verslagen. Alexander – en natuurlijk ook zijn vleiers – leek deze verzen bijzonder geestig te vinden, maar de oudere gasten voelden zich beledigd door zo’n gebrek aan respect. Vooral Clitus verhief zijn stem tegen Alexander en, aangewakkerd door de wijn, liep de situatie al snel uit de hand, tot Alexander hem uiteindelijk met eigen hand doodde.

De bronnen noemen ook andere dichters, onder wie een obscure Aischrion van Samos (of van Mytilene). Tot Alexanders vleiers behoorde ook een zekere Cleon van Sicilië, die mogelijk een dichter was. Sommige auteurs vermelden zelfs dat de sceptische filosoof Pyrrho van Elis door Alexander zou zijn beloond voor een gedicht dat hij ter ere van hem schreef.

Het verdwijnen van poëzie over Alexander

Uit de bronnen blijkt duidelijk dat Alexander veel aandacht en middelen besteedde om zichzelf te omringen met dichters die zijn onderneming konden vereeuwigen. Zijn doel was wellicht een dichter te vinden die hem kon bezingen zoals Homerus Achilles had bezongen. Misschien wilde hij zich ook laten vergelijken met Herakles, de stamvader van de Macedonische dynastie, met wie hij ook in de kunst vaak wordt geassocieerd. Daarnaast identificeerde Alexander zich met Dionysos, in wie hij een soort voorganger zag van omwille van zijn eigen veldtochten, vooral van die naar Azië.

Alexander de Grote met de leeuwenhuid van Herakles, detail van de zogenaamde “Alexander-sarcofaag”; afkomstig uit Sidon uit de late 4de eeuw v.C.

Toch bereikte Alexander zijn doel niet. Niets van de poëzie die voor hem werd geschreven, is bewaard gebleven. Misschien had hij niet de juiste dichters gekozen door een tekort aan persoonlijk inzicht – of had hij gewoon pech. De omstandigheden van zijn korte leven bieden echter een geloofwaardige verklaring voor dit gemis. In tegenstelling tot wat later gebeurde bij keizer Augustus of bij de Ptolemeïsche dynastie, stierf Alexander op het hoogtepunt van zijn succes, zonder de kans om een periode van vrede mee te maken. In zo’n rustigere tijd had hij misschien een literaire kring kunnen vormen die hem passend zou verheerlijken. De anekdote over Pranikos of Pierion suggereert dat dit soort poëzie soms ook tijdens veldtochten zelf werd gecomponeerd en vervolgens voorgedragen werd tijdens banketten.

Het volledig verdwijnen van deze poëzie lijkt samen te hangen met het overwegend negatieve oordeel dat de antieke bronnen over deze dichters delen. Choerilos geldt als de slechtste dichter van Griekenland, Agis komt vlak na hem, en ook in de anekdotes over Anaximenes en Pranikos of Pierion klinkt eenzelfde oordeel. Maar waren Alexanders dichters werkelijk zo slecht? Helaas kunnen we, zonder ook maar enig overgeleverd fragment, dit oordeel van de Antieken noch bevestigen, noch weerleggen. We kunnen alleen maar hopen dat ze zich niet hebben vergist.

Verder lezen

Het materiaal over Alexander de Grote in de Hellenistische poëzie wordt uitvoerig besproken door Silvia Barbantani, “‘His σῆμα are both continents’. Alexander the Great in Hellenistic Poetry”, in Studi ellenistici 31 (2017), 51–127.

De fragmenten van Choerilus van Iasos zijn verzameld en geanalyseerd door Marco Pelucchi, Cherilo di Iaso, Testimonianze, frammenti, fortuna, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022.

Over de zogenaamde “slechtste dichters” uit de oudheid zie Marco Pelucchi, “Pessimi poetae: On Philodemus, Ancient Tradition, and Selection Criteria”, in N. Bruno, M. Filosa, G. Marinelli (red.), Fragmented Memory: Omission, Selection, and Loss in Ancient and Medieval Literature and History, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022, 27–54.

Coverfoto: Het schilderij ‘Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero’ van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze (CC BY 4.0)

[De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/feed/ 0 2800
Een Oudgriekse databank: Demetrios van Magnesia’s ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ https://www.oudegeschiedenis.be/19/12/2023/een-oudgriekse-databank-demetrios-van-magnesias-over-dichters-en-schrijvers-met-dezelfde-naam/ https://www.oudegeschiedenis.be/19/12/2023/een-oudgriekse-databank-demetrios-van-magnesias-over-dichters-en-schrijvers-met-dezelfde-naam/#respond Tue, 19 Dec 2023 17:28:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2558

Wat zou een Oudgriekse geleerde gedaan hebben als er in zijn tijd reeds databanken van persoons- en plaatsnamen (zoals het Lexicon of Greek Personal Names [LGPN] of Trismegistos [TM]) voorhanden waren geweest? Het antwoord is simpel: hij/zij zou ze regelmatig gebruikt hebben. Het onderscheiden van homonieme personen en plaatsen – personen en plaatsen met dezelfde naam – was immers reeds in de Oudheid een hele uitdaging, zo wist ook de schrijver van het werk 'Over dichters en schrijvers met dezelfde naam': Demetrios van Magnesia!

Het bericht Een Oudgriekse databank: Demetrios van Magnesia’s ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ van Pietro Zaccaria verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Wat zou een Oudgriekse geleerde gedaan hebben als er in zijn tijd reeds databanken van persoons- en plaatsnamen (zoals het Lexicon of Greek Personal Names [LGPN] of Trismegistos [TM]) voorhanden waren geweest? Het antwoord is simpel: hij/zij zou ze regelmatig gebruikt hebben. Het onderscheiden van homonieme personen en plaatsen – personen en plaatsen met dezelfde naam – was immers reeds in de Oudheid een hele uitdaging!

Demetrios van Magnesia en homonymie

Hoewel het onderscheiden van homoniemen al zeker sinds het begin van de Hellenistische periode (3de eeuw v.C.) als een belangrijke wetenschappelijke taak werd beschouwd, is het pas in de 1ste eeuw v.C. dat een Griekse geleerde een specifiek genre bedacht om een onderscheid te maken tussen homonieme personen en plaatsen.

Die geleerde is Demetrios van Magnesia (FGrHist 1038). We hebben heel weinig informatie over zijn leven en weten enkel dat hij een Griekse geleerde was, dat hij actief was in het tweede kwart van de 1ste eeuw v.C. en dat hij een kennis was van de beroemde redenaar Cicero en zijn vriend Atticus (aan wie hij een boek ‘Over de eendracht’ (Περὶ ὁμονοίας) heeft opgedragen).

Gravure van Diogenes Laertios in een 17de-eeuwse druk

Demetrios was zich ervan bewust dat homonymie identificatieproblemen kon veroorzaken. Zo waren er bijvoorbeeld zes beroemde personen met de naam ‘Thales’: wie was wie? Daarom besloot Demetrios twee naslagwerken samen te stellen die men kon raadplegen bij onduidelijke identificaties: ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ (Περὶ ὁμωνύμων ποιητῶν τε καὶ συγγραφέων) en ‘Over steden met dezelfde naam’ (Περὶ συνωνύμων πόλεων). Hoewel deze werken verloren zijn gegaan, blijkt uit de bewaard gebleven fragmenten dat zij gestructureerd waren in een reeks afzonderlijke, alfabetisch geordende rubrieken over gelijknamige personen enerzijds en plaatsen anderzijds.

Maar hoe maakte Demetrios dan precies een onderscheid tussen de homoniemen? Hoe kon hij elk van hen duidelijk identificeren? We hebben niet genoeg informatie over Demetrios’ werk ‘Over steden met dezelfde naam’ om veel te kunnen zeggen over de geografische vermeldingen in dat werk. Twee fragmenten van Demetrios’ ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’, bewaard in de werken van de biograaf Diogenes Laertios (3de eeuw n.C.) en de literatuurcriticus Dionysios van Halikarnassos (1ste eeuw v.C.), lichten wel een tipje van de sluier op over hoe Demetrios zijn lemmata structureerde.

Identificatie van persoonsnamen

De bekendste 'Thales': de filosoof Thales van Milete, afgebeeld op een mozaïekadmin | OUDE GESCHIEDENIS

De bekendste ‘Thales’: de filosoof Thales van Milete, afgebeeld op een mozaïek

In zijn biografie van de filosoof Thales van Milete citeert Diogenes Laertios (1,38) het lemma van Demetrios dat gewijd was aan mannen met de naam ‘Thales’ (FGrHist 1038 F 1):

γεγόνασι δὲ καὶ ἄλλοι Θαλαῖ, καθά φησι Δημήτριος ὁ Μάγνης ἐν τοῖς Ὁμωνύμοις, πέντε· ῥήτωρ Καλλατιανός, κακόζηλος· ζωγράφος Σικυώνιος, μεγαλοφυής· τρίτος ἀρχαῖος πάνυ, κατὰ Ἡσίοδον καὶ Ὅμηρον καὶ Λυκοῦργον· τέταρτος οὗ μέμνηται Δοῦρις ἐν τῷ Περὶ ζωγραφίας· πέμπτος νεώτερος, ἄδοξος, οὗ μνημονεύει Διονύσιος ἐν Κριτικοῖς.

“Er zijn [naast de filosoof Thales van Milete] vijf andere mannen met de naam Thales geweest, zoals Demetrios van Magnesia zegt in de ‘Homoniemen’: een redenaar uit Kallatis, met een geaffecteerde stijl; een schilder uit Sikyon, die zeer begaafd was; de derde, zeer oud, was een tijdgenoot van Hesiodos, Homeros en Lykurgos; de vierde wordt genoemd door Duris in zijn boek ‘Over de schilderkunst; de vijfde, meer recent en obscuur, wordt genoemd door Dionysios in zijn ‘Kritische geschriften’.”

Een ander door Dionysios van Halikarnassos bewaard fragment (Din. 1,2-2,1) is nog belangrijker, omdat het een letterlijk citaat is uit het werk van Demetrios (FGrHist 1038 F 19):

Δεινάρχοις δ’ ἐνετύχομεν τέτταρσιν· ὧν ἐστιν ὁ μὲν ἐκ τῶν ῥητόρων τῶν Ἀττικῶν, ὁ δὲ τὰς περὶ Κρήτην συναγήοχε μυθολογίας, ὁ δὲ πρεσβύτερος μὲν ἀμφοῖν τούτοιν, Δήλιος δὲ τὸ γένος, πεπραγματευμένος τοῦτο μὲν ἔπος, τοῦτο δὲ πράγμα, τέταρτος δὲ ὁ περὶ Ὁμήρου λόγον συντεθεικώς.

“We zijn vier mannen tegengekomen die Deinarchos heten: één van hen is één van de Attische redenaars; één verzamelde legenden over Kreta; één, die eerder kwam dan deze twee en die een Deliër was van geboorte, schreef zowel poëzie als geschiedenis; de vierde componeerde een werk over Homeros.”

Op deze lijst met mannen genaamd Deinarchos volgt dan een uitgebreidere passage over de redenaar Deinarchos, geïntroduceerd door de woorden: “Ik wil elk van hen achtereenvolgens behandelen, en eerst de redenaar” (ἐθέλω δὲ πρὸς μέρος περὶ ἑκάστου διελθεῖν, καὶ πρῶτον περὶ τοῦ ῥήτορος). Dat betekent dat in Demetrios’ werk de inleidende lijsten van homoniemen wellicht telkens werden gevolgd door een uitvoerige bespreking van het leven en de literaire productie van elk van de vermelde personen.

Als we de door Demetrios verstrekte informatie nu in tabellen plaatsen zoals die van de eerder vermelde moderne databanken TM en LGPN, kunnen we de fragmenten van Demetrios vergelijken met de zoekresultaten die TM en LGPN opleveren over personen met de namen ‘Thales’ en ‘Deinarchos’. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de vergelijking niet de inhoud zelf betreft, aangezien Demetrios’ ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ en de moderne databanken betrekking hebben op verschillende groepen personen: Demetrios’ werk was niet bedoeld om alle in de bronnen vermelde personen op te nemen, maar vermeldde alleen dichters, prozaschrijvers en andere mensen die om andere redenen wetenswaardig waren, zoals filosofen, kunstenaars of mensen die genoemd worden in literaire werken. Wat we wel kunnen vergelijken, is het soort informatie dat respectievelijk door Demetrios en de moderne databanken is opgenomen.

Zoekinterface van LGPN met als voorbeeld de naam ‘Thales’

De casus van ‘Thales’

Demetrios: “Er zijn vijf andere mannen met de naam Thales geweest [naast de filosoof Thales van Milete]” (γεγόνασι δὲ καὶ ἄλλοι Θαλαῖ … πέντε):

ID Name Floruit Gender Place Attestations
ῥήτωρ, κακόζηλος

(een redenaar, met een geaffecteerde stijl)

Thales / / Καλλατιανός

(uit Kallatis)

/
ζωγράφος, μεγαλοφυής

(een schilder, die zeer begaafd was)

Thales / / Σικυώνιος

(uit Sikyon)

/
Τρίτος

(de derde)

Thales ἀρχαῖος πάνυ, κατὰ Ἡσίοδον καὶ Ὅμηρον καὶ Λυκοῦργον

(zeer oud, een tijdgenoot van Hesiodos, Homeros en Lykurgos)

/ / /
Τέταρτος

(de vierde)

Thales / / / οὗ μέμνηται Δοῦρις ἐν τῷ Περὶ ζωγραφίας

(wordt genoemd door Duris in zijn boek ‘Over de schilderkunst’)

Πέμπτος

(de vijfde)

Thales Νεώτερος

(meer recent)

/ / ἄδοξος, οὗ μνημονεύει Διονύσιος ἐν Κριτικοῖς

(obscuur, wordt genoemd door Dionysios in zijn ‘Kritische geschriften’)

TM People: 4 (mannelijke) personen uit Egypte

TM PER ID Name Floruit Gender # Attestations
8787 Thales Senior 238 v.C. Man 1
349300 Thales 64 – 44 v.C. Man 1
311960 Thales 188 – 189 n.C. Man 1
467442 Thales 290 n.C. Man 1

LGPN: 40 resultaten [hieronder worden enkel de eerste vier weergegeven]

ID Name Sex Place Floruit References
V1-34262 Thales m. Rhodos c.175-150 v.C. Ag. Inv. R 257
V1-45145 Thales m. Samos 3/2de eeuw v.C. AD 9 (1924-5) p. 97 no. 1 II 6
V1-45547 Thales m. Samos 1ste eeuw v.C. AM 75 (1960) p. 155 no. 49
V1-45798 Thales m. Samos 6de eeuw v.C. IEph 115

De casus van ‘Deinarchos’

Demetrios: “We zijn vier mannen tegengekomen die Deinarchos heten” (Δεινάρχοις δ’ ἐνετύχομεν τέτταρσιν)

ID Name Floruit Gender Place Attestations
ὧν ἐστιν ὁ μὲν ἐκ τῶν ῥητόρων τῶν Ἀττικῶν

(één van hen is één van de Attische redenaars)

Deinarchos / / / /
ὁ δὲ τὰς περὶ Κρήτην συναγήοχε μυθολογίας

(één verzamelde legenden over Kreta)

Deinarchos / / / /
πεπραγματευμένος τοῦτο μὲν ἔπος, τοῦτο δὲ πράγμα

(schreef zowel poëzie als geschiedenis)

Deinarchos ὁ δὲ πρεσβύτερος μὲν ἀμφοῖν τούτοιν

(één, die eerder kwam dan deze twee)

/ Δήλιος δὲ τὸ γένος

(en die een Deliër was van geboorte)

/
τέταρτος δὲ ὁ περὶ Ὁμήρου λόγον συντεθεικώς

(de vierde componeerde een werk over Homeros)

Deinarchos / / / /

TM People: 3 personen uit Egypte

TM PER ID Name Floruit Gender # Attestations
6809 Deinarchos 280 v.C. Man 1
433857 Deinarchos 238 – 237 v.C. Man 1
349198 Deinarchos 62 v.C. Man 1

LGPN: 29 resultaten [hieronder worden enkel de eerste vier weergegeven]

ID Name Sex Place Floruit References
V1-15905 Deinarchos m. Kos 1ste eeuw v.C. – 1ste eeuw n.C. NS 694, 8
V1-17614 Deinarchos m. Kos c. 280 v.C. Holleaux, Études 3 p. 33 B, 13
V1-23516 Deinarchos m. Silyrioi Hell. periode ASAA 2 (1916) p. 163 no. 98
V1-6115 Deinarchos m. Paros  6de eeuw v.C.? Iamb., VP 267; = FVS 1 p. 447

Antieke versus moderne databanken

We zien dat Demetrios aan het begin van elk lemma het aantal homoniemen aangaf dat hij had gevonden, wat overeenkomt met  “number of attested individuals” in TM en “results” bij LGPN. Demetrios nummerde hen en gaf voor elk van hen elementaire biografische informatie; deze informatie had dezelfde functie als de identificatienummers (IDs) van TM en LGPN: het stelde Demetrios en zijn lezers in staat elk homoniem op een korte en duidelijke manier te identificeren. Bovendien gaf Demetrios beknopte chronologische en geografische informatie, die overeenkomt met de categorieën “floruit” van TM en LGPN, en “place” van LGPN (soms vergelijkbaar met “ethnicity/origin” van TM). Tot slot gaf Demetrios soms aan waar een bepaald homoniem werd genoemd, wat overeenkomt met “attestations” (TM) en “references” (LGPN). De manier waarop Demetrios zijn lemmata structureerde, doet dus sterk denken aan de structuur die moderne databanken gebruiken!

Voorbeeld van een record voor de persoon 'Deinarchos' in de databank van TM PeopleTM People

Voorbeeld van een record voor de persoon ‘Deinarchos’ in de databank van TM People

Een “antieke” kast met daarin steekkaarten van de databank ‘Prosopographia Ptolemaica’, later gedigitaliseerd in TM People

De vergelijking brengt echter ook verschillen aan de oppervlakte. De enige categorie van LGPN en TM die ontbrak in Demetrios’ overzichten van homoniemen was “gender”. We hebben geen bewijs dat Demetrios vrouwen opnam in zijn werk, maar we kunnen niet uitsluiten dat hij dat in sommige gevallen toch deed, hoewel er in de Oudheid niet veel vrouwelijke dichters en schrijvers bekend waren. Voor een lezer van Demetrios’ werk moet het in ieder geval gemakkelijker geweest zijn te zien of een bepaald lemma vrouwen al dan niet mannen betrof, aangezien de Grieken over het algemeen afzonderlijke namen hadden voor de verschillende geslachten. Demetrios hoefde dus niet systematisch het geslacht van de afzonderlijke homoniemen te specificeren.

Een belangrijker verschil tussen de twee hierboven geciteerde lemmata van Demetrios en de resultaten van TM en LGPN is, althans op het eerste gezicht, dat de door Demetrios gegeven informatie niet volledig is. Ook daar lijkt echter een verklaring voor te zijn, namelijk dat Demetrios, zoals eerder gezien, in het tweede deel van zijn lemmata bijkomende informatie gaf.

 

Conclusie

We kunnen dus concluderen dat de twee delen van Demetrios’ lemmata verschillende functies hadden: het eerste deel had als doel de verschillende homoniemen op te sommen en te identificeren, en had bijgevolg een functie die vergelijkbaar is met die van moderne databanken; het tweede deel vertoont gelijkenissen met wat we kunnen vinden in moderne biografische woordenboeken.

Steekkaart van de Prosopographia Ptolemaica (PP) waarin een persoon Ἀμεννεὐς wordt geïdentificeerd

Gezien zowel zijn praktisch nut als de uitvoerigheid van de verschafte informatie is het dus geen verrassing dat Demetrios’ ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ door verschillende latere (en bekendere) auteurs werd gebruikt en geciteerd, zoals Dionysios van Halikarnassos, Plutarchus, Harpokration, Athenaios en Diogenes Laertios (1ste eeuw v.C.-3de eeuw n.C.). Het samenstellen van een dergelijk werk moet echter een hele uitdaging zijn geweest. Geen wonder dat slechts weinigen in de Oudheid het voorbeeld van Demetrios volgden. We kennen alleen de naam van een zekere Agreophon of Agresphon, die ergens in de keizertijd een werk schreef met de titel ‘Over homoniemen’, waarvan geen enkel fragment bewaard is gebleven (Suda α 3421, s.v. Ἀπολλώνιος = Agreophon, FGrHist 1081 T 1).

Demetrios koos ervoor zijn tijdgenoten een dienst te bewijzen door een dergelijk naslagwerk samen te stellen. Wat Demetrios echter niet kon kiezen was zijn eigen naam. ‘Demetrios’ was een zeer veel voorkomende naam in de klassieke Oudheid (1534 personen uit Egypte in TM; 3325 resultaten in LGPN). Het is dan ook geen verrassing dat het voor moderne geleerden soms een lastige taak is om onze Demetrios zelf te onderscheiden van andere homoniemen. In veel gevallen ontstaat verwarring met Demetrios van Phaleron, Demetrios van Skepsis, Demetrios, de auteur van ‘De juiste woorden’ (Περὶ ἑρμηνεῖας), enz. Een ironisch lot dus voor iemand die zijn leven wijdde aan het onderscheiden van homoniemen!

Verder lezen

P. Zaccaria, Felix Jacoby. Die Fragmente der Griechischen Historiker Continued. IV A: Biography. Fascicle 5. The First Century BC and Hellenistic Authors of Uncertain Date [Nos. 1035-1045], Leiden – Boston: Brill, 2021.

Coverfoto: gecreëerd met behulpt van DALL·E 3 (prompt: “antieke Griekse auteur die indexkaarten sorteert voor een kast, thema van de oudheid, antieke Griekse kleding, achtergrond met papyrusrollen en beelden uit de Griekse mythologie”) en bewerkt met Getimg.ai

Het bericht Een Oudgriekse databank: Demetrios van Magnesia’s ‘Over dichters en schrijvers met dezelfde naam’ van Pietro Zaccaria verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/19/12/2023/een-oudgriekse-databank-demetrios-van-magnesias-over-dichters-en-schrijvers-met-dezelfde-naam/feed/ 0 2558
Het boek dat de Romeinse geschiedenis net niet kon veranderen https://www.oudegeschiedenis.be/05/03/2023/het-boek-dat-de-romeinse-geschiedenis-net-niet-kon-veranderen/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/03/2023/het-boek-dat-de-romeinse-geschiedenis-net-niet-kon-veranderen/#respond Sun, 05 Mar 2023 16:42:18 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2452 Schilderij Vincenzo Foppa - The Young Cicero Reading

Kan een boek de loop van de geschiedenis veranderen? Zeker, althans volgens de bekende Romeinse redenaar en politicus Marcus Tullius Cicero. Hij dacht namelijk bij het begin van de burgeroorlog van 49 v.C. dat het boek van Demetrios van Magnesia 'Over de eendracht' nog de politieke protagonisten Iulius Caesar en Gnaeus Pompeius Magnus van mening kon doen veranderen, iets dat weliswaar net niet lukte en waarvan de bedoeling ook voor ons nog gedeeltelijk een raadsel is gebleven.

Het bericht Het boek dat de Romeinse geschiedenis net niet kon veranderen van Pietro Zaccaria verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Schilderij Vincenzo Foppa - The Young Cicero Reading

Kan een boek de loop van de geschiedenis veranderen? Zeker, althans volgens de bekende Romeinse redenaar en politicus Marcus Tullius Cicero. Hij dacht namelijk bij het begin van de burgeroorlog van 49 v.C. dat een bepaald Grieks boek nog de politieke protagonisten van mening kon doen veranderen, iets dat weliswaar net niet lukte en waarvan de bedoeling ook voor ons nog gedeeltelijk een raadsel is gebleven.

Politieke situatie 49 v.C.

In het begin van 49 v.C. zat Cicero – om het zachtjes uit te drukken – in een moeilijke persoonlijke en politieke situatie. Iulius Caesars oversteek van de Rubicon op 11 of 12 januari (volgens de Romeinse kalender) betekende het begin van de burgeroorlog tussen hem en de Romeinse Senaat, vertegenwoordigd door Gnaeus Pompeius Magnus. Eind februari was Caesar op weg met zijn leger naar de havenstad Brundisium, waar Pompeius en de Romeinse consuls hun toevlucht hadden gezocht. Van daaruit wilde Pompeius de oversteek naar Griekenland maken. Hoewel Pompeius, die op Cicero’s steun rekende, er herhaaldelijk bij de redenaar op had aangedrongen hem daar te vervoegen, bevond deze zich nog steeds in Campanië, in Formiae, terwijl hij zich afvroeg of hij zich bij Pompeius moest aansluiten en Italië moest verlaten of niet. Cicero was het niet eens met Pompeius’ weigering te proberen tot een akkoord te komen met Caesar en vond dat een burgeroorlog koste wat kost moest worden vermeden. Ondanks de moeilijke situatie dacht Cicero eraan zelf een poging tot verzoening tussen Caesar en Pompeius te ondernemen.

Kaart met de bewegingen van Caesar aan het begin van de burgeroorlog met Pompeius

Over de eendracht

We weten niet wat Cicero precies in gedachten had, maar we weten wel dat hij een bepaald boek als zijn ultieme troef beschouwde. Het boek in kwestie droeg de titel ‘Over de eendracht’ (Περὶ ὁμονοίας) en werd geschreven door de laat-hellenistische geleerde en biograaf Demetrios van Magnesia. We hebben geen informatie over de inhoud van dit werk, dat helemaal verloren is gegaan. We weten enkel dat het was opgedragen aan Cicero’s vriend Titus Pomponius Atticus.

Cicero’s brieven aan Atticus

Eerste pagina van de Brieven naar Atticus (Epistolae Ad Atticum) geschreven door Cicero in een 16de eeuwse druk van Paolo Manuzio in Venetië

We kunnen de gebeurtenissen nog volgen dankzij Cicero’s brieven aan Atticus. In een brief geschreven in Formiae op 27 februari 49 v.C. vraagt Cicero aan Atticus, die zich op dat moment in Rome bevindt, om hem Demetrios’ boek te sturen, omdat hij het voor een zeer bijzondere en dringende aangelegenheid wil gebruiken

Memini librum tibi adferri a Demetrio Magnete ad te missum Περὶ ὁμονοίας. Eum mihi velim mittas. Vides quam causam mediter. 

Ik herinner me dat Demetrios van Magnesia je het boek ‘Over de eendracht’ heeft gebracht, opgedragen aan jou. Ik zou willen dat je het me stuurt. Je ziet wat ik van plan ben. (Cic. Att. 8.11.7)

In een andere brief van de volgende dag (28 februari) herhaalt Cicero hetzelfde verzoek: de zaak is hoogst urgent en hij heeft geen tijd te verliezen

Haec igitur videbis et, quod ante ad te scripsi, Demetri Magnetis librum quem ad te misit de concordia velim mihi mittas.

Je zal hier dus voor zorgen en, zoals ik je eerder schreef, zou ik willen dat je me het boek Over de eendracht van Demetrios van Magnesia stuurt, dat hij aan jou heeft opgedragen. (Cic. Att. 8.12.6)

Maar helaas, te laat. Cicero had niet de tijd om zijn plan uit te voeren. In een andere brief van ongeveer twee weken later (17 maart) lezen we immers dat Cicero het boek van Demetrios naar Atticus heeft teruggestuurd. Het vertrek van de consuls naar Griekenland had zijn plannen verstoord, aangezien een overeenkomst niet mogelijk was zonder de aanwezigheid van de consuls

Quod consules laudas, ego quoque animum laudo, sed consilium reprehendo; discessu enim illorum actio de pace sublata est, quam quidem ego meditabar. Itaque postea Demetri librum de concordia tibi remisi et Philotimo dedi;

“wat jouw verheerlijking van de consuls betreft, ook ik prijs hun ingesteldheid, maar ik keur hun beslissing af; hun vertrek heeft immers de vredesonderhandelingen die ik van plan was onmogelijk gemaakt. Ik heb je Demetrios’ boek Over de eendracht daarna dan maar teruggestuurd en het aan Philotimus gegeven. (Cic. Att. 9.9.2)

Raadsel

Het blijft dus een raadsel wat Cicero precies van plan was met Demetrios’ Over de eendracht, maar in ieder geval vond hij het op een van de meest kritieke momenten in de Romeinse geschiedenis de moeite waard een boek aan te wenden voor politieke doeleinden. Zouden Caesar en Pompeius van gedachten zijn veranderd als Cicero de tijd had gehad om zijn plan uit te voeren?

Verder lezen

P. Zaccaria, Felix Jacoby. Die Fragmente der Griechischen Historiker Continued. IV A: Biography. Fascicle 5. The First Century BC and Hellenistic Authors of Uncertain Date [Nos. 1035-1045], Leiden – Boston: Brill, 2021.

Coverfoto: schilderij van Vincenzo Foppa – The Young Cicero Reading, afkomstig van de Wallace Collection op Art UK (CC BY-NC-ND).

Het bericht Het boek dat de Romeinse geschiedenis net niet kon veranderen van Pietro Zaccaria verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/03/2023/het-boek-dat-de-romeinse-geschiedenis-net-niet-kon-veranderen/feed/ 0 2452
In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/#respond Fri, 21 Feb 2020 16:37:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1434

Het toerisme in Egypte beleefde vooral hoogdagen na de verovering door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel "binnenlandse" als "buitenlandse" reizen. In dit artikel gaan we in het spoor van Herodotus op zoek naar de typische plaatsen die werden aangedaan door keizers, soldaten, ambassadeurs of andere beambten.

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Met de geplande opening van het Grand Egyptian Museum in het vooruitzicht prijkt Egypte bovenaan menig lijstje met “top # plaatsen om te bezoeken in 2020”. De toeristische sector is erg belangrijk voor het land, en na enkele moeilijke jaren neemt het aantal bezoekers weer gestaag toe. Het rijke Egyptische verleden spreekt al veel langer tot de verbeelding van reizigers. Deze fascinatie gaat al terug tot in de Oudheid. Het toerisme beleefde vooral hoogdagen na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel “binnenlandse” als “buitenlandse” reizen. Verplaatsingen van de eerste soort behelsden vaak een bezoek aan een tempel in het kader van een pelgrimage. Uitheemse bezoekers waren doorgaans soldaten, ambassadeurs, of beambten die in staatsdienst in het land waren. Ook Romeinse keizers bezochten de provincie Aegyptus. De grootste keizerlijke toerist was zonder twijfel Hadrianus, die meer dan de helft van zijn regeerperiode onderweg was. Anderen reisden uit interesse: volgens Tacitus bezocht Germanicus Egypte “om de antiquiteiten te zien” (“cognoscendae antiquitatis“).

Naar aanleiding van zijn bezoek liet Hadrianus deze munt met verpersoonlijking van Egypte slaan. De figuur houdt een Egyptisch sistrum vast, en links ontwaren we een ibis, het heilige dier van Thoth.

Toerisme in Egypte: een lange geschiedenis

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in SaqqaraNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in Saqqara

Ook voor Egypte deel werd van de Grieks-Romeinse wereld werd er natuurlijk druk gereisd. Vanaf het Oude Rijk vinden we inscripties van passanten in de regio van het eerste cataract (het huidige Sehel-eiland). De eerste graffiti achtergelaten door ‘toeristen’ dateren uit de 18de en de 19de Dynastie: de kapellen rond de trappenpiramide van Djoser in Saqqara zijn bezaaid met inscripties van schrijvers die hun bewondering voor de site uitdrukken.

Vanaf de Late Tijd (664-332 v.C.) vonden meer en meer Grieken hun weg naar Egypte. Al in 591 v.C. kerfden Griekse huurlingen een boodschap in het linkerbeen van een beeld van Ramses II in Abu Simbel. Andere toeristen kwamen met vredelievendere bedoelingen: enkele illustere voorbeelden zijn de Atheense staatsman Solon, de wiskundigen Thales en Pythagoras en de filosoof Plato. De bekendste toerist was de historicus Herodotus, die zeer onder de indruk was: “Nergens zijn er zoveel wonderlijke zaken, noch zijn er ergens ter wereld zoveel werken van onbeschrijfelijke grootheid te zien.” Latere Grieks-Romeinse toeristen bekeken Egypte door de lens van deze voorgangers: ze hadden respect voor de oude Egyptische cultuur, maar tegelijk bleef het land ook exotisch en ‘barbaars’. Sommige graffiti van bezoekers gebruiken zo het woord “historeo“, “ik onderzoek”, een rechtstreekse verwijzing naar het werk van Herodotus.

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.

De tempel van Abu SimbelNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Abu Simbel

Bruisend Alexandrië

Halve drachme van de Romeinse keizer Antoninus Pius met de pharos en tetradrachme van de keizer Commodus met de pharos en een zeilschip

In de Grieks-Romeinse periode bereikten de meeste reizigers Egypte per boot, via de kosmopolitische havenstad Alexandrië. Bij het naderen van de kust werden ze begroet door een van de spectaculairste bouwwerken uit de oudheid: de pharos, een vuurtoren die meer dan 100 meter boven de zee oprees. De stad was niet alleen een belangrijk commercieel centrum, maar ook de intellectuele hoofdstad van het Middellandse Zeegebied. Bezoekers konden zich er vergapen aan spectaculaire sites die vandaag verdwenen zijn onder de moderne bebouwing. In het rijkversierde Mouseion en de bibliotheek kon men de grote geleerden van die tijd aan het werk zien. Het grote Serapeum, een van de beroemdste heidense tempels uit de Oudheid, was een andere populaire bezienswaardigheid. Gedistingeerde gasten werden ontvangen op het spectaculaire koninklijke paleis.

Alexandrië kende ook Egyptische elementen, zoals de “Cleopatra’s Needles” nu in Londen en New York

Het mausoleum van Alexander de Grote in de stad ontwikkelde zich tot een waar bedevaartsoord. In 48 v.C. kwam Julius Caesar het lichaam eer bewijzen, en hij werd daarin nagevolgd door talrijke latere keizers. Ook zijn adoptiefzoon Augustus bezocht het graf, en zou volgens kwatongen (Cassius Dio) een stukje van de neus van Alexander afgebroken hebben. Gevraagd of hij daarnaast de tombes van de Ptolemaeën wilde bezoeken, zou hij geantwoord hebben dat hij “een koning wilde zien, niet gewoon wat lijken”. De Hellenistische koningen zelf toonden zich ook niet altijd even respectvol tegenover de doden: aanvankelijk lag Alexander in een gouden sarcofaag, maar die werd door Ptolemaios X omgesmolten en vervangen door een glazen exemplaar.

De Grand Tour van het faraonische verleden

Veel reizigers trokken van Alexandrië naar het zuiden om met eigen ogen de monumenten uit de faraonische tijd te bekijken. De eerste attractie die men tegenkwam was Heliopolis. De lokale priesters genoten de reputatie bijzonder geleerd te zijn, en de stad trok dan ook veel filosofen aan. Vandaag blijft er van Heliopolis niet veel over: de monumenten zijn gebruikt als steengroeve voor de aanleg van Caïro. Hetzelfde lot viel de oorspronkelijke hoofdstad Memphis te beurt, een andere populaire stopplaats. Van de beroemde Ptah-tempel en het paleis van Apries zijn slechts schamele ruïnes overgebleven.

Tot de weinige overblijfselen die vandaag nog in Memphis zelf te bezichtigen vallen, behoort dit kolossale beeld van farao Ramses II

Andere trekpleisters in de buurt hebben de tand des tijds beter doorstaan. Een van de hoogtepunten van elke reis naar Egypte, toen zowel als nu, zijn de piramides van Gizeh. De antieke auteurs maakten daarbij dezelfde bedenkingen als menig moderne toerist; terwijl Diodorus zich verwondert over hun grootte en vakmanschap, veroordeelt Herodotus het morele karakter van mannen die zoveel middelen aanwendden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Over Cheops beweert hij dat hij zelfs zijn eigen dochter prostitueerde om fondsen te werven. In de Romeinse periode werd ook de sfinx, die tot de regering van keizer Nero onder het zand begraven lag, drukbezocht. Ingekerfde gedichten vergelijken de vredige Egyptische sfinx met diens wrede Griekse tegenhanger uit het verhaal van Oedipus.

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bijNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bij

Alvorens te arriveren in de religieuze hoofdstad Thebe, deden sommige bezoekers Hermopolis aan. Ter hoogte van deze stad verdronk de onfortuinlijke Antinoüs, de minnaar van keizer Hadrianus, tijdens een boottocht op de Nijl. Anderen stopten bij de dodentempel van Seti I in Abydos, bij de Grieken bekend als het Memnoneion.  In de Romeinse periode trok de plaats veel pelgrims aan; de tempel huisvestte toen een gerenommeerd orakel van de god Bes.

De tempel van Seti I in Abydos

De grootste concentratie aan faraonische monumenten vond men toen ook al terug in Thebe, het moderne Luxor. Al in de Romeinse periode leefde het – enigszins overdreven – beeld van het honderd-poortige Thebe als één groot openluchtmuseum. Net als vandaag stroomden er vele bezoekers samen aan de tempels van Karnak en Luxor, maar de populairste trekpleisters bevonden zich op de westoever van de Nijl. De absolute topattractie waren twee standbeelden van farao Amenhotep III, de zogenaamde ‘Kolossen van Memnon’. Griekse en Romeinse bezoekers dachten dat de sculpturen de Ethiopische held Memnon uit de Trojaanse Oorlog afbeeldden. Als gevolg van een aardbeving produceerde een van de beelden geluid bij het opkomen van de zon. Dit werd geïnterpreteerd als het zingen van Memnon naar zijn moeder Eos, de godin van de dageraad. De beelden zijn bezaaid met graffiti, waaronder een gedicht van de dichteres Julia Balbilla, die keizer Hadrianus vergezelde. Sinds de 3de eeuw n.C. is het beeld opgehouden met zingen, maar de sculpturen staan er nog steeds. Sterker nog, bij recente opgravingen werden fragmenten van meer beelden teruggevonden!

De Kolossen van Memnon vandaagNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Kolossen van Memnon vandaag

De moderne trekpleister Vallei der Koningen kreeg in de Oudheid eveneens veel bezoekers over de vloer. Grieken en Romeinen lieten meer dan 2000 graffiti achter in de tombes van de farao’s. Sommige bezoekers kennen we uit andere bronnen: papyrologen zijn bijvoorbeeld bijzonder enthousiast over de graffiti van Dryton, wiens levensloop goed gekend is via zijn papyrusarchief. Het is onduidelijk of de Grieks-Romeinse bezoekers begrepen wat ze zagen. De graffiti drukken in de eerste plaats bewondering uit. De populairste attractie was het graf van Ramses VI, waar we graffiti aantreffen van bezoekers uit het hele Middellandse Zeegebied. Uit sommige van deze inscripties blijkt dat de reizigers in kwestie dachten dat het de tombe van Memnon was, aan wie ook de Kolossen werden gelinkt. Deze obsessie voor de Homerische held Memnon (zie ook het ‘Memnoneion’ van Abydos) roept de vraag op in hoeverre de Grieks-Romeinse bezoekers echt in het faraonische verleden geïnteresseerd waren, dan wel vooral op zoek gingen naar echo’s van hun eigen tradities.

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VINico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VI

Echte fanatiekelingen zoals Strabo reisden na Thebe nog verder door naar het zuiden, naar het eiland Elephantine. Naast de grote Khnum-tempel oefende vooral de eerste cataract een grote aantrekkingskracht uit. Volgens Herodotus was dit de bron van de Nijl. Seneca en Strabo beschrijven het spektakel dat werd opgevoerd door de onverschrokken veermannen, die zich met boot en al in de stroomversnelling storten. De redenaar Aelius Aristides beweert er zelfs aan deelgenomen te hebben. Vandaag is het “oorverdovende gebrul” van de cataract evenwel het zwijgen opgelegd door de bouw van de nabijgelegen dam. Ook de Isis-tempel op het eiland Philae verwelkomde talrijke pelgrims en toeristen, die vele graffiti achterlieten.

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaarNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaar

Off the beaten track: krokodillen voederen in de Fayoem

Het Qarun-meer waarnaar de regio Fayoem genoemd is, via het Koptische phiom of “het meer”

Sommige reizigers bezochten naast de faraonische overblijfselen ook een meer recent ontwikkeld gebied: de Fayoem. Het droogleggen en in cultivatie brengen van grote delen van deze regio was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Ptolemaeïsche dynastie, die deze krachttoer ook graag etaleerde aan buitenlandse ambassadeurs. De papyri uit de Fayoem tonen dat zulke bezoeken nauwkeurig georkestreerd werden. Vooral Zenon, de manager van een groot landgoed, krijgt duidelijke instructies: hij moet de nederzettingen en de tempels voor de koning tonen, net als de wegen en de dijken, en bovenal benadrukken hoe nieuw alles is. In een andere brief wordt hem opgedragen om zo snel mogelijk strijdwagens en pakdieren in orde te maken voor ambassadeurs van Paerisades II, koning van Cimmerisch Bosporus, en uit Argos. Zenon wordt aangemaand om zich te haasten: op het moment dat de brief geschreven werd, was het schip net uitgevaren! Op het programma stond meestal ook een bezoek aan enkele faraonische overblijfselen, vooral het zogenaamde ‘Labyrint van Hawara’, het complex rond de dodentempel van Amenemhat III. Volgens Herodotus overtrof deze constructie zelfs de piramides.

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom OmboNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom Ombo

Ook toeristen die op zoek waren naar een bijzondere ervaring kwamen in de Fayoem aan hun trekken. In Krokodilopolis werd de god Sobek vereerd in de vorm van een heilige krokodil. De lokale priesters voederden het dier met brood, vlees en wijn meegebracht door bezoekers. Strabo’s beschrijving doet haast denken aan een malafide dolfinarium: nauwelijks heeft de krokodil het voedsel naar binnen gewerkt, of er staat al een nieuwe bezoeker klaar; de priesters snellen ernaartoe, vangen het dier, en stoppen hem opnieuw offers toe. Een brief bewaard op papyrus bevestigt dat deze praktijk een vast deel uitmaakte van de tour voor buitenlandse bezoekers: een beambte wordt opgedragen alles in gereedheid te brengen voor het bezoek van een Romeinse senator, inclusief “de gebruikelijke hapjes voor de krokodillen”. Een andere Romeinse ambassadeur kwam op een minder aangename manier in aanraking met de Egyptische dierenculten. Diodorus verhaalt hoe hij met eigen ogen aanschouwde hoe een menigte de doodstraf eiste voor een Romein die per ongeluk een kat had gedood. Ook toen loonde het dus om reisadvies in te winnen over de lokale gewoonten!

Lees meer

Casson, L., Travel in the Ancient World, Baltimore, 1994.

Meeus, A., ‘Life Portraits: Royals and People in a Globalizing World’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Medford, 2019, 89-99.

Rosenmeyer, P. A., The Language of Ruins: Greek and Latin Inscriptions on the Memnon Colossus (2018).

Rutherford, I. C., ‘Travel and Pilgrimage’, in C. Riggs (ed.), The Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, 701-716.

Van ‘t Dack, E., Reizen, expedities en emigratie uit Italië naar Ptolemaeïsch Egypte, Brussel, 1980.

Coverfoto: adaptatie van afbeelding ‘Le Sphynx apres les déblaiements et les deux grandes pyramides / Bonfils’ op Wikimedia (Public Domain) & ‘buste beroemde Griekse Herodotus’ op Pixabay

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1434