prostitutie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/prostitutie/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png prostitutie Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/prostitutie/ 32 32 136391722 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/#respond Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2841 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte!

Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele ‘pink tax’: economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft ook vandaag een actueel thema. Minder bekend is de rol van belastingen in dat verhaal, zowel nu als in het verleden. Aan de hand van fiscale documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte laat deze bijdrage zien hoe economisch actieve vrouwen in de Oudheid belast werden en welke inzichten dat biedt in hun economische positie.

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele “pink tax” is er duidelijk nog een hele weg te gaan voor de economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Minder bekend is de rol van belastingen in dit verband, pas vrij recent het onderwerp van onderzoek. Deze blogpost zal dieper ingaan op de verschillende ontwikkelingen van taksen die ook door vrouwen die economisch actief waren in de Oudheid werden betaald, met een focus op Egypte.

Fresco van een jonge vrouw uit Pompeï

Hoewel hedendaagse belastingregels zelden expliciet één geslacht bevoordelen, leiden de toepassing van de regels en hun wisselwerking met de bredere socio-economische realiteit vaak wel tot verschillen. Bijvoorbeeld, de gezamenlijke belastingaangifte van gehuwden – enkel wettelijk verplicht in België en de Democratische Republiek Congo – leidt weliswaar vaak tot een lagere totale belastingdruk, maar doorgaans ten koste van een hoger gemiddeld tarief voor de “secundaire” verdiener, in veel gevallen de echtgenote. Dit is niet alleen relevant voor de gendergelijkheid, maar ook voor de economische productiviteit, aangezien het vrouwen kan ontmoedigen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Zulke kwesties zijn ook relevant voor de Oudheid, en fiscale teksten zijn een belangrijke maar onderbenutte bron voor het bestuderen van de economische activiteiten van antieke vrouwen. Hieronder gebeurt dit aan de hand van zulke documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte, vaak beschouwd als één van de betere plaatsen om een vrouw te zijn in de Oudheid.

Vrouwen in Hellenistisch Egypte

Mummieportret van een vrouw uit Hawara

Die relatief goede positie hadden de Egyptische vrouwen vooral te danken aan hun sterke juridische status. Vrouwen genoten volledige eigendomsrechten over hun roerende en onroerende goederen, mannen en vrouwen erfden op gelijke voet (met uitzondering van de oudste zoon, die een groter deel ontving dan zowel zijn broers als zijn zussen), vrouwen konden petities indienen bij de autoriteiten, en ze konden zelf de scheiding aanvragen. Anderzijds werd het beheer van het gezinsvermogen na het huwelijk vaak aan de echtgenoot toevertrouwd. Bovendien hadden vrouwen geen toegang tot militaire en bestuurlijke functies, met uitzondering van de Ptolemaeïsche koninginnen die bekend stonden om hun actieve politieke en economische rol.

Er waren natuurlijk ook aanzienlijke verschillen in de situatie van individuele vrouwen, die te maken hadden met rijkdom, klasse, leeftijd en andere factoren. Dit hing onder meer samen met het dubbele rechtssysteem: Egyptische vrouwen handelden volledig onafhankelijk, maar Griekse vrouwen hadden voor juridische transacties een voogd (kyrios) nodig, meestal haar echtgenoot of een mannelijk familielid. Paradoxaal genoeg betekent dit dat Egyptische vrouwen die zich introuwden in een Griekse familie er sociaal gezien op vooruitgingen, terwijl haar situatie er naar onze moderne maatstaven op achteruitging. Helaas geven de fiscale teksten zelden inzicht in de exacte positie van de betrokken vrouwen.

Vrouwen van tel: de hoofdelijke belasting

De basis voor het heffen van belastingen in Egypte was de census, waarin het (meestal mannelijke) gezinshoofd een centrale rol speelde. Door de bevolking te tellen, verzamelden de Ptolemaeën de nodige gegevens voor het heffen van de zoutbelasting, een algemene hoofdelijke taks die door het grootste deel van de bevolking betaald moest worden (en die dus niets met de zoutsector te maken had). Ook vrouwen waren deze belasting verschuldigd, aan de helft van het bedrag dat mannen moesten betalen. Het betalen van zo’n belasting kon gezien worden als een graadmeter voor het behoren tot de gemeenschap.

In de late Hellenistische en in de Romeinse periode werd de voornaamste hoofdelijke belasting enkel door mannen betaald, wat gepaard ging met een verslechtering van de juridische positie van vrouwen. Bewijsmateriaal voor de voorafgaande Perzische periode is beperkter, maar er is een hoofdbelastingachtige bijdrage aan de tempel van Jahweh in Elephantine bekend, waarvoor vrouwen hetzelfde bedrag betaalden als mannen [TM 48746]. In dit geval zou de ogenschijnlijke gelijkheid echter door de specifieke Joodse context verklaard kunnen worden: het boek Exodus vermeldt een kopgeld dat door elk individu betaald diende te worden als afkoop voor hun leven.

Register met betalingen voor de zouttaks [TM 44391]

Verkoopstaksen

Als we de antieke auteurs moeten geloven, was de plaats van de vrouw aan de haard, maar in werkelijkheid werkten vele vrouwen buitenshuis. In dit verband merkt Herodotus op dat in Egypte “vrouwen naar de markt gaan en handeldrijven, terwijl mannen thuisblijven en weven”. Deze opmerkelijke bewering wordt in zekere mate bevestigd door het fiscale bewijsmateriaal: de weversbelasting werd doorgaans door mannen betaald, terwijl vrouwelijke betalers van de beroepsbelasting vaak verkoopsters waren. De belangrijkste bron voor die beroepsbelasting vermeldt betalingen door een kaasverkoopster en een broodverkoopster, naast een koeienhoedster [TM 5804]. De gerelateerde belasting voor de bewaking van werkplaatsen werd bovendien betaald door een groenteverkoopster, die dus haar eigen winkel had [TM 7771].

We vinden vooral veel vrouwen onder de bierverkopers die de bierbelasting betaalden. Er is wel eens gesuggereerd dat dit verband hield met bordelen, maar onze voornaamste bron voor deze belasting beschrijft slechts één van de dertien vrouwen als prostituee, en dergelijke beweringen zijn een voorbeeld van de problematische seksualisering van vrouwelijke arbeid [TM 1894]. De betrokkenheid van vrouwen bij de handel strekte zich bovendien uit tot de lucratieve olie-industrie. Olie was onder de Ptolemaeën een “staatsmonopolie” en de verkoop ervan was onderworpen aan competitieve overheidscontracten. Vooral in stedelijke contexten komen we veel vrouwen tegen: in de hoofdstad van de Arsinoïtische gouw waren 32 van de 48 bekende olieverkopers vrouwen [TM 7514].

Marktscène uit het graf van Ipy

Ook vandaag vinden we in het globale Zuiden bovenmatig veel vrouwen onder de marktkramers. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke activiteiten vaak zwaarder worden belast dan andere ondernemingen, omdat lokale overheden bij gebrek aan betrouwbare gegevens gebruikmaken van een vereenvoudigd belastingstelsel dat uitgaat van een “verondersteld inkomen”.

Beeld van de brouwster InpusheshiNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Beeld van de brouwster Inpusheshi

Het is best mogelijk dat het Egyptische systeem op een gelijkaardige manier functioneerde, maar gegevens hierover ontbreken. Hoewel we in veel beroepen occasioneel vrouwen aantreffen (bijvoorbeeld als schoenmakers, bakkers, badhuisbeheerders, wevers, artiesten, balsemers, enz.), werden ze wel degelijk geconfronteerd met structurele hindernissen. Dit komt het duidelijkst tot uiting in het lidmaatschap van beroepsverenigingen, die grotendeels uit mannen bestonden. Anderzijds aarzelde de staat niet om vrouwen in te schakelen als tussenpersonen voor de inning van belastingen in sectoren waar zij een bijzonder belangrijke rol speelden. Zo bestaat het archief van de brouwster Taembes uit bankbetalingen namens haar door verscheidene mannen, wat erop wijst dat zij de pachter was van de dorpsbierbelasting [TM archive 371]. Dit zou haar autoriteit hebben verleend over haar mannelijke collega’s.

De wolbelasting: de dunne grens tussen huishouden en commercie

De voor ons meest interessante taks is de zogenaamde “wolbelasting”, die tegen een laag vast tarief werd betaald, enkel door vrouwen, maar niet door alle vrouwen. Ongeveer één op de drie was eraan onderhevig, hoogstwaarschijnlijk omdat ze sponnen. Het spinnen van garen om aan de vraag voor de antieke textielindustrie te voldoen vereiste een enorme hoeveelheid arbeid. Het grootste deel hiervan werd verricht door vrouwen die deeltijds thuis sponnen, aangezien spinnen gemakkelijk te combineren viel met huishoudelijke taken. Zulke taken zijn belangrijk als economische activiteit op zich en als vereiste voor andere vormen van productie, maar komen zelden terug in fiscale en andere officiële statistieken. Het feit dat de Ptolemaeën ervoor kozen om het spinnen binnen het huishouden in geld te belasten, impliceert dat de vrouwen een zeker inkomen uit dit werk haalden. Met andere woorden, hoewel dit werk thuis werd verricht, werd het garen niet (alleen) gebruikt voor de productie van kleding voor het huishouden. We moeten dus voorzichtig zijn om geen al te scherp onderscheid te maken tussen “huishoudelijke” en “commerciële” activiteiten.

3D-weergave van een Griekse vaas met spinnende vrouwen (Metropolitan Museum of Art)

Belastingen op het vermogen van vrouwen

Een laatste categorie belastingen verraadt de misschien wel belangrijkste economische rol van vrouwen: het bezit van onroerend goed. We vinden vrouwen terug onder de betalers van overdrachtsbelasting, successierechten en eigendomsbelasting. De eigendommen waarvoor zij betaalden, bestonden voornamelijk uit huizen en grond, maar omvatten ook uiteenlopende zaken als duivenhokken.

Maquette van een portiek en tuin

Kwantitatieve gegevens zijn schaars, maar in één huis-aan-huisregister was 16% van de woningen in het bezit van een vrouw. In beter gedocumenteerde Romeins-Egyptische dorpen lag het percentage vrouwelijk eigendom tussen de 20 en 30%. Opvallend genoeg worden vrouwen zelden genoemd als betalers van de oogstbelasting op de velden die zij bezaten. Dit kan erop wijzen dat hun echtgenoten het beheer van de eigendommen op zich namen, maar het zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat de meeste van de kwitanties afkomstig zijn uit Opper-Egypte, waar de pachters en niet de eigenaars van de grond verantwoordelijk waren voor de betaling van deze bijdrage. Dit suggereert wel dat vrouwen zelden de belangrijkste verrichters van landbouwwerk waren. Vrouwen haalden vaak inkomsten uit hun eigendom door het aanbieden van leningen. Dit weten we niet uit fiscale documenten, maar uit leenovereenkomsten, aangezien de rente die zij ontvingen niet werd belast, behalve in het geval van registratiekosten voor contracten wanneer de bedragen bijzonder hoog waren.

Een mannenwereld … met mogelijkheden voor vrouwen

Uit de papyri blijkt duidelijk dat Hellenistisch Egypte een patriarchale samenleving was, maar vrouwen waren geenszins veroordeeld tot een leven binnenshuis. Vooral voor vrouwen aan de lagere kant van het sociale spectrum zou dit sowieso nauwelijks haalbaar zijn geweest. We zien dat ze werkzaam waren als handelaars en in mindere mate als ambachtsvrouwen, en ze betaalden belastingen net als hun mannelijke collega’s. In sectoren waar ze bijzonder goed vertegenwoordigd waren, met name de bierindustrie, konden ze bovendien optreden als belastingpachters. Tot een derde van de vrouwen haalde een aanvullend inkomen uit het spinnen van garen en betaalde de wolbelasting, die alleen aan vrouwen werd opgelegd. Vrouwen uit de midden- en hogere klasse bezaten een niet te verwaarlozen deel van het Egyptische onroerend goed en haalden inkomsten uit het uitlenen van geld en graan. Het is dus duidelijk dat Hellenistisch Egypte kansen bood aan vrouwen die bereid en in staat waren deze te grijpen.

Lees meer

Clarysse, W. and Thompson, D.J., Counting the People in Hellenistic Egypt, Cambridge, 2006.

Dogaer, N., ‘Spun and Fleeced? Spinning, the Wool Tax, and Gendered Labour in the Ptolemaic Textile Industry’, Archiv für Papyrusforschung und verwandte Gebiete 69.2 (2023), 353–370.

Joshi, A., Kangave, J. and van den Boogaard, V., ‘Furthering a Feminist Fiscal Agenda: Engendering Tax and Development’, Development Policy Review 43.3 (2025) (https://doi.org/10.1111/dpr.70005).

OECD, Tax Policy and Gender Equality: A Stocktake of Country Approaches, Paris, 2022.

Schentuleit, M., ‘Gender Issues: Women to the Fore’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Hoboken NJ, 2019, 347–360.

Coverfoto: adaptatie van de 2D-weergave van een afbeelding op een vaas, een ‘Terracotta lekythos (oil flask)’, uit de collectie van The Metropolitan Museum of Art (Public Domain).

[Een Engelstalige versie van deze blogpost werd eerder gepubliceerd op de website van het project FARE (FiscAl Reform in Egypt: From the Achaemenids to the Ptolemies)]

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/feed/ 0 2841
Rondjes draaien in de woestijn https://www.oudegeschiedenis.be/04/09/2018/rondjes-draaien-in-de-woestijn/ https://www.oudegeschiedenis.be/04/09/2018/rondjes-draaien-in-de-woestijn/#respond Tue, 04 Sep 2018 14:05:04 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1018 Mons Claudianus

We stellen u voor: Philokles, een des grootsche persoonen der vaderlandsche geschiedenis Egyptens. Doet geen belletje rinkelen, zegt u? Dat kan, want de zaakjes waar Philokles zich mee bezig hield, waren namelijk niet allemaal even koosjer, en daarover wijden leerkrachten geschiedenis nu eenmaal niet graag uit.

Het bericht Rondjes draaien in de woestijn van Yanne Broux verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Mons Claudianus

Geachte liefhebbers van de hoogst verheven antieke cultuur, graag stel ik u vandaag voor aan niemand minder dan Philokles, een der grootsche persoonen der vaderlandsche geschiedenis Egyptens. Doet geen belletje rinkelen, zegt u? Kan ik mij voorstellen. De zaakjes waar Philokles zich mee bezig hield, waren namelijk niet allemaal even koosjer, en daarover weiden leerkrachten geschiedenis nu eenmaal niet graag uit.

Philokles, de filantroop

Philokles leefde ergens rond het einde van de 1ste en begin van de 2de eeuw n.C. aan de rand van de Egyptische maatschappij, letterlijk én figuurlijk. Op een pre-motorische jetski langs de oevers van de Nijl scheuren om indruk te maken op de plaatselijke tandeloze schones – al dat zand was écht niet goed voor het gebit! – was niet aan hem besteed. Hij bracht zijn leven namelijk door in de dorre Oostelijke Woestijn tussen de Nijlvallei en de Rode Zee. Dit gebied werd doorkruist door allerlei handelsroutes, en langs die routes bevonden zich op regelmatige afstand kleine Romeinse legerkampen.

Handelsroutes en Romeinse legerkampen in het Egyptische Oostelijke Woestijngebied©J.-P. Brun

Handelsroutes en Romeinse legerkampen in het Egyptische Oostelijke Woestijngebied

Deze kampen stonden mee in voor de bewaking van de handelskaravanen die regelmatig tochtjes maakten tussen Berenike en Myos Hormos aan de kust, en hoofdzakelijk Koptos aan de Nijl. Er lagen ook verschillende belangrijke steengroeves in dit gebied, die vooral door de keizers gebruikt werden om hun megalomane paleizen in Rome te versieren. Elk kamp werd bewoond door een handjevol soldaten die zich vaak maanden aan een stuk steendood – pun intended – verveelden. Veel meer dan een onverwachte bedoeïenenaanval nu en dan, viel er daar niet te beleven. Tot Philokles op het toneel verscheen.

Philokles was zelf geen soldaat, dus wat ging die kerel daar in godsnaam zoeken? Het leven is al zo kort, en was 2000 jaar geleden doorgaans nog korter dan nu. Maar onze dierbare Philokles was een gewiekst zakenman, en had al snel door dat er bij die vol heimwee wegkwijnende soldaatjes wel iets te rapen viel. Onder het motto “het leven is geen ponykamp, want zo’n beesten zijn te duur in Egypte”, sjorde hij heel zijn hebben en houden op de rug van zijn kameel, en vertrok naar het beloofde land.

De route door de Oostelijke Woestijn stond bekend om de handel met het Verre Oosten, van waar er allerlei exotische producten werd geïmporteerd. Maar Philokles ging het zo ver niet zoeken. Nee, hij stortte zich op een meer bescheiden marktsegment. Het leger voorzag de soldaten namelijk wel van basisproducten, zoals graan en wijn (brood werden ze geacht zelf te bakken, je kon dus maar beter wat patissier-skills in je vingertoppen hebben als je je aanmeldde voor legerdienst). Maar luxeproducten, zoals vlees en groentjes – jawel, dat lees je goed – moesten de soldaten zelf voorzien. En dat is nu eenmaal niet zo vanzelfsprekend wanneer je midden in de woestijn zit. Toen Philokles zich van dit gat in de Oostelijke Woestijnkampenmarkt bewust werd, begonnen de drachmen-tekens ongetwijfeld in zijn ogen te flikkeren.

Van a tot vlo

ostraca Philokles©A. Bülow-Jacobsen

De ostraca met brieven van Philokles

We zijn vrij goed op de hoogte van Philokles’ handeltje dankzij een hele hoop ostraca die in twee kampen, Krokodilo en Didymoi, zijn teruggevonden. Het zijn bijna allemaal brieven die door hemzelf zijn geschreven of aan hem zijn geadresseerd. Na zich door het ‘maan roos vis’-boekje te hebben geworsteld om dan laatst te eindigen in de schoonschriftwedstrijd op het einde van het schooljaar, besloot hij dat hij genoeg had geleerd om zijn plan te trekken. Klinkers vond hij overschat, zeker de dubbele, dus schreef hij er net genoeg om zich op potscherf verstaanbaar te maken:

Φιλοκλῆς καὶ Σ̣π ̣ ̣(l. Σκνὶψ) Καππάρι (l. Καππάρει) τ̣ῶ ἀδελφῶ πλῖ̣σ̣τα (l. πλεῖστα) χαίριν (l. χαίρειν)· τὸ προσκύνημά συ (l. σου) ποῶ (l. ποιῶ) παρὰ τὸν̣ Π̣ᾶ̣ν̣α̣ν

“Philokles en Sknips groeten Kapparis hun broer hartelijk. Ik heb gebeden voor jou tot Pan …”  (O. Did. 379, l. 1-4)

Aangezien zijn brieven in meerdere kampen teruggevonden zijn, had hij zich waarschijnlijk ook op de vastgoedmarkt gestort en in verschillende kampen in een optrekje geïnvesteerd. Omdat stenen muren op zich toch ook maar wat kil zijn, zelfs in zo’n heet klimaat als in Egypte, had hij voor het binnenhuisarchitectonisch aspect en de onmisbare female finishing touch niet één, maar zelfs twee vrouwen in huis gehaald: een wat oudere dame met de wat ongelukkige naam Sknips (die letterlijk ‘vlo’ betekent), en een – laat ons hopen voor Philokles – parasietenvrije juffer genaamd Hegemonis.

Zoals professor Willy Clarysse het in heel voorzichtige bewoordingen omschrijft: “Het is niet onmogelijk dat Philokles er een ménage à trois op nahield met beide vrouwen, maar aangezien verwantschapstermen zoals ‘broer’ en ‘zus’ nogal vrij gebruikt werden, kunnen we niet helemaal zeker zijn.” (Je ‘broer’ kon dus effectief je broer zijn, of je echtgenoot, of je vriend, je neef, je tandarts waar je na het laten trekken van tien zanderige tanden toch wel een vrij vertrouwelijke band mee hebt opgebouwd, etc.). Ik ben voor de meer gewaagde hypothese dat Philokles een SM-verslaving had en Hegemonis in huis heeft gehaald voor wat dirty talk en spanking (haar naam betekent tenslotte ‘Führer’). Of misschien was hij gewoon allergisch aan vlooienbeten, en, ja, every poppa needs some sugar once in while.

Tournée générale

Veel van de teksten in het archief van Philokles gaan over eten, maar het is niet altijd duidelijk of de kolen, uien, appels, worsten, wijn, gezouten vis, kippen, varkensvlees of konijnenstront bedoeld zijn voor eigen gebruik, of voor zijn handeltje. Zijn meest lucratieve onderneming draaide echter rond… hoertjes. Op vraag van de soldaten stuurde Philokles namelijk meisjes naar de kampen. Deze meisjes, die vaak nog erg jong waren, werden via Koptos in de Nijlvallei naar de kampen gebracht. Voor ieder meisje moest er 108 drachmen aan invoerrechten betaald worden. De gemiddelde prijs voor een gezelschapsdame was 60 drachmen voor één maand, en daar moest dan nog 12 drachmen belastingen op betaald worden. Aangezien er ongeveer 15 soldaten in één kamp zaten, betaalde ieder dus zo’n 4 drachmen voor één maand “gezelschap”. Dat komt overeen met ongeveer vier dagen loon. Sommige dames waren iets duurder dan andere, en in enkele gevallen konden sommige individuen, waarschijnlijk hogergeplaatste officieren, een meisje voor “privégebruik” bestellen.

Het “werk” dat deze meisjes in de kampen verrichten wordt in de bronnen omschreven als κυκλεύειν, wat letterlijk ‘ronddraaien’ betekent. Normaal wordt deze term gebruikt in de context van irrigatie, als in ‘aan het waterwiel draaien’, en zo werd het aanvankelijk ook vertaald door de uitgevers van de brieven van Philokles. Ze maakten daarbij wel de kanttekening dat het nogal vreemd was dat Philokles vrouwen naar de woestijn bracht, gewoon om water uit de waterputten te halen.

Maar in feite is κυκλεύειν dus een eufemisme voor het ‘ronddraaien’ van de ene man naar de andere. Hoeveel rondjes een meisje zoal moest draaien op één dag weten we niet, maar laat ons hopen dat er toch wat clausules waren voorzien in haar contract… Ik vraag mij trouwens af hoe ze ooit op die term gekomen zijn: dansten de meisjes in pirouette-achtige bewegingen van het ene soldatenoptrekje naar het andere? Of sliepen die mannen allemaal in één grote barak en konden ze dan lekker lui van de ene af rollen en op naar de volgende?

Philokles lijkt dan misschien wel min of meer een vaste relatie gehad te hebben met Sknips en Hegemonis, dat weerhield hem er toch niet van om ook hen af en toe aan soldaten uit te lenen, zoals beschreven in deze brief (O. Did. 406) aan een zekere Rusticus:

“Ik laat weten dat ik mijn vrouw aan jou heb toevertrouwd om haar af te leveren aan het kamp van Aphrodites Orous. Als iemand haar lastig valt, breng haar dan terug naar mij. Als iemand haar misbruikt, dan krijg je met mij te maken. Zij mag met niemand het bed delen tenzij met jouw toestemming. Als ze daar een probleem heeft dat niet informeel opgelost kan worden, probeer het dan in de hand te houden tot de centurio arriveert. Want anders, als dat gebeurt, dan zal ik met je afrekenen! Want ik heb al wat ik heb aan jou toevertrouwd en je zal mij de vrouw onder je voogdij teruggeven.”

Business is business blijkbaar…

Tekening van de Romeinse nederzetting aan de Mons Claudianus

Alle mooie verhalen…

Zoals in alle mooie verhaaltjes, bloeide er af en toe ook effectief iets moois op tussen een meisje en een soldaat, en dat zorgde dan voor problemen met haar eigenaar. Wanneer Antonius verliefd wordt op Iulia, vraagt haar pooier Cornelius aan het kamp waar ze op dat moment tewerkgesteld is, om haar enkele dagen verlof te geven zodat ze haar paramour kan bezoeken. Wanneer zij echter niet terugkomt na enkele dagen, dreigt Cornelius dat hij de inkomsten van de dagen die hij kwijt is aan Antonius zal aanrekenen (O. Did. 333). Een zekere Sosianus heeft minstens zes ostraca volgeschreven met erotische verzen aan zijn geliefde Aspidous, waaruit blijkt dat niet alleen zijn hart, maar ook andere lichaamsdelen in brand stonden (Route de Myos Hormos, p. 466-467). Laat ons hopen dat dit enkel figuurlijk bedoeld was, want anders is dit mogelijk de allereerste getuigenis van gonorroe. Had hij in dat geval maar de gynaecologische papyrus van Kahun gelezen, waarin een ecologisch alternatief voor het condoom wordt aangeboden: een goed laagje krokodillenstront erop, en beuken maar!

Lees meer

Voor meer literatuur over Philokles en zijn hoertjes kan je terecht bij:

Bülow-Jacobsen, A., ‘Private Letters’, in: H. Cuvigny (ed.), Didymoi. Une garnison romaine dans le désert Oriental d’Egypte II: les textes (IFAO 51), Cairo, 2012.

Cuvigny, H., La route de Myos Hormos. L’armée dans le désert Oriental d’Égypte. Praesidia du désert de Bérénice I. Volume II (Fouilles de l’Ifao 48/2), Cairo, 2003, 376.

Cuvigny, H., ‘Femmes tournantes: remarques sur la prostitution dans les garnisons romaines du désert de Bérénice’, Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik, 172 (2010), p. 159-166.

Het bericht Rondjes draaien in de woestijn van Yanne Broux verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/04/09/2018/rondjes-draaien-in-de-woestijn/feed/ 0 1018