profeet Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/profeet/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Wed, 13 Aug 2025 22:14:06 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png profeet Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/profeet/ 32 32 136391722 Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/#respond Thu, 31 Jul 2025 19:55:03 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2690 Tempel van Hathor in Deir el-Medina

In Ptolemaeïsch Thebe vertaalden tweetalige Egyptische scriba’s religieuze en administratieve termen van het Demotisch naar het Grieks met een combinatie van letterlijke vertalingen, fonetische transcripties, leenvertalingen en verklarende omschrijvingen. Deze strategieën weerspiegelen de complexe tweetalige context waarin Grieks en Egyptisch naast elkaar bestonden zonder duidelijke dominantie, al had het Grieks een hogere status in officiële domeinen. Sommige oorspronkelijk Egyptische termen groeiden via herhaald gebruik uit tot volwaardige Griekse leenwoorden, zo blijkt uit de verschillende bronnen (voornamelijk tweetalige papyri) uit Ptolemaeïsch Thebe.

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Tempel van Hathor in Deir el-Medina

Net zoals we tegenwoordig zonder nadenken googelen of binge-watchen – woorden die uit het Engels zijn overgenomen en helemaal zijn ingeburgerd – zo nam men in de Oudheid ook leenwoorden over wanneer een directe vertaling ontbrak. Tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe moesten vaak creatief zijn bij het vertalen van religieuze termen, zoals priestertitels en godennamen, van Demotisch naar Grieks. Soms vonden ze een passend Grieks equivalent, maar als dat er niet was, grepen ze naar slimme alternatieven: leenvertalingen, fonetische transcripties of verklarende omschrijvingen. Sommige van deze woorden raakten zo ingeburgerd dat ze uiteindelijk als volwaardige Griekse termen werden beschouwd.

Tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe

Een Egyptisch schrijverspalet

De sociolinguïstische realiteit van Ptolemaeïsch Egypte kan het best worden omschreven als een situatie van “living apart together”. Er waren individuen die uitsluitend Grieks spraken en anderen die alleen Egyptisch gebruikten, terwijl een derde groep tweetalig was. Beide talen genoten een vergelijkbaar prestige, zonder dat een van de twee volledig dominant was. Toch werd Grieks steevast gebruikt voor officiële en administratieve aangelegenheden. Dit verklaart waarom Egyptenaren eerder geneigd waren Grieks te leren dan omgekeerd. De elites hechtten vermoedelijk het meeste prestige aan hun eigen taal, al hadden zij doorgaans ook kennis van de andere. In Ptolemaeïsch Thebe (het huidige Luxor), in het zuiden van Egypte, bestond de elite voornamelijk uit Egyptische priesters. Zij waren cultureel geworteld in de Egyptische traditie, maar hadden vaak ook een zekere beheersing van het Grieks. De papyri die zij hebben nagelaten, vormen dan ook een waardevolle bron voor het onderzoek naar tweetaligheid in deze periode.

Scriba’s en hun kennis

De Demotische (Egyptische) papyri uit Ptolemaeïsch Thebe zijn in veel gevallen geschreven door notarissen (monographoi), die deel uitmaakten van de Egyptische clerus en werkten voor het notariaat van de tempel. Wie een huis wilde kopen of een huwelijk wilde sluiten, moest naar het notariaat gaan om een contract te laten opstellen, waarbij ook getuigen aanwezig moesten zijn. Soms moesten deze Demotische contracten in het Grieks worden vertaald, bijvoorbeeld wanneer een zaak voor de (Griekse) rechtbank werd gebracht. Dit verklaart waarom zoveel tweetalige papyri uit Ptolemaeïsch Thebe bewaard zijn gebleven (bijvoorbeeld P. BM Andrews 28 [TM 2732]). Naast het Demotische notariaat, waar scriba’s in het Egyptisch schreven, bestond er ook een Grieks notariaat, waar scriba’s (agoranomoi) in het Grieks schreven. Interessant genoeg waren deze Grieks-schrijvende scriba’s vaak Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. In sommige gevallen is hun Egyptische achtergrond duidelijk herkenbaar, bijvoorbeeld door de invloed op hun geschreven Grieks en de “fouten” die zij maakten. Juist deze fouten, evenals de manier waarop Egyptische woorden in het Grieks werden weergegeven, bieden waardevolle inzichten in de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe en het taalniveau van deze scriba’s.

Voorbeeld van een tweetalig (Demotisch/Grieks) contract uit Ptolemaeïsch Thebe (P. BM Andrews 28 [TM 2732])

Religieuze terminologie in Demotisch en Grieks

Een kruik waarin een Thebaans tweetalig papyrusarchief werd bewaard

Een interessante casus om de tweetaligheid in Ptolemaeïsch Thebe te onderzoeken, is de religieuze terminologie in de tweetalige papyri. Deze omvat onder andere priestertitels, toponiemen van tempels en godennamen. Voor veel traditionele Egyptische (Demotische) termen bestond er geen direct equivalent in het klassieke (koine) Grieks. Om deze begrippen toch weer te geven, moesten scriba’s alternatieve strategieën toepassen wanneer een eenvoudige vertaling niet volstond. Dit leidde tot creatieve aanpassingen en interessante varianten in de manier waarop Demotische woorden in het Grieks werden weergegeven.

Vertalingen en leenvertalingen

De eenvoudigste manier om Egyptische termen in het Grieks weer te geven, was door ze rechtstreeks te vertalen. Zo werden het ‘hoofd van een phyle’ en een ‘wever’ simpelweg vertaald. Wanneer er echter geen bestaand Grieks equivalent voorhanden was, maar een gedeeltelijke vertaling wel mogelijk was, werd vaak een leenvertaling toegepast. Hierbij werd het woord niet in zijn geheel vertaald, maar werd elk afzonderlijk deel omgezet in het Grieks. Zo werd een watergieter (wah-moe) bijvoorbeeld omschreven als ‘degene die water’ (choachytes) uitgiet, en werd een wever van koninklijk linnen een ‘byssos-wever’. Bij al deze (leen)vertalingen was het duidelijk welke functies de personen met deze titels uitoefenden, en er bestond voldoende Griekse woordenschat om geschikte vertalingen te maken. Dit komt mede doordat deze functies, hoewel ze vaak verbonden waren met een tempel- of religieuze context, niet per se cultureel specifiek waren. In wezen betroffen ze vrij algemene beroeps- of taakomschrijvingen.

Buitenlandsismen en leenwoorden

Wanneer functies complexer of minder duidelijk waren, of wanneer er geen passend Grieks equivalent voorhanden was, koos men vaak voor een transcriptie. Dit betekende dat de scriba het Egyptische woord fonetisch weergaf in het Griekse schrift. Deze transcripties konden aanvankelijk een buitenlandsisme zijn, wat betekent dat ze letterlijk on the spot werden geconcipieerd, zonder een gestandaardiseerde spelling. De tweetalige documenten uit Ptolemaeïsch Thebe bevatten enkele interessante voorbeelden van dergelijke buitenlandsismen, zowel voor priestertitels als religieuze toponiemen.

Een eerste voorbeeld komt uit een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582]), waarin de namen en titels van de overledenen staan vermeld voor wie de dodenpriesters plengoffers brachten. Een van de individuen op deze lijst was een hogepriester van Ptah, pꜣ ḥm(-nṯr) Ptḥ, wat in het Grieks doorgaans wordt vertaald als hogepriester van Hephaistos (προφήτης Ἡφαίστου, prophetes Hephaistou). De scriba van deze lijst was echter niet bekend met de gangbare vertaling en kon de titel alleen fonetisch noteren, waardoor hij een buitenlandsisme introduceerde. Hij schreef de titel neer zoals hij die hoorde: φενπταιος (phenptaios; mogelijk uitgesproken als pəhəmpətáh). De scriba was zich duidelijk bewust van zijn onzekerheid, want hij voegde er bijna verontschuldigend aan toe: “of hoe de titel dan ook anders geschreven wordt”.

Griekse gedeelte van een tweetalige mummielijst (P. Survey 54A, [TM 3582])

Andere voorbeelden van buitenlandsismen zijn terug te vinden in enkele Thebaanse toponiemen. Bekende tempels kregen meestal een Griekse vertaling: de tempel van Amon (de Karnak-tempel) werd het Ammonieion, de tempel van Anubis het Anubieion, en de tempel van Isis het Isieion, enzovoort. Wanneer een letterlijke vertaling niet mogelijk was, werd vaak de interpretatio Graeca toegepast, waarbij een Egyptische god werd gelijkgesteld met een Griekse. Zo werd de tempel van Montu het Apollonieion, aangezien Montu werd vereenzelvigd met Apollo; de tempel van Mut werd het Heraion, en de tempel van Hathor het Aphrodisieion. Voor minder bekende tempels of toponiemen kon dit principe niet altijd worden gevolgd, en schreef de scriba soms fonetisch neer wat hij hoorde. Zo werd de tempel van Opet in het Karnak-domein, Pꜣ-pr-ꞽp.t-wr.t, fonetisch weergegeven als Παποηριεῖον of Πεφοηριείο (papoerieion, pephoerieion; mogelijks uitgesproken als *pəp(ʰ)əwèrə). Op dezelfde manier werd het dorp “de fundering van Isis”, gelegen naast de tempel van Deir-Shelwit, Pa-grg(-n)-ꜣs.t, fonetisch weergegeven als Πακηρκεῆσις, Πακερκεεσις (pakerkeesis; mogelijks uitgesproken als *pəkərkəʔésə).

Opvallend bij buitenlandsismen is dat ze meestal slechts één keer voorkomen, zoals in het voorbeeld van de hogepriester van Ptah. Wanneer ze daarentegen meerdere keren worden aangetroffen, zoals bij de toponiemen, ontbreekt vaak een gestandaardiseerde spelling. Dit resulteerde in verschillende Griekse varianten van dezelfde naam. Na verloop van tijd konden dergelijke buitenlandsismen uitgroeien tot volwaardige leenwoorden die zich volledig aan het Grieks hadden aangepast. De buitenlandse oorsprong van het woord speelde dan geen rol meer; het werd volledig geïntegreerd in de taal en kreeg een gestandaardiseerde spelling.

Er zijn niet veel voorbeelden van Demotische termen die uiteindelijk Griekse leenwoorden werden. Toch zijn er enkele titels waarbij dit gebeurde en die volledig ingeburgerd geraakten. Een eerste voorbeeld is de titel mr-šn, die verwees naar een functionaris die verantwoordelijk was voor de financiële administratie van de tempel en verantwoording moest afleggen aan de Ptolemaeïsche overheid. De Griekse variant, λεσῶνις (lesonis), was een fonetische weergave van de Demotische titel, maar in tegenstelling tot buitenlandsismen werd het woord volledig aangepast aan het Grieks en consequent op dezelfde manier geschreven. Een vergelijkbaar geval is de titel gl-šr, die verwees naar een soort soldaat, mogelijk een bewaker van het tempeldomein. In het Grieks werd deze titel weergegeven als καλάσιρις (kalasiris).

Niet alleen titels, maar ook Egyptische epitheta konden zich ontwikkelen tot leenwoorden. Het bekendste voorbeeld hiervan is te vinden binnen de cultus van Amon, de hoofdgod van het Thebaanse gebied. Twee van de meest voorkomende priesterfuncties binnen zijn cultus waren genoemd naar epitheta van Amon: de profeten van Amon in Karnak (Ꞽmn-n-Ꞽp.t-sw.t) en de profeten van Amon-Ra, koning der goden (Ꞽmn-Rꜥ nsw.t nṯr.w). Opmerkelijk genoeg kreeg alleen het laatste epitheton een Griekse tegenhanger: Ἀμονρασονθήρ. Dit was waarschijnlijk omdat dit het meest prominente epitheton van de twee was. Vermoedelijk werd dit Griekse leenwoord ontwikkeld door Egyptische priesters die naar de meest geschikte “vertaling” zochten om de belangrijke cultus van Amon in het Grieks weer te geven.

Verklarende beschrijvingen

Een beeld van een Egyptische scriba (5de dynastie)

Wanneer het oorspronkelijke Egyptische woord voor de scriba duidelijk was, maar er geen Grieks equivalent bestond, kon hij naast een transcriptie ook een verklarende beschrijving ontwikkelen. In zulke gevallen werd niet simpelweg een woord overgenomen, maar werd uitgelegd welke functie een persoon met die titel uitoefende. Opvallend is dat de Griekse equivalenten in veel gevallen explicieter en duidelijker zijn dan de oorspronkelijke Demotische termen.

Het feit dat het Grieks vaak duidelijker is dan het oorspronkelijke Demotisch, komt vooral naar voren in de cultus van heilige valken en ibissen. Deze vogels werden tijdens hun leven verzorgd en gevoed door een bepaalde groep priesters, vervolgens waarschijnlijk ritueel gedood als offer, en daarna gemummificeerd en begraven door een andere groep priesters. In het Demotisch werden de verzorgers aangeduid als ‘dienaar van de ibissen’ (bꜣk nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (bꜣk pꜣ bꞽk). Het Grieks biedt echter een veel specifiekere omschrijving: ἰβιοβοσκός (‘degene die de ibissen voedt’) en ἱερακοβοσκός (‘degene die de valken voedt’). Voor de priesters die de dieren mummificeerden en begroeven, die met een andere Demotische term eveneens ‘dienaar van de ibissen’ (sḏm nꜣ ḥb.w) en ‘dienaar van de valken’ (sḏm pꜣ bꞽk) werden genoemd, bood het Grieks opnieuw een verduidelijking: ἰβιοτάφος (‘degene die de ibissen begraaft’) en ἱερακοτάφος (‘degene die de valken begraaft’). Dit onderscheid zou op basis van het Demotisch alleen nooit zo helder zijn geweest, aangezien beide functies in die taal simpelweg als dienaar werden omschreven.

Een vergelijkbaar fenomeen doet zich voor bij de portiers van de tempel (ry-ꜥꜣ), die in het Grieks werden omschreven als ‘degene die het gordijn omhoog doet’ (παστοφόρος). Deze verklarende beschrijving is veel specifieker dan de algemene Demotische titel ‘portier’. Ook de Egyptische rechter, wpty in het Demotisch, wordt in het Grieks specifieker omschreven als ‘rechter van het volk’ (λαοκρίτης). Dit komt doordat de Grieken het rechtssysteem in Egypte diversifieerden. Naast de Egyptische rechters, die vaak priesters waren en rechtszittingen hielden bij de poorten van de tempels, voegden de Grieken ook hun eigen rechters, chrematistai (koninklijke rechtbanken) en dikastai (Griekse rechtbanken), toe. Deze diversificatie maakte het noodzakelijk om de Egyptische rechters, die al lange tijd bestonden, in het Grieks specifieker te beschrijven. Eveneens interessant is de titel van de Demotische voorleespriester, ẖry-ḥb, die naast het voorlezen van rituele teksten ook verantwoordelijk was voor de mummificatie van lijken. In het Grieks kreeg hij de specifieke titel ‘pekelaar’ (ταριχευτής), omdat hij degene was die de lijken met natron pekelde. Waar de oorspronkelijke Egyptische titel sterk de nadruk legde op de religieuze functie – hij is iemand die rituele teksten voorleest – richt de Griekse titel zich duidelijker op de praktische aspecten van de mummificatie. De Griekse term pekelaar werd overigens ook gebruikt voor mensen die werkzaam waren in de voedselindustrie, specifiek voor degenen die verantwoordelijk waren voor het pekelen van voedsel met zout.

Conclusie

Al deze Griekse verklarende beschrijvingen, die vaak beter uitlegden wat er precies werd bedoeld dan de oorspronkelijke Demotische termen, werden mogelijk ook ontwikkeld door Egyptenaren die Grieks hadden geleerd. Ze werden in ieder geval opgesteld door individuen die goed begrepen welke specifieke functies er uitgevoerd werden. Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat het beschrijven van bepaalde priesterfuncties om een titel te creëren geen nieuw concept was. De Egyptenaren deden dit al in eerdere periodes. Zo werden de verschillende handelingen die bijvoorbeeld tijdens het dagelijkse offerritueel voor de god in de tempel werden uitgevoerd, als volgt beschreven: degene die de horizon binnengaat en ziet wat er is, degene die het schrijn opent en de god ziet, enzovoort. Dit soort verklarende beschrijvingen werden al toegepast in eerdere hiëratische en hiëroglyfische titels. Dit kan een extra reden zijn om aan te nemen dat de Griekse verklarende beschrijvingen voor de Demotische titels eveneens door Egyptenaren werden gemaakt die de Griekse taal hadden geleerd.

Hoewel de tweetalige scriba’s in Ptolemaeïsch Thebe niet altijd volledig begrepen wat er precies aan de hand was en soms fonetisch moesten neerschrijven wat ze hoorden, bezaten ze in de meeste gevallen veel kennis en deden ze hun uiterste best om de religieuze Demotische terminologie zo nauwkeurig mogelijk in het Grieks weer te geven.

Meer Lezen

Coussement, S., “Because I am Greek”. Polyonymy as an Expression of Ethnicity in Ptolemaic Egypt, Stud. Hell. 55, Leuven, 2016.

Depauw, M., “Language Use, Literacy, and Bilingualism”, in C. RIGGS (ed), Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, pp. 671-689.

Fewster, P., “Bilingualism in Roman Egypt”, in J. N. ADAMS, M. JANSE and S. SWAIN (eds), Bilingualism in Ancient Society. Language Contact and the Written Word, 2002, pp. 220-245.

Kilani, M., “On the Vocalization of Semitic Words in Late Bronze Age Egyptian transcriptions: New Evidence from Papyrus Anastasi I”, in L. QUICK, S. NOLL, P. Y. YOO and E. KOZLOVA (eds), To Gaul, to Greece and Into Noah’s Ark. Essays in Honour of Kevin J. Cathcart on the Occasion of His Eightieth Birthday, Oxford, 2019, pp. 167-186.

Mairs, C. J. & Martin, R., “A Bilingual ‘Sale’ of Liturgies from the Archive of the Theban Choachytes. P. Berlin 5507, P. Berlin 3098 and P. Leiden 413”, Enchoria 31, 2008/9, pp. 22-67.

Schneider, T., “Three Histories of Translation. Translating in Egypt, Translating Egypt, Translating Egyptian”, in S. MCELDUFF, E. SCIARRINO (eds), Complicating the History of Western Translation. The Ancient Mediterranean in Perspective, London, 2011, pp. 176-188.

Vierros, M., Bilingual Notaries in Hellenistic Egypt. A Study of Greek as a Second Language, Coll. Hell 5, Leuven, 2012.

 

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Temple of Hathor, Deir el-Medina’, vanuit Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Van Demotisch naar Grieks: Vertalingen, leenwoorden, of verklarende beschrijvingen van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/07/2025/van-demotisch-naar-grieks-vertalingen-leenwoorden-of-verklarende-beschrijvingen/feed/ 0 2690
Mummies en Mormonen https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/ https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/#respond Sat, 06 Nov 2021 18:39:57 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2113

De link tussen de Mormonen en het antieke Egypte is er van in het begin geweest, via de collectie mummies en papyri van stichter Joseph Smith. Hij vertaalde ook zelf verschillende fragmenten van deze funeraire papyri uit Thebe en meende daarin verschillende bijbelse thema's te herkennen, onder andere uit de boeken van Abraham en Jozef. Egyptologen waren al meteen vernietigend in hun oordeel over deze interpretaties, maar pas toen na de dood van Smith de verloren gewaande papyri opdoken in het New Yorkse Metropolitan Museum konden ze de hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten zelf bestuderen. Dat onderzoek leverde enkele verrassende vaststellingen op.

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op 21 september 1823 verscheen de engel Moroni aan de 17-jarige Joseph Smith en onthulde hem dat een collectie gouden platen, geschreven door profeten van het Oude Testament, verborgen was onder een heuvel in de buurt van New York. De tekst op de platen was geschreven in een “hervormd Egyptisch schrift”. Pas vier jaar later krijgt Smith toestemming om de platen mee te nemen om ze ontcijferen en te vertalen. Hij dicteert zijn vertaling aan zijn discipelen in 1828 en 1829, en na heel wat moeilijkheden verschijnt een eerste druk in 1830. De eerste oplage bestaat uit 5000 exemplaren. Het manuscript van die eerste druk is gedeeltelijk bewaard en online beschikbaar. Ondertussen zijn er 200 miljoen exemplaren geproduceerd!

Boek van Mormon

Joseph Smith (1805-1844), de stichter van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en grondlegger van het Mormoonse geloof

Het ‘Boek van Mormon’ is “een verslag geschreven door de hand van Mormon, op platen genomen van de platen van Nephi“. Mormon was een profeet, generaal van de Nephieten en historicus, die leefde in Amerika omstreeks 400 n.C. en vader was van Moroni, die zelf ook een deel van het werk redigeerde en na zijn dood en verrijzenis het boek aan Joseph Smith liet zien. Het boek bevat een profetisch verslag over gebeurtenissen die zich afspelen vanaf de val van Adam en Eva, over de vlucht van enkele Joden juist voor de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs tot de verschijning van de verrezen Christus in Amerika. Het wordt door de Mormonen gezien als een aanvulling op de Bijbel. Behalve Smith zelf hebben elf medewerkers de platen (even) gezien voor hij ze teruggaf aan de engel Moroni. Voor zijn volgelingen bevat het boek een authentieke historische beschrijving, maar het speelt geen rol in de professionele geschiedschrijving. In de Mormoonse kerk is het boek van Mormon “een ander testament van Jezus Christus”, een standaardwerk voor theologie en liturgie, hoewel het niet overal even enthousiast is onthaald, ook niet binnen de Mormoonse gemeenschap.

Mummies en papyri

Begin juli 1835 presenteerde M.H. Chandler in Kirkland, Ohio, een rondreizende tentoonstelling met vier Egyptische mummies en enkele papyri, afkomstig uit de opgravingen van de Italiaanse archeoloog Antonio Lebolo in Gebel Gurnah (op de westelijke Nijloever recht over Luxor) tussen 1818 en 1822. Smith, die via het boek van Mormon kennis had van het “hervormd Egyptisch schrift”, was geïnteresseerd en stelde zijn voorlopige vertalingen ter beschikking van Chandler.

The Huntington Library

Kirtland, July 6,1835.
This is to make known to all who may be desirous, concerning the knowledge of Mr. Joseph Smith, Jr., in deciphering the ancient Egyptian hieroglyphic characters in my possession, which I have, in many eminent cities, showed to the most learned; and, from the information that I could ever learn, or meet with, I find that of Mr. Joseph Smith, Jr., to correspond in the most minute matters.
“Michael H. Chandler.
Traveling with, and proprietor of, Egyptian mummies’

Nog dezelfde maand kochten enkele leden van zijn jonge kerk de hele tentoonstelling voor 2400 dollar. Smith herkende in deze teksten verschillende bijbelse thema’s, onder andere een boek van Abraham, een boek van Jozef (de patriarch) en een verhaal van een Egyptische prinses Katumin. Alleen zijn vertaling van het boek van Abraham werd ook uitgegeven in 1842. Jean-François Champollions ontcijfering van het hiërogliefenschrift – Champollions brief aan de Franse historicus Bon-Joseph Dacier dateert van 1822) was toen in Amerika nog niet bekend en Smith vertaalt in de traditie van de 18de eeuw, die aannam dat de hiërogliefen begrippen en zelfs hele zinnen uitdrukten.

Na de dood van Smith, die in 1844 gelyncht werd terwijl hij in Carthago, Illinois in de gevangenis zat, trokken de Mormonen onder leiding van Brigham Young westwaarts, om zich uiteindelijk te vestigen in Salt Lake City, Utah. De mummies en de papyri bleven bezit van Smith’s familie en gingen nadien verloren. Men dacht dat ze waren vernietigd in de grote brand van Chicago in 1871, tot ze in 1967 plots opdoken in het Metropolitan Museum van New York, dat ze in 1947 had gekocht van een bediende van Smiths familie. Nu zijn ze in handen van de Mormoonse kerk in Salt Lake City.

Joseph Smith papyri

Terwijl professionele egyptologen tot hiertoe enkel een paar platen in de uitgave van het boek van Abraham konden vergelijken met de vertalingen van Smith (en hierover een vernietigend oordeel uitspraken), was nu plots de hele papyrus beschikbaar, met meerdere kolommen hiëratische tekst en de hiëroglyfische vignetten. Vijf objecten kunnen nu worden geïdentificeerd met de papyri die ooit in het bezit waren van Joseph Smith. Van het dodenboek van Nainoub (3) en de hypokephalos van Sesongosis (5) is alleen een facsimile bewaard.

 type object

 beschrijving door Smith

 identificatie

 TM nummer(*)

 1

 papyrus

 boek van Abraham

 boek van ademen voor de priester Horos

 48570

 2

 papyrus

 boek van Jozef

 dodenboek van Senminis

 56951

 3

 papyrus

 niet vermeld bij Smith

 vignet van dodenboek van Nai-noub

 56952

 4

 papyrus

 verhaal van prinses Katumin dochter van farao Onitas

 funeraire papyrus van Amenothes

 133517

 5

 hypokephalos

 facsimile 2 in het boek van ademen

 hypokephalos van Sesongosis

 117796

(*) De TM nummers verwijzen naar de Leuvense database Trismegistos [https://www.trismegistos.org/] , waar men alle metadata (plaats, tijd, bewaarplaats etc.) en bibliografische referenties kan vinden, alsook links met de foto's die online beschikbaar zijn.

Het boek van Abraham “translated from the papyrus translated by Joseph Smith” bevat, volgens de editie “een vertaling van enkele antieke geschriften die in onze handen zijn gevallen van de catacomben van Egypte, de geschriften van Abraham toen hij in Egypte was, geschreven in zijn eigen hand op papyrus”. De vertaling begint als volgt :

In het land van de Chaldeeërs, in de verblijfplaats van mijn vader, zag ik, Abraham, dat het nodig was voor mij een andere verblijfplaats te vinden. Die vondst bracht voor mij groter geluk en vrede en rust. Ik zocht naar de zegeningen van de vaders en het recht waardoor ik zou worden gewijd om datzelfde te beheren.” De vertaling is duidelijk afhankelijk van de Engelse bijbelvertaling (de King James bible) en vele hoofdstukken zetten de bijbeltekst om van de derde naar de eerste persoon. Volgens Smyth gebruikte Mozes het boek van Abraham toen hij het boek Genesis redigeerde. Omdat de papyrus door Abraham zelf geschreven is, staat alles in de eerste persoon.

Joseph Smith Papyri Fragment XI

Boek van het Ademen

Voor egyptologen bevat de papyrus een kopie van het hiëratische ‘Boek van het Ademen’ voor de Thebaanse priester Horos. Boeken van het Ademen zijn welbekend in de Ptolemaeïsche en vroeg-Romeinse periode, waar ze het bekende dodenboek vervangen of aanvullen. Ze garanderen een gelukkig hiernamaals voor de overledene (“gerechtvaardigd” voor de rechter Osiris) en geven hem “de adem van het leven” terug. Ze vergezelden de mummie in het graf, wellicht één van de mummies die door Chandler werden tentoongesteld, zoals blijkt uit een beschrijving in de Painesville Telegraph van 1835 (nog voor Smith de papyri kocht). De papyrus van Horos is een “boek van het ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris”, waardoor de dode, één met de gestorven en herrezen Osiris, al zijn mogelijkheden terugkrijgt in het hiernamaals.

We beschikken over een twintigtal gelijkaardige funeraire papyri, die alleen verschillen door de naam en titels van de gestorvene en door enkele varianten. De papyrus, oorspronkelijk ongeveer anderhalve meter lang, is beschadigd, maar kan dankzij die parallellen gemakkelijk worden aangevuld. De tekst begint met de identificatie van de dode:

[Osiris godsvader en] profeet van Amon-Re koning der goden, dienaar van Min die zijn vijanden slacht, dienaar van Chonsou die macht heeft in Thebe, Horos (gerechtvaardigd) zoon van de man met dezelfde titels, directeur van de geheimen en reiniger van de god Osoroeris (gerechtvaardigd), en van de muzikante van [Amon-]Re Chibois (gerechtvaardigd).

Dan volgen spreuken die aan Horos het eeuwig leven garanderen, beginnend met:

Moge uw ba leven onder hen en moge je begraven worden in het westen [van Thebe]. [O Anubis, moge jij hem] een mooie schitterende begrafenis geven in het westen van Thebe in het gebergte van Manoe.

Joseph Smith Papyri Fragment I

Facsimile van de papyrus in het Mormoonse heilige boek ‘De Parel van Grote Waarde’

Bij de ‘Hor papyrus’ hoort ook bovenstaand vignet met hiëroglyfische tekst dat door Smith uitvoerig wordt becommentarieerd en waarvan een facsimile is opgenomen in de publicatie van het boek van Abraham. De scène komt alleen hier voor op een papyrus, maar ze is bekend uit scènes op de muren van de tempels: Osiris ligt op een dodenbed, en wordt tot leven gewekt door Anubis, de dodengod met de hondenkop; symbool van dit leven is zijn erecte penis, waarmee hij zijn postume zoon de god Horus (toevallig draagt de bezitter van de tekst dezelfde naam) tot leven zal wekken. Onder hem staan de vier kruiken of canopen voor de gemummificeerde ingewanden van de overledene. Daaronder ziet men de Nijl met daarin een krokodil, het dier dat hielp bij het bijeenbrengen van de ledematen van de vermoorde Osiris, die door zijn broer Seth in 50 stukken was gehakt. Smith heeft deze scène helemaal anders geïnterpreteerd en ingebed in zijn verhaal over Abraham in Egypte: op een altaar ligt Abraham vastgebonden, terwijl de heidense priester Elkenah op het punt staat hem te offeren. De ba-vogel (de ziel of individualiteit van de dode) is bij hem een engel des heren en de Nijl wordt de pijlers van de hemel, met daarin de afgod van farao (de krokodil). Op het facsimile wordt dit netjes getoond door middel van cijfers, zodat er geen twijfel kan bestaan over hoe de lezer van Smith dit moet begrijpen.

Hypokephalos van Sheshonq

De hypokephalos van Sheshonq

Ook de hypokephalos van Sheshonq werd door Smith geïnterpreteerd als een deel van het boek van Abraham. Een hypokephalos is een cirkelvormig amulet, dat onder het hoofd van de afgestorvene werd gelegd en meestal een hoofdstuk bevat van kapittel 162 van het dodenboek. De tekst is geschreven in cursieve hiërogliefen, en de beschadigde stukken zijn in de gedrukt editie “hersteld” met tekens uit andere teksten (een oudere kopie van Smith laat zien waar de tekst toen al verloren was). De hypokephalos zelf is niet bewaard en de egyptologen moeten het dus doen met de twee facsimiles. Maar de tekst kan gemakkelijk gereconstrueerd worden op basis van tientallen parallellen, en de naam van de bezitter, een zekere Sheshonq (Sesongosis), is bewaard zonder titels.

De gereconstrueerde hypokephalos van Joseph Smith

Smiths nummering en interpretatie van de scènes laat zien dat hij niet had begrepen dat je van rechts naar links moet lezen en dat sommige scènes binnen de cirkel 180° gedraaid zijn. Voor Smith had de hypokephalos betrekking op Egyptische astronomie. Hij geeft 21 nummers, tekst en vignetten dooreen. Scène 5 bijvoorbeeld toont de Hathor-koe in het midden en de vier mummificatiekruiken (de vier Horos-zonen, dezelfde als in het vignet van onze eerste tekst) voor haar. Zo interpreteert hij de hemelkoe (zonder de tekst) als volgt “Dit is in het Egyptisch Enish-go-on-dosh. Dit is ook één van de leidende planeten. De Egyptenaren zeggen dat het de zon is en dat hij zijn licht ontvangt van Kolob via het medium van Kae-e-vanrash, die andere vaste planeten of sterren bestuurt.” De namen zijn gewoon verzonnen. De vier mummificatiekruiken worden bij hem de vier windstreken. Vier korte hiëroglyfische teksten (zijn nummers 8-11), die een gebed met de naam van de overledene bevatten, bevatten voor hem “geschriften die nog niet aan de wereld mogen worden geopenbaard, maar die men zal verkrijgen in de tempel van god.”

Horos, de Thebaanse priester

De overleden Horos, zoon van Osoroeris, is een priester van de grote tempel van Karnak, een “profeet van Amon-Re koning der goden”, maar hij draagt ook de zeldzame titel “dienaar van Min die zijn vijanden slacht”. Deze titel komt eigenlijk maar voor bij één familie, waarvan de gecompliceerde stamboom door de Leuvense onderzoeker Mark Coenen tussen 1995 en 2003 werd gereconstrueerd op grond van tien funeraire papyri, één standbeeld en een mummiewindsel in Europese en Amerikaanse musea (Tübingen, Wenen, Parijs, Genève, Oxford en Baltimore). De papyri stammen wellicht alle uit dezelfde opgraving als de ‘Joseph Smith papyrus’ en bieden informatie over zeven generaties priesters in de 2de en 1ste eeuw v.C. In zes daarvan verschijnt de priester Horos, die naast het ‘Boek van het Ademen’ (de ‘Joseph Smith papyrus’) ook nog een dodenboek meenam in zijn graf (nu in het Louvre).

Tom Gheldof | OUDE GESCHIEDENIS

Stamboom van de priester Horos

Opinie van de egyptologen

Voor de Mormoonse theologen is de restitutie van de papyri tegelijk een godsgeschenk en een reuzegroot probleem. In 1861 al had Théodule Devéria, een erkend specialist van funeraire schriften die onder andere de cataloog van de Louvre papyri had gepubliceerd, gewezen op absurditeiten en anachronismen in de vertalingen van Joseph Smith. Abraham leefde, als hij al bestond, meer dan duizend jaar voor de papyri door hem werden geschreven. In 1912 vroeg F.S. Spalding, de Anglicaanse bisschop van Utah, een tiental bekende geleerden hun mening over Smiths vertaling; de antwoorden waren vernietigend.

Nadat in 1967 de geschriften publiek werden gemaakt, met foto’s die toelieten de lezingen te controleren, was het onmogelijk om de eensgezinde opinie van de egyptologen te negeren. Behalve enkele replieken ad hominem, waarbij de persoon van meerdere geleerden werd in vraag gesteld (“a jury of Gentiles, prejudiced, ill-tempered, and mad with pride of human learning“), hebben ze twee uitwegen. Volgens sommigen gebruikte Smith de ‘Hor papyrus’ enkel als een “mnemonic device” om de goddelijke inspiratie in de juiste banen te gidsen, maar dit is in tegenspraak met Smiths eigen nadruk op de wetenschappelijke waarde van zijn “vertalingen” (een studie met alfabet en grammatica van zijn hand is bewaard). Anderen wijzen erop dat Egyptische hiërogliefen verschillende interpretaties toelaten, op verschillende niveaus. Hier kunnen ze zich beroepen op de profeet, die zelf verschillende niveaus onderscheidde bij zijn vertaalwerk (doch die sloten wel vrij dicht bij elkaar aan). Of, zoals een Mormoonse egyptoloog het uitdrukte bij zijn uitgave van de tekst: “Wat ik hier bied, is een letterlijke egyptologische vertaling van de papyrus, maar die kan natuurlijk niet tippen aan de geïnspireerde vertaling van Joseph Smith”. Of hoe de “multiplicity of approaches” het geloof toch nog kan redden. Maar ik heb niet kunnen vinden hoe de theologen verklaren dat er tientallen nagenoeg identieke kopieën zijn van het boek van het ademen. Die kunnen toch niet allemaal door Abraham zijn geschreven?

Bibliografie

R.K. Ritner, The Joseph Smith Egyptian papyri. A complete edition, Salt Lake City, 2013

M. Coenen – J. Quaegebeur, ‘De papyrus Denon in het Museum Meermanno-Westreenianum, Den Haag, of Het boek van ademen van Isis’, Monografieën van het Museum van het Boek nr. 5, Leuven, 1995

Coverfoto: adaptatie van het schilderij ‘The Hill Cumorah by C.C.A. Christensen’ van Wikimedia (Public Domain), de ‘Only Known Depiction From Michael Chandler Mummy Collection By Samuel Morton Crania Aegyptica’ van Wikipedia (Public Domain) en de ‘Joseph Smith Papyrus V’ van Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Mummies en Mormonen van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/06/11/2021/mummies-en-mormonen/feed/ 0 2113