Philippos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/philippos/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 05 Dec 2020 15:40:31 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Philippos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/philippos/ 32 32 136391722 Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/#respond Wed, 23 Jan 2019 15:44:19 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1211 Osiris-Apis processie

Het papyrusarchief van Ptolemaios, de katochos van het Serapeum van Memphis, bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Daaronder bevinden zich ook enkele verzoekschriften vanwege de tweelingzussen Thaues en Taous die, nadat hun vader vermoord werd door de minnaar van hun moeder, daar konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Lees in dit artikel alles over deze tweeling en hun speciale functie als priesteres in dienst van de cultus voor de Apisstier en de god Sarapis.

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Osiris-Apis processie

De tweelingzussen Thaues en Taous behoorden tot de gegoede Egyptische klasse in de tijd van de Ptolemaeïsche koningen (332-30 v.C.). In 164 v.C. werden de meisjes door hun moeder Nephorys verjaagd, nadat haar minnaar Philippos de vader van de tweeling had vermoord. De meisjes zochten hun toevlucht bij Ptolemaios, een Macedoniër die als katochos (zie verder) verbleef in het grote Serapeum van Memphis en bovendien een vriend van hun vermoorde vader was. Ptolemaios ving de meisjes op en zorgde ervoor dat ze konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Het papyrusarchief van Ptolemaios bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Vandaag is het versnipperd over verschillende musea in Europa, waaronder Parijs, Leiden en Bologna. Een 42-tal teksten uit dit archief hebben betrekking op de tweeling, wat duidt op hun zeer belangrijke rol in het leven van Ptolemaios.

Het verzoekschrift UPZ 1.18

UPZ 1.18 (Wilcken, Urkunden der Ptolemäerzeit I) is een verzoekschrift en staat ons toe het leven van de Egyptische zusjes Thaues en Taous voor een groot deel te volgen. Deze tweeling was met hun moeder, vader en stiefbroer Pachratesp woonachtig in Memphis. In de bron wordt verteld dat hun moeder Nephorys hun vader had bedrogen met de Griekse soldaat Philippos. Deze Philippos had de vader van de tweeling vermoord en hen uit huis verdreven. De papyrus vertelt ons dat Ptolemaios de tweeling redde ‘op bevel van de god’. De inhoud van de papyrus gaat als volgt:

“Van Thaues en Taous, de tweelingen uit het grote Serapeum in Memphis. Wij lijden onrecht door onze moeder Nephorys. Ze heeft onze vader laten vertrekken en ze woonde samen met Philippos, zoon van Sogenes, een soldaat uit de troepen van Py…ros, maar Philippos, omdat zij vol ontrouw zat en ze hem had opgedragen, onze vader – …. γυν… (Hargynouti?) –  te vermoorden, trok hij zijn zwaard en liep achter hem aan. Het huis van onze vader is dicht bij de rivier, hij stortte zich in de rivier en dook onder tot hij het eiland in de stroom bereikte, een boot pikte hem op, bracht hem naar Herakleopolis, waar hij stierf van een gebroken hart. Zijn broers gingen hem halen, ze brachten hem naar de necropool waar ze hem gedeponeerd hebben, en hij is nog steeds zonder graf. Zijn bezittingen heeft zij genomen en zij ontvangt elke maand 1400 bronzen drachmen. Ze gooide ons buiten, en wij, stervend van de honger, gingen naar het Serapeum naar Ptolemaios, een van degenen, die in zich in des gods hechtenis bevindt. Deze Ptolemaios was een vriend van onze vader, hij nam ons binnen en gaf ons eten. Wanneer het ochtend was, namen ze ons mee naar beneden om te rouwen voor de god. De kennissen van onze moeder overtuigden ons om haar zoon Pachratesp te nemen als beschermheer. We stuurden hem om te verzamelen wat ons verschuldigd was uit de koninklijke schatkist voor jaar 17. En hij stal wat we hadden in het Serapeum en wat hij op onze naam uit de schatkist verzameld had, namelijk één metreet olie (± 40 liter), hij ging terug naar zijn moeder. Ptolemaios die in gevangenschap was in de tempel, redde ons, op bevel van god.

Van Ptolemaios, zoon van Glaukias, een Macedoniër, in ‘gevangenschap’ voor het elfde jaar.”

(eigen vertaling, gebaseerd op Wilcken, UPZ I)

De tekst is geschreven door Apollonios, de jongere broer van Ptolemaios, in naam van de tweeling en was gericht aan de koning. Hierin vroeg men om een beter leven voor de tweeling en een bestraffing van de moeder en Philippos. Het is een petitie of klaagschrift van de tweeling tegen hun moeder Nephorus. In dergelijke tekst vroeg men om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen de beklaagde.

Verzoekschrift UPZ 1.20, net zoals 1.18, vanwege Thaues en Taous

Het Serapeum van Memphis

Een Serapeum of Sarapieion is een tempel voor de god Sarapis (of Serapis). Deze god, die eigenschappen van zowel Griekse als Egyptische goden had gekregen, werd zowel vereerd door de Griekse als de Egyptische bevolking. Qua uiterlijk leek hij op de Griekse oppergod Zeus en zijn naam gaat wellicht terug op Osorapis oftewel Osiris-Apis, de dode Apisstier. Sarapis was een laat-Egyptische god die door Alexander de Grote of Ptolemaios I werd gecreëerd. Hij werd in Sarapieia-tempels vereerd. Zijn tempel in Memphis werd gebouwd op de resten van een oudere tempel gewijd aan de vergoddelijkte architect Imhotep. In het Serapeum in Memphis werden de Apisstieren al sinds de 14de eeuw v.C. (Nieuwe Rijk) begraven. Hun catacomben bevinden zich in een ondergronds gangencomplex. Bovengronds was er een tempelcomplex, waar ook de tempel van Sarapis lag. Er bevonden zich bovengronds ook tempels voor andere godheden, zoals Isis, Horus, Amon, Thoth en Astarte. Binnen de tempelmuren waren er winkels, huizen en herbergen voor de bezoekers van de tempel. Het Serapeum van Memphis was dus eigenlijk een kleine stad op zichzelf. Het bevindt zich net buiten het Nijldal, niet zo heel ver van de trappenpiramide van Djoser. Vandaag blijven er enkel nog de fundamenten van het Serapeum over en de ondergrondse catacomben.

Schets van de ondergrondse gang in het Serapeum (van Saqqara)

Ptolemaios en Apollonios, twee κάτοχοι in het Serapeum

Ptolemaios leefde in het Serapeum van ongeveer 172 tot 152 v.C. en was verbonden aan het heiligdom van de Fenicische godin Astarte. Hij was ἐν κατοχῇ in een pastophorion, een verblijfplaats voor priesters van lage rang, maar het is niet zeker of hij zelf ook een pastophoros was. Hij woonde er samen met zijn kamergenoot en vriend Harmais. Ptolemaios was de zoon van Glaukias, een Macedonische soldaat-kolonist, die naar Egypte was geëmigreerd. De familie woonde oorspronkelijk in Psichis, een dorpje in de Herakleopolitische gouw in Midden-Egypte. Ptolemaios had minstens drie broers: Hippalos, Sarapion en Apollonios en mogelijk ook een zus Berenike. Ptolemaios zou op de leeftijd van dertig jaar κάτοχος geworden zijn. Over wat de term κάτοχος nu precies inhoudt is enorm veel discussie. Het zou zowel over een kluizenaar, een tempelslaaf of zelfs een asielzoeker kunnen gaan. Het betekent letterlijk ‘door de god gegrepen’ en impliceerde dat Ptolemaios de tempel niet mocht verlaten. Hij voerde een deel van de tempeladministratie uit, waarvoor hij een zekere toelage ontving. Ptolemaios werd vooral verantwoordelijk geacht voor de cultusinkopen van de tempel, maar tekende ook een hele reeks dromen op van zichzelf, van zijn broer Apollonios en van een andere κάτοχος Nektembes. Deze dromen hadden bijna altijd betrekking op de tweelingzussen Thaues en Taous, die door Ptolemaios in de tempel waren opgevangen. Hij probeerde de dromen te verklaren en dacht vermoedelijk dat ze een voorspellende waarde hadden. Het zou eventueel kunnen dat één van zijn priesterlijke functies droomuitlegging was, maar waarschijnlijk is dit toch niet correct. Hij zou ze eerder verzameld hebben om ze vervolgens aan een droomuitlegger voor te leggen. Een ander personage uit het archief is Apollonios, de jongste broer van Ptolemaios, die maar liefst dertig jaar jonger zou geweest zijn. Aangezien Apollonios Grieks schreef met een Egyptisch “accent” en daarnaast ook het Demotische schrift gebruikte, zou het eventueel kunnen dat hij de halfbroer was van Ptolemaios, eerder dan de broer. Hij heeft een groot aantal documenten geschreven voor Ptolemaios, die in het archief bewaard zijn, zoals het eerder besproken verzoekschrift UPZ 1.18.

Thaues en Taous, twee priesteressen in het Serapeum

Zoals hierboven vermeld, was de vader van de tweeling, Hargynuti of Argnoûtes, vermoord door Philippos. De tweelingzusjes hadden uiteraard recht op een deel van de erfenis van hun vader, maar hun moeder wilde evenmin de begrafeniskosten betalen. Ook om deze redenen klaagde de tweeling over hun moeder in UPZ 1.18. De meisjes werden bijgestaan door Apollonios en Demetrios. Deze laatste was hun rechtsvertegenwoordiger zolang ze in het Serapeum verbleven. Waarschijnlijk konden de meisjes geen Egyptisch schrijven en spraken ze helemaal geen Grieks, aangezien de petities door anderen geschreven werden in hun naam.

Een sarcofaag van een Apisstier uit het Serapeum van Saqqara

Op 6 april 164 v.C. stierf de Apisstier Ta-Renenutet II. Na de dood van deze heilige stier werden er 70 dagen van rouw afgekondigd. De stier werd bij zijn dood gelijkgesteld aan Osiris, de god van de onderwereld. Bij de dood van Osiris rouwden de goddelijke tweelingzussen Isis en Nephtys om zijn dood. In navolging van deze rouwperiode was er bij de dood van een Apisstier ook een tweeling nodig die rouwde om hem. Thaues en Taous namen deze rol op zich. Maagdelijkheid was een voorwaarde voor het priesterschap van de tweeling. Na deze 70 dagen bleven ze hun functie van priesteressen behouden in het Serapeum. Na de dood van de stier gingen de meisjes naar Memphis.

De mannen die de mummificatie van de stier uitvoerden, moesten zich wassen en scheren en andere kleren aantrekken. De voorwerpen die gebruikt werden voor de mummificatie mochten niet op de grond liggen, maar lagen op een mat. De Apisstier zelf lag op een berg zand. Bij de mummificatie verwijderde men eerst de ogen, vervolgens de hersenen en tenslotte de ingewanden.

Een beeld van een Apisstier uit de Ptolemaeïsche periode

Na de mummificatie werd het lichaam gewikkeld in linnen en in een kist gelegd. Op de 69ste dag werd de stier naar buiten gebracht en in een schrijn geplaatst, waarna hij naar het meer Mareotis werd gedragen. Daarnaast werd er een draagstoel met Isis en Nephtys gedragen, die in dit geval vertegenwoordigd werden door Thaues en Taous. Vervolgens vond er een boottocht plaats op het meer. De Apisstier werd daarna naar een reinigingstent gebracht. Hier werd het mondopeningsritueel, dat er voor zorgde dat de mummie kon functioneren als symbool van Osiris, uitgevoerd. Deze handeling was een rite de passage waarbij de dode naar de onderwereld ging en waarbij men een beitel gebruikte om de rijen tanden te openen. Tenslotte vond op de 70ste dag de begrafenis plaats. De stier werd in een processie naar het Serapeum gedragen en daar begraven in de ondergrondse gangen.

Thaues en Taous werden beloond voor hun diensten in de Apiscultus. Ze waren dé tweeling die de godinnen Isis en Nephthys ‘speelden’ tijdens de rouwperiode voor de stier. De tweeling kreeg acht artabas graan per maand, wat gelijkstond met vier sneetjes brood per dag. Ze kregen ook dagelijks olyra (een graansoort) en jaarlijks een portie sesamolie en een portie castorolie, een hoge toelage. Hun beloofde uitkeringen werden echter keer op keer niet uitbetaald. Ptolemaios zond in naam van de tweeling verschillende petities naar de koning en hoge functionarissen. Het niet uitbetalen van hun beloning had in de eerste plaats betrekking op olie en brood. Hun allereerste uitkering werd ook gestolen door hun stiefbroer Pachratesp.

Enkele jaren later leken de zussen er weer bovenop want ze waren in staat Ptolemaios 5000 drachmen te lenen. Mogelijk was hun moeder Nephorys gedwongen hun het rechtmatige deel van de erfenis af te staan. Nadat de tweeling hun functie had uitgeoefend in de Apiscultus, mochten ze als priesteressen blijven dienen in het Serapeum. Van 159 tot 158 v.C. woonden ze de rituelen bij voor de begrafenis van de overleden Mnevisstier, die in Heliopolis begraven werd. Ze voerden eveneens in het Serapeum het dagelijkse libatie-offer uit voor de god Asklepios die met de architect-god Imhotep werd gelijkgesteld. Ze ontvingen ook de offerandes voor de god. Imhotep was de vizier van farao Djoser uit de derde dynastie. Hij werd later vergoddelijkt en aanbeden en ging deel uitmaken van de grote triade van Memphis: Ptah, zijn vrouw Sechhmet en hun zoon Imhotep.

De Apiscultus

De god Sarapis

De Apisstier werd al vereerd vanaf de vroege periode van de Egyptische geschiedenis in Memphis. De stier symboliseerde de cyclus van het leven, van geboorte tot de dood, van Apis tot Osiris-Apis of Osorapis. De Hellenistische of gesyncretiseerde god Sarapis is afgeleid van de god Apis. Of het bij deze afleiding enkel gaat om de naam of om het totale beeld van de god is niet zeker. De god Sarapis werd afgebeeld als een man met gekruld haar en een baard. Hij droeg alsook een modius (een afgevlakte cilindrische kroon) op zijn hoofd. De Apisstieren waren niet zomaar gewone stieren, ze werden uitgekozen omwille van enkele bijzondere kenmerken. Ze moeste drie specifieke witte vlekken hebben op hun lichaam: (1) een witte driehoek op hun voorhoofd, (2) een witte vlek in de vorm van een gier op hun rug en (3) een witte vlek in de vorm van een maan op hun rechterzijde. Verder moesten ze ook een scarabeeteken onder hun tong hebben en een gespleten staart.

De mummificatieceremonies duurden van 7 april tot 15 juni 164 v.C. Tijdens de 70 dagen rouw droegen de aanbidders van de Apisstier specifieke gewaden, lieten hun haar groeien en wasten zich niet. Ze aten geen voedsel dat afkomstig was van dieren, maar hielden zich aan een dieet van brood en groenten, en dronken alleen water. Na zijn dood werd de stier naar het ‘huis van de reiniging’ gebracht. Hier werd de stier gewassen en ingewreven met natron. Vervolgens werd hij naar het ‘huis van de balseming’ of de wˁb.t (wabet) gebracht. Op deze plek vond de verrijzenis van de stier plaats, waarbij Apis gelijkgesteld werd aan Osiris.

In dit filmpje wordt het leven van de tweeling voorgesteld a.d.h.v. UPZ 1.18.

Meer lezen

Hoogendijk, F.A.J. ‘Ptolemaios: een Griek die leeft en droomt in een Egyptische tempel’, in P.W. Pestman (Ed.), Familiearchieven in het land van de Pharao, Zutphen, 1989, 46-69 en 165-167.

Scheerlinck, E. Klachten en verzoeken uit Ptolemeïsch Memphis, Vrouwelijke onderdanen schrijven aan de overheid, Onuitgegeven masterthesis, Universiteit Gent, departement Geschiedenis, 2008.

Stevens, M. Het katochoi-archief en de acculturatie tussen Egyptenaren en Grieken in Ptolemaeïsch Memphis, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, departement Geschiedenis, 2006-2007.

Vos, R.L. The Apis embalming ritual: P. Vindob. 3873 (Orientalia Lovaniensia Analecta, 50), Leuven, 1993.

Wilcken, U., Urkunden der Ptolemäerzeit I (UPZ I), 199-201.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘The sacred procession of Apis Osiris by F.A. Bridgman’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/feed/ 0 1211
‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/ https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/#respond Mon, 15 Jan 2018 16:38:51 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=555 Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House'

De inleiding van het veelbesproken boek van Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House' opent met een paragraaf over de methode waarin de auteur van dit schandaalboek uitlegt welke methode hij heeft gebruikt om verhalen over de president neer te schrijven. Iemand die zijn klassiekers (of althans de historiografen) een beetje kent, heeft de indruk dit al eens gelezen te hebben.

Het bericht ‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Michael Wolff, 'Fire and Fury: Inside the Trump White House'

“Heel wat verhalen over wat gebeurt in het Witte Huis onder Trump zijn in tegenspraak met andere verhalen. Andere verhalen zijn, geheel in de stijl van Trump zelf, onwaarheden. Die tegenstellingen, en dat losse omgaan met de waarheid en de realiteit, vormen een rode draad in dit boek. Soms heb ik de spelers hun versie van de feiten laten weergeven en is het aan de lezer ze te beoordelen. In andere gevallen heb ik, door de consistentie van verschillende bronnen die ik kan vertrouwen, versies neergezet van gebeurtenissen waarvan ik geloof dat ze echt zijn.”

Aldus citeert Het Laatste Nieuws de inleiding van het veelbesproken boek van Michael Wolff, ‘Fire and Fury: Inside the Trump White House. Iemand die zijn klassiekers (of althans de historiografen) een beetje kent, heeft de indruk dit al eens gelezen te hebben.

Herodotus

En inderdaad, bij de Griekse historicus Herodotus (ca. 485-425/420 v.C.) vinden we de volgende passage:

ἐγὼ δὲ ὀφείλω λέγειν τὰ λεγόμενα, πείθεσθαί γε μὲν οὐ παντάπασι ὀφείλω, καί μοι τοῦτο τὸ ἔπος ἐχέτω ἐς πάντα λόγον. (Hist. VII, 152)

Ik moet zeggen wat gezegd is, ik moet zelf geenszins overtuigd zijn, en moge dit principe voor mij gelden in mijn hele werk.

Dit is het oordeel van betrouwbaarheid aan de lezer overlaten, door de verschillende versies allemaal aan te reiken, zonder zelf -expliciet- een voorkeur te laten blijken. Maar “in andere gevallen heb ik, door de consistentie van verschillende bronnen die ik kan vertrouwen, versies neergezet van gebeurtenissen waarvan ik geloof dat ze echt zijn, beweert Wolff. Bovendien gebruikt Herodotus hoofdzakelijk mondelinge bronnen, net zoals Wolff ook beweert te doen.

Thucydides

Thucydides, Grieks historicus

In zijn bekende methodekapittel vermeldt de Griekse historicus Thucydides (ca. 460-400 v.C.) expliciet zijn gevolgde methode bij het neerschrijven van zijn geschiedwerk. Dat klinkt bij hem zo:

Καὶ ὅσα μὲν λόγῳ εἶπον ἕκαστοι ἢ μέλλοντες πολεμήσειν ἢ ἐν αὐτῷ ἤδη ὄντες, χαλεπὸν τὴν ἀκρίβειαν αὐτὴν τῶν λεχθέντων διαμνημονεῦσαι ἦν ἐμοί τε ὧν αὐτὸς ἤκουσα καὶ τοῖς ἄλλοθέν ποθεν ἐμοὶ ἀπαγγέλλουσιν: ὡς δ᾽ ἂν ἐδόκουν ἐμοὶ ἕκαστοι περὶ τῶν αἰεὶ παρόντων τὰ δέοντα μάλιστ᾽ εἰπεῖν, ἐχομένῳ ὅτι ἐγγύτατα τῆς ξυμπάσης γνώμης τῶν ἀληθῶς λεχθέντων, οὕτως εἴρηται.
Τὰ δ᾽ ἔργα τῶν πραχθέντων ἐν τῷ πολέμῳ οὐκ ἐκ τοῦ παρατυχόντος πυνθανόμενος ἠξίωσα γράφειν, οὐδ᾽ ὡς ἐμοὶ ἐδόκει, ἀλλ᾽ οἷς τε αὐτὸς παρῆν καὶ παρὰ τῶν ἄλλων ὅσον δυνατὸν ἀκριβείᾳ περὶ ἑκάστου ἐπεξελθών. Ἐπιπόνως δὲ ηὑρίσκετο, διότι οἱ παρόντες τοῖς ἔργοις ἑκάστοις οὐ ταὐτὰ περὶ τῶν αὐτῶν ἔλεγον, ἀλλ᾽ ὡς ἑκατέρων τις εὐνοίας ἢ μνήμης ἔχοι. (Hist. I, 22)

Wat de verschillende sprekers in de toespraken die ik zelf gehoord heb, precies gezegd hebben, kon ik me niet goed meer herinneren en de mensen die mij verslag hebben uitgebracht over andere toespraken hadden dezelfde ervaring. Bij de weergave van de toespraken ben ik daarom uitgegaan van wat de sprekers naar mijn mening gezegd moeten hebben, gegeven de op dat moment bestaande situatie. Daarbij ben ik over het geheel genomen zo dicht mogelijk gebleven bij de strekking van wat er werkelijk is gezegd.
Wat de feitelijke oorlogshandelingen betreft, leek het me echter niet juist op te schrijven wat de eerste de beste informant me daarover te melden had of wat me waarschijnlijk voorkwam. Naar alle gebeurtenissen heb ik zo nauwkeurig mogelijk onderzoek verricht, of ik er nu zelf bij geweest was of mijn kennis van anderen gekregen had. Het heeft me heel wat moeite gekost de waarheid te achterhalen, want ooggetuigen vertelden verschillende verhalen over dezelfde gebeurtenissen. Dat hing ervan af welke partij hun voorkeur had of wat ze zich nog konden herinneren.

Ook Thucydides worstelde dus met het probleem van ooggetuigenverslagen die elkaar tegenspraken en is dus verplicht de gebeurtenissen te reconstrueren. Hij maakt daarbij echter wel een onderscheid tussen wat gezegd is (“ὅσα μὲν λόγῳ εἶπον”) en wat gedaan is (“τὰ δ᾽ ἔργα τῶν πραχθέντων”). Wolff maakt dit onderscheid duidelijk niet.

Tacitus

De Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus (ca. 56-117 n.C.) geeft ook aanwijzingen over zijn methode wanneer er verschillende versies van een verhaal de ronde doen. Zo merkt hij in het dertiende boek van zijn ‘Annales‘ het volgende op:

Nos consensum auctorum secuturi, quae diversa prodiderint sub nominibus ipsorum trademus. (Ann. XIII, 20)

Wij zullen de overeenstemmende mening van de auteurs volgen, maar waar ze verschillende versies overgeleverd hebben zullen wij ze onder hun eigen naam overleveren.

Suetonius

Michael Wolff, auteur van het schandaalboek over de Amerikaanse president Donald Trump

De eerste antieke auteur aan wie classici denken wanneer ze de auteur van een schandaalboek met een auteur uit de Oudheid moeten vergelijken, is wellicht de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70-140 n.C.). David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, vergelijkt Donald Trump in zijn editoriaal met de Romeinse Keizer Nero en citeert daarbij Suetonius zonder Wolff expliciet met Suetonius te vergelijken:

What made the Emperor Nero tick, Suetonius writes in “Lives of the Caesars,” was “a longing for immortality and undying fame, though it was ill-regulated.” Many Romans were convinced that Nero was mentally unbalanced and that he had burned much of the imperial capital to the ground just to make room for the construction of the Domus Aurea, a gold-leaf-and-marble palace that stretched from the Palatine to the Esquiline Hill.

Het feit dat Remnick Suetonius citeert, is hier misschien gepaster dan men op het eerste gezicht zou denken: hoewel Suetonius niet expliciet zijn manier van werken vermeldt, blijkt uit zijn werk toch dat hij zich sterk focust op de figuur van de keizer, schrijft over alle aspecten van het leven van de keizers en de feiten voor zichzelf laat spreken, zij het meestal zonder een expliciet oordeel te vellen. Daarbij maakte hij zeker ook gebruik van mondelinge tradities en zelfs van praatjes en roddels. Michael Wolff werd in het verleden ook al beticht van een dergelijke losse omgang met de waarheid en de realiteit. Geheel passend in het thema laten we een paar bronnen voor zich spreken:

“De 64-jarige Wolff is allerminst een conventioneel journalist. Zijn procedé is telkens hetzelfde: hij legt zijn oor te luisteren op feestjes of tijdens lunch­partijen waar de drank stevig vloeit, en hij is niet vies van geruchten. Hij slaagt er vaak in om met enkele welgemikte woorden in zijn teksten een suggestieve sfeer te creëren. Het is zijn bedoeling om de lezer een blik te gunnen achter de schermen van de politiek.” (VRT News)

“In reviewing Wolff’s 2008 book “The Man Who Owns the News: Inside the Secret World of Rupert Murdoch,” the late New York Times media columnist David Carr wrote: “Historically, one of the problems with Wolff’s omniscience is that while he may know all, he gets some of it wrong.”” (CNBC)

Arrianus

Lucius Flavius Arrianus, schrijver van de Anabasis Alexandri

Een minder bekende antieke auteur dan de voorgaande, maar wel de eerste aan wie de schrijver van dit stukje moest denken, is Lucius Flavius Arrianus (89 n.C – na 145/146 n.C.), een Griekstalig schrijver die in de inleiding van zijn ‘Anabasis Alexandri‘ (‘Veldtocht van Alexander’) het volgende opmerkt:

Πτολεμαῖος ὁ Λάγου καὶ Ἀριστόβουλος ὁ Ἀριστοβούλου ὅσα μὲν ταὐτὰ ἄμφω περὶ Ἀλεξάνδρου τοῦ Φιλίππου συνέγραψαν, ταῦτα ἐγὼ ὡς πάντῃ ἀληθῆ ἀναγράφω, ὅσα δὲ οὐ ταὐτά, τούτων τὰ πιστότερα ἐμοὶ φαινόμενα καὶ ἅμα ἀξιαφηγητότερα ἐπιλεξάμενος. Ἄλλοι μὲν δὴ ἄλλα ὑπὲρ Ἀλεξάνδρου ἀνέγραψαν, οὐδ᾽ ἔστιν ὑπὲρ ὅτου πλείονες ἢ ἀξυμφωνότεροι ἐς ἀλλήλους: ἀλλ᾽ ἐμοὶ Πτολεμαῖός τε καὶ Ἀριστόβουλος πιστότεροι ἔδοξαν ἐς τὴν ἀφήγησιν. […] Ἔστι δὲ ἃ καὶ πρὸς ἄλλων ξυγγεγραμμένα, ὅτι καὶ αὐτὰ ἀξιαφήγητά τε μοι ἔδοξε καὶ οὐ πάντῃ ἄπιστα, ὡς λεγόμενα μόνον ὑπὲρ Ἀλεξάνδρου ἀνέγραψα. (Arr. An. I, pr.)

Wat Ptolemaios, de zoon van Lagos, en Aristoboulos, de zoon van Aristoboulos, beiden hetzelfde over Alexander, de zoon van Philippos, opschreven, dat schrijf ik op als volkomen waar, wat zij het niet hetzelfde [opschreven], daarvan heb ik geselecteerd wat mij betrouwbaarder voorkomt en tegelijk vermeldenswaardiger. Sommigen schreven het ene over over Alexander, anderen iets anders; en er is niemand over wie meer of meer met elkaar in tegenspraak zijnde auteurs geschreven hebben. Maar mij schijnen Ptolemaios en Aristoboulos het meest betrouwbaar voor mijn relaas […] Wat er bestaat aan geschriften die door anderen geschreven zijn, schreef ik, omdat ook die mij het vermelden waard en niet geheel onbetrouwbaar leken, op als dingen die slechts over Alexander gezegd zijn.

Conclusie

Concluderend kunnen we dus stellen dat Michael Wolff een aanpak hanteert die zo oud is als de straat. Omdat geweten is dat het relaas van antieke historici met de nodige korrel zout genomen moet worden, is het ook het beste diezelfde strategie toe te passen op Michael Wolff. Daarbij moeten we steeds de wijze woorden van Thucydides in het achterhoofd houden:

[…] οὔτε ὡς ποιηταὶ ὑμνήκασι περὶ αὐτῶν ἐπὶ τὸ μεῖζον κοσμοῦντες μᾶλλον πιστεύων, οὔτε ὡς λογογράφοι ξυνέθεσαν ἐπὶ τὸ προσαγωγότερον τῇ ἀκροάσει ἢ ἀληθέστερον […] (Thuc. I, 21)

Men moet niet te zeer afgaan op de poëzie van de dichters, want die hebben de zaken groter en mooier voorgesteld dan ze waren. Ook moet men niet te veel waarde hechten aan de geschriften van de kroniekschrijvers, want die vonden het belangrijker om met een verhaal te komen dat prettig in het gehoor lag, dan om precies de waarheid te vertellen.

Beknopte bibliografie

Lewin, L. 2002. Thucydides. Een blijvend bezit. De oorlog tussen de Peloponnesiërs en de Atheners. Κτῆμα ἐς αἰεί. Delft: Eburon.

Coverfoto: remix van de afbeelding ‘American Flag’ van de website PublicDomainPictures.net (CC0 1.0) en de cover van het boek Fire and Fury van Michael Wolf op Wikipedia

Het bericht ‘Fire and Fury’, of toch gewoon oude wijn in nieuwe zakken? Michael Wolff en antieke historici over hun methode van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/15/01/2018/fire-and-fury-toch-gewoon-oude-wijn-nieuwe-zakken-michael-wolff-en-antieke-historici-methode/feed/ 0 555