Philadelpheia Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/philadelpheia/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Tue, 27 Dec 2022 10:14:01 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Philadelpheia Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/philadelpheia/ 32 32 136391722 Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/#respond Sat, 05 Feb 2022 15:44:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2237

In een nieuwe aflevering van onze reeks 'Quis est?' proberen we ditmaal het leven van Artemidoros te reconstrueren. Deze arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën, kennen we vooral dankzij enkele papyri. Naast zijn medische activiteiten blijkt hij er nog heel wat andere bezigheden op na te houden.

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Geef toe, beste lezers, wie van jullie heeft niet al eens geprobeerd om meer te weten te komen over iemand door zijn of haar Facebook-pagina te doorzoeken? Sommigen onder ons hebben zich zelfs ontpopt tot professionele speurders, en kunnen via slechts een naam bijna alles terugvinden over de familie, vrienden, functies, interesses, belangrijke levensgebeurtenissen, en ja, ook gênante momenten van de persoon in kwestie. Geloof het of niet, maar oudhistorici doen net hetzelfde, alleen sporen ze zoveel mogelijk informatie op over mensen uit de Oudheid, natuurlijk niet via sociale media, maar aan de hand van de documenten (papyri en potscherven) die deze mensen zelf duizenden jaren geleden in het zand van Egypte hebben achtergelaten. Eén van hen was Artemidoros, een arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën.

Hij was niet zomaar een dokter, maar trad op als de lijfarts van de toenmalige financiële minister (διοικητής), Apollonios, een functie die vergelijkbaar is met die van de hofarts van de koning. Bijgevolg is het niet verwonderlijk dat deze Artemidoros overgeleverd is in maar liefst 25 documentaire bronnen uit Ptolemaeïsch Egypte, die allemaal deel uitmaken van het befaamde archief van Zenon, de manager van het landgoed van diezelfde Apollonios, en hij daarmee de (ons) bekendste arts van Egypte uit die periode is. Wel opvallend is dat deze documenten, waaronder vele brieven, ons nauwelijks of zelfs niets prijsgeven over zijn professionele, medisch-gerelateerde activiteiten. Sterker nog, indien hij niet geregeld als ‘de arts’ (ὁ ἰατρός) was aangesproken of geïdentificeerd in die brieven, zouden we wellicht niet eens weten dat hij dit beroep uitoefende. Wat geven de bronnen dan wel prijs over deze man? Meer dan u denkt…

“Don’t worry, he’s a doctor!”

We (of althans de fans) horen het Pascal uit F.C. De Kampioenen nog hoopvol vragen aan haar dochter Bieke wanneer ze weer eens thuiskwam met een nieuw lief: “En, is het een dokter?”. De makers van deze komische tv-serie spelen duidelijk in op het herkenbare maatschappelijk aanzien dat artsen genieten, vooral bij de oudere generatie, die maar al te blij waren wanneer zoon- of dochterlief met een arts thuiskwam. Een gelijkaardig beeld krijgen we over dokters in Ptolemaeïsch Egypte, en in het bijzonder over Artemidoros. Deze dokter werd namelijk geregeld door zijn omgeving ingeschakeld om bepaalde taken of sociale rollen op zich te nemen, niet alleen omwille van zijn connectie met de financiële minister, maar ook vanwege de (medische) kwaliteiten die hij als dokter bezat of werd geacht te bezitten.

De meest opmerkelijk bron (P. Cairo Zen. 2 59251, [TM 896]) is geschreven door Artemidoros zelf vanuit Sidon, om Zenon in te lichten dat zowel hij als Apollonios het goed stelden en op de terugweg waren nadat ze prinses Berenike tot aan de Syrische grens geëscorteerd hadden. De Ptolemaeïsche prinses zou huwen met Antiochos II, de Seleucidische koning, ter beëindiging van de Tweede Syrische Oorlog (260-253 v.C.). Haar vader, Ptolemaios II, had zijn dochter vanuit de hoofdstad Alexandrië tot aan de grensstad Pelusium begeleid in het gezelschap van hoge ambtenaren, waaronder Apollonios en Artemidoros, aan wie hij haar toevertrouwde voor het tweede deel van de reis doorheen Phoenicia tot aan de Syrische grens. Dat Artemidoros dit gezelschap mocht vervoegen, zal hij vooral te danken hebben aan zijn medische kwaliteiten en zijn connectie met Apollonios, maar dat de koning toestond en/of verkoos om zijn dochter aan deze man toe te vertrouwen, geeft aan dat Artemidoros niet alleen een goede dokter, maar ook een betrouwbaar man was in de ogen van de vorst.

De reis van prinses Berenike in het gezelschap van onder andere Artemidoros, van Alexandrië naar Sidon via Pelusium

Deze kwaliteiten, samen met zijn invloedrijke positie, werden eveneens geapprecieerd door de andere (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die op Artemidoros beroep deden als tussen-/vertrouwenspersoon, zelfs naar de koning toe. Een zekere Hierokles nam zijn toevlucht tot de arts in de hoop dat hij de vorst kon overtuigen om zijn kandidaat, Ptolemaios, aan te stellen als het hoofd van het nieuwe palaestra – het equivalent van een fitnesscentrum – in Alexandrië voor de zonen van de hoge ambtenaren nadat hieromtrent (hof)intriges waren ontstaan (P. L. Bat. 20 51, [TM 1882]).

Op dezelfde manier vroegen kennissen bij moeilijke kwesties zijn mening of goedkeuring over brieven gericht aan de financiële minister (P. Cairo Zen. 1 59044, [TM 704]), zijn overste. Die deed op zijn beurt ook beroep op Artemidoros om als een echte secretaris in zijn naam te corresponderen met en instructies te geven aan andere werknemers, bijvoorbeeld aan Panakestor, de eerste manager van Apollonios’ landgoed, over de cultivatie van gewassen (P. Cairo Zen. 5 59816, [TM 1440]). De betrouwbaarheid, invloed en autoriteit die Artemidoros als lijfarts van Apollonios uitstraalde, brachten hem dus verder dan zijn dokterskabinet, en bijgevolg vormt hij een mooi voorbeeld van de groeiende rol van artsen in het politieke en sociale leven tijdens de Hellenistische periode (332-31 v.C.).

Een riante villa tussen de varkens

De bevoorrechte positie die dokter Artemidoros in de Ptolemaeïsche maatschappij bekleedde en de dankbaarheid die de koning jegens hem koesterde, vertaalden zich in de schenking van een landgoed in Philadelpheia, dat, zoals bij Apollonios, beheerd werd door Zenon. Deze manager correspondeerde geregeld met ondergeschikten of de arts zelf over het cultiveren van gewassen op dit landgoed (bv. P. Cairo Zen. 3 59354, [TM 997]) en het Zenonarchief bevat zelfs een lijst met een opsomming van de gewassen die hier geoogst waren tijdens de warme zomermaanden (P. Ryl. Gr. 4 571, [TM 2427]):

Παχὼνς παρὰ Ἀρτεμιδώρου
ἰατροῦ
ιθ μήκωνος μελαί(νης) ια < δ´
κ Μηδικοῦ πυ(ροῦ) ιϛ <

Παῦνι ζ ὀλύρ(ας) ρα
ιζ σησάμου κα
κγ σησάμ(ου) λγ

(γίνονται) πυρ(οῦ) ιϛ <
ὀλύρ(ας) ρα
σησάμου νδ
μήκωνος \μελαί(νης)/ ια < δ´ v

τῶν Ἀρτεμιδώρου
γενημάτων.

Pachon, van Artemidoros
de arts:
19de, van zwarte maanzaad 113⁄4 artaben;
20ste, van Medische tarwe 161⁄2.

Pauni 7de, van olyra 101;
17de, van sesam 21.
23ste, van sesam 33

Totaal: 161⁄2 artaben van tarwe,
101 van olyra,
54 van sesam, 113⁄4 van zwarte maanzaad

Van de gewassen van Artemidoros.

Naast akkerland bezat Artemidoros ook een huis in Philadelpheia, waar hij vertoefde indien hij Apollonios niet als lijfarts vergezelde op één van zijn reizen doorheen Egypte. Een Demotische rekening vertelt ons dat er voor de bouw van dit huis (minstens) 10 000 bakstenen gebruikt zijn (P. Zen. Dem. 22, [TM 2318]). Nu hoor ik u denken: “Jammer dat we geen afbeelding hebben van dit huis”. Maar … niet getreurd! En daar mag je varkenshoeder Herakleides voor bedanken. Toen hij zich namelijk richtte tot Zenon met het voorstel om de varkens te beschermen tegen de komende Nijloverstroming door een palissade te bouwen, voegde hij hier een gedetailleerde schets aan toe van de locatie waar deze omheining moest komen (P. Mich. Zen. 84, [TM 1983]):

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931

Schets van de omheining langs het huis van Artemidoros, afkomstig uit een brief van varkenshoeder Herakleides

Een constructie van puntige palen (χάραξ) moest zich langs het Grote Kanaal in Philadelpheia uitstrekken “van de bezittingen van Artemidoros tot aan de omheiningsmuur van Poremanres” (ἀπὸ τῶν Ἀρτεμιδώρου ἕως τοῦ Πορεμανρῆτος τρυφάκτου). Als u goed kijkt links bovenaan, ziet u dat die bezittingen zijn verduidelijkt als Ἀρτεμιδώρου οἴκησις, “huis van Artemidoros”. Dankzij de overige bewaarde papyri weten we dat met deze persoon onze arts wordt bedoeld, en dit huis bijgevolg aan hem kan toegeschreven worden. Deze bron geeft weliswaar geen echte afbeelding van zijn huis, maar wel een unieke visuele voorstelling van de omgeving en plaats waar het gebouwd was, vergelijkbaar met de hedendaagse kaarten op Google Maps. Gelegen langs de oostelijke zijde van het Grote kanaal, bevond het huis van Artemidoros zich tussen belangrijke gebouwen zoals de tempels van Hermes en Poremanres. We kunnen ons bijgevolg goed voorstellen dat deze dokter tijdens zijn vrije tijd in Philadelpheia zijn intrek kon nemen in een vermaard pand, met zicht op het water, met goden als buren en … omgeven door varkens.

Van prestigieuze lijfarts tot dierenkweker

Het laatste, en wellicht meest opmerkelijke, aspect dat de papyri over Artemidoros prijsgeven, is dat hij een fervent kweker was van verschillende diersoorten. Dit verklaart waarom deze arts zich vrijwillig liet omringen door (een groot aantal) varkens, toevertrouwd aan de zorg van een zwijnenhoeder, die er echter niet voor terugschrok om enkele dieren te stelen (P. Cairo Zen. 3 59310, [TM 954]). Maar Artemidoros had niet enkel een voorliefde voor knorrende varkens. Op de terugweg van zijn reis met prinses Berenike, richtte hij niet enkel een brief aan Zenon om zijn gezondheidstoestand mee te delen, maar gaf hij hem eveneens de instructie om goed zorg te dragen voor zijn runderen, ganzen, varkens, en ander vee.

En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, kweekte en verkocht deze dokter ook paarden. In een brief die Artemidoros richtte aan Zenon (P. Cairo Zen. 2 59225, [TM 870]), vroeg hij hem zijn connecties te gebruiken om het zwarte paard van de zonen van een zekere Leptines te bemachtigen door het te kopen voor een klein bedrag of te lenen voor het broedseizoen. De arts had namelijk vernomen dat dit paard enkel nog nuttig was om te kweken door zwellingen aan zijn benen, en aangezien zijn eigen hengst oud en zwak was, leek dit dier een ideale en goedkope vervanging. Of Artemidoros deze dieren kweekte als hobby of om geld (bij) te verdienen, kunnen we moeilijk afleiden uit de bewaarde bronnen. Het staat alleszins vast dat dit een belangrijke bezigheid voor hem was naast zijn functie als (lijf)arts.

Photographic Archive of Papyri in the Cairo Museum

De papyrus P. Cairo Zen. 2 59225 bevat meer informatie over de bezigheden van Artemidoros als paardenkweker

Conclusie

De casus van dokter Artemidoros is geen alleenstaand geval, maar wel een mooi voorbeeld van hoe oudhistorici via speurwerk meer te weten kunnen komen over de ‘gewone’ inwoners van Ptolemaeïsch Egypte dan de meeste mensen denken. Ze vertrekken vanuit de alom bekende Paul Jambers-vragen: “Wie zijn ze?”, “Wat doen ze?”, “Wat drijft hen?”. Natuurlijk kunnen de ‘antieke’ mensen die vragen niet zelf beantwoorden, maar dankzij duizenden overgeleverde brieven, rekeningen, petities, … komen deze mensen wel onrechtstreeks aan het woord. En dit stelt oudhistorici in staat om toch een zo goed mogelijk beeld te geven van wie deze mensen waren en wat ze in het dagelijkse leven deden. Dankzij zijn eigen woorden, maar ook die van zijn kennissen, kunnen we Artemidoros portretteren als een man met vele gezichten: van een betrouwbare en invloedrijke (lijf)arts tot een serieuze zakenman-dierenkweker. We hadden graag nog meer te weten gekomen over deze boeiende man, en dit is misschien nog mogelijk in de toekomst bij de ontdekking van nieuwe papyri, maar wat we alvast met zekerheid kunnen aannemen/zeggen, is dat Pascal hem een goede partij zou hebben gevonden voor haar dochter.

Verder lezen

W. Clarysse en K. Vandorpe, Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990.

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931.

H. Hauben, Escorting a princess on her way to Syria (253/252 BC),in “Chronique d’ Égypte” 94 (188), 2019, 380-396.

L. Vanoppré, Ptolemeïsch Egypte: Smeltkroes van Egyptische en Griekse artsen en ziek(t)en?, Leuven, 2019.

Coverfoto: Adaptatie van de foto ‘Kom Ombo Temple Surgical instruments’ van Ad Meskens op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 2237
Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/#respond Sat, 23 Jan 2021 15:47:28 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1793

Rijke Grieken konden goed hun geld en roem verdienen met muziek, terwijl andere types muzikanten in Ptolemaeïsch en Romeins Egypte minder kans hadden om hun talenten in de verf te zetten, zoals de provinciale muzikanten. Dankzij bewaarde papyri is het toch mogelijk om een analyse te maken van het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte.

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Heel wat onderzoekers bogen zich de laatste decennia over muziek en muzikanten in de Oudheid, waarbij ze voornamelijk focusten op muzikanten in het antieke Griekenland en Rome. De faraonische periode in Egypte wordt in mindere mate bestudeerd, en Ptolemaeïsch en Romeins Egypte (Grieks-Romeins Egypte) zit al helemaal in het verdomhoekje. Nochtans bevatten een aantal Griekse papyri uit die periode informatie over de Oudheid die elders niet voorhanden is. Een studie naar muzikanten in Grieks-Romeins Egypte kan daarom onze kennis over de Griekse wereld aanvullen, maar is an sich ook een boeiend onderwerp.

Muzikanten vormden een specifieke beroepscategorie in Grieks-Romeins Egypte. De grote diversiteit in muzikanten en instrumenten in die periode wijst erop dat muziek alomtegenwoordig was in verschillende domeinen en lagen van de antieke samenleving. Zo werden offers voor de goden gebracht onder muzikale begeleiding, marcheerden infanteriesoldaten op het ritme van fluitmuziek, verlichtten andere muzikanten het werk van plukkers tijdens de druivenoogst, enzovoort. Muziek, vaak in combinatie met dans, kwam je uiteraard ook tegen op de talrijke dorpsfestivals in de Egyptische chora.

Scène uit een Romeinse mozaïek met twee druivenpletters en een fluitspeler (rechts) uit de 3de eeuw n.C.

Muziek in Ptolemaeïsch Egypte

Bepaalde mannelijke leden van de rijke Griekse elite lieten zich in Ptolemaeïsch Egypte in met muziek. Dat gebeurde al van kindsbeen af (ca. 12 jaar of jonger) en op een intensieve manier. Dergelijke jongens deden de “muziekmicrobe” waarschijnlijk op tijdens hun algemene vorming in de gymnasia, want dit vormde een belangrijk onderdeel van hun basisopleiding. Nadien zochten ze een muziekmeester (hoogstwaarschijnlijk zelf een ex-muzikant) die hen tijdens de vele trainingsuren kon begeleiden. Die vroege voorbereiding had als doel om op latere leeftijd uit te blinken op (inter)nationale muziekwedstrijden tijdens sacrale festivals in de toenmalige Griekse wereld. Muzikanten die schitterden tijdens die wedstrijden konden in sommige gevallen genieten van een grote naambekendheid in (een deel van) de antieke Griekse wereld, belastingprivileges verkrijgen en een fortuin verwerven.

De bekendste wedstrijden speelden zich af in Griekenland, met de Pythische Spelen in Delphi als absolute topper voor muzikanten. Koning Ptolemaios II riep in Egypte soortgelijke festivals in het leven (onder meer de Ptolemaia en Basileia) die gemodelleerd waren naar de oude Griekse festivals met sport- en muziekwedstrijden. Hij noemde ze ‘isolympische spelen’ en stuurde boodschappers naar verschillende Griekse steden om zijn spelen te promoten. De steden werden gevraagd om hun potentiële winnaars op dezelfde wijze te belonen en te behandelen als winnaars van de Olympische Spelen (in CID 4.40 [TM 813992]). Toch evenaarden de Ptolemaia nooit de grote Griekse spelen en zijn ze in Egypte voor de laatste keer in 211-210 v.C. geattesteerd.

Om de diversiteit tussen verschillende types muzikanten aan te tonen volgen hieronder twee casestudy’s. Ten eerste staan we even stil bij het leven van Herakleotes, een jonge Griekse kitharôde. Hij staat model voor het leven van een wedstrijdmuzikant die uit een rijker, Grieks milieu kwam. Dergelijke artiesten hadden soms een jarenlange voorbereiding achter de kiezen om zich klaar te stomen voor een belangrijke wedstrijd. Het niveau van professionalisering lag hoogstwaarschijnlijk bijzonder hoog. Het bestaan van ‘provinciale muzikanten’ toont aan dat het beroep muzikant niet enkel was weggelegd voor welgestelden in Romeins Egypte. Dit type muzikanten verenigde zich in groepen en bood entertainment aan op lokale dorpsfestivals in plaats van op te treden op grote muziekwedstrijden.

Herakleotes: tonnen ambitie, maar geen middelen

Roodfigurige vaas met afbeelding van een jongeman die de kithara bespeelt (ca. 490 v.C.)

In het bekende papyrusarchief van Zenon, komen drie teksten voor die een Griekse jongeman uit de 3de eeuw v.C. schreef (P. Cairo Zen. 3 59440 [TM 1080], PSI 9 1011 [TM 2448] en P. Lond. 7 2017 [TM 1579]). Zijn naam was Herakleotes en hij was een van de Griekse inwoners van het dorpje Philadelpheia in de Fajoem. Uit de drie verzoekschriften (hypomnèmata of memoranda) die hij richtte aan Zenon, zijn we deels ingelicht over de moeilijke situatie waarin hij verkeerde. Herakleotes zat namelijk midden in zijn opleiding tot professionele kitharôde (κιθαρῳδός) – een type muzikant dat liederen zong en zichzelf daarbij begeleidde op de kithara (κιθάρα), een hoogwaardig snaarinstrument – toen het noodlot voor hem toesloeg. Zijn muziekleerkracht Demeas, tevens hoofd van het lokale gymnasion, overleed terwijl hij Herakleotes nog twee jaar had moeten opleiden. Dat de band tussen leerling en leerkracht sterk was (misschien was Herakleotes zelfs geadopteerd door zijn muziekleerkracht), bewees Demeas’ testament waarin de jongeman opgenomen was. Het maakte van Herakleotes de erfgenaam van Demeas’ muziekinstrument, hoogstwaarschijnlijk een kithara van uitmuntende kwaliteit. In zijn memoranda kaartte de jonge muzikant aan dat hij als rechtmatige erfgenaam nog steeds niets gezien had van zijn beloofde erfenis. Sterker nog, de kithara was zelfs niet opgenomen in een inventaris van Demeas’ spullen die na zijn dood was opgesteld en leek dus spoorloos verdwenen. Herakleotes achterhaalde voor het schrijven van een volgend memorandum dat Demeas’ kithara zich bij een zekere Hiëron bevond. Het instrument diende als onderpand met een waarde van 105 drachmen. Daaruit kan afgeleid worden dat de kostprijs van een nieuwe kithara veel hoger lag en dus uitsluitend aangekocht kon worden door rijke Grieken uit de elite. Bijgevolg waren alleen de rijkste (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die de financiële middelen hadden, in staat om zich te professionaliseren op een hoogstaand niveau.

Hieronder volgt de vertaling van een van de drie memoranda (P. Lond. 7 2017 [TM 1579]) die Herakleotes aan zijn voogden Zenon en Nestos schreef en waarin hij op een beleefde, maar wel wanhopige toon, beterschap voor zijn toestand hoopte te verkrijgen.

Memorandum van Herakleotes aan Zenon en Nestos, mijn aangewezen voogden.
Ik heb u al drie memoranda bezorgd met de volgende vraag: mijn leraar Demeas heeft bij testament voor mij bepaald dat voor mijn onderhoud moet worden gezorgd en dat ik alles moet krijgen wat een gentleman (vrij man) nodig heeft om zich te oefenen in het citherspel, totdat ik kan optreden in de wedstrijd. U geeft me elke maand drie drachmen en vier en een halve obool voor vlees, drie drachmen en drie chalkoi voor olie, twee drachmen en een halve obool voor vis, zeven en een halve chous wijn. Ik heb u gezegd dat dit niet voldoende is voor mij om te oefenen en u gevraagd mij omwille van Demeas en uit eerlijkheid, een maandelijkse uitkering te geven van zeven drachmen en drie obolen voor vlees, zes drachmen en zes chalkoi voor olie, zeven drachmen en drie obolen voor vis en vijftien choës wijn. Maar u hebt helemaal niet gereageerd op mijn memoranda.
Daarom vraag ik u nog een keer om mijn instrument terug te geven, dat me bij testament werd nagelaten en dat nu in het bezit is van Hiëron, of om een ander evenwaardig instrument te kopen en het mij te geven. Zo zal ik kunnen oefenen en deelnemen aan de wedstrijd, anders zal ik achterstand oplopen omdat ik geen instrument heb. En ik vraag u ook mij al het nodige te geven, zoals ik het schrijf in mijn memorandum en zoals het testament bepaalt, tot ik kan optreden in de wedstrijd. Als u dat niet wilt doen, vraag ik u mij voor twee jaar de overeenkomstige maandelijkse som te geven, zodat ik voor mezelf kan zorgen, een manager kan vinden en kan deelnemen aan de wedstrijden die de koning uitschrijft. Zo zal ik hier niet verkommeren, maar in staat zijn mezelf te helpen.
Vaarwel. Jaar 6 van de maand […]

(CLARYSSE, W. en VANDORPE, K., Zenon: Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990, p. 60-61).

Dit verzoekschrift behandelt opnieuw de vraag naar Demeas’ instrument, maar toont daarnaast aan dat Herakleotes maandelijkse voedseltoelagen ontving, maar er niet tevreden mee was. Het geld zou volgens de papyrus besteed worden aan olie, wijn, vlees en vis. Achter de keuze voor die specifieke voedingswaren kunnen we waarschijnlijk meer afleiden dan enkel het lievelingseten van de jonge Griek. Zo is geweten uit literaire bronnen dat bepaalde muzikanten in de Griekse wereld er een specifiek dieet op nahielden, omdat ze geloofden dat sommige voedingswaren een positief effect hadden op hun muziekspel. Zo komen vis (paling) en vlees bijvoorbeeld terug in de werken van Athenaeus van Naukratis (Deipnosophistae, 14.623C) en Plutarchus (De gloria Atheniensium, 6) als middeltjes die de adem konden versterken en de stem krachtiger konden maken. Uiteraard kwam dat goed van pas als kitharôde in opleiding. Dit memorandum is dus mogelijk de enige documentaire bron die dat gebruik uit literaire bronnen kan bevestigen.

De Romeinse geschiedschrijver Suetonius geeft in zijn keizersbiografieën een ander voorbeeld van een strikt dieet voor artiesten. In zijn beschrijving van keizer Nero vermeldde hij hoe Nero zelf de ambitie koesterde om een bekend artiest te worden en wat hij er voor over had om die droom te laten uitkomen. Hij zou zichzelf allerlei voedingsvoorschriften opgelegd hebben, dronk cocktails die het braken stimuleerden en liep een hele tijd rond met loden borstplaten die zijn longinhoud en zangstem moesten versterken (De vita Caesarum, Nero 20).

Hoewel Herakleotes met zijn acht drachmen en vijf obolen per maand over een groter budget beschikte om te spenderen aan voedsel dan toenmalige landarbeiders, hoopte hij via zijn verzoekschriften het maandelijkse bedrag ruim te verdubbelen.

Voeding

Gekregen toelage

Gewenste toelage

Vlees

3 drachmen, 4 obolen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Olie

[3] drachmen & 3 chalkoi

6 drachmen & 6 chalkoi

Ὄψον (vis)

2 drachmen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Wijn

7,5 choës

15 choës

TOTAAL

8 drachmen, 5 obolen, 3 chalkoi & 7,5 choës

21 drachmen, 6 chalkoi & 15 choës

Tabel met overzicht van de maandelijkse toelagen van Herakleotes en zijn gewenste toelage voor vlees, olie, vis en wijn.

De reden waarom Herakleotes telkens opnieuw hamerde op het terugkrijgen van het instrument (of een nieuw instrument van dezelfde goede kwaliteit) en zichzelf hoogstwaarschijnlijk voedde met stemversterkende middeltjes lezen we in de voorlaatste regel van het verzoekschrift: “Zodat hij zou kunnen deelnemen aan de wedstrijd die de koning had uitgeschreven”. De jonge kitharôde was dus van plan om binnen twee jaar deel te nemen aan een grote muziekwedstrijd op een sacraal festival in Egypte. Het is helaas onduidelijk of het om de Basileia of Ptolemaia ging. Een van zijn grootste angsten lezen we ook in de papyrus, namelijk dat hij een achterstand zou oplopen op de andere deelnemers omdat hij niet beschikte over een instrument waarop hij dagelijks kon oefenen. Zijn dossier toont aan dat de voorbereidingen voor een dergelijke muziekwedstrijd al zeer vroeg aanvatten en verduidelijkt opnieuw het professionalisme dat door de artiesten aan de dag werd gelegd.

De afloop van het verhaal van de jonge muzikant is helaas niet overgeleverd. Of hij ooit uitgroeide tot een succesvol kitharôde en fortuin verwierf, weten we evenmin. Zijn verhaal is waarschijnlijk wel exemplarisch voor de inspanningen die jonge Grieken in Egypte moesten leveren om het te schoppen tot professionele muzikant. Ze hadden een flinke portie motivatie (om dagelijks te trainen), discipline (zich houden aan de juiste voedingsvoorwaarden), begeleiding (een goede leermeester die hen de kneepjes van het vak moest bijbrengen en een mentorfunctie vervulde) en vooral een groot budget nodig (om het dure concertinstrument, de levensmiddelen en het loon van hun trainer te financieren).

Provinciale muzikanten in Romeins Egypte

Niet alle muzikanten in Grieks-Romeins Egypte hadden de mogelijkheid om zich evenzeer te professionaliseren als de rijke Griekse elite en deel te nemen aan muziekwedstrijden. Dat wil daarom niet zeggen dat enkel rijke personen het beroep van muzikant konden uitoefenen. Het werd uitgeoefend door mensen uit verschillende sociale lagen van de antieke samenleving. Zo bestond er bijvoorbeeld een middenklasse onder de muzikanten waarover meerdere details bekend zijn. Die informatie hebben we te danken aan een twintigtal (deels) bewaarde juridische documentaire bronnen (contracten) die de muzikanten afsloten met particulieren (bijvoorbeeld P. Oxy. 10 1275 [TM 31729], P. Oxy. 74 5014 [TM 128320], P. L. Bat. 6 54 [TM 10761], P. Flor. 1 74 [TM 23578]).

Daarnaast bestaan er nog enkele gelijkaardige contracten die afgesloten werden door dansers of danseressen of andere types van artiesten (bijvoorbeeld P. Corn. 9 [TM 10609] en BGU 7 1648 [TM 27600]). De documenten laten zien dat bepaalde muzikanten zich verenigden in ensembles en rondtrokken in hun eigen gouw of provincie om lokale dorpsfestivals tegen betaling op te vrolijken met hun muziek. Dat gebeurde voornamelijk in de Romeinse periode, hoewel er mogelijk precedenten waren in de Ptolemaeïsche periode (P. Hib. 1 54 [TM 8204], P. Oxy. 4 731 [TM 20431] en CPR 18 1 [TM 7760]). Hun beperkte actieradius (voornamelijk binnen hun eigen gouw/provincie) leverde hen de bijnaam ‘provinciale muzikanten’ in het huidige onderzoek op.

De contracten bieden informatie over de werkgevers, de muzikanten zelf (auleten waren muzikanten die de aulos bespeelden, een typisch Grieks blaasinstrument, en dat type muzikanten komt in papyri het vaakst voor) en de interne hiërarchie, de duur van de voorziene arbeid, de uitbetaling van de artiesten (een krotalistria was bijvoorbeeld een vrouwelijke danseres die een soort castagnetten hanteerde terwijl ze danste), de regeling van hun transport naar het dorp, hun bezittingen, enzovoort. Onderstaande vertaling van een 3de-eeuwse papyrus uit Oxyrhynchus (P. Oxy. 34 2721 [TM 16593]) kan dienen als pars pro toto wegens de grote uniformiteit van de contracten:

Zijn onderling overeengekomen, Aurelios Ptollion, zoon van Barbaros, en Heras, zoon van Heras, beiden burgemeester van de mannen die feest vieren in het dorp Nesmeimis, en anderzijds Antinoos, zoon van Hermias, eerste auleet en aan het hoofd geplaatst van drie auleten en een krotalistria:
Ptollion en de anderen huurden Antinoos in met zijn volledige compagnie om op te treden voor de mannen die feesten op een festival van vier dagen vanaf de elfde van de volgende maand van Hathyr van dit jaar, voor een dagelijks salaris van 50 drachmen, 12 paren brood, twee kotylai radijsolie, behalve degene die voor verlichting dient, en een rantsoen, en de gebruikelijke diensten, en, voor alle dagen een keramion wijn, alle waren zijn puur.
In verband met hun salaris. Antinoos krijgt hier als voorschot 20 drachmen, en ze (Aurelios en Heras) zullen hem en de anderen transporteren met drie ezels, behalve bij overmacht, van de Oxyrhynchitische gouw. Ze zullen hen brengen naar het dorp en hen een veilige en stille accommodatie aanbieden, en na de vier dagen, nadat ze tevreden zijn met hun salarissen en de fooien, in totaal en verplicht, zullen ze hen transporteren op de vijftiende naar dezelfde Oxyrhynchites met eenzelfde aantal ezels, drie, gezond en wel.
Antinoos van zijn kant stemt in met alle vastgestelde bepalingen hierboven. De wederzijdse overeenkomst, opgemaakt in twee exemplaren is geldig.
Het veertiende jaar van de keizer Marcus Aurelius Severus Alexander, Pius, Felix, Augustus, de dertiende Phaophi.

Deze juridische documenten laten zien dat het contract vaak onderhandeld werd tussen twee partijen. De eerste partij was die van de werkgever, die de muzikanten inhuurde. In sommige gevallen was dat een van de prostatai (προστάται: dorpsautoriteiten) van de kleine kômai (κῶμαι: dorpjes) op het Egyptische platteland. Toch konden het ook gewoon (rijke) particulieren of leden van een lokale dorpsvereniging zijn die een beroep deden op de kunsten van de muzikanten. De andere partij in de contracten, die de muzikanten of artiesten vertegenwoordigde, was vaak de prôtaulès (πρωταύλης: eerste auleet of fluitspeler, hoofdauleet) en/of proestôs (προεστώς: leidinggevende of letterlijk “aan het hoofd geplaatste”). In sommige papyri ontving de hoofdauleet ook een voorschot, dat hij waarschijnlijk volledig in eigen zak kon steken.

Roodfigurige vaas met afbeelding van een vrouwelijke auleet (ca. 480 v.C.)

De betaling voor het hele orkest was steeds tweeledig. Naast een goed salaris, uitbetaald in drachmen, ontvingen ze levensmiddelen (olie, wijn en brood) voor de tijd die ze spendeerden in het dorp. Vaak kregen ze daar ook een verblijfplaats aangeboden. Helaas zwijgen de papyri over hoe het geld nadien verdeeld werd. Kregen alle leden van de compagnie hetzelfde salaris, of hadden bepaalde muzikanten recht op meer vergoeding dan anderen? Een aparte clausule in het contract toont dat de werkgevers ezels (en waarschijnlijk een soort escorte) ter beschikking stelden om de muzikanten te helpen met hun transport (van en) naar het dorp. Dat was geen overbodige luxe, want de dure instrumenten en de goede uitbetaling van hun loon maakten hen hoogstwaarschijnlijk tot een geliefd doelwit voor dieven.

Helaas roepen de contracten meer vragen op dan dat ze ons antwoorden verschaffen. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de rekrutering van dergelijke artiesten gebeurde en of ze een formele opleiding hadden genoten. Daarnaast is er het hierboven besproken probleem van de betaling. Wie kreeg welk deel van de uitbetaling en verdeelde de prôtaulès het geld? De ambulante ensembles leken dus op korte termijn heel wat geld te kunnen verdienen, maar het is onduidelijk of dit een fulltime bezigheid was.

Lees meer

Bélis, A., ‘Les termes grecs et latins désignant des spécialités musicales’, Revue de Philologie de Litterature et d’Histoire anciennes 62 (1988), p. 227-250.
Bélis, A., Les musiciens dans l’antiquité, Parijs, 1999.
Bélis, A., ‘Contrats et engagements de musiciens et d’artistes transmis par des papyrus grecs’, p. 149-157 in Emerit (ed.), Le statut du musician dans la méditerranée ancienne: Égypte, Mésopotamie, Grèce, Rome, Parijs, 2013.
Manniche, L., Music and musicians in ancient Egypt, Londen, 1991.
Power, T., The culture of kitharôidia, Cambridge, Massachusetts en Londen, 2010.
Vandoni, M., Feste pubbliche e private nei documenti greci, Milaan, 1964, n° 14-27.

Coverafbeelding: adaptatie van de flyer van de tentoonstelling ‘Sounds of Roman Egypt’ in het UCL Petrie Museum (22 januari-22 april 2019) (CC BY-SA 3.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1793