Palmyra Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/palmyra/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 30 Nov 2025 21:09:55 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Palmyra Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/palmyra/ 32 32 136391722 ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/#respond Sun, 30 Nov 2025 21:09:55 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2747 Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098]

Meertaligheid toont de verbondenheid met twee of meer culturen en in de Klassieke Oudheid was dit niet anders. In dit artikel wordt een kwantitatieve masterproef over identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties gebruikt om dit te onderzoeken voor de Hellenistische en Romeinse periode.

Het bericht ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties van Nathan Van Hoof Hoefnagels verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098]

Taal is meer dan een communicatiemiddel; het is een symbool van culturele eigenheid. In een land als België, en een regio als Vlaanderen, behoeft dit geen verdere uitleg. Ook tweetaligheid is, en was, een identitair kenmerk. Meertaligheid toont namelijk de verbondenheid met twee of meer culturen en in de Klassieke Oudheid was dit niet anders. Er zijn echter geen mondelinge getuigenissen uit die periode, waardoor we ons moeten richten op geschreven bronnen. Grafschriften vormen de ideale bronnen om hier meer over te weten, aangezien ze bij uitstek de identiteit van de overledenen uitdrukten. Het was immers datgene waarmee zij herinnerd zouden worden.

Leemte in het onderzoek

De voorbije decennia is het onderzoek naar antieke tweetalige grafinscripties nogal beperkt van aard gebleken. Binnen het onderzoeksveld heeft men zich voornamelijk op de Latijnse tweetaligheid gefocust. Om deze reden heb ik in het academiejaar 2023-2024 in mijn masterproef onderzoek gedaan naar de Griekse, niet-Latijnse tweetalige grafschriften.[1] Ik heb meer bepaald onderzocht op welke manier taal, tekst en onomastiek de identiteitsbeleving van de overledenen bepaalden. Ik heb onder meer gekeken naar posities van de talen op de grafschriften, alsook hun lengte en inhoud om zo meer te weten te komen over de identiteit van de overledenen. Daarnaast heb ik ook de etymologie van de eigennamen onderzocht. Zo wordt er antwoord geboden op een vraag als “Hadden de overledenen voornamelijk Griekse namen of niet?”. Dit vertelt ons meer over de identiteitsbeleving van de overledenen.

Van Palmyra tot Egypte

De antieke grafinscripties die hier in de schijnwerpers zullen staan zijn voornamelijk afkomstig uit het Griekstalige oosten. Het grootste deel hiervan zijn Grieks-Palmyreens, uit de bekende Syrische karavaanstad Palmyra. Zij worden kwantitatief op de voet gevolgd door de Grieks-Hebreeuwse grafschriften. Zij komen zowel uit het antieke Judea als uit de Joodse catacomben van Rome en Italië. Daarna volgen de Grieks-Frygische epitafen, afkomstig uit Centraal-Anatolië. De Grieks-Koptische en Grieks-Demotische grafschriften sluiten de top 5 af, allebei uit Egypte, zij het geschreven in een ander stadium van de Egyptische taal. We spreken hier over 305 grafinscripties in totaal. Er zijn nog tal van andere Griekse, niet-Latijnse tweetalige grafschriften, maar hun aantallen zijn te klein en ze zijn te slecht gedocumenteerd om er betekenisvol onderzoek naar te doen. Chronologisch zijn de 305 tweetalige grafinscripties voornamelijk te situeren in de 3de eeuw v.C. en in de 2de eeuw n.C.

Schijfdiagram van het aantal Griekse tweetalige grafinscripties, opgedeeld per taal

Grieks boven!

De keuze van welke taal eerst kwam, alsook de lengte van de teksten en de inhoud ervan bepalen welke identiteit de overledenen of hun nabestaanden wilden uitdrukken via de grafschriften. Daarom heb ik de relatieve positie van de teksten/talen, de lengte en inhoud van elke tekst onderzocht, per grafschrift.

Ik heb een eigen databank gemaakt op basis van de Trismegistos-database, waarin ik voor elk grafschrift drie dingen heb vastgelegd: de positie van de tekst, hoe lang de tekst is, en wat erin staat. De gegevens zijn per taal gegroepeerd. Om het overzicht te bewaren is alles in tabellen gegoten.[2]

[1. Positie – Grieks met:]

Grieks Boven Grieks Onder Naast Elkaar Grieks

Midden

Andere Taal Midden Onbepaald
Palmyreens 80,6% 11,1% 8,3% 0,0% 0,0% 0,0%
Hebreeuws 52,2% 23,2% 5,8% 2,9% 2,9% 13,0%
Frygisch 81,8% 7,6% 1,5% 0,0% 9,1% 0,0%
Koptisch 47,5% 22,0% 5,1% 10,2% 8,5% 3,4%
Demotisch 15,4% 43,6% 7,7% 5,1% 0,0% 28,2%
Totaal % 59,7% 20,0% 6,2% 3,3% 4,3% 7,2%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 20.

Bovenstaande tabel toont aan dat in een meerderheid van de gevallen het Grieks boven de andere taal staat geschreven op een grafschrift. De Grieks-Demotische grafschriften vormen de uitzondering die de regel bevestigen. Dit lijkt er dus op te wijzen dat het Grieks een belangrijkere status aannam dan de lokale taal. Er zijn wel onderlinge verschillen op te merken: zo staat het Grieks zéér vaak bovenaan een Grieks-Frygische inscriptie, maar is dat bij de Grieks-Koptische grafinscripties veel minder het geval. Soms is het echter niet duidelijk wat de positie van de talen juist is, vandaar de laatste kolom genaamd “Onbepaald”. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met de slechte staat van de inscriptie of een onduidelijke teksteditie, waarbij de positie van de teksten niet wordt aangegeven.

Alle talen zijn gelijk, maar sommige…

[2. Hoeveelheid – Grieks met:]

Evenveel lijnen Grieks > Andere taal Grieks < Andere taal Onbepaald
Palmyreens 48,6% 25,0% 12,5% 13,9%
Hebreeuws 24,6% 56,5% 14,5% 4,3%
Frygisch 33,3% 34,8% 12,1% 19,7%
Koptisch 28,8% 23,7% 42,4% 5,1%
Demotisch 18% 7,7% 51,3% 23,1%
Totaal % 32,1% 31,8% 23,9% 12,1%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 21

Ongeveer 1/3de van de grafschriften in de tabel combineert evenveel Grieks met een andere taal, bijna evenveel grafschriften bevatten meer Grieks. Minder dan een kwart van de grafinscripties bevat meer niet-Griekse tekst dan Griekse tekst. Opnieuw zijn het de Grieks-Demotische en in dit geval ook de Grieks-Koptische grafschriften die hier de uitzondering vormen op de rest. Vanwege de slechte staat van sommige grafinscripties, of omwille van andere redenen, is het in 12% van de gevallen niet duidelijk welke taal nu dominant is.

Wat wordt er precies gezegd?

[3. Inhoud – Taal:]

ID in Grieks ID in andere taal Religieuze inhoud in Grieks[3] Religieuze inhoud in and. taal[4] Spreuk in Grieks Spreuk in and. taal
Gr.-Palmyr. 95,8% 97,2% 0,0% 0,0% 5,6% 11,1%
Gr.-Hebr. 95,7% 56,5% 0,0% 0,0% 7,2% 42,0%
Gr.-Fryg. 97,0% 1,5% 4,6% 0,0% 12,1% 100,0%
Gr.-Kopt. 11,9% 66,1% 22,0% 23,7% 66,1% 10,2%
Gr.-Demot. 89,7% 64,1% 0,0% 43,6% 2,6% 10,3%
Tot. 241 174 16 31 57 113

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 22

Dankzij de tabel hierboven kunnen we ook zien dat de Griekse taal vaak de overledene identificeert. Dat is in de niet-Griekse talen toch minder het geval. Deze talen worden eerder gebruikt om bepaalde (funeraire) spreuken, formules of religieuze inhoud over te brengen. De Grieks-Koptische grafschriften vormen hierop een uitzondering. De percentages overlappen hier omdat een tekst uiteraard meerdere inhoudelijke zaken kan bevatten.

Op basis van deze drie factoren kunnen we stellen dat de Griekse taal toch een zekere overmacht had op tweetalige grafschriften ten opzichte van de lokale talen. Al zijn er hier en daar uitzonderingen, voornamelijk terug te vinden op de Egyptische grafschriften.

Beroepstrots tot in de kist

Een tweetalige Grieks-Palmyreens funerair reliëf van Marcus (een kolonist uit Berytos)

James Noel Adams toont aan in zijn Bilingualism and the Latin Language dat in Latijnse tweetalige grafschriften de beroepsidentiteit van de overledene wordt benadrukt door middel van de taal. Hetzelfde is terug te vinden bij de Griekse tegenhangers. Zo is er een hiërogliefensnijder genaamd Besas die, naast Grieks, ook hiërogliefen op zijn grafschrift heeft staan [TM 52806]. Ongetwijfeld heeft Besas deze hiërogliefen er op laten zetten omwille van zijn beroep.

Het omgekeerde zien we echter ook: zo zijn er de grafschriften van een Grieks-Hebreeuwse leraar [TM 876393] en een Grieks-Palmyreense dokter [TM 829352] die de respectievelijke beroepen expliciet in het Grieks vermelden, maar niet in de lokale taal. Misschien was de leerkracht gespecialiseerd in Grieks onderricht? Adams merkte op dat ook Grieks-Latijnse grafschriften het beroep van dokter vermelden in de Griekse taal.

Naam en faam

Om meer te weten te komen over de identiteitsbeleving van overledenen moet er natuurlijk ook naar de namen en identificatie van die mensen gekeken worden. De etymologie van de naam van de overledene is natuurlijk een belangrijke factor om meer te weten te komen over de achtergrond en identiteit van de persoon. Iemand met een Griekse naam zal misschien wel eerder een band hebben met de Griekse cultuur dan met de lokale cultuur.

Deze dataset is groter dan die van het eerste deel, aangezien eigennamen vaak duidelijker zijn terug te vinden in de tekstedities dan de exacte positie van teksten of de exacte lengte van die teksten. Daarom worden ook Grieks-Nabatese, -Aramese, en -Fenicische grafschriften gebruikt voor dit onderdeel. Die opschriften komen voornamelijk uit het huidige Libanon en Israël/Palestina.

Deze resultaten werden opnieuw per taal gesorteerd en vervolgens in overzichtelijke tabellen gegoten.

[4. Etymologie – Grieks met:]

Grieks Andere Latijn Beide Onbekend
Palmyreens 13,9% 68,4% 16,1% 0% 1,5%
Frygisch 46,4% 28,9% 17,5% 0% 7,2%
Hebreeuws 27,3% 58,5% 13% 0% 1,3%
Koptisch 36,1% 61,1% 0% 0% 2,8%
Demotisch 37,5% 50% 0% 6,3% 6,3%
Hiërogliefisch 40% 50% 0% 10% 0%
Nabatees 16,7% 66,7% 0% 8,3% 8,3%
Aramees 9,1% 81,8% 9,1% 0% 0%
Fenicisch 47,4% 52,6% 0% 0% 0%
Totaal % 29,5% 54,9% 11,3% 1,1% 3,2%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 47

Deze tabel toont de linguïstische etymologie van de namen op de grafschriften. In totaal beschikken we over 432 namen. Op sommige grafinscripties staan namelijk meerdere namen, hetzij omdat er meerdere personen in één graf waren begraven, hetzij omdat de persoon in kwestie met meerdere namen bekend was. De categorie ‘Andere’ slaat op een niet-Griekse, niet-Latijnse naam vaak afkomstig uit de lokale taal van het grafschrift, maar niet altijd. ‘Beide’ wilt zeggen dat de naam bestaat uit twee onderdelen, elk afkomstig uit een andere taal. Het is duidelijk dat over het algemeen één soort etymologie overheerst, namelijk die van de lokale taal. De Grieks-Frygische grafschriften uit Centraal-Anatolië vormen echter de uitzondering: bijna de helft van die namen zijn van Griekse origine. De verdeling die te zien is tussen de verschillende regio’s is heel interessant. Meer dan 2/3de van de grafschriften uit Palmyra draagt een Palmyreense naam, terwijl slechts de helft van de Egyptische grafschriften een Egyptische naam bevat. De etymologie van een naam is uiteraard niet altijd bekend.

Identiteit achter de naam

Tweetalig grafschrift Latijn-Palmyreens van een vrijgelatene met meer identificatie-elementen (zoals de naam van haar echtgenoot) enkel in het Latijn

Naast namen vermelden de grafschriften ook vaak andere identificatie-elementen. In de Oudheid bestonden er namelijk geen achternamen zoals wij die kennen. Op een grafschrift moest men zich dus op andere manieren differentiëren van mensen met dezelfde voornaam. Daarom werd vaak de naam van de vader toegevoegd achter die van de dode, als patroniem (bijvoorbeeld Thaimarsas, zoon van Zabdaathes [TM 831060], zie ook de website van Virtual Museum of Syria voor een afbeelding en meer context). In sommige gevallen was dit de naam van de moeder, een metroniem. Om iemand nog specifieker te identificeren werd vaak ook de naam van de grootvader, overgrootvader, enzovoort toegevoegd. Daarbovenop werden nog andere identificatie-elementen gebruikt: woonplaats, echtgeno(o)t(e), clan of beroep.

Ik heb niet in kaart gebracht welke identificatie-elementen er werden gebruikt, maar wel hoeveel, en of die hoeveelheid dezelfde was in beide talen. Iemand die immers heel uitgebreid geïdentificeerd wordt in de lokale taal en slechts zeer kort in het Grieks, voelde zich waarschijnlijk eerder verbonden met de lokale cultuur dan de Griekse.

[5. ID-elementen: – Grieks met:]

ID-elementen in Grieks ID-elementen in Andere taal Langer?
Palmyreens 3,08 3,41 Andere taal
Frygisch 1,23 / /
Hebreeuws 1,84 1,39 Grieks
Koptisch 2,89 1,5 Grieks
Demotisch 2,06 2,36 Andere taal
Hiërogliefisch 2,69 2,75 Andere taal
Nabatees 1,91 2,33 Andere taal
Aramees 2,67 2,6 Grieks
Fenicisch 2,6 3,1 Andere taal
Totaalgemiddelde 2,19 2,62 Andere taal

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 48

Deze tabel toont het gemiddeld aantal identificatie-elementen per overledene per taal. Voor het Grieks is hier gekeken naar de 241 Griekse teksten die iemand identificeren en voor de lokale taal naar de 174 teksten (zie tabel 3). Het betreft hier dus niet grafschriften waarbij beide teksten de overledene identificeren. Het totaal toont aan dat de overledenen in het algemeen uitgebreider in de lokale taal werden bekendgemaakt dan in het Grieks. Er zijn wel uitzonderingen, namelijk de Grieks-Hebreeuwse, -Koptische, en -Aramese teksten. Daarnaast is het ook interessant om de verschillen te zien tussen de talen. Over het algemeen identificeren de Grieks-Palmyreense grafinscripties de overledene uitvoeriger, met gemiddeld meer dan drie elementen, dan hun Grieks-Hebreeuwse tegenhangers, met gemiddeld minder dan twee elementen.

Genderongelijkheid tot de dood

Er zijn ook opvallende verschillen op te merken tussen de identificatie van mannen en van vrouwen op de grafstenen. Mannen werden over het algemeen uitgebreider genoemd dan vrouwen, met meer elementen. Vrouwen moesten zich vaak tevredenstellen met twee identificatie-elementen of minder, terwijl de mannen er vaak meer dan twee hadden. De talige afkomst van de vrouwennamen en de mannennamen verschilt echter weinig van elkaar. In de helft van de gevallen worden de namen van de vrouwen enkel genoemd in de Griekse tekst. Mannen worden dan weer in 2/3de van de gevallen in beide talen bekendgemaakt.

Conclusie

Er kan besloten worden dat het beeld niet éénduidig is inzake de identiteitsbeleving van overledenen met tweetalige grafschriften. Op basis van de positie van de teksten, de lengte en de inhoud zou je denken dat over het algemeen de Griekse identiteit de overhand heeft. Als we echter kijken naar de namen en de lengte van identificatie van de overledenen zien we een dominantie van de lokale talen. Dit is net het mooie aan deze grafinscripties, namelijk dat de twee culturen en talen, lokaal én Grieks, hand in hand gaan. Het is dus duidelijk dat deze overledenen een hybride identiteitsbeleving hadden, waarbij hun lokale wortels werden gecombineerd met de dominante Griekse cultuur.

Meer lezen

Adams, James Noel. Bilingualism and the Latin language. Cambridge: Cambridge University Press, 2003.

Adams, James Noel en Janse, Mark en Simon Swain, reds. Bilingualism in Ancient Society: Language Contact and the Written Text: 1-23. Oxford: Oxford University Press, 2002.

Van Hoof Hoefnagels, Nathan. ‘ἐν םולש ἡ κοίμησις: Een studie naar identiteitsbeleving o.b.v. Griekse tweetalige grafinscripties’. Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024.

Van Hoof Hoefnagels, Nathan. “ἐν שלום ἡ κοίμησις. Identiteit van overledenen in Griekse tweetalige grafinscripties.” Poster gepresenteerd op de Masterproefpresentaties 2023-2024.

[1] Enkele drietalige inscripties met aanwezigheid van Latijn (naast het Grieks en een andere taal) werden ook onderzocht, maar de Latijnse teksten werden genegeerd voor dit onderzoek.

[2] Bij alle tabellen wijkt het opgetelde totaalpercentage af van 100% vanwege afrondingen

[3] Exclusief religieuze spreuken

[4] Exclusief religieuze spreuken

Coverafbeelding: Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098], afkomstig uit de databank Hesperia (CC BY-NC 3.0)

[De auteur wil Michiel D’huyvetters en Stef Janssens bedanken voor het proeflezen.]

Het bericht ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties van Nathan Van Hoof Hoefnagels verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/feed/ 0 2747
Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/#respond Sat, 23 Oct 2021 15:42:30 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2056

Avidius Cassius, een Romeinse generaal die met zijn leger in opstand kwam tegen keizer Marcus Aurelius 175 n.C., was mogelijk een slachtoffer van 'fake news' in de Oudheid. Speelde ook keizerin Faustina een rol in deze revolte? Lees het in onze 'fact check' over deze Avidius Cassius.

Het bericht Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news van Bram Fauconnier verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Sinds de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in 2016 zijn de thema’s fake news en desinformatie niet meer weg te denken in de media. De coronacrisis heeft de discussie nog verder scherp gesteld. Misleidende informatie, vervalste nieuwsberichten en samenzweringstheorieën tieren welig op sociale media en lijken in staat om hele samenlevingen te ontwrichten. De schaal waarop fake news vandaag verspreid wordt, is uiteraard zonder precedent, maar toch konden valse berichten ook in premoderne samenlevingen grote gevolgen hebben. Deze blogpost gaat over een opmerkelijk voorbeeld uit het Romeinse Rijk van de 2de eeuw n.C.: de opstand van de Romeinse bevelhebber Avidius Cassius tegen keizer Marcus Aurelius.

Avidius Cassius

Buste van de Romeinse keizer Marcus Aurelius

Avidius Cassius was een van de voornaamste legeraanvoerders van keizer Marcus Aurelius, die regeerde van 161 tot 180 n.C. Cassius’ familie was afkomstig uit Syrië en zou zelfs afstammen van het Seleucidische vorstenhuis uit de Hellenistische periode. De familie is een mooi voorbeeld van de romanisering van provinciale elites en hun integratie in het rijksbestuur. Zijn vader, Avidius Heliodorus, had al hoge functies vervuld onder Hadrianus en Antoninus Pius, de voorgangers van Marcus Aurelius. Avidius Cassius scheerde nog hogere toppen. Als generaal boekte hij grote militaire successen in de oorlog tegen de Parthen en in 166 n.C. bekleedde hij het consulaat, het hoogste politieke ambt in Rome. Enkele jaren later werd hem een uitzonderlijk oppercommando over het hele oostelijke gedeelte van het rijk toegekend. Onder zijn leiding werd een potentieel gevaarlijke opstand van de lokale bevolking in Nijldelta neergeslagen. Marcus Aurelius moet een groot vertrouwen hebben gehad in deze capabele generaal.

Campagne

Buste van Tiberius Claudius Pompeianus, schoonzoon van Marcus Aurelius

In 175 n.C. voerde Marcus Aurelius campagne aan de Donau tegen de Marcomannen en de Jazygen, confederaties van “barbaarse” stammen die de Romeinse grenzen bedreigden. In het voorjaar werd hij echter zwaar ziek. Wat er vervolgens gebeurde, is niet helemaal duidelijk. De historicus Cassius Dio, die zo’n 40 jaar na de feiten schreef, beweerde dat keizerin Faustina radeloos werd door de ziekte van haar man. Uit schrik om opzij geschoven te worden door politieke rivalen – men denkt hierbij vooral aan de machtige schoonzoon van de keizer, Claudius Pompeianus – zou zij Avidius Cassius een brief geschreven hebben met de vraag om na de dood van de keizer met haar te trouwen en de troon te bestijgen. Een andere bron uit de late vierde eeuw, de zogenaamde ‘Historia Augusta’, probeert dat te weerleggen door een brief van Faustina aan Marcus Aurelius te citeren, waarin zij een zware straf voor de opstandige generaal eist. Die brief is echter geheel fictief en pleit Faustina dus niet vrij. Heeft Faustina dan toch een rol gespeeld in de opstand? We zullen het nooit zeker weten.

Opstand

Ook over het daadwerkelijke begin van de opstand heerst er onzekerheid. Volgens Dio kreeg Avidius Cassius kort na de brief van Faustina het valse bericht dat de keizer overleden was “en hij eiste onmiddellijk de troon op, zonder na te gaan of het bericht juist was”. In hedendaagse termen: Cassius zou het hebben nagelaten een degelijke fact check uit te voeren. Volgens de ‘Historia Augusta’ zou Cassius echter zélf het valse gerucht verspreid hebben, om zo de steun van de troepen te krijgen. Hoe het ook zij, Cassius kwam in opstand en bijna alle oostelijke provincies, inclusief de zeven legioenen die er gelegerd waren, schaarden zich achter hem. Snel werd het duidelijk dat de keizer nog leefde, maar er was nu geen weg meer terug. Herodes Atticus, een miljonair uit Athene die goede banden had met het keizerlijke hof en met Avidius Cassius, zou de opstandige generaal een brief hebben gestuurd die slechts uit één woord bestond: “emanes”, “je bent gestoord!”

Buste van keizerin Faustina (Minor)

In het legerkamp van Marcus Aurelius aan de Donau sloeg het nieuws van de opstand in als een bom. Volgens Dio was de intussen herstelde keizer diepbedroefd dat zijn vriend zich tegen hem had gekeerd. Hij staakte zijn campagnes tegen de Jazygen en trok op naar het oosten om de opstand neer te slaan. Het kwam echter niet tot een veldslag. Avidius Cassius werd, amper drie maanden na het begin van de opstand, door twee van zijn officieren om het leven gebracht. Marcus Aurelius trok vervolgens door de oostelijke provincies om zijn gezag te herstellen. De keizer toonde zich vergevingsgezind: zware represailles bleven uit en de correspondentie van Avidius Cassius werd verbrand om duidelijk te maken dat het hoofdstuk afgesloten was. Faustina stierf enkele maanden later en werd door haar man met alle égards begraven. Volgens Dio stierf ze aan jicht of pleegde ze zelfmoord om straf voor haar betrokkenheid in de opstand te vermijden. Net als haar brief aan Cassius is dat laatste mogelijk een verzinsel.

Mysteries?

Er blijven nog veel vraagtekens. Herodes Atticus lijkt een punt te hebben gehad toen hij Avidius Cassius gestoord noemde, want hij maakte met zijn opstand amper kans om Rome in te nemen en keizer te worden. De westelijke legioenen waren veel talrijker en ze zouden ook nooit de kant van Cassius hebben gekozen als de keizer daadwerkelijk gestorven zou zijn. Het commando zou in dat geval zijn overgenomen door Claudius Pompeianus, de rechterhand en schoonzoon van de keizer. Wat bezielde Avidius Cassius dan? Klopt het beeld van Dio dat de opstand in feite een ‘ongeluk’ was, ingegeven door misleidende informatie van Faustina en fake news over de dood van de keizer? Voorzichtigheid is geboden, want Dio was een bewonderaar van Marcus Aurelius en hij stelde zijn regeerperiode voor als stabiel en harmonieus. Het paste dus in zijn narratief om de opstand af te schilderen als een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Recent onderzoek geeft een andere verklaring voor de opstand. Cassius zou nooit hebben geprobeerd om de nieuwe keizer van het hele Romeinse Rijk te worden, maar eerder een soort separatistische koers hebben gevaren. Met zijn opstand zou hij zijn uitzonderlijke machtspositie in het oosten een permanent karakter hebben willen geven door zich uit te roepen tot een soort keizer van het Oosten. Het lijkt er bovendien op dat er voorheen al veel ontevredenheid was in de oostelijke provincies tegenover het beleid van Marcus Aurelius. Zijn oorlogen aan de Donau werden immers gefinancierd met zware belastingen, waarvan de rijke oostelijke provincies een groot deel moesten ophoesten. Dat zou mede verklaren waarom Cassius op korte tijd zowat het hele Oosten aan zijn kant kreeg. De opstand van Cassius zou op die manier een voorloper zijn geweest van de opstanden in de 3de eeuw n.C., toen onder meer de stadstaat Palmyra zich met een groot deel van de oostelijke provincies afscheurde. Het valse bericht over de dood van Marcus Aurelius zou in dat scenario slechts een aanleiding zijn geweest voor de opstand, geen oorzaak. Dat scenario pleit bovendien Faustina vrij, want zij had niets te winnen bij een separatistische revolte.

Kaart van de Opstand van Avidius Cassius in 175 n.C.

Conclusie

Het verhaal van de opstand van Cassius illustreert een belangrijk verschil tussen heden en verleden. Vandaag vormt de snelheid waarmee vals nieuws verspreid wordt een probleem, en fact checking wordt bemoeilijkt door de enorme hoeveelheid informatie. In de Oudheid lag het probleem net bij de trage communicatie. Het duurde weken om een bericht van de ene naar de andere kant van het rijk te brengen. Een snelle fact check was daardoor onmogelijk. Eenmaal geruchten over de dood van de keizer de ronde deden, moest Avidius Cassius snel handelen om zijn politieke rivalen aan het hof voor te zijn en zijn positie in het Oosten te handhaven. Cassius gokte verkeerd en kwam noodlottig aan zijn einde. We kunnen ons alleen maar afvragen wat er gebeurd zou zijn als Marcus Aurelius daadwerkelijk gestorven was…

Meer lezen?

Cassius Dio, Romeinse geschiedenis, 72. 22-29. (samengevat in de 11de eeuw door de Byzantijnse geleerde Johannes Xiphilinus)

Historia Augusta, Avidius Cassius

Philostratus, Levens van de sofisten, 563 (over de brief van Herodes Atticus aan Avidius Cassius)

Kemezis, A. (2021), ‘Avoiding the Eastern Question: Avidius Cassius and the Antonine Succession in Cassius Dio’, in: J.M. Madsen en C.H. Lange, Cassius Dio the Historian: Methods and Approaches, Leiden, p. 195-222.

Levick, B. Faustina I and II: Imperial Women of the Golden Age, New York, 2014.

Coverafbeelding: adaptatie van de 3D-sketch “Equestrian Statue of Marcus Aurelius” van leifchri92 op Sketchfab (CC BY 4.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news van Bram Fauconnier verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/10/2021/quis-est-avidius-cassius-slachtoffer-van-fake-news/feed/ 0 2056
De visie van Verreth: de Eagle-reeks van Simon Scarrow https://www.oudegeschiedenis.be/08/06/2018/de-visie-van-verreth-de-eagle-reeks-van-simon-scarrow/ https://www.oudegeschiedenis.be/08/06/2018/de-visie-van-verreth-de-eagle-reeks-van-simon-scarrow/#respond Fri, 08 Jun 2018 16:32:55 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=869

Enkele weken geleden verscheen de pocketversie van het zestiende deel (getiteld Day of the Caesars) van de onvolprezen romanreeks met de officieuze titel 'The Eagle' van Simon Scarrow, een Britse schrijver, maar in 1962 geboren in Nigeria. Onze huisrecensent Herbert Verreth kocht de nieuwe roman die gesitueerd is in de regering van keizer Claudius en het eerste jaar van keizer Nero en bespreekt de volledige reeks over de Romeinse militairen Quintus Licinius Cato en Lucius Cornelius Macro.

Het bericht De visie van Verreth: de Eagle-reeks van Simon Scarrow van Herbert Verreth verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Enkele weken geleden verscheen de pocketversie van het zestiende deel (getiteld Day of the Caesars) van de onvolprezen romanreeks met de officieuze titel ‘The Eagle‘ van Simon Scarrow, een Britse schrijver geboren in Nigeria in 1962. Ik heb ooit het eerste deel op goed geluk gekocht en sindsdien kijk ik vol spanning uit naar elke nieuwe roman over de Romeinse militairen Quintus Licinius Cato en Lucius Cornelius Macro gesitueerd in de regering van keizer Claudius en het eerste jaar van keizer Nero. De reeks is klaarblijkelijk een groot succes in de Angelsaksische wereld, maar in Nederlandse vertaling zijn sinds 2013 vooralsnog alleen de eerste zes delen uitgebracht.

Historische achtergrond

Auteur Simon Scarrow

Ik heb niet direct informatie gevonden over de (historische?) masteropleiding die Scarrow in zijn jonge jaren gevolgd heeft, maar ondertussen is hij in ieder geval een volleerd specialist op het gebied van het Romeinse leger, die er als geen ander in geslaagd is om de lezer dat leger van binnen uit te doen begrijpen. De training van legionairs om in een perfect gelid te vechten en alle mogelijke manoeuvres uit te voeren, de manier waarop Keltische oppida ingenomen en verwoest kunnen worden, de belegering van oosterse steden, de ondertunneling om een poortgebouw of verdedigingswal te laten instorten, de inname van een zwaar verdedigde doorwaadbare plaats of heuvel, de uitputtende marsen door de woestijn of door de barre koude en sneeuw, de werking van de Romeinse vloot en van de ruiterij van de auxilia, allemaal aspecten die we als lezer meemaken in de eerste linies van het krijgsgewoel en die zeer filmisch beschreven worden, waarbij elk detail tot in de puntjes uitgewerkt is. De historische insteek wordt steeds ondersteund door heel wat kaartjes en een organigram van de betrokken legereenheden. Elk boek kan afzonderlijk gelezen worden, maar – zoals wel vaker het geval is bij historische romanreeksen – groeien de personages mee met het verhaal en zijn bepaalde allusies dus beter te plaatsen indien de lezer ook de voorgaande boeken kent.

Synopsis

Het verhaal begint in 42 n.C. wanneer de jonge Cato, de zoon van een recent overleden keizerlijke vrijgelatene, van het keizerlijke hof overgebracht wordt naar Germania om daar een harde militaire opleiding te krijgen bij de Romeinse legioenen. Op voorspraak van de keizer krijgt Cato dadelijk de functie van optio of adjudant bij centurio Macro, die echter niet opgezet is met politieke benoemingen in het leger. Geleidelijk aan leren ze elkaar te appreciëren en de volgende dertien jaar worden ze elkaars steun en toeverlaat in de vele precaire situaties waarin ze terechtkomen. Omwille van zijn moed, zijn doorzettingsvermogen en zijn inzicht klimt Cato zeer snel op binnen de militaire rangen, zodat hij in de latere boeken als praefectus bij de auxilia en als tribunus van een cohors van de praetoriaanse wacht zelfs de meerdere wordt van Macro.

De eerste verhaallijn (Eagle 1-5) speelt zich af in in 42-44 n.C., het begin van de verovering van Britannia op bevel van keizer Claudius. Het optreden van historische figuren als Vespasianus, Galba en Boudicca, die pas enkele decennia later echt belangrijk zullen worden, doet veronderstellen dat Scarrow langetermijnplannen heeft. De expeditie verloopt duidelijk niet zo vlot als de keizerlijke propaganda doet vermoeden, maar de pas aangestelde keizer heeft een militaire overwinning nodig om zich steviger in het zadel te zetten. In Rome zijn er immers nog steeds aristocraten die terug willen keren naar de republiek, toen zij het zelf voor het zeggen hadden, terwijl aan het keizerlijk hof vrijgelatenen als Narcissus en Pallas volop intriges uitwerken om hun eigen invloed te vergroten. Tot hun grote ergernis geraken Cato en Macro meer en meer betrokken bij deze onfrisse toestanden en worden ze later meer dan eens gechanteerd om opdrachten uit te voeren voor Narcissus.

Cato en Macro, de hoofdrolspelers van de reeks ‘The Eagle’

Zo geraken ze betrokken bij de strijd tegen Illyrische zeerovers (Eagle 6), moeten ze zich staande houden bij grensconflicten met de Parthen in Petra en in Palmyra (Eagle 7-8) en proberen ze een slavenopstand tegen te houden die zich van Kreta naar Egypte verplaatst heeft (Eagle 9-10). In 51 n.C. moeten ze in Rome undercover gaan bij de praetoriaanse wacht om een moordaanslag op de keizer te verijdelen (Eagle 11). Ze worden teruggestuurd naar Britannia, waar de strijd nog steeds in alle hevigheid voortwoedt, en overleven daar met moeite de zelfmoord-opdrachten die ze moeten uitvoeren. Zij zijn het die er uiteindelijk in slagen om de Britse rebel Caratacus te arresteren, maar het blijkt vooralsnog onmogelijk om het druïdeneiland Mona in te nemen. (Eagle 12-14). De (voorlopig) laatste twee romans spelen zich af in 54-55 n.C. Cato en Macro worden als helden gelauwerd in Rome, maar worden onmiddellijk daarna met een eenheid van de praetoriaanse wacht naar Spanje gestuurd om een lokale opstand te onderdrukken (Eagle 15). Onder het mom van deze expeditie worden vele loyale aanhangers van keizer Claudius uit Rome verwijderd, zodat ze bij hun terugkeer alleen maar kunnen constateren dat keizerin Agrippina en haar minnaar Pallas de keizer vergiftigd hebben en de jonge Nero op de troon hebben gezet. Een groep aristocraten beraamt evenwel een complot om Britannicus, de natuurlijke zoon van Claudius, op de troon te krijgen, zodat er binnen de muren van Rome een burgeroorlog uitgevochten wordt (Eagle 16).

Conclusie

De verhalen van Scarrow zijn een mooie mengeling van historische feiten en verzonnen gebeurtenissen. De grote lijnen van de periode 42-55 n.C. zijn goed gekend uit de werken van Tacitus, Suetonius, Cassius Dion en vele anderen, maar er zijn voldoende “gaten” in dat verhaal om Scarrow de mogelijkheid te geven om plausibele episoden te verzinnen waarin Cato en Macro zich kunnen bewijzen. Ik heb in ieder geval geen flagrante historische fouten gevonden in de reeks, zodat Scarrow zijn research klaarblijkelijk naar behoren heeft gedaan.

Cato en Macro zijn geen onoverwinnelijke helden, die maar op het toneel moeten verschijnen om de problemen op te lossen. Integendeel, elke keer opnieuw moeten ze voor hun leven vechten, en ze hebben daarbij vaak afscheid moeten nemen van velen van hun collega’s, vrienden en familieleden. Ook de Romeinse legioenen op zich waarin zij vechten, moeten regelmatig het onderspit delven in de strijd, terwijl Cato zich meer dan eens afvraagt wat Rome toch te zoeken heeft in die woeste uithoeken van de beschaafde wereld. Het merendeel van de verhalen is opgebouwd rond hun militaire exploten, maar de persoonlijke component ontbreekt niet: Cato wordt verliefd op de jonge vrouw Iulia Sempronia en ze krijgen een zoontje, terwijl Macro regelmatig in bed duikt met prostituees of andere vrouwen die zijn pad kruisen. De jonge jaren van Macro krijgen overigens ook aandacht in de vorm van enkele kortverhalen, waarvan er een aantal gebundeld zijn in het boek Arena. De bundeling Invader anderzijds beschrijft de lotgevallen van hun collega optio Horatius Figulus na het vertrek van Cato en Macro uit Britannia in 44 n.C.

De lezer wordt in elk boek opnieuw meegesleept in een intense rollercoaster van actie en intrige, waarbij alleen de rauwe soldatenhumor voor een lichtere noot zorgt. Ik heb steeds meegeleefd met de sympathieke hoofdpersonages Cato en Macro en kijk dan ook vol spanning uit hoe het hen zal vergaan in het oosten wanneer ze onder bevel van generaal Corbulo de problemen in Armenia gaan aanpakken (Eagle 17 is gepland).

Coverfoto: remix van de foto ‘Forum Romanum van Carla Tavares op Wikimedia (CC BY-SA 3.0) & simonscarrow.co.uk

Overzicht van de titels

  • Scarrow, Simon, [Eagle 1] Under the eagle, 2000 [Onder de adelaar]
    42-43 n.C. – Britannia; Germania; Durocortorum – Gesoriacum, Gallia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 2] The eagle’s conquest, 2001 [De overwinning van de adelaar]
    43 n.C. – Rutupiae – Camulodunum, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 3] When the eagle hunts, 2002 [Als de adelaar jaagt]
    44 n.C. – Camulodunum – Calleva – Noviomagus – Maiden Castle, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 4] The eagle and the wolves, 2003 [De adelaar en de wolven]
    44 n.C. – Calleva, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 5] The eagle’s prey, 2004 [De prooi van de adelaar]
    44 n.C. – Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 6] The eagle’s prophecy, 2005 [De voorspelling van de adelaar]
    45 n.C. – Roma – Ravenna, Italia; Illyricum
  • Scarrow, Simon, [Eagle 7] The eagle in the sand, 2006
    46 n.C. – Jerusalem – Heshaba – Bushir, Iudaea; Petra – Wadi Rum, Nabataea; Roma, Italia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 8] Centurion, 2007
    48? n.C. – Antiocheia – Chalkis – Palmyra, Syria
  • Scarrow, Simon, [Eagle 9] The gladiator, 2009
    49 n.C. – Matala – Gortyna – Ciprana – Lyttis – Olous, Creta, Greece; Alexandreia, Egypt
  • Scarrow, Simon, [Eagle 10] The legion, 2010
    50 n.C. – Epichos – Alexandreia – Memphis – Dios Polis Magna (Thebai), Egypt; Capreae, Italia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 11] Praetorian, 2011
    51 n.C. – Picenum – Ostia – Roma – Albanus Lacus, Italia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 12] The Blood Crows, 2013
    51 n.C. – Londinium – Avibarius – Glevum – Isca – Gobannium – Bruccium, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 13] Brothers in blood – The red sail, 2014
    52 n.C. – Roma, Italia; Isurium, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 14] Britannia, 2015
    52 n.C. – Mediolanum – Mona, Wales, Britannia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 15] Invictus – A dish to die for, 2016
    54 n.C. – Asturica – Tarraco – Argentium – Augusta, Hispania; Ostia – Roma, Italia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 16] Day of the Caesars, 2017
    54-55 n.C. – Roma – Ostia – Capreae, Italia
  • Scarrow, Simon, [Eagle 0.1 (short story)] Blood debt, 2009
    30-31? n.C. – Roma, Italia
  • Scarrow, Simon – Andrews, T. J., [Eagle 0.2] Arena [1. Barbarian; 2. Challenger; 3. First sword; 4. Revenge; 5. Champion], 2013
    41-42 n.C. – Roma – Paestum – Capua, Italia; Germania
  • Scarrow, Simon – Andrews, T. J., [Optio Horatius Figulus 1] Invader [1. Death beach; 2. Blood enemy; 3. Invader: dark blade; 4. Imperial agent; 5. Sacrifice], 2016 [2014-2015]
    44-45 n.C. – Calleva – Vectis – Noviomagus Regnorum – Lindinis, Britannia

Hieronder kan je alvast de eerste 8 pagina’s van Day of the Caesars lezen:


Naast de ‘Eagle’-reeks heeft Simon Scarrow ook de jongerenreeks Gladiator geschreven (4 delen, 2011-2014, ook vertaald in het Nederlands), die zich afspeelt in Italië en Griekenland in de jaren 61-58 v.C. Tussendoor verkent hij ook andere perioden dan de oudheid, want zijn reeks Revolution (4 delen, 2006-2010) gaat over Wellington en Napoleon, The sword and the scimitar (2012) over de belegering van Malta in 1565, en Hearts of stone (2015) over de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast bestaat er zelfs een mobiele applicatie waar je avonturen beleeft terwijl je in de huid kruipt van Cato en Macro.

Het bericht De visie van Verreth: de Eagle-reeks van Simon Scarrow van Herbert Verreth verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/08/06/2018/de-visie-van-verreth-de-eagle-reeks-van-simon-scarrow/feed/ 0 869