overstroming Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/overstroming/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Tue, 27 Dec 2022 10:14:01 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png overstroming Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/overstroming/ 32 32 136391722 Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/#respond Sat, 05 Feb 2022 15:44:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2237

In een nieuwe aflevering van onze reeks 'Quis est?' proberen we ditmaal het leven van Artemidoros te reconstrueren. Deze arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën, kennen we vooral dankzij enkele papyri. Naast zijn medische activiteiten blijkt hij er nog heel wat andere bezigheden op na te houden.

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Geef toe, beste lezers, wie van jullie heeft niet al eens geprobeerd om meer te weten te komen over iemand door zijn of haar Facebook-pagina te doorzoeken? Sommigen onder ons hebben zich zelfs ontpopt tot professionele speurders, en kunnen via slechts een naam bijna alles terugvinden over de familie, vrienden, functies, interesses, belangrijke levensgebeurtenissen, en ja, ook gênante momenten van de persoon in kwestie. Geloof het of niet, maar oudhistorici doen net hetzelfde, alleen sporen ze zoveel mogelijk informatie op over mensen uit de Oudheid, natuurlijk niet via sociale media, maar aan de hand van de documenten (papyri en potscherven) die deze mensen zelf duizenden jaren geleden in het zand van Egypte hebben achtergelaten. Eén van hen was Artemidoros, een arts die leefde in Egypte tijdens de 3de eeuw v.C. onder de heerschappij van de Ptolemaeën.

Hij was niet zomaar een dokter, maar trad op als de lijfarts van de toenmalige financiële minister (διοικητής), Apollonios, een functie die vergelijkbaar is met die van de hofarts van de koning. Bijgevolg is het niet verwonderlijk dat deze Artemidoros overgeleverd is in maar liefst 25 documentaire bronnen uit Ptolemaeïsch Egypte, die allemaal deel uitmaken van het befaamde archief van Zenon, de manager van het landgoed van diezelfde Apollonios, en hij daarmee de (ons) bekendste arts van Egypte uit die periode is. Wel opvallend is dat deze documenten, waaronder vele brieven, ons nauwelijks of zelfs niets prijsgeven over zijn professionele, medisch-gerelateerde activiteiten. Sterker nog, indien hij niet geregeld als ‘de arts’ (ὁ ἰατρός) was aangesproken of geïdentificeerd in die brieven, zouden we wellicht niet eens weten dat hij dit beroep uitoefende. Wat geven de bronnen dan wel prijs over deze man? Meer dan u denkt…

“Don’t worry, he’s a doctor!”

We (of althans de fans) horen het Pascal uit F.C. De Kampioenen nog hoopvol vragen aan haar dochter Bieke wanneer ze weer eens thuiskwam met een nieuw lief: “En, is het een dokter?”. De makers van deze komische tv-serie spelen duidelijk in op het herkenbare maatschappelijk aanzien dat artsen genieten, vooral bij de oudere generatie, die maar al te blij waren wanneer zoon- of dochterlief met een arts thuiskwam. Een gelijkaardig beeld krijgen we over dokters in Ptolemaeïsch Egypte, en in het bijzonder over Artemidoros. Deze dokter werd namelijk geregeld door zijn omgeving ingeschakeld om bepaalde taken of sociale rollen op zich te nemen, niet alleen omwille van zijn connectie met de financiële minister, maar ook vanwege de (medische) kwaliteiten die hij als dokter bezat of werd geacht te bezitten.

De meest opmerkelijk bron (P. Cairo Zen. 2 59251, [TM 896]) is geschreven door Artemidoros zelf vanuit Sidon, om Zenon in te lichten dat zowel hij als Apollonios het goed stelden en op de terugweg waren nadat ze prinses Berenike tot aan de Syrische grens geëscorteerd hadden. De Ptolemaeïsche prinses zou huwen met Antiochos II, de Seleucidische koning, ter beëindiging van de Tweede Syrische Oorlog (260-253 v.C.). Haar vader, Ptolemaios II, had zijn dochter vanuit de hoofdstad Alexandrië tot aan de grensstad Pelusium begeleid in het gezelschap van hoge ambtenaren, waaronder Apollonios en Artemidoros, aan wie hij haar toevertrouwde voor het tweede deel van de reis doorheen Phoenicia tot aan de Syrische grens. Dat Artemidoros dit gezelschap mocht vervoegen, zal hij vooral te danken hebben aan zijn medische kwaliteiten en zijn connectie met Apollonios, maar dat de koning toestond en/of verkoos om zijn dochter aan deze man toe te vertrouwen, geeft aan dat Artemidoros niet alleen een goede dokter, maar ook een betrouwbaar man was in de ogen van de vorst.

De reis van prinses Berenike in het gezelschap van onder andere Artemidoros, van Alexandrië naar Sidon via Pelusium

Deze kwaliteiten, samen met zijn invloedrijke positie, werden eveneens geapprecieerd door de andere (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die op Artemidoros beroep deden als tussen-/vertrouwenspersoon, zelfs naar de koning toe. Een zekere Hierokles nam zijn toevlucht tot de arts in de hoop dat hij de vorst kon overtuigen om zijn kandidaat, Ptolemaios, aan te stellen als het hoofd van het nieuwe palaestra – het equivalent van een fitnesscentrum – in Alexandrië voor de zonen van de hoge ambtenaren nadat hieromtrent (hof)intriges waren ontstaan (P. L. Bat. 20 51, [TM 1882]).

Op dezelfde manier vroegen kennissen bij moeilijke kwesties zijn mening of goedkeuring over brieven gericht aan de financiële minister (P. Cairo Zen. 1 59044, [TM 704]), zijn overste. Die deed op zijn beurt ook beroep op Artemidoros om als een echte secretaris in zijn naam te corresponderen met en instructies te geven aan andere werknemers, bijvoorbeeld aan Panakestor, de eerste manager van Apollonios’ landgoed, over de cultivatie van gewassen (P. Cairo Zen. 5 59816, [TM 1440]). De betrouwbaarheid, invloed en autoriteit die Artemidoros als lijfarts van Apollonios uitstraalde, brachten hem dus verder dan zijn dokterskabinet, en bijgevolg vormt hij een mooi voorbeeld van de groeiende rol van artsen in het politieke en sociale leven tijdens de Hellenistische periode (332-31 v.C.).

Een riante villa tussen de varkens

De bevoorrechte positie die dokter Artemidoros in de Ptolemaeïsche maatschappij bekleedde en de dankbaarheid die de koning jegens hem koesterde, vertaalden zich in de schenking van een landgoed in Philadelpheia, dat, zoals bij Apollonios, beheerd werd door Zenon. Deze manager correspondeerde geregeld met ondergeschikten of de arts zelf over het cultiveren van gewassen op dit landgoed (bv. P. Cairo Zen. 3 59354, [TM 997]) en het Zenonarchief bevat zelfs een lijst met een opsomming van de gewassen die hier geoogst waren tijdens de warme zomermaanden (P. Ryl. Gr. 4 571, [TM 2427]):

Παχὼνς παρὰ Ἀρτεμιδώρου
ἰατροῦ
ιθ μήκωνος μελαί(νης) ια < δ´
κ Μηδικοῦ πυ(ροῦ) ιϛ <

Παῦνι ζ ὀλύρ(ας) ρα
ιζ σησάμου κα
κγ σησάμ(ου) λγ

(γίνονται) πυρ(οῦ) ιϛ <
ὀλύρ(ας) ρα
σησάμου νδ
μήκωνος \μελαί(νης)/ ια < δ´ v

τῶν Ἀρτεμιδώρου
γενημάτων.

Pachon, van Artemidoros
de arts:
19de, van zwarte maanzaad 113⁄4 artaben;
20ste, van Medische tarwe 161⁄2.

Pauni 7de, van olyra 101;
17de, van sesam 21.
23ste, van sesam 33

Totaal: 161⁄2 artaben van tarwe,
101 van olyra,
54 van sesam, 113⁄4 van zwarte maanzaad

Van de gewassen van Artemidoros.

Naast akkerland bezat Artemidoros ook een huis in Philadelpheia, waar hij vertoefde indien hij Apollonios niet als lijfarts vergezelde op één van zijn reizen doorheen Egypte. Een Demotische rekening vertelt ons dat er voor de bouw van dit huis (minstens) 10 000 bakstenen gebruikt zijn (P. Zen. Dem. 22, [TM 2318]). Nu hoor ik u denken: “Jammer dat we geen afbeelding hebben van dit huis”. Maar … niet getreurd! En daar mag je varkenshoeder Herakleides voor bedanken. Toen hij zich namelijk richtte tot Zenon met het voorstel om de varkens te beschermen tegen de komende Nijloverstroming door een palissade te bouwen, voegde hij hier een gedetailleerde schets aan toe van de locatie waar deze omheining moest komen (P. Mich. Zen. 84, [TM 1983]):

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931

Schets van de omheining langs het huis van Artemidoros, afkomstig uit een brief van varkenshoeder Herakleides

Een constructie van puntige palen (χάραξ) moest zich langs het Grote Kanaal in Philadelpheia uitstrekken “van de bezittingen van Artemidoros tot aan de omheiningsmuur van Poremanres” (ἀπὸ τῶν Ἀρτεμιδώρου ἕως τοῦ Πορεμανρῆτος τρυφάκτου). Als u goed kijkt links bovenaan, ziet u dat die bezittingen zijn verduidelijkt als Ἀρτεμιδώρου οἴκησις, “huis van Artemidoros”. Dankzij de overige bewaarde papyri weten we dat met deze persoon onze arts wordt bedoeld, en dit huis bijgevolg aan hem kan toegeschreven worden. Deze bron geeft weliswaar geen echte afbeelding van zijn huis, maar wel een unieke visuele voorstelling van de omgeving en plaats waar het gebouwd was, vergelijkbaar met de hedendaagse kaarten op Google Maps. Gelegen langs de oostelijke zijde van het Grote kanaal, bevond het huis van Artemidoros zich tussen belangrijke gebouwen zoals de tempels van Hermes en Poremanres. We kunnen ons bijgevolg goed voorstellen dat deze dokter tijdens zijn vrije tijd in Philadelpheia zijn intrek kon nemen in een vermaard pand, met zicht op het water, met goden als buren en … omgeven door varkens.

Van prestigieuze lijfarts tot dierenkweker

Het laatste, en wellicht meest opmerkelijke, aspect dat de papyri over Artemidoros prijsgeven, is dat hij een fervent kweker was van verschillende diersoorten. Dit verklaart waarom deze arts zich vrijwillig liet omringen door (een groot aantal) varkens, toevertrouwd aan de zorg van een zwijnenhoeder, die er echter niet voor terugschrok om enkele dieren te stelen (P. Cairo Zen. 3 59310, [TM 954]). Maar Artemidoros had niet enkel een voorliefde voor knorrende varkens. Op de terugweg van zijn reis met prinses Berenike, richtte hij niet enkel een brief aan Zenon om zijn gezondheidstoestand mee te delen, maar gaf hij hem eveneens de instructie om goed zorg te dragen voor zijn runderen, ganzen, varkens, en ander vee.

En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, kweekte en verkocht deze dokter ook paarden. In een brief die Artemidoros richtte aan Zenon (P. Cairo Zen. 2 59225, [TM 870]), vroeg hij hem zijn connecties te gebruiken om het zwarte paard van de zonen van een zekere Leptines te bemachtigen door het te kopen voor een klein bedrag of te lenen voor het broedseizoen. De arts had namelijk vernomen dat dit paard enkel nog nuttig was om te kweken door zwellingen aan zijn benen, en aangezien zijn eigen hengst oud en zwak was, leek dit dier een ideale en goedkope vervanging. Of Artemidoros deze dieren kweekte als hobby of om geld (bij) te verdienen, kunnen we moeilijk afleiden uit de bewaarde bronnen. Het staat alleszins vast dat dit een belangrijke bezigheid voor hem was naast zijn functie als (lijf)arts.

Photographic Archive of Papyri in the Cairo Museum

De papyrus P. Cairo Zen. 2 59225 bevat meer informatie over de bezigheden van Artemidoros als paardenkweker

Conclusie

De casus van dokter Artemidoros is geen alleenstaand geval, maar wel een mooi voorbeeld van hoe oudhistorici via speurwerk meer te weten kunnen komen over de ‘gewone’ inwoners van Ptolemaeïsch Egypte dan de meeste mensen denken. Ze vertrekken vanuit de alom bekende Paul Jambers-vragen: “Wie zijn ze?”, “Wat doen ze?”, “Wat drijft hen?”. Natuurlijk kunnen de ‘antieke’ mensen die vragen niet zelf beantwoorden, maar dankzij duizenden overgeleverde brieven, rekeningen, petities, … komen deze mensen wel onrechtstreeks aan het woord. En dit stelt oudhistorici in staat om toch een zo goed mogelijk beeld te geven van wie deze mensen waren en wat ze in het dagelijkse leven deden. Dankzij zijn eigen woorden, maar ook die van zijn kennissen, kunnen we Artemidoros portretteren als een man met vele gezichten: van een betrouwbare en invloedrijke (lijf)arts tot een serieuze zakenman-dierenkweker. We hadden graag nog meer te weten gekomen over deze boeiende man, en dit is misschien nog mogelijk in de toekomst bij de ontdekking van nieuwe papyri, maar wat we alvast met zekerheid kunnen aannemen/zeggen, is dat Pascal hem een goede partij zou hebben gevonden voor haar dochter.

Verder lezen

W. Clarysse en K. Vandorpe, Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990.

C.C. Edgar, Zenon papyri in the University of Michigan collection. Ann Arbor: University of Michigan press, 1931.

H. Hauben, Escorting a princess on her way to Syria (253/252 BC),in “Chronique d’ Égypte” 94 (188), 2019, 380-396.

L. Vanoppré, Ptolemeïsch Egypte: Smeltkroes van Egyptische en Griekse artsen en ziek(t)en?, Leuven, 2019.

Coverfoto: Adaptatie van de foto ‘Kom Ombo Temple Surgical instruments’ van Ad Meskens op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Quis est? Artemidoros, de bekendste arts van Ptolemaeïsch Egypte van Lisa Vanoppré verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/05/02/2022/quis-est-artemidoros-de-bekendste-arts-van-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 2237
Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/#respond Tue, 20 Apr 2021 14:30:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1949

Op 20 april 202 v.C. gebeurde er iets met de kittens in het huis van Onnophris, een lokale begrafenisondernemer uit het Fajoem-dorpje Tanis. Hij getuigt daarover in een petitie aan de politiechef Machatas. In deze blogpost kom je te weten waarom Onnophris zo verveeld was met wat er in zijn huis gebeurde en hoezeer heilige katten van levensbelang waren in Egypte.

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Waarom zijn heilige katten een zaak van levensbelang in Egypte? Om op die vraag te kunnen antwoorden keren we terug naar  20 april 202 v.C., een dag waarop er iets gebeurde met de kittens in het huis van Onnophris. Deze begrafenisondernemer uit het dorpje Tanis in de Fajoem-oase schreef die dag namelijk de volgende petitie aan de politiechef Machatas:

Toen er enkele katjes werden geboren in mijn huis en toen hun moeder ze niet kwam opzoeken ging ik naar de tempel van Boubastis en ik vroeg de sompheis om te komen en ze mee te nemen naar de Boubastistempel. Maar ze kwamen niet en trokken zich er niets van aan. De katjes werden door mij grootgebracht met melk in mijn huis. Toen gebeurde het dat ze werden meegesleurd door een kater, die ze uit mijn huis meenam tot op de avenue. Ik snelde erheen en riep de mensen die erbij stonden en het hoorden om hulp. We stonden er rond en konden met moeite één katje afpakken met hulp van de omstaanders, onder wie Phasis de dorpssecretaris, aan wie ik een getuigenverslag gaf over wat er was gebeurd. Ik wist niet wat gedaan omdat ik vernam dat u afwezig was en ik kon me in het dorp niet laten zien wegens mijn beroep. Op de 22ste van de huidige maand bracht ik dan het poesje tot aan de poort van de Boubastistempel en ik schonk het met de bede dat de sompheis het zouden binnenbrengen. Want ik mag de tempel niet binnengaan. Opdat ik niet later valselijk zou worden beschuldigd door mensen met kwade bedoelingen, vraag ik met aandrang dat u uw handtekening zou zetten onder alles wat hieronder geschreven staat. Als dat gebeurt, dan zal ik genieten van uw hulp. (P. Köln 15 594)

De Egyptische kattengodin Bastet

Onnophris voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor de katjes die in zijn huis geboren zijn en wil het overlevende katje snel een thuis bezorgen in de tempel van de kattengodin Bastet, Boubastis in het Grieks. Somphis is een Egyptisch woord voor “danser” en deze dansers zijn nauw verbonden met de cultus van de godin. Onnophris mag de tempel niet binnen, dat is het voorrecht van de priesters; en begrafenisondernemers zijn zeker onrein en mogen zeker niet door de poort. Onnophris is duidelijk niet gerust in de zaak: hij doet een beroep op het getuigenis van de dorpssecretaris en wil nu ook nog een handtekening van de politiechef. Wat er ondertussen van het katje geworden is, blijft in het ongewisse.

Egyptenaren en hun katten

Dit gebeuren lijkt als twee druppels water op wat Herodotus drie eeuwen vroeger schreef over de Egyptenaren en hun katten:

Vele dieren leven en eten met de mensen samen en hun aantal zou veel groter zijn, als niet het volgende de katten overkwam. Wanneer de vrouwtjes jongen hebben gekregen, zoeken ze de katers niet langer op. De katers willen met de poezen paren, maar krijgen de kans niet. Hierop bedenken ze het volgende: ze halen op gewelddadige of geniepige wijze de jongen bij de poezen weg en doden die, maar peuzelen ze daarna niet op. Wanneer de poezen hun jongen kwijt zijn, verlangen ze naar andere en zoeken ze de katers weer op. Dit dier wil nu eenmaal graag jongen. (Hist. II.66).

Artemis, de Griekse godin van de jacht

In het volgende hoofdstukje vertelt Herodotus dat “de katten na hun dood naar heilige kamers in de stad Boubastis worden overgebracht, waar ze worden gebalsemd en begraven”. Boubastis, de stad in de Delta die aan de kattengodin is gewijd, is volgens Herodotus ook de stad met het grootste carnaval in Egypte, ter ere van Artemis, de Griekse godin die door hem met Bastet wordt geïdentificeerd. Hij beschrijft dit feest als volgt:

“Wanneer ze nu naar de stad Boubastis afreizen, gaat dat ongeveer als volgt. Mannen varen samen met vrouwen en er is een massa volk van beiderlei kunne in iedere boot. Sommige vrouwen hebben ratels bij zich waarmee ze kabaal maken, sommige mannen blazen gedurende de hele boottocht op fluiten. De rest van de vrouwen en mannen zingt en klapt in de handen. Als ze op hun tocht langs een andere stad aankomen, trekken ze de boot aan land en dan gebeurt het volgende: sommige vrouwen doen zoals ik heb gezegd, anderen roepen naar de vrouwen in die stad en maken grapjes met hen, nog anderen dansen en staan recht terwijl ze hun kleed opheffen. Dat doen ze bij elke stad die aan de rivier ligt. Wanneer ze Boubastis hebben bereikt, vieren ze feest en brengen ze grote offers. Tijdens dat feest wordt er meer wijn geconsumeerd dan in heel de rest van het jaar. Tot wel zevenhonderdduizend mensen, mannen en vrouwen, kinderen niet meegerekend, komen er samen, naar de inwoners zeggen. (Hist. II.60)

De verering van katten

Katten afgebeeld op en onder de stoel van grafeigenaar Ipuy en diens vrouw

Katten werden in het Nabije Oosten wellicht al getemd rond 5000 v.C., maar in Egypte blijven tamme katten zeldzaam tot in het Middenrijk (ca. 2000 v.C.). Vanaf het Nieuwe Rijk (ca. 1500 v.C.) zijn er talrijke afbeeldingen van katten als helpers bij de jacht op watervogels en als huisdier onder de stoel van de grafeigenaar. Vanaf de 18de dynastie worden de dieren ook vereerd en die verering neemt een enorme vlucht in de laat-faraonische en Grieks-Romeinse tijd. Getuigen hiervan zijn de kattenkerkhoven en de honderden bronzen beeldjes die over heel Egypte zijn gevonden.

Kattenmummies uit het British Museum

Zo werd ca. 1880-1890 in Beni Hasan in Midden-Egypte een kerkhof gevonden met meer dan 200 000 gemummificeerde katten, die de kinderen aan toeristen verkochten. Een duizendtal werd naar Liverpool gebracht, de meeste hiervan werden verwerkt tot meststof, maar enkele zijn nu te bewonderen in het zoölogisch museum. Ook op veel andere plaatsen vond men kattenmummies, onder andere in Boubastis – natuurlijk – en in Saqqara, de begraafplaats van Memphis. Het graf van de vizier Aperel (18de dynastie) werd later hergebruikt als begraafplaats voor katten (men vond er 200 kattenmummies), maar de meeste mummies dateren uit de Grieks-Romeinse tijd. In 2011 werd een kerkhof bloot gelegd met 600 gemummificeerde katten en enkele honden vlakbij Berenike, een nederzetting aan de Rode Zee van waaruit de handelsroute naar Jemen en India vertrok. Het gaat hier klaarblijkelijk om huisdieren, vaak voorzien van een bronzen halsband. Maar in veel gevallen zijn de dieren met opzet gedood, zoals blijkt uit röntgenfoto’s. Ze werden gekweekt om te worden geofferd aan de godin; ze stierven door wurging of werden doodgeslagen, vaak op erg jonge leeftijd.

© P. Osypińska

Skelet van een kat uit de dierenbegraafplaats in Berenike

Bastet, de Egyptische kattengodin

De leeuwengodin Sachmet

De godin Bastet was oorspronkelijk een leeuwin, maar wordt “getemd” tot kat en zo de tegenpool van de woeste leeuwin Sachmet . Deze metamorfose wordt verteld in de mythe van de verre godin. Tefnout, de dochter van de zonnegod Re, verlaat het hof van haar vader in Heliopolis (de “zonnestad”) en trekt naar Nubische woestijn. Daar geeft ze als bloeddorstige godin (onder de naam Sachmet) vrije loop aan haar woeste karakter. Maar Re wil dat ze terug naar huis komt en stuurt haar broer Shou, de god van de wind, en Thoth, de god van schrift en taal, om haar terug te halen. Met heel wat moeite slagen ze in hun opdracht door zich om te toveren in twee onschuldige aapjes en haar leuke verhalen te vertellen, onder andere de parabel van de leeuw en de muis. Ze beschrijven het verdriet van haar vader Re en van alle mensen om haar afwezigheid en beloven dat de mensen voor haar tempels zullen bouwen en feesten organiseren bij haar terugkeer. Als ze uiteindelijk ja zegt, danst Shou van vreugde – vandaar die priesters-dansers uit onze petitie! – maar Thoth, die een nieuwe woedeuitbarsting wil voorkomen, giet rode wijn in het water van de Nijl in Philae en als de godin daarvan drinkt, denkend dat het bloed is, wordt ze dronken en valt in slaap. Als ze weer wakker wordt is ze gekalmeerd en is de leeuwin veranderd in een brave poes, Sachmet wordt weer Bastet. Bij haar terugkeer is heel het land in feest en vooral natuurlijk haar stad Boubastis en iedereen mag zoveel wijn drinken als hij kan. Bastet is dus de getemde versie van de vreselijke Sachmet, maar ook van de Nijl die na de woeste stroomversnelling van Philae elk jaar Egypte overstroomt en vruchtbaar maakt.

Hoe de Grieken ertoe gekomen zijn om de sexy Egyptische kattengodin te identificeren met de maagdelijke Artemis, de godin van de jacht en van de maan, is niet helemaal duidelijk. Beide waren helpsters bij de geboorte (katten hebben veel jongen en baren gemakkelijk) en dit heeft zeker een rol gespeeld. Dit wordt treffend geïllustreerd door een recente opgraving (in 2009) van een tempel in het centrum van Alexandrië (Kom el-Dikke). Hierbij kwamen honderden beeldjes van katten (vaak met jongen) en kinderen in kalksteen (met sporen van de oorspronkelijke beschildering en verguldsel), brons en faience te voorschijn, die aan de godin Boubastis/Artemis waren gewijd. De tempel was opgericht kort na de stichting van Alexandrië (misschien al in de 4de eeuw v.C.) en de beeldjes ook uit de vroege Ptolemaeïsche tijd zijn gewijd aan de Egyptische Boubastis. Maar op de funderingsplaatjes van de tempel werd deze gewijd aan Artemis door koningin Berenike omstreeks 244 v.C. Heel wat beeldjes, meestal in Griekse stijl, waren gewijd door vrouwen met originele Griekse namen, zoals Philixo, Phormion, Theano, Galateia en de zusjes Asteria en Timarion, ongetwijfeld om een voorspoedige bevalling te verkrijgen of hiervoor te danken. De Egyptische godin was dus al vroeg populair bij de Griekse burgers van de wereldstad.

© C. Méla & F. Mori, Alexandrie la Divine. Volume I

Kattenbeeldjes, gewijd aan de godin Boubastis/Artemis

Conclusie

De heilige dieren waren beschermd, zoals we al horen bij Herodotus: “Wanneer iemand een van die dieren doodt, krijgt hij bij opzettelijk handelen de doodstraf. Is er geen opzet in het spel, wordt hem een straf door de priesters opgelegd. Wie echter een ibis of havik doodt, met of zonder opzet, moet in elk geval sterven” (Hist. II.65).  Diodorus vertelt hoe een Romeins ambassadeur per ongeluk een kat doodreed en hierom door de Alexandrijnen ter plekke werd gelyncht, hoewel koning Ptolemaios (de vader van Cleopatra) juist op dat moment er alles aan deed om de Romeinen te vriend te houden. De episode wordt zelfs vermeld door Cicero en helpt ons om te begrijpen waarom Onnophris zo verveeld zit met wat er in zijn huis is gebeurd met de kittens op 20 april 202 v.C.

Lees meer

De katten van de farao’s. “4000 jaar goddelijke gratie”, catalogus van een tentoonstelling in het Museum voor Natuurwetenschappen, 1990.

Jean-Yves Carrez, ‘Le Boubasteion (Artémision) d’Alexandrie’, in : Charles Méla & Frédéric Möri (eds.), Alexandrie la Divine. Volume I, Genève, 2014, pp. 268-273.

P.Köln 15 594 [TM 704850]

Coverfoto: afbeelding ‘Cat Coffin with Mummy’ van de collectie uit het Brooklyn Museum (CC-BY)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Heilige katten, een zaak van levensbelang in Egypte van Willy Clarysse verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/04/2021/heilige-katten-een-zaak-van-levensbelang-in-egypte/feed/ 0 1949