orakel Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/orakel/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png orakel Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/orakel/ 32 32 136391722 Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/ https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/#respond Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2817 een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. werd de Griekse wereld opgeschrikt door de invasie van de Galaten, een gebeurtenis die niet alleen militair maar ook ideologisch diepe sporen naliet. In dit eerste artikel van een tweedelige reeks staat de vraag centraal hoe deze Keltische groep in de Griekse perceptie werd voorgesteld en hoe het beeld van de "barbaarse" vijand vorm kreeg. Vooral de Aetoliërs slaagden erin om dit anti-Galatische discours naar hun hand te zetten en in te zetten als krachtig propagandamiddel die hun politieke positie en legitimiteit versterkte.a

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. heerste er chaos in Griekenland en Macedonië. De recente oorlog tussen de diadochen Seleucus en Lysimachus had zijn tol geëist, en een sterk centraal gezag was ver zoek. Hierdoor werden de Griekse stadstaten en het Macedonische thuisland kwetsbaar. Deze situatie bood een uitgelezen kans voor een bevolkingsgroep die aan de noordelijke grens opdoemde: de Galaten. Aangetrokken door de rijkdommen van de Helleense wereld, vielen deze Kelten vanuit de Balkan Griekenland en Macedonië massaal binnen en zaaiden ze dood en verderf. Deze existentiële dreiging leidde tot een zeldzaam verschijnsel in de antieke wereld: panhelleense samenwerking. Verscheidene leden van het bondgenootschap leverden een grote inspanning om deze “barbaren” te verdrijven, maar het waren vooral de Aetoliërs die te koop liepen met hun rol in de overwinning. Voor hen had deze zege immers grote propagandistische waarde.

Dit artikel vormt het eerste deel van een tweedelige reeks over de negatieve voorstelling van de Galaten in de Hellenistische wereld. In dit deel richten we ons op de specifieke inhoud van het anti-Galatische discours in de Griekse wereld en de Aetolische toepassing van deze propaganda. In het volgende deel verleggen we onze blik naar de grote Hellenistische koninkrijken.

Historische achtergrond

De Galaten waren een Keltische bevolkingsgroep die Galatisch sprak, een taal die nauw verwant was aan het Gallisch. Ze leefden zoals de overige Kelten in stamverband met telkens een stamhoofd aan het roer. De term “Galaat” is terug te voeren op het Oudgriekse woord voor “Galliër”. Vandaag wordt in de wetenschappelijke literatuur onderscheid gemaakt tussen de termen “Galliër” en “Galaat”. De Galliërs waren de continentale Kelten die in West-Europa bleven, terwijl de term “Galaten” verwijst naar de Kelten die sinds de 5de eeuw v.C. naar de Balkan migreerden. Tegen de vroege 3de eeuw v.C. bevonden deze stammen zich aan de grens van de Griekse wereld.

Over hun vroege geschiedenis is weinig met zekerheid geweten; hun verleden wordt voornamelijk gereconstrueerd op basis van Griekse bronnen die echter bevooroordeeld waren. De Grieken zagen immers de Galaten als het archetype van de barbaar. Recent archeologisch en historisch onderzoek heeft gelukkig enige nuance gebracht in dit eenzijdige beeld. In tegenstelling tot het stereotype van de Keltische volkeren als een zootje ongeregeld, hadden zij juist een complexe en efficiënte sociale en militaire organisatie waarbij de stammen goed samenwerkten.

De route van de Galaten

Nadat de Galaten de Helleense wereld waren binnengevallen, splitste hun leger zich op in grofweg drie colonnes. Eén deel settelde zich in Thracië (Polybius 4.45-46), een andere colonne van zo’n 20 000 krijgers stak de Hellespont over op uitnodiging van Nicomedes I, koning van Bithynië (Livius 38.15.). Hij zette de Kelten in als huurlingen tijdens de burgeroorlog tegen zijn broer, Zipoetes II, in ruil voor woongebied in Noord-Frygië. Deze groep heeft de antieke wereld diepgaand beïnvloed en zal in het tweede deel van deze artikelreeks in de belangstelling komen te staan. Tot slot was er een derde colonne onder leiding van Brennus. Brennus behoorde volgens Strabo (4.1.13) mogelijk tot de stam van de Prausi waarover voor de rest weinig geweten is. Hun eerste doelwit was Paeonië in 280 v.C., een gebied ten noorden van Macedonië. Na deze expeditie wist Brennus zijn krijgers te overtuigen om zich in 279 v.C. te wagen aan een meer uitdagend doelwit: de Griekse stadstaten waar hen mythische rijkdommen zouden opwachten.

De Ketische invasie in Griekenland

De Thermopylae vandaag de dag

Pausanias (10.19-23) wil ons doen geloven dat Brennus’ strijdkracht wel zo’n 152 000 infanteristen en 24 000 ruiters telde. Hoewel deze aantallen waarschijnlijk overdreven zijn, moet het totale aantal Kelten enorm zijn geweest. De bedreiging was in elk geval groot genoeg om de eeuwig kibbelende Griekse stadstaten in elkaars armen te drijven. De panhelleense tactiek moet bekend in de oren klinken voor wie vertrouwd is met de Griekse geschiedenis: de Kelten een halt toeroepen bij de Thermopylae. De eerste Keltische aanval tegen de verdedigers in de befaamde bergpas liep uit op een jammerlijke mislukking en Brennus blies de chamade.

Daarop besloot de Keltische leider het over een andere boeg te gooien. Hij liet een detachement tegen Aetolië uitrukken om de talrijke Aetolische troepen weg te lokken van bij de Griekse hoofdmacht in de Thermopylae. De list werkte, maar tegen een hoge prijs: veel Galaten sneuvelden tijdens deze expeditie. Ondertussen wist Brennus de vijand bij de Thermopylae te omsingelen dankzij de ontdekking van een pad dat om de Griekse linie heen leidde. Hierna volgde echter geen heldhaftig gevecht tot de laatste man zoals Leonidas en zijn ‘driehonderd’ dat destijds hadden gedaan. De Griekse troepen konden op tijd geëvacueerd worden dankzij de Atheense vloot die voor de kust voor anker lag.

Brennus koos vervolgens Delphi uit als nieuw doelwit. Volgens de overlevering werd deze aanval afgeslagen met de hulp van de goden die de Kelten teisterden met onder andere stormen en aardbevingen. Daarnaast droegen de Aetoliërs hun steentje bij door hun guerrillaoorlogvoering waarbij ze de Kelten onophoudelijk bestookten in het ruige terrein van Aetolië. Na een verpletterende nederlaag tegen de Phociërs besloten de Galaten zich halsoverkop terug te trekken. Tijdens de terugtocht bleven de Aetoliërs hen bestoken en uiteindelijk pleegde Brennus zelfmoord uit schaamte. De Keltische dreiging was geweken.

De oorsprong van het anti-Galatische discours

De relatie tussen de Galaten en de Helleense wereld werd dus al vanaf het begin gekenmerkt door conflict. Koning Nicomedes I bood evenwel als eerste een alternatief voor deze gewelddadige omgang met de Keltische stammen: samenwerking. In ruil voor militaire hulp kregen de Galaten land en geld. Dit beleid zouden vervolgens nagenoeg al de Hellenistische heersers in Klein-Azië voeren. Ondanks deze gunstige wederkerige relatie bleven de Grieken de Galaat omschrijven als de barbaar par excellence.

De Galatische levensstijl beantwoordde inderdaad op sommige gebieden aan de Griekse verwachtingen van een barbaar. In hun ogen ging het om loutere nomaden met een woest en vreemd voorkomen, die geen schrift kenden, laat staan geschreven wetten — een van de fundamenten van een beschaafde samenleving volgens de Grieken. Na hun vestiging in Noord-Frygië begonnen de Galaten zich steeds meer te conformeren aan de Griekse verwachtingen van een beschaafde mens. Desondanks zetten de Hellenistische vorsten deze traditie van negatieve voorstellingen voort. Waarom? Het antwoord ligt deels in het propagandistische nut van dergelijke beelden. Hoe woester en gevaarlijker de vijand, des te nobeler en sterker de overwinnaar lijkt. Dit narratief kon aldus bijdragen aan de legitimatie van het Hellenistische koningschap.

De Galaten in Griekse ogen

Al tijdens de grote invasie van 280/279 v.C. werden de Galaten gezien als een levensbedreiging voor de Helleense wereld. Hiervan getuigen enkele inscripties uit de jaren 270 v.C. (o.a. een uit Priëne die de beschermer van de stad roemt [TM 862714] en een dedicatie van een vader uit Thyateira aan Apollo om zijn zoon te redden van de Galaten [TM 838622]). Men kan de Grieken zeker niet beschuldigen van overdrijving. Bij gebrek aan een sterk centraal gezag waren de stadstaten inderdaad kwetsbaar. De poleis ontsnapten zelfs op het nippertje aan een smadelijke nederlaag bij de Thermopylae (zoals beschreven hierboven). Het was mede dankzij de tussenkomst van de goden – volgens de Grieken zelf althans – en onder andere de Aetoliërs dat de ondergang vermeden kon worden (zie Justinus 24.7.6, 24.8.3-7).

De idee van goddelijke interventie raakte al vroeg in zwang. Volgens een decreet uit Kos van 278 v.C. [TM 929025] was Apollo verantwoordelijk voor de triomf, terwijl een inscriptie van Smyrna uit hetzelfde jaar [TM 814632] de overwinning toeschrijft aan meerdere goden. Ondanks de uiteindelijke zege lieten de Galaten toch een trauma achter in het Griekse collectieve geheugen, een trauma dat de bekende Griekse historicus Angelos Chaniotis (in zijn Age of Conquests) zelfs vergelijkt met de shock van 9/11 in de westerse wereld. De Keltische invasie was zo ernstig dat een vergelijking met de Perzische invasies voor de Grieken zeker gerechtvaardigd was. Volgens Pausanias stond ditmaal niet enkel de vrijheid op het spel, maar zelfs het voortbestaan van de Griekse wereld:

ἑώρων δὲ τὸν ἐν τῷ παρόντι ἀγῶνα οὐχ ὑπὲρ ἐλευθερίας γενησόμενον, καθὰ ἐπὶ τοῦ Μήδου ποτέ, οὐδὲ δοῦσιν ὕδωρ καὶ γῆν τὰ ἀπὸ τούτου σφίσιν ἄδειαν φέροντα … ὡς οὖν ἀπολωλέναι δέον ἢ δ᾽ οὖν ἐπικρατεστέρους εἶναι, κατ᾽ ἄνδρα τε ἰδίᾳ καὶ αἱ πόλεις διέκειντο ἐν κοινῷ.

Ze realiseerden zich dat de strijd die hen te wachten stond er niet een voor vrijheid zou zijn, zoals toen ze tegen de Perzen vochten, en dat water en aarde aanbieden hen geen veiligheid zou brengen…  Dus was elke man en elke stadstaat ervan overtuigd dat ze oftewel moesten overwinnen, oftewel ten onder gaan.” (Paus. 10.19.12)

De vergelijking moet haast vanzelfsprekend zijn geweest, niet in het minst omdat de Thermopylae wederom een centraal strijdperk werden. Verder vond Pausanias de schilden van beide volkeren opvallend gelijkend en zag hij parallellen tussen de Galatische cavalerie en de Onsterfelijken, de vermaarde Perzische elitekrijgsmacht. (Pausanias 10.19.4)

De Aetoliërs maakten handig gebruik van deze associatie. Zo plaatsten ze de buitgemaakte Galatische wapenuitrustingen naast die van de Perzen in de tempel van Apollo in Delphi. Dit was een berekende propagandistische truc: dit heiligdom was een van de belangrijkste religieuze centra in de Griekse wereld, waar om de vier jaar vertegenwoordigers van de meeste stadstaten samenkwamen om deel te nemen aan de Pythische Spelen. Bijgevolg konden de Aetoliërs handig hun cruciale rol in de overwinning aan de gehele Helleense wereld meedelen en in herinnering houden.

Tetradrachme van de Aetolische Bond met op de keerzijde (rechts) Aitolos, de personificatie van de Bond, gezeten op typische Galatische schilden, c. 239-229 v.C.

Ze gingen in Delphi hun rol ook op andere manieren in de verf zetten. Zo was er een standbeeld van de personificatie van Aetolië die gezeten was boven een stapel van Keltische wapenuitrustingen. Dit standbeeld kwam ook voor op de munten van de Aetolische Bond. Daarnaast was er de Portico van de Aetoliërs, een van de grootste bouwwerken te Delphi, waar een inscriptie de schenking van Keltische wapenuitrustingen herdacht. De boodschap was helder: net zoals de Atheners destijds bij Marathon en Salamis de Griekse beschaving tegen barbarij hadden beschermd, zo hadden de Aetoliërs eenzelfde dienst bewezen aan de Helleense wereld en dit verdiende respect en erkenning.

De Aetoliërs lijken zich haast uit te roepen tot de nieuwe beschermers van Griekenland en de leidersrol van Athene op te eisen. Ze hervormden zelfs rond 246 v.C. het jaarlijkse Soteria-festival in Delphi ter ere van Zeus tot een vijfjaarlijks, maar grootser gebeuren dat meer in het teken van de Aetoliërs en hun militaire heldendaden stond (zie SIG3 402 [TM 815238]). Opvallend is hoe ze zelfs de rol van de goden begonnen te minimaliseren om de aandacht meer naar zich toe te trekken. Dit alles negeerde natuurlijk volledig de bijdrage van de Griekse stadstaten, maar dat interesseerde hen niet. Er stond immers veel op het spel.

De geopolitieke voordelen van de Galatische overwinning

Na de Galatische episode traden steeds meer leden van de Aetolische Bond toe tot de Amphictionie van Delphi, een zeer oude religieuze vereniging die instond voor de veiligheid van Delphi. Diens leden hadden het recht om stadstaten te straffen die het heiligdom schonden. Deze straf nam soms de vorm aan van een “heilige oorlog” waarbij de leden militair samenwerkten tegen de agressor.

Tegen het einde van de jaren 250 v.C. had de Aetolische Bond al negen stemmen – van de 24 – in de raad van de Amphictionie. Dankbaarheid kan een rol hebben gespeeld bij de geleidelijke toelating van de Aetoliërs, maar politieke druk moet de doorslaggevende factor zijn geweest. De Aetolische Bond groeide namelijk in de 3de eeuw v.C. uit tot de grootmacht van Centraal- en West-Griekenland. Ze begonnen zich zelfs te moeien met Egeïsche en Peloponnesische aangelegenheden. Mettertijd versterkte dus ook hun greep op Delphi, dat in de naburige regio Phocis lag. De anti-Galatische propaganda kon deze controle over het heiligdom, evenals hun positie in Griekenland, handig legitimeren.

Inscriptie op de Portico van de Aetoliërs in Delphi die de buitmaking van de Galatische schilden commemoreert

De ideologische voordelen van de Galatische overwinning

De inzet van de Aetolische propaganda ging echter verder dan loutere zelfverheerlijking en legitimatie van hun geopolitieke situatie. Wanneer we de culturele context rond de Aetoliërs erbij betrekken, wordt meteen duidelijker waarom ze zo sterk de nadruk legden op deze overwinning. Het lidmaatschap van de Aetoliërs tot de Helleense beschaving werd namelijk voortdurend in twijfel getrokken. Ze waren volgens de andere stadstaten minder Grieks of zelfs simpelweg barbaren. Zo waren ze niet in polis-verband georganiseerd, maar bestonden ze uit stammen (θνη) die in dorpjes samenleefden.

Bovendien waren ze dikwijls actief als piraten die de zeeën rond Griekenland onveilig maakten. Deze slechte reputatie was volgens de Britse historicus John Grainger (in zijn The League of the Aitolians) al goed gevestigd vooraleer ze zich gingen organiseren in een confederatie in de 4de eeuw v.C. Het feit dat ze een moeilijk verstaanbaar dialect spraken, pleitte ook al niet in hun voordeel. Deze neerbuigende houding vanwege de andere Grieken namen ze allerminst in dank af en ze grepen deze kans om hun “Grieksheid” in het gezicht te duwen van de sceptici. Griekenland had immers haar voortbestaan uitgerekend aan hen te danken.

Vanuit deze optiek kon de toetreding tot de Amphictionie van Delphi hebben gediend als een formalisatie van deze claim. Deze religieuze vereniging kwam samen bij het orakel van Delphi, een van de belangrijkste heiligdommen in de Griekse wereld. Voor de Grieken was hun gedeelde religie een van de belangrijkste expressies van hun culturele eigenheid. Toetreding tot een dergelijke organisatie was daarom een onweerlegbaar bewijs van Griekse identiteit.

Hierbij moet trouwens de Macedonische vorst Philippus II (r. 359-336 v.C.) als model hebben gediend voor de Aetoliërs. Net zoals in het geval van deze West-Grieken was de “Grieksheid” van de Macedoniërs omstreden, en net zoals in het geval van de Aetoliërs was Philippus’ toetreding tot deze Amphictionie een poging om Macedonië op de kaart te zetten als Griekse mogendheid. Net zoals de latere Macedonische overwinning onder leiding van Alexander de Grote (r. 336-323 v.C.) op de Perzische koning Darius III (r. 336–330 v.C.) diende, diende de overwinning op de Galaten om deze claim te bevestigen.

Centraal-Griekenland met Aetolië ten zuiden van Epirus en Thessalië, geklemd tussen Acarnania en Phocis (waar Delphi gelegen is)

Conclusie

De Aetoliërs claimden een centrale rol te hebben gespeeld bij de verdrijving van de Galaten. De invasie van deze Keltische stammen was een ingrijpende gebeurtenis in de 3de eeuw v.C., die een trauma in de Griekse wereld naliet. In hun ogen stond niets minder dan de beschaving op het spel. De bijdrage van de Aetoliërs aan de overwinning kwam deze West-Grieken goed van pas: de politieke invloed van de Aetolische Bond nam in deze periode toe, en het werd tijd om erkenning en respect af te dwingen bij de overige Grieken. Dit was echter geen vanzelfsprekendheid, aangezien de Aetoliërs in het verleden vaak werden bestempeld als barbaren of half-Grieken. Zij wilden eindelijk worden geaccepteerd als volwaardige leden van de Griekse wereld. De overwinning op de Galaten legitimeerde zowel hun aanspraak op deze culturele identiteit als hun stevige greep op Delphi zelf.

De voordelen die dit anti-Galatische narratief bood, gingen niet onopgemerkt voorbij aan andere spelers binnen de Hellenistische wereld. Rond dezelfde periode moesten ook de Hellenistische vorsten aan beide zijden van de Hellespont afrekenen met Galatische invallen. Zij kampten met vergelijkbare legitimiteits- en identiteitsproblemen als de Aetoliërs. Bijgevolg bood de overwinning op deze “barbaren” vergelijkbare ideologische voordelen. Toch zijn er binnen deze propaganda enkele verdere nuances te ontwaren, maar dat is stof voor het volgende deel.

Lees meer

Grainger, J. D., The League of the Aitolians. 1999, Leiden.

Larsen, J., Greek Federal States: Their Institutions and History, 1968, Oxford.

Mitchell, S., Anatolia. Land, Men, and Gods in Asia Minor I. The Celts and the Impact of Roman Rule, 1993, Oxford.

Scholten, J., The Politics of Plunder: Aitolians and their Koinon in the Early Hellenistic Era, 279 – 217 B.C., 2000, Berkeley.

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Marken019AnconaMusArcheo’, afkomstig van een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten – met de typische halsringen en schilden – afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus, vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/feed/ 0 2817
Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/#respond Wed, 25 Mar 2020 14:57:22 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1052 Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De uitspraak (van Arrianus) als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Wij bieden hier een kleine greep uit het aanbod.

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Alexander de Grote in moderne liedjesteksten

De titel van dit stukje is ontleend aan een uitspraak van de Griekse historicus Lucius Flavius Arrianus (89? – na 145/146 n.C.), die in zijn Anabasis Alexandri (I, 12, 2) de volgende uitspraak doet:

[…] οὐδὲ ἐξηνέχθη ἐς ἀνθρώπους τὰ Ἀλεξάνδρου ἔργα ἐπαξίως, οὔτ᾽ οὖν καταλογάδην, οὔτε τις ἐν μέτρῳ ἐποίησεν: ἀλλ᾽ οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος […]
[…] en de daden van Alexander werden niet op een passende manier bekendgemaakt bij de mensen, in proza noch in verzen vertelde iemand erover: Alexander werd zelfs niet in een lied bezongen […]

In deze passage zet Arrianus eigenlijk de reden uiteen waarom hij schrijft over Alexander de Grote: volgens hem zijn diens daden nog niet goed in een historisch werk besproken. Hij laat Alexander zichzelf ook vergelijken met Achilles, die gelukkig Homerus had om beroemd te worden. Het spreekt voor zich dat Arrianus graag de rol van Homerus vervult voor Alexander. De uitspraak als zou Alexander niet bezongen worden in liederen is vandaag achterhaald: in de moderne muziek zijn er vrij veel sporen terug te vinden van Alexander de Grote, gaande van een terloopse vermelding tot hele nummers die over hem gaan. Een kleine greep uit het aanbod:

Vermeldingen

1. Rock en metal

In de rockmuziek wordt Alexander vermeld in het nummer Hush Hush Hush van Paula Cole uit 1996. Het werd gecoverd door Annie Lennox op het album Possibilities van jazzmuzikant Herbie Hancock uit 2005. Het nummer gaat over een jongeman die sterft aan aids:

Cruel joke you waited so long to show
The one that you wanted wasn’t a girl
All your life you kept it hidden inside
Now when you step
You stumble
You die

In de volgende strofe wordt een vergelijking gemaakt met twee verschillende historische figuren:

Oh maybe next time
You’ll be Henry the 8th
Wake up tomorrow, Alexander the Great
Open your eyes in a new life again
Oh maybe next time
You’ll be given a chance (Lyrics.com)

Hendrik VIII, die naast zijn huwelijken met achtereenvolgens Catharina van Aragon, Anna Boleyn, Jane Seymour, Anna van Kleef, Catharina Howard en Catharina Parr ook de tijd vond om zich bezig te houden met een aantal maîtresses, wordt hier als prototype van de heteroseksuele man genomen. Alexander de Grote wordt hier als tegenpool gebruikt: hoewel de huidige problematiek rond homorechten de oude Grieken totaal vreemd was en Alexander tegelijk getrouwd was met drie oosterse prinsessen en een bastaardzoon had bij een minnares, wordt in deze tekst toch vooral gedacht aan de relatie die Alexander waarschijnlijk had met zijn vriend Hephaistion.

Een andere, meer terloopse vermelding van Alexander de Grote vinden we in het nummer Circus of Heaven uit 1978, van de Engelse rockband Yes. In het nummer, waarin een reeks visioenen beschreven wordt, komt op een bepaald moment de Oudheid in beeld:

Then there above their heads just as vivid as life
Each vision transported multitudes inventing light
Grecian galleons, the sack of Troy, to the Gardens of Babylon
A play of millions roared along
The gigantic dreams of Alexander the Great
Civil wars where brothers fought and killed their friendship with hate
All seen by Zeus performing scenes in the magical way
The day the circus came to town
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier vooral vernoemd omwille van zijn veroveringen en zijn ambitie het Westen en het Oosten in één rijk samen te brengen. Hij is bovendien de enige historische figuur die in deze strofe bij naam wordt genoemd.

Een laatste vermelding van Alexander de Grote in de rockmuziek is te vinden in Mine van de Australische band Hoodoo Gurus uit 1996.

I want for nothing,
Yeah, I got it all.
I’m a superhuman
And I’m ten feet tall.
I’m truly perfect
In every way
And, like Alexander,
I feel great!
(Lyrics.com)

Hier wordt vooral gespeeld met de bijnaam The Great, een fenomeen dat ook nog zal opduiken in de rap- en hiphopmuziek. (cf. infra)

Voor de fans van het iets zwaardere werk is er in deze categorie Alice Cooper. In You’re a Movie uit 1981 worden pretentieuze gedachten van een legeraanvoerder verwoord. De eerste strofe gaat als volgt:

I fearlessly walk into battle
With a shine on my boots and my teeth
Never flinch, never blink, never rattle
My blood is like ice underneath
Oh, I’m the reincarnation of Patton
And I’ve got Hannibal’s heart in my chest
God told me I would have rivalled
Alexander the Great at his best
(Lyrics.com)

Alexander wordt hier genoemd in een rijtje van drie grote namen. Hoewel hij als derde genoemd wordt, is de volgorde climactisch en lijkt hij dus de nummer één boven Patton en Hannibal.

 

2. Folk

Ook in de folkmuziek heeft Alexander een kleine plaats gekregen en niet bij de minste artiest: Woody Guthrie, één van de invloedrijkste exponenten van het genre, heeft het over hem in The Many and the Few, een nummer uit de jaren 40 dat pas in 1999 werd uitgebracht. Het heeft de Joodse geschiedenis en vooral de opeenvolgende onderdrukkers (de “Few” uit de titel) van de Joden (de “Many”) als thema. Ook Alexander de Grote passeert de revue:

My name is Alexander the Great
More than half of this wide world is mine
Come stand around, my servants all
I’m wrapped on my bed here to die

Ook hier wordt Alexander gepresenteerd als de grote veroveraar, hoewel hij hier niet echt positief in beeld lijkt te komen, in een rijtje onderdrukkers van het Joodse volk. Toch brengt hij het er vanuit een Joods oogpunt beter van af dan Antiochus IV Epiphanes (ca. 215 – 164 v.C.), over wie de volgende strofe luidt:

As the King of Syria and Palestine
Antiochus the Fourth, you’ll stand
To kill the Jews if they refuse
To worship our idols and gods
(Lyrics.com)

Een ander folknummer waarin Alexander in verband gebracht wordt met een grote veldheer uit een recenter verleden dan de Oudheid, is Bony on the Isle of St. Helena van de Amerikaanse folkband Uncle Earl. Het nummer gaat over de heimwee van de naar Sint-Helena verbannen Napoleon Bonaparte (de “Bony” uit de titel) en verscheen in 2007 niet toevallig op hun album Waterloo, Tennessee, samen met een nummer over hetzelfde thema dat de titel Buonaparte meekreeg. In Bony on the Isle of St. Helena wordt Napoleon vergeleken met die andere grote veldheer uit het verleden, Alexander:

No more in St. Cloud he’ll be seen in such splendor.
Or go on with his wars like the great Alexander.
He sees his victories and how fleeting they all were.
While his eyes are on the waves that surround St. Helena.
(Metrolyrics.com)

 

3. Rap en hiphop

Alexander krijgt opvallend veel vermeldingen in een genre waarin we dat misschien minder zouden verwachten, namelijk de hiphopmuziek. Een aantal passages werken de vermelding verder uit, anderen zijn dan weer puur gericht op het laten vallen van de naam, soms zelfs bijna alleen om het rijm te doen kloppen of puur omwille van de klank.

Een eerste tekst waarin de vermelding van Alexander nog wat uitgewerkt wordt, is I Can van Nas, uit 2003. In het nummer, waarin “Don’t do drugs, stay in school” de voornaamste boodschap aan zwarte jongeren is, wordt in een kort historisch overzichtje geschetst hoe het zover is kunnen komen met de Amerikaanse zwarte jeugd:

Be, be, ‘fore we came to this country
We were kings and queens, never porch monkeys
It was empires in Africa called Kush
Timbuktu, where every race came to get books
To learn from black teachers who taught Greeks and Romans
Asian Arabs and gave them gold when
Gold was converted to money it all changed
Money then became empowerment for Europeans
The Persian military invaded
They learned about the gold, the teachings and everything sacred
Africa was almost robbed naked
Slavery was money, so they began making slave ships
Egypt was the place that Alexander the Great went
He was so shocked at the mountains with black faces
Shot up they nose to impose what basically
Still goes on today, you see?
(Lyrics.com)

Ook hier wordt Alexander neergezet als een onderdrukker. De ironie wil dat hij in Egypte eigenlijk ontvangen werd als de man die Egypte bevrijdde van het Perzische juk, dus dit beeld klopt niet, maar past wel in het plaatje van blanke onderdrukking dat Nas wil schetsen.

Een vermelding van Alexander de Grote vinden we ook bij de bij ons onbekende Ierse rapper Rejjie Snow. In het nummer Pink Flower uit 2017, dat gaat over zijn moeilijke jeugd, is de vermelding van Alexander de Grote niet toevallig, aangezien Snows echte naam Alexander Anyaegbunam is. Dat het over hemzelf gaat, lijdt geen twijfel, want hij vermeldt in één adem ook zijn geboortedatum:

I was born with a vision, Alexander the Great
And that fake love creeping like the cancer I born
June 27th, 1993, I came on
With them black fists high and them blisters in it
(Lyrics.com)

Een meer uitgewerkte en inhoudelijk relevantere vermelding van onze bekendste Macedonische koning vinden we in Chase That (Ambition) van de Amerikaanse rapper Lecrae uit 2011. In een nummer dat gaat over de ijdelheid van zijn eigen ambitie vergelijkt hij zijn eigen veroveringsdrang met die van Alexander de Grote:

All I wanted was doom.
The same kind Alexander the Great felt when the earth ran out of room.
He conquered all he could, but yet he’s feelin’ consumed.
By this neverending quest for glory he couldn’t fuel.

Op het einde van het nummer vergelijkt hij dat ijdel najagen van eigen glorie zelfs met de val van Lucifer:

But history repeats itself, evil’s what it is.
‘Cause Lucifer was cast away for doing what I did.
Created by the God who spoke the earth into existence,
Instead of chasing the Father’s glory, he was chasin’ his.
(Lyrics.com)

Nog steeds in het hiphopgenre zijn er nog een paar meer uitgewerkte verwijzingen naar Alexander de Grote te vinden, telkens met een andere focus. In Nature of the Threat uit 1996 schildert de Amerikaanse rapper Ras Kass een overzicht van de menselijke geschiedenis vanaf ongeveer 20.000 v.C. tot vandaag in een nummer dat bijna 8 minuten duurt. Hij kadert deze geschiedenis, die qua realia overigens vrij accuraat en de moeite van het beluisteren of zelfs lezen waard is, in een bredere visie waarin de onderdrukking van zwarten centraal staat. Ook Alexander de Grote passeert in die zin de revue:

The Hellenistic Era, Alexander the Great
Conquers all the way to India leavin’ four successor states
By the Fifth century B.C., R.O.M.E
Succeeds to be the conqueror of Egypt and Greece
(Genius.com)

De “four successor states” waarvan sprake zijn uiteraard de delen waarin Alexanders rijk uiteenviel toen hij stierf en die in handen vielen van verschillende van zijn generaals, namelijk Egypte, Hellas, Thracië en het Perzische Rijk. Er is hier sprake van vier staten, maar de onderstaande kaart toont dat de geopolitieke situatie in de Oudheid complexer was dan Ras Kass in het korte bestek van zijn tekst laat uitschijnen.

Kaart van de diadochenrijken (300 v.C.)

Ook een hiphopgroep waarmee Ras Kass al samenwerkingen aanging, Jedi Mind Tricks, bestaande uit rappers Vinnie Paz en Jus Allah en dj/producer DJ Kwestion, heeft een nummer waarin Alexander de Grote een vermelding krijgt. Het nummer Saviorself begint immers met deze regels:

Yeah, I built with Alexander the Great
He told the Persians they should stay gone
Then he told me about the Oracle of Amon
He gave me no clue, where it is (Genius.com)

In deze paar regels wordt melding gemaakt van het feit dat Alexander de Perzische overheersing van Egypte beëindigde. Bovendien wordt er ook verwezen naar zijn bezoek aan het orakel van Zeus-Amon vlakbij de Siwa-oase. Alexander bracht in 332 v.C. een bezoek aan dit orakel na zijn verovering van Egypte. Daar werd hij naar verluidt door de lokale priester verwelkomd in het Grieks. De priester wou hem aanspreken met ὦ παιδίον, “mijn zoon”, maar hij zou er ὦ παῖ Διός, “zoon van Zeus” van gemaakt hebben. Alexander zou dit dan opgevat hebben als een goddelijk teken dat hij van goddelijke afkomst was.

Een aantal andere vermeldingen van Alexander in de hiphopmuziek zijn zeer terloops, vaak beperkt tot de naam, zonder dat er echt een inhoudelijke functie te bespeuren valt, waarschijnlijk onder invloed van het nogal associatieve karakter van rapmuziek. We zetten ze hier op een rijtje:

Fu-Schnickens – La Schmoove (1992)

Not Alexander but considered to be Great
Great, but, like the Grape Ape
(Lyrics.com)

E-40 – The Element of Surprise (1998):

Buying yellow clusters instead of counterfeit dope
Alexander the Great, macadamia nut, chief rockin’ soap
No rebate, no refunds
(Lyrics.com)

Flipmode Squad (een rapperscollectief met onder anderen Rampage) – Run for Cover (1998):

Rampage Alexander the Great (Lyrics.com)

Chico & CoolwaddaWild ‘n tha West (2001):

I’m Alexander the Great 38 (Lyrics.com)

Raekwon – Robbery (2003):

They call me Alexander Sean the Great
‘cause ya bitch said she love the way the dick talk all in the cake
 (Lyrics.com)

Andre Nickatina & Equipto – Rap Candy Bars (2006):

Alexander the Grape, section eight (Genius.com)

Nummers over Alexander de Grote

Naast vermeldingen in nummers met een ander of breder thema, zijn er ook nummers die in hun geheel gewijd zijn aan Alexander de Grote. Een korte zoektocht leverde een tiental nummers op, waarvan we hier een overzicht geven. Alle nummers dragen als titel Alexander the Great.

1. Iron Maiden (1986)

Het bekendste nummer in deze serie, zeker bij metalheads, is Alexander the Great van de Britse metalband Iron Maiden. Overigens zijn is de metalmuziek het ruimst bedeeld met volledige nummers over Alexander de Grote: ook de Belgische powermetalband Iron Mask (met Alexander the Great), de Amerikaanse deathmetallers van Nile (met Iskander D’hul Karnon) en het Oostenrijkse Serenity, dat zich toelegt op het genre van de symfonisch powermetal (met Age of Glory) hebben een nummer aan Alexander de Grote gewijd. In dit bestek zou een volledige bespreking van al deze teksten echter te veel ruimte in beslag nemen, maar dit wordt zeker nog vervolgd. We concentreren ons daarom op het nummer van Iron Maiden. We laten hier de volledige tekst volgen, met per deel een korte bespreking.

My son ask for thyself another Kingdom, for that which I leave is too small for thee

Dit is een bijna letterlijke vertaling van de woorden die Philippus II van Macedonië tot zijn zoon gezegd zou hebben volgens ‘Het leven van Alexander’ van Plutarchus van Chaeronea (ca. 46 – ca. 120 n.C.), die het zesde kapittel van dat werk, dat gaat over hoe Alexander het paard Bucephalus temt, afsluit met deze woorden: “ὦ παῖ” φάναι, “ζήτει σεαυτῷ βασιλείαν ἴσην· Μακεδονία γάρ σ’ οὐ χωρεῖ.”  “Mijn zoon,” zei hij, “zoek voor jezelf eenzelfde koninkrijk, want Macedonië heeft niet genoeg plaats voor jou.”

Near to the east
In a part of ancient Greece
In an ancient land called Macedonia
Was born a son
To Philip of Macedon
The legend his name was Alexander

In deze strofe worden de antieke en de moderne geopolitieke toestand met elkaar vermengd: Macedonië was in de Oudheid geen deel van Griekenland, omdat Griekenland om te beginnen geen politieke eenheid was. Het huidige Macedonië ligt iets noordelijker dan het antieke Macedonië, dat grotendeels overeenkomt met de huidige Griekse provincie Macedonië. In die zin is Macedonië dus wel een deel van Griekenland. De strijd om de naam “Macedonië” sleept al lang aan en het feit dat het antieke Macedonië voor het grootste deel in de huidige Griekse provincie ligt en niet in het land Macedonië, is één van de voornaamste argumenten van de Grieken om de naam Macedonië niet te erkennen. Pas begin 2019 kwam er (nipt) een compromis om het buurland van Griekenland de naam Noord-Macedonië te laten dragen.

At the age of nineteen
He became the Macedon King
And he swore to free all of Asia Minor

Alexander werd inderdaad op zijn negentiende koning van Macedonië, na de nogal verdachte dood van zijn vader. Hij zette de voorbereiding van de militaire campagne tegen het Perzische rijk, die begonnen was door zijn vader, verder.

By the Aegean Sea
In 334 B.C.
He utterly beat the armies of Persia

Dit was in de Slag bij de Granikosrivier, die inderdaad in 334 v.C. plaatsvond. De grote nederlaag voor de Perzen die hier vermeld wordt, lijkt eerder te wijzen naar de Slag bij Issos. Beide veldslagen lijken hier te zijn samengenomen. Hierna volgt het refrein:

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
Became a legend ‘mongst mortal men

Na dit refrein volgt een strofe waarin de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen:

King Darius the third
Defeated fled Persia

Volgens Arrianus vluchtte Darius inderdaad halsoverkop van het slagveld weg, met achterlating van zijn mantel, schild, vrouw en kinderen. Symbolisch laat hij dus achtereenvolgens zijn koninklijke waardigheid, militaire eer en de toekomst van zijn koningshuis achter. Het achterlaten van een schild moet overigens niet onderschat worden, want in Griekse ogen was dit een grote schande, zoals blijkt uit een fameuze uitspraak van een Spartaanse moeder tot haar zoon: ἢ τὰν ἢ ἐπὶ τᾶς, “[keer terug] ofwel met je [schild] ofwel op je [schild]” en een scandaleus epigram van de huurling-dichter Archilochos van Paros:

ἀσπίδι μὲν Σαΐων τις ἀγάλλεται, ἣν παρὰ θάμνωι,
ἔντος ἀμώμητον, κάλλιπον οὐκ ἐθέλων·
αὐτὸν δ’ ἐξεσάωσα. τί μοι μέλει ἀσπὶς ἐκείνη;
ἐρρέτω· ἐξαῦτις κτήσομαι οὐ κακίω.

Een of andere Saiër verheugt zich met mijn schild, dat ik bij een bosje
tegen mijn zin achterliet, een schitterend wapen.
Ik heb mezelf gered. Wat kan dat schild me schelen?
Naar de maan ermee: ik zal er opnieuw een kopen, niet slechter [dan het vorige].

Het epigram is naar Griekse normen scandaleus omdat de dichter er ronduit voor uitkomt dat hij zijn eigen hachje gered heeft en daarvoor zijn schild moest achterlaten. Hij gaat zelfs nog een stap verder door zich af te vragen “wat dat schild hem interesseert” en er dan ἐρρέτω (“foert” of vrijer maar dichter bij de bedoelde betekenisnuance: “fuck it“) aan toe te voegen.

The Scythians fell by the river Jaxartes

Alexander versloeg de Scythen inderdaad bij de Jaxartes, nu de Syr Darja, in 329 v.C. De slag vond waarschijnlijk plaats vlakbij Tasjkent, de huidige hoofdstad van Oezbekistan, op een plaats waar de grenzen van Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Kazachstan elkaar raken.

Then Egypt fell to the Macedon King as well

Dit gebeurde in 332 v.C. Alexander zorgde er op die manier voor dat Egypte niet meer onder Perzisch gezag viel. De chronologische volgorde van de verschillende veldslagen wordt in het nummer dus niet gerespecteerd. Alexanders generaal Ptolemaios werd na de dood van Alexander in 323 v.C. satraap van Egypte en zou dat blijven tot hij zichzelf in 304 v.C. tot farao van Egypte uitriep. Daarmee stichtte hij de naar hem genoemde Ptolemeïsche dynastie die de laatste en langst regerende dynastie van farao’s zou zijn, totdat de laatste farao, Cleopatra VII – u weet wel, dé Cleopatra-  in 31 v.C. door Octavianus, de latere keizer Augustus, verslagen werd bij Actium en in de nasleep van de zeeslag zelfmoord pleegde.

And he founded the city called Alexandria

Alexander stichtte inderdaad deze stad in de Nijldelta, maar hij stichtte ook vele gelijknamige steden verspreid over het enorme rijk dat hij in zijn leven veroverde. Het Egyptische Alexandrië is echter het bekendste, mede door zijn legendarische bibliotheek.

By the Tigris river
He met King Darius again
And crushed him again in the battle of Arbela

De Slag bij Arbela, beter bekend als de Slag bij Gaugamela, was de definitieve genadeklap voor Darius III en vond plaats in 331 v.C.

Entering Babylon
And Susa, treasures he found
Took Persepolis the capital of Persia

Babylon, Susa en Persepolis waren residentiesteden van de Perzische koningen, die met hun hof tussen deze steden rondtrokken. Dit had het voordeel dat de koning, die in Perzië een absolute heerser was in de meest letterlijke betekenis van het woord, op verschillende momenten dicht bij de verschillende delen van zijn enorme rijk was en zo sneller bereikt kon worden voor dringende berichten.

Hierna volgt opnieuw het refrein en een volgende strofe:

A Phrygian King had bound a chariot yoke
And Alexander cut the ‘Gordian knot’
And legend said that who untied the knot
He would become the master of Asia

Deze beschrijving klopt: in Gordium hakte Alexander de later spreekwoordelijk geworden Gordiaanse knoop door, die door de Frygische koning Midas ter ere van zijn vader Gordias rond de disselboom van een strijdwagen was gebonden.

Hellenism he spread far and wide
The Macedonian learned mind
Their culture was a western way of life
He paved the way for Christianity

Deze thesen zijn overtrokken, maar hebben wel degelijk een zekere basis. Alexander legde met zijn veroveringen de basis voor wat men later het hellenisme zou noemen, een bloeiperiode voor Griekse literatuur en wetenschap die we vooral kennen uit Alexandrië, met zijn bibliotheek en de rijke literaire en wetenschappelijke erfenis die die naliet. “The Macedonian learned mind” was dan ook eerder een “Alexandrian learned mind” die grotendeels dateert van de regeerperiode van de Ptolemaeën, Alexanders opvolgers in Egypte. Om te stellen dat hun cultuur een “western way of life” was, is echter een stap te ver: de dominante taal van de hoge cultuur werd inderdaad het (westerse) Grieks, maar dat wil niet zeggen dat lokale culturen onderdrukt of uitgeroeid werden, integendeel zelfs. Het feit dat Grieks over een enorm territorium de lingua franca werd en zelfs dominant bleef tegenover het Latijn na de Romeinse veroveringen in het Oosten, legde in zekere zin de basis voor het christendom. Veel mensen kenden immers wat Grieks en het is dan ook geen toeval dat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven werd om zoveel mogelijk mensen te bereiken met de Blijde Boodschap. Volledige Latijnse vertalingen werden pas ondernomen in een periode waarin de kennis van het Grieks in het Westen van het Romeinse Rijk begon te tanen.

Marching on, marching on
The battle weary marching side by side
Alexander’s army line by line
They wouldn’t follow him to India
Tired of the combat, pain and the glory

Als het van Alexander zelf had afgehangen, zouden zijn veroveringen niet gestopt zijn aan de Indus. Zijn leger, dat hem trouw gevolgd had sinds het begin, wilde echter niet meer mee. Hij moest zich dus noodgedwongen gaan bezighouden met het organiseren van het enorme rijk dat hij veroverd had.

Alexander the Great
His name struck fear into hearts of men
Alexander the Great
He died of fever in Babylon

Alexander stierf inderdaad in Babylon na een korte ziekte met koortsverschijnselen. Dit gebeurde naar verluidt niet lang nadat hij in de rivier was gaan baden en mogelijk was er een oorzakelijk verband tussen dit bad en zijn overlijden. Het is echter moeilijk om op basis van de antieke bronnen de exacte ziekte te bepalen waaraan hij overleed, een probleem dat wel vaker opduikt bij pathologische beschrijvingen in de Oudheid. De beschrijving van de pest in Athene bij Thucydides is een notoire uitzondering op die regel.

Andere nummers, met dezelfde titel Alexander the Great, zijn van de volgende artiesten. Ondanks herhaalde pogingen kon de auteur van dit stukje echter niet aan de teksten ervoor komen. Alle hulp hierbij is dan ook welkom. We zetten de uitvoerders even op een rijtje:

  • Strawbs (1996)
  • Aegean Voices (1996)
  • Greg Osby en Joe Lovano (1999)
  • Manos Hadjikakis (1999)
  • Bond (2000)
  • Vinnie Moore (2001)
  • Saxophone Summit (2004)
  • Manowar (2004)
  • Holy Family (2015)

2. Caetano Veloso (1998)

Voor de aardigheid geven we ook nog”Alexandre” mee, van de Braziliaanse artiest Caetano Veloso. Het nummer verscheen op zijn album ‘Livro‘ uit 1998. Deze muziek behoort tot het genre van de MBP, wat staat voor Música popular brasileira, een mix van typisch Braziliaanse muziekstijlen zoals samba en baião, gecombineerd met niet-Braziliaanse jazz-, rock- en andere invloeden. We laten hier de Portugese tekst volgen. Net zoals het nummer van Iron Maiden gaat het ook hier over een soort modern “chanson de geste”. Veel elementen komen aan bod: het temmen van Bucephalus (Ele escolheu seu cavalo Por parecer indomável // E pôs-lhe o nome Bucéfalo ao domina-lo), het feit dat Aristoteles Alexanders leraar was (Ele ensinou o jovem Alexandre a sentir filosofia), de relatie met Hephaistion (compleet met de vaak gemaakte vergelijking met Patroklos), de slag bij Chaeronea, waarin Alexander de cavalerie leidde en een ongeziene slachting aanrichtte in de rangen van de Thebaanse Heilige Schare (Na grande batalha de Queronéia, Alexandre destruía // A esquadra Sagrada de Tebas, chamada e Invencível), zijn kroning op twintigjarige leeftijd en zijn vroegtijdige dood. Één beschouwing vat een genuanceerde visie op Alexander de Grote samen:

Foi generoso e malvado, magnânimo e cruel

“Hij was genereus en slecht, grootmoedig en wreed.”

3. Iskander (album van Supersister)

We sluiten dit overzicht af met een conceptalbum, dat in 1973 werd uitgebracht door de Nederlandse progressieverockband Supersister. Het album Iskander gaat volledig over Alexander de Grote. De titel is de oosterse versie van de naam Alexander. De oorspronkelijke lp bevat de volgende nummers, waarvan de titels veelzeggend zijn:

  • Introduction
  • Dareios the Emperor
  • Alexander
  • Confrontation Of The Armies
  • The Battle
  • Bagoas
  • Roxane
  • Babylon
  • Looking Back (The Moral Of Herodotus)

Aangezien de weinige tekst in de grotendeels instrumentale nummers weinig specifiek is in verwijzingen naar Alexander de Grote (bijvoorbeeld in Dareios the Emperor en Alexander), heeft een bespreking van de tekst zoals bij de andere hierboven genoemde nummers in dit bestek weinig zin. De muziek is echter wel sfeervol te noemen, hoewel het album destijds niet zo succesvol was als gehoopt omdat de fans niet konden wennen aan het nieuwe, meer bij jazz aanleunende geluid van het album. De band ging een jaar later mede daardoor uit elkaar.

Selecte bibliografie

https://en.wikipedia.org/wiki/Cultural_depictions_of_Alexander_the_Great#Music

Claudia Hattendorff, Peter von Möllendorff, Alexander Rubel, Wolfgang Will: Alexander. In: Peter von Möllendorff, Annette Simonis, Linda Simonis (Hrsg.): Historische Gestalten der Antike. Rezeption in Literatur, Kunst und Musik (= Der Neue Pauly. Supplemente. Band 8). Metzler, Stuttgart/Weimar 2013.

Coverfoto: bestand ‘Transparent Alexander The Great Png – Iron Maiden Alexander The Great’ op KindPNG door Nathalie C (non-commercial use)

Het bericht Οὐδὲ ἐν μέλει ᾔσθη Ἀλέξανδρος: Alexander de Grote in enkele moderne liedjesteksten van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/03/2020/%ce%bf%e1%bd%90%ce%b4%e1%bd%b2-%e1%bc%90%ce%bd-%ce%bc%ce%ad%ce%bb%ce%b5%ce%b9-%e1%be%94%cf%83%ce%b8%ce%b7-%e1%bc%80%ce%bb%ce%ad%ce%be%ce%b1%ce%bd%ce%b4%cf%81%ce%bf%cf%82-alexander-de-grote-in-enkele/feed/ 0 1052
In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/#respond Fri, 21 Feb 2020 16:37:58 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1434

Het toerisme in Egypte beleefde vooral hoogdagen na de verovering door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel "binnenlandse" als "buitenlandse" reizen. In dit artikel gaan we in het spoor van Herodotus op zoek naar de typische plaatsen die werden aangedaan door keizers, soldaten, ambassadeurs of andere beambten.

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Met de geplande opening van het Grand Egyptian Museum in het vooruitzicht prijkt Egypte bovenaan menig lijstje met “top # plaatsen om te bezoeken in 2020”. De toeristische sector is erg belangrijk voor het land, en na enkele moeilijke jaren neemt het aantal bezoekers weer gestaag toe. Het rijke Egyptische verleden spreekt al veel langer tot de verbeelding van reizigers. Deze fascinatie gaat al terug tot in de Oudheid. Het toerisme beleefde vooral hoogdagen na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Later maakte de uitbreiding van het Romeinse Rijk reizen nog eenvoudiger. Toerisme in Grieks-Romeins Egypte omvatte zowel “binnenlandse” als “buitenlandse” reizen. Verplaatsingen van de eerste soort behelsden vaak een bezoek aan een tempel in het kader van een pelgrimage. Uitheemse bezoekers waren doorgaans soldaten, ambassadeurs, of beambten die in staatsdienst in het land waren. Ook Romeinse keizers bezochten de provincie Aegyptus. De grootste keizerlijke toerist was zonder twijfel Hadrianus, die meer dan de helft van zijn regeerperiode onderweg was. Anderen reisden uit interesse: volgens Tacitus bezocht Germanicus Egypte “om de antiquiteiten te zien” (“cognoscendae antiquitatis“).

Naar aanleiding van zijn bezoek liet Hadrianus deze munt met verpersoonlijking van Egypte slaan. De figuur houdt een Egyptisch sistrum vast, en links ontwaren we een ibis, het heilige dier van Thoth.

Toerisme in Egypte: een lange geschiedenis

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in SaqqaraNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De eerste toeristengraffiti in Egypte, achtergelaten in Saqqara

Ook voor Egypte deel werd van de Grieks-Romeinse wereld werd er natuurlijk druk gereisd. Vanaf het Oude Rijk vinden we inscripties van passanten in de regio van het eerste cataract (het huidige Sehel-eiland). De eerste graffiti achtergelaten door ‘toeristen’ dateren uit de 18de en de 19de Dynastie: de kapellen rond de trappenpiramide van Djoser in Saqqara zijn bezaaid met inscripties van schrijvers die hun bewondering voor de site uitdrukken.

Vanaf de Late Tijd (664-332 v.C.) vonden meer en meer Grieken hun weg naar Egypte. Al in 591 v.C. kerfden Griekse huurlingen een boodschap in het linkerbeen van een beeld van Ramses II in Abu Simbel. Andere toeristen kwamen met vredelievendere bedoelingen: enkele illustere voorbeelden zijn de Atheense staatsman Solon, de wiskundigen Thales en Pythagoras en de filosoof Plato. De bekendste toerist was de historicus Herodotus, die zeer onder de indruk was: “Nergens zijn er zoveel wonderlijke zaken, noch zijn er ergens ter wereld zoveel werken van onbeschrijfelijke grootheid te zien.” Latere Grieks-Romeinse toeristen bekeken Egypte door de lens van deze voorgangers: ze hadden respect voor de oude Egyptische cultuur, maar tegelijk bleef het land ook exotisch en ‘barbaars’. Sommige graffiti van bezoekers gebruiken zo het woord “historeo“, “ik onderzoek”, een rechtstreekse verwijzing naar het werk van Herodotus.

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Graffiti achtergelaten door Griekse huurlingen in 591 v.C.

De tempel van Abu SimbelNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Abu Simbel

Bruisend Alexandrië

Halve drachme van de Romeinse keizer Antoninus Pius met de pharos en tetradrachme van de keizer Commodus met de pharos en een zeilschip

In de Grieks-Romeinse periode bereikten de meeste reizigers Egypte per boot, via de kosmopolitische havenstad Alexandrië. Bij het naderen van de kust werden ze begroet door een van de spectaculairste bouwwerken uit de oudheid: de pharos, een vuurtoren die meer dan 100 meter boven de zee oprees. De stad was niet alleen een belangrijk commercieel centrum, maar ook de intellectuele hoofdstad van het Middellandse Zeegebied. Bezoekers konden zich er vergapen aan spectaculaire sites die vandaag verdwenen zijn onder de moderne bebouwing. In het rijkversierde Mouseion en de bibliotheek kon men de grote geleerden van die tijd aan het werk zien. Het grote Serapeum, een van de beroemdste heidense tempels uit de Oudheid, was een andere populaire bezienswaardigheid. Gedistingeerde gasten werden ontvangen op het spectaculaire koninklijke paleis.

Alexandrië kende ook Egyptische elementen, zoals de “Cleopatra’s Needles” nu in Londen en New York

Het mausoleum van Alexander de Grote in de stad ontwikkelde zich tot een waar bedevaartsoord. In 48 v.C. kwam Julius Caesar het lichaam eer bewijzen, en hij werd daarin nagevolgd door talrijke latere keizers. Ook zijn adoptiefzoon Augustus bezocht het graf, en zou volgens kwatongen (Cassius Dio) een stukje van de neus van Alexander afgebroken hebben. Gevraagd of hij daarnaast de tombes van de Ptolemaeën wilde bezoeken, zou hij geantwoord hebben dat hij “een koning wilde zien, niet gewoon wat lijken”. De Hellenistische koningen zelf toonden zich ook niet altijd even respectvol tegenover de doden: aanvankelijk lag Alexander in een gouden sarcofaag, maar die werd door Ptolemaios X omgesmolten en vervangen door een glazen exemplaar.

De Grand Tour van het faraonische verleden

Veel reizigers trokken van Alexandrië naar het zuiden om met eigen ogen de monumenten uit de faraonische tijd te bekijken. De eerste attractie die men tegenkwam was Heliopolis. De lokale priesters genoten de reputatie bijzonder geleerd te zijn, en de stad trok dan ook veel filosofen aan. Vandaag blijft er van Heliopolis niet veel over: de monumenten zijn gebruikt als steengroeve voor de aanleg van Caïro. Hetzelfde lot viel de oorspronkelijke hoofdstad Memphis te beurt, een andere populaire stopplaats. Van de beroemde Ptah-tempel en het paleis van Apries zijn slechts schamele ruïnes overgebleven.

Tot de weinige overblijfselen die vandaag nog in Memphis zelf te bezichtigen vallen, behoort dit kolossale beeld van farao Ramses II

Andere trekpleisters in de buurt hebben de tand des tijds beter doorstaan. Een van de hoogtepunten van elke reis naar Egypte, toen zowel als nu, zijn de piramides van Gizeh. De antieke auteurs maakten daarbij dezelfde bedenkingen als menig moderne toerist; terwijl Diodorus zich verwondert over hun grootte en vakmanschap, veroordeelt Herodotus het morele karakter van mannen die zoveel middelen aanwendden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Over Cheops beweert hij dat hij zelfs zijn eigen dochter prostitueerde om fondsen te werven. In de Romeinse periode werd ook de sfinx, die tot de regering van keizer Nero onder het zand begraven lag, drukbezocht. Ingekerfde gedichten vergelijken de vredige Egyptische sfinx met diens wrede Griekse tegenhanger uit het verhaal van Oedipus.

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bijNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag ligt de Sfinx er heel wat minder vredig bij

Alvorens te arriveren in de religieuze hoofdstad Thebe, deden sommige bezoekers Hermopolis aan. Ter hoogte van deze stad verdronk de onfortuinlijke Antinoüs, de minnaar van keizer Hadrianus, tijdens een boottocht op de Nijl. Anderen stopten bij de dodentempel van Seti I in Abydos, bij de Grieken bekend als het Memnoneion.  In de Romeinse periode trok de plaats veel pelgrims aan; de tempel huisvestte toen een gerenommeerd orakel van de god Bes.

De tempel van Seti I in Abydos

De grootste concentratie aan faraonische monumenten vond men toen ook al terug in Thebe, het moderne Luxor. Al in de Romeinse periode leefde het – enigszins overdreven – beeld van het honderd-poortige Thebe als één groot openluchtmuseum. Net als vandaag stroomden er vele bezoekers samen aan de tempels van Karnak en Luxor, maar de populairste trekpleisters bevonden zich op de westoever van de Nijl. De absolute topattractie waren twee standbeelden van farao Amenhotep III, de zogenaamde ‘Kolossen van Memnon’. Griekse en Romeinse bezoekers dachten dat de sculpturen de Ethiopische held Memnon uit de Trojaanse Oorlog afbeeldden. Als gevolg van een aardbeving produceerde een van de beelden geluid bij het opkomen van de zon. Dit werd geïnterpreteerd als het zingen van Memnon naar zijn moeder Eos, de godin van de dageraad. De beelden zijn bezaaid met graffiti, waaronder een gedicht van de dichteres Julia Balbilla, die keizer Hadrianus vergezelde. Sinds de 3de eeuw n.C. is het beeld opgehouden met zingen, maar de sculpturen staan er nog steeds. Sterker nog, bij recente opgravingen werden fragmenten van meer beelden teruggevonden!

De Kolossen van Memnon vandaagNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Kolossen van Memnon vandaag

De moderne trekpleister Vallei der Koningen kreeg in de Oudheid eveneens veel bezoekers over de vloer. Grieken en Romeinen lieten meer dan 2000 graffiti achter in de tombes van de farao’s. Sommige bezoekers kennen we uit andere bronnen: papyrologen zijn bijvoorbeeld bijzonder enthousiast over de graffiti van Dryton, wiens levensloop goed gekend is via zijn papyrusarchief. Het is onduidelijk of de Grieks-Romeinse bezoekers begrepen wat ze zagen. De graffiti drukken in de eerste plaats bewondering uit. De populairste attractie was het graf van Ramses VI, waar we graffiti aantreffen van bezoekers uit het hele Middellandse Zeegebied. Uit sommige van deze inscripties blijkt dat de reizigers in kwestie dachten dat het de tombe van Memnon was, aan wie ook de Kolossen werden gelinkt. Deze obsessie voor de Homerische held Memnon (zie ook het ‘Memnoneion’ van Abydos) roept de vraag op in hoeverre de Grieks-Romeinse bezoekers echt in het faraonische verleden geïnteresseerd waren, dan wel vooral op zoek gingen naar echo’s van hun eigen tradities.

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VINico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De weinig subtiele graffito van papyrologische poster boy Dryton in het graf van Ramses V/VI

Echte fanatiekelingen zoals Strabo reisden na Thebe nog verder door naar het zuiden, naar het eiland Elephantine. Naast de grote Khnum-tempel oefende vooral de eerste cataract een grote aantrekkingskracht uit. Volgens Herodotus was dit de bron van de Nijl. Seneca en Strabo beschrijven het spektakel dat werd opgevoerd door de onverschrokken veermannen, die zich met boot en al in de stroomversnelling storten. De redenaar Aelius Aristides beweert er zelfs aan deelgenomen te hebben. Vandaag is het “oorverdovende gebrul” van de cataract evenwel het zwijgen opgelegd door de bouw van de nabijgelegen dam. Ook de Isis-tempel op het eiland Philae verwelkomde talrijke pelgrims en toeristen, die vele graffiti achterlieten.

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaarNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vandaag is de Nijl bij Elephantine heel wat makkelijker bevaarbaar

Off the beaten track: krokodillen voederen in de Fayoem

Het Qarun-meer waarnaar de regio Fayoem genoemd is, via het Koptische phiom of “het meer”

Sommige reizigers bezochten naast de faraonische overblijfselen ook een meer recent ontwikkeld gebied: de Fayoem. Het droogleggen en in cultivatie brengen van grote delen van deze regio was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Ptolemaeïsche dynastie, die deze krachttoer ook graag etaleerde aan buitenlandse ambassadeurs. De papyri uit de Fayoem tonen dat zulke bezoeken nauwkeurig georkestreerd werden. Vooral Zenon, de manager van een groot landgoed, krijgt duidelijke instructies: hij moet de nederzettingen en de tempels voor de koning tonen, net als de wegen en de dijken, en bovenal benadrukken hoe nieuw alles is. In een andere brief wordt hem opgedragen om zo snel mogelijk strijdwagens en pakdieren in orde te maken voor ambassadeurs van Paerisades II, koning van Cimmerisch Bosporus, en uit Argos. Zenon wordt aangemaand om zich te haasten: op het moment dat de brief geschreven werd, was het schip net uitgevaren! Op het programma stond meestal ook een bezoek aan enkele faraonische overblijfselen, vooral het zogenaamde ‘Labyrint van Hawara’, het complex rond de dodentempel van Amenemhat III. Volgens Herodotus overtrof deze constructie zelfs de piramides.

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom OmboNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De krokodillengod Sobek op de muur van de tempel van Kom Ombo

Ook toeristen die op zoek waren naar een bijzondere ervaring kwamen in de Fayoem aan hun trekken. In Krokodilopolis werd de god Sobek vereerd in de vorm van een heilige krokodil. De lokale priesters voederden het dier met brood, vlees en wijn meegebracht door bezoekers. Strabo’s beschrijving doet haast denken aan een malafide dolfinarium: nauwelijks heeft de krokodil het voedsel naar binnen gewerkt, of er staat al een nieuwe bezoeker klaar; de priesters snellen ernaartoe, vangen het dier, en stoppen hem opnieuw offers toe. Een brief bewaard op papyrus bevestigt dat deze praktijk een vast deel uitmaakte van de tour voor buitenlandse bezoekers: een beambte wordt opgedragen alles in gereedheid te brengen voor het bezoek van een Romeinse senator, inclusief “de gebruikelijke hapjes voor de krokodillen”. Een andere Romeinse ambassadeur kwam op een minder aangename manier in aanraking met de Egyptische dierenculten. Diodorus verhaalt hoe hij met eigen ogen aanschouwde hoe een menigte de doodstraf eiste voor een Romein die per ongeluk een kat had gedood. Ook toen loonde het dus om reisadvies in te winnen over de lokale gewoonten!

Lees meer

Casson, L., Travel in the Ancient World, Baltimore, 1994.

Meeus, A., ‘Life Portraits: Royals and People in a Globalizing World’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Medford, 2019, 89-99.

Rosenmeyer, P. A., The Language of Ruins: Greek and Latin Inscriptions on the Memnon Colossus (2018).

Rutherford, I. C., ‘Travel and Pilgrimage’, in C. Riggs (ed.), The Oxford Handbook of Roman Egypt, Oxford, 2012, 701-716.

Van ‘t Dack, E., Reizen, expedities en emigratie uit Italië naar Ptolemaeïsch Egypte, Brussel, 1980.

Coverfoto: adaptatie van afbeelding ‘Le Sphynx apres les déblaiements et les deux grandes pyramides / Bonfils’ op Wikimedia (Public Domain) & ‘buste beroemde Griekse Herodotus’ op Pixabay

Het bericht In het spoor van Herodotus: toerisme in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/02/2020/in-het-spoor-van-herodotus-toerisme-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1434