Libanon Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/libanon/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 30 Nov 2025 21:09:55 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Libanon Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/libanon/ 32 32 136391722 ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/#respond Sun, 30 Nov 2025 21:09:55 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2747 Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098]

Meertaligheid toont de verbondenheid met twee of meer culturen en in de Klassieke Oudheid was dit niet anders. In dit artikel wordt een kwantitatieve masterproef over identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties gebruikt om dit te onderzoeken voor de Hellenistische en Romeinse periode.

Het bericht ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties van Nathan Van Hoof Hoefnagels verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098]

Taal is meer dan een communicatiemiddel; het is een symbool van culturele eigenheid. In een land als België, en een regio als Vlaanderen, behoeft dit geen verdere uitleg. Ook tweetaligheid is, en was, een identitair kenmerk. Meertaligheid toont namelijk de verbondenheid met twee of meer culturen en in de Klassieke Oudheid was dit niet anders. Er zijn echter geen mondelinge getuigenissen uit die periode, waardoor we ons moeten richten op geschreven bronnen. Grafschriften vormen de ideale bronnen om hier meer over te weten, aangezien ze bij uitstek de identiteit van de overledenen uitdrukten. Het was immers datgene waarmee zij herinnerd zouden worden.

Leemte in het onderzoek

De voorbije decennia is het onderzoek naar antieke tweetalige grafinscripties nogal beperkt van aard gebleken. Binnen het onderzoeksveld heeft men zich voornamelijk op de Latijnse tweetaligheid gefocust. Om deze reden heb ik in het academiejaar 2023-2024 in mijn masterproef onderzoek gedaan naar de Griekse, niet-Latijnse tweetalige grafschriften.[1] Ik heb meer bepaald onderzocht op welke manier taal, tekst en onomastiek de identiteitsbeleving van de overledenen bepaalden. Ik heb onder meer gekeken naar posities van de talen op de grafschriften, alsook hun lengte en inhoud om zo meer te weten te komen over de identiteit van de overledenen. Daarnaast heb ik ook de etymologie van de eigennamen onderzocht. Zo wordt er antwoord geboden op een vraag als “Hadden de overledenen voornamelijk Griekse namen of niet?”. Dit vertelt ons meer over de identiteitsbeleving van de overledenen.

Van Palmyra tot Egypte

De antieke grafinscripties die hier in de schijnwerpers zullen staan zijn voornamelijk afkomstig uit het Griekstalige oosten. Het grootste deel hiervan zijn Grieks-Palmyreens, uit de bekende Syrische karavaanstad Palmyra. Zij worden kwantitatief op de voet gevolgd door de Grieks-Hebreeuwse grafschriften. Zij komen zowel uit het antieke Judea als uit de Joodse catacomben van Rome en Italië. Daarna volgen de Grieks-Frygische epitafen, afkomstig uit Centraal-Anatolië. De Grieks-Koptische en Grieks-Demotische grafschriften sluiten de top 5 af, allebei uit Egypte, zij het geschreven in een ander stadium van de Egyptische taal. We spreken hier over 305 grafinscripties in totaal. Er zijn nog tal van andere Griekse, niet-Latijnse tweetalige grafschriften, maar hun aantallen zijn te klein en ze zijn te slecht gedocumenteerd om er betekenisvol onderzoek naar te doen. Chronologisch zijn de 305 tweetalige grafinscripties voornamelijk te situeren in de 3de eeuw v.C. en in de 2de eeuw n.C.

Schijfdiagram van het aantal Griekse tweetalige grafinscripties, opgedeeld per taal

Grieks boven!

De keuze van welke taal eerst kwam, alsook de lengte van de teksten en de inhoud ervan bepalen welke identiteit de overledenen of hun nabestaanden wilden uitdrukken via de grafschriften. Daarom heb ik de relatieve positie van de teksten/talen, de lengte en inhoud van elke tekst onderzocht, per grafschrift.

Ik heb een eigen databank gemaakt op basis van de Trismegistos-database, waarin ik voor elk grafschrift drie dingen heb vastgelegd: de positie van de tekst, hoe lang de tekst is, en wat erin staat. De gegevens zijn per taal gegroepeerd. Om het overzicht te bewaren is alles in tabellen gegoten.[2]

[1. Positie – Grieks met:]

Grieks Boven Grieks Onder Naast Elkaar Grieks

Midden

Andere Taal Midden Onbepaald
Palmyreens 80,6% 11,1% 8,3% 0,0% 0,0% 0,0%
Hebreeuws 52,2% 23,2% 5,8% 2,9% 2,9% 13,0%
Frygisch 81,8% 7,6% 1,5% 0,0% 9,1% 0,0%
Koptisch 47,5% 22,0% 5,1% 10,2% 8,5% 3,4%
Demotisch 15,4% 43,6% 7,7% 5,1% 0,0% 28,2%
Totaal % 59,7% 20,0% 6,2% 3,3% 4,3% 7,2%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 20.

Bovenstaande tabel toont aan dat in een meerderheid van de gevallen het Grieks boven de andere taal staat geschreven op een grafschrift. De Grieks-Demotische grafschriften vormen de uitzondering die de regel bevestigen. Dit lijkt er dus op te wijzen dat het Grieks een belangrijkere status aannam dan de lokale taal. Er zijn wel onderlinge verschillen op te merken: zo staat het Grieks zéér vaak bovenaan een Grieks-Frygische inscriptie, maar is dat bij de Grieks-Koptische grafinscripties veel minder het geval. Soms is het echter niet duidelijk wat de positie van de talen juist is, vandaar de laatste kolom genaamd “Onbepaald”. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met de slechte staat van de inscriptie of een onduidelijke teksteditie, waarbij de positie van de teksten niet wordt aangegeven.

Alle talen zijn gelijk, maar sommige…

[2. Hoeveelheid – Grieks met:]

Evenveel lijnen Grieks > Andere taal Grieks < Andere taal Onbepaald
Palmyreens 48,6% 25,0% 12,5% 13,9%
Hebreeuws 24,6% 56,5% 14,5% 4,3%
Frygisch 33,3% 34,8% 12,1% 19,7%
Koptisch 28,8% 23,7% 42,4% 5,1%
Demotisch 18% 7,7% 51,3% 23,1%
Totaal % 32,1% 31,8% 23,9% 12,1%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 21

Ongeveer 1/3de van de grafschriften in de tabel combineert evenveel Grieks met een andere taal, bijna evenveel grafschriften bevatten meer Grieks. Minder dan een kwart van de grafinscripties bevat meer niet-Griekse tekst dan Griekse tekst. Opnieuw zijn het de Grieks-Demotische en in dit geval ook de Grieks-Koptische grafschriften die hier de uitzondering vormen op de rest. Vanwege de slechte staat van sommige grafinscripties, of omwille van andere redenen, is het in 12% van de gevallen niet duidelijk welke taal nu dominant is.

Wat wordt er precies gezegd?

[3. Inhoud – Taal:]

ID in Grieks ID in andere taal Religieuze inhoud in Grieks[3] Religieuze inhoud in and. taal[4] Spreuk in Grieks Spreuk in and. taal
Gr.-Palmyr. 95,8% 97,2% 0,0% 0,0% 5,6% 11,1%
Gr.-Hebr. 95,7% 56,5% 0,0% 0,0% 7,2% 42,0%
Gr.-Fryg. 97,0% 1,5% 4,6% 0,0% 12,1% 100,0%
Gr.-Kopt. 11,9% 66,1% 22,0% 23,7% 66,1% 10,2%
Gr.-Demot. 89,7% 64,1% 0,0% 43,6% 2,6% 10,3%
Tot. 241 174 16 31 57 113

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 22

Dankzij de tabel hierboven kunnen we ook zien dat de Griekse taal vaak de overledene identificeert. Dat is in de niet-Griekse talen toch minder het geval. Deze talen worden eerder gebruikt om bepaalde (funeraire) spreuken, formules of religieuze inhoud over te brengen. De Grieks-Koptische grafschriften vormen hierop een uitzondering. De percentages overlappen hier omdat een tekst uiteraard meerdere inhoudelijke zaken kan bevatten.

Op basis van deze drie factoren kunnen we stellen dat de Griekse taal toch een zekere overmacht had op tweetalige grafschriften ten opzichte van de lokale talen. Al zijn er hier en daar uitzonderingen, voornamelijk terug te vinden op de Egyptische grafschriften.

Beroepstrots tot in de kist

Een tweetalige Grieks-Palmyreens funerair reliëf van Marcus (een kolonist uit Berytos)

James Noel Adams toont aan in zijn Bilingualism and the Latin Language dat in Latijnse tweetalige grafschriften de beroepsidentiteit van de overledene wordt benadrukt door middel van de taal. Hetzelfde is terug te vinden bij de Griekse tegenhangers. Zo is er een hiërogliefensnijder genaamd Besas die, naast Grieks, ook hiërogliefen op zijn grafschrift heeft staan [TM 52806]. Ongetwijfeld heeft Besas deze hiërogliefen er op laten zetten omwille van zijn beroep.

Het omgekeerde zien we echter ook: zo zijn er de grafschriften van een Grieks-Hebreeuwse leraar [TM 876393] en een Grieks-Palmyreense dokter [TM 829352] die de respectievelijke beroepen expliciet in het Grieks vermelden, maar niet in de lokale taal. Misschien was de leerkracht gespecialiseerd in Grieks onderricht? Adams merkte op dat ook Grieks-Latijnse grafschriften het beroep van dokter vermelden in de Griekse taal.

Naam en faam

Om meer te weten te komen over de identiteitsbeleving van overledenen moet er natuurlijk ook naar de namen en identificatie van die mensen gekeken worden. De etymologie van de naam van de overledene is natuurlijk een belangrijke factor om meer te weten te komen over de achtergrond en identiteit van de persoon. Iemand met een Griekse naam zal misschien wel eerder een band hebben met de Griekse cultuur dan met de lokale cultuur.

Deze dataset is groter dan die van het eerste deel, aangezien eigennamen vaak duidelijker zijn terug te vinden in de tekstedities dan de exacte positie van teksten of de exacte lengte van die teksten. Daarom worden ook Grieks-Nabatese, -Aramese, en -Fenicische grafschriften gebruikt voor dit onderdeel. Die opschriften komen voornamelijk uit het huidige Libanon en Israël/Palestina.

Deze resultaten werden opnieuw per taal gesorteerd en vervolgens in overzichtelijke tabellen gegoten.

[4. Etymologie – Grieks met:]

Grieks Andere Latijn Beide Onbekend
Palmyreens 13,9% 68,4% 16,1% 0% 1,5%
Frygisch 46,4% 28,9% 17,5% 0% 7,2%
Hebreeuws 27,3% 58,5% 13% 0% 1,3%
Koptisch 36,1% 61,1% 0% 0% 2,8%
Demotisch 37,5% 50% 0% 6,3% 6,3%
Hiërogliefisch 40% 50% 0% 10% 0%
Nabatees 16,7% 66,7% 0% 8,3% 8,3%
Aramees 9,1% 81,8% 9,1% 0% 0%
Fenicisch 47,4% 52,6% 0% 0% 0%
Totaal % 29,5% 54,9% 11,3% 1,1% 3,2%

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 47

Deze tabel toont de linguïstische etymologie van de namen op de grafschriften. In totaal beschikken we over 432 namen. Op sommige grafinscripties staan namelijk meerdere namen, hetzij omdat er meerdere personen in één graf waren begraven, hetzij omdat de persoon in kwestie met meerdere namen bekend was. De categorie ‘Andere’ slaat op een niet-Griekse, niet-Latijnse naam vaak afkomstig uit de lokale taal van het grafschrift, maar niet altijd. ‘Beide’ wilt zeggen dat de naam bestaat uit twee onderdelen, elk afkomstig uit een andere taal. Het is duidelijk dat over het algemeen één soort etymologie overheerst, namelijk die van de lokale taal. De Grieks-Frygische grafschriften uit Centraal-Anatolië vormen echter de uitzondering: bijna de helft van die namen zijn van Griekse origine. De verdeling die te zien is tussen de verschillende regio’s is heel interessant. Meer dan 2/3de van de grafschriften uit Palmyra draagt een Palmyreense naam, terwijl slechts de helft van de Egyptische grafschriften een Egyptische naam bevat. De etymologie van een naam is uiteraard niet altijd bekend.

Identiteit achter de naam

Tweetalig grafschrift Latijn-Palmyreens van een vrijgelatene met meer identificatie-elementen (zoals de naam van haar echtgenoot) enkel in het Latijn

Naast namen vermelden de grafschriften ook vaak andere identificatie-elementen. In de Oudheid bestonden er namelijk geen achternamen zoals wij die kennen. Op een grafschrift moest men zich dus op andere manieren differentiëren van mensen met dezelfde voornaam. Daarom werd vaak de naam van de vader toegevoegd achter die van de dode, als patroniem (bijvoorbeeld Thaimarsas, zoon van Zabdaathes [TM 831060], zie ook de website van Virtual Museum of Syria voor een afbeelding en meer context). In sommige gevallen was dit de naam van de moeder, een metroniem. Om iemand nog specifieker te identificeren werd vaak ook de naam van de grootvader, overgrootvader, enzovoort toegevoegd. Daarbovenop werden nog andere identificatie-elementen gebruikt: woonplaats, echtgeno(o)t(e), clan of beroep.

Ik heb niet in kaart gebracht welke identificatie-elementen er werden gebruikt, maar wel hoeveel, en of die hoeveelheid dezelfde was in beide talen. Iemand die immers heel uitgebreid geïdentificeerd wordt in de lokale taal en slechts zeer kort in het Grieks, voelde zich waarschijnlijk eerder verbonden met de lokale cultuur dan de Griekse.

[5. ID-elementen: – Grieks met:]

ID-elementen in Grieks ID-elementen in Andere taal Langer?
Palmyreens 3,08 3,41 Andere taal
Frygisch 1,23 / /
Hebreeuws 1,84 1,39 Grieks
Koptisch 2,89 1,5 Grieks
Demotisch 2,06 2,36 Andere taal
Hiërogliefisch 2,69 2,75 Andere taal
Nabatees 1,91 2,33 Andere taal
Aramees 2,67 2,6 Grieks
Fenicisch 2,6 3,1 Andere taal
Totaalgemiddelde 2,19 2,62 Andere taal

Nathan Van Hoof Hoefnagels, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024, 48

Deze tabel toont het gemiddeld aantal identificatie-elementen per overledene per taal. Voor het Grieks is hier gekeken naar de 241 Griekse teksten die iemand identificeren en voor de lokale taal naar de 174 teksten (zie tabel 3). Het betreft hier dus niet grafschriften waarbij beide teksten de overledene identificeren. Het totaal toont aan dat de overledenen in het algemeen uitgebreider in de lokale taal werden bekendgemaakt dan in het Grieks. Er zijn wel uitzonderingen, namelijk de Grieks-Hebreeuwse, -Koptische, en -Aramese teksten. Daarnaast is het ook interessant om de verschillen te zien tussen de talen. Over het algemeen identificeren de Grieks-Palmyreense grafinscripties de overledene uitvoeriger, met gemiddeld meer dan drie elementen, dan hun Grieks-Hebreeuwse tegenhangers, met gemiddeld minder dan twee elementen.

Genderongelijkheid tot de dood

Er zijn ook opvallende verschillen op te merken tussen de identificatie van mannen en van vrouwen op de grafstenen. Mannen werden over het algemeen uitgebreider genoemd dan vrouwen, met meer elementen. Vrouwen moesten zich vaak tevredenstellen met twee identificatie-elementen of minder, terwijl de mannen er vaak meer dan twee hadden. De talige afkomst van de vrouwennamen en de mannennamen verschilt echter weinig van elkaar. In de helft van de gevallen worden de namen van de vrouwen enkel genoemd in de Griekse tekst. Mannen worden dan weer in 2/3de van de gevallen in beide talen bekendgemaakt.

Conclusie

Er kan besloten worden dat het beeld niet éénduidig is inzake de identiteitsbeleving van overledenen met tweetalige grafschriften. Op basis van de positie van de teksten, de lengte en de inhoud zou je denken dat over het algemeen de Griekse identiteit de overhand heeft. Als we echter kijken naar de namen en de lengte van identificatie van de overledenen zien we een dominantie van de lokale talen. Dit is net het mooie aan deze grafinscripties, namelijk dat de twee culturen en talen, lokaal én Grieks, hand in hand gaan. Het is dus duidelijk dat deze overledenen een hybride identiteitsbeleving hadden, waarbij hun lokale wortels werden gecombineerd met de dominante Griekse cultuur.

Meer lezen

Adams, James Noel. Bilingualism and the Latin language. Cambridge: Cambridge University Press, 2003.

Adams, James Noel en Janse, Mark en Simon Swain, reds. Bilingualism in Ancient Society: Language Contact and the Written Text: 1-23. Oxford: Oxford University Press, 2002.

Van Hoof Hoefnagels, Nathan. ‘ἐν םולש ἡ κοίμησις: Een studie naar identiteitsbeleving o.b.v. Griekse tweetalige grafinscripties’. Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024.

Van Hoof Hoefnagels, Nathan. “ἐν שלום ἡ κοίμησις. Identiteit van overledenen in Griekse tweetalige grafinscripties.” Poster gepresenteerd op de Masterproefpresentaties 2023-2024.

[1] Enkele drietalige inscripties met aanwezigheid van Latijn (naast het Grieks en een andere taal) werden ook onderzocht, maar de Latijnse teksten werden genegeerd voor dit onderzoek.

[2] Bij alle tabellen wijkt het opgetelde totaalpercentage af van 100% vanwege afrondingen

[3] Exclusief religieuze spreuken

[4] Exclusief religieuze spreuken

Coverafbeelding: Een drietalig grafschrift (Latijn-Grieks-Hebreeuws) uit Tortosa, Spanje, 6de-7de eeuw n.C. Interessant detail is de gravering van een menora en een Davidster [TM 233098], afkomstig uit de databank Hesperia (CC BY-NC 3.0)

[De auteur wil Michiel D’huyvetters en Stef Janssens bedanken voor het proeflezen.]

Het bericht ἐν שלום ἡ κοίμησις: identiteitsbeleving op basis van Griekse tweetalige grafinscripties van Nathan Van Hoof Hoefnagels verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/11/2025/%e1%bc%90%ce%bd-%d7%a9%d7%9c%d7%95%d7%9d-%e1%bc%a1-%ce%ba%ce%bf%ce%af%ce%bc%ce%b7%cf%83%ce%b9%cf%82-identiteitsbeleving-op-basis-van-griekse-tweetalige-grafinscripties/feed/ 0 2747
Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/#respond Wed, 21 Oct 2020 15:46:52 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1704

Kledij was zeer belangrijk in de Oudheid: als bescherming tegen de elementen, om een identiteit uit te drukken of door hun groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren. Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Stuur ons alsjeblieft het nodige, zodat we niet in schaamte hoeven te leven. Laat hen ons niet bespotten telkens als we binnenkomen, omdat we naakt zijn. Als een versleten mantel voor ons je te duur is, laat ons dan op zijn minst een stuk linnen bezorgen.

‘Koptische’ kindertuniek uit het Metropolitan Museum of Art

Deze smeekbede uit de 3de eeuw v.C. toont hoe belangrijk kledij al was in de Oudheid. Kleren bieden bescherming tegen de elementen, laten ons toe onze identiteit uit te drukken, en hebben in elke historische periode een groot economisch belang. Het maken en dragen van textiel is een uniek menselijke eigenschap, die ons onderscheidt van andere dieren.

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in CaïroNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Papyrusbrief over sokken en ondergoed in het Egyptisch Museum in Caïro

Kleren vergezellen ons van het kraambed tot in het graf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de menselijke taal doorspekt is met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de textielproductie. Wat antieke kledij en mode betreft, zijn we vooral goed geïnformeerd over Grieks-Romeins Egypte. Dankzij het woestijnklimaat zijn daar namelijk zowel geschreven bronnen uit het dagelijkse leven, als volledige kledingstukken bewaard gebleven.

Een blik in de Grieks-Romeins-Egyptische kleerkast

De koffer van Zenon:

  • een gewassen linnen gewaad (periblema),
  • een gewassen aardkleurige wintermantel (chlamys),
  • een gedragen mantel,
  • een halfgedragen zomermantel,
  • een gewassen naturel wintermantel,
  • een gedragen naturel wintermantel,
  • een nieuwe wikke-kleurige zomermantel,
  • een gewassen witte wintertuniek (chiton) met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek met mouwen,
  • een gedragen naturel wintertuniek,
  • twee gewassen witte wintertunieken,
  • een halfgedragen tuniek,
  • drie nieuwe witte zomertunieken,
  • een ongevolde tuniek,
  • een half-gedragen tuniek,
  • een gewassen wit bovenkleed voor de winter (himation),
  • een ruwe mantel (tribôn),
  • een gewassen wit zomergewaad (theristron),
  • een halfgedragen zomergewaad,
  • een paar Sardische hoofdkussens,
  • twee nieuwe paren aardkleurige sokken,
  • twee paar nieuwe witte sokken,
  • twee nieuwe witte gordels.

Deze papyrus geeft ons een momentopname van de kleerkist van Zenon, een manager van een groot landgoed uit de 3de eeuw v.C. Door zijn maatschappelijke positie had Zenon ‘s ochtends allicht iets meer keuzestress voor de spiegel dan de gemiddelde Griek of Egyptenaar, maar de gewaden in zijn koffer zijn min of meer representatief. Het basiskledingstuk, zowel voor Egyptenaren als voor Grieken, was de tuniek (in het Grieks chiton, in het Demotisch Egyptisch gtn). De chiton kon tot op de grond komen, tot aan de knieën, of tot aan de middel – in de meeste gevallen zijn zulke details ons niet bekend. We kennen zowel tunieken met als zonder mouwen.

Laat-antieke tuniek met mouwen, in tegenstelling tot de kindertuniek hierboven

Mummieportret van een vrouw met roze himation over haar chiton gedrapeerd

Boven de tuniek droeg men soms een tweede stuk, dat over het onderkleed heen gedrapeerd werd: de himation. Beide kledingstukken bestonden in essentie uit rechthoekige stukken stof. De himation kon op verschillende manieren gedrapeerd worden, al dan niet met behulp van gordels. Soldaten en andere personen die grote afstanden moesten afleggen, vervingen de himation als overkleed al eens door een chlamys, een reismantel die met een gesp aan de schouder werd vastgemaakt.

Beeld van Ptolemaios III als Hermes met chlamys

Zoals blijkt uit de Zenon-papyrus, konden die gewaden naturel of geverfd zijn (over kleuren later meer). Belangrijk was wel dat de kleren gewassen waren, en in het geval van wol behandeld door een voller. Hoewel in de papyri specifieke mannen- en vrouwenversies van kleren voorkomen, droegen beide geslachten in essentie dezelfde kledingstukken.

De meest gebruikte grondstof voor textiel was linnen, gemaakt van de vlasplant. Het materiaal is zeer sterk en absorberend, en het droogt snel. Deze eigenschappen maken de stof ideaal voor een warm woestijnklimaat. ’s Winters en ’s avonds koelt het echter ook in Egypte af, en voor zulke omstandigheden was wol geschikter. Lange tijd werd aangenomen dat er in Egypte geen wol gedragen werd, omdat het volgens Herodotus tegen de religieuze gebruiken inging om begraven te worden of de tempel te betreden met wollen kleren. Als er al zo’n taboe was, gold dat waarschijnlijk alleen voor priesters. Archeologische opgravingen bevestigen dat wol en wollen kledij al voorkwamen in de predynastische periode. In Zenons lijst, net als in andere papyri, vinden we daarnaast winter- en zomervarianten van sommige kledingstukken. Voor de echte koukleumen waren er ook sokken. Tot afschuw van moderne fashionista’s werden deze kousen schaamteloos in de sandalen gedragen. Sterker nog: ze waren er speciaal voor gefabriceerd. De sandalen zelf waren meestal van leer of papyrus.

Een paar sokken uit Romeins Oxyrhynchus, met inkeping aan de tenen voor een sandaalriem

Een textiel-gerelateerde vraag die historici vaak te horen krijgen, is of mensen vroeger ook al ondergoed droegen. Er zijn wel degelijk enkele papyri bewaard die meer licht werpen op deze kwestie. Ongetwijfeld de meest mysterieuze is volgend fragment:

“Verklaring van Harchebis over de clandestien geweven beha’s die gevonden zijn in de tempel”

De verklaring zelf is helaas verloren gegaan. De illegaliteit van de beha’s had waarschijnlijk niets te maken met een algemeen verbod op ondergoed, maar eerder met de specifieke omstandigheden waarin deze exemplaren geproduceerd waren. Zulke tempelwerkplaatsen waren immers in de eerste plaats bedoeld voor het vervaardigen van kledij voor de godenbeelden. Het Griekse woord voor beha betekent letterlijk ‘borstband’, en de antieke exemplaren waren heel wat minder complex dan hun moderne tegenhangers. Waarschijnlijk gaat het om een soort doek, zoals afgebeeld in de Villa del Casale in Sicilië. Het is onduidelijk hoe wijdverspreid ze werkelijk waren. Hetzelfde geldt voor de lendendoek, die vaak afgebeeld werd in de faraonische periode. In de Grieks-Romeinse periode vinden we die vooral terug bij atleten.

De zogenaamde ‘bikini-mozaïek’ met atletes in de Villa del Casale (Sicilië, 4de eeuw n.C.)

De nieuwe kleren van de keizer: mode en innovatie

Vandaag is de textielindustrie een echte mode-industrie, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor fast fashion met snel veranderende trends en relatief lage prijzen. Voor de industriële revolutie was zo’n organisatie onmogelijk. Het produceren van kledij was een veel trager en arbeidsintensiever proces, en een kledingstuk was een substantiële investering, die de meeste mensen maximaal eenmaal per jaar deden. Toch veranderden smaken ook in de Oudheid al, en werden die trends ook overgenomen door anderen, zij het aan een veel trager ritme. Het volgen van de laatste mode was ook sterk vervlochten met sociale status, en was alleen weggelegd voor de elite. Het gaat daarbij niet zozeer om de vorm van kledingstukken, maar eerder over materiaal en versiering. Een ander opvallend verschil was de status van de de kleermakers. Uit de Oudheid is ons geen enkele beroemde ontwerper bekend; de opkomst van internationaal bekende modehuizen is een relatief recent fenomeen.

Munten en standbeelden zijn belangrijke bronnen voor modeverschijnselen. In het bijzonder de kapsels van Romeinse keizerinnen, zoals deze Sabina, vonden navolging bij de elite

De slakkensoort Murex waaruit purperverf gewonnen werd

Een onderscheidend kenmerk van textiel was bijvoorbeeld de kleur. In de papyri vinden we talrijke gekleurde kledingstukken terug, in zowat alle kleuren van de regenboog. Er was ook aandacht voor de juiste tint binnen dezelfde kleur: zo gaven sommigen de voorkeur aan “gras-groen”, waar anderen voor “prei-groen” of “appel-groen” kozen. Verf had meestal een plantaardige of minerale basis, maar sommige formules waren van dierlijke oorsprong. Zo werden insecten gebruikt voor het bekomen van een scharlakenrode kleur.

Mummieportret van een vrouw gehuld in verschillende tinten purper; het Tyrisch purper was een diep purperrood

Een bijzondere rol was weggelegd voor purper. Het maken van purperverf was een zeer tijdrovend en duur proces. Dit had alles te maken met de grondstof, die werd gewonnen uit de schelp van de murex (brandhoren, een soort zeeslak), in het bijzonder in Tyrus, in het huidige Libanon. Volgens experimenten zouden 12 000 slakken niet meer dan 1,4 gram verf opleveren, al moet het wel gezegd worden dat het exacte procedé onbekend is. Purperen kleding was dus een echt statussymbool, en in de laat-Romeinse periode was het recht om de kleur te dragen zelfs exclusief voorbehouden aan de keizer.

Mogelijk leek de kostbare tuniek op deze met figuren versierde mantel uit Hellenistisch Etrurië

Slakken-uitscheiding is natuurlijk niet de enige bron van purperen kleurstoffen. In de papyri vinden we ook goedkopere oplossingen, zoals het mengen van blauwe en rode verf, of het gebruik van planten. Zulke praktijken waren schering en inslag, en om het hoogwaardige slakkenpurper van deze imitaties te onderscheiden, spraken ververs van “echt purper” of “zeepurper”, in tegenstelling tot het goedkopere “lokale purper” of “wortelpurper”. Wie zijn welvaart wilde tentoonspreiden kon dat ook op andere manieren, die moeilijker te imiteren vielen. Een petitie uit 244 v.C. licht ons bijvoorbeeld in over de aankoop van een tuniek waarop figuren geborduurd waren. Het stuk kostte 1270 drachmen, het honderdvoudige van de gemiddelde prijs van een chiton in die periode, wat overeenkomt met 15 à 20 jaarlonen voor een modale Egyptenaar. Echte haute couture dus.

Tijdens de Romeinse periode deed katoen zijn intrede in Egypte

Net zoals bepaalde steden en regio’s vandaag bekend staan om hun verfijnde of modieuze textielproductie, kende Grieks-Romeins Egypte ook regionale specialiteiten. Het beste vlas en linnen kwamen bijvoorbeeld uit de noordelijke Nijldelta, in het bijzonder uit Mendes. Andere specialiteiten werden ingevoerd van elders. Zo stond Milete, in het huidige Turkije, bekend om haar bijzonder fijne wol. Griekse ondernemers importeerden daarom het Milesische schapenras in Egypte. De wol was zo kostbaar dat de dieren een leren dekkleed droegen om ze te beschermen. Klein-Aziatische producten in het algemeen waren goed vertegenwoordigd in de Egyptische textielindustrie. Zo werden de tarsikarioi een belangrijke beroepsgroep in de Romeinse periode. Deze wevers maakten kleding die oorspronkelijk een specialiteit van de stad Tarsus was. Ook de Sardische kussens die we eerder in Zenons garderobe tegenkwamen, stamden uit Klein-Azië.

Na de overwinning van Octavianus op Cleopatra VII deelden de Romeinen de lakens uit in Egypte. In hun kielzog brachten zij rijks-brede trends met zich mee. Naast de Tarsische gewaden of stoffen, deed na verloop van tijd bijvoorbeeld ook de dalmatikè haar intrede: een brede tuniek, oorspronkelijk afkomstig uit Dalmatië, die net als vele andere gewaden uit de Oudheid nog verder leeft in de christelijke liturgie. De verovering leidde echter niet tot een volledige vernieuwing van de garderobe. Zo vinden we in Egypte weinig sporen terug van de toga, het archetypische kledingstuk van de gegoede Romeinse burger. Andere ontwikkelingen in Romeins Egypte hadden niets met de Romeinse cultuur te maken. Waar de chiton in de Hellenistische periode doorgaans mouwloos was, kwam in de Romeinse periode bijvoorbeeld de tuniek met mouwen in zwang. Ook katoen werd in de vroege Romeinse periode geïntroduceerd, maar die nieuwe vezel kwam evenmin vanuit het westen. Vandaag is het de belangrijkste textielvezel in Egypte en de rest van de wereld.

Waar de welgestelde inwoners van Grieks-Romeins Egypte dus zeer bezorgd waren over hun voorkomen en het volgen van de laatste nieuwe mode, kende de regio langs de andere kant ook een bloeiende markt in tweedehands textiel. Kledij werd ook gerecycleerd voor begrafenissen, denk bijvoorbeeld maar aan de zogenaamde ‘mummie van Zagreb’, wier windsels oorspronkelijk dienstdeden als Etruskische rituele kalender. Veel mummietextiel vertoont daarnaast sporen van herstelwerk, een duidelijk teken van hergebruik. In sommige gevallen werden nieuwe stukken textiel vervaardigd uit oude kledij. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de productie van luxueuze tapijten, een praktijk die men vandaag als upcycling zou aanduiden.

De windsels met Etruskische tekst van de ‘mummie van Zagreb’ zijn een duidelijk bewijs voor het hergebruik van textiel in een funeraire context

Er wordt wel eens gezegd dat in de mode “alles terugkomt”. We kijken dan ook reikhalzend uit naar het eerste modehuis dat modellen met een chiton en himation de catwalk op stuurt!

Lees meer

Droß-Krüpe, K., Wolle – Weber – Wirtschaft. Die Textilproduktion der römischen Kaiserzeit im Spiegel der papyrologischen Überlieferung, Wiesbaden, 2011.

Dunand, F., ‘L’artisanat du textile dans l’Égypte lagide’, Ktèma 4 (1979), 47-69.

M. Harlow (ed.), A cultural history of dress and fashion in antiquity, Londen en New York, 2017.

G. Vogelsang-Eastwood, De kleren van de farao, Amsterdam, 1994.

Coverfoto: adaptatie van een scan uit het boek ‘The New Student’s Reference Work, 5 volumes, Chicago, 1914′, gepubliceerd op Wikimedia (Public Domain)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Sokken in sandalen en clandestien ondergoed: kledij en mode in Grieks-Romeins Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/10/2020/sokken-in-sandalen-en-clandestien-ondergoed-kledij-en-mode-in-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1704
Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/#respond Tue, 26 Dec 2017 14:51:27 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=543 Jesus Coins

De Bijbel vormt de belangrijkste bron van inspiratie voor de identificatie van de ‘Jesus Coins’. De munt van deze maand is één van de meest bekende én duurste types 'Jesus Coins', namelijk de zilveren shekel van Tyros.

Het bericht Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Jesus Coins

De kerstsfeer hangt weer in de lucht, het moment voor de studenten om tussen de kerstkalkoen en de oudejaarsfondue hun paperdeadlines in te halen of het stof van hun lang vergeten cursussen te blazen. Christenen wereldwijd herdenken de geboorte van Jezus Christus, die meer dan 2000 jaar geleden in Bethlehem het levenslicht aanschouwde, en zijn eerste nacht doorbracht in een “bakske vol met stro”. Objecten die rechtstreeks met Christus in verband gebracht kunnen worden, spreken reeds vele eeuwen tot de verbeelding. Denk maar aan de vele relikwieën in kerken en musea, zoals het kruishout en de doornenkroon, tot de welbekende (en controversiële) ‘Lijkwade van Turijn’. Ook in de numismatische wereld bestaat bij een aantal onderzoekers en -welvarende- verzamelaars een grote fascinatie voor de figuur van Christus, en geen moeite wordt gespaard om munten aan diens leven te koppelen. Handelaars doen hier lustig aan mee, want de prijzen van dergelijke munten reiken soms tot in de hemelse sferen. De Bijbel vormt uiteraard de belangrijkste bron van inspiratie voor de identificatie van de ‘Jesus Coins’. De munt van deze maand is één van de meest bekende én duurste types ‘Jesus Coins’, namelijk de zilveren shekel van Tyros.

Jesus Coins

Tyros was een antieke havenstad, gelegen in het huidige Libanon. In 126 v.C. werd de stad onafhankelijk van het Seleucidische Rijk, en de inwoners begonnen met het slaan van grote zilvermunten, zogenaamde shekels, met op de voorzijde het hoofd van de plaatselijke godheid Melqart (die ook in Carthago vereerd werd) en op de keerzijde een adelaar en een knuppel. De stad dateerde haar munten ook, waarbij de jaartelling startte met de onafhankelijkheid van de stad. Tyros bleef de munten een goede 200 jaar slaan, ook nadat de stad in de 1ste eeuw v.C. deel werd van het Romeinse Rijk. De shekels waren een geliefd betaalmiddel en circuleerden in het hele Heilige Land, ook in Jeruzalem tijdens Jezus’ leven. Maar liefst twee Bijbelpassages kunnen met de shekels in verband gebracht worden.

Bijbelverhalen

Het eerste verhaal (Mattheüs 21:12–17, Marcus 11:15–19, Lukas 19:45–48, Johannes 2:13–16) speelt zich af in de Tempel van Jeruzalem. Jezus ging de Tempel in en trof daar een bont allegaartje verkopers en geldwisselaars aan, die zonder schroom hun beroep op de heilige plaats uitoefenden. Jezus ontstak in woede: hij gooide iedereen buiten, veegde het geld van de wisseltafels en kieperde de tafels om. Onder deze munten, zo beweren sommige onderzoekers, moeten ongetwijfeld ook shekels van Tyros gezeten hebben, gezien munten met de beeltenis van een levend persoon niet gebruikt mochten worden in de Tempel.

Zilveren shekel van Tyros, geslagen in 33-34 n.C., oftewel het jaar van de Kruisiging

Het kan echter nog indrukwekkender. Het tweede verhaal speelt zich af aan het einde van Jezus’ leven, meer bepaald in de nacht volgend op het ‘Laatste Avondmaal’ (Mattheüs 26:36-56, Marcus 14:32-65, Lukas 22:39-53, Johannes 18:1-11). Jezus voorspelde dat één van zijn leerlingen hem zou verraden, en inderdaad, toen Jezus zich in Gethsemane aan de voet van de Olijfberg bevond, kwam Judas met bewapende mannen aangelopen, gaf Jezus de Judaskus, en bezegelde zo diens lot. Als betaling voor zijn verraad kreeg Judas 30 zilverstukken van de Joodse autoriteiten. De identiteit van deze zilverstukken, u raadt het, zou eveneens terug te vinden zijn in de shekels van Tyros. Meer nog, doordat deze munten gedateerd zijn, kunnen we vandaag de dag exact zien welke shekels in het jaar van de Kruisiging geslagen zijn. Zo’n significant stukje geschiedenis, dat misschien wel in de handen van Judas zelf gelegen heeft, wie wil dat nu niet onder de kerstboom?

Lees meer

Friedberg, Coins of the Bible, Atlanta, 2004.

Hendin, Guide to Biblical Coins, 5de editie, New York, 2010.

Coverfoto: adaptatie van …

Het bericht Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/feed/ 0 543