festival Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/festival/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 22 May 2021 22:28:46 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png festival Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/festival/ 32 32 136391722 Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/#respond Sat, 23 Jan 2021 15:47:28 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1793

Rijke Grieken konden goed hun geld en roem verdienen met muziek, terwijl andere types muzikanten in Ptolemaeïsch en Romeins Egypte minder kans hadden om hun talenten in de verf te zetten, zoals de provinciale muzikanten. Dankzij bewaarde papyri is het toch mogelijk om een analyse te maken van het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte.

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Heel wat onderzoekers bogen zich de laatste decennia over muziek en muzikanten in de Oudheid, waarbij ze voornamelijk focusten op muzikanten in het antieke Griekenland en Rome. De faraonische periode in Egypte wordt in mindere mate bestudeerd, en Ptolemaeïsch en Romeins Egypte (Grieks-Romeins Egypte) zit al helemaal in het verdomhoekje. Nochtans bevatten een aantal Griekse papyri uit die periode informatie over de Oudheid die elders niet voorhanden is. Een studie naar muzikanten in Grieks-Romeins Egypte kan daarom onze kennis over de Griekse wereld aanvullen, maar is an sich ook een boeiend onderwerp.

Muzikanten vormden een specifieke beroepscategorie in Grieks-Romeins Egypte. De grote diversiteit in muzikanten en instrumenten in die periode wijst erop dat muziek alomtegenwoordig was in verschillende domeinen en lagen van de antieke samenleving. Zo werden offers voor de goden gebracht onder muzikale begeleiding, marcheerden infanteriesoldaten op het ritme van fluitmuziek, verlichtten andere muzikanten het werk van plukkers tijdens de druivenoogst, enzovoort. Muziek, vaak in combinatie met dans, kwam je uiteraard ook tegen op de talrijke dorpsfestivals in de Egyptische chora.

Scène uit een Romeinse mozaïek met twee druivenpletters en een fluitspeler (rechts) uit de 3de eeuw n.C.

Muziek in Ptolemaeïsch Egypte

Bepaalde mannelijke leden van de rijke Griekse elite lieten zich in Ptolemaeïsch Egypte in met muziek. Dat gebeurde al van kindsbeen af (ca. 12 jaar of jonger) en op een intensieve manier. Dergelijke jongens deden de “muziekmicrobe” waarschijnlijk op tijdens hun algemene vorming in de gymnasia, want dit vormde een belangrijk onderdeel van hun basisopleiding. Nadien zochten ze een muziekmeester (hoogstwaarschijnlijk zelf een ex-muzikant) die hen tijdens de vele trainingsuren kon begeleiden. Die vroege voorbereiding had als doel om op latere leeftijd uit te blinken op (inter)nationale muziekwedstrijden tijdens sacrale festivals in de toenmalige Griekse wereld. Muzikanten die schitterden tijdens die wedstrijden konden in sommige gevallen genieten van een grote naambekendheid in (een deel van) de antieke Griekse wereld, belastingprivileges verkrijgen en een fortuin verwerven.

De bekendste wedstrijden speelden zich af in Griekenland, met de Pythische Spelen in Delphi als absolute topper voor muzikanten. Koning Ptolemaios II riep in Egypte soortgelijke festivals in het leven (onder meer de Ptolemaia en Basileia) die gemodelleerd waren naar de oude Griekse festivals met sport- en muziekwedstrijden. Hij noemde ze ‘isolympische spelen’ en stuurde boodschappers naar verschillende Griekse steden om zijn spelen te promoten. De steden werden gevraagd om hun potentiële winnaars op dezelfde wijze te belonen en te behandelen als winnaars van de Olympische Spelen (in CID 4.40 [TM 813992]). Toch evenaarden de Ptolemaia nooit de grote Griekse spelen en zijn ze in Egypte voor de laatste keer in 211-210 v.C. geattesteerd.

Om de diversiteit tussen verschillende types muzikanten aan te tonen volgen hieronder twee casestudy’s. Ten eerste staan we even stil bij het leven van Herakleotes, een jonge Griekse kitharôde. Hij staat model voor het leven van een wedstrijdmuzikant die uit een rijker, Grieks milieu kwam. Dergelijke artiesten hadden soms een jarenlange voorbereiding achter de kiezen om zich klaar te stomen voor een belangrijke wedstrijd. Het niveau van professionalisering lag hoogstwaarschijnlijk bijzonder hoog. Het bestaan van ‘provinciale muzikanten’ toont aan dat het beroep muzikant niet enkel was weggelegd voor welgestelden in Romeins Egypte. Dit type muzikanten verenigde zich in groepen en bood entertainment aan op lokale dorpsfestivals in plaats van op te treden op grote muziekwedstrijden.

Herakleotes: tonnen ambitie, maar geen middelen

Roodfigurige vaas met afbeelding van een jongeman die de kithara bespeelt (ca. 490 v.C.)

In het bekende papyrusarchief van Zenon, komen drie teksten voor die een Griekse jongeman uit de 3de eeuw v.C. schreef (P. Cairo Zen. 3 59440 [TM 1080], PSI 9 1011 [TM 2448] en P. Lond. 7 2017 [TM 1579]). Zijn naam was Herakleotes en hij was een van de Griekse inwoners van het dorpje Philadelpheia in de Fajoem. Uit de drie verzoekschriften (hypomnèmata of memoranda) die hij richtte aan Zenon, zijn we deels ingelicht over de moeilijke situatie waarin hij verkeerde. Herakleotes zat namelijk midden in zijn opleiding tot professionele kitharôde (κιθαρῳδός) – een type muzikant dat liederen zong en zichzelf daarbij begeleidde op de kithara (κιθάρα), een hoogwaardig snaarinstrument – toen het noodlot voor hem toesloeg. Zijn muziekleerkracht Demeas, tevens hoofd van het lokale gymnasion, overleed terwijl hij Herakleotes nog twee jaar had moeten opleiden. Dat de band tussen leerling en leerkracht sterk was (misschien was Herakleotes zelfs geadopteerd door zijn muziekleerkracht), bewees Demeas’ testament waarin de jongeman opgenomen was. Het maakte van Herakleotes de erfgenaam van Demeas’ muziekinstrument, hoogstwaarschijnlijk een kithara van uitmuntende kwaliteit. In zijn memoranda kaartte de jonge muzikant aan dat hij als rechtmatige erfgenaam nog steeds niets gezien had van zijn beloofde erfenis. Sterker nog, de kithara was zelfs niet opgenomen in een inventaris van Demeas’ spullen die na zijn dood was opgesteld en leek dus spoorloos verdwenen. Herakleotes achterhaalde voor het schrijven van een volgend memorandum dat Demeas’ kithara zich bij een zekere Hiëron bevond. Het instrument diende als onderpand met een waarde van 105 drachmen. Daaruit kan afgeleid worden dat de kostprijs van een nieuwe kithara veel hoger lag en dus uitsluitend aangekocht kon worden door rijke Grieken uit de elite. Bijgevolg waren alleen de rijkste (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die de financiële middelen hadden, in staat om zich te professionaliseren op een hoogstaand niveau.

Hieronder volgt de vertaling van een van de drie memoranda (P. Lond. 7 2017 [TM 1579]) die Herakleotes aan zijn voogden Zenon en Nestos schreef en waarin hij op een beleefde, maar wel wanhopige toon, beterschap voor zijn toestand hoopte te verkrijgen.

Memorandum van Herakleotes aan Zenon en Nestos, mijn aangewezen voogden.
Ik heb u al drie memoranda bezorgd met de volgende vraag: mijn leraar Demeas heeft bij testament voor mij bepaald dat voor mijn onderhoud moet worden gezorgd en dat ik alles moet krijgen wat een gentleman (vrij man) nodig heeft om zich te oefenen in het citherspel, totdat ik kan optreden in de wedstrijd. U geeft me elke maand drie drachmen en vier en een halve obool voor vlees, drie drachmen en drie chalkoi voor olie, twee drachmen en een halve obool voor vis, zeven en een halve chous wijn. Ik heb u gezegd dat dit niet voldoende is voor mij om te oefenen en u gevraagd mij omwille van Demeas en uit eerlijkheid, een maandelijkse uitkering te geven van zeven drachmen en drie obolen voor vlees, zes drachmen en zes chalkoi voor olie, zeven drachmen en drie obolen voor vis en vijftien choës wijn. Maar u hebt helemaal niet gereageerd op mijn memoranda.
Daarom vraag ik u nog een keer om mijn instrument terug te geven, dat me bij testament werd nagelaten en dat nu in het bezit is van Hiëron, of om een ander evenwaardig instrument te kopen en het mij te geven. Zo zal ik kunnen oefenen en deelnemen aan de wedstrijd, anders zal ik achterstand oplopen omdat ik geen instrument heb. En ik vraag u ook mij al het nodige te geven, zoals ik het schrijf in mijn memorandum en zoals het testament bepaalt, tot ik kan optreden in de wedstrijd. Als u dat niet wilt doen, vraag ik u mij voor twee jaar de overeenkomstige maandelijkse som te geven, zodat ik voor mezelf kan zorgen, een manager kan vinden en kan deelnemen aan de wedstrijden die de koning uitschrijft. Zo zal ik hier niet verkommeren, maar in staat zijn mezelf te helpen.
Vaarwel. Jaar 6 van de maand […]

(CLARYSSE, W. en VANDORPE, K., Zenon: Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990, p. 60-61).

Dit verzoekschrift behandelt opnieuw de vraag naar Demeas’ instrument, maar toont daarnaast aan dat Herakleotes maandelijkse voedseltoelagen ontving, maar er niet tevreden mee was. Het geld zou volgens de papyrus besteed worden aan olie, wijn, vlees en vis. Achter de keuze voor die specifieke voedingswaren kunnen we waarschijnlijk meer afleiden dan enkel het lievelingseten van de jonge Griek. Zo is geweten uit literaire bronnen dat bepaalde muzikanten in de Griekse wereld er een specifiek dieet op nahielden, omdat ze geloofden dat sommige voedingswaren een positief effect hadden op hun muziekspel. Zo komen vis (paling) en vlees bijvoorbeeld terug in de werken van Athenaeus van Naukratis (Deipnosophistae, 14.623C) en Plutarchus (De gloria Atheniensium, 6) als middeltjes die de adem konden versterken en de stem krachtiger konden maken. Uiteraard kwam dat goed van pas als kitharôde in opleiding. Dit memorandum is dus mogelijk de enige documentaire bron die dat gebruik uit literaire bronnen kan bevestigen.

De Romeinse geschiedschrijver Suetonius geeft in zijn keizersbiografieën een ander voorbeeld van een strikt dieet voor artiesten. In zijn beschrijving van keizer Nero vermeldde hij hoe Nero zelf de ambitie koesterde om een bekend artiest te worden en wat hij er voor over had om die droom te laten uitkomen. Hij zou zichzelf allerlei voedingsvoorschriften opgelegd hebben, dronk cocktails die het braken stimuleerden en liep een hele tijd rond met loden borstplaten die zijn longinhoud en zangstem moesten versterken (De vita Caesarum, Nero 20).

Hoewel Herakleotes met zijn acht drachmen en vijf obolen per maand over een groter budget beschikte om te spenderen aan voedsel dan toenmalige landarbeiders, hoopte hij via zijn verzoekschriften het maandelijkse bedrag ruim te verdubbelen.

Voeding

Gekregen toelage

Gewenste toelage

Vlees

3 drachmen, 4 obolen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Olie

[3] drachmen & 3 chalkoi

6 drachmen & 6 chalkoi

Ὄψον (vis)

2 drachmen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Wijn

7,5 choës

15 choës

TOTAAL

8 drachmen, 5 obolen, 3 chalkoi & 7,5 choës

21 drachmen, 6 chalkoi & 15 choës

Tabel met overzicht van de maandelijkse toelagen van Herakleotes en zijn gewenste toelage voor vlees, olie, vis en wijn.

De reden waarom Herakleotes telkens opnieuw hamerde op het terugkrijgen van het instrument (of een nieuw instrument van dezelfde goede kwaliteit) en zichzelf hoogstwaarschijnlijk voedde met stemversterkende middeltjes lezen we in de voorlaatste regel van het verzoekschrift: “Zodat hij zou kunnen deelnemen aan de wedstrijd die de koning had uitgeschreven”. De jonge kitharôde was dus van plan om binnen twee jaar deel te nemen aan een grote muziekwedstrijd op een sacraal festival in Egypte. Het is helaas onduidelijk of het om de Basileia of Ptolemaia ging. Een van zijn grootste angsten lezen we ook in de papyrus, namelijk dat hij een achterstand zou oplopen op de andere deelnemers omdat hij niet beschikte over een instrument waarop hij dagelijks kon oefenen. Zijn dossier toont aan dat de voorbereidingen voor een dergelijke muziekwedstrijd al zeer vroeg aanvatten en verduidelijkt opnieuw het professionalisme dat door de artiesten aan de dag werd gelegd.

De afloop van het verhaal van de jonge muzikant is helaas niet overgeleverd. Of hij ooit uitgroeide tot een succesvol kitharôde en fortuin verwierf, weten we evenmin. Zijn verhaal is waarschijnlijk wel exemplarisch voor de inspanningen die jonge Grieken in Egypte moesten leveren om het te schoppen tot professionele muzikant. Ze hadden een flinke portie motivatie (om dagelijks te trainen), discipline (zich houden aan de juiste voedingsvoorwaarden), begeleiding (een goede leermeester die hen de kneepjes van het vak moest bijbrengen en een mentorfunctie vervulde) en vooral een groot budget nodig (om het dure concertinstrument, de levensmiddelen en het loon van hun trainer te financieren).

Provinciale muzikanten in Romeins Egypte

Niet alle muzikanten in Grieks-Romeins Egypte hadden de mogelijkheid om zich evenzeer te professionaliseren als de rijke Griekse elite en deel te nemen aan muziekwedstrijden. Dat wil daarom niet zeggen dat enkel rijke personen het beroep van muzikant konden uitoefenen. Het werd uitgeoefend door mensen uit verschillende sociale lagen van de antieke samenleving. Zo bestond er bijvoorbeeld een middenklasse onder de muzikanten waarover meerdere details bekend zijn. Die informatie hebben we te danken aan een twintigtal (deels) bewaarde juridische documentaire bronnen (contracten) die de muzikanten afsloten met particulieren (bijvoorbeeld P. Oxy. 10 1275 [TM 31729], P. Oxy. 74 5014 [TM 128320], P. L. Bat. 6 54 [TM 10761], P. Flor. 1 74 [TM 23578]).

Daarnaast bestaan er nog enkele gelijkaardige contracten die afgesloten werden door dansers of danseressen of andere types van artiesten (bijvoorbeeld P. Corn. 9 [TM 10609] en BGU 7 1648 [TM 27600]). De documenten laten zien dat bepaalde muzikanten zich verenigden in ensembles en rondtrokken in hun eigen gouw of provincie om lokale dorpsfestivals tegen betaling op te vrolijken met hun muziek. Dat gebeurde voornamelijk in de Romeinse periode, hoewel er mogelijk precedenten waren in de Ptolemaeïsche periode (P. Hib. 1 54 [TM 8204], P. Oxy. 4 731 [TM 20431] en CPR 18 1 [TM 7760]). Hun beperkte actieradius (voornamelijk binnen hun eigen gouw/provincie) leverde hen de bijnaam ‘provinciale muzikanten’ in het huidige onderzoek op.

De contracten bieden informatie over de werkgevers, de muzikanten zelf (auleten waren muzikanten die de aulos bespeelden, een typisch Grieks blaasinstrument, en dat type muzikanten komt in papyri het vaakst voor) en de interne hiërarchie, de duur van de voorziene arbeid, de uitbetaling van de artiesten (een krotalistria was bijvoorbeeld een vrouwelijke danseres die een soort castagnetten hanteerde terwijl ze danste), de regeling van hun transport naar het dorp, hun bezittingen, enzovoort. Onderstaande vertaling van een 3de-eeuwse papyrus uit Oxyrhynchus (P. Oxy. 34 2721 [TM 16593]) kan dienen als pars pro toto wegens de grote uniformiteit van de contracten:

Zijn onderling overeengekomen, Aurelios Ptollion, zoon van Barbaros, en Heras, zoon van Heras, beiden burgemeester van de mannen die feest vieren in het dorp Nesmeimis, en anderzijds Antinoos, zoon van Hermias, eerste auleet en aan het hoofd geplaatst van drie auleten en een krotalistria:
Ptollion en de anderen huurden Antinoos in met zijn volledige compagnie om op te treden voor de mannen die feesten op een festival van vier dagen vanaf de elfde van de volgende maand van Hathyr van dit jaar, voor een dagelijks salaris van 50 drachmen, 12 paren brood, twee kotylai radijsolie, behalve degene die voor verlichting dient, en een rantsoen, en de gebruikelijke diensten, en, voor alle dagen een keramion wijn, alle waren zijn puur.
In verband met hun salaris. Antinoos krijgt hier als voorschot 20 drachmen, en ze (Aurelios en Heras) zullen hem en de anderen transporteren met drie ezels, behalve bij overmacht, van de Oxyrhynchitische gouw. Ze zullen hen brengen naar het dorp en hen een veilige en stille accommodatie aanbieden, en na de vier dagen, nadat ze tevreden zijn met hun salarissen en de fooien, in totaal en verplicht, zullen ze hen transporteren op de vijftiende naar dezelfde Oxyrhynchites met eenzelfde aantal ezels, drie, gezond en wel.
Antinoos van zijn kant stemt in met alle vastgestelde bepalingen hierboven. De wederzijdse overeenkomst, opgemaakt in twee exemplaren is geldig.
Het veertiende jaar van de keizer Marcus Aurelius Severus Alexander, Pius, Felix, Augustus, de dertiende Phaophi.

Deze juridische documenten laten zien dat het contract vaak onderhandeld werd tussen twee partijen. De eerste partij was die van de werkgever, die de muzikanten inhuurde. In sommige gevallen was dat een van de prostatai (προστάται: dorpsautoriteiten) van de kleine kômai (κῶμαι: dorpjes) op het Egyptische platteland. Toch konden het ook gewoon (rijke) particulieren of leden van een lokale dorpsvereniging zijn die een beroep deden op de kunsten van de muzikanten. De andere partij in de contracten, die de muzikanten of artiesten vertegenwoordigde, was vaak de prôtaulès (πρωταύλης: eerste auleet of fluitspeler, hoofdauleet) en/of proestôs (προεστώς: leidinggevende of letterlijk “aan het hoofd geplaatste”). In sommige papyri ontving de hoofdauleet ook een voorschot, dat hij waarschijnlijk volledig in eigen zak kon steken.

Roodfigurige vaas met afbeelding van een vrouwelijke auleet (ca. 480 v.C.)

De betaling voor het hele orkest was steeds tweeledig. Naast een goed salaris, uitbetaald in drachmen, ontvingen ze levensmiddelen (olie, wijn en brood) voor de tijd die ze spendeerden in het dorp. Vaak kregen ze daar ook een verblijfplaats aangeboden. Helaas zwijgen de papyri over hoe het geld nadien verdeeld werd. Kregen alle leden van de compagnie hetzelfde salaris, of hadden bepaalde muzikanten recht op meer vergoeding dan anderen? Een aparte clausule in het contract toont dat de werkgevers ezels (en waarschijnlijk een soort escorte) ter beschikking stelden om de muzikanten te helpen met hun transport (van en) naar het dorp. Dat was geen overbodige luxe, want de dure instrumenten en de goede uitbetaling van hun loon maakten hen hoogstwaarschijnlijk tot een geliefd doelwit voor dieven.

Helaas roepen de contracten meer vragen op dan dat ze ons antwoorden verschaffen. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de rekrutering van dergelijke artiesten gebeurde en of ze een formele opleiding hadden genoten. Daarnaast is er het hierboven besproken probleem van de betaling. Wie kreeg welk deel van de uitbetaling en verdeelde de prôtaulès het geld? De ambulante ensembles leken dus op korte termijn heel wat geld te kunnen verdienen, maar het is onduidelijk of dit een fulltime bezigheid was.

Lees meer

Bélis, A., ‘Les termes grecs et latins désignant des spécialités musicales’, Revue de Philologie de Litterature et d’Histoire anciennes 62 (1988), p. 227-250.
Bélis, A., Les musiciens dans l’antiquité, Parijs, 1999.
Bélis, A., ‘Contrats et engagements de musiciens et d’artistes transmis par des papyrus grecs’, p. 149-157 in Emerit (ed.), Le statut du musician dans la méditerranée ancienne: Égypte, Mésopotamie, Grèce, Rome, Parijs, 2013.
Manniche, L., Music and musicians in ancient Egypt, Londen, 1991.
Power, T., The culture of kitharôidia, Cambridge, Massachusetts en Londen, 2010.
Vandoni, M., Feste pubbliche e private nei documenti greci, Milaan, 1964, n° 14-27.

Coverafbeelding: adaptatie van de flyer van de tentoonstelling ‘Sounds of Roman Egypt’ in het UCL Petrie Museum (22 januari-22 april 2019) (CC BY-SA 3.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1793
Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/#respond Tue, 09 Jun 2020 15:15:10 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1599 Tempelcompex van Karnak

Het 'Huis van de Koe' was een district in de stad Thebe, in het zuiden van Egypte, waar vele dodenpriesters een huis bezaten. Het district is gelegen op de Thebaanse oostoever, ten noorden van de bekende tempel van Karnak. De aankoop en verkoop van de huizen, die zich in dit district bevonden, zijn voor ons bewaard in de vele papyrusarchieven die de Thebaanse dodenpriesters hebben achtergelaten. Dankzij deze koopcontracten is het mogelijk om een reconstructie te maken van hoe het district er precies heeft uitgezien.

Het bericht Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Tempelcompex van Karnak

Het ‘Huis van de Koe’ was een district in de stad Thebe, in het zuiden van Egypte, waar vele dodenpriesters een huis bezaten. Het district is gelegen op de Thebaanse oostoever, ten noorden van de bekende tempel van Karnak. De aankoop en verkoop van de huizen, die zich in dit district bevonden, zijn voor ons bewaard in de vele papyrusarchieven die de Thebaanse dodenpriesters hebben achtergelaten. Dankzij deze koopcontracten is het mogelijk om een reconstructie te maken van hoe het district er precies heeft uitgezien.

“Honderdpoortig” Thebe

Het Egyptische Thebe “met de honderd poorten”, zoals Homerus de stad omschreef, is lange tijd de religieuze hoofdstad van het Nijlland geweest. In het Thebaanse gebied werden er talloze feesten en processies voor verscheidene goden georganiseerd. Het religieuze landschap van Thebe werd door de Nijl in twee delen gesplitst, met op de oostoever de tempels van Luxor en Karnak, en op de westoever de vele dodentempels (o.a. van Deir el-Bahari en Medinet Haboe), het arbeidersdorp Deir el-Medina, en de Vallei der Koningen en Koninginnen. Verder zijn er op de westoever bijzonder veel graven van privépersonen terug te vinden, die verdeeld zijn over een aantal necropolen, waaronder de bekende Asasif-necropool en de necropolen Dra Aboe el-Naga en Sjeik Abd el-Koerna.

In het Thebaanse gebied ontstonden verschillende religieuze connecties, die zich vertaalden in prominente festivals. Zo was er het ‘Mooie Feest van de Vallei’, waarbij de god Amon jaarlijks van zijn Karnaktempel naar Deir el-Bahari gebracht werd, het Opet-feest, waarbij een processie jaarlijks van Karnak naar Luxor trok, en het Dekadenfeest waarbij de god Amenophis van Luxor elke tien dagen een bezoek bracht aan de tempel van Medinet Haboe aan de overzijde van de Nijl. Tijdens deze festiviteiten oefenden de Thebaanse dodenpriesters belangrijke taken uit, zoals het brengen van plengoffers voor bepaalde goden. Naast hun dagelijkse functie om te zorgen voor de overledenen in de necropool, trokken de priesters de religieuze festiviteiten van Thebe steeds mee op gang.

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloonLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloon

Grondplan van het Karnak-complex, met de tempels van Amon-Ra en Montoe. Het ‘Huis van de Koe’ bevond zich naast deze twee tempels. De exacte locatie is tot op heden echter onbekend

Het Karnak-complex op de oostelijke oever bestond uit verschillende tempels, waaronder de ‘Amon-Ra’-tempel, die de belangrijkste was. Verder werden er eveneens tempels gebouwd voor de goden Montoe en Moet, respectievelijk ten noorden en ten zuiden van de ‘Amon-Ra’-tempel. Rond het tempelcomplex werden vrij dicht woningen gebouwd, die samen met de tempel de stad Diospolis Megale vormden. Deze stad bestond uit verschillende districten, en één van deze districten was het ‘Huis van de Koe’. Dit district was gelegen ten noorden van de tempel van Amon-Ra en ten westen van de tempel van Montoe. De naam verwijst naar de tempel van Montoe, die ook wel de tempel van de koe genoemd werd (Egyptisch: tA-Hw.t-n-pA-iH). De koopcontracten van deze huizen zijn bewaard gebleven in enkele papyrusarchieven van de dodenpriesters uit de regio, waaruit blijkt dat vele van hen een huis in dit district bezaten. De locaties van de huizen worden in de contracten niet beschreven zoals we vandaag een adres zouden opgeven, maar aan de hand van de buren in de verscheidene windrichtingen (een voorbeeld volgt verder). Er is dus heel wat puzzelwerk vereist om een plattegrond van het ‘Huis van de Koe’ te reconstrueren.

 

De Thebaanse priesterarchieven

Uit het Thebaanse gebied zijn heel wat papyrusarchieven bewaard uit de Ptolemaeïsche tijd (332-30 v.C.). Zowel het Egyptisch als het Grieks werden gebruikt als voertaal in private en officiële context. De private papyrusarchieven uit Ptolemaeïsch Egypte staan toe een preciezer beeld te krijgen van het leven van de mensen uit deze periode dan vele andere bronnen uit de oudheid. Papyrusarchieven bevatten vaak de private administratie van de eigenaar en regelmatig kunnen we daardoor, helemaal of gedeeltelijk, het leven van de mensen reconstrueren.

In Thebe zijn heel wat tweetalige archieven van dodenpriesters teruggevonden en dankzij deze documenten zijn we goed ingelicht over hun werk in de necropool. Er dienden namelijk verschillende stappen ondernomen te worden vooraleer de overledene een begraafplaats kreeg in de Thebaanse necropool. Voor deze verschillende fases waren verschillende soorten priesters verantwoordelijk. Het verwijderen van de organen en het balsemen werd bijvoorbeeld uitgevoerd door respectievelijk de paraschistai (“degene die het lichaam opent”) en de taricheutai (“degene die pekelt”). Verder zorgden de nekrotaphoi (“degene die het lijk draagt”) ervoor dat de mummie bij zijn graf in de necropool terecht kwam. Na de begrafenis, namen de choachytai (letterlijke vertaling van het Egyptische wAH.w-mw, “degene die water uitgiet”) de zorg van de overledene op zich en zorgden ze dagelijks voor de libaties en de nodige voedseloffers. Het is voornamelijk van deze laatste groep priesters, de choachieten, dat er veel archieven bewaard zijn. Deze teksten verduidelijken naast hun beroepsleven ook heel wat over hun privéleven, met name over waar ze precies gehuisvest waren. Dit brengt ons bij het ‘Huis van de Koe’, het district op de Thebaanse oostoever, waar veel van deze priesterfamilies een huis bezaten.

De Thebaanse necropool in Sjeik Abd el-Koerna, waar vele priesters werkzaam warenLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

De Thebaanse necropool in Sjeik Abd el-Koerna, waar vele priesters werkzaam waren

Er zijn maar liefst zeven priesterarchieven die verbonden kunnen worden met het ‘Huis van de Koe’. De volgende archiefeigenaars bezaten documenten over één of meerdere huizen in het district:

Telkens wanneer een huis – doorgaans van de ene aan de andere priester – werd verkocht, werd een contract opgesteld. Oudere koopcontracten werden systematisch doorgegeven aan de nieuwe eigenaar van het huis. De priesters uit de opgesomde archieven waren via familiebanden aan elkaar gelinkt en de documenten die in hun bezit waren, strekken zich uit over meerdere generaties. Dankzij de papyri kunnen we sommige huizen volgen wanneer ze van de ene familie aan de andere worden doorverkocht.

De verkoop van de huizen

De meeste van de Thebaanse koopcontracten werden geschreven in het Demotische schrift (een cursieve vorm van hiërogliefen) en werden volgens een vast schema met een lange reeks clausules opgesteld. Bovendien bestonden de contracten eigenlijk uit twee documenten, conform een typisch Egyptische traditie: (1) de verkoopakte zelf en (2) een akte van afstand

  1. In de verkoopakte bevestigde de verkoper dat de betaalopdracht uitgevoerd werd en dat hij tevreden was met het geld dat hij ontvangen heeft. Vreemd genoeg werd het precieze bedrag nooit vermeld. In het Demotisch staat er dan het volgende: “je hebt mijn hart tevreden gesteld met je geld”. Dit document eindigt steeds met een handtekening van een notaris
  2. In de akte van afstand bevestigde de oorspronkelijke eigenaar en dus verkoper dat hij afstand deed van zijn eigendom. In dit document garandeerde de verkoper dat hij zou tussenkomen in het geval dat iemand anders de eigendom zou claimen. De verkoopakte geeft bijgevolg het wettelijke recht voor het gebruik van het onroerend goed door, terwijl bij de afstandsakte het eigendomsrecht zelf wordt doorgegeven

Beide documenten bestaan uit een overeenkomst, een bevestiging dat de verkoop geregistreerd is en een kwitantie die aangeeft dat de nodige belastingen betaald zijn door de koper. Tenslotte werden de handtekeningen van de 16 getuigen eraan toegevoegd. Naast deze documenten, die werden opgesteld bij de verkoop van een huis, werden steeds de oudere koopcontracten van datzelfde huis eveneens overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Wanneer een huis werd doorgegeven van vader op zoon via een erfenis, werden de oudere koopcontracten eveneens doorgegeven samen met een akte van verdeling, een soort Egyptisch testament.

BM 10524, een van de teksten uit het archief van Teianteus. Het gaat om een contractuele verplichting waarin toestemming gegeven werd om een huis te bouwen tegen de westelijke muur van het huis van Teianteus

Een goed voorbeeld van een papyrusarchief waarin veel – in dit geval zelfs nagenoeg alle – teksten gerelateerd zijn aan een specifiek huis in het ‘Huis van de Koe’-district, is het archief van Teianteus, een vrouwelijke archiefeigenaar. Ze maakte deel uit van een priesterfamilie en leefde kort na de verovering van Egypte door Alexander de Grote. Het archief bevat documenten van drie verschillende families, met daarin vijf opeenvolgende eigenaren van de woonst in het ‘Huis van de Koe’. Het huis van Teianteus maakte oorspronkelijk deel uit van een groter huis dat op het einde van de 4de eeuw v.C. in het bezit was van een zekere Djoefachi, houtbewerker in de tempel van Amon. Hij verdeelde het huis onder zijn kinderen en nadien (vanaf 301 v.C.) werden de delen van het huis steeds apart doorverkocht, tot een van de delen in het bezit kwam van Teianteus (284 v.C.). Dankzij de eigendomsaktes die zij in haar archief bewaard heeft, kunnen we de verkoop van het huis opnieuw reconstrueren tot aan het moment dat het in handen was van de oorspronkelijke eigenaar, Djoefachi.

Zoals reeds vermeld, hadden de huizen in het district geen echt adres zoals we dat vandaag kennen. Wanneer een huis beschreven werd in een papyrus, werd er een zo specifiek mogelijke omschrijving gegeven volgens een vaste structuur. De eigenaars van de aanpalende huizen werden namelijk steeds opgesomd, doorgaans in dezelfde volgorde: eerst het zuiden en het noorden, vervolgens het oosten en het westen. Een dergelijke locatie-omschrijving van het huis van Panas II, zoon van Pchorchonsis in een eigendomsakte (TM Text 310) gaat als volgt (situatie in 265 v.C. uit het archief van Pechytes, zoon van Pchorchonsis):

“Het huis, gelegen in het Noordelijke district van Thebe, in het Huis van de Koe. De buren van het hele huis zijn: in het zuiden het huis van Esnachomneus, zoon van Harbesis, waartussen de koninklijke weg ligt; in het noorden het huis van Esminis, zoon van Pamonthes; in het oosten het huis van Tayris, dochter van Teos; in het westen het huis van Herisenef, zoon van Achoapis.”

De tempel van Amon-Ra in het Karnak-complex in zijaanzicht met aan de linkerkant de toegangspyloonLauren Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Reconstructie van het huis van Panas II, zoon van Pchorchonsis (situatie in 265 v.C.). Deze Panas was de grootvader van de laatste archiefeigenaar, Pechytes

Aan de hand van deze omschrijvingen kan men op twee niveaus reconstructies maken: enerzijds van wie naar wie het huis werd doorgegeven, en anderzijds hoe alle huizen zich tot elkaar verhouden binnen het district het Huis van de Koe. Wanneer er namelijk bepaalde buren in verscheidene teksten terugkomen, kan men een reconstructie maken van waar de huizen zich op een plattegrond bevinden. Op basis van het verder analyseren van verscheidene teksten en het zoeken naar linken tussen de priesterfamilies en hun eigendommen, zijn er telkens verder geëvolueerde plattegronden gemaakt van het ‘Huis van de Koe’ (zie ‘Lees meer’).

Plattegrond van het 'Huis van de Koe', zoals gereconstrueerd werd door Glanville (1950). Huis S betreft het huis van Pechytes, zoon van Pchorchonsis. Jufachi verwijst naar het oorspronkelijke huis van Djoefachi, dat later deels bij Teianteus terecht kwam. Meer geüpdatete versies van de plattegrond zijn te vinden in Depauw (2000) en Muhs (2005)Glanville (1950)

Plattegrond van het ‘Huis van de Koe’, zoals gereconstrueerd werd door Glanville (1950). Huis S betreft het huis van Pechytes, zoon van Pchorchonsis. Jufachi verwijst naar het oorspronkelijke huis van Djoefachi, dat later deels bij Teianteus terecht kwam. Meer geüpdatete versies van de plattegrond zijn te vinden in Depauw (2000) en Muhs (2005)

Onderlinge huwelijken

De papyrusarchieven laten ook toe enkele stambomen van de priesterfamilies te reconstrueren. Professor Brian Muhs heeft aangetoond dat de zonen en dochters van de Thebaanse dodenpriesters doorgaans met elkaar in het huwelijk traden, en dan nog toevallig met de zoon of dochter van een van de buren in het ‘Huis van de Koe’. Het gaat in de meeste gevallen zelfs om de kinderen van dodenpriesters die maar één of twee huizen verder woonden. Het is best mogelijk dat de zonen, die dan zelf ook priester waren, de voorkeur gaven aan meisjes die in hun buurt woonden, en dan toevallig ook de dochter waren van een priester. Maar niets is minder waar. Als men het gehele ‘Huis van de Koe’-district bekijkt, behoort maar een derde van de inwoners tot een priesterfamilie. Toch zijn deze bijna allemaal getrouwd met iemand die ook tot een priesterfamilie behoorde. Volgens professor Muhs zocht men dus in eerste instantie naar een huwelijkskandidaat die ook tot dezelfde sociale kring behoorde en dat was dan in de meeste gevallen ook iemand die maar enkele huizen verder woonde.

Waarom wilden leden van priesterfamilies binnen hun eigen kring een partner zoeken? Het heeft, zoals vaak, te maken met de erfenis. Wanneer een dodenpriester overleed, werden alle mummies waarvoor hij verantwoordelijk was, inclusief de inkomsten, verdeeld onder zijn kinderen, jongens én meisjes. Wanneer bijgevolg een van de dochters getrouwd was met iemand die niet behoorde tot de priestergemeenschap, dan zouden de mummies en hun inkomsten terecht komen in een andere (niet-priester)familie. Om de mummies en hun inkomsten in de gemeenschap te houden, werden de huwelijken binnen het priesterambt gehouden, namelijk door de dochters steeds uit te huwelijken aan mannen die ook priester waren. Wanneer een priester overleed, ging een deel van zijn mummies dan wel naar zijn dochter en de familie waarbinnen ze getrouwd was, maar de zonen van deze priester waren op hun beurt ook getrouwd met dochters van andere dodenpriesters en ontvingen zo opnieuw mummies wanneer hun schoonvader overleed. Het doel van dit hele gebeuren lag erin om de hoeveelheid mummies en voornamelijk de inkomsten ervan – want daar draaide het uiteindelijk om – binnen een familie status quo te houden. Door het huwen van de buren kon men bovendien van aanpalende woningen één grotere woning maken door de overige erfgenamen uit te kopen. Bijgevolg circuleerden niet alleen de mummies en hun inkomsten binnen één priestergemeenschap, maar ook de eigendommen in het Huis van de Koe.

Lees meer

M. Depauw, The Archive of Teos and Thabis from Early Ptolemaic Thebes (P.Brux.dem. inv. E. 8252-8256) (Monographies Reine Élisabeth 8), Turnhout – Brussel, 2000.
M. Depauw, “Sale in Demotic Documents: an overview”, in E. Jakab (red.), Sale and Community Documents from the Ancient World Individuals’ Autonomy and State Interference in the Ancient World Proceedings of a Colloquium supported by the University of Szeged Budapest 5-8.10.2012 (Legal Documents in Ancient Societies V), Trieste, 2015, 67-80.
S. Glanville, A Theban Archive of the Reign of Ptolemy I, Soter (Catalogue of Demotic Papyri in the British Museum I), London, 2de ed., 1950 [1939].
B. Muhs, “”The girls next door: marriage patterns among the mortuary priests in early Ptolemaic Thebes”, The Journal of Juristic Papyrology 35, 2005, 169-194.
P.W. Pestman, “Het huis van Teianteus”, in P.W. Pestman (red.), Familiearchieven uit het land van Pharao, een bundel artikelen samengesteld naar aanleiding van een serie lezingen van het Papyrologisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden in het voorjaar van 1986, Zutphen, 1989, 15-24.

Coverafbeelding: adaptatie van foto ‘Karnak Temples’ door Ahmed Bahloul Khier Galal op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Het Huis van de Koe: thuisbasis van Thebaanse dodenpriesters van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/06/2020/het-huis-van-de-koe-thuisbasis-van-thebaanse-dodenpriesters/feed/ 0 1599
Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/ https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/#respond Mon, 27 Jan 2020 08:18:39 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1405 Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides 19 stukken bewaard zijn, overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat, zoals zijn Archelaos, een stuk dat we kunnen benoemen als Trümmertragödie. Fragmenten ervan zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theater van Aigai & Euripides

Hoewel er van de Griekse tragicus Euripides (ca. 480 v.C. – 406 v.C.), één van de grote drie tragici van het klassieke Athene (naast Aeschylus en Sophocles), 19 stukken bewaard zijn (plus één stuk waarvan het auteurschap betwijfeld wordt), overleefden sommige van zijn andere werken de tand des tijds in een fragmentarische staat. Vandaar de keuze voor het Duitse neologisme Trümmertragödie in de titel: het is een tragedie (Tragödie) waarvan enkel brokstukken (Trümmer) bewaard zijn. De meer taalkundig georiënteerde zielen onder ons herkennen hierin ook de term Trümmersprache, die gebruikt wordt voor talen die enkel bewaard zijn via inscripties, maar niet in literaire bronnen of manuscripten. Deze fragmenten zijn niet bewaard doordat ze werden overgeschreven tijdens de Middeleeuwen (zoals vaak het geval bij werken uit de Oudheid), maar doordat ze op papyrus bewaard zijn in de Egyptische woestijn. Een voorbeeld van een dergelijk fragment is P. Oxy. III 419, gevonden in een antieke vuilnisbelt in de stad Oxyrhynchus in Egypte, en overgebracht naar de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Zicht op de verwoeste Lakenhal, met daarin de universiteitsbibliotheek, in Leuven in 1915

Het fragment [TM 59840]  kan met zekerheid worden beschouwd als een deel van een stuk met de titel Archelaos. Twee regels in de zwaar beschadigde papyrus komen immers overeen met een paar verzen die bewaard zijn in het Anthologion (“Bloemlezing”) van Joannes Stobaeus (5de eeuw n.C.). Hij wijst ze expliciet toe aan Euripides’ Archelaos (Stob. III, 7, 4). Hoewel het stuk niet bewaard is, kennen we de inhoud uit de Fabulae van Hyginus, een verder niet bekende auteur uit de 2de eeuw n.C. Dat werk bestaat uit 220 Latijnse samenvattingen – in het Latijn fabulae, vandaar de titel – van antieke stukken. Fabula 219 is de samenvatting van Archelaos.

Inhoud van het stuk

Het stuk begint wanneer Archelaos, nadat hij door zijn broers is verbannen, asiel vraagt bij de Thracische koning Kisseus. Deze staat hem dat toe, op voorwaarde dat Archelaos helpt de oorlog te winnen tegen invallers (die verder niet met naam genoemd worden). Als beloning zou Archelaos met Kisseus’ dochter mogen trouwen. Archelaos weet de vijand snel te verdrijven en vraagt dan ook de beloofde beloning. Kisseus’ entourage raadt hem echter af zijn belofte na te komen en de koning volgt dit advies. Hij probeert vervolgens Archelaos te vermoorden door hem in een kuil met brandende houtskool te doen vallen. Een slaaf verraadt het plan echter aan Archelaos. Deze vraagt om een gesprek onder vier ogen met Kisseus en daarbij gooit hij de koning in de put die deze laatste voor een ander gegraven had. Vervolgens vlucht Archelaos op aanraden van Apollo naar Macedonië. Hij krijgt de opdracht een geit te volgen en een stad te stichten op de plaats waar de geit halt houdt. Deze stad zal Aigai heten, naar het Griekse woord voor geit (αἶξ). Hiermee eindigt het stuk.

Context van het stuk

Op het einde van zijn leven woonde en werkte Euripides aan het Macedonische hof en niet meer in Athene. De toenmalige koning van Macedonië was Archelaos I. Deze overeenkomst met de naam is waarschijnlijk niet toevallig, aangezien Euripides een protégé was van de koning, die ook andere Griekse kunstenaars naar zijn hof had gehaald. In het stuk wordt de mythologische Archelaos een afstammeling van Herakles en deze afstamming verhoogde ook het prestige van het Macedonische koningshuis. Mogelijk werd het stuk in 407 v.C. opgevoerd in het kader van een door Archelaos georganiseerd festival in Dion ter ere van Zeus en de Muzen, maar dit is niet zeker.

Didrachme van Archelaos I, koning van Macedonië

De papyrus

Bernard Pyne Grenfell en Arthur Surridge Hunt, de archeologen die de Oxyrhynchuspapyri ontdekten en uitgaven

De papyrus waarop een aantal verzen van de Archelaos bewaard zijn, is jammer genoeg het slachtoffer van de geschiedenis geworden: hij ging verloren in de brand van de Leuvense Universiteitsbibliotheek in 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Er is geen enkele foto van bewaard en daardoor moet deze papyrus zeer indirect bestudeerd worden, op basis van tekstuitgaven, vooral de eerste uitgave van Grenfell en Hunt uit 1903. Zij dateren de papyrus op basis van het gebruikte unciaalschrift in de 2de of 3de eeuw n.C. Een tentatieve vertaling van de zeer slecht bewaarde 16 regels is de volgende. Dit is bij mijn weten ook de eerste poging tot een vertaling in het Nederlands van deze papyrus.

gedachte (?)

hij die doodt

hij zou

Heer Apollo, zet neer

kind, gooi weg (?)

Enkel dit vraag ik je: dat je nooit in slavernij

Leeft uit vrije wil, wanneer je de mogelijkheid hebt te sterven als een vrij man

naar binnen

als ze slagen

voortaan

een man moet

dag

want het lot

rennend (?)

Lees meer

Austin, C. 1968. Nova fragmenta Euripidea in papyris reperta. Berlijn : De Gruyter.

Collard, C. en Cropp, M. Euripides. Fragments. Aegeus. Meleager. Cambridge/Londen : Harvard University Press.

Donovan B. E. 1969. “Euripides Papyri. I : Texts from Oxyrhynchus.” In: American Studies in Papyrology. Volume 5. New Haven/Toronto: The American Society of Papyrologists.

Harder, A. 1985. Euripides’ Kresphontes and Archelaos. Introduction, Text and Commentary. Leiden: Brill.

Jouan, F. en Van Looy, H. 1998. Euripide. Tome VIII. Fragments 1re partie. Aigeus. Autolykos. Parijs : Les Belles Lettres.

Noot: de inhoud van dit stuk werd door de auteur samengesteld in het kader van het mastervak Papyrologie en de multiculturele samenleving in Egypte, gedoceerd door prof. dr. Katelijn Vandorpe. Wij danken haar dan ook voor de begeleiding hierbij.

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeelding ‘Aegae, Vergina theater’ van yiannis mitos op Vici.org (CC BY-SA 3.0) en de afbeelding ‘Euripides, Nordisk familjebok’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Euripides’ Archelaos: een “Trümmertragödie” van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/27/01/2020/euripides-archelaos-een-trummertragodie/feed/ 0 1405