Etymologiae Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/etymologiae/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 23 Oct 2021 15:52:01 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Etymologiae Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/etymologiae/ 32 32 136391722 Woord met een historie: sartago https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/ https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/#respond Sat, 09 Oct 2021 15:50:53 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=124

In onze reeks 'Woorden met een Historie' gaan we op zoek naar de geschiedenis van een antiek woord. Het Latijnse 'sartago' is zo'n term die in de Oudheid werd gebruikt in verschillende betekenissen, de meeste verbonden aan de oorspronkelijke betekenis van het keukengerei. Toch leefde dit woord nog verder in verschillende werelden: van een (christelijke) interpretatie bij de kerkvaders tot een lokale legende van een Portugees dorp.

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Nu de herfst is begonnen en het weer wat kouder is, kan een lekker stoofpotje wel eens smaken. Stoofvlees met een Belgisch bier, Gentse waterzooi of een stoofpotje van wintergroenten, allemaal gerechten die de moeite zijn om je braadpan boven te halen, iets wat de Grieken en Romeinen ook al deden. Onder andere de Latijnse term ‘sartago‘ werd gebruikt om zo’n koekenpan aan te duiden, maar dat was niet de enige betekenis van dat historische woord.

Geschiedenis en betekenissen

Al in Mesopotamië werden koperen braadpannen gebruikt, en dat keukengerei verspreidde zich nadien ook naar de Egyptenaren, Grieken en Romeinen. Bij de oude Grieken werden deze koekenpannen aangeduid met het woord tagènon, de Romeinen gebruikten de termen patella of sartago. Zulke braadpannen werden gebruikt in heel het Romeinse Rijk (zoals het voorbeeld van de coverafbeelding, daterend uit de 3de uit een opgraving in het Welshe Caerleon, waar een Romeins fort lag) en leken ook uitermate geschikt voor gebruik tijdens een militaire campagne, hoewel daarvoor het archeologische bewijs ontbreekt.

Een Cycladische “koekenpan” met spiraalvormige decoratie van sterren, gemaakt omstreeks 2800-2500 v.C. en bewaard in het Archeologisch Museum van Naxos

Letterlijk betekent sartago dus ‘braadpan’, maar in de uitdrukking “sartago loquendi”, die we bij de Romeinse satirendichter Aules Persius Flaccus (34 – 62 n.C.) aantreffen, betekent het “een hutsepot van spreken” en dus “wartaal”. In Persius eerste satire (vers 79 e.v.) lezen we immers het volgende:

Hos pueris monitus patres infundere lippos
cum videas, quaerisne unde haec sartago loquendi
venerit in linguas, […]?

Wanneer je vaders deze raadgevingen in de oren van hun kinderen ziet gieten, vraag je je dan af vanwaar die hutsepot van taal op hun tong komt?

Koperen braadpan uit de 5de-4de eeuw v.C., gevonden in Thessaloniki

De term wordt ook gebruikt in de eigenlijke betekenis van braadpan. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de Vulgaatvertaling van Leviticus 7:9:

Et omne sacrificium similae quod coquitur in clibano et quicquid in craticula vel in sartagine praeparatur eius erit sacerdotis a quo offertur.

En elk graanoffer dat wordt gebakken in een oven en al wat wordt bereid op een rooster of in een pan zal toebehoren aan de priester door wie het geofferd wordt.

Martelinstrument

Deze braadpannen werden blijkbaar ook gebruikt als martelinstrumenten (een verhitte pan en wat verbeelding van de lezer behoeven geen verdere uitleg). Daarom is het ook niet verwonderlijk dat we de sartago, zij het niet als martelwerktuig, ook tegenkomen in de volgende passage uit de Satiren van Decimus Iunius Iuvenalis (ca. 60 – tussen 133 en 140 n.C.), nota bene in dezelfde tiende satire waaruit ook de fameuze uitspraken “panem et circenses” (“brood en spelen”) en “mens sana in corpore sano” (“een gezonde geest in een gezond lichaam”) te vinden zijn. In deze passage heeft Juvenalis het over de ijdelheid van macht en status en gebruikt hij Lucius Aelius Seianus als voorbeeld. Tijdens de regeerperiode van keizer Tiberius had die immers een grote invloed, zeker toen Tiberius zich vanaf 26 n.C. op het eiland Capri terugtrok. Sejanus vervulde de facto enige jaren de rol van heerser over het gehele Romeinse rijk. In 31 n.C. viel hij echter plotseling in ongenade, net op het moment dat hij tot consul was verkozen:

iam strident ignes, iam follibus atque caminis
ardet adoratum populo caput et crepat ingens
Seianus, deinde ex facie toto orbe secunda
fiunt urceoli pelves sartago matellae.
pone domi laurus, duc in Capitolia magnum
cretatumque bovem! Seianus ducitur unco
spectandus, gaudent omnes: ‘quae labra, quis illi
vultus erat! numquam, si quid mihi credis, amavi
hunc hominem.’ ‘Sed quo cecidit sub crimine? quisnam
delator? quibus indicibus, quo teste probavit?’
‘ nil horum; verbosa et grandis epistula venit
a Capreis.’ ‘bene habet, nil plus interrogo.’ […]

(Juvenalis, Sat. X, 63)

Het vuur loeit al, door blaasbalgen en ovens brandt dat door het volk zo beminde hoofd al en knettert de grote Seianus, en vervolgens wordt dat gezicht, dat in de hele wereld op de tweede plaats kwam (sc. na de keizer) veranderd in kruikjes en schalen en potten en pannen. Versier je huis met laurier, leid een grote witgekrijte stier naar het Capitool! Seianus wordt in het openbaar aan een haak voortgetrokken, iedereen viert feest: ‘Zie zijn lippen, zie zijn gezicht! Nooit, geloof me maar, vond ik die vent sympathiek.’ ‘Maar door welke misdaad kwam hij ten val? Wie was de aanbrenger? Met welke bewijzen, door welke getuige werd hij veroordeeld?’ ‘Niets van dat alles: er kwam een lange en pompeuze brief uit Capri.’ ‘Dan is het goed, dan vraag ik niets meer.’ […]

Braadpannen en bisschoppen

Nog een voorbeeld van een (slechts gedeeltelijk) bewaarde Romeinse koperen braadpan zonder handgreep, gevonden in het Britse Colchester

Voor een meer “wetenschappelijke” benadering wenden we ons tot Isidorus van Sevilla (560 – 636 n.C.), de aartsbisschop van Sevilla en auteur van de Etymologiae, een soort van encyclopedie avant la lettre. Om die reden geldt hij ook als de beschermheilige van het internet. Hij vermeldt de sartago in een passage die gaat over keukengerei en potten en pannen (vasa coquinaria) en in dit geval waagt hij zich aan een etymologie in de hedendaagse betekenis van het woord: hij verklaart het als een klanknabootsing of onomatopee.

Sartago ab strepitu sonus vocata quando ardet in ea oleum.

(Isidorus Hispalensis, Etymologiae XX, VIII)

De “sartago” wordt zo genoemd door het geluid die ze maakt wanneer er olie in brandt.

Het bekendste – en figuurlijke – gebruik van het woord sartago vinden we echter in de Confessiones (Belijdenissen) van de kerkvader Augustinus van Hippo (354 – 430 n.C.). Hij begint het derde boek van de Belijdenissen als volgt, met een woordspel op Carthago – sartago: “Veni Carthaginem, et circumstrepebat me undique sartago flagitiosorum amorum”. Of vrij vertaald: “Ik ging naar Carthago [om er te studeren] en langs alle kanten omringde me een heksenketel van losbandige liefdesavontuurtjes.” Niet exact wat we als moderne lezer verwachten van iemand die later bisschop zou worden en zelfs heiligverklaard werd, maar de normen van de Kerk waren toen anders. Vóór zijn priesterwijding had Augustinus immers een langdurige vaste relatie met een slavin en ze hadden zelfs een kind samen. Een huwelijk was uitgesloten, omdat een vrijgeborene zoals Augustinus niet kon trouwen met een slavin, maar de Kerk keurde dit soort relaties niet af zolang ze maar monogaam waren. Ten tijde van Augustinus moest een priester bovendien pas na zijn wijding celibatair leven. Als hij daarvoor al getrouwd was, werd er verwacht dat man en vrouw voortaan “als broeder en zuster” zouden samenleven.

Sartago en de legende van Sertã

Wapenschild van Sertã met Latijnse spreuk

Een andere opvallende en veel minder bekende tekst waarin onze koekenpan opduikt, is in de wapenspreuk van het Portugese dorp Sertã (of in het Latijn: Sartago). Het – allitererende – opschrift is het volgende:

Sartago Sternit Sartagine Hostes.

Serta vloert zijn vijanden met een koekenpan.

Dit is een verwijzing naar een legende rond de stichting van Sertã. Die legende schrijft de bouw van het kasteel van Sertã toe aan een historische Romeinse figuur en dateert uit de 1ste eeuw v.C. Quintus Sertorius, een Romeinse politicus en generaal die in 83 v.C. verbannen was om politieke redenen, ontketende een opstand waarbij hij de volkeren van het Iberisch schiereiland leidde tegen de legers van de Romeinse Republiek, onder leiding van Pompeius. Omstreeks 80 v.C. vluchtte Sertorius naar het Iberisch schiereiland en sloot zich aan bij Lusitaniërs, een volk dat grofweg het grondgebied van het huidige Portugal bewoonde.

Volgens de legende was er tijdens de strijd die plaatsvond voor de verovering van Lusitania, een Romeinse aanval op het kasteel, waarbij de leider omkwam. Toen ze het nieuws hoorde en zich realiseerde dat de vijand de muren bereikte, beklom diens vrouw Celinda de kantelen met een enorme pan, gevuld met kokende olie en goot die op de aanstormende vijand. Zo kon ze de Romeinen iets langer tegenhouden en kregen de verdedigers de tijd om versterkingen uit de dichtstbijzijnde plaatsen aan te laten komen. Zo zou de naam Sartago (en later het daarvan afgeleide Sertã) aan de plaats zijn gegeven.

Het mocht Sertorius echter niet baten, ondanks zijn initiële militaire successen tegen de Romeinen, die in hem een nieuwe Hannibal zagen: in 72 v.C. werd hij door een jaloerse officier, Perperna Vento, vermoord tijdens een banket en kwam het Iberische schiereiland opnieuw onder Romeins gezag. Wat overblijft, is een heroïsch verhaal met een koekenpan.

houtsculpturen, gebaseerd op vondsten van keukengerei, waaronder braadpannen, in Pompeï

Coverafbeelding: ‘Roman iron frying pan’ uit het National Museum Wales (© Amgueddfa Cymru – National Museum Wales)

De auteur wenst Tom Gheldof te bedanken voor zijn suggesties bij het schrijven van dit stukje.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Woord met een historie: sartago van Geert De Mol verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/09/10/2021/woord-met-een-historie-sartago/feed/ 0 124
Het cijfer theta en ons getal 13 https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/ https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/#comments Tue, 04 Dec 2018 13:54:21 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1115 jachtscène Colosseum met theta nigrum

De letter theta werd gebruikt als afkorting van θάνατος ("dood"), in de administratie van het Romeinse leger, in het gerecht en meer algemeen, zoals op mozaïeken met gladiatoren. Hierdoor krijgt de letter een negatieve kleur, men spreekt van de "zwarte theta" (theta nigrum). In dit artikel gaan we na waar dit teken vandaan komt en of het te vergelijken is met ons ongeluksgetal 13.

Het bericht Het cijfer theta en ons getal 13 van Willy Clarysse & Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
jachtscène Colosseum met theta nigrum

Op het beroemde mozaïek van Torrenova uit de 4e eeuw n.C. (dat zich nu in de Galleria Borghese, een museum in Rome, bevindt), meer dan 20 meter lang, worden verschillende gladiatoren afgebeeld met hun typische wapenrusting, in gevechten van man tegen man. De strijders worden geïdentificeerd met hun namen in het Latijn, maar bij enkele gesneuvelden, zoals Astivus en Rodanus op de foto van deze mozaïek hieronder (en van een andere mozaïek uit het Colosseum hierboven), staat een cirkel doorkruist met een horizontale lijn, een Griekse theta, als afkorting voor θ(άνατος), de dood. In dit artikel gaan we na waar dit teken, ook bekend als de ‘zwarte theta’ (theta nigrum), vandaan komt en of het te vergelijken is met ons ongeluksgetal 13.

Gladiatorengevecht op gedeelte van mozaïek uit het museum in de Villa Borghese

Het teken θ of de theta nigrum

Hetzelfde teken wordt ook gebruikt voor gesneuvelden in het Romeinse leger. Dit weten we uit de christelijke auteur Rufinus (Apologia adversus Hieronymum 2.40) die zich nogal omslachtig uitdrukt:

Accepto breviculo in quo militum nomina continentur, nitatur inspicere quanti ex militibus supersint, quanti in bello ceciderint; et requirens qui inspicere missus est, propriam notam, verbi causa, ut dici solet, theta, ad uniuscuiusque defuncti nomen adscribat.

Toen hij een breviculum had ontvangen, waarin de namen stonden van de soldaten, deed hij zijn best om te controleren hoeveel soldaten er nog in leven waren en hoeveel er in de oorlog waren gesneuveld; hij eiste dat de man die erop uit was gestuurd om te controleren, de notitie die, zoals men pleegt te zeggen,  omwille van het woord (nl. θάνατος) passend was, namelijk een theta, zou schrijven bij de naam van elke gesneuvelde).

pridianum met een theta naast de overleden soldaatP. Brooklyn Gr. 24

pridianum met een theta naast de overleden soldaat

Rufinus’ uitspraak wordt bevestigd door Latijnse papyri van de militaire administratie, zoals in aanwezigheidslijsten van soldaten (pridiana), die we kennen uit Egypte en uit Dura Europos aan de Eufraat. Een theta naast de naam van een soldaat duidt aan dat hij is gesneuveld of gestorven (zie de grote theta in de marge naast regel 4 op de afbeelding hiernaast).

In één pridianum worden gestorven soldaten onderscheiden naar gelang van de manier waarop ze zijn omgekomen “perit in aqua”, “occisus a latronibus” (“verloren gegaan in water”, d.w.z. verdronken, “gedood door rovers”) en “θetati” (“gesneuvelden”). De laatste groep, met een Griekse theta in een Latijns leenwoord, waren ongetwijfeld soldaten “killed in action”:

translatus in exercitum pannoni[cum
perit in aqua
.occisus. a latron[i]bus                        eq(ues) [
θetati                [in] is equites I[
summa decesserunt in is [

militaire lijstR.O. Fink, Roman military records, 1971, nr. 63 r.11= New Pal. Soc. II.2 pl. 186

De militaire lijst of pridianum met de Griekse theta in een Latijns leenwoord

Nochtans vindt men in Rome deze theta ook op grafsteles voor gewone burgers, al vanaf de Late Republiek, soms vergezeld van een V – voor Vivus natuurlijk – voor levende personen die de grafstele hebben besteld (ZPE 136 (2001), pp. 267-276).

Deze theta wordt kort besproken in de Etymologiae van Isidoros van Sevilla (Etymologiae iii 7.9 en Origenes I.3.8), die zegt dat in “militaire rapporten van de ouden” een theta werd geplaatst bij de naam van elke gesneuvelde (theta ad uniuscuiusque defuncti nomen adponebatur) en dat het teken Θ staat voor “dood” (mors, in het Grieks θάνατος), omdat de rechters deze letter plaatsten naast de naam van de veroordeelden:

Iudices litteram θ adponebant ad eorum nomina quos supplicio afficiebant. Et dicitur theta ἀπὸ θανάτου, id est a morte.

Hij citeert hierbij een hexameter van een onbekende auteur, die het heeft over de “infelix littera theta“, “de ongelukkige letter theta”.

In de klassieke Latijnse auteurs wordt op de ‘zwarte theta’ of theta nigrum gealludeerd door de dichters Persius en Martialis. Persius heeft het in zijn vierde satyre over “nigrum uitio praefigere theta”,  “de deugd merken met een zwarte theta” (l.13), en Martialis wijdt een epigram (VII 37) aan een rechter (de quaestor Castricus) die ervan hield willekeurig doodvonnissen uit te spreken (telkens hij zijn neus snoot), maar door zijn collega’s wordt belet zijn neus te snuiten!

Nosti mortiferum quaestoris, Castrice, signum?
Est operae pretium discere theta nouum:
exprimeret quotiens rorantem frigore nasum,
letalem iuguli iusserat esse notam.

Ken je het teken des doods van de quaestor Castricus? Het loont de moeite die nieuwe theta te leren kennen. Telkens hij zijn neus snoot die droop van de kou, had hij bevolen dat dit moest worden genoteerd als een doodvonnis.

De θ als cijfer 9

In de Griekse wereld staat de letter theta ook voor het cijfer 9. Zo vindt men in Griekse inscripties uit de Hellenistische tijd datums als ἔτους θ Φαρμουθι θ, wat betekent 9 Pharmouthi (een Egyptische maand) van jaar 9. In de periode van de tetrarchie (van 285 tot 324 n.C.) was het de gewoonte om te dateren met de regeringsdata van de Augusti en de Caesares. Zo wordt het jaar 295/296 in officiële documenten aangeduid als (ἔτους) ιβ καὶ (ἔτους) ια καὶ (ἔτους) δ τῶν κυρίων ἡμῶν Διοκλητιανοῦ καὶ Μαξιμιανοῦ Σεβαστῶν καὶ Κωνσταντίου καὶ Γαλερίου ἐπιφανεστάτων Καισάρων, wat men kan vertalen als “jaar 12 en jaar 11 en jaar 4 van onze heren Diocletianus en Maximianus Augusti en Constantinus en Galerius Caesares”. Slechts zelden worden de jaartallen voluit geschreven, op één uitzondering na : het jaar 9 wordt in bijna de helft van de gevallen niet aangeduid door het cijfer θ, maar voluit geschreven als ἐνάτου. Zo schrijft in 324 n.C. één scriba zelfs κ (ἔτους) καὶ ἔννεα καὶ ι (ἔτους) καὶ ιβ (ἔτους) : jaar 20 en jaar negen-10 en jaar 12. Het is evident dat sommige scribae de negatieve letter theta vermeden in dateringen.

P. Oxy. 36 2765 l.2P. Oxy. 36 2765 l.2

Het vermijden van de letter theta bij een datering op een papyrus, gevonden op de vuilnisbelt van Oxyrhynchus

Ditzelfde fenomeen kan men ook zien op munten. Onze voorbeelden komen vooral uit Alexandrië, omdat alleen in Egypte consequent wordt gedateerd met keizersjaren. De tekst op munten uit Egypte bevat vooral de naam/namen van de keizer, en een jaaraanduiding aangeduid met het teken L. Omdat de plaats beperkt is, worden de jaartallen op enkele uitzonderingen na meestal in cijfervorm gegeven. Tot de voornaamste uitzonderingen behoren opnieuw de jaren 9, waar in plaats van het cijfer 9 (θ) het woord ἐνάτου voluit wordt geschreven, vanaf Nero tot Diocletianus. Op 461 bewaarde munten uit Alexandrië telt men 387 uitgeschreven negens tegenover slechts 74 keer het cijfer 9. Alleen de munten van Septimius Severus en Severus Alexander gebruiken systematisch het cijferteken.

[Jaar 9 op Alexandrijnse munten van Nero tot Maximianus]

Keizer Jaar negen voluit Jaar 9 met cijfer
Nero 22 0
Vespasianus 33 2
Domitianus 18 0
Traianus 0 4
Hadrianus 95 22
Antoninus Pius 103 1
Marcus Aurelius 18 16
Septimius Severus 0 10
Severus Alexander 0 7
Gallienus 28 16
Diocletianus 36 0
Maximianus 30 0

(uit Chiron 10, 1980, p. 543)

Op de munten van Diocletianus bijvoorbeeld worden achtste en tiende jaar in cijfers geschreven (H en I), terwijl men voor een gelijkaardige munt van het negende jaar ENATOY gebruikt voluit schrijft.

 

 

 

 

Drie munten van keizer Diocletianus voor jaar 8, negen en 10

munt GallienusNick Vaneerdewegh | OUDE GESCHIEDENIS

munt Gallienus

In Antiochië bedenkt men een andere oplossing. Enkele munten uit het negende jaar van keizer Gallienus dragen als datum ΕΔ en ΗΑ, waarbij het cijfer 9 wordt omschreven als 5+4 en 8+1.

Op munten uit Rome staat vanaf Philippus I Arabs (251 n.C.) vaak een cijfer met aanduiding van één van de 12 officinae (workshops) waar de munten werden geslagen: A Β Γ Δ Ε S Ζ Η Ν X XI XII : de lagere getallen worden weergegeven door Griekse cijfers (A-H met een S voor het Griekse cijfer sti = 6), de hogere getallen door Latijnse cijfers (X -XII). Voor de weergave van de 9e officina wordt het cijfer Θ = 9 soms vervangen door N = nona of ook (in Antiochië) door ΔΕ = 4+5. Er komt pas een eind aan dit gebruik na de dood van de christelijke keizer Constantijn in 337 n.C.

 

Munt uit Alexandrië met afbeelding van Constantijn (postuum geslagen in 347-348 n.C.); op de keerzijde, onder de staande keizer: SMALN = S(acra) M(oneta) AL(exandria) 9e (officina)

Munt uit Antiochië met afbeelding van keizerin Helena (327-329 n.C.); op de keerzijde leest men onder de staande figuur SMANT = S(acra) M(oneta) ANT(iochia), maar rechts naast de figuur leest men ΔE = 4+5, voor de 9e officina.

Munt uit Kyzikos, met dezelfde afbeeldingen van Constantijn (postuum geslagen in 347-348 n.C.). Hier is de 9e officina wel door een theta weergeveven : SMKΘ = S(acra) M(oneta) K(yzikos) 9e (officina)

Ongeluksgetal?

Kort samengevat : de letter theta werd gebruikt als afkorting van θάνατος (“dood”), in de administratie van het leger, in het gerecht en meer algemeen, zoals op mozaïeken met gladiatoren. Hierdoor krijgt de letter een negatieve kleur, men spreekt van de “zwarte theta” (theta nigrum). Om die reden wordt theta soms vermeden, bijvoorbeeld bij de telling van de officinae in Rome wordt hij vervangen door Latijnse N (voor nona = negende). Vooral in verband met de naam van de keizer (9e jaar van keizer zo-en-zo) vermijden schrijvers in Egypte (papyri) en ontwerpers van munten (Alexandrië en Antiochië) de letter en schrijven het jaartal voluit of door een combinatie van 8 + 1. Het gaat niet om een officieel verbod, maar om een tendens, die men statistisch kan vaststellen, want men vindt naast elkaar op munten en papyri ἐνάτου, H+A (= 8 + 1) en Θ (= 9). Αan dit gebruik komt een einde na de dood van Constantijn, hoewel op Latijnse grafinscripties het symbool O met schuine streep nog wordt gebruikt tot in de Middeleeuwen. Het wordt dan wel geïnterpreteerd als obiit, maar stamt wel af van de theta nigrum.

grafsteen van aartsbisschop Bruno van Trier (1124 n.C.) met een theta achter zijn naamWilly Clarysse | OUDE GESCHIEDENIS

grafsteen van aartsbisschop Bruno van Trier (1124 n.C.) met een theta achter zijn naam

In tegenstelling tot ons getal 13, waar de schrijfwijze er niet toe doet (ook “dertien” heeft een negatieve klank), is er geen taboe tegen het getal negen, maar alleen tegen het cijfer Θ. Terwijl 13 een ongeluksgetal is (de dertien deelnemers aan het laatste avondmaal, waaronder Judas), is θ enkel een ongelukscijfer; met het getal 9 is niets fout.

Meer lezen

G.R. Watson, Theta Nigrum, Journal of Roman Studies 42 (1952) pp. 56-62
Margherita Guarducci, Dal gioco letterare alla crittografia mistica, in: Aufstieg und Niedergang der römischen Welt II 16.2 (1978), pp. 1754-1755
Iveta Mednikarova, The use of Θ in Latin funerary inscriptions, Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik 136 (2001), pp. 267-276
L. Rocchetti, Il mosaico con scene di anfiteatro al museo Borghese, Rivista Istituto Nazionale di Archeologia e Storia dell’Arte, anno 19.10, 1961
Armin U. Stylow und J. David Thomas, Zur Vermeidung von Theta in Datierungen nach kaiserlichen Regierungsjahren und in verwandten Zusammenhängen, Chiron 10 (1980) pp. 537-551

Coverfoto: adaptatie van foto ‘Hunting Scene Colosseo’ door Jastrow op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Het cijfer theta en ons getal 13 van Willy Clarysse & Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/04/12/2018/het-cijfer-theta-en-ons-getal-13/feed/ 2 1115