epos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/epos/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png epos Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/epos/ 32 32 136391722 De vergeten dichters van Alexander de Grote https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/ https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/#respond Sun, 25 Jan 2026 17:20:17 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2800 Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

Tijdens zijn veldtocht omringde Alexander de Grote zich doelbewust met dichters, in de hoop zijn daden literair te laten vereeuwigen. Helaas blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over, al zijn er gelukkig nog de namen van enkele van deze auteurs overgeleverd, zodat ze niet helemaal vergeten worden.

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Het schilderij 'Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero' van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze

In de Griekse geschiedenis – en eigenlijk ook daarbuiten – behoort de onderneming van Alexander de Grote ongetwijfeld tot de meest epische daden. In de geschiedschrijving heeft Alexander dan ook een blijvende indruk nagelaten, maar zijn naam is, merkwaardig genoeg, aan geen enkel epos verbonden. En dat terwijl Alexander zelf wel degelijk moeite deed om te verzekeren dat zijn daden bezongen zouden worden. Verschillende bronnen vermelden namelijk dat hij een groep dichters meenam op zijn expeditie naar het Oosten, die hij bovendien rijkelijk beloonde. Sommigen van hen zijn nauwelijks bekend (Choerilos van Iasos, Agis van Argos, Pranikos of Pierion) maar Alexander wist ook beroemde figuren aan te trekken, zoals de redenaar Anaximenes van Lampsakos en de filosoof Pyrrho van Elis. Opmerkelijk genoeg blijft van al die poëzie vandaag bijna niets meer over.

Choerilus van Iasos

Van de dichters die Alexander op zijn tocht naar het Oosten vergezelden, is Choerilos van Iasos ongetwijfeld de bekendste. Hij wordt genoemd door Horatius en vele andere auteurs, maar zijn reputatie is ronduit slecht: Choerilos geldt als de slechtste dichter uit de Griekse Oudheid. Van zijn werk is bijna niets bewaard gebleven, maar er circuleren tal van anekdotes over hem.

Detail van het beroemde Alexandermozaïek uit de 2de -1ste eeuw v.C., afkomstig uit de exedra van de ‘Casa del Fauno’ in Pompeï

Volgens Horatius (Brief aan Augustus, vv. 232-234) zou Alexander hem met een gouden munt hebben beloond voor elke vers die hij over hem schreef. Andere bronnen vertellen echter een ander verhaal: Alexander beloofde een munt voor elke goede vers, maar een klap voor elke slechte vers – en omdat de slechte verzen talrijker waren, zou Choerilos zijn dood hebben gevonden onder de slagen van de koning.

Deze laatste versie van het verhaal is waarschijnlijk een later verzinsel, want Choerilos lijkt Alexander te hebben overleefd: hij schreef namelijk een werk met de titel Lamiaka. Van dat gedicht is alleen de titel overgeleverd, maar het moet een epos zijn geweest over de Lamische Oorlog (322 v.C.), waarin de Atheners zich tegen de Macedoniërs keerden om hun onafhankelijkheid te herwinnen. Mogelijk componeerde Choerilos het gedicht om de daden van de Macedonische generaal Antipater te verheerlijken, zoals hij eerder voor Alexander had gedaan.

Anaximenes van Lampsakos

Er wordt ook een gedicht over Alexander toegeschreven aan Anaximenes van Lampsakos, de beroemde redenaar en geschiedschrijver van Philippos II en Alexander. Ook over hem is een amusante anekdote overgeleverd. Toen Alexander Troje bezocht en het graf van Achilles zag, greep hij de gelegenheid aan om de roem van Achilles en van zijn dichter, Homerus, te prijzen. Anaximenes was daarbij aanwezig en riep, om hem te vleien, dat hij ook Alexanders glorie onsterfelijk zou maken. Maar Alexander kapte hem meteen af met de woorden:

Ik zou liever Homerus’ Thersites zijn dan jouw Achilles!

Een soortgelijk verhaal wordt trouwens ook over Choerilos van Iasos verteld. De geograaf Pausanias (2de eeuw n.C.) twijfelde of Anaximenes werkelijk zo’n werk had geschreven, maar daar is waarschijnlijk geen reden toe.

Agis van Argos

Twee van de belangrijkste geschiedschrijvers van Alexander, Curtius Rufus en Arrianus, noemen nog een andere dichter: Agis van Argos. Agis wordt beschreven als een van Alexanders meest schaamteloze vleiers. Volgens de bronnen steunde hij de koning vooral tijdens het debat over de proskynesis (προσκύνησις) – een Perzisch gebruik waarbij men zich diep voor de heerser boog. Voor de meeste Grieken was dit ondenkbaar, omdat het neerkwam op de vergoddelijking van een levende vorst. De bronnen zijn dan ook zeer kritisch over Alexanders overname van dit gebruik, dat vaak wordt gezien als het begin van de ontsporing van zijn macht.

Titelpagina voor een 17de eeuwse uitgave van Curtius Rufus’ ‘Historia(e) Alexandri Magni’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Curtius Rufus bijzonder harde woorden heeft voor Agis: hij noemt hem een “slecht dichter”, die alleen nog wordt overtroffen door Choerilos – of beter gezegd, Choerilos is de enige die voor hem moet onderdoen. Blijkbaar speelde Agis gretig in op Alexanders grootheidswaanzin, door in zijn gedicht te beschrijven hoe Herakles, Dionysos en de Dioskouren (Castor en Pollux) Alexander opwachtten om hun plaats aan hem af te staan.

Agis was bovendien buitengewoon jaloers. Volgens Plutarchus (1ste-2de eeuw n.C.) zou hij, toen hij zag hoe Alexander een hofnar rijkelijk beloond had, hebben uitgeroepen:

Ik vind het verachtelijk om te zien hoe de zonen van Zeus zulke onwaardige vleiers waarderen: zoals Herakles bepaalde Kekropen waardeert, en Dionysos zich omringt met Silenen, zo laat ook jij je vleien door dit soort narren!

Die uitval bevat natuurlijk ook verborgen lof, want ze gaat ervan uit dat Alexander een rechtstreekse afstammeling van Zeus was, en bijgevolg gelijk aan Herakles of Dionysos. Toch is het beeld van Agis bijna grotesk: hij bekritiseert Alexanders slechte smaak en gebrek aan oordeel, zonder te beseffen dat hij zelf het meest aan vleierij schuldig is.

Pranikos of Pierion en andere dichters

Plutarchus vertelt ook een anekdote over nog een andere dichter die Alexander vergezelde, wiens naam in twee vormen is overgeleverd: Pranikos of Pierion. Het verhaal speelt zich af tijdens het banket waarop Alexander zijn vriend en bevelhebber Clitus (de Zwarte, Κλεῖτος ὁ Μέλας) doodde. Toen iedereen al dronken was, werden enkele verzen van deze dichter voorgedragen. De verzen in kwestie waren geschreven om generaals te bespotten die door de “barbaren” waren verslagen. Alexander – en natuurlijk ook zijn vleiers – leek deze verzen bijzonder geestig te vinden, maar de oudere gasten voelden zich beledigd door zo’n gebrek aan respect. Vooral Clitus verhief zijn stem tegen Alexander en, aangewakkerd door de wijn, liep de situatie al snel uit de hand, tot Alexander hem uiteindelijk met eigen hand doodde.

De bronnen noemen ook andere dichters, onder wie een obscure Aischrion van Samos (of van Mytilene). Tot Alexanders vleiers behoorde ook een zekere Cleon van Sicilië, die mogelijk een dichter was. Sommige auteurs vermelden zelfs dat de sceptische filosoof Pyrrho van Elis door Alexander zou zijn beloond voor een gedicht dat hij ter ere van hem schreef.

Het verdwijnen van poëzie over Alexander

Uit de bronnen blijkt duidelijk dat Alexander veel aandacht en middelen besteedde om zichzelf te omringen met dichters die zijn onderneming konden vereeuwigen. Zijn doel was wellicht een dichter te vinden die hem kon bezingen zoals Homerus Achilles had bezongen. Misschien wilde hij zich ook laten vergelijken met Herakles, de stamvader van de Macedonische dynastie, met wie hij ook in de kunst vaak wordt geassocieerd. Daarnaast identificeerde Alexander zich met Dionysos, in wie hij een soort voorganger zag van omwille van zijn eigen veldtochten, vooral van die naar Azië.

Alexander de Grote met de leeuwenhuid van Herakles, detail van de zogenaamde “Alexander-sarcofaag”; afkomstig uit Sidon uit de late 4de eeuw v.C.

Toch bereikte Alexander zijn doel niet. Niets van de poëzie die voor hem werd geschreven, is bewaard gebleven. Misschien had hij niet de juiste dichters gekozen door een tekort aan persoonlijk inzicht – of had hij gewoon pech. De omstandigheden van zijn korte leven bieden echter een geloofwaardige verklaring voor dit gemis. In tegenstelling tot wat later gebeurde bij keizer Augustus of bij de Ptolemeïsche dynastie, stierf Alexander op het hoogtepunt van zijn succes, zonder de kans om een periode van vrede mee te maken. In zo’n rustigere tijd had hij misschien een literaire kring kunnen vormen die hem passend zou verheerlijken. De anekdote over Pranikos of Pierion suggereert dat dit soort poëzie soms ook tijdens veldtochten zelf werd gecomponeerd en vervolgens voorgedragen werd tijdens banketten.

Het volledig verdwijnen van deze poëzie lijkt samen te hangen met het overwegend negatieve oordeel dat de antieke bronnen over deze dichters delen. Choerilos geldt als de slechtste dichter van Griekenland, Agis komt vlak na hem, en ook in de anekdotes over Anaximenes en Pranikos of Pierion klinkt eenzelfde oordeel. Maar waren Alexanders dichters werkelijk zo slecht? Helaas kunnen we, zonder ook maar enig overgeleverd fragment, dit oordeel van de Antieken noch bevestigen, noch weerleggen. We kunnen alleen maar hopen dat ze zich niet hebben vergist.

Verder lezen

Het materiaal over Alexander de Grote in de Hellenistische poëzie wordt uitvoerig besproken door Silvia Barbantani, “‘His σῆμα are both continents’. Alexander the Great in Hellenistic Poetry”, in Studi ellenistici 31 (2017), 51–127.

De fragmenten van Choerilus van Iasos zijn verzameld en geanalyseerd door Marco Pelucchi, Cherilo di Iaso, Testimonianze, frammenti, fortuna, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022.

Over de zogenaamde “slechtste dichters” uit de oudheid zie Marco Pelucchi, “Pessimi poetae: On Philodemus, Ancient Tradition, and Selection Criteria”, in N. Bruno, M. Filosa, G. Marinelli (red.), Fragmented Memory: Omission, Selection, and Loss in Ancient and Medieval Literature and History, De Gruyter: Berlijn/Boston 2022, 27–54.

Coverfoto: Het schilderij ‘Alessandro Magno nella sua tenda legge le opere di Omero’ van Ferri Ciro (17de eeuw) bewaard in de Galleria degli Uffizi in Firenze (CC BY 4.0)

[De auteur wil Stefan Schorn bedanken voor zijn bijdrage en Sam Hox voor het proeflezen.]

Het bericht De vergeten dichters van Alexander de Grote van Marco Pelucchi verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/25/01/2026/de-vergeten-dichters-van-alexander-de-grote/feed/ 0 2800
The Killing of a Sacred Deer en de deconstructie van de Iphigenia-mythe https://www.oudegeschiedenis.be/21/12/2017/the-killing-a-sacred-deer-en-deconstructie-iphigenia-mythe/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/12/2017/the-killing-a-sacred-deer-en-deconstructie-iphigenia-mythe/#respond Thu, 21 Dec 2017 14:45:35 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=515 The Killing of a Sacred Deer

Het gebruik van Griekse mythologie in de film dateert uit alle tijden, zo ook in een film die eind dit jaar uitkwam, The Killing of a Sacred Deer. Op welke manier de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos de tragediecultuur van zijn voorvaderen in zijn film verwerkte, proberen we hier te deconstrueren. Opgelet, deze blogpost bevat spoilers!

Het bericht The Killing of a Sacred Deer en de deconstructie van de Iphigenia-mythe van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
The Killing of a Sacred Deer

Het gebruik van Griekse mythologie in de film dateert uit alle tijden, van één van de vroegste stille Méliès-films L’Île de Calypso: Ulysse et le géant Polyphème uit 1905 tot de meer recente superheldenfilms zoals de remake van Wonder Woman uit het voorjaar van 2017 (waarin de heldin als moderne Amazone het moet opnemen tegen Ares, de god van de oorlog). Een andere film die eind dit jaar uitkwam, The Killing of a Sacred Deer, refereerde al met de titel naar de antieke Griekse mythe van Iphigenia. Op welke manier de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos de tragediecultuur van zijn voorvaderen in zijn film verwerkte, proberen we hier te deconstrueren. Opgelet: deze blogpost (voornamelijk de laatste paragraaf over de verwijzingen naar de tragedies) bevat spoilers die het einde van de film kunnen verklappen!

Plot

De met prijzen overladen film speelt zich, net zoals de vorige film van de maker, The Lobster, af op een onbestemde plaats waarin enkele vreemde gebeurtenissen plaatsvinden. De succesvolle hartchirurg Steven Murphy (een rol van Colin Farrell) wordt steeds meer lastiggevallen door de jonge tiener Martin, een wees. Gaandeweg leren we dat Steven, onder invloed van alcohol, verantwoordelijk was voor de operatie waarin Martins vader het leven liet. De merkwaardige jongeling infiltreert steeds meer in het leven van Steven en zijn familie -zo verleidt hij dochter Kim– tot diens zoon Bob plots verlamd wordt opgenomen in het ziekenhuis. Daarop stelt Martin hem voor de keuze: Steven moet ofwel zijn vrouw Anna (gespeeld door Nicole Kidman) of één van zijn beide kinderen doden, ofwel zullen zij alledrie geleidelijk door hetzelfde aftakelingsproces – verlamde ledematen, het weigeren van eten, bloedende ogen – gaan tot hun dood erop volgt. Wanneer vervolgens ook Kim verlamd geraakt, beseft Steven dat hij een hartverscheurende beslissing zal moeten nemen.

Barry Keoghan als Martin, een personage naar analogie met de wraakgodin Artemis

Mythe

De mythe over het doden van een heilig hert komt voor in een aantal antieke Griekse bronnen waarvan de versies wel op meer dan één punt van elkaar verschillen. De bekendste cyclus van het verhaal begint met de Myceense koning Agamemnon (van het huis van Atreus) die voorafgaand aan de Trojaanse Oorlog in de havenstad Aulis landde en op jacht besloot te gaan. In het bos dat gewijd was aan Artemis, de Griekse godin van de jacht, schoot hij een hert. Daarop ontstak de godin in toorn en zorgde ze ervoor dat de noordenwind steeds in het nadeel blies van de Grieken, zodoende hen verhinderend hun weg richting Troje te vervolgen. De ziener Calchas, die de dood van Agamemnons dochter Iphigenia al had voorspeld, werd geconsulteerd en raadde de Griekse koning aan zijn dochter te offeren in de hoop de godin opnieuw gunstig te stemmen. Pas nadat Odysseus op pad werd gestuurd naar Mycene (en daar Iphigenia’s moeder Clytaemnestra met een list over een nakend huwelijk om te tuin leidde), offerde Agamemnon zijn dochter op een altaar gewijd aan Artemis. Nadat de offerpriester haar de keel had overgesneden, verdween haar lichaam en werd haar plaats ingenomen door een hert.

Een scholiast – iemand die in latere tijden commentaar in de kantlijn schreef van werken uit de antieke Oudheid – merkte al op dat de Ilias van Homerus geen duidelijke verwijzing bevat naar deze mythe over Ἰφιγένεια of Ἰφιάνασσα (Iphianassa), zoals ze bij de Griekse poëet voorkomt (Il. IX 145). De oudste attestatie van de mythe vinden we in de Cypria, een episch gedicht dat vermoedelijk uit de 7de eeuw v.C. dateert en over de gebeurtenissen voorafgaand aan de Trojaanse Oorlog vertelt. Hierin wordt onder andere de huwelijkslist aangehaald en eindigt het verhaal over Iphigenia met Artemis die haar naar Tauris transporteert en in ruil een mannetjeshert op het offerblok plaatst.

Iphigenia bij Aeschylus

De meest uitgebreide verhalen vinden we bij de Griekse tragici, waaronder Aeschylus en Euripides. Van eerstgenoemde is jammer genoeg slechts één fragment van zijn Iphigenia bewaard gebleven, maar in zijn Agamemnon refereert hij meermaals naar het offeren van de dochter als één van de motieven waarom Clytaemnestra en haar minaar plannen Agamemnon te vermoorden. Later komt ook Iphigenia’s broer Orestes aan bod, die als wraak voor de moord op hun vader, hun moeder en haar minnaar ombrengt. Ook de profetie van Calchas haalt Aeschylus aan in dit stuk, maar dan wel in een aangepaste versie: de ziener voorspelt op het moment dat hij twee arenden een zwangere haas ziet opeten dat Agamemnon zijn dochter zal moeten offeren om Artemis gunstig te stemmen, want de godin is dan al ontstemd over de toekomstige slachting van de Trojanen.

Latere auteurs, zoals Ovidius in zijn ‘Metamorfosen’, de reisverslaggever Pausanias en de mythograaf Pseudo-Apollodorus uit de tweede eeuw, hernemen de mythe met enkele verschillen, zoals Artemis die een hinde in haar plaats op het altaar legt. Een andere opmerkelijke bron is de Γυναικῶν κατάλογος (Cataloog van vrouwen), een papyrus uit Oxyrhynchus (aan Hesiodus toegeschreven), waarin een episch gedicht over godinnen in 5 boeken fragmentarisch is overgeleverd. Hierin stond vermeld  – volgens diezelfde Pausanias die deze verloren passage aanhaalt – dat Artemis Iphigenia in de godin Hekate veranderde.

Iphigenia bij Euripides

Euripides

De meest uitgebreide vertelling van de mythe komt uit twee spelen van de Griekse tragedieschrijver Euripides (5de eeuw v.C.): Iphigenia in Aulis en Iphigenia in Tauris. Het eerste stuk (waarschijnlijk geschreven ergens vlak voor de dood van de tragicus in 406 v.C. en opgevoerd in Athene) vertelt over de innerlijke tweestrijd van Agamemnon waarbij hij een keuze moet maken tussen het leven van zijn dochter en de belangen van zijn Griekse manschappen op weg naar de strijd in Troje. Iphigenia in Tauris – hoewel eerder gedateerd tussen 412 en 411 v.C – vertelt over het vervolg van Iphigenia’s leven, waarbij ze door Artemis naar Tauris werd gezonden en daar verder leefde als priesteres.

Euripides’ versie werd later aanzien als een standaardversie van de mythe, waarin ook extra informatie over bijvoorbeeld de rol van Odysseus aan bod kwam. Een ander voorbeeld is de belofte van Agamemnon die hij aan Artemis deed vlak voor de geboorte van zijn dochter om aan haar het mooiste schepsel dat datzelfde jaar voortgebracht werd te offeren: “ὅ τι γὰρ ἐνιαυτὸς τέκοι κάλλιστον, ηὔξω φωσφόρῳ θύσειν θεᾷ” (Iph. T. 20).

Verwijzingen

Hoewel regisseur Lanthimos naar eigen zeggen pas tijdens het schrijven de gelijkenis met de Iphigenia-mythe herkende, valt al uit de titel van de film op te maken dat de Griekse tragedie toch een belangrijke rol heeft gespeeld tijdens de opnames. In de film zelf is er slechts één directe verwijzing naar de mythe: zo vertelt de schooldirecteur in een scène aan Steven dat zijn dochter een essay over Iphigenia schreef, waarvoor ze niet alleen een A kreeg, maar dat ook nog luidop voorgelezen werd in de klas.

De indirecte verwijzingen zijn veel talrijker. Het begint al met het personage van Martin, dat makkelijk als een substituut van de godin Artemis kan worden gezien. Zijn vader is gestorven door de schuld van de al dan niet dronken hartchirurg Steven en deze zal daarvoor moeten boeten door een naast familielid te offeren, hetzij zijn vrouw, hetzij één van zijn kinderen. Wanneer Steven uiteindelijk een beslissing neemt en in een blinde shoot-off uiteindelijk zijn zoon Bob dodelijk treft. Meer nog dan bij Euripides, waarin Iphigenia uiteindelijk ontsnapt aan haar dodelijk lot, sluit Lanthimos zich aan bij Aeschylus en de dodelijke cyclus waarin het huis van Atreus (de voorvader van Agamemnon) belandt: de moord op Iphigenia wordt door haar moeder vergolden door haar vader te vermoorden, op haar beurt wordt Clytaemnestra dan weer vermoord door haar zoon Orestes.

De laatste scène uit The Killing of a Sacred Deer is misschien wel tekenend voor de visie van de Griekse regisseur: de overblijvende familieleden Murphy zitten in een diner te eten, berustend in hun lot en hun levensstijl als nouveaux riches – net zoals vroeger -, terwijl Martin als goddelijke winnaar komt binnenwandelen en zich aan de toog zet. Wanneer de familie vervolgens naar buiten wandelt, geeft Lanthimos nog een laatste knipoog door dochter Kim op een vreemde manier naar Martin te laten kijken. Een blik van berusting of eerder een blik om aan te geven dat het einde van de wraakoefening nog niet in zicht is, naar analogie met de bijna eeuwigdurende moordcycli in de familie van Iphigenia?

Het bericht The Killing of a Sacred Deer en de deconstructie van de Iphigenia-mythe van Tom Gheldof verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/12/2017/the-killing-a-sacred-deer-en-deconstructie-iphigenia-mythe/feed/ 0 515